Jaarstukken 2024 Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Groningen
Tekst van het document
Jaarstukken 2024
Inhoudsopgave 1
Inleiding
6
2 Resultaat en resultaatbestemming
7
3 Functioneel leeftijdsontslag
9
4 Programmaverantwoording
11
4.1
4.2 4.3 4.4
Brandweerzorg
11
4.1.1
14
Risicobeheersing
4.1.2 Baten en lasten programma Brandweer
18
Crisisbeheersing
19
4.2.1 Baten en lasten programma Crisisbeheersing
21
Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG)
21
4.3.1 Baten en lasten programma GKG
23
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)
24
4.4.1 Baten en lasten programma GHOR
25
5 Paragrafen
26
5.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
26
5.2
Onderhoud kapitaalgoederen
30
5.3
Financiering
31
5.4
Bedrijfsvoering
33
5.5
Communicatie
36
5.6
Verbonden partijen
37
6 Balans en overzicht van baten en lasten
38
6.1
Balans
38
6.2
Overzicht van baten en lasten
40
6.3
Waarderingsgrondslagen en resultaatbepaling
41
7 Toelichtingen 7.1
Toelichting balans
43 43
7.2
7.1.1
Vaste activa
43
7.1.2
Vlottende activa
43
7.1.3
Vaste passiva
44
7.1.4
Vlottende passiva
47
7.1.5
Niet in de balans opgenomen verplichtingen
48
Toelichting baten en lasten
48
7.2.1
Brandweerzorg
50
7.2.2 Crisisbeheersing
54
7.2.3 Gemeentelijke kolom Groningen (GKG)
56
7.2.4 Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR)
57
7.3
Rechtmatigheidsverantwoording
59
7.4
WNT-verantwoording 2024
60
8 Gebeurtenissen na balansdatum
62
9 Bijlagen
64
9.1
Gemeentelijke bijdrage
64
9.2
Rijksbijdrage BDuR en SiSa
66
9.3
Over te hevelen kredieten
67
9.4
Reserves
68
9.5
Risico’s
69
9.6
Geldleningen
75
9.7
Taakvelden
76
9.8
Begrotingsrechtmatigheid
78
3
4
Voorwoord We kijken terug op ons jubileumjaar: we bestonden in 2024 precies 10 jaar. Op veel gebieden bleef het relatief rustiger dan in de afgelopen jaren. Crises zoals de vluchtelingenopvang en aardbevingsproblematiek sluimeren nog steeds en worden met aandacht gevolgd. Opvallend in de zomer waren de vele schuurbranden in korte tijd. Drie weken, vijf branden. Met man en macht stonden we klaar om te redden wat er te redden viel. En ondanks de vakantieperiode is dat bijzonder goed gelukt. We hebben uiteraard ook continu aandacht voor de nieuwe opgaves, ingegeven door geopolitieke ontwikkelingen zoals hybride dreigingen en de conflicten in de wereld. Deze hebben impact op onze samenleving en daarmee ook op het takenpakket van ons werk. Zowel de digitale omgeving (KCR-2, VIK en onderdeel worden van het vitale crisisproces) als het thema weerbaarheid vragen veel aandacht. Landelijke taken vragen ook om landelijke financiering. De financiering van bestaande en nieuwe taken staat hoog op de landelijke en regionale agenda’s en blijft ook volgend jaar actueel. Steeds weer kijken we nauwgezet waar we (wettelijk) van zijn en of we ook de middelen daarbij krijgen. Ook kijken we in de organisatie steeds weer hoe we ons het best kunnen organiseren om onze taken sober en doelmatig uit te voeren.
Verder was het vooral een jaar gevuld met mooie momenten en evenementen zoals DelfSail, waarin we onze krachten en capaciteiten hebben kunnen laten zien. Een ander gedenkwaardig moment was de opening van de nieuwe ringweg. Na zes jaar bouwen was afgelopen jaar onze nieuwe rondweg eindelijk klaar. Een megaproject waar we van meet af aan bij betrokken waren. En een opluchting voor de hulpdiensten, zoals de brandweer in Stad die er heeft kunnen kijken en oefenen. Samen kijken we terug op een heel mooi jubileumjaar waarin we wederom lieten zien waar we goed in zijn: Veiligheid. Wilma Mansveld Directeur Veiligheidsregio Groningen
5
1
Inleiding
In een omgeving van rust en ruimte willen wij alle inwoners van Groningen de mogelijkheid bieden om een gezond bestaan op te bouwen. Hoewel we de gevaren niet volledig kunnen elimineren, is het onze verantwoordelijkheid om grip te krijgen op de risico’s en de gevolgen van incidenten te bestrijden. Veiligheidsregio Groningen zet zich hier dag en nacht voor in. Binnen onze veiligheidsregio werken tien gemeenten, de brandweer, geneeskundige diensten, de politie, het Openbaar Ministerie en diverse publieke en private (veiligheids)partners nauw samen. Deze samenwerking is gericht op het beheersen van risico’s, het verlenen van brandweerzorg, hulpverlening en de voorbereiding op crises. Dagelijks zijn wij als netwerkorganisatie in overleg om op risico’s te anticiperen, gezamenlijk te leren, crises te voorkomen, incidenten te bestrijden en de veiligheid in onze regio te waarborgen. De brandweer fungeert binnen de veiligheidsregio als de grootste uitvoerende organisatie. In onze jaarstukken, bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening, rapporteren wij over onze behaalde resultaten aan de hand van de indeling van de beleidsbegroting die vier programma’s omvat waarin onze (wettelijke) taken en prestaties zijn opgenomen. Dit biedt inzicht in onze bijdrage aan de veiligheid in Groningen. Een aanzienlijk deel van ons werk is zichtbaar, zoals de brandbestrijding door de brandweer.
Echter, ook achter de schermen vindt er veel activiteit plaats. In dit jaarverslag komen alle aspecten van ons werk aan bod. De afgelopen jaren zijn onze organisatiekosten gestegen als gevolg van diverse ontwikkelingen (zoals de caoaanpassingen, opleidingen, meldkamer Noord-Nederland en huisvesting kazernes). De VRG heeft dit kunnen opvangen binnen de begroting door strak te sturen op de uitgaven en door het hanteren van de vastgestelde financiële hygiëneregels. We zien echter dat deze opwaartse druk op de financiën van de veiligheidsregio’s in het algemeen en specifiek in Groningen duidelijker voelbaar wordt. De rek is eruit. In 2024 is gebleken dat we de materiële lasten effectief hebben kunnen beheersen door investeringen uit te stellen en strikte prioritering toe te passen. Hierdoor kunnen we de hogere personele lasten opvangen. Dit is noodzakelijk, aangezien personele lasten in 2024 minder goed bij te sturen blijken te zijn, voornamelijk door autonome ontwikkelingen zoals caoaanpassingen, die buiten onze invloedssfeer vallen. Het resultaat zonder FLO bedraagt € 125.000 negatief en hoewel dit een tekort is, zijn we trots op wat we hebben bereikt. Het afgelopen jaar heeft ons voor grote uitdagingen gesteld, maar door een sterke focus op de financiën te houden en te sturen op onze uitgaven, zijn we in staat geweest om dit minimale tekort te realiseren.
In de volgende hoofdstukken presenteren wij u het jaarverslag en de jaarrekening. Hoofdstuk 2 biedt een nadere toelichting op het resultaat en de bestemming daarvan. In hoofdstuk 3 geven wij inzicht in de ontwikkeling van de FLO-voorziening. De programmaverantwoording van het gevoerde beleid in 2024 wordt gepresenteerd in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 bevat de op grond van het BBV verplichte paragrafen, die verder worden toegelicht. De hoofdstukken 6 en verder behandelen de financiële verantwoording en de bijbehorende toelichtingen.
6
2 Resultaat en resultaatbestemming Het voordelige resultaat over 2024 bedraagt € 3.647.000 en kan als volgt worden samengevat: • Regulier resultaat € 125.000 nadelig • Resultaat nieuwe systematiek FLO € 3.772.000 voordelig Voorgesteld wordt om vooruitlopend op het definitieve besluit van het bestuur het resultaat als volgt te bestemmen: 1. Onttrekking algemene reserve € 125.000 nadelig 2. Geoormerkte toevoeging FLO aan de algemene reserve € 3.772.000 voordelig Toelichting Het voordelige resultaat wijkt 6,0 % af ten opzichte van de totale begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de vrijval uit de FLO-voorziening van € 3.772.000. Het reguliere nadelige resultaat van € 125.000 kan op hoofdlijnen als volgt worden verklaard: Regulier resultaat (excl. FLO) Omschrijving
Bedrag (x € 1.000)
Hogere baten De toegekende loon- en prijscompensaties, samen met hogere detacheringsbaten, rentebaten, BRZOvergoedingen, bijdragen voor GAGS, bijdrage vanuit versterking crisisfunctie en teruggaven van omzetbelasting, hebben geleid tot een voordeel.
891 V*
Personeelskosten De hogere personeelskosten zijn grotendeels toe te schrijven aan de gewijzigde CAO. Dit betreft sociale lasten, hogere vrijwilligers- en piketvergoedingen, reis- en verblijfkosten, een extra dotatie aan de WWvoorziening en hogere ARBO-uitgaven (bijvoorbeeld psychische hulp bij PTSS). Daartegenover staat een voordeel door minder externe inhuur dankzij succesvolle personeelswerving.
848 N**
Opleidingen Het nadeel op opleidingskosten is veroorzaakt door hogere nacalculaties en duurdere trainingen, die gedurende het jaar lastig bij te sturen zijn omdat het om verplichte opleidingen gaat.
186 N
Externe specialistische begeleiding en advisering Op de diverse onderwerpen die hieronder vallen, is meer uitgegeven dan voorgaande jaren. Hierbij valt te denken aan juridische kosten, extra kosten evaluatieonderzoeken, een verplicht nieuw functiehuis en Freemantle Highway. Met een deel hadden we rekening gehouden (€ 320 duizend) en is opgenomen onder de bestemmingsreserves (zie mutatie reserves)
616 N
Operationele kosten Dit is de saldering van: • hogere uitgaven door stijgende energietarieven en indexatie van kosten, alsmede diverse kleinere uitgaven (o.a. catering bij uitruk); • lagere kapitaallasten als gevolg van vertraagde investeringen.
184 V
Reservemutaties Het voordeel heeft voornamelijk betrekking op vertraging van de onttrekkingen ter dekking van bovenstaande kosten inzake informatisering/automatisering, project stedelijk gebied en het tweede loopbaanbeleid. Deze dempen gestuurd de overschrijding op de externe inhuur
452 V
Totaal
125 N
Noot: Bovenstaand overzicht is gecomprimeerd weergegeven. In de toelichtingen per programma’s zijn de verschillen afzonderlijk en per programma nader toegelicht. * V= voordelig ** N= nadelig
7
Toelichting FLO-resultaat Er is gesproken over hernieuwde uitgangspunten rondom de FLO-voorziening. Hierover moet nog een besluit worden genomen door het DB en AB. Wanneer het DB en AB instemmen met deze hernieuwde uitgangspunten zal dat ingaan per 2024. Rekening houdend met de mutaties in 2024, valt dan een bedrag van € 3.772.000 vrij uit de voorziening. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Resultaatbestemming Voorgesteld wordt het resultaat als volgt te bestemmen: 1. Het reguliere resultaat 2024 te onttrekken uit de algemene reserve 2. Het FLO-resultaat geoormerkt toe te voegen aan de algemene reserve
€ 125.000 € 3.772.000
nadelig voordelig
Ad. 1. Onttrekking regulier saldo algemene reserve Voorgesteld wordt om het reguliere nadelige saldo van € 125.000 – conform de geldende gedragslijn - ten laste te brengen van de algemene reserve. Na verwerking van de voorgestelde resultaatbestemming is het saldo van de algemene reserve nihil.
Ad. 2. Toevoeging FLO saldo aan de algemene reserve Voorgesteld wordt om het vrijgekomen bedrag van € 3.772.000, voortvloeiend uit de hernieuwde uitgangspunten ingaande per 2024, geoormerkt toe te voegen aan de algemene reserve in afwachting op het definitieve besluit van het bestuur. Ondanks de vernieuwde, goed onderbouwde systematiek met betrekking tot de FLO, achten we het belangrijk om toekomstige risico's af te dekken. Daarom stellen we voor om deze middelen in de algemene reserve op te nemen.
8
3 Functioneel leeftijdsontslag Het Functioneel Leeftijds Ontslag (FLO)-recht is een functioneel leeftijdsontslag, waar een afgebakende groep beroepsbrandweermedewerkers recht op hebben. Deze medewerkers worden vrijgesteld van werk, echter blijven zij in dienst en hebben zij recht op een inkomensgarantie gelijk aan 75% van het inkomen dat zij hadden ten tijde van hun actieve dienstverband. Na jaarlijks steeds weer onverwacht fluctuerende dotaties ten behoeve van de FLO-voorziening is in 2024 een stabielere administratieve verwerking van de voorziening besproken. Het doel van de administratieve aanpassing is om een toekomstbestendige, stabiele verwerkingswijze te realiseren, die minder jaarlijkse uitschieters kent op de langere termijn. Deze administratieve aanpassing heeft geen enkele impact op de rechten en verplichtingen van de deelnemers aan het FLO-overgangsrecht. Hun recht(en) blijft gelijk. Op verzoek van het bestuur is, samen met de landelijk deskundige en de accountant, gekeken naar de uitgangspunten en zijn we tot de conclusie gekomen dat onderstaande uitgangspunten een beter fundament geven voor de opbouw van de voorziening. Om dit op te lossen zijn samengevat de volgende afspraken gemaakt ten aanzien van FLO: 1.
De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op de huidige bepalingen uit hoofdstuk 9g tot en met 9i van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s; 2. Indien een medewerker de leeftijd van 53 bereikt op balansdatum, wordt ervanuit gegaan dat gebruik gemaakt gaat worden van de regeling FLO-overgangsrecht; 3. Voor medewerkers tot de leeftijd van 53 worden de afkooprechten in de voorziening opgenomen; 4. Bij het opnemen van de verplichtingen wordt geen rekening gehouden met de kans op vervallen van rechten door natuurlijk verloop; 5. Jaarlijks vindt een actualisatie van de kosten plaats door een externe deskundige. De effecten worden verwerkt in de voorziening; 6. De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van het bij het opmaken van de jaarrekening bekende caoloon. Er wordt rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie die gebaseerd is op de gemiddelde loonstijging van de afgelopen 20 jaar, op basis van de CBS-statistiek ‘Openbaar bestuur en overheidsdiensten’; 7. Voor het contant maken van de verplichting wordt gebruik gemaakt van een disconteringsvoet. De gehanteerde disconteringsvoet wordt door De Nederlandsche Bank gepubliceerd: de Ultimate Forward Rate (UFR); 8. Een keer in de 5 jaar worden de gehanteerde uitgangspunten getoetst en herijkt.
Bovenstaande uitgangspunten hebben als basis dat niet elke medewerker gebruik maakt van het FLOovergangsrecht (gemiddeld stroomt 1 medewerker met recht op FLO jonger dan 53 jaar uit en worden zijn rechten afgekocht). Op basis van historische ervaringscijfers is vastgesteld dat wanneer medewerkers de leeftijd van 53 jaar hebben bereikt, zij gebruik gaan maken van de regeling FLO-overgangsrecht. Voor de medewerkers tot 53 jaar wordt het afkoopbedrag gehanteerd. De gevormde voorziening wordt geïndexeerd en contant gemaakt. Concreet betekent dit dat met de voorziening jaarlijks 14 jaar vooruit wordt gekeken om vast te stellen welk bedrag nodig is om de medewerkers die zijn vrijgesteld van werkzaamheden een garantie-inkomen te bieden conform de voorwaarden zoals omschreven in hoofdstuk 9i van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. Eenmaal in de 5 jaar, beginnend in 2030, worden deze uitgangspunten/verwerkingswijzen getoetst en herijkt. Dit om de dotaties, ook in de toekomst, stabiel te houden. Zoals eerder gemeld, hebben deze uitgangspunten geen consequenties voor de medewerkers van de VRG, omdat dit alleen een administratieve verwerking betreft. Jaarlijks organiseren we bijeenkomsten en krijgt men een
9
overzicht van de opgebouwde rechten om zo transparant en informatief te communiceren met de FLOgerechtigden. Het aanpassen van de uitgangspunten leidt tot een stabieler verloop van de dotatie en een verlaging van de voorziening die op 31 december 2023 in de jaarrekening was opgenomen. De FLO-kosten zijn bij de jaarrekening 2024 geactualiseerd door een externe adviseur. Als gevolg van de hernieuwde uitgangspunten en rekening houdend met de mutaties in 2024, valt een bedrag van € 3.772.317 vrij uit de voorziening. Daarmee bedraagt de voorziening ultimo 2024 € 9.815.691. Zie ook hoofdstuk 2 Resultaat en resultaatbestemming.
10
4 Programmaverantwoording Het Algemeen Bestuur heeft in de beleidsbegroting 2024 de opdrachten en de daarvoor uit te voeren activiteiten vastgesteld. In dit hoofdstuk wordt per programma verantwoording afgelegd. Het programmaplan is onderverdeeld in vier programma’s: 1. Brandweerzorg (inclusief Bedrijfsvoering en Risicobeheersing) 2. Rampenbestrijding en Crisisbeheersing 3. Bevolkingszorg (GKG) 4. Geneeskundige Hulporganisatie in de Regio (GHOR) Onder het programma Brandweerzorg vindt ook de verantwoording plaats van Bedrijfsvoering en Risicobeheersing plaats. De programma’s GKG en GHOR worden uitgevoerd als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing.
4.1
Brandweerzorg
Het grootste deel van de uren en middelen van de brandweer wordt ingezet voor de uitvoering van de reguliere taken: ervoor zorgen dat de brandweer vanuit 39 kazernes (2 beroepsbezet en 37 bezet door vrijwilligers) kan uitrukken bij incidenten met brand, technische hulpverlening, gevaarlijke stoffen en waterongevallen. Hiervoor wordt geïnvesteerd in paraatheid, vakbekwaamheid en in aanschaf en onderhoud van het benodigde materiaal en materieel. Naast de basisbrandweerzorg en de organisatie van specialismen wordt een commandovoeringssysteem paraat gehouden voor leiding en coördinatie bij grote incidenten. Tot de reguliere taken behoort ook de instandhouding van 5 jeugdbrandweerploegen. In 2024 is de brandweer 4.189 keer uitgerukt. Bijzondere inzetten van de brandweer (samen met andere hulpdiensten) waren: -
Een brand in een woningcomplex in de binnenstad van Groningen, waarbij een aantal mensen uit het pand gered is met een hoogwerker (21 februari).
-
Kortsluiting/explosie in Groningen in een inpandige hoogspanningsleiding van een wooncomplex waarbij er kans was op een tweede explosie en er 200 studio’s ontruimd moesten worden (3 februari).
-
Brand in een varkensstal in Mussel waarbij 7 schuren en de dieren die erin zaten gered zijn door een snelle opschaling en goede brandscheiding (14 mei).
-
Brand in gebouw technische installatie bij hoofdstation Groningen rond de ochtendspits (en dus met veel mensen op het station) waar veel rookontwikkeling was en de brand lastig te bestrijden was (17 juli).
-
In de zomer waren er opvallend veel schuurbranden in korte tijd; vijf branden in drie weken. Met man en macht stond de brandweer klaar om te redden wat er te redden viel, en dat is ondanks de vakantieperiode bijzonder goed gelukt.
11
Aantal uitrukken vanuit alle brandweerposten van de VRG Verschil Verschil 2024 2023 '24 en '23 2022 '23 en '22 4189 4185 0,1% 4529 Figuur 1
2024
Aantal uitrukken/inzetten vanuit de (37) vrije instroomposten van de VRG Verschil Verschil 2023 '24 en '23 2022 '23 en '22
-7,6% 2475
2565 Figuur 2
-6,8%
3029
-15,3%
Opschaling
Middel Groot Zeer Groot
2024 94 14 11 Figuur 3
2023 97 17 12
Verschil '24 en '23 -3,1% -17,6% -8,3%
2022 89 14 6
Verschil '23 en '22 9% 21,4% 100%
De prestaties van de brandweer in relatie tot de normen in het regionaal dekkingsplan worden jaarlijks in kaart gebracht. De resultaten over 2024 zijn in lijn met de prognoses. Het bestuur wordt hierover met een separate rapportage geïnformeerd. Aan de visie op brandweerzorg in 2030 en het organisatieplan brandweerzorg voor de jaren 2023-2026 hebben we in 2024 langs de vier onderstaande programmalijnen uitvoering gegeven. Brandweerzorg in verbinding met de samenleving Brandweer Groningen is regionaal ingericht en lokaal geworteld vanuit 39 posten. Onze vrijwilligers zetten zich niet alleen bij incidenten in voor hun eigen stad of dorp, maar zorgen met de deelname van de brandweer aan lokale evenementen ook voor verbinding. Verschillende brandweerposten organiseerden in 2024 een open dag waar veel geïnteresseerde bezoekers op afkwamen. Brandweer Groningen heeft meegedraaid met de landelijke campagne op het gebied van beeldvorming #gewonemensenbijzondereinzet#. De brandweerposten die actief zijn of willen worden op de sociale media zijn bezocht door de collega’s van Team Communicatie om tips & tricks te krijgen. Risicogerichte preventieve brandweerzorg Binnen de organisatie is na de zomer capaciteit vrijgemaakt om het programma ‘Risicogericht werken Brandweerzorg’ te starten.
Afgeleid van de Visie Brandweerzorg 2030 willen we met het programma het risicogericht werken ontwikkelen en implementeren. Daardoor wordt de focus gelegd op de brandrisico’s die er het meest toe doen en deze adequater beïnvloeden. Omdat brandveiligheid een ketenveiligheid betreft, wordt in elke schakel van de veiligheidsketen activiteiten uitgevoerd om het risico te beïnvloeden. Het programma wordt daarom breed opgepakt binnen de gehele veiligheidsketen binnen de brandweer en uiteindelijk ook met onze ketenpartners. Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg Brandweer Groningen vormt een basisinfrastructuur voor fysieke veiligheid. Ook in 2024 stonden ruim 850 vakkundige brandweermensen, van wie bijna 90% vrijwilliger, dag en nacht klaar om onze inwoners bij te staan. Deze paraatheid is ons belangrijkste product. Om de paraatheid van alle posten ook in de toekomst goed te kunnen organiseren, is afgelopen jaar het programma Paraatheid uitgevoerd. Vanuit het programma is een beleidsdocument Netwerkparaatheid opgesteld, opgedeeld in een visie en een handboek ter ondersteuning van onze mensen in het veld. Tevens is een notitie geschreven over het gebruik van data voor paraatheid, omdat er meer informatiegestuurd gewerkt gaat worden. De mogelijkheid om Veilig met 12
Vier uit te rukken is geïmplementeerd, evenals het gebruik van tweewegpagers. Er is onderzoek gedaan naar robuuste posten en robuuste specialismen en de mogelijkheden van de zogenoemde Post40 (flexibele inzetpool met repressieve medewerkers) zijn in kaart gebracht. Met het programma Vrijwilligheid is ingezet op wat nodig is om brandweervrijwilligheid in onze regio zo goed mogelijk in stand te houden. Processen zoals declareren en inloggen zijn makkelijker gemaakt voor vrijwilligers en er is in kaart gebracht welke ‘reis’ een vrijwilliger aflegt (van werving tot uitstroom) met als doel deze te stroomlijnen en waar mogelijk te verbeteren. Ook maken strategisch personeelsbeleid en strategische personeelsplanning onderdeel uit van het programma.
Verloop vrijwilligers
In Dienst Uit dienst Aantal % Aantal % 2022 42 5,7 43 5,8 2023 48 6,5 54 7,3 2024 79 10,3 48 6,3 Figuur 4
Totaal Vrouw Man
Aantal vrijwilligers (op 31-12) Verschil 2024 2023 '24 en '23 2022 767 739 3,8% 743 62 60 3,3% 67 705 679 3,8% 676 Figuur 5
Verschil '23 en '22 -0,5% -10,4% 0,4%
Vakbekwaam worden en vakbekwaam blijven vormen een belangrijke basis voor goede brandweerzorg. Voor vakbekwaam worden houden we jaarlijks rekening met een gemiddeld verloop van 7% manschappen en 10% bevelvoerders, waardoor we ieder jaar gemiddeld ca. 75 nieuwe manschappen en bevelvoerders opleiden. Daarnaast hebben er 181 andere reguliere opleidingsactiviteiten plaatsgevonden. De basisprincipes van brandbestrijding zijn hierin als nieuwe standaard opgenomen. Er is een Visie- en beleidsplan Vakbekwaamheid opgesteld voor 2025 tot 2028, waarbij een integrale aanpak is ontwikkeld die gericht is op vakbekwaam worden, leren en ontwikkelen, oefenen, evalueren en reflecteren. Na een groot aantal vacatures is de dagdienst weer op sterkte gebracht en konden we tijd investeren in het beheer om de basis op orde te houden. Zo is er een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) opgesteld voor de repressieve taken van de brandweer en zijn brandweerprocedures geactualiseerd. Gestationeerd op de post Winsum is afgelopen jaar het Team Digitale Verkenning, oftewel het droneteam, van start gegaan. Dit betreft een pilot samen met de regio’s Drenthe en Fryslân. De pilot is gefinancierd met de besparing die ontstond door het aantal Verkenningseenheden Brandweer terug te brengen en daarmee de taak verkennen en meten toekomstbestendig te organiseren.
Duurzame bedrijfsvoering Voor de nieuw- en verbouw van kazernes is het Strategisch Huisvestingsplan gevolgd. Met de gemeente Eemsdelta is overeenstemming bereikt over de locatiekeuze voor de kazerne in Delfzijl, met de gemeente Het Hogeland is voor de kazerne Baflo een voorkeurslocatie benoemd en voor de kazerne Ten Boer is de concept koopovereenkomst voor de grondaankoop gesloten met de gemeente Groningen. Voor de kazerne Harkstede zijn met de gemeente Midden-Groningen de eerste verkenningen gedaan om te komen tot een locatiekeuze. Voor de realisatie van de zeven nieuw te bouwen kazernes binnen tien jaar in de regio is een overeenkomst gesloten met één architect voor de architectendienstverlening. De architect heeft een basiskazerne ontwikkeld met oog voor inpassing in diverse omgevingen, zowel landelijk, als stedelijk en industrieel. Het basisontwerp zal op maat worden gemaakt en aangepast aan de specifieke locatie van de kazerne. Dit zorgt niet alleen voor functionaliteit, maar ook voor een brandweerkazerne die past bij de omgeving. De eerste kazerne die op basis
13
daarvan ontwikkeld wordt, is de kazerne Ten Boer. In verband met repressieve ontwikkelingen is de kazerne Vinkhuizen in 2024 aangepast zodat er zwaarder materieel (de hoogwerker) geplaatst kan worden. Het materieel van de brandweer is opgenomen in de vervangingsinvestering. In 2024 zijn overeenkomsten gesloten voor de levering van 28 uniforme nieuwe tankautospuiten (levering vanaf eind 2025) en voor twee nieuwe identieke schuimblusvoertuigen (levering in 2026). Al het uniformdragend personeel is in het nieuwe operationeel uniform gestoken en na aanbesteding is nieuwe ademluchtapparatuur in de hele organisatie uitgerold. Om de bedrijfsvoering van de beroepsorganisatie toekomstbestendig te organiseren is in 2024 een programma gestart met als inhoudelijke thema’s functie-invulling, het vakbekwaamheidsprogramma en spreiding van werkzaamheden.
4.1.1
Risicobeheersing
Een essentieel onderdeel van het programma brandweerzorg is het adviseren over verschillende onderwerpen zoals brandveiligheid, het bevorderen van bewustwording en het houden van toezicht op bouwwerken en evenementen. Het doel is bij te dragen aan een veilige leefomgeving. Er wordt nauw samengewerkt met crisisbeheersing op onder andere het regionaal risicoprofiel, op het gebied van waterveiligheid en de versterking van zelfredzaamheid. Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 na een lang aanlooptraject in werking getreden en tot nieuwe taken voor de veiligheidsregio’s geleid. Onderzoek (Cebeon, 2021) heeft uitgewezen dat deze taken voor de VRG een omvang hebben van 2-3 fte. Zowel vanuit het rijk (interbestuurlijke financiële monitor Omgevingswet) als vanuit de veiligheidsregio's lopen nieuwe onderzoeken naar de omvang van deze taken. Aangezien door het rijk en/of de gemeenten geen extra middelen beschikbaar zijn gesteld, waren we genoodzaakt om keuzes te maken. In de regionale samenwerking voor de Omgevingswet zijn met grote betrokkenheid van de VRG de nieuwe werkprocessen, overleggen en activiteiten met de Groningse overheden tot stand gekomen. Het betrekken van de VRG door het bevoegd gezag gaat goed op de klassieke thema’s van vóór de Omgevingswet.
Het bewustzijn van het (vroegtijdig) betrekken van ketenpartners (als de VRG) op thema’s van de verbrede reikwijdte van de Omgevingswet moet bij het bevoegd gezag nog groeien. Omgevingsveiligheid Voor omgevingsveiligheid heeft de VRG in 2024 veel geïnvesteerd in de veranderingen van zowel de werkprocessen als de inhoud van advisering onder de Omgevingswet. Gevolg is dat de adviespositie van de VRG is versterkt. Bij concrete ontwikkelingen in de leefomgeving is geadviseerd over het verbrede adviesdomein van omgevingsveiligheid, zoals klimaat, externe veiligheid, milieu en bluswater en bereikbaarheid. Een voorbeeld hiervan zijn de pilot-omgevingsplannen die gemeenten aan het opstellen zijn. Met het vroegtijdig betrekken van de VRG worden gemeenten ondersteund met het inbrengen van veiligheid in omgevingsvisie en omgevingsplannen. Deze adviezen leiden tot meer bewuste keuzes over veiligheidsrisico’s en maatregelen. In totaal is in 2024 over 136 ruimtelijke plannen advies gegeven over omgevingsveiligheid. Energietransitie De energietransitie is een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling. In 2024 richtte de VRG een werkgroep op om hierop in te spelen. De VRG investeerde in kennisopbouw, advies en samenwerking met stakeholders zoals gemeenten en nutsbedrijven. Hierdoor werd de VRG vroeg betrokken bij projecten zoals zonneweides en waterstofwijken, bijvoorbeeld in Wagenborgen.
De ervaringen zijn gedeeld met Brandweerzorg en 14
Vakbekwaamheid, en vertaald naar maatregelen en lesstof. Daarnaast werkt de VRG samen met RESwerkgroepen, Kiwa, TNO en opleidingsinstituten. Industriële veiligheid (Seveso) In 2024 zijn in Seveso-regio 3Noord 47 inspecties uitgevoerd, waarmee Veiligheidsregio Groningen, Fryslân en Drenthe aan hun wettelijke taak hebben voldaan. Ook werden twee inspecties in Noord-Holland uitgevoerd binnen de 'Concernbenadering Gasunie'. Daarnaast startte de VRG risicogericht toezicht bij ‘Net-Niet-Sevesoinrichtingen’, bedrijven die buiten het Seveso-regime vallen, maar vergelijkbare risico’s kennen. Tijdens reguliere controles door Omgevingsdienst Groningen begeleidden VRG-toezichthouders en Seveso-inspecteurs om kennis te delen en te adviseren. In het project ‘Afwijzen bedrijfsbrandweren’ zijn stappen gezet om verouderde afwijzingen te actualiseren. Seveso-inrichtingen die geen bedrijfsbrandweer nodig hebben, ontvangen formele afwijzingen, afgestemd met inspectiepartners. Ter versterking van kennis volgden Seveso-inspecteurs bijscholing en startten twee nieuwe inspecteurs de ‘Leergang Industriële Veiligheid’. De VRG droeg actief bij aan landelijke werkgroepen en netwerken, waaronder beleid rond bedrijfsbrandweren, PFAS-vrij blusschuim, multidisciplinair toezicht en het zaaksysteem GIR2.0.
Belangrijke bijdragen zijn geleverd aan interregionale projecten, zoals herziening van dienstverleningsovereenkomsten, en lokale projecten, waaronder de ontmanteling van mijnbouwlocaties. Evenementen In 2024 zijn 364 monodisciplinaire en 29 multidisciplinaire adviezen gegeven voor evenementen, waarvan de laatste gericht waren op C-evenementen. Het groeiend aantal risicovolle evenementen met uiteenlopende risico’s vraagt om strikte naleving van procedures en termijnen. Vroegtijdige samenwerking via vooroverleg helpt organisatoren bij het indienen van tijdige en kwalitatieve vergunningaanvragen. Om de multi-advisering verder te ontwikkelen, stelde de VRG in 2024 een interim regionaal coördinator evenementen aan. Deze professional heeft verschillende processen geoptimaliseerd wat o.a. geresulteerd heeft in de aanstelling van een full time evenementen coördinator. Daarnaast is omgevingsveiligheid een integraal onderdeel geworden van het adviesproces. Dat nog veel evenementen voor een “spoed”behandeling worden aangeboden blijft een zorg. Hier is onze mankracht niet op ingericht en vraagt veel van het team. in 2025 zullen we wederom met de gemeenten in gesprek gaan om dit aantal terug te brengen. Daarnaast zijn de evaluaties na grote evenementen verder geprofessionaliseerd.
Een netwerkdag met gemeenten en hulpdiensten en het Groninger Evenementen Orgaan overleg werden positief ontvangen. Bovendien startte de VRG een leergang Evenementenveiligheid, waarin interne en externe partners zijn betrokken. Deze initiatieven dragen bij aan veilige en goed georganiseerde evenementen, in balans met de nodige veiligheidsmaatregelen. Brandveiligheid Om de brandveiligheid bij bouw te vergroten heeft de VRG een adviseringstaak bij vergunningsprocedures en ingebruikname. In 2024 zijn 732 adviezen voor bouwwerken gegeven en 271 adviezen voor ingebruikname. De adviezen variëren van advisering bij hoogbouw tot de tijdelijke opvang van asielzoekers en van adviezen bij de verbouw van ziekenhuizen tot de bouw van een kinderopvang.
15
Brandveilig leven en toezicht Het team BVLT maakt sinds juni gebruik van een nieuw zaaksysteem waardoor het niet mogelijk om alle data voor 2024 volledig te presenteren. 2025 is het eerste jaar waarin de data volledig zijn verwerkt in het zaaksysteem RX Mission.
Toezicht bestaande bouw In 2024 is het toezicht op de bestaande bouw geoptimaliseerd en meer risicogericht uitgevoerd met het gebouwrisicoprofiel als leidraad. Voor elke gemeente is een planning gemaakt waardoor in 2024 de opgelopen achterstand van eerdere jaren grotendeels is ingelopen. Om die inhaalslag te realiseren is voor de laagste risicocategorieën (3/3,5) een specifieke vorm van toezicht (Toezicht op afstand) uitgevoerd. Dit betrof regio breed ongeveer 1.000 panden. Verder is vanwege wijziging van wetgeving geen toezicht meer uitgevoerd bij panden waar minder dan 150 medewerkers werkzaam zijn. Bij de opvanglocatie Ter Apel, andere opvangplekken voor asielzoekers en locaties voor de opvang van Oekraïners wordt regulier toezicht gehouden met daarnaast incidenteel extra controles. De opvanglocaties voor Oekraïners zijn destijds zeer snel gerealiseerd en daarvan was destijds onbekend hoe lang deze zouden worden gebruikt. Daarop is destijds het brandveiligheidsniveau gebaseerd. Met het nog steeds in gebruik zijn van deze locaties moet dit laatste element worden heroverwogen. In 2024 is de afspraak gemaakt om een analyse te maken van de huidige opvang locaties en te beoordelen of het brandveiligheidsniveau nog steeds adequaat is of moet worden bijgesteld. De resultaten worden besproken met het bevoegd gezag.
Situatie
1-1-2024
31-12-2024
Controles gepland <’24
Controles gepland in’24
Totaal gepland voor ’24
Gerealiseerd in ‘24
Restant ’24 (naar 2025)
Westerkwartier
63
142
205
230
25
Het Hogeland
68
178
246
228
77
Groningen
667
1.012
1.679
1.500
335
Eemsdelta
128
103
231
246
16
Midden-Groningen
115
40
155
368
21
Oldambt
36
74
110
102
37
Pekela/Veendam
37
126
163
132
64
Stadskanaal/Westerwolde
79
169
248
227
20
Gemeente(n)
Zichtbaar wordt dat de resultaten tussen het totaal aantal panden en de gerealiseerde panden niet overeenkomt. Dit heeft te maken met de uitgevoerde hercontroles. Deze worden in de huidige registraties niet opnieuw geteld. In sommige gevallen zijn bij panden toezicht gehouden die niet op onze uitvoeringslijst stonden maar deze zijn wel opgenomen in de resultaten.
Toezicht evenementen In 2024 is risicogericht toezicht gehouden op C-evenementen (waaronder Delfsail). Ook is het proces voor het houden van evenementen aangescherpt. Het nieuwe zaaksysteem registreert vanaf juni 2024 het toezicht, een betrouwbaar beeld is vanaf 2025 zichtbaar.
Brandveilig leven (BVL) In 2024 is een start gemaakt om een programma voor BVL 2025 –2027 te ontwikkelen. Op basis van dit programma, dat voornamelijk gericht is op de bekende brandrisico's, worden in 2025 activiteiten gekoppeld.
16
In 2024 is gewerkt aan een visie voor BVLT met daaraan gekoppeld concrete activiteiten. Dit plan moet koers geven als het gaat om risicogericht en datagestuurd toezicht en het bevorderen van de brandveiligheid door BVL. Samen met het Team Communicatie is eveneens aandacht besteed aan lopende campagnes en het thema zelfredzaamheid. Met Crisisbeheersing is een voorlichting verzorgd bij het netwerk van niet-acute- zorginstellingen. Deze instellingen worstelen met de vraag rondom brandveiligheid nu het aantal ouderen en mensen die zorg nodig hebben significant toenemen en het aantal medewerkers in de zorg afneemt. In 2025 wordt een werkgroep gevormd die dit vraagstuk vanuit de VRG op zich neemt. Delfsail Bij de uitvoering van dit risicogerichte project is gekozen voor een combinatie van (traditioneel) toezicht op brandvluchtveiligheid bij een 18-tal horecagelegenheden in een straal van 5 kilometer en 11-tal hotels binnen een straal van 15 kilometer rondom het evenement. Verder is er toezicht gehouden op de evenementenlocatie zelf in de vorm van: toezicht ten tijde van opbouw, voorafgaand dagelijkse opening evenement en op afroep ter ondersteuning van gemeente. Daarnaast is er toezicht gehouden bij een aantal A en B evenementen.
Omdat deze bijvoorbeeld in het centrum van Delfzijl gezien kunnen worden als een gezamenlijk C evenement, of dat het A of B evenement grenst aan de evenementen locatie. Door BVL zijn een 6-tal interventies gehouden met als doelstelling aandacht te vragen voor brandveilig gedrag tijdens recreatie bij een viertal passanten-jachthavens en op een tweetal camperlocaties in de directe nabijheid van het evenement.
Figuur 1: Overzicht hotels Ø 15 km
Figuur 2: Overzicht horeca in centrum Delfzijl
Plan Kamerverhuur Groningen huisvest met 65 duizend studenten één van de grootste studentenpopulaties van Nederland, waarvan 45 duizend studenten ook nog eens daadwerkelijk in de stad wonen. Dit is voor de VRG-aanleiding om de risico's op brand in studentenpanden op alle mogelijke manieren te beperken." Om de studentenpanden risicogericht te controleren en dieper in te gaan op het bewustzijn en gedrag van de bewoners, is een plan opgestart waarbij participatie en co-creatie plaatsvond met huurders, verhuurders. De risicogerichte toezichtcontrole bij een 498-tal kamerverhuuradressen is hierbij op een vijftal thema’s uitgevoerd. In het kader van de samenwerking binnen het team Brandveilig Leven en Toezicht zijn er naast toezicht ook gesprekken gevoerd met de verhuurders. Hiervoor is 1 activiteit opgezet. Met de 10 grootste verhuurders is een verhuurdersbijeenkomst georganiseerd om samen in gesprek te gaan over het onderwerp brandveilig leven. Ook een evaluatiebijeenkomst met de verhuurders staat nog voor 2025 in de planning.
17
Plan Kinderopvang In het plan ‘Risicogericht toezicht bij kinderopvang’ zijn 52 kinderopvang locaties binnen de gemeente Groningen opgenomen, voortkomend uit het uitvoeringsplan toezicht van 2024. Eerdere resultaten van verrichte controles en incidenten uit de praktijk, zijn als onderligger gebruikt. En vertaalt naar een vijftal thema’s waar de focus op moest komen te liggen tijdens de risicogerichte toezicht controle. Ook voor dit plan is binnen het team Brandveilig leven en Toezicht is 1 bijeenkomst georganiseerd waarvoor een 14-tal overkoepelende organisaties zijn uitgenodigd. De bijeenkomst gaf naast delen van kennis ook de mogelijkheid om praktijkvoorbeelden te bespreken om de bewustwording over brandveiligheid te stimuleren.
Technasium De opdrachtgevers voor deze editie waren Brandweer Noord Nederland (Fryslân, Groningen, Drenthe en IJsselland) en het Lectoraat Brandweerkunde bij het NIPV. Het team van BrandveiligLeven en Toezicht nam voor Brandweer Noord Nederland het uitvoerende gedeelte op zich als begeleider bij een viertal Technasium scholen binnen het verzorgingsgebied van de VRG. Bij de deelnemende scholen zijn kick-off presentaties, tussenfeedback sessies en een eindpresentatie gegeven voor in totaal zo’n 190 leerlingen. Op 2 april werd een halve finale verzorgd op de Brandweerkazerne van Hoogezand. De vier schoolwinnaars konden strijden voor de twee beschikbare plekken voor de finale die werd gehouden op 16 april in Zwolle.
4.1.2
Baten en lasten programma Brandweer
(* € 1.000)
Primitieve begroting
Actuele begroting
Baten
55.590
56.841
58.414
1.573 V
Lasten
52.263
53.596
52.224
1.372 V
Resultaat voor reserve mutaties
2.937
3.245
6.190
2.945 V
Reserve mutaties
-2.937
-3.245
-2.793
452 V
-
-
3.397
3.397 V
Resultaat na reserve mutaties
Realisatie
Verschil
Een nadere toelichting op de verschillen is opgenomen in hoofdstuk 7.2 Toelichting baten en lasten.
18
4.2
Crisisbeheersing
De werkzaamheden van Crisisbeheersing richten zich op alle soorten effecten die de vitale belangen van de samenleving aantasten en/of bedreigen. Door goed voorbereid te zijn op de verschillende typen effecten is er meer flexibiliteit om ook ongekende crises, klein en groot, het hoofd te bieden. Door de veranderende samenleving zijn de effecten van crises en rampen veranderd, vooral als het gaat om de maatschappelijke en bestuurlijke impact. Onderstaand geeft een overzicht van de thema’s waar Crisisbeheersing in 2024 aan heeft gewerkt. Informatiemanagement en KCR2 In 2024 is het landelijk informatiemodel vastgesteld door KCR2 en omvat een negental thema's. Dit model is geïmplementeerd binnen ons Veiligheid Informatieknooppunt. Het model wordt eveneens op 3Noord niveau gebruikt. Verder zijn er landelijke onderzoeken gestart over de governance en de rechtsvorm voor KCR2. Deze complexe discussie zal verder gevoerd worden in 2025. Netwerkmanagement De netwerken binnen risico- en incidentmanagement zijn up-to-date. De sector blijft zowel inzetten op het verder versterken van netwerkmanagement als op de verbinding en samenwerking met bestaande en nieuwe (crisis)partners. Er zal worden gewerkt vanuit een netwerkmanagementstrategie met ondersteuning van een gezamenlijke werkwijze (accounthouders) en een relatiebeheersysteem.
Weerbaarheid De veiligheidssituatie in Nederland stond en staat o.a. vanwege de oorlog in Oekraïne en de toegenomen geopolitieke spanningen, alsmede door toegenomen cyberdreigingen, onder druk. Hierdoor wordt steeds een groter beroep gedaan op de maatschappelijke weerbaarheid van de samenleving. In 2024 is het thema weerbaarheid in diverse landelijke gremia gepasseerd en ook in Groningen heeft het Algemeen Bestuur in december in beslotenheid hierover van gedachten gewisseld. Door de ervaringen met de effecten van de gaswinning kent de VRG reeds diverse activiteiten, zoals de campagne EHBJ en het handboek burgerhulpverlening. Kwaliteit In 2024 is het beleid op evalueren herzien. De vorige werkwijze dateerde uit 2014 en inmiddels zijn de soorten crises waarmee we te maken hebben aanzienlijk veranderd. Daarom bleek een vernieuwde manier van evalueren noodzakelijk. In dit beleid worden flitsrampen, langdurige crises en oefeningen apart beschreven. Tevens is er aandacht voor de mentale veerkracht van onze crisisfunctionarissen. Vakbekwaamheid Sinds 2024 is het cluster Vakbekwaamheid formatief weer volledig op sterkte. Dit najaar zijn vijf CoPIopstartoefeningen georganiseerd met verschillende scenario's, zoals bijvoorbeeld een incident op een vliegveld en een brand in een gevangenis. Daarnaast zijn de eerste stappen gezet wat betreft het ontwikkelen van een bestuurlijke leerlijn.
In een aantal gemeenten hebben inmiddels een aantal trainingen en oefeningen plaatsgevonden voor de (loco)-burgemeesters. In november heeft er een bestuurlijke leertafel plaatsgevonden rondom de uitval van elektriciteit. Beheer crisisorganisatie In 2024 is het proces in- door- en uitstroom van piketfunctionarissen uitgewerkt. Er is inzichtelijk gemaakt wat er nodig is om het beheer van de ruim 400 piketfuncties generiek te organiseren. Samen met het team P&OO
19
worden afspraken gemaakt over de verder implementatie van dit proces. Hierbij zal ook rekening worden gehouden met de implementatie van het nieuwe functiehuis HR21 voor de crisisorganisatie. Planvorming In 2024 zijn de (multidisciplinaire) ramp- en incidentbestrijdingsplannen conform regionaal beleid geactualiseerd. Ook is in 3Noord verband gewerkt aan het uitbreiden van de informatiekaarten NUTS, door een informatiekaart Uitval Telecom op te stellen. In groter verband is aangesloten bij de veiligheidsregio Twente, waarbij gekeken is naar de kerncentrale te Lingen en het hieruit voortkomende jodiumprofylaxe. Regionaal vindt een onderzoek plaats naar het opstellen van rampbestrijdingsplannen in LCMS, waarmee de ‘vertaling’ van een plan naar LCMS in de koude fase al plaatsvindt. Daarmee wordt het inzichtelijk maken van effecten van een incident versneld. Dit onderzoek zal een vervolg krijgen in 2025. Aardbevingen In april 2024 is de gaswinning uit het Groningenveld beëindigd. Hiermee is een historisch besluit genomen en is een stap gezet in het herstel van het vertrouwen van de Groningers. Ondanks dat het een grote en belangrijke mijlpaal was, is hiermee de gaswinnings- en aardbevingsproblematiek in de regio nog niet opgelost.
Het aardbevingsrisico blijft naar verwachting nog geruime tijd bestaan en onze inwoners kampen nog steeds met de effecten van de schadeafhandeling en de versterkingsopgave. Daarom hebben we vanuit VRG ook in 2024 activiteiten verricht op de drie pijlers 1) fysieke veiligheid, 2) sociale veiligheid en gezondheid, en 3) maatschappelijke onrust en hebben we onze bijdrage geleverd aan het borgen en vergroten van de veiligheid, gezondheid, weerbaarheid en veerkracht van de inwoners in regio Groningen. In oktober 2024 hebben we een netwerk- en actualisatiebijeenkomst over het Incidentbestrijdingsplan (IBP) Aardbevingen georganiseerd. Samen met een deelnemers van onze kolommen, vaste crisispartners en veel andere partijen hebben we per crisisteam – Meldkamer t/m RBT – een aardbevingsscenario doorlopen. Naast bewustwording over het aardbevingsrisico heeft de bijeenkomst geleid tot waardevolle inzichten waarop onze planvorming en samenwerkingsafspraken met andere partijen worden geactualiseerd. Na aardbevingen hoger dan magnitude 2.0 hebben we vanuit VRG ook in 2024 de communicatie vanuit de overheden gecoördineerd en hebben we onze bijdrage geleverd aan de memo’s voor bestuurders.
Met betrekking tot de sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke onrust hebben we in 2024 deelgenomen aan de ambtelijke tafel sociaal en gezond, aan de begeleidingscommissie van Gronings Perspectief en waren we aanwezig op meerdere bijeenkomsten waaronder een dialoogsessie met kinderen in het aardbevingsgebied. Vanuit ons programma Eerste Hulp Ben Jij (EHBJ) waren we aanwezig op veiligheidsmarkten en hebben we met risicocommunicatie ingespeeld op de actualiteiten, met als doel de zelf- en samenredzaamheid van onze inwoners te vergroten. Tevens zijn we gestart met het implementeren van de aanbevelingen uit het advies van ARQIVP om de aandacht te hebben voor de psychosociale impact van gebeurtenissen op crisisfunctionarissen. Tot slot is begin 2024 het vernieuwde lesprogramma Aardbevingenwijzer opgeleverd en hebben we een nieuwe website gelanceerd. Klimaat In 2024 is er verder gewerkt aan de voorbereiding op klimaatgerelateerde risico’s, zoals overstromingen, extreem weer, hittestress en droogte. Wij zijn aangesloten bij diverse landelijke initiatieven op klimaatgerelateerde risico’s. Een voorbeeld hiervan is het landelijke Netwerk Klimaat- en Waterveiligheid van de veiligheidsregio’s. Ook is de VRG betrokken bij de stresstest, die wordt uitgevoerd naar aanleiding van een aanbeveling van de door de
20
minister van Infrastructuur en Waterstaat ingestelde Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater. De VRG levert hierbij haar kennis van relevante vitale objecten, functies en netwerken, evenals handelingsperspectieven in de crisisbeheersing. Beleid Binnen de Vakraad Risico- en Crisisbeheersing is een werkplan 2024 opgesteld waarin een aantal thema’s is opgenomen die voor alle of het merendeel van de regio's van belang zijn. De VRG is onder andere portefeuillehouder op de thema's Dieren in Rampen en Weerbaarheid.
4.2.1
Baten en lasten programma Crisisbeheersing
(* € 1.000)
Primitieve begroting
Actuele begroting Realisatie
Verschil
Baten
3.131
3.096
2.042
1.054 N
Lasten
3.131
3.096
1.982
1.114 V
Resultaat voor reserve mutaties
-
-
60
60 V
Reserve mutaties
-
-
-
-
Resultaat na reserve mutaties
-
-
60
60 V
Een nadere toelichting op de verschillen is opgenomen in hoofdstuk 7.2 Toelichting baten en lasten.
4.3
Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG)
In opdracht van de Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG) wordt voor gemeenten het programma Bevolkingszorg als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing op regionaal niveau uitgevoerd. Dit gebeurt ter preparatie en uitvoering van adequate, toekomstgerichte en onderling samenhangende bevolkingszorgprocessen in het kader van Rampenbestrijding en Crisisbeheersing. Hier vallen ook de multidisciplinaire processen Crisiscommunicatie en Nafase onder. De uitvoering en coördinatie van het programma gebeurt regionaal, lokaal verbonden, doelmatig en integraal. Informatiemanagement De GKG is binnen de sector crisismanagement aangehaakt bij het proces informatiemanagement. Het gebruik van LCMS is regulier, piketfunctionarissen van bevolkingszorg (incl. crisiscommunicatie) nemen deel aan de wekelijkse VIK-briefing. De Officieren van Dienst Bevolkingszorg beschikken sinds dit jaar over tablets met gestuurde navigatie en LiveOp (een systeem voor snelle en actuele operationele informatie bij incidenten en crisis). Dit systeem levert een belangrijke bijdrage aan de professionalisering van bevolkingszorg. Ook in 2024 is bijna wekelijks een update gedeeld met de Algemeen Commandanten, directie GKG en in afschrift aan Officieren van Dienst en Hoofden Taakorganisatie. De update bevat actuele informatie over onder andere de crisisorganisatie zoals planvorming, personeel en actuele incidenten.
Er is gestart met het project Crisisplein, een informatievoorziening voor alle crisisfunctionarissen die in 2025 de website van de GKG gaat vervangen. Netwerkmanagement De werkwijze voor netwerkmanagement maakt deel uit van de werkwijze van de sector Crisisbeheersing. Voor bevolkingszorg zijn gemeenten de belangrijkste netwerkpartners, immers bevolkingszorg betreft de gemeentelijke taken ten tijde van een incident, ramp of crisis. Ook heeft de VRG weer een
21
samenwerkingsovereenkomst voor bevolkingszorg met het Rode Kruis. De afstemming en samenwerking met andere regio’s is geïntensiveerd, onder ander via landelijke overleggen bevolkingszorg en in 3Noord verband. Kwaliteit Bevolkingszorg (inclusief crisiscommunicatie) werkt waar mogelijk volgens landelijke kaders en kwaliteitscriteria. In 2024 is gewerkt aan de implementatie van het in 2023 door het Algemeen Bestuur vastgestelde landelijk Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg. Voor de VRG een uitvoerbare opgave, omdat de VRG al grotendeels werkt in lijn met het door het Veiligheidsberaad geadviseerde kwaliteitsniveau. Het gaat hierbij onder andere om vastgestelde kernfuncties met bijhorende kwalificatieprofielen. Vakbekwaamheid De vakbekwaamheid voor crisisfunctionarissen bevolkingszorg is versterkt. In 2024 lag de nadruk bij de crisisfunctionarissen in de multidisciplinaire teams (o.a. CoPI en ROT) en voor bevolkingszorg bij de crisisfunctionarissen op piket. Voorbeeld is de deelname van de Officieren van Dienst Bevolkingszorg aan de gezamenlijke OvD oefenweken in Hoogezand en Weeze. Ook waren er trainingen en oefeningen voor taakorganisaties, doorleefsessies voor alle crisisfunctionarissen van bevolkingszorg en bijeenkomsten voor lokale crisisfunctionarissen bij gemeenten. Daarnaast zijn nieuwe crisisfunctionarissen opgeleid.
Voor 2025 is een jaarprogramma bevolkingszorg opgesteld. Beheer crisisorganisatie Het beheer van de crisisorganisatie bevolkingszorg was in 2024 op orde. Opnieuw was er sprake van de nodige personele wisselingen in de bezetting van de crisisfuncties. Er werd meegewerkt aan een wervingsfilm voor de crisisorganisatie breed en bevolkingszorg in het bijzonder. Bevolkingszorg beschikt over een werkproces voor het beheer van de crisisorganisatie en heeft binnen de sector crisisbeheersing bijgedragen aan een gezamenlijke werkwijze voor het beheren van de gehele crisisorganisatie. Er is in lijn van de ambities van het Regionaal Beleidsplan gewerkt aan de doorontwikkeling van bevolkingszorg, inclusief crisiscommunicatie, met het oogmerk van een compacte en versterkte crisisorganisatie. Medio 2025 moet dit resulteren in een geactualiseerde crisisorganisatie bevolkingszorg inclusief crisiscommunicatie. Planvorming Vanuit de GKG is bijgedragen aan het opstellen en actualiseren van de multidisciplinaire planvorming zoals het in 2024 vastgestelde Regionale Beleidsplan, het Regionale Risicoprofiel en het in 2025 vast te stellen Regionaal Crisisplan. De planvorming voor bevolkingszorg is deels geactualiseerd.
Beleid Bevolkingszorg/ GKG draagt binnen de sector Crisisbeheersing en landelijke overleggen bevolkingszorg bij aan het actualiseren en opstellen van beleid en de realisatie van de ambities en opgaven van het Regionaal Beleidsplan. Daarbij wordt aangesloten bij het landelijk kader Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg.
22
4.3.1
Baten en lasten programma GKG
(* € 1.000)
Primitieve begroting
Actuele begroting Realisatie
Verschil
Baten
1.368
1.378
1.466
88 V
Lasten
1.368
1.378
1.262
116 V
Resultaat voor reserve mutaties
-
-
204
204 V
Reserve mutaties
-
-
-
Resultaat na reserve mutaties
-
-
204
204 V
Een nadere toelichting op de verschillen is opgenomen in hoofdstuk 7.2 Toelichting baten en lasten.
23
4.4 Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) De Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) coördineert en regisseert de processen acute en publieke gezondheidszorg in voorbereiding op en tijdens (dreigende) rampen en crises. Ook adviseert de GHOR andere overheden en organisaties op het gebied van rampen en crises. De GHOR werkt op de snijvlakken van de drie domeinen openbaar bestuur, gezondheidszorg en veiligheid onder verantwoordelijkheid van de Directeur Publieke Gezondheid (DPG). Informatiemanagement In afstemming met GHOR Drenthe en Fryslân heeft GHOR Groningen LCMS-GZ aangeschaft en in gebruik genomen. GHOR Groningen voldoet aan de (opleidings)eisen van het NIPV voor het gebruik en beheer van het programma. Hiermee is de stap gezet naar het kunnen ontvangen en bijdragen aan het landelijk geneeskundige beeld. In het samenwerkingsverband tussen de drie noordelijke GHOR-regio's en AZNN wordt er gewerkt aan de plannen voor efficiëntere informatie-uitwisseling zorginstellingen in Noord-Nederland tijdens rampen en crises. Hierbij wordt naar aansluiting gezocht bij bestaande protocollen en systemen die regulier binnen de zorg gebruikt worden. De lessen uit de evaluaties van onder andere de coronaperiode en recente incidenten worden hierin meegenomen. Netwerkmanagement In 2024 was netwerkmanagement een speerpunt.
In dit kader hebben veel netwerkactiviteiten plaats gevonden met zorginstellingen op 3Noord niveau (samen met GHOR Fryslân en Drenthe en AZNN), waaronder bijeenkomsten voor het gezamenlijk opstellen van het zorgrisicoprofiel en een grote ketenoefening met meer dan 200 deelnemers uit allerlei verschillende zorginstellingen. Vakbekwaamheid In het programma van OTO 2024 (Opleiden Trainen Oefenen) stonden activiteiten die aansluiten bij het multiprogramma en de bij de ontwikkelingen in het witte netwerk. Deze activiteiten zijn uitgevoerd. Er is een relatief groot aantal nieuwe GHOR-functionarissen opgeleid en er is bijscholing gedaan van bestaande functionarissen. Daarnaast is OTO actief betrokken geweest bij de landelijke werkgroep, de zogenaamde snelweg 4, waar de doorontwikkeling van de GHOR-crisisorganisatie onderwerp van gesprek is. Hierbij wordt sinds 2023 gekeken naar de verschillende voorwaarden, competenties, kwalificaties van crisisfuncties en reguliere ‘koude’ GHOR-rollen. Beheer crisisorganisatie Binnen de sector crisisbeheersing is een gezamenlijke werkwijze opgezet voor het beheren van de crisisorganisatie. Het betreft onder andere procedures voor in-, door- en uitstroom van piketfunctionarissen. Er wordt gewerkt in een structuur met rollen voor coördinatie en beheer.
De GHOR heeft aan deze ontwikkelingen bijgedragen en aanpassingen in de beheerstructuur gedaan om te voldoen aan deze nieuwe opzet. Tevens is er op basis van het Regionaal beleidsplan gewerkt aan het nieuwe crisisplan en in relatie hiermee de beschrijving van de GHOR-processen. Deze producten worden begin 2025 gezamenlijk vastgesteld. Planvorming De GHOR heeft in 2024 bijgedragen aan de planvorming van de veiligheidsregio en van het zorgnetwerk. Dit betreft de bijdrage aan wettelijk verplichte Rampbestrijdingsplannen, maar ook de planvorming die gemaakt is naar aanleiding van de actuele en landelijke thema's, zoals infectieziektebestrijding in kader van de tweede tranche wet Publieke Gezondheid en bijvoorbeeld cyber en militaire dreiging. 24
Beleid Met als basis de regionale risicoprofielen van Groningen, Fryslân en Drenthe is er in Noord-Nederland het zorgrisicoprofiel opgesteld met daarin de 5 geprioriteerde scenario's. Deze scenario's vormen de basis voor het beoefenen van beheersmaatregelen en het aanscherpen van de regionale planvorming met als doel de zorgketen gezamenlijk optimaal voor te bereiden. Daarnaast is er in 2024 in samenwerking met de sector risicobeheersing gewerkt aan het verbeteren van het proces ten aanzien van evenementenadvisering en aan de implementatie van de omgevingswet. In beide processen heeft de GHOR een adviserende rol richting de gemeenten.
4.4.1
Baten en lasten programma GHOR
(* € 1.000)
Primitieve begroting
Actuele begroting Realisatie
Verschil
Baten
1.891
1.647
1.673
26 V
Lasten
1.891
1.647
1.687
40 N
Resultaat voor reserve mutaties
-
-
14
14 N
Reserve mutaties
-
-
-
Resultaat na reserve mutaties
-
-
14
14 N
Een nadere toelichting op de verschillen is opgenomen in hoofdstuk 7.2 Toelichting baten en lasten.
25
5
Paragrafen
5.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De beoordeling van de robuustheid van het weerstandsvermogen bestaat uit de volgende componenten: • Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. • Een inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit: bestaande uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt of kan beschikken om niet- begrote kosten te dekken. • Een inventarisatie van de benodigde weerstandscapaciteit. De in de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen voor de periode 2023-2026 opgenomen kaders worden gebruikt om de risico’s in te schatten en om het weerstandsvermogen te bepalen. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in het volgende verhoudingsgetal: Ratio weerstandvermogen =
Beschikbare weerstandcapaciteit (vrij beschikbare reserves) Benodigde weerstandcapaciteit (uitkomst risicoanalyse)
Gemeenten verwachten dat de VRG risicobewust handelt en de gevolgen van financiële calamiteiten zoveel mogelijk zelf opvangt. Een ratio tussen 1,0 en 1,4 wordt als voldoende beoordeeld, hier werken we in de komende periode naar toe. Zoals bekend heeft de VRG bij de jaarrekening 2019 een voorziening moeten treffen van ruim €15 miljoen inzake de kosten van de Regeling FLO-overgangsrecht. Dit had een grote impact op de algemene reserve van de VRG, die daardoor €12,5 miljoen negatief werd. Op grond van de gemeenschappelijke regeling vangen de deelnemende gemeenten eventuele tekorten op in de gemeenschappelijke regeling. Na overleg met de gemeenten en de toezichthouder Provincie Groningen is een herstelplan voor het negatief eigen vermogen overeengekomen. Op 2 oktober 2020 heeft het dagelijks bestuur ingestemd met het 5-jaars scenario. Binnen de termijn van deze MJB (2021-2024) inclusief het jaar 2020 zal door een jaarlijkse extra gemeentelijke bijdragen het negatief eigen vermogen aangezuiverd worden zodat een positief saldo van de algemene reserve ontstaat in 2024.
31-12-2023
Resultaatbestemming 2023
1-1-2024
Mutatie 2024
31-12-2024
18
-1.786
-1.768
1.897
129
18
-1.786
-1.768
1.897
129
Materieel VRG
1.811
-
1.811
-100
1.711
-
Huisvesting
217
-
217
992
1.209
-
2.469
-
2.469
100
2.569
-
Tweede loopbaanbeleid
301
-
301
-34
267
-
ICT
305
-
305
-61
244
-
5.103
-1.786
5.103
897
6.000
5.121
-1.786
3.335
2.794
6.129
Omschrijving
Beschikbare weerstandscapaciteit
Algemene reserve VRG Totaal algemene reserve
-
Bestemmingsreserve
Egalisatiereserve kapitaallasten
Totaal bestemmingsreserve Totaal
26
De algemene reserve van de VRG wordt tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Door de getroffen voorziening bij de jaarrekening 2019 is de algemene reserve ultimo 2024 minimaal en onvoldoende om tegenvallers op te vangen. Niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden de bestemmings- en egalisatiereserves gerekend: • Materieel VRG: deze reserve is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa, die eenmalig door het Rijk zijn geschonken, te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwatersystemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. • Huisvesting: de reserve is bestemd om fluctuaties in de vastgoedopgave op te kunnen opvangen. • Kapitaallasten: deze reserve is bestemd om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. • Tweede loopbaanbeleid: de reserve is bestemd voor kosten voor opleiding en ontwikkeling en loopbaaninstrumenten inzake het tweede loopbaanbeleid. • ICT: deze reserve is bestemd voor projecten met een informatievoorzieningscomponent. Benodigde weerstandscapaciteit De risico’s voor uitvoering van de veiligheidsregiotaken worden conform vastgesteld beleid gemonitord in het kader van de P&C-cyclus.
Zoals in de kaderbrief benoemd zal met name de herhuisvesting van de kazerne aan de Sontweg in Groningen en het huisvestingsplan voor de rest van de regio in de toekomst tot een forse financiële opgave leiden. Niet alle risico’s zijn op dit moment te kwantificeren. Deze risico’s zijn als PM-post opgenomen en worden zodra dit mogelijk is, nader uitgewerkt en gekwantificeerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in incidentele en structurele risico’s, waarbij structurele risico’s voor twee jaar worden voorzien. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de risico’s, die de VRG onderkent, met mogelijke financiële consequenties: Risico