Advies commissie bezwaar - voorkeursrecht Diever (geanonimiseerd)
Tekst van het document
COMMISSIE VAN ADVIES VOOR BEZWAARSCHRIFTEN VAN DE GEMEENTE WESTERVELD Advies Van de commissie van advies voor bezwaarschriften, bestaande uit 5.1.2e 5.1.2e en 5.1.2e .
(voorzitter),
Onderwerp Bezwaarschrift van 5.1.2e en 5.1.2e tegen het besluit van de raad van de gemeente Westerveld van 22 oktober 2024 waarbij een voorkeursrecht is gevestigd op diverse agrarische percelen, waaronder nummer 18, 1183 en 1184 in Diever.
I. Procesverloop Op 23 juli 2024 is door het college van burgemeester en wethouders een voorkeursrecht gevestigd op diverse percelen in het gebied Kalteren in Diever. Dit voorkeursrecht is bekendgemaakt op 2 augustus 2024 in het Gemeenteblad en ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. Op 22 oktober 2024 is dit voorkeursrecht opnieuw gevestigd door de raad van de gemeente Westerveld. Dit voorkeursrecht is bekendgemaakt op 29 oktober 2024 in het Gemeenteblad en ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. Bij brief van 11 september 2024 (ontvangen op 11 september 2024) is tegen het besluit van het college van 23 juli 2024 bezwaar gemaakt door 5.1.2e en 5.1.2e 5.1.2e (hierna: bezwaarden). Zij hebben tevens een zienswijze ingediend bij de gemeenteraad. Bij brieven van 8 oktober 2024 (verzonden 9 oktober 2024) zijn bezwaarden gevraagd hun persoonlijk belang bij het bestreden besluit van 23 juli 2024 aan te geven. Zij hebben hier bij brief van 21 oktober 2024 op gereageerd. II.
Overwegingen/ oordeel
Ontvankelijkheid De commissie stelt allereerst vast dat het bezwaarschrift tijdig, dat wil zeggen binnen zes weken na de bekendmaking in het Gemeenteblad van 2 augustus 2024, is ingediend. Het besluit van het college is door het door de raad gevestigde voorkeursrecht komen te vervallen (artikel 9.4 lid 3 Omgevingswet). Op grond van artikel 16.32 c Omgevingswet wordt als bezwaar aanhangig is tegen een voorkeursrechtbeschikking van het college van burgemeester en wethouders en die beschikking vervalt omdat voor de onroerende zaak een voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad in werking is getreden, het bezwaar geacht te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad. Het bezwaarschrift is daarmee dus gericht tegen het besluit van de raad van 22 oktober 2024. De commissie merkt verder het volgende op. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen alleen belanghebbenden bezwaar maken tegen een besluit van een bestuursorgaan. Als belanghebbenden zijn aan te merken (rechts) personen wiens belang rechtstreeks bij een besluit zijn betrokken (artikel 1:2 Awb). Dat wil zeggen dat een belanghebbende een voldoende objectief, actueel, eigen, persoonlijk belang dient te hebben.
Dit brengt met zich mee dat uitsluitend eigenaren en rechthebbenden die in hun mogelijkheden worden beperkt door het voorkeursrecht, als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt in de zin van de Awb. Bezwaarden geven, kort samengevat, in hun bezwaarschrift en brief van 21 oktober 2024 aan dat zij met name bezwaar hebben tegen de voorkeursrechtbeschikking op perceel nummer 18. Zij wonen op slechts twee meter afstand van dit perceel gescheiden door een kleine sloot. Gezien de verscheidenheid aan wilde dieren die hier leven is het van belang dat dit agrarische perceel en ook de percelen 1183 en 1184 behouden blijven als natuurbuffer. Toekomstige veranderingen in de
bestemming van de grond voor woningbouw hebben een negatieve impact op de biodiversiteit en het behoud van de natuurlijke leefomgeving van deze wilde dieren. Bezwaarden geven aan zelf geïnteresseerd te zijn in de aankoop van perceel 18 om het behoud van de natuur zeker te stellen en te versterken. Uitsluiting van toekomstige bebouwing van perceel 18 voorkomt dat hun woongenot wordt aangetast en de waarde van hun woningen zal dalen. Zij zouden graag perceel 18 willen aankopen om in samenwerking met natuurorganisaties plannen te ontwikkelen die aansluiten bij de specifieke ecologische waarden en behoeften van dit gebied. De vestiging van een voorkeursrecht heeft tot gevolg dat de eigenaar van het desbetreffende perceel wordt beperkt in zijn mogelijkheden tot vervreemding hiervan. De door bezwaarden gevreesde woningbouw is echter geen direct uit het besluit voortvloeiend gevolg. Voor de eventuele realisering van die woningbouw zijn één of meer andere besluiten nodig waartegen bezwaarden, naar moet worden aangenomen, wel kunnen opkomen. Niet is gebleken dat bezwaarden een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang hebben. Zij voeren vooral het algemeen belang aan als argument en onderscheiden zich daarin bovendien niet van andere omwonenden en inwoners van Diever zodat zij niet als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 Awb kunnen worden aangemerkt.
De bezwaarden zijn ook niet de eigenaren of beperkt gerechtigden van de betreffende percelen waarop het voorkeursrecht is gevestigd. Zij zijn daarom niet-ontvankelijk in de bezwaarprocedure. De voorzitter van de commissie heeft wegens kennelijke niet- ontvankelijkheid daarom op grond van artikel 7:3 Awb j° artikel 10 van de Verordening commissie bezwaarschriften afgezien van het horen van belanghebbenden. Nu de commissie van mening is dat het bezwaarschrift niet- ontvankelijk moet worden verklaard, kan gelet op artikel 7:11 Awb de commissie niet inhoudelijk op de ingediende bezwaren ingaan. III. Advies Gelet op de onder II genoemde overwegingen adviseert de commissie de gemeenteraad het bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren. Aldus vastgesteld door de commissie van advies voor bezwaarschriften d.d. 22 november 2024. De voorzitter,
de secretaris,
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1, 2, 3