Amendement 2 PRO Westerveld- Alternatieven opwekmogelijkheden
Tekst van het document
GEMEENTERAAD Amendement Raadsvergadering: 26 mei 2026 Onderwerp: Raadsvoorstel Geactualiseerd duurzaamheidsbeleid Westerveld verduurzaamt – beleid 2026-2030 De ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: Conform beslispunt 1 het geactualiseerde duurzaamheidsbeleid "Westerveld verduurzaamt - beleid 2026-2030" vast te stellen met dien verstande dat: Op pagina 21 de tekst die thans als volgt luidt: “Wij blijven monitoren of wij met dit besluit voldoende en tijdige invulling kunnen geven aan de RES-opgave. Mocht blijken dat tussentijdse bijsturing nodig is, komen wij terug naar de raad, daarom blijven wij mogelijke alternatieven in de gaten houden zonder daar direct op te schakelen.” Te vervangen voor: “Wij blijven monitoren of wij met dit besluit voldoende en tijdige invulling kunnen geven aan de RES-opgave. Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt aan de raad inzichtelijk gemaakt in hoeverre het realistisch is dat de RES-opgave met de huidige inzet op zonne-energie tijdig wordt gerealiseerd. Indien uit deze analyse blijkt dat dit onvoldoende realistisch is, worden daarbij tevens mogelijke alternatieven voorgelegd aan de raad.” Aldus besloten in de vergadering van 26 mei 2026.
Ingediend door: Romke Jan de Vries PRO Westerveld Toelichting: In het duurzaamheidsbeleid staat dat het college blijft monitoren of met de huidige inzet tijdig invulling kan worden gegeven aan de RES-opgave. Daarbij wordt aangegeven dat mogelijke alternatieven wel in beeld blijven, maar dat hier niet direct op wordt geschakeld. In januari 2026 is de raad geïnformeerd over de stand van zaken rond hernieuwbare elektriciteit. Daarbij is aangegeven dat van de totale RES-opgave van 75.000 MWh in 2030: • 12.000 MWh zon op gebouw is gerealiseerd; • 37.000 MWh zon op water is vergund; • nog 26.000 MWh zon op gebouw gerealiseerd moet worden. Dit betekent dat in vijf jaar tijd 12.000 MWh zon op gebouw is gerealiseerd, terwijl in de komende vijf jaar nog ruim het dubbele gerealiseerd moet worden. Daarbij is het niet vanzelfsprekend dat de resterende opgave even makkelijk te realiseren is als de eerste gerealiseerde capaciteit. De eenvoudigste en meest rendabele locaties zijn vaak als eerste benut. Daarnaast spelen ontwikkelingen zoals netcongestie, terugleverbeperkingen en veranderende financiële regelingen een rol in de haalbaarheid van nieuwe zonneprojecten. Ook geldt dat vergunde projecten nog niet automatisch betekenen dat deze ook daadwerkelijk gerealiseerd en aangesloten zijn.
De indiener(s) acht(en) het daarom niet vanzelfsprekend dat de RES-opgave met de huidige inzet op zonne-energie tijdig wordt gehaald. Alternatieve opwekmogelijkheden, zoals kleinschalige waterkracht kennen vaak ook een langere voorbereidingstijd. Juist omdat 2030 snel dichterbij komt, is het bestuurlijk verstandig om niet pas bij te sturen op het moment dat blijkt dat de doelstelling niet gehaald wordt. Dit amendement vraagt het college daarom om bij het uitvoeringsprogramma niet alleen de voortgang van de RES-opgave te monitoren, maar ook expliciet inzichtelijk te maken of de huidige aanpak realistisch is. Als dat niet het geval blijkt, krijgt de raad op datzelfde moment ook zicht op mogelijke alternatieven, zodat tijdig kan worden bijgestuurd en geen kostbare tijd verloren gaat.