2025.06.12 Statutenwijziging Stichting Talent Westerveld Varekamp
Tekst van het document
1
20020267.01 AV
STATUTENWIJZIGING STICHTING TALENT WESTERVELD
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
Vandaag, ** ** tweeduizend vijf en twintig, verscheen voor mij, mr. Johanna Woltera Varekamp, notaris in de gemeente Westerveld: de heer Dennie Lambers, wonende te 7833 DA Nieuw-Amsterdam, gemeente Emmen, Schoener 7, geboren te Emmen op een en dertig mei negentienhonderd zes en zeventig, gehuwd, ten deze handelend als gevolmachtigde van: het bestuur van de Stichting: Stichting Talent Westerveld, statutair gevestigd te gemeente Westerveld, kantoorhoudende te 7991 AA Dwingeloo, Drift 1 a, ingeschreven in het handelsregister onder nummer: 01146753, daartoe aangewezen in de na te melden bestuursvergadering en als zodanig bevoegd de Stichting te vertegenwoordigen. Stichting Talent Westerveld hierna te noemen: ‘de Stichting’. INLEIDING De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaarde: a. ter uitvoering van een besluit genomen op ** ** tweeduizend vijf en twintig door het college van bestuur van voormelde Stichting – bij welk besluit hij tevens tot het doen verlijden van deze akte is gemachtigd –, bij deze de Statuten van de Stichting geheel te wijzigen, zodat deze in zijn geheel komen te luiden zoals hierna vermeld. b. van het verhandelde in gemelde bestuursvergadering blijkt uit de notulen, waarvan een uittreksel aan deze akte is gehecht. c.
van de goedkeuring van de Raad van Toezicht van de Stichting blijkt uit een besluit van de Raad van Toezicht, waarvan blijkt uit een uittreksel uit de notulen van deze vergadering, dat aan deze akte is gehecht. d. van de goedkeuring van de gemeenteraad van de Gemeente Westerveld blijkt uit een afschrift van het gemelde raadsbesluit de dato ** ** tweeduizend vijf en twintig, waarvan een kopie aan deze akte is gehecht. STATUTEN Artikel 1. Begripsbepalingen. In deze statuten wordt verstaan onder: Gemeente: de gemeente Westerveld en diens rechtsopvolgers; Gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente waar scholen van de Stichting gevestigd zijn; College B&W: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerveld; Scholen; de scholen voor openbaar primair onderwijs die onder het bestuur van de Stichting ressorteren, te weten: 1. OBS de Bosrank, te 7971 BC Havelte, Havelter Schapendrift 22 (Brinnummer
2
10DF); KC de Vuursteen, te 8351 HR Wapserveen, Oude Dijk 59 (Brinnummer 11IZ); OBS Oosterveldschool, te 7975 AC Uffelte, Schoolstraat 4 (Brinnummer 11UN); OBS de Hoekstee, te 8381 BL Vledder, De Hoek 26 (Brinnummer 18MM); OBS Burgemeester W.A. Storkschool, te 7991 DA Dwingeloo, Heuvelenweg 22a (Brinnummer 18NW); 6. OBS de Kievitshoek, te 8384 EE Wilhelminaoord, Linthorst Homanstraat 24 (Brinnummer 18PE); 7. OBS de Singelier, te 7981 DV Diever, Schipper 11 (Brinnummer 19IV); 8. OBS Ten Darperschoele, te 7983 KN Wapse, Ten Darperweg 50 (Brinnummer 19KK). - Stichting: de rechtspersoon waarop de Statuten betrekking hebben, te weten de Stichting Talent Westerveld; WMS: de Wet medezeggenschap op scholen; WPO: de Wet op het Primair Onderwijs; GMR: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van Talent Westerveld; Directeur-Bestuurder: het bevoegd gezag van de Stichting; Schriftelijk: bij brief, fax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en elektronisch of op schrift kan worden ontvangen mits de identiteit van de verzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld; Statuten: de statuten van de Stichting, zoals die van tijd tot tijd zullen luiden. Artikel 2. Naam en zetel. 1. De Stichting draagt de naam: STICHTING TALENT WESTERVELD. 2. De Stichting heeft haar zetel in de gemeente Westerveld. Artikel 3. Doel. 1.
De Stichting heeft ten doel: a. het geven van openbaar onderwijs aan de scholen die onder haar gezag vallen als bedoeld in hoofdstuk I titel II, afdeling 1 van de WPO; b. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. 2. Het openbaar onderwijs dat door de scholen wordt verzorgd, draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de kernwaarden van het openbaar onderwijs, zijnde: ieder kind is welkom, iedereen is benoembaar, aandacht voor normen en waarden die leven
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
2. 3. 4. 5.
3
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
in de Nederlandse samenleving, met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid hiervan, democratische waarden en normen binnen de samenleving met aandacht voor burgerschap, aandacht voor levensbeschouwelijke en godsdienstige waarden en respectvolle omgang ten aanzien van de verscheidenheid binnen de samenleving. 3. De Stichting heeft niet ten doel het maken van winst. Artikel 4. Vermogen. 1. Het vermogen van de Stichting zal bestaan uit: a. Rijksbekostiging; b. vergoedingen voor de door de Stichting verleende diensten; c. subsidies en donaties; d. schenkingen, erfstellingen en legaten; e. alle andere wettige verkrijgingen en baten. 2. De Stichting kan erfstellingen slechts aanvaarden onder het voorrecht van boedelbeschrijving. Artikel 5. Bestuur. 1. Het Bestuur van de Stichting wordt gevormd door één natuurlijk persoon, de DirecteurBestuurder. 2. De Raad van Toezicht benoemt de Directeur-Bestuurder. 3. De Directeur-Bestuurder beschikt over algemene bestuurlijke kwaliteiten, heeft affiniteit met de doelstelling van de Stichting. De deskundigheid en achtergrond van de DirecteurBestuurder worden in algemene zin vastgelegd in een door de Raad van Toezicht op te stellen profielschets. 4. Bij de werving en selectie van de Directeur-Bestuurder wordt gebruik gemaakt van een benoemingsadviescommissie.
De benoemingsadviescommissie bestaat ten hoogste zes leden, bestaande uit twee leden van de GMR, met adviesrecht, waarvan minimaal één een ouder in de GMR dient te zijn, één lid met de hoedanigheid van schooldirecteur en drie leden van de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht levert de voorzitter. 5. De Directeur-Bestuurder wordt benoemd voor bepaalde tijd, te weten voor de duur van maximaal vier jaren. De Directeur-Bestuurder kan eenmaal worden herbenoemd voor de duur van maximaal vier jaar. 6. Een Directeur-Bestuurder mag niet: a. als advocaat, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de Stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de Stichting of van een andere bij het geschil betrokken partij; b. als wethouder als raadslid of als ambtenaar van de gemeente Westerveld werkzaam zijn; c. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden en in die hoedanigheid deelnemen aan het Decentraal Georganiseerd Overleg; d. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de Stichting als hierna bedoeld in onderdeel e.;
4
rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: i. het aannemen van werk ten behoeve van de Stichting; ii. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de Stichting; iii. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de Stichting; iv. het verhuren van roerende zaken aan de Stichting; v. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de Stichting; vi. het van de Stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; vii. het onderhands huren of pachten van de Stichting. g. Lid zijn van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad of één van de medezeggenschapsraden van één van de scholen onder de Stichting Talent Westerveld. Onverminderd het bepaalde in dit lid waakt de Directeur-Bestuurder in algemene zin tegen verstrengeling van zijn persoonlijke of zakelijke belangen met de belangen van de Stichting. 7. Een Directeur-Bestuurder kan te allen tijde worden geschorst door de Raad van Toezicht, met inachtneming van het bepaalde in de vigerende collectieve arbeidsovereenkomst. De schorsing kan plaatsvinden als de Raad van Toezicht vindt dat de bestuurder in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van het Bestuur van de Stichting.
Alvorens een Directeur-Bestuurder te schorsen vindt daarover overleg met de Directeur-Bestuurder plaats. De schorsing vervalt indien de Raad van Toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste eenmalig drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. De Directeur-Bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 8. De Raad van Toezicht is te allen tijde bevoegd een Directeur-Bestuurder te ontslaan. De Directeur-Bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de Raad van Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Een Directeur-Bestuurder kan onder meer worden ontslagen wegens: a. verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van omstandigheden of andere redenen op grond waardoor zijn handhaving redelijkerwijs niet van de Stichting kan worden verlangd; d. als hij failliet is of de schuldsanering natuurlijke personen op hem van toepassing is. 9. Een Directeur-Bestuurder defungeert: a. door zijn overlijden; b.
door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door zijn ontslag door de rechtbank;
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
f.
5
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
d. door zijn ontslag verleend door de Raad van Toezicht; e. door het verstrijken van de termijn van zijn benoeming als Directeur-Bestuurder; f. door het verstrijken van de duur van zijn arbeidsovereenkomst. 10. In een vacature voor Directeur-Bestuurder wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij ontstentenis of belet wordt de Directeur-Bestuurder waargenomen door één persoon die daartoe door de Raad van Toezicht wordt aangewezen. Als die persoon deel uitmaakt van de Raad van Toezicht zal hij daarvan niet langer deel meer uitmaken en na beëindiging van zijn werkzaamheden niet meer terugkeren in de Raad van Toezicht. Alvorens de Raad van Toezicht een waarnemer aanwijst zal zij daarvoor advies vragen van de GMR. 11. De beloning van de Directeur-Bestuurder wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht met inachtneming van het bepaalde in de vigerende collectieve arbeidsovereenkomst. Artikel 6. Taken en bevoegdheden Bestuur 1. De Directeur-Bestuurder is belast met het besturen van de Stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt de Directeur-Bestuurder zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 2. De Directeur-Bestuurder heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend. 3.
De Directeur-Bestuurder formuleert concrete doelstellingen van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt. De Directeur-Bestuurder legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen worden gehaald. 4. De Directeur-Bestuurder is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, zulks met inachtneming van het hierna in lid 5 onderdeel h. bepaalde. De Directeur-Bestuurder is voorts bevoegd (gewijzigd omdat dit anders in strijd is met lid 5 punt j) tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, zulks met inachtneming van het hierna in lid 5 onderdeel j. bepaalde. 5. De Directeur-Bestuurder heeft voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. het verrichten van handelingen waarbij een direct of indirect tegenstrijdig belang bestaat tussen de Directeur-Bestuurder en de Stichting.
Voor het begrip "tegenstrijdig belang" wordt aansluiting gezocht bij het bepaalde in de Wet bestuur en toezicht; b. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet in de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een
6
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
door de Raad van Toezicht vastgesteld en aan de Directeur-Bestuurder meegedeeld bedrag; c. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; d. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de Stichting; e. een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling; f. het doen van een voorstel tot en de opheffing of afsplitsing van een of meer door de Stichting in standgehouden school of scholen; g. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting of de in stand te houden scholen; h. het vaststellen of wijzigen van het strategisch meerjarenplan; i. het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen; j. het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt; k. het nemen van besluiten die zijn genoemd in artikel 12 (statutenwijziging), artikel 13 (ontbinding), artikel 14 (fusie en splitsing). 6. De Directeur-Bestuurder stelt - na voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht het volgende vast: a. het Strategisch beleidsplan; b.
de Formatieplanning; c. de Jaarrekening en het jaarverslag; d. de Begroting. 7. De Directeur-Bestuurder is verantwoordelijk voor het opstellen van een conflictenregeling. 8. Tegen de achtergrond van de in de Directeur-Bestuurder benodigde deskundigheid draagt de Directeur-Bestuurder zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Artikel 7. Vertegenwoordiging 1. De Directeur-Bestuurder vertegenwoordigt de Stichting, voor zover uit de WPO niet anders voortvloeit. 2. De Directeur-Bestuurder kan besluiten tot de verlening van een volmacht aan derden om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Artikel 8. Toezicht Bestuur 1. De Raad van Toezicht houdt toezicht op de Directeur-Bestuurder. Dit geschiedt op de wijze en binnen de kaders als omschreven in deze statuten en de WPO. 2. De Raad van Toezicht is in ieder geval belast met de taken als omschreven in artikel 17c van de WPO, waaronder de naleving van de Code Goed Bestuur.
7
De Gemeenteraad is in geval van ernstige taakverwaarlozing door de DirecteurBestuurder of functioneren in strijd met de WPO bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de Stichting te ontbinden overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 van de WPO. 4. Minimaal één keer per jaar wordt het functioneren van de Directeur-Bestuurder door de Raad van Toezicht beoordeeld. Voorafgaand daaraan wordt informatie ingewonnen bij de GMR. Artikel 9. Raad van Toezicht 1. De Raad van Toezicht houdt toezicht op het beleid van de Directeur-Bestuurder en op de algemene gang van zaken binnen de Stichting, onverminderd het bepaalde ten aanzien van de Gemeenteraad in deze statuten en de WPO. De Raad van Toezicht heeft een klankbordfunctie naar de Directeur-Bestuurder. 2. De Raad van Toezicht bestaat uit vijf natuurlijke personen. De Raad van Toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 3. De Gemeenteraad benoemt de leden van de Raad van Toezicht. Benoeming geschiedt met inachtneming van een vooraf openbaar gemaakte profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de Raad van Toezicht en de afzonderlijke leden van de Raad van Toezicht worden beschreven. 4. De Raad van Toezicht nodigt de GMR uit om voor één zetel een bindende voordracht te doen. 5. De oudergeleding van de GMR draagt twee zetels in de Raad van Toezicht bindend voor. 6.
De Raad van Toezicht doet aan de Gemeenteraad een voordracht voor de benoeming van twee leden van de Raad van Toezicht. 7. Ieder lid van de Raad van Toezicht vervult zijn taak zonder last of ruggespraak, en onafhankelijk van bij de Stichting dan wel haar instellingen betrokken deelbelangen. Bij de vervulling van zijn taak richt de Raad van Toezicht zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 8. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens het rooster aftredend lid van de Raad van Toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. 9. Eventuele bezoldiging van leden van de Raad van Toezicht geschiedt op basis van een door de Raad van Toezicht vastgesteld - en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt - reglement. Jaarlijks verantwoordt de Directeur-Bestuurder uitdrukkelijk in de jaarrekening welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. 10.
De Directeur-Bestuurder verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de Raad van Toezicht alle inlichtingen over de aangelegenheden van de Stichting die deze mocht verlangen. De Raad van Toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen in
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
3.
8
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting. Het/de door de Raad van Toezicht aangewezen lid/leden van deze raad heeft/hebben te allen tijde toegang tot alle bij de Stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. De Raad van Toezicht ontvangt daarnaast te allen tijde het advies van de GMR als copie conform. 11. De Raad van Toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 12. Een lid van de Raad van Toezicht mag niet: a. als advocaat, (procureur verwijderd), gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de Stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de Stichting of van een andere bij het geschil betrokken partij; b. als wethouder als raadslid of als ambtenaar van de Gemeente Westerveld werkzaam zijn; c. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden en in die hoedanigheid deelnemen aan het Decentraal Georganiseerd Overleg; d. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de Stichting als hierna bedoeld in onderdeel e; e. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: i. het aannemen van werk ten behoeve van de Stichting; ii. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de Stichting; iii.
het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de Stichting; iv. het verhuren van roerende zaken aan de Stichting; v. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de Stichting; vi. het van de Stichting verkrijgen van (rechten of aanspraken op) onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; vii. het huren of pachten van de Stichting. Onverminderd het bepaalde in dit lid waken de leden van de Raad van Toezicht in algemene zin tegen verstrengeling van hun persoonlijke of zakelijke belangen met de belangen van de Stichting. 13. Een lid van de Raad van Toezicht kan te allen tijde worden geschorst of ontslagen door de Gemeenteraad of door de Raad van Toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van de in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht, evenwel met uitzondering van het betreffende lid van de Raad van Toezicht. Een schorsing vervalt als niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing is besloten tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering waarin schorsing of verlenging daarvan, of het ontslag aan de orde is, te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.
9
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
14. Een lid van de Raad van Toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. door zijn ontslag verleend door de Gemeenteraad; e. door zijn ontslag verleend door de rechtbank; f. door zijn ontslag hem verleend door de Raad van Toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht, evenwel met uitzondering van het betreffende lid van de Raad van Toezicht; g. als hij het vrije beheer over zijn vermogen verliest; h. als hij lid van de Directeur-Bestuurder wordt. 15. In vacatures van de Raad van Toezicht wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige Raad van Toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht waargenomen door de persoon/personen die daartoe door de Gemeenteraad is of zijn aangewezen. De Gemeente dient zo spoedig mogelijk nadat deze situatie is ontstaan hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld.
Gaat de Gemeenteraad niet binnen twee weken nadat hij van de gemelde situatie op de hoogte is gesteld tot een zodanige aanwijzing over dan wordt de Raad van Toezicht waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is aangewezen. 16. Twee keer per jaar heeft de Raad van Toezicht een gesprek met de GMR over de Stichting. 17. De Raad van Toezicht evalueert ten minste eenmaal per jaar – buiten aanwezigheid van de Directeur-Bestuurder – haar eigen functioneren als toezichthoudend orgaan. De Raad van Toezicht bespreekt het resultaat van de evaluatie met de Directeur-Bestuurder. Artikel 10. Werkwijze 1. De Raad van Toezicht vergadert zo dikwijls de meerderheid van zijn leden of de voorzitter - indien die is benoemd - dit nodig acht. In de vergaderingen van de Raad van Toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met een volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij anders in deze Statuten is bepaald. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.
Het lid van de Raad van Toezicht dat een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt dit terstond aan de voorzitter van de Raad van Toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie. De overige leden van de Raad van Toezicht besluiten buiten aanwezigheid van het betrokken lid van de Raad van Toezicht of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie(s). Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming
10
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie(s). Wanneer hierdoor geen besluit van de Raad van Toezicht zou kunnen worden genomen, wordt het besluit desalniettemin genomen door de Raad van Toezicht onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. 2. Het oproepen tot een vergadering is voorbehouden aan de voorzitter van de Raad van Toezicht. Het oproepen tot een vergadering kan daarnaast geschieden in het geval dat ten minste drie leden van de Raad van Toezicht de wens bij de voorzitter hebben aangegeven. 3. De bijeenroeping van de vergaderingen van de Raad van Toezicht geschiedt Schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeente Westerveld, te bepalen door degene die de vergadering bijeen roept, dan wel bijeenroepen.
Indien in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde wordt gehandeld, kan de Raad van Toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 4. De Raad van Toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 5. Een lid van de Raad van Toezicht kan zich door een ander lid van de Raad van Toezicht ter vergadering schriftelijk laten vertegenwoordigen. Eén lid van de Raad van Toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 6. De voorzitter leidt de vergaderingen van de Raad van Toezicht; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 7. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande dat stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 8.
Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit. 9. Van het verhandelde in de vergaderingen van de Raad van Toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend. 10. De Raad van Toezicht regelt zijn werkzaamheden en al hetgeen zijn functioneren betreft aanvullend bij reglement. In ieder geval wordt hierin een regeling voorzien betreffende de wijze van vergaderen en besluitvorming.
11
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
Artikel 11. Boekjaar en jaarstukken. 1. Het boekjaar van de Stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. De Directeur-Bestuurder stelt jaarlijks een begroting op. Na de voorafgaande goedkeuring door de Raad van Toezicht wordt de begroting vervolgens vastgesteld door de Directeur-Bestuurder. De Directeur-Bestuurder zendt de begroting vóór één december ter informatie aan de Gemeenteraad. 3. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de Stichting, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de Raad van Toezicht op grond van bijzondere omstandigheden, maakt de Directeur-Bestuurder een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar. Bij het opmaken van het jaarverslag houdt de Directeur-Bestuurder rekening met bepaalde in artikel 3 (doel) en legt de DirecteurBestuurder verantwoording af over de specifieke kenmerken van het openbaar onderwijs en de gehanteerde Code Goed Bestuur. Bij het opmaken van de jaarrekening houdt de Directeur-Bestuurder rekening met het bepaalde in artikel 5 lid 11 en artikel 9 lid 9 (bezoldiging en onkostenvergoeding Directeur-Bestuurder en leden Raad van Toezicht). Het jaarverslag wordt openbaar gemaakt. 4. Na de voorafgaande goedkeuring door de Raad van Toezicht wordt de jaarrekening vervolgens vastgesteld door de Directeur-Bestuurder.
De Directeur-Bestuurder zendt binnen twee weken na vaststelling van de jaarrekening een afschrift daarvan aan de Gemeenteraad. De jaarrekening wordt ondertekend door ieder lid van de DirecteurBestuurder, de voorzitter van de Raad van Toezicht en indien van toepassing de voorzitter van de auditcommissie. Indien de ondertekening van één of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt conform het bepaalde in artikel 2: 300 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. 5. De Raad van Toezicht draagt jaarlijks de Directeur-Bestuurder op de jaarrekening te laten onderzoeken door een door de Raad van Toezicht aangewezen accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. 6. De Directeur-Bestuurder is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren. Artikel 12. Statutenwijziging. 1. De Directeur-Bestuurder is bevoegd de Statuten te wijzigen. Een verzoek daartoe kan ook door de Raad van Toezicht worden gedaan, waarna de Directeur-Bestuurder verplicht is daaraan uitvoering te geven. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de Gemeenteraad. 2.
Een Statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Elk lid van de Directeur-Bestuurder is bevoegd deze akte te doen verlijden.
12
De Directeur-Bestuurder is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. Artikel 13. Ontbinding. 1. De Directeur-Bestuurder is bevoegd de Stichting te ontbinden. Een verzoek daartoe kan ook door de Raad van Toezicht worden gedaan, waarna de Directeur-Bestuurder verplicht is daaraan uitvoering te geven. 2. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de Gemeenteraad. 3. Voorts is de Gemeenteraad, in geval van ernstige taakverwaarlozing door de DirecteurBestuurder of functioneren in strijd met de WPO als bedoeld in artikel 48 van de WPO, bevoegd zo nodig de Stichting te ontbinden. 4. Tenzij de Raad van Toezicht anders besluit, is de Directeur-Bestuurder met de vereffening belast, zulks onder toezicht van de Raad van Toezicht. 5. De vereffenaar(s) draagt/dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 6. De Raad van Toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast. 7. Na de ontbinding blijft de Stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is.
Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de Stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 8. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaar(s) aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 3 van het voorgaande artikel vermelde register. Artikel 14. Juridische fusie/splitsing Het bepaalde in artikel 12 leden 1 en 2 is van overeenkomstige toepassing op besluiten van de Directeur-Bestuurder tot juridische fusie en splitsing. Artikel 15. Slotbepaling. (eerste lid vervallen en vernummerd) 1. In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de wet, prevaleert de wet. 2. In alle gevallen de Stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist de Directeur-Bestuurder nadat de Raad van Toezicht is gehoord. 3. In alle gevallen waarin zowel de wet als de Statuten niet voorzien, beslist het Bestuur. VOORLICHTING EN BELEHRUNG
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
3.
13
C
O
N
C
E
P
T
12
-0
6-
20
25
De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaarde dat hij is voorgelicht door de notaris over de inhoud en gevolgen van onderhavige akte, hij de inhoud begrijpt en zich van de gevolgen daarvan bewust is. Hij vrijwaart de notaris voor iedere aansprakelijkheid deswege. SLOT. De verschenen persoon, is mij, notaris, bekend. De identiteit van de verschenen persoon, is door mij, notaris, vastgesteld. Deze akte is vandaag verleden te Dwingeloo. De inhoud van de akte is aan de verschenen persoon opgegeven en toegelicht. Hij heeft verklaard tijdig van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen. Onmiddellijk daarna is de akte beperkt voorgelezen en door de verschenen persoon en mij, notaris ondertekend.