Septembercirculaire 2022 Toelichting.pdf
Tekst van het document
TOELICHTING OP UITKOMSTEN SEPTEMBERCIRCULAIRE 2022
INLEIDING Op woensdag 21 september 2022 is de septembercirculaire 2022 door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties digitaal beschikbaar gesteld. De circulaire biedt nieuwe inzichten in de ontwikkelingen van het Gemeentefonds. In dit voorstel worden de uitkomsten van de septembercirculaire 2022 per onderdeel afgezet tegen de uitkomsten van de meicirculaire 2022. De uitkomsten voor begrotingsjaar 2022 verwerken we in derde bestuursrapportage 2022, voor 2023 en verder in de eerste bestuursrapportage 2023 en perspectiefnota 2024-2027. In hoofdstuk 1 lichten we de middelen die we ontvangen uit het gemeentefonds toe. We starten met de algemene uitkering en gaan verder met de integratie- en decentralisatieuitkeringen, de integratie-uitkering Sociaal domein en de frictiekostenvergoeding. Per onderdeel geven we een analyse van het verschil met meicirculaire 2022. In hoofdstuk 2 gaan we in op de inzet van de middelen uit het gemeentefonds en de gevolgen voor ons meerjarenbeeld. HOOFDSTUK 1 OPBOUW SEPTEMBERCIRCULAIRE 2022 In totaal zijn de uitkomsten van de septembercirculaire als volgt: TOTAAL EFFECT CIRCULAIRE
(bedragen x € 1.000, plus is voordeel)
Septembercirculaire 2022 Meicirculaire 2022 Verschil
2022 128.651 124.507 4.144
2023 125.740 123.603 2.137
2024 126.835 125.720 1.145
2025 126.538 126.256 282
2026 119.311 116.469 2.842
Hieronder geven we toelichting op de verschillen, opgesplitst naar algemene uitkering, de integratie- en decentralisatie-uitkeringen, de integratie-uitkering sociaal domein en de frictiekostenvergoeding. 1.1
Algemene Uitkering
De afrekening voor het uitkeringsjaar 2021 wordt met € 123.500 verlaagd door een aanpassing van de rijksvolumina bij de maatstaven. Ten opzichte van de meicirculaire 2022 constateren wij bij de algemene uitkering de ten aanzien van de begroting 2022 en verdere jaren de volgende mutaties: Algemene Uitkering
(bedragen x € 1.000, plus is voordeel)
Septembercirculaire 2022
2022 111.419
2023 116.842
2024 118.271
2025 118.200
2026 111.179
Meicirculaire 2022 Verschil
108.408 3.011
114.759 2.083
117.179 1.092
117.972 228
108.389 2.790
2022
2023
2024
2025
2026
Dit verschil is als volgt opgebouwd: Algemene Uitkering
(bedragen x € 1.000, plus is voordeel)
Accresontwikkeling/nominale ontwikkeling Eenmalige rijksbijdrage financieringssystematiek
1.220
241
-521
-898 2.884
BCF-plafond
1.054
Uitkeringsbasis
324
775
829
887
815
Overig uitkeringsfactor
-13
74
18
-18
100
Subtotaal
1.365
2.069
1.088
348
2.901
Energietoeslag Energietoeslag (correctie meicirculaire)
1.275
154
120
Asiel (inburgering)
323 70
Participatie IPS regeling Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten
-84
-88
-91
-85
Bijdrage centrale financiering GDI
-27
-28
-29
-27
Overige taakmutaties/afronding
-27
-22
-2
1
Subtotaal taakmutaties
1.645
14
4
-120
-111
Totaal
3.011
2.083
1.092
228
2.790
Taakmutaties > € 25.000 zijn afzonderlijk in de tabel opgenomen. Kleinere bedragen zijn samengevoegd onder de noemer overige taakmutaties.
Accresontwikkeling/nominale ontwikkeling: In de zomer van 2022 hebben de fondsbeheerders en de VNG afgesproken een splitsing in het accres aan te brengen tussen een volumedeel en een nominaal deel. Het volumedeel is vastgeklikt voor de jaren 2022 t/m 2025. Het nominale deel heeft betrekking op de loonprijsontwikkeling en wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de meicirculaire. De accressen zijn bijgewerkt op basis van de normeringssystematiek. In deze septembercirculaire geen extra compensatie wordt verstrekt voor gestegen inflatie. Dit werkt cumulatief door. Gemeenten kunnen hun begroting opstellen op basis van lopende of constante prijzen. Net als de meeste gemeenten gaan wij uit van constante prijzen. Daarom berekenen we Daarnaast onze algemene uitkering ook op basis van constante prijzen. Hiervoor moeten we de algemene uitkering in lopende prijzen corrigeren. Dit gebeurde door de prijsmutatie Bbp, een officieel indexcijfer van Centraal Bureau Statistiek (CBS). Dit indexcijfer, op dit moment 2,5%, is te laag gebleken gelet op de huidige inflatie. Met ingang van de septembercirculaire 2022 vindt de correctie van de berekening van de algemene uitkering plaats op basis van wat de gemeenten via het loon- en prijsaccres (LPO) gecompenseerd krijgen. Dit is een sluitend systeem.
Wel is er eenmalig een probleem, omdat er in de meicirculaire 2022 gecorrigeerd is op basis van het Bbp dat te laag was. In deze circulaire betekent dit een negatief accres vanaf 2025. Eenmalige rijksbijdrage financieringssystematiek: Het rijk werkt met gemeenten en provincies door aan een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. In de aanloop daarnaartoe stelt het rijk eenmalig 1 miljard extra in 2026 beschikbaar. BCF-plafond: Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een inschatting gemaakt van de declaraties door gemeenten bij het BTW-compensatiefonds. Door een verwachte onderschrijding ten opzichte van het plafond wordt een voorschot op de afrekening 2022 verwerkt. Uitkeringsbasis: Wijzigingen in de basis (eenheden) voor de maatstaven waarmee de uitkering wordt berekend. Taakmutaties: In deze circulaire is een aantal taakmutaties verwerkt: o Energietoeslag: De eenmalige energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen is verhoogd, van € 800 naar € 1.300. Het extra budget dat van het rijk wordt ontvangen is inclusief uitvoeringskosten. Voorgesteld wordt deze taakmutatie in de begroting te verwerken. o Energietoeslag (correctie meicirculaire): De verdeling over gemeenten van de energietoeslag is bepaald op basis van verkeerde maatstaven. Dit wordt in deze circulaire gecorrigeerd. Voorgesteld wordt deze taakmutatie in de begroting te verwerken.
o Asiel (inburgering): Als gevolg van een hogere instroom van inburgeraars is wordt het budget hiervoor verhoogd. Voorgesteld wordt deze taakmutatie in de begroting te verwerken. o Participatie IPS-regeling: Voor de regeling Individuele plaatsing en steun (IPS) voor de gemeentelijke doelgroep is een bedrag beschikbaar waarvoor gemeenten volgens bestuurlijke afspraken de helft bijdragen. Het betreft IPS trajecten voor mensen die vallen onder de re-integratie verantwoordelijkheid van gemeenten. Deze taakmutatie is niet direct te relateren aan een verlaging van lasten. Voorgesteld wordt deze taakmutatie ten laste van de vrije begrotingsruimte te brengen. o Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten: Met ingang van 2023 wordt een structureel bedrag uit het gemeentefonds genomen ten behoeve van uitvoeringskosten van de sociale verzekeringsbank van de jeugdwet en de wmo. Deze taakmutatie is niet direct te relateren aan een verlaging van lasten. Voorgesteld wordt deze taakmutatie ten laste van de vrije begrotingsruimte te brengen. o Bijdrage centrale financiering GDI: De financiering van de generieke digitale infrastructuur (GDI) wordt vanaf begrotingsjaar 2023 centraal ondergebracht bij het ministerie van BZK. Deze taakmutatie is niet direct te relateren aan een verlaging van lasten.
Voorgesteld wordt deze taakmutatie ten laste van de vrije begrotingsruimte te brengen. 1.2 Integratie- en decentralisatie uitkeringen Op totaalniveau verhouden de integratie- en decentralisatie uitkeringen zich in de septembercirculaire 2022 ten opzichte van de meicirculaire 2022 als volgt: IU/DU
(bedragen x € 1.000, plus is voordeel)
Septembercirculaire 2022 Meicirculaire 2022 Verschil
2022 2.869 1.781 1.088
2023 1.010 957 54
2024 1.010 957 54
2025 994 941 54
2026 994 941 53
Ten opzichte van de meicirculaire is sprake van € 1.088.000 aan extra middelen in 2022 en € 54.000 meer middelen in 2023 tot in 2026. Dit betreft: IU/DU
(bedragen x € 1.000, plus is voordeel)
Invoeringskosten omgevingswet
2022 804
Wet kwaliteitsborging bouw
132
Leerlingenvervoer Oekraïne
28
Gezond in de stad Maatschappelijke begeleiding statushouders
17 107 1.088
2023
2024
2025
2026
54
54
54
53
54
54
54
53
Invoeringskosten omgevingswet: Het rijk draagt bij aan de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de omgevingswet. Er volgt nog een landelijke evaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in beeld worden gebracht. Wet kwaliteitsborging bouw (WKB): De WKB treedt naar verwachting vanaf 1 januari 2023 gefaseerd in werking. Voor de voorbereidingskosten van de invoering wordt in 2022 een bedrag beschikbaar gesteld. Voor de uitvoering van de weet stelt het rijk voor 2023 tot en met 2026 bedragen beschikbaar. Leerlingenvervoer Oekraïne: Een tegemoetkoming in kosten die gemeenten hebben gemaakt vanaf 1 maart 2022 tot aan de zomervakantie op 16 juli 2022. Gezond in de stad: In het kader van het actieprogramma “Kansrijke start” (eerste 1000 dagen van kinderen) zijn meer middelen aan de decentralisatie-uitkering toegevoegd. Maatschappelijke begeleiding statushouders: Ook voor deze decentralisatie-uitkering heeft het rijk extra middelen toegevoegd. 1.3 Integratie-uitkering sociaal domein De integratie-uitkering sociaal domein is een uitkering bestemd voor diverse deeltaken binnen het sociaal domein. De mutatie ten opzichte van de meicirculaire is als volgt:
IU Sociaal domein
(bedragen x € 1.000, plus is voordeel)
Septembercirculaire 2022 Meicirculaire 2022 Verschil
2022 11.575 11.529 45
2023 7.887 7.887 0
2024 7.584 7.584 0
2025 7.344 7.344 0
2026 7.139 7.139 0
Voor het onderdeel participatie is in 2022 € 45.000 aan deze integratie-uitkering toegevoegd voor het opvangen van exploitatietekorten van het sociaal werkbedrijf als gevolg van de corona-pandemie. Dit bedrag is niet nodig voor de inzet bij Novatec. Vanaf 2023 vindt de verdeling van de integratie-uitkering Voogdij/18+ plaats via objectieve maatstaven via de algemene uitkering. 1.4 Frictiekostenvergoeding Tot en met 2022 wordt een frictiekostenvergoeding van het Rijk ontvangen ter dekking van kosten inzake de herindeling. Geen wijziging in de septembercirculaire ten opzichte van de meicirculaire. Frictiekostenvergoeding
(bedragen x € 1.000, plus is voordeel)
Septembercirculaire 2022 Meicirculaire 2022 Verschil
2022 2.788 2.788 0
HOOFDSTUK 2 INZET MIDDELEN SEPTEMBERCIRCULAIRE 2022 In dit hoofdstuk gaan we in op de inzet van de middelen uit de septembercirculaire. Tegenover extra baten kunnen ook extra lasten staan. In de circulaire zijn meer middelen voor diverse doeleinden opgenomen. We stellen voor een deel van deze middelen te labelen, dat betekent dat we ze neutraal in de begroting verwerken door hier een lastenpost tegenover te stellen. Het bedrag dat niet specifiek is gelabeld heeft een effect op de saldi in het meerjarenbeeld. Uitgangspunt hierbij is, dat de extra baten ten gunste van het meerjarenbeeld worden gebracht, tenzij… In onderstaand overzicht zijn op dit moment nog alle extra middelen (of juist minder middelen) niet ten laste dan wel ten gunste van het meerjarenbeeld gebracht. Het gaat hierbij om de taakmutaties. De extra middelen zijn in de basis vrij besteedbaar. Tenzij er voorstellen voor de inzet aan ten grondslag liggen of, dat de inzet van de middelen onontkoombaar is brengen we deze ten gunste van het meerjarenbeeld. Als we bovenstaand toepassen op de gemeentefondsuitkering dan komen we tot het volgende overzicht Ruimte meerjarenbeeld
2022
2023
2024
Algemene uitkering
1.365
2.069
1.088
348
2.901
Taakmutaties met effect vrije ruimte
-22
-140
-116
-120
-111
Integratie-uitkering sociaal domein
45 1.929
972
228
2.792
Ruimte voor meerjarenbeeld
1.388
2025
2026
Met name de laatste jaarschijf 2026 is door een eenmalige toevoeging van € 1 mld. aan het gemeentefonds positiever dan eerder gepresenteerd. Het “ravijnjaar” is daarmee gedeeltelijk verschoven naar 2027.