Beantwoording Openstaande vragen D66 beleidskader zon
Tekst van het document
Politieke avond 12 december Beleidskader grootschalige opwek zon op land/water Na bespreking op de 12e staan er voor de fractie van D66 de volgende vragen nog open. ▪
Over de genoemde kwartiermaker, hiervoor wordt 250.000 euro Rijksgelden voor aangevraagd. Waaraan worden deze gelden besteed? Gaat het met name om het project Calduran/zandwinplas of breder en gaat het voor ‘24/‘25 of meer jaren? Dit bedrag is begroot voor zowel de kwartiermaker als het gebiedsproces. Ruimschoots het grootste deel van het begrote bedrag is bestemd voor het gebiedsproces. De kwartiermaker wordt ingezet bij de initiatieven in de fase voorafgaand aan de vergunning. De kwartiermaker is aan zet om de best mogelijke voorwaarden over lokaal eigendom en participatie met de initiatiefnemer te onderhandelen. Het gebiedsproces voor het zuidelijke groene Oversticht-gebied is bedoeld om meer regie te nemen op de ontwikkeling van dit gebied, en gelegenheid te creëren om de meerdere forse ruimtelijke opgaven die op de gemeente Westerveld afkomen in samenhang te bezien. Dit gebiedsproces zal intensievere begeleiding vragen en ook een langer tijdspad beslaan dan het geval is bij de kwartiermaker.
▪
Kan de raad nog een doorvertaling verwachten naar een specifiek beleidskader waarin alle spelregels en voorwaarden staan? Het huidige beleidskader is ook deels beschrijving van de context. En gaat ook deels over het concrete project dat al grotendeels in de steigers staat. Dit beleidskader is tevens het afwegingskader. Zoals het beleid is opgebouwd is dit het afwegingskader voor de eerste fase (zandwinplassen + programma OER). Voor de 2e fase (zuidelijke groene Oversticht-gebied) wordt een gebiedsproces voorgesteld om de 2e fase concreter in uit te werken voor wat betreft (integrale) samenhang van opgaves en afwegingen daarbij.
▪
Dezelfde vraag voor de aanvraag specifiek voor project Calduran. Dit initiatief is geen raadsbevoegdheid uitgaande van de beschrijving in het beleidskader, maar volgt op termijn een verdere uitwerking van het project, inclusief participatie, lokaal eigendom en eventuele (omgevings)fondsen dat ter kennisgeving vaan de raad wordt gestuurd? Als de aanvraag binnen dit beleidskader past, kan het een BOPA zonder adviesrecht van de gemeenteraad worden als het college over de aanvraag besluit. De gemeenteraad ontvangt een afschrift van de college-besluiten. Daarmee kan de raad kennisnemen van het besluit.
▪
Onder het kopje Procedure (pg. 9), staat dat raad geen adviesrecht heeft als het project past binnen het beleidskader. Het valt dan onder de BOPA. Bij de omgevingsovereenkomst, zoals beschreven op p 8, staat dat de raad bij haar besluitvorming rekening houdt hoe de initiatiefnemer is omgegaan met de reacties van de omgeving. Hoe verhouden beide zich met elkaar? Dat het elkaar tegenspreekt is een correcte constatering. Op pagina 8 is per abuis het woord gemeenteraad gebruikt in plaats van het woord college. Door het woord “Gemeenteraad” te vervangen door het woord “college”, is het stuk weer kloppend.
▪
Klopt het dat er geen maximale grootte voor een zonnepark wordt aangeduid in het kader? Dat klopt. Door de gefaseerde opbouw van het beleidskader en de opwekpotentie van beide zandwinplassen uit de eerste fase, is er geen noodzaak om een maximum te beschrijven. Programma OER voorziet eerst in een voorverkenningsfase, die zich geeft op welke
mogelijkheden voor energie-opwek er kunnen zijn. Daarna volgt een keuzemoment waarin gekozen kan worden óf en met welke optie(s) een volgende fase van het programma ingegaan wordt. Meer informatie over programma OER staat op https://www.energieoprijksgrond.nl/. Voor de tweede fase uit het beleidskader zou deze maximering een van de nadere uitwerkingen kunnen zijn als gevolg van het gebiedsproces. Een en ander is ook afhankelijk van de opgaves die in dit gebiedsproces beschouwd gaan worden. Gaat dit voor wat betreft het opwekken van energie om de vervolgopgave van de RES, dus de opgave na 2030? Of komen de initiatieven uit fase 1 onverhoopt toch niet tot ontwikkeling en gaat het gebiedsproces over de huidige RES-opgave tot 2030? ▪
Over de keuze voor lokaal eigendom met als terugvaloptie het omgevingsfonds, zou dit niet én, én kunnen zijn? Bij andere projecten in het land zie je vaak beide opties, met soms ook een duurzaamheidsfonds en eventueel een solidariteitsfonds. In beginsel is de kwartiermaker hiervoor aan zet om hierover te onderhandelen. Het streven is nog steeds 75% of meer. Echter, de mate van te realiseren lokaal eigendom is in grote mate afhankelijk van zeggenschap, financiering en grondpositie in het initiatief. Om een initiatief te realiseren is een goede businesscase nodig. Een gebiedsfonds is onderdeel van de businesscase van een ontwikkeling. In de huidige tijd staan businesscases verder onder druk, dan dat in het verleden het geval was. Daarnaast moet het lokaal eigendom ook gerealiseerd kunnen (en/of willen) worden door de lokale partijen. Dit zijn allen onderdelen van de opdracht van de kwartiermaker.
▪
In de zonnebrief van het Rijk en de bestuurlijke verankering hiervan worden de mogelijkheden van zon op land beperkt. Hiervoor worden vier zgn treden aangegeven. In de vierde trede is het mogelijk om onder voorwaarden zonnepanelen op landbouw- of natuurbranden te realiseren. Dit zijn oa. een combinatie met agrarische activiteiten en de realisatie in gebieden die aangemerkt worden als transitiegebied. Deze twee aspecten zijn in Westerveld als landbouwgemeente aanwezig of gaan bij de verdere ontwikkeling vh DPLG spelen. In hoeverre ziet het college hier mogelijkheden voor de visie op duurzame energie? Dit is een van de redenen voor de gefaseerde aanpak. De projecten uit de 1e fase van het beleidskader betreffen initiatieven op trede 3 of hoger van de zonneladder en hebben daarmee de voorkeur boven initiatieven op trede 4 (in het zuidelijke groene gebied van het Oversticht). Voor nadere duiding hierover wordt verwezen naar een bericht op de website van het IPO: Afspraken over voorkeursvolgorde zonne-energie (ipo.nl). Dit bericht geeft een korte samenvatting van de afspraken over de voorkeursvolgorde zonne-energie en een doorverwijzing naar de brief van minister de Jonge Aangescherpte voorkeursvolgorde Zon, dd. 26 oktober 2023. De verwachting is dat we met de beide zandwinplassen de RES-opgave tot 2030 gaan halen.
Daarbij is de potentie die uit programma OER mogelijk naar voren komt nog niet meegenomen. Met deze gefaseerde aanpak sluiten we niet alleen aan bij de zonneladder door initiatieven op een hogere trede voorrang te geven, ook creëren we hiermee ruimte, tijd en gelegenheid tot regie op het zuidelijke groene gebied om daar integraal naar de verschillende forse opgaven (waarvan de omvang nog niet bekend is) te kijken. Bovendien geeft het gemeente Westerveld flexibiliteit om in tempo op te schakelen mochten zich bijvoorbeeld ontwikkelingen in buurgemeenten voordoen.