24.03.23 Verzoek tot interpellatie lelieteelt Diever
Tekst van het document
Aan de voorzitter van de gemeenteraad van Westerveld cc. het College van Burgemeester en Wethouders cc. de Griffie Lhee, 23 maart 2024
Geachte voorzitter van de Gemeenteraad van Westerveld, Conform artikel 44 van het Reglement van Orde dienen de fracties van Progressief Westerveld en Partij van de Arbeid hierbij een verzoek in tot het houden van een interpellatie in de raadsvergadering van 26 maart a.s. Aanleiding tot de interpellatie wordt gevormd door het voornemen van een teler om lelies te telen op het perceel DVR00-I-1924, gelegen langs de Molenweg te Diever, de daardoor ontstane onrust bij ouders en omwonenden, alsmede het bij de Gemeente Westerveld ingediende handhavingsverzoek. Het betreffende perceel is eerder in beeld geweest bij de gemeenteraad, toen in december 2021 omwonenden in een dialoogsessie met de raad hun zorgen kenbaar hebben gemaakt over de teelt van pioenrozen aldaar. Ook toen werd geconstateerd dat deze teelt zou plaatsvinden in de nabijheid van een basisschool, een locatie voor kinderopvang, particuliere huizen, een middelbare school sportvelden en een doorgaande toeristische fietsroute. Naar aanleiding daarvan werd op 21 december 2021 door de fracties van Partij van de Arbeid en Progressief Westerveld een motie ingediend.
Die motie greep terug op het door de gemeente met telers afgesloten Convenant, waarin in paragraaf 2.4.2 een spuitvrije zone is opgenomen vanaf woningen, kinderdagverblijven, scholen en recreatieterreinen van 20 meter, maar waarin ook nadrukkelijk staat dat “in goed overleg in individuele gevallen maatwerkoplossingen mogelijk zijn”. De motie, die om zo’n maatwerkoplossing verzocht, werd destijds door de raad verworpen. Op dit moment is een teler op ditzelfde perceel voornemens over te gaan tot het telen van lelies. Het verschil met de situatie in 2021 is dat de teelt van lelies nog intensiever gebruik maakt van pesticiden dan de teelt van pioenrozen, en dat nu – naast omwonenden – ook ouders van kinderen op de basisschool zich hebben uitgesproken. Ook is duidelijk dat het maatschappelijk debat over het gebruik van pesticiden in de intensieve landbouw na 2021 sterk is geïntensiveerd, en dat er inmiddels ook juridisch significante stappen zijn gezet. Wat hetzelfde is gebleven ten opzichte van 2021 is de nabijheid van een basisschool, een locatie voor kinderopvang, particuliere huizen, een middelbare school, sportvelden en een doorgaande toeristische fietsroute.
Voorzover bekend bij het opstellen van dit verzoek tot interpellatie is de situatie als volgt: • Omwonenden en bezorgde ouders hebben gezamenlijk via Urgenda een advocaat, die hen bijstaat in een voorgenomen civiele procedure tegen de teler. Naar alle waarschijnlijkheid zal ergens de komende dagen een dagvaarding uitgaan voor een Kort Geding. Dit is een nieuwe
•
•
•
civiele procedure in een reeks civiele procedures, die inmiddels in de gemeente zijn opgestart, en waarvan enkele al in het stadium van een bodemprocedure zijn aanbeland. In dit Kort Geding is de gemeente geen directe partij. Daarnaast is er ook binnen de Basisschool De Singelier het een en ander gebeurd. Na de eerdere situatie rondom de pioenrozen (zie hierboven) zijn er door Meten=Weten metingen gedaan nabij de school. Daarbij werden meer dan 40 middelen aangetroffen. Op basis daarvan was een aantal ouders al in gesprek gegaan met schoolleiding en Stichting Talent om hun zorgen te uiten. Nadat duidelijk was geworden dat dit jaar op het betreffende perceel lelies zouden worden geteeld, nam de onrust verder toe. De MR heeft namens een groep ouders de zorgen neergelegd bij de schoolleiding en deze heeft daarop contact gehad zowel met teler als met de ambtelijke organisatie. Ook is er rechtstreeks contact geweest tussen de bestuurder van de Stichting Talent met de wethouder. De schoolleiding heeft de ouders daarover op 14 maart ingelicht. De wethouder, de gedeputeerde, de teler en de advocaat van de teler hebben met elkaar gesproken over een oplossing. Daarbij zou de teler hebben aangegeven bereid te zijn de voorgenomen lelieteelt naar elders te verplaatsen, maar daarvoor de medewerking van de provincie nodig te hebben.
De provincie zou hebben aangegeven die medewerking niet te kunnen geven. De Vereniging Meten=Weten heeft op 5 maart jl. een aangetekende brief verzonden aan de teler (c.q. de initiatiefnemer) met daarin de verwijzing naar de zorgplicht van de Omgevingswet. Meten=Weten heeft daarop geen reactie ontvangen van de initiatiefnemer. Vervolgens heeft de Vereniging Meten=Weten op 14 maart jl. een verzoek tot handhaving gericht aan de gemeente Westerveld. Dat Handhavingsverzoek is ook ter kennisname aan de raad gestuurd. De gronden voor het Handhavingsverzoek staan daarin voldoende uitvoerig beschreven. Gegeven de termijn als gesteld in het Handhavingsverzoek van 14 dagen na dagtekening, zou het College op 28 maart a.s. op het verzoek gereageerd moeten hebben.
Op basis van bovenstaande hierbij de volgende vragen aan het College: 1. Is het College (met de fracties van Progressief Westerveld en Partij van de Arbeid) van mening dat de Provincie Drenthe in de hierboven geschetste situatie slechts geldend provinciaal beleid heeft toegepast en derhalve niets te verwijten valt? 2. Is het College (met de fracties van Progressief Westerveld en Partij van de Arbeid) van mening, dat de verantwoordelijkheid voor het vinden van geschikte (ook in maatschappelijk en juridisch opzicht) gronden voor specifieke teelten ligt bij de teler/ondernemer en niet bij overheden? 3. Is het College zich volledig bewust van de opdracht in de Omgevingswet om de omgevingskwaliteit, veiligheid en gezondheid van de mens te beschermen, van de daarmee gepaard gaande voorzorgplicht om handelingen te voorkomen die die zaken kunnen schaden, en van de daarmee gepaard gaande handhavingsplicht ex artikel 18.2 lid 5 Omgevingswet? 4. Wat was de inzet van het College bij de gesprekken, die gevoerd zijn met Provincie en teler? Welke doelen wilde het College met die gesprekken bereiken? 5.
Wat heeft het College gedaan met het gegeven dat ouders van de basisschool hun grote onrust hebben uitgesproken over de voorgenomen teelt in relatie tot de gezondheid van hun kinderen? Welke ondersteuning heeft het College de schoolleiding en het schoolbestuur geboden om met die onrust om te gaan?
6. Heeft het College op basis van eerdere adviezen op de website van de GGD met de GGD contact opgenomen voor het uitbrengen van nader advies in deze situatie? Zo ja, wat was het advies van de GGD? Zo nee, waarom niet? 7. Deelt het College de mening van de fracties van Progressief Westerveld en Partij van de Arbeid dat lelieteelt, c.q. andere teelten met een intensief gebruik van pesticiden, op deze specifieke locatie onwenselijk is? Met vriendelijke groet, Mede namens Ramona Rösener Manz, fractievoorzitter Partij van de Arbeid Michiel van de Kasteelen, fractievoorzitter Progressief Westerveld