Geamendeerde Transitievisie Warmte gemeente Westerkwartier.pdf
Tekst van het document
Transitievisie Warmte Gemeente Westerkwartier
December 2021
Inhoudsopgave
6
Duurzame bronnen en technieken in de gemeente Westerkwartier .. .................................................................................................................31 6.1
Duurzame bronnen in de gemeente Westerkwartier ...............32
Inhoudsopgave ............................................................................................... 2
6.2
Hoe kom je tot de meest geschikte warmteoplossing .............33
Voorwoord ....................................................................................................... 3
6.3
Mogelijke warmteoplossingen per gebied ...............................33
1
2
3
Inleiding ................................................................................................... 6
5
De route naar aardgasvrij .....................................................................36
1.1
Waarom de warmtetransitie? ........................................................ 7
7.1
Overwegingen ..............................................................................37
1.2
Gemeentelijk beleid duurzaamheid ............................................ 8
7.2
Waar willen we starten? ...............................................................37
1.3
Het ontstaan van de Transitievisie Warmte ................................ 9
1.4
Positie en doel van de Transitievisie Warmte............................ 10
8.1
Huis-voor-huis aanpak .................................................................41
1.5
Leeswijzer ...................................................................................... 10
8.2
Communicatie en participatie .....................................................41
De opgave voor gemeente Westerkwartier ....................................... 11
8.3
Rol gemeente en partners ...........................................................42
8
De uitvoering .........................................................................................40
2.1
De warmtevraag ........................................................................... 12
8.4
Financiering ..................................................................................43
2.2
Kenmerken gemeente Westerkwartier ...................................... 13
8.5
Koppelkansen ...............................................................................43
2.3
Kenmerken woningvoorraad ...................................................... 13
8.6
Monitoring resultaten en evaluatie visie ....................................44
2.4
Aarggasverbruik ........................................................................... 14
9
2.5
Kenmerken utiliteitsbouw............................................................ 14
Bijlage 1.
Begrippenlijst ...........................................................................46
Uitgangspunten ..................................................................................... 16
Bijlage 2.
Dialoogavonden TVW Westerkwartier ..................................48
De uitgangspunten voor Westerkwartier .................................. 17
Bijlage 3.
Slotbijeenkomsten ...................................................................51
Participatie en samenwerking .............................................................. 19
Bijlage 4.
Overzicht technieken ...............................................................55
3.1 4
7
Bijlagen ...................................................................................................45
4.1
Communicatie- en participatieproces Transitievisie Warmte.. 20
Bijlage 5.
Nationale marktrijpheid technieken .......................................60
4.2
Samenwerking met partners ....................................................... 24
Bijlage 6.
Relatie bouwjaren en isolatiewaarde .....................................61
Technische mogelijkheden .................................................................. 26
Bijlage 7.
Theoretische potentie bronnen ..............................................62
Bijlage 8.
Resultaten enquête ..................................................................63
5.1
Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen .............. 27
2
Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt de Transitievisie Warmte. Nederland, en dus ook de gemeente Westerkwartier, staat de komende jaren namelijk voor een grote opgave, de warmtetransitie. Alle 27.000 woningen in het Westerkwartier moeten uiterlijk in 2050 op een andere manier verwarmd worden. Dit hebben we met elkaar afgesproken in het Klimaatakkoord, waarin Nederland het doel heeft gesteld om minder CO2 uit te stoten om zo de gevolgen van de klimaatverandering te beperken. De gemeente Westerkwartier sluit aan op de doelen van het Klimaatakkoord. In het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 hebben wij als doel gesteld om in 2030 20% van de woningen in het Westerkwartier te verduurzamen door isolatie en woningverbetering. Wat is de Transitievisie Warmte? De Transitievisie Warmte is een visie op verduurzaming en alternatieve verwarmingstechnieken met daarbij een visie op de uitvoering. We hebben de visie opgesteld samen met onze inwoners en verschillende betrokkenen zoals de woningcorporaties en de netbeheerder. Ik wil iedereen die een bijdrage aan deze visie heeft geleverd daarvoor hartelijk bedanken. Waarom maakt de gemeente Westerkwartier een Transitievisie Warmte? In het Klimaatakkoord staan doelen opgesteld om minder CO2 uit te stoten, In 2030 moet de CO₂-uitstoot met 49% teruggebracht zijn en in 2050 met 95% ten opzichte van het jaar 1990.
Om dit doel te bereiken zijn er verschillende maatregelen genomen. Een hiervan is dat we in
2050 stoppen met het gebruik van aardgas. Ook zorgt de winning van aardgas tot veel problemen en schade in onze provincie. Daarom is besloten om uiterlijk 2022 te stoppen met de winning van aardgas. Deze beide ontwikkelingen zorgen ervoor dat het verbruik van aardgas moet worden teruggebracht en dat we moeten kijken naar andere warmtebronnen. Aan de slag! Deze visie kan worden gezien als een eerste stap in de route naar aardgasvrij. De visie is geen in beton gegoten plan maar zien we juist als richting en startpunt om met de inwoners in gesprek te gaan. De warmtetransitie zal niet vandaag of morgen afgerond zijn. Het is een proces van bijna 30 jaar dat we met elkaar aangaan. Maar we moeten er wel nu mee beginnen. Daarom willen we vol inzetten op het isoleren van woningen en het gebruik maken van natuurlijke momenten om over te schakelen op een andere verwarmingsbron dan aardgas. De komende jaren hebben we elkaar hard nodig om van deze transitie een succes te maken. Zo houden wede wereld ook voor toekomstige generaties. Ik kijk ernaar uit om deze uitgaging samen met de inwoners aan te pakken. Met vriendelijke groet, Hielke Westra Wethouder Duurzaamheid Gemeente Westerkwartier
3
Samenvatting Gemeente Westerkwartier wordt in de toekomst aardgasvrij. Dat betekent dat woningen en andere gebouwen niet meer met aardgas worden verwarmd, maar op een duurzame manier zonder aardgas. Dit past in het landelijk beleid (onder andere het Klimaatakkoord) om te zorgen voor minder uitstoot van het broeikasgas CO₂ en klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast stopt de aardgasproductie in Groningen om aardbevingen tegen te gaan. Ook wil de Nederlandse overheid minder afhankelijk zijn van aardgas vanuit het buitenland. Deze overstap naar een aardgasvrije manier van verwarmen noemen we de warmtetransitie. Elke gemeente in Nederland maakt hiervoor uiterlijk in 2021 een plan: de Transitievisie Warmte. Voor u ligt de Transitievisie Warmte van de gemeente Westerkwartier. In deze visie beschrijven we wat de warmtetransitie inhoudt, wat de alternatieven voor aardgas zijn en hoe de warmtevraag en het warmteaanbod het beste op elkaar afgestemd worden in de gemeente.
De opgave: een aardgasvrije gebouwde omgeving De Transitievisie Warmte gaat over de ‘gebouwde omgeving’. Dat zijn alle woningen, winkels, kantoren, scholen en andere gebouwen. In de Westerkwartier staan ongeveer 27.000 woningen en 2.000 andere gebouwen. Bij elkaar verbruiken we in de gemeente ruim 69 miljoen kubieke meter aardgas. Alle bestaande gebouwen in Westerkwartier moeten uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn.
Onze uitgangspunten Deze uitgangspunten staan voorop bij de warmtetransitie in Westerkwartier: ▪ Samen met inwoners: de warmtetransitie is een gezamenlijke uitdaging die we alleen in goed samenspel met elkaar kunnen bereiken. Door goed te luisteren en samen te werken verhogen we de kwaliteit van het proces en de plannen. ▪ Haalbaar en betaalbaar: de warmtetransitie vraagt investeringen van bewoners, netbeheerders en de maatschappij. Energiearmoede dient te worden voorkomen. Daarom streven wij naar woonlastenneutraliteit.* * Dit betekent dat de maandelijkse lasten die een huishouden betaalt aan energie lager zijn of gelijk blijven ten opzichte van de situatie waarin je niets doet.
▪
▪
▪
Duurzaamheid staat voorop: het verminderen van de CO₂-uitstoot vormt een belangrijk uitgangspunt voor de warmtetransitie in onze gemeente. In 2030 willen we als gemeente onze CO₂ -uitstoot gehalveerd hebben ten opzichte van 2015. Kansen benutten: door aan de haken op logische momenten zoals een herinrichting van een straat verminderen we kosten en overlast. Stap voor stap: Daar waar koppelkansen zijn gaan we aan de slag, maar we nemen geen overhaaste beslissingen. Kwaliteit gaat voor snelheid. Per stap bekijken we welke technieken haalbaar en bewezen zijn om te gebruiken.
27.000 woningen
+ 2.000 andere gebouwen
= 69 miljoen m³ aardgas vervangen door duurzame warmtebronnen
De eerste stappen: isoleren, ventileren en elektrisch koken Wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. Daarom is de eerste stap isoleren. Bovendien is isoleren vaak nodig om een woning of gebouw comfortabel zonder aardgas te verwarmen. In een geïsoleerd huis is goede ventilatie belangrijk voor een prettig klimaat. Tot slot is het ook nodig om over te stappen van koken op gas naar elektrisch koken om een woning aardgasvrij te maken. Op de volgende 4 van pagina staan voorbeelden isolatiemaatregelen.
Duurzame warmte: de opties Als de isolatie op orde is, kunnen we aan de slag met een alternatief voor verwarmen op aardgas. Er zijn verschillende oplossingen mogelijk, waarbij we onderscheid maken in drie soorten: ‘allelectric’ oplossingen, warmtenetten en duurzame gassen. All-electric houdt in dat een woning of gebouw volledig elektrisch wordt verwarmd, bijvoorbeeld met een warmtepomp. Bij een warmtenet stroomt er warm water door buizen in de grond naar de woningen. Dit kan van een fabriek zijn (hoge temperatuur warmte), maar ook van bijvoorbeeld warmte uit een kanaal (lage temperatuur; in combinatie met een warmtepomp). Duurzaam of hernieuwbaar gas vraagt de minste aanpassingen in woningen, maar is in de vorm van groen gas of waterstofgas beperkt beschikbaar. Ook is een hybride oplossing mogelijk, waarbij een woning verwarmd wordt door een combinatie van een warmtepomp met een CV-ketel voor de koude winterdagen. De gemeente houdt in de gaten welke nieuwe technieken in de toekomst beschikbaar komen.
Welke mogelijkheden zien we in Westerkwartier? De bouwjaren van de woningen, de bouwdichtheid van de kernen en de aanwezigheid van warmtebronnen bepalen welke oplossingen voor duurzame warmte in
Westerkwartier het meest voor de hand liggen. De gemeente bestaat uit diverse kernen van verschillende formaten, lange stroken lintbebouwing, bedrijventerreinen en een relatief groot buitengebied. Daarom verwachten we dat veel woningen en andere gebouwen overgaan op individuele (‘all-electric’ of hybride) technieken op lage temperatuur. Daarnaast zien we kansen voor collectieve warmteoplossingen. Zo kan het bestaande warmtenet in Marum mogelijk worden uitgebreid met de restwarmte van de zuivelfabriek. In o.a. Leek, Grijpskerk, Noordhorn en Zuidhorn kan mogelijk een warmtenet uit oppervlaktewater of afvalwater gerealiseerd worden. Daarnaast biedt de nieuwe rioolpersleiding naar de RWZI in Gaarkeuken kansen voor Zuidhorn.
Hoe en waar willen we starten?
Verder werken aan een aardgasvrij Westerkwartier
De warmtetransitie vindt niet van de één op de andere dag plaats. We doen dit gezamenlijk en op een zorgvuldige manier. Stap voor stap. Communiceren, informeren en samenwerken met inwoners en ondernemers staan hierin centraal. Daarnaast zetten we vol in op het isoleren van gebouwen. In de MOL-dorpen (Midwolde, Oostwold en Lettelbert ) liggen concrete kansen die we gezamenlijk gaan verkennen in de proeftuin in het kader van het landelijk ‘Programma Aardgasvrije Wijken. Daarnaast starten we in kernen waar kansen liggen voor bepaalde technieken met het uitvoeren van onderzoek.
Deze Transitievisie Warmte is een eerste versie. Hiermee gaan we aan de slag om zoveel mogelijk woningen voldoende te isoleren. Daarbij benutten we ook instrumenten die landelijk ontwikkeld worden, zoals subsidies en financieringen. In de MOL-dorpen en op kansrijke plekken voor bepaalde technieken gaan we in gesprek met inwoners en ondernemers en voeren we onderzoeken uit, zodat we samen een keuze kunnen maken welk alternatief voor aardgasvrij het beste is. Rond 2025 gaan we de Transitievisie actualiseren. Dan nemen we de geleerde lessen en nieuwe ontwikkelingen mee en maken we opnieuw de balans op.
Zelf aan de slag? Wilt u zelf aan de slag met de voorbereidingen voor een aardgasvrije woning? Isoleren en elektrisch koken zijn altijd goede stappen om te zetten. Maak daarbij gebruik van logische momenten. Kies bijvoorbeeld voor een inductie kookplaat als u toch uw keuken vervangt. En ga voor HR++/+++ glas als u toch kozijnen gaat schilderen of vervangen. Het Regionale Energieloket geeft u advies over de mogelijkheden voor verduurzaming, 5 de financiering hiervan en welke initiatieven er binnen de gemeente lopen.
1
Inleiding
Wereldwijd hebben landen met elkaar afgesproken de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2, drastisch te verminderen. Dit om de opwarming van de aarde zoveel mogelijk te beperken. In Nederland zijn deze afspraken verwoord in het Nederlands Klimaatakkoord. Daarin is opgenomen hoe elke sector bijdraagt aan het verminderen van de CO2 -uitstoot: 95% minder CO2uitstoot in 2050 ten opzichte van 1990 (49% minder in 2030). Om deze doelstelling te halen moeten we voor alle bestaande gebouwen een alternatief voor aardgas vinden. Hoe we deze doelstelling precies gaan halen, weten we nog niet. Wat we wel weten is dat we nu al stappen moeten zetten. In deze Transitievisie Warmte staat beschreven welke stappen wij de komende jaren binnen de gemeente Westerkwartier nemen om een aardgasvrije gemeente te worden.
6
1.1 Waarom de warmtetransitie? Met klimaatverandering krijgt iedereen te maken. Om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan, ondertekende Nederland in 2015 het Klimaatakkoord van Parijs. Nederland verplichtte zich hiermee de verdere opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1.5 graden. Dat doen we vooral door het verminderen van de CO₂-uitstoot. Welke doelen we wanneer moeten behalen is vastgelegd in de Klimaatwet uit 20191 . Hoe we als land gaan komen tot deze CO₂-vermindering is uitgewerkt in het Nationaal Klimaatakkoord. De belangrijkste doelen uit het Nationaal Klimaatakkoord zijn: 1 het verminderen van de CO₂-uitstoot in 2030 met 49% vergeleken met 1990 en 2 een afname van 95% van de uitstoot van broeikasgassen in 2050. Om dit te bereiken zijn afspraken gemaakt. Eén van de afspraken is dat we grootschalig en planmatig aan de slag gaan met de verduurzaming en het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving2. We maken onze woningen en gebouwen niet alleen aardgasvrij om klimaatverandering tegen te gaan. De bronnen voor fossiele brandstoffen, waaronder aardgas, zijn eindig en dus zijn er andere oplossingen nodig. Ook brengt gaswinning in de provincie Groningen grote risico’s met zich mee, zoals bodemdaling en kansen op aardbevingen. De overgang naar een duurzame vorm van warmte helpt om de gaswinning in Groningen te stoppen.
En het vermindert daarnaast onze afhankelijkheid van andere landen. De gemeente Westerkwartier pakt in deze opgave de regierol, waarbij zij nauw samenwerkt met partners en andere betrokkenen om te komen tot een gedragen en uitvoerbare visie. Figuur 1: 1.1Route De route aardgasvrij Nederland Figuur naarnaar een een aardgasvrij Nederland
1
In december 2020 is de CO₂-reductie vanuit het Klimaatakkoord van Parijs verhoogd van 49% naar 55%. Op het moment van schrijven moet deze verandering nog doorgevoerd worden in de Klimaatwet.
2
De gebouwde omgeving zijn alle woningen en gebouwen in Nederland bij elkaar. In de TVW focussen we ons alleen op het verwarmen van woningen en gebouwen en het leveren van warm tapwater. Proceswarmte die vrijkomt bij industrie wordt niet meegenomen.
7
Uiterlijk in 2050 gebruiken we geen aardgas meer in Nederland. Dat lijkt nog ver weg, maar het aardgasvrij maken van ruim 27.000 woningen en 2.000 andere gebouwen in Westerkwartier is een flinke opdracht. We hebben de tijd hard nodig om de warmtetransitie in stappen uit te voeren. Bovendien willen we ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen op een voor hem of haar geschikt moment. In figuur 1.1 laten we de route naar een aardgasvrij Nederland zien. Het schrijven van een Transitievisie Warmte (TVW) per gemeente vormt hierin een belangrijke eerste stap. In de TVW beschrijven we de manieren waarop inwoners en ondernemers in de gemeente Westerkwartier kunnen overstappen op andere, duurzame warmtebronnen. De gemeenteraad stelt eind 2021 de TVW vast. Daarna moeten we de TVW elke 5 jaar, of zoveel eerder als nodig, herzien. Als we de visie elke 5 jaar aanvullen en aanpassen is het mogelijk om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. De komende jaren scherpen we de TVW daarom aan met goede ideeën van inwoners, bedrijven, partners (o.a. de woningcorporaties en de netbeheerder) en de gemeente.
Deze drie thema’s zijn uitgewerkt in totaal 14 speerpunten. De grootste CO₂-winst is naar verwachting te behalen binnen het tweede onderwerp ‘een klimaatvriendelijke leefomgeving’. Thema 1 ‘een toekomstbestendige woonsituatie’ draagt voor een kwart van de opgave. Hieronder geven we alleen een opsomming van de speerpunten toekomstbestendige woonsituatie, omdat die het meest relevant zijn voor de Transitievisie Warmte.
1.2 Gemeentelijk beleid duurzaamheid
Een toekomstbestendige woonsituatie
De Transitievisie Warmte staat binnen de gemeente niet op zichzelf, maar is een onderdeel van het gemeentelijk beleid op het thema duurzaamheid. Het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 van de gemeente Westerkwartier is gebaseerd op (inter)nationale afspraken over verduurzaming en klimaatdoelstellingen. De centrale doelstelling (breder dan alleen de warmtetransitie) van de gemeente Westerkwartier luidt: “Het realiseren van een duurzame samenleving in het Westerkwartier, waarin invulling wordt gegeven aan ons deel van de (inter)nationale klimaatdoelen: 50% CO₂-reductie in 2030 en volledig CO₂-neutraal in 2050”.
Het thema ‘een toekomstbestendige woonsituatie’ gaat over duurzaam wonen. Er is aandacht voor het besparen van energie, het gebruik van schone energie en de betaalbaarheid daarvan. Daarbij is de insteek dat 20% van de woningvoorraad in 2030 verduurzaamd is. (speerpunt 3). Dit komt neer op een ambitie om in de periode 2020-2030 5000 woningen te verduurzamen (en daarmee voor te bereiden op aardgasvrij). Per jaar gaat het dus om 500 woningen. Wij beseffen ons dus hoe groot alleen al deze opgave is. Om toe te werken naar een toekomstbestendige woonsituatie bevat het beleid zes speerpunten: Van deze zes speerpunten zijn er vier relevant voor de Transitievisie Warmte, welke we hieronder hebben opgesomd.
Deze centrale doelstelling is uitgewerkt aan de hand drie thema’s: ▪ Een toekomstbestendige woonsituatie; ▪ Een klimaatvriendelijke leefomgeving; ▪ Een circulaire economie.
8
Speerpunt 1: Wij geven op een goede manier voorlichting over energiebesparing Wij denken dat voorlichting een belangrijke voorwaarde is voor een succesvolle energietransitie. We zien daarbij twee vormen van voorlichting: ▪ Persoonlijke voorlichting, bijvoorbeeld doormiddel van energiecoaches en het Energieloket Groningen; ▪ Voorlichting aan groepen (op maat), bijvoorbeeld tijdens webinars of via educatie op scholen, nieuwsbrieven of bijeenkomsten op buurt- en wijkniveau. In de praktijk vinden beide vormen vaak naast elkaar plaats. Advies over energiebesparing en woningverbetering is altijd maatwerk, omdat iedere woning anders is. Speerpunt 2: Wij hebben energiearmoede in onze gemeente bestreden Energiearmoede betekent dat mensen moeite hebben om de maandelijkse energierekening te betalen. Dit komt dan omdat een groot deel van het inkomen besteed moet worden aan gas- en elektriciteitskosten. De tarieven voor gas stijgen. Daardoor krijgen steeds meer inwoners van Westerkwartier te maken met energiearmoede. De komende jaren geven we als gemeente samen met diverse partners voorlichting en hulp in het kader van energiearmoede.
Speerpunt 3: We hebben in 2030 20% van alle woningen en gebouwen in onze gemeente verduurzaamd door isolatie en woningverbetering De gemeente Westerkwartier en de twee woningcorporaties trekken samen op in het verduurzamen van woningen. Tegelijkertijd moedigen we particuliere eigenaren en verhuurders aan om hun woningen aardgasvrijte maken. Dat doen we met voorlichting en geld. Op beleidsniveau leggen we de verbinding tussen het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025, de Woonvisie 2020-2025 en de Transitievisie Warmte. Het gaat verder niet alleen om verduurzaming van woningen maar ook om bedrijven. De komende jaren richten we ons voornamelijk op midden- en kleinbedrijven. Speerpunt 4: Wij hebben een Transitievisie Warmte opgesteld en (pilot)projecten gedaan Voor u ligt de Transitievisie Warmte die eind 2021 wordt vastgesteld door de gemeenteraad. In hoofdstuk 7 en 8 van deze visie beschrijven we hoe de route naar een aardgasvrije gemeente loopt en hoe we die de komende jaren gaan uitvoeren.
1.3 Het ontstaan van de Transitievisie Warmte De energietransitie vraagt veel samenwerking. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte werkte de gemeente daarom intensief samen met een aantal partners, waaronder Enexis Netbeheer en de woningcorporaties Wold & Waard en Wierden en Borgen. Vanuit de gemeente hebben medewerkers vanuit verschillende beleidsvelden meegewerkt. De genoemde partijen namen deel aan de projectgroep. Zo kwamen we tot een breed gedragen visie. In het najaar van 2020 startten de gemeente en de partners met de voorbereidingen voor de Transitievisie Warmte. Dat deden we in een 2-daagse digitale Sprintsessie. Tijdens deze sprintsessie deelden we kennis over de warmtetransitie en brachten we de technische mogelijkheden voor de woningen in Westerkwartier in kaart. De ideeën vanuit de sprintsessie zijn vervolgens met het projectteam verder aangescherpt. In het projectteam zaten medewerkers van de gemeente en partners. We keken naar koppelkansen, zoals die met de
9
klimaatadaptatie en de bredere energietransitie (elektrisch rijden, zonnepanelen). Vervolgens vroegen wij inwoners van de gemeente naar hun ideeën en mening. Dat deze we via een enquête en tijdens acht dialoogavonden. Waar liggen volgens de inwoners kansen? En waar zien ze risico’s? En waar moeten we mee beginnen?
1.4 Positie en doel van de Transitievisie Warmte Deze visie maakt onderdeel uit van drie documenten die we in het kader van het nationale Klimaatakkoord opstellen. Deze drie documenten zijn , de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte (TVW) en de Wijkuitvoeringsplannen (WUP). Deze documenten hangen nauw met elkaar samen. De wettelijke basis komt in de nieuwe Omgevingswet te staan. In de kaders op de volgende pagina lichten we de RES, TVW en WUP verder toe.
hoofdstuk 3 gaan we dieper in op de uitgangspunten die van belang zijn voor de warmtetransitie in de gemeente Westerkwartier. Hoofdstuk 4 laat zien hoe we inwoners betrokken tijdens het opstellen van de Transitievisie Warmte en hoe we samenwerken met diverse partijen. Hoofdstuk 5 bespreekt welke alternatieven er voor aardgas zijn. In hoofdstuk 6 wordt de potentie van de aanwezige warmtebronnen in de gemeente Westerkwartier beschreven. Daarnaast gaat dit hoofdstuk in op de mogelijke warmteoplossingen per gebied. Hoofdstuk 7 beschrijft vervolgens de route naar een aardgasvrije gemeente. Hoofdstuk 8 beschrijft hoe we de overgang gaan uitvoeren. De onderwerpen die aan de orde komen zijn rolverdeling, participatie, communicatie en financiering.
1.5 Leeswijzer Deze Transitievisie Warmte is opgebouwd uit een aantal hoofdstukken. Regionale Energiestrategie (RES)
Transitievisie Warmte (TVW)
(Wijk)uitvoeringsplannen (WUP)
Er zijn in het Klimaatakkoord dertig regio’s aangewezen, die een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. De gemeente Westerkwartier maakt onderdeel uit van de RES Groningen. De RES 1.0 is in 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de RES komt de afstemming over warmtebronnen aan bod die over meer dan 1 regio gaat. Daarnaast geeft de RES aan hoe gemeenten kunnen samenwerken bij de opwekking van duurzame elektriciteit. Ook bevat het inzicht in hoe de regio de energieproductiecapaciteit kan realiseren. In 2023 wordt een RES 2.0 opgesteld waarin de uitkomsten van de Transitievisie Warmte worden opgenomen.
Uiterlijk in 2021 moet elke gemeente in Nederland een Transitievisie Warmte hebben vastgesteld. Daarin staat het tijdspad waarop de verschillende gebieden van het aardgas gaan. Dit tijdspad noemen wij de routekaart. Voor gebieden waarvan de transitie voor 2030 is gepland, staan in de TVW ook de potentiële alternatieve warmtebronnen en geven we een visie op de uitvoeringsstrategie in de komende jaren.
De concrete uitwerking van het duurzame warmte alternatief op wijk/buurt/gebied niveau vindt plaats in het (wijk)uitvoeringsplan (WUP). In het WUP betrekt de gemeente inwoners, vastgoedeigenaren en andere stakeholders nauw bij de keuze voor de warmtebron en -techniek voor de wijk en op welk moment de wijk van het aardgas gaat. Samen maken we de keuze hoe de wijk wordt verduurzaamd op basis van wat technisch, financieel en maatschappelijk haalbaar is. Hierin trekt de gemeente samen op met actieve inwoners en partijen in de wijk, zoals een inwonersinitiatief, een energiecoöperatie of de woningbouwcorporatie.
In hoofdstuk 2 brengen we de opgave voor Westerkwartier in beeld. In
10
2 De opgave voor gemeente Westerkwartier We gebruiken aardgas voor het verwarmen van ons huis, voor het warme water uit de kraan en douche en ook vaak om te koken. In 2050 willen we dat al deze warmte komt van duurzame, alternatieve warmtebronnen. Om te weten wat deze opgave precies voor Westerkwartier inhoudt is het belangrijk om te weten hoe het gebruik van aardgas er op dit moment uitziet (warmtevraag).
11
2.1 De warmtevraag In de gemeente Westerkwartier willen we in 2050 aardgasvrij zijn. Dit staat ook in de landelijke doelstelling, die is opgenomen in het Klimaatakkoord. In dit hoofdstuk bespreken we wat deze opgave betekent voor Westerkwartier en welke bronnen er binnen de gemeente zijn. De totale vraag naar aardgas in de gemeente was in 2019 69 miljoen m3.
gebouwen, het verwarmen van tapwater en voor het koken. Met de gebouwde omgeving bedoelen we alle woningen en andere gebouwen, zoals kantoren, winkels, bedrijfsgebouwen en maatschappelijk vastgoed. Deze ‘andere gebouwen’ noemen we ook wel utiliteitsbouw. Onder dit begrip vallen alle gebouwen die geen woning zijn. In de Transitievisie Warmte kijken we niet naar de proceswarmte die bedrijven nodig hebben. Proceswarmte is warmte die nodig is voor industriële processen. Proceswarmte valt niet onder de sector gebouwde omgeving, maar is onderdeel van de sectortafel Industrie in het Klimaatakkoord en maakt daarom geen onderdeel uit van de Transitievisie Warmte.
Figuur 2.1: Totale gemeentelijke aardgasvraag verdeeld naar domeinen (Klimaatmonitor)
In figuur 2.1 is de verdeling van de aardgasvraag per sector te zien. Het grootste deel van al het aardgas wordt gebruikt voor de verwarming (inclusief tapwater) van woningen en utiliteitsgebouwen (alle gebouwen die geen woning zijn) (samen 78%). Daarnaast gebruikt de industrie 15% van het aardgas. In deze Transitievisie Warmte kijken we alleen naar aardgas dat wordt gebruikt in de gebouwde omgeving voor het verwarmen van
12
2.2 Kenmerken gemeente Westerkwartier Gemeente Westerkwartier is een redelijk nieuwe gemeente die is ontstaan in 2019. De gemeente heeft ruim 63.300 inwoners (2020) en bestaat uit 41 kernen, waarvan de vijf grootste zijn weergegeven in figuur 2.2. Er staan in de gemeente Westerkwartier ongeveer 27.000 woningen en ongeveer 2.000 andere gebouwen (2021).
de woningen van voor 1975 geldt: hoe ouder de woning, hoe ingewikkelder hij te isoleren is (onder andere doordat woningen van voor de oorlog geen spouw hebben). Voor iedere woning, oud of nieuw, geldt dat onderzocht moet worden tot welk energielabel geïsoleerd kan worden.
Figuur 2.2: Grootste kernen binnen de gemeente Westerkwartier met daarbij het aantal inwoners (ongeveer)
2.3 Kenmerken woningvoorraad De gemeente Westerkwartier bestaat bijna helemaal uit laagbouw (98%). De helft van alle gebouwen is gebouwd na 1975 (51%). In figuur 2.3 is weergegeven hoe de woningen verdeeld zijn naar bouwjaar. Het bouwjaar van een woning laat vaak zien hoe goed een woning geïsoleerd is. Ook geeft het aan of de woning geschikt is voor een duurzame vorm van energie. Meestal geldt: hoe ouder een gebouw, hoe slechter de isolatiewaarde en hoe hoger de temperatuur die nodig is om een gebouw te verwarmen. Ongeveer 7.800 woningen zijn gebouwd tussen 1992 en 2021 (30%). Deze woningen zijn meestal goed geïsoleerd of ‘eenvoudiger’ te isoleren. Dat komt vooral door het bouwbesluit dat er kwam in 1992 waarin nieuwe eisen werden opgenomen met betrekking tot isolatie. In de gemeente Westerkwartier staan circa 12.800 woningen die zijn gebouwd voor 1975. Op dit moment is het vaak te duur voor een eigenaar om deze woningen te isoleren tot een woning met energielabel A of beter. Isolatie tot een lager label (C of B) ligt bij deze woningen meer voor de hand. Ook voor
Figuur 2.3: Verdeling bouwjaren woningen in Westerkwartier (Startanalyse PBL)
Verdeling huur- en koopwoningen Bijna driekwart van de inwoners in de gemeente Westerkwartier woont in een koopwoning (72%). Dat zijn er meer dan het Nederlands gemiddelde (57%). Dat betekent dat veel woningeigenaren zelf hun woning aardgasvrij moeten maken. Koopwoningen
Woningcorporaties
Particulier verhuur
72%
21%
7% 13
Elektriciteitsverbruik en aardgasvrij Naast de aardgasvraag hebben de woningen en gebouwen in de gemeente Westerkwartier ook een elektriciteitsvraag. In percentages: ze hebben ongeveer 80% gas nodig en 20% elektriciteit. We verwachten dat de vraag naar elektriciteit gaat stijgen als er minder dan aardgas gebruikt wordt. Dit komt doordat elektriciteit vaak een rol speelt in duurzame warmte, zoals bij het gebruik van warmtepompen. Ook onze elektriciteitsbronnen moeten we verduurzamen. De plannen hiervoor staan in de eerder vastgestelde Visie Hernieuwbare Elektriciteit Gemeente Westerkwartier (april 2020). Daarnaast wordt er op provinciaal niveau invulling aan gegeven de verduurzaming van de elektriciteit in Nederland in de RES (zie pagina 9).
2.5 Kenmerken utiliteitsbouw
2.4 Aarggasverbruik Het gemiddelde aardgasverbruik per huishouden in Westerkwartier is 1.590 m3. Het verbruik ligt daarmee hoger dan het landelijk gemiddelde van 1.310 m3. Hoeveel aardgas een huishouden nodig heeft, hangt van een paar dingen af. Van wie er in het huis wonen, hoe oud en groot het huis is en wat voor soort huis het is. In een vrijstaande woning is het aardgasgebruik vaak hoger dan in een appartement. De gemeente Westerkwartier heeft een landelijke karakter. Dat betekent dat redelijk grote woningen staan. Daarom is het aardgasverbruik per huishouden in de gemeente hoger dan het landelijk gemiddelde.
De Transitievisie Warmte gaat over ons warmtegebruik in de gebouwde omgeving. We denken daarbij vooral aan woningen en daarmee de gevolgen voor inwoners. Maar de gebouwde omgeving gaat ook over kantoren, winkels, maatschappelijk vastgoed als scholen, zorginstellingen en bedrijven. Net als alle woningen in de gemeente, moeten we bedrijfsgebouwen (en kantoren en instellingen) in 2050 zonder aardgas verwarmen. Daarom moeten we ook voor deze gebouwen nadenken over de alternatieven voor aardgas (voor de ruimteverwarming en de verwarming van tapwater). De aanpak hiervoor is anders dan die van woonwijken omdat de rol van ondernemers anders is dan die van inwoners. Zij hebben zij vaker dan inwoners veel vastgoed en het gaat om bedrijfsinvesteringen in plaats van de huishoudportemonnee. Daarnaast hebben veel utiliteitsgebouwen naast de aardgasvrijopgave vaak nog een of meerdere andere duurzaamheidsopgaven.
14
Sommige bedrijven beschikken over restwarmte die vrijkomt bij hun bedrijfsprocessen. Nu wordt dit vaak de lucht ingeblazen of in het water geloosd. Deze restwarmte kunnen we misschien gebruiken voor een warmtenet op een bedrijventerrein of in een woonwijk die er naast ligt. Ook zijn er groepen bedrijven, die samen aan de slag kunnen met de verduurzaming van hun gebouwen en omgeving. Een belangrijk aandachtspunt bij utiliteit en bedrijventerreinen is om ook goed naar de koudevraag te kijken. In tegenstelling tot woningen is er vaak een hogere koudevraag. In de gemeente Westerkwartier gaat 13% van het totale gasverbruik naar utiliteitsbouw3. 6% van de totale gasvraag wordt gebruikt in de publieke dienstverlening (zorginstellingen, scholen, gemeentelijk vastgoed, sportscholen) en 7% in de commerciële dienstverlening (horeca, winkels). De Klimaatmonitor laat zien welke sectoren de grootste gasvraag hebben in de gemeente. Wat betreft commerciële dienstverlening gaat het in dat geval om handel (zoals winkels, supermarkten en showrooms) en de horeca. Bij publieke dienstverlening is te zien dat het grootste deel van de gasvraag is bestemd voor de gezondheids- en welzijnszorg, onderwijs (scholen) en cultuur, sport en recreatie. Bedrijven hebben naast de warmtetransitie ook de bredere opgave om energie te besparen, duurzame energie op te wekken en hun bedrijfsvoering te verduurzamen.
Zo zijn kantoren wettelijk verplicht om vanaf 2023 minimaal een energielabel C te hebben. Daarnaast is het voor bedrijven met een jaarlijks elektriciteitsgebruik van meer dan 50.000 KWh of een aardgasgebruik van meer dan 25.000 m3 verplicht om zelf energiebesparende maatregelen te nemen, de Energiebesparingsplicht. Dit staat in de Wet Milieubeheer.
3
Exclusief gasgebruik vervoer en opslag
15
3
Uitgangspunten
Samen met de betrokken partijen hebben we uitgangspunten opgesteld voor de warmtetransitie in onze gemeente. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de Transitievisie Warmte en de stappen hierna. In dit hoofdstuk leggen we per uitgangspunt uit wat het betekent.
16
3.1 De uitgangspunten voor Westerkwartier Samen met alle partners hebben we vijf uitgangspunten opgesteld die wij belangrijk en passend vinden voor de Transitievisie Warmte. Met deze uitgangspunten werken we in de gemeente Westerkwartier samen aan de overgang naar een aardgasvrije gemeente.
Uitgangspunt 3: Duurzaamheid staat voorop Het verminderen van de CO₂-uitstoot vormt een belangrijk uitgangspunt voor de warmtetransitie in onze gemeente. In 2030 willen we als gemeente onze CO₂uitstoot gehalveerd hebben ten opzichte van 2015. Tot die tijd ligt onze focus op het besparen van energie en het isoleren van de woningen in onze gemeente.
Uitgangspunt 1: Samen met inwoners De warmtetransitie is een gezamenlijke uitdaging die we alleen in goed samenspel met elkaar kunnen bereiken. De overgang naar aardgasvrije woningen raakt onze inwoners direct. Daarom willen wij gezamenlijk met hen ontdekken hoe de gemeente Westerkwartier aardgasvrij kan worden. Tijdens het schrijven van Transitievisie Warmte betrokken we inwoners. Dat deden we via informatieavonden, een enquête en dialoogavonden. Ook bij het maken van uitvoeringsplannen willen we graag weten wat inwoners willen en vinden. Door goed te luisteren en samen te werken verhogen we de kwaliteit van het proces en de plannen. Uitgangspunt 2: Haalbaar en betaalbaar De overgang naar duurzame warmte vraagt investeringen van de maatschappij én van inwoners, netbeheerders en energiebedrijven. We willen de kosten voor de overgang woonlastenneutraal houden. Dit betekent dat de maandelijkse lasten die een huishouden betaalt aan energie lager zijn of gelijk blijven ten opzichte van de situatie waarin je niets doet. De kosten voor isoleren en het overstappen op een duurzame warmtebron kunnen echter flink oplopen. Vooral oudere woningen die slechter geïsoleerd zijn, vragen om een relatief hoge investering. Veel woningeigenaren beschikken niet over voldoende geld om een dergelijke investering te doen.
Gelukkig zijn er steeds meer financieringsmogelijkheden die het mogelijk maken om deze investeringen toch te kunnen doen. Zo zijn banken steeds vaker bereid om leningen te verstrekken, zijn er landelijke subsidiemogelijkheden en bestaan er regelingen voor voorfinanciering.
17
Uitgangspunt 4: Kansen benutten Aanpassingen doen aan woningen of gebouwen is niet nieuw. Mensen zijn al eeuwen bezig hun woningen, gebouwen en leefomgeving te verbeteren en doen dat nog steeds. We willen aansluiten bij natuurlijke momenten van overgang. Daardoor verminderen we de kosten en overlast van de overgang. We stimuleren inwoners bijvoorbeeld om bij de aankoop of verbouwing van een woning meteen maatregelen voor duurzaamheid te nemen. De gemeente bekijkt bij welke ontwikkelingen in de openbare ruimte of maatschappelijke gebouwen we kunnen aanhaken. Voorbeelden hiervan zijn de vervanging van de riolering of de herinrichting van een gebied. Dat zijn momenten waarop we kijken of we meteen ook maatregelen voor duurzaamheid kunnen nemen. Daarnaast kijken we welke opgaven er liggen binnen de gemeente en waar andere partijen plannen hebben om ook op die plekken mee te kunnen koppelen. Zo houden we de overgang betaalbaar en kunnen we de transitie op een goede manier doorlopen.
jaar herzien. Zo houden we de deur open voor innovaties in de toekomst en kunnen we bijsturen waar nodig. Uitgangspunt 6: Resultaten volgen en eventueel bijsturen We willen met jaarrapportages de gemeenteraad en inwoners op systematische wijze (monitoring) de voortgang van de maatregelen (onder meer het isoleren van woonruimten, het ontwikkelen van plannen voor collectieve oplossingen en samenwerkingen) laten volgen. Deze zetten we daarbij af tegen de doelen voor 2030 (49% minder CO2-uitstoot en 20% van de woningen/gebouwen verduurzaamd). Zo nodig kan het beleid dan worden bijgesteld. 4
Uitgangspunt 5: Stap voor stap De warmtetransitie kost tijd en er is nog veel in ontwikkeling. We gaan daarom stap voor stap aan de slag. Daar waar we goede koppelkansen zien gaan we van start, maar we nemen geen overhaaste beslissingen. Kwaliteit gaat altijd voor snelheid, maar we moeten wel vooruit. Per stap bekijken we daarom welke technieken haalbaar en bewezen zijn om al te gebruiken. Niet alle alternatieven voor aardgas zijn al goed beschikbaar. Groen gas is bijvoorbeeld nog beperkt beschikbaar. Van waterstof weten we nog niet eens of we het gaan inzetten voor het verwarmen van woningen en gebouwen. Er lopen wel wat proeven mee in Nederland. Oplossingen die elektriciteit vragen zijn al beter beschikbaar. Het is wel belangrijk dat er voldoende duurzame elektriciteit wordt opgewekt via zon en wind. En dat het energienetwerk het transport van elektriciteit kan garanderen. De Transitievisie Warmte is daarom geen vaststaand document. De visie wordt in ieder geval eens in de vijf 4
Aangenomen amendement 9.1 in de raadsvergadering van 01-12-2021
18
4
Participatie en samenwerking
De warmtetransitie raakt ons allemaal. Het is een uitdagende opdracht die we alleen samen kunnen realiseren. Wij vinden het daarom belangrijk dat inwoners, ondernemers en andere partijen nauw betrokken zijn bij de overgang naar een aardgasvrije gemeente. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe inwoners zijn betrokken bij het opstellen van de Transitievisie Warmte en hoe de gemeente samenwerkt met diverse partners.
19
4.1 Communicatie- en participatieproces Transitievisie Warmte
aardgasvrij wonen. Zij hebben zorgen en zien voornamelijk belemmeringen of uitdagingen als het over de transitie gaat.
In de warmtetransitie is aandacht voor communicatie en participatie heel belangrijk: om inwoners het verhaal te vertellen, maar zeker ook om ze stimuleren om duurzame maatregelen te nemen. Tijdens het opstellen van de Transitievisie Warmte zijn inwoners op diverse momenten betrokken. Zo is er een enquête uitgezet onder inwoners, zijn er dialoogavonden georganiseerd en is de concept Transitievisie Warmte gepresenteerd aan en besproken met inwoners.
Inwonersenquête In het voorjaar van 2021 (10 mei t/m 1 juni) heeft de gemeente Westerkwartier een enquête uitgezet om een eerste beeld te krijgen van hoe inwoners aankijken tegen de overstap naar aardgasvrij wonen. Hoe denken zij erover om geen aardgas meer te gebruiken? Wat zien inwoners als kansen? En welke belemmeringen zien zij? In totaal vulden 960 (1,5%) respondenten de enquête in. De belangrijkste uitkomsten van inwonersenquête worden in deze paragraaf kort toegelicht. “Er moeten goede alternatieven komen die ook nog betaalbaar zijn”
“Ik sta er positief tegenover, maar zie ook nog wel haken en ogen. Het moet ook betaalbaar zijn”
“Aardgas is reeds een schone vorm. In de ons omringende landen wordt aardgasgebruik juist gestimuleerd”
Hoe kijken respondenten tegen de transitie naar aardgasvrij wonen aan? Uit de enquête blijkt dat respondenten verschillend tegen aardgasvrij wonen aankijken. De meerderheid van de respondenten geeft aan er positief (46%) of neutraal (25%) tegen aan te kijken. Hoewel deze respondenten nog wel twijfels hebben bij de haalbaarheid en de betaalbaarheid van de transitie, zien zij de noodzaak van de overgang om klimaatverandering en aardbevingen, veroorzaakt door gaswinning, tegen te gaan. Een kwart van de inwoners kijkt negatief aan tegen
Figuur 4.1: Hoe kijken respondenten aan tegen ‘aardgasvrij wonen’ op een schaal van 1 (zeer negatief) tot 5 (zeer positief)
Hoe willen respondenten de komende tijd aan de slag? Meer dan vier op de vijf respondenten vindt het (zeer) belangrijk om aan de slag te gaan met het besparen van energie. De stap naar het aardgasvrij maken van de woning is voor veel respondenten echter nog te groot. “Aardgasvrij maken is geen doel op zich. Het gaat veel meer om energie besparing en om de transitie naar duurzamere vormen van energieopwekking.”
“We moeten beginnen met isoleren. Goed dat nieuwbouw aardgasvrij is, maar bij bestaande woningen richten op energiebesparing.”
Een kwart van de respondenten met een koopwoning zou zelf (10%), of samen met het dorp, wijk of buurt (15%) het initiatief willen nemen om van het aardgas af te gaan. Eveneens een kwart wil liever de planning van de gemeente afwachten.
20
Figuur 4.2: Hoe willen respondenten aan de slag?
Een kleinere groep respondenten (22%) wil aan de slag met een collectief warmtenet als alternatieve warmtetechniek. Onder de groep 18-39 jarigen zijn de meeste voorstanders te vinden (31%). “Hier kan iedereen van profiteren. Geen wildgroei van andere voorzieningen”
“De woningdichtheid waar ik woon is niet echt geschikt voor een warmtenet”
Wat zijn de voornaamste redenen en/of aanleidingen om wel of niet aan de slag te gaan met het aardgasvrij maken van de woning? Geld speelt een grotere rol dan het milieu in de overweging om over te stappen naar aardgasvrij wonen. Figuur 4.3 toont de meest genoemde redenen om aan de slag te gaan. De meest genoemde reden om aan de slag te gaan met het aardgasvrij maken van de woning is wanneer men gebruik kan maken van subsidies en andere financieringen. Daarnaast vinden respondenten het belangrijk dat ze de investeringen die zij doen in hun woning terug kunnen verdienen.
Figuur 4.3: De meest genoemde redenen en aanleidingen om wel aan de slag te gaan met het aardgasvrij maken van de woning
De hoge investering die een overstap naar aardgasvrij wonen vraagt is de meest genoemde reden waarom respondenten nog niet aan de slag zijn gegaan (59%). Daarnaast wil meer dan de helft van de respondenten wachten totdat technieken verder ontwikkeld zijn en geeft een derde van de respondenten aan dat zij twijfelt of de huidige alternatieven echt duurzamer zijn. 20% van de respondenten is nog niet gestart met het aardgasvrij maken van de woning, omdat zij niet weten of zij op lange termijn in dit huis willen blijven wonen. Welke rol is er voor de gemeente? De helft (52%) van de respondenten vindt dat de gemeente het voortouw moet nemen bij het aardgasvrij maken van Westerkwartier. In die rol kan de gemeente zich het beste inzetten voor het duurzamer maken van woningen door subsidies te verstrekken (74%), advies geven op locaties (49%) en het ondersteunen van lokale initiatieven (47%). Ook het online verstrekken van informatie (40%), het verstrekken van leningen met gunstige voorwaarden en het organiseren van informatieavonden (32%) worden genoemd.
21
Slechts 14% van de respondenten geeft aan dat de gemeente zich het beste kan inzetten door te besluiten wanneer een dorp, wijk of buurt van het aardgas afgaat. Respondenten met een huurwoning noemen dit overigens wel vaker als een goede manier in vergelijking met respondenten in het bezit zijn van een koopwoning (21% vs. 13%). Op welke manier willen respondenten geïnformeerd worden over de warmtetransitie? De grote meerderheid(98%) van de respondenten wordt graag op de hoogte gehouden van de warmtetransitie in de gemeente Westerkwartier. Het liefst ontvangen zij een digitale nieuwsbrief per mail of kijken zij op de website van de gemeente. Daarnaast ontvangt 40% van de respondenten graag informatie via huis-aan-huisbladen. Veel zestigplussers geven daarnaast aan ook geïnformeerd te willen worden via fysieke bijeenkomsten. Jongere mensen kiezen vaker voor een brief (per post) of voor sociale mediakanalen.
Uitkomsten warmtedialoogavonden In juni zijn er acht digitale dialoogavonden georganiseerd waarin telkens een gebied centraal stond. In totaal hebben circa 200 inwoners deelgenomen aan de avonden. Tijdens de avonden zijn de inwoners geïnformeerd over het proces van de warmtetransitie en de resultaten van de inwonersenquête. Daarnaast was er een presentatie over de inhoud van de Transitievisie Warmte. Ook is ingezoomd op de mogelijkheden binnen het gebied dat op de betreffende avond centraal stond. Tijdens de tweede helft van de avond was er de mogelijkheid om vragen te stellen en is gesproken over de mogelijke kansen en risico’s van de transitie. Tijdens deze gesprekken is gebruik gemaakt van Mural, een online whiteboard waarop deelnemers post-its konden plaatsen met hun gedachten of opmerkingen.
Figuur 4.5: Voorbeeld Mural board dat is gebruikt tijdens een van de dialoogavonden
De belangrijkste uitkomsten van de warmtedialoogavonden zijn:
Figuur 4.4: Op welke manier willen respondenten geïnformeerd worden over de warmtetransitie in Westerkwartier?
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Zet vol in op isoleren; Bied onafhankelijk advies aan; Communiceer helder en eenduidig; Maak goed overwogen keuzes waar je geen spijt van krijgt; Kijk ook naar innovatieve voorbeelden; Heb aandacht voor het buitengebied.
Een samenvatting van de verschillende warmtedialoogavonden is opgenomen in bijlage 2.
22
Als voorbereiding op de dialoogavonden is er een digitale bijeenkomst georganiseerd met de dorpsbelangen en energiecoöperaties. Tijdens deze bijeenkomst hebben we onder andere met de aanwezigen nagedacht over de belangrijke onderwerpen op de dialoogavonden.
Slotbijeenkomsten Op 21 en 23 september waren er twee slotbijeenkomsten, waaraan ruim 100 inwoners hebben deelgenomen. Tijdens deze avonden is de concept Transitievisie Warmte gepresenteerd en is aangegeven hoe de uitkomsten van de inwonersenquête en de warmtedialoogavonden zijn meegenomen in het opstellen van de visie. Naar aanleiding hiervan is het gesprek gevoerd met de inwoners en was er ruimte voor het stellen van vragen.
Ten slotte wezen inwoners er tijdens de slotbijeenkomsten op dat er in de TVW nog verschillende open eindjes staan. Dit klopt, de visie is opgesteld om deze open eindjes de komende jaren te onderzoeken. De visie wordt daarom iedere vijf jaar geactualiseerd of eerder wanneer daar aanleiding voor is. Op die manier kunnen de uitkomsten van onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. Tijdens de slotbijeenkomsten was Herman Roozen aanwezig. Herman is striptekenaar des vaderlands en vatte de gesprekken van de avond in tekeningen. Een aantal van deze tekeningen vindt u verspreid door deze visie terug. Een samenvatting van de slotbijeenkomsten is opgenomen in bijlage 3.
Tijdens de slotbijeenkomsten kwamen diverse thema’s aan bod. Zo is er gesproken over het nemen van individuele maatregelen en mogelijkheden voor collectieve oplossingen binnen de gemeente. Inwoners zijn daarbij gewezen op de mogelijkheid om advies te vragen van energiecoaches. Daarnaast is er gesproken over het gebruik van groen gas, de toepassing van waterstof en de ontwikkeling van innovatieve ideeën. Ook de druk op het elektriciteitsnetwerk kwam ter sprake. Deze neemt toe doordat iedereen overstapt op elektrisch verwarmen en elektrisch rijden. De netbeheerder, die verantwoordelijk is voor het verzwaren van het netwerk, wordt daarom nauw betrokken bij de plannen die vanuit de RES en de gemeente worden gemaakt. Een ander belangrijk thema tijdens beide avonden was de betaalbaarheid van de transitie. De gemeente streeft er naar dat de woonlasten niet sterker toenemen dan dat de gasprijzen stijgen. Daarnaast start de gemeente een lobby bij het Rijk voor financiële ondersteuning. Door de stijgende prijzen loont het echter om snel te starten met de warmtetransitie. Niets doen is uiteindelijk duurder. Participatie is ook een belangrijk onderdeel van de warmtetransitie. De gemeente gaat daarom graag in gesprek met energiecoöperaties om initiatieven uit de verschillende kernen te ondersteunen.
23
4.2 Samenwerking met partners De gemeente betrekt inwoners bij het opstellen van de Transitievisie Warmte. Maar er zijn meer partijen met wie zij nauw samenwerkt. Zo spelen woningcorporaties en netbeheerders een belangrijke rol in de warmtetransitie. Beide partners maakten deel uit van de projectgroep en zijn nauw betrokken geweest bij de maken van de Transitievisie Warmte.
Woningcorporaties Voor onze gemeente geldt dat 21% van de woningen in bezit is van woningcorporaties Wold & Waard en Wierden en Borgen. Dit betekent dat zij een belangrijke rol hebben in de verduurzaming van huurwoningen en het behalen van onze doelen op de lange termijn. Woningcorporatie Wold & Waard Woningcorporatie Wold & Waard is de grootste woningbouwcorporatie binnen onze gemeente. Zij is actief bezig om haar vastgoed te verduurzamen. Met het project ‘Wonen met Energie’ werkt de corporatie toe naar een energieneutraal woningbezit in 2050. In 2019 maakte de corporatie 48 woningen Nul-Op-de-Meter (NOM). Dit betekent dat de zonnepanelen op de woning voldoende energie opwekken voor het verwarmen van de woning, het gebruik van warm water en het eigen gebruik van de huurder. Het renoveren naar Nul-opde-Meter is erg kostbaar. Daarom zet de corporatie de komende jaren in op het verduurzamen van woningen op een hybride wijze. Nieuwbouwwoningen worden wel zoveel mogelijk NOM ontwikkeld. In 2020 zijn in de dorpen Leek, Grijpskerk, Grootegast en Marum in totaal 92 woningen verduurzaamd. Bij de werkzaamheden is sterk ingezet op isolerende maatregelen, wat leidde tot een A++ label. Overige maatregelen, zoals het installeren van zonnepanelen, ventilatiesystemen of warmtepompen verschillen per dorp.
5
Ook in 2021 werkt Wold & Waard verder aan het verduurzamen van het woningbezit. In totaal worden er 177 woningen aangepakt, verspreid over de dorpen Leek, Zevenhuizen, Noordhorn, Opende en Zuidhorn. Voor alle dorpen geldt dat ingezet wordt op het isoleren van de woningen. Overige maatregelen verschillen per dorp en woning. Woningcorporatie Wierden en Borgen Woningcorporatie Wierden en Borgen heeft binnen de gemeente Westerkwartier woningen in Ezinge, Feerwerd en Garnwerd in bezit. In 2020 heeft Wierden en Borgen een nieuwe duurzaamheidsvisie ontwikkeld en de beleidsdoelen vertaald naar duurzaamheidsmaatregelen in de woningvoorraad. Ook Wierden en Borgen werkt toe naar een CO₂-neutrale woningvoorraad in 2050. Tot 2035 ligt de focus op het op orde brengen van de isolatiewaarde van de casco’s en het plaatsen van zonnepanelen voor het opwekken van duurzame energie. Ook worden bij een deel van de voorraad hybride warmtepompen toegepast. Na 2035 verschuift bij de bestaande bouw de focus naar het aansluiten van duurzame warmtebronnen. Daarnaast levert vervangende nieuwbouw een belangrijke bijdrage aan het behalen van de duurzaamheidsdoelen.
Prestatieafspraken De gemeente Westerkwartier heeft samen de woningcorporaties Wold & Waard, Wierden en Borgen en Stichting Huisvesting Vredewold 5 afspraken gemaakt over de prestaties die de woningcorporaties leveren op het gebied van duurzaamheid. De volgende doelstellingen zijn geformuleerd: ▪
▪
Een duurzame samenleving in het Westerkwartier, waarin invulling wordt gegeven aan ons deel van de (inter)nationale klimaatdoelen: 50% CO₂-reductie in 2030 en volledig CO₂neutraal in 2050; 1.000 verduurzaamde (sociale) huurwoningen in 2030.
Huisvesting Vredewold is op 1 januari 2021 gefuseerd met Woningcorporatie Wold & Waard.
24
Naar aanleiding van deze doelstellingen zijn concrete afspraken gemaakt voor 2021. Bijvoorbeeld het vaststellen van de Transitievisie Warmte door de gemeente en het verbeteren van de gemiddelde energie index van woningen. Daarnaast hebben de gemeente en woningcorporaties gezamenlijk koppelkansen in beeld gebracht, deze worden beschreven in paragraaf 8.6.
Netbeheerder Enexis Netbeheer is als regionale netbeheerder betrokken bij de warmtetransitie in het Westerkwartier. Zij is verantwoordelijk voor de aanleg en onderhoud van de elektriciteits- en gasnetten. Aanpassingen van deze netten moeten aansluiten bij de keuzes die de gemeente maakt voor aardgasalternatieven. Iedere alternatieve oplossing heeft een andere invloed op de werkzaamheden die de netbeheerder moet uitvoeren (netverzwaringen, gasaansluitingen/- net verwijderen). Daarbij moet rekening worden gehouden met de tijd die nodig is voor de voorbereiding en uitvoering. En met de gevolgen die de aanpassingen hebben voor de omgeving. Natuurlijk moeten we ook kijken naar het zo laag mogelijk houden van de (maatschappelijke) kosten. Dit maakt Enexis een belangrijke partner in de warmtetransitie. Enexis pleit voor een integrale benadering van de Energietransitie, hierbij te denken aan koppelkansen met andere duurzame thema’s waaronder de laadinfrastructuur of Regionale Energie Strategie.
Prioriteiten voor een duurzame energievoorziening 1. 2. 3. 4. 5.
6.
Doen wat nu al kan: Enexis zet maximaal in op all-electric, warmtenetten én hybride oplossingen. Per wijk adviseren zij de meest kostenefficiënte combinatie. Blijven investeren in de huidige netten: De kwaliteit van de huidige gasnetwerken wordt op peil gehouden. Om aan de warmtevraag van de komende jaren te voldoen. De hybride warmtepomp: Enexis zet sterk in op het toepassen van de hybride warmtepomp. Deze draagt bij aan het versnellen en betaalbaar houden van de Energietransitie. Inzetten op groen gas: Groen gas krijgt een volwaardige plek in de energiemix. De grote agrosector biedt kansen om groen gas goed te benutten. Meer bevoegdheden voor gemeenten: Enexis pleit voor meer bevoegdheden voor gemeenten voor de uitvoering van warmteplannen en energieplannen. Enexis kan gemeenten hierbij vanuit expertise en data ondersteunen. Burgers betrekken: Burgers moeten zo vroeg mogelijk betrokken worden bij lokale energieplannen. Vroegtijdige kennisdeling en participatie van inwoners zorgt voor lokaal draagvlak en draagt bij aan versnelling van de Energietransitie.
Visie Enexis heeft de ambitie om de Energietransitie te faciliteren waarbij zij niet focussen op het aantal woningen dat van het aardgas gaat, maar op de CO₂-reductie van alle woningen samen. Enexis werkt aan een duurzame energievoorziening die uiteindelijk CO₂-neutraal is. Het is nog onduidelijk hoe de uiteindelijke mix van oplossingen eruit ziet. Daarom houdt Enexis alle opties open en faciliteren zij de alternatieven voor aardgas maximaal om zo snel schaalvergroting te realiseren.
25
5
Technische mogelijkheden
Technisch gezien zijn er allerlei mogelijkheden beschikbaar om van het aardgas af te stappen. De duurzame alternatieven voor aardgas hebben allemaal hun eigen kenmerken. Deze worden toegelicht in dit hoofdstuk.
26
5.1 Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen Technisch gezien zijn er veel verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te stappen. We maken daarbij over het algemeen onderscheid in collectieve oplossingen en individuele oplossingen. Collectieve oplossingen zijn oplossingen die voor meerdere gebouwen gelden, zoals een warmtenet. Individuele oplossingen gelden voor elk gebouw apart, zoals 1 woning. Een voorbeeld van zo’n oplossing is een warmtepomp. Daarnaast onderscheiden warmtebronnen zich door hun temperatuur (figuur 5.1). Zo zijn er hoogtemperatuur (HT) en laagtemperatuur (LT) warmtebronnen. De temperatuur van de warmtebron bepaalt hoeveel isolatie en welk afgiftesysteem (radiatoren of muur- en vloerverwarming) het gebouw moet hebben. Voor HT-warmtebronnen zijn vaak geen tot weinig
aanpassingen in het gebouw nodig. Bij LT-warmtebronnen moet het gebouw vaak wel worden aangepast (andere radiatoren, vloerverwarming etc.) en moet het gebouw goed geïsoleerd zijn. HT-warmtebronnen zijn er echter niet zo veel. Daarom willen we ze alleen inzetten bij woningen en gebouwen waarbij het echt nodig is. Voorbeelden zijn gebouwen die niet te isoleren zijn of waar isolatie erg duur is, zoals bij monumenten. LTwarmtebronnen zijn vrijwel overal beschikbaar en te gebruiken. Ze vragen wel om een goed geïsoleerd gebouw. LTwarmtebronnen worden daarom op dit moment veel in nieuwbouwwoningen toegepast. Figuur 5.1 geeft het temperatuurniveau van diverse warmtebronnen weer op een schaal van LT (links) naar HT (rechts).
Figuur 5.1 Temperatuurniveau van diverse warmtebronnen van LT (links) naar HT (rechts)
27
Wat is het verschil tussen lage temperatuur (LT), midden temperatuur (MT) en hoge temperatuur (HT) warmtebronnen? ▪
▪
▪
HT-warmtebronnen hebben doorgaans meestal een temperatuur van 70-90 ◦C. De huidige standaard CVinstallaties verwarmen water ook tot deze temperatuur. Voorbeelden van HT-warmtebronnen zijn diepe geothermie, restwarmte, biomassa of hernieuwbare gassen. MT-warmtebronnen hebben doorgaans een temperatuur van 40-70 ◦C. Voorbeelden zijn ondiepe geothermie of restwarmte. LT-warmtebronnen hebben doorgaans een temperatuur van 10-40 ◦C. Voorbeelden zijn grondwater, lucht, afvalwater en oppervlaktewater.
In deze Transitievisie Warmte maken wij onderscheid in drie typen technieken, gebaseerd op basis van hun infrastructuur: 1 (individuele) hernieuwbare bronnen, 2 bronnen waarvan gebruik wordt gemaakt van het bestaand gasnet en 3 warmtenetten. Individueel (all-electric en hybride): bij all-electric oplossingen maken we met warmtepompen gebruik van omgevingswarmte. Omgevingswarmte is warmte uit de lucht of de bodem. De warmte wordt met een warmtepomp en elektriciteit omgezet in LT-warmte. Eén warmtepomp verwarmt in de meeste gevallen één gebouw. Dit maakt dat warmtepompen individuele oplossingen zijn. Om een gebouw met een warmtepomp te verwarmen is genoeg isolatie nodig om aangenaam te zijn. Om een heel gebied geschikt te maken voor dit soort all-electric oplossingen, moet vaak het elektriciteitsnet verzwaard worden. Wanneer een individuele warmtepomp gevoed wordt door bodemwarmte, gaat dat via een bodemlus (gemiddeld 100m diep).
Daarnaast is er de mogelijkheid om een combinatie van een warmtepomp met een andere warmtetechniek zoals een aardgasketel te gebruiken. Dit wordt een hybride warmtepomp genoemd. Een hybride warmtepomp kan vaak gebruikt worden met bestaande radiatoren. De warmtepomp verwarmt de woning en bij piekvragen (bij echt koude dagen) springt de gasketel bij. Dit maakt dat het isolatieniveau van de woning niet zo hoog hoeft te zijn als bij een all-electric warmtepomp. Idealiter heeft deze woning label B, maar label C of D kan ook. Het isolatieniveau van het pand zal bepalen hoeveel er bijgestookt moet worden. Met een label C bespaart een warmtepomp gemiddeld 60% aardgas.