CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden en reacties op vragen en aandachtspunten PW inzake voorstel regionale nota bodembeheer

Politieke avond Westerveld 30 maart 2021, gemeente WesterveldBij agendapunt: Voorstel regionale nota bodembeheer, bodemkwaliteitskaart en bodemfunctiekaart1.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bij agendapunt 3.1, PaW 16/3/21, nota bodembeheer We hebben hier een lastig besluitvormings traject te gaan. Het vast stellen van een bodemkwaliteitskaart (BKK) en een bodembeheer nota is een gemeentelijke bevoegdheid. Maar hier ligt een door de RUD opgesteld voorstel van de 12 in de RUD samenwerkende Drentse gemeentes voor. Uit een oogpunt van efficiency is het het handigst als alle gemeentes instemmen, dan gelden ook in alle gemeentes dezelfde voorwaarden voor grondverzet. Maar je hebt als gemeente toch ook een eigen verantwoordelijkheid vóór, en visie óp bodembeheer passend bij de kenmerken van de gemeente. Eén gemeente wijkt binnen dit RUD verband al af met eigen normen op een paar gebieden, Hoogeveen. En Assen heeft aangegeven pas later te willen aanhaken en wordt toch meegenomen op basis van de nu geldende kaarten. Dus het is ook best mogelijk en werkbaar om eigen aandachtspunten en eisen te formuleren, en de tijd te nemen om een en ander goed te doordenken. Hier volgen de punten waar PW aandacht aan wil besteden: 1. Over de termijnen waarin de huidige nota geldig is heerst onduidelijkheid. Er is sprake van 10 jaar na 2012 toen de eerste nota werd vastgesteld. Maar elders wordt ook gesproken over 5 jaar. Mijn constatering is dat we op 25 september 2018 in de raad besloten de toen ter bespreking voorliggende nota en bodemkwaliteitskaart voor 2 ½ jaar te verlengen.

Dit leek toen ruim voldoende omdat er in 2019 een geheel nieuwe opzet vanuit de RUD verwacht werd. Die ligt ,weliswaar ruim een jaar na dagtekening , nu hier voor. Reactie: De bodemkwaliteitskaart dient formeel iedere 5 jaar te worden geactualiseerd, de nota dient iedere 10 jaar te worden herzien. De ontwikkelingen rondom PFAS hebben gezorgd voor een vertraging voor herziening in 2019. 2. Kort samengevat betekent dit dat we vanaf 25 maart 2021 zonder een geldende regeling voor grondtransport zitten. Het lijkt dus verstandig op korte termijn een formeel besluit te nemen dat het oude toetsingsinstrument geldig blijft totdat het nieuwe van kracht wordt. Reactie: Omdat andere gemeenten in Drenthe al eerder tegen dit probleem van een verlopen nota aan zijn gelopen, is door de RUD Drenthe een afweging gemaakt en geconcludeerd dat tijdelijk gedogen gerechtvaardigd is. De voorwaarde is wel dat er zicht is op het vaststellen van de nota (i.c. dit is geagendeerd). 3. De nota zou o.i. bij paragraaf 1.1.moeten starten met een formulering van een eigentijds en toekomstgericht doel. Een tekstvoorstel zou kunnen zijn : “In het kader van ons streven naar duurzaamheid en vermindering van CO2 uitstoot is onze eerste prioriteit grondverzet en transport zoveel mogelijk te beperken. Wij streven naar werken met een gesloten grondbalans.

Als afgraving, opslag en transport toch nodig zijn dan dient deze BKK als toetsingsinstrument voor een milieutechnisch en ecologisch verantwoorde werkwijze die tegelijk een soepele en efficiënte werkwijze mogelijk maakt.” Reactie: Het klopt dat het gebruik van een bodemkwaliteitskaart lokaal grondverzet bevordert, waardoor je voorkomt dat grond van ver gehaald wordt, maar het gaat hier om bodembeleid.

Duurzaamheid en CO2 maken geen onderdeel van het toetsingskader uit. Daar zijn andere beleidskaders voor. Ook willen we graag dat de nota inhoudelijk niet (teveel) afwijkt van die van de andere gemeenten, de meesten hebben de nota al vastgesteld.

4. Afgegraven grond mag alleen toegepast worden op grond van dezelfde of mindere kwaliteit. Zo vindt dus nooit verslechtering van de bodemkwaliteit plaats. Hiertoe zijn gronden verdeeld in 3 klassen. Grond met alleen achtergrondwaarde, grond voor het gebruik “wonen” en grond voor gebruik “industrie”, resp. schoon, enigszins vuil, en vuil. Een aparte categorie is gemeentelijke bermgrond. Die mag alleen hergebruikt worden in gemeentebermen. Wat gebeurt er momenteel met de vrijkomende schraapgrond uit onze bermen ? Als we die grond anders willen kunnen toepassen , binnen onze eigen gemeente, moeten we hier een beleidsregel over toevoegen. Reactie: Voor het breder toepasbaar maken van bermgrond is extra onderzoek nodig, dit wordt ook aangegeven in hoofdstuk 4.6 van de nota.

5. Op pag. 9 en 10 wordt ingegaan op bodemvreemd materiaal in de toe te passen grond. Er wordt een norm van 10 % gesteld. Dat is dus 100 kilo divers puin in 1000 kilo grond. Het lijkt ons verstandig om dit veel lager te stellen: 2-5 % Reactie: Daar is in provinciaal verband niet voor gekozen. Deze norm is al strenger dan het landelijk beleid (is 20%). Voor de uitwisselbaarheid van de grond tussen gemeenten is het ook niet wenselijk als een gemeente hiervan afwijkt. Van plastic wordt gesteld dat dit “sporadisch” mag voorkomen. Dat is te onduidelijk. In gedraineerde landbouwgrond bijvoorbeeld, zit 500 kilo pvc en ppe per hectare, die er niet of lastig apart of onbeschadigd uit te filteren is. Dat zijn omgerekend 15000 plastic literflessen per hectare. Wij stellen voor , met het oog op de toekomst, alle gedraineerde gronden apart in kaart te brengen. Reactie: De term sporadisch is landelijk beleid (artikel 1.1. Regeling bodemkwaliteit.) Plastic hoort niet in de bodem en moet zoveel mogelijk worden verwijderd. Het is aan de toezichthouder om dit te beoordelen, een en ander op basis van redelijkheid. De regel heeft betrekking op het toepassen van grond, het is niet de bedoeling dat alle bodems worden gesaneerd op een teveel aan plastics. 6. In paragraaf 3.4 lezen we over asbest: “Het toepassen van partijen grond, waarin zichtbaar asbest aanwezig is, kan o.a.

onrust, meldingen van asbestverontreiniging en beperkingen bij nieuw grondverzet veroorzaken. Daarom spreken we de ambitie uit geen zichtbaar met asbest verontreinigde grond toe te passen in gebieden met de bodemfunctieklasse wonen of overige. “ De ambitie uitspreken lijkt ons onvoldoende, grond met asbest mag niet toegepast worden, zeker niet in woonwijken ! Wij stellen voor de tekst in deze zin te wijzigen. Reactie: het vastleggen van deze ambitie kan op ander niveau worden gedaan, bijvoorbeeld in bestekken. 7. Voor toepassing van grond afkomstig van percelen waar in 2 jaar daaraan voorafgaand bollen zijn geteeld geldt deze BKK niet als bewijsmiddel, staat in paragraaf 4.2. Wij stellen voor dat er een kaartlaag wordt toegevoegd waarop deze gronden aangegeven worden.

Reactie: Dit is iets dynamisch en daarom niet handig om in een kaart vast te leggen En om de omschrijving uit te breiden met : “en andere teelten waarbij relatief veel GBM’s worden gebruikt”. Reactie: dit is terecht en kan worden toegevoegd Verder moet hier ook vermeld worden dat spoelgrond van bollen alleen op de akker van herkomst kan worden toegepast.

Reactie: Dat kan worden vermeld, maar dat staat ook al in de wet. En als de spoelgrond extra wordt onderzocht op bestrijdingsmiddelen en dit niet voorkomt, mag de grond ook elders worden toegepast.

8. Overal in onze leefomgeving komt ondertussen Pfas voor. Een verzamelnaam voor allerlei teflon achtige stoffen. Het kan een gevaar voor de gezondheid opleveren. In 2019 werd een norm voor Pfas in grond vastgesteld op 0,1 microgram per kilo. Dat zit in 85% van al onze grond. Daarna werd de norm, in een “tijdelijk Handelingskader” , verruimd naar 0,8 microgram. Ook Westerveld verruimde deze norm middels een college besluit van 3-12-2019 met een aanvullende bodemkaart . Dit is allemaal tijdelijk. Het RIVM heeft aangekondigd dit voorjaar met een voorstel voor een definitieve regeling te komen, in samenspraak met de Europese autoriteit EFSA. Op dit punt zal de BKK dus binnenkort geactualiseerd moeten worden. Reactie: naar verwachting komen in de definitieve regeling geen wijzigingen die consequenties hebben voor de bodemkwaliteitskaart. Mocht dit wel zo zijn, dan zal de RUD Drenthe het initiatief nemen voor een actualisatie. 9. De zandwinnigsplas Moerhoven in Nijensleek wordt door het Rijk genoemd als locatie waar met Pfas vervuilde grond toegepast kan worden. Is de gemeente hierin gekend ? En wat betekent dit voor eventuele toekomstige bestemmingen als recreatieplas of natuurontwikkeling. Kan de Pfas in grondwater en aangrenzend oppervlaktewater komen ? Reactie: Bevoegd gezag is het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De nota is hierop niet van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=d8a2995e-42a9-4dd3-a0da-840a91f0486b