Definitief-Omgevingsvisie Westerkwartier 2040 (raad).pdf
Tekst van het document
OMGEVINGSVISIE WESTERKWARTIER - definitief -
2
Inhoud 1
Visie .......................................................................................................................................... 7 1.1 Hoe we willen samenwerken .............................................................................................. 8 1.2 Onze plek in de regio .......................................................................................................... 9 1.3 Vier integrale ambities – de vier van Westerkwartier......................................................... 11 1.4 Werken aan Global Goals ................................................................................................. 29
2 Gebiedskompassen ................................................................................................................. 30 2.1 Inleiding ........................................................................................................................... 31 2.2 Gebiedskompas - Dijkenlandschap................................................................................... 32 2.3 Gebiedskompas - Wierdenlandschap ............................................................................... 34 2.4 Gebiedskompas – Wegdorpenlandschap.......................................................................... 37 2.5 Gebiedskompas – Heide- en veenontginningslandschap .................................................. 40 2.6 Gebiedskompas –Voorzieningenkernen ........................................................................... 42 2.7 Gebiedskompas – Basisdorpen ......................................................................................... 46 2.8 Gebiedskompas – Woondorpen ....................................................................................... 50 3
Idee ......................................................................................................................................... 54 3.1 Stappenplan ..................................................................................................................... 55 3.2 Let op! .............................................................................................................................. 57
4 Uitvoering en monitoring .......................................................................................................... 58 4.1 Werken in een beleidscyclus ............................................................................................. 59 4.2 Monitoring van de Omgevingsvisie .................................................................................. 59 4.3 Samenhang tussen Omgevingsvisie, Programma’s en Omgevingsplan............................ 60 4.4 Samenhang met milieubeginselen ................................................................................... 61 4.5 Effecten op het milieu ...................................................................................................... 61 4.6 Samenhang met de Wet voorkeursrecht .......................................................................... 62 4.7 Kostenverhaal .................................................................................................................. 62 4.8 Uitvoeringsagenda ........................................................................................................... 63 5 Achtergrond............................................................................................................................
68 5.1 Het proces ........................................................................................................................ 69 5.2 Gebruikte informatie ........................................................................................................ 70 5.3 Relatie met bestaand beleid ............................................................................................. 71
3
0
Welkom
4
Deze Omgevingsvisie bevat het toekomstbeeld van en voor de gemeente Westerkwartier. We kijken in deze visie ver vooruit en beschrijven onze ambities voor 2040. Daardoor is de visie zo hier en daar nog best abstract. Maar met alleen ambities richting 2040 zijn we er niet. Om onze ambities te realiseren zijn concrete acties nodig. In deze Omgevingsvisie leest u daarom niet alleen wat onze ambities zijn. U leest ook met welke acties we op korte termijn aan de slag gaan. Daarbij hebben we ook uw hulp nodig. Uw ideeën en plannen kunnen namelijk bijdragen aan het realiseren van onze ambities. We nodigen u daarom van harte uit om mee te werken aan de ontwikkeling van onze mooie gemeente! De Omgevingsvisie bestaat uit vijf onderdelen. 1.
Het deel ‘Visie’. Hier leest u ons toekomstbeeld voor 2040 en de manier waarop we onder de Omgevingswet willen (samen)werken.
2.
Het deel ‘Gebiedskompassen’. In dit deel leest u onze gemeentebrede ambities en keuzes. Die maken we vervolgens concreet voor negen deelgebieden. Voor elk
gebied beschrijven we het karakter, de bijzonderheden en de koers. 3.
Het deel ‘Idee’. In dit deel leest u wat u kunt doen (en wat wij doen) als u een plan heeft in onze gemeente.
4.
Het deel ‘Uitvoering en monitoring’. Dit deel geeft u informatie over de zogenaamde beleidscyclus en de manier waarop we de Omgevingsvisie achteraf beoordelen (evalueren) en blijven controleren (monitoren). In dit deel vindt u ook een aantal juridische en milieutechnische zaken.
5.
Het deel ‘Achtergrond’. Alle informatie die we gebruikten om deze Omgevingsvisie te maken, leest u in dit deel. Daar vindt u ook via welke stappen we tot deze Omgevingsvisie zijn gekomen.
5
Hieronder is de opzet van de Omgevingsvisie nog eens schematisch weergegeven.
6
1
Visie
7
1.1
Hoe we willen samenwerken We leven in een samenleving waarin initiatieven en ontwikkelingen meer en meer vanuit de samenleving komen. Dit noemen we ook wel de participatiesamenleving. Ook in onze gemeente herkennen we dat. Samen met dorpsbelangen, inwoners, ondernemers, woningcorporaties [d.4], de Gebiedscoöperatie Westerkwartier [ambtshalve 5] en andere overheden zoals Waterschappen en provincie, willen we ideeën realiseren. En als plannen worden ontwikkeld en gerealiseerd, dan heeft dat vaak gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Voor ieder idee, plan of project is immers een tastbare plek nodig. In deze Omgevingsvisie zult u vaak de term “fysieke leefomgeving” tegenkomen. Onder fysieke leefomgeving verstaan wij “de omgeving die wij kunnen zien, horen, ruiken of voelen”. Wij willen dat het Westerkwartier een actieve, gastvrije en saamhorige samenleving is, die zich kenmerkt door sociale veerkracht en leefbaarheid. Dit bereiken we door als gemeente, te kiezen voor een faciliterende rol. We kiezen minder vaak voor een rol waarbij wij alleen aan het stuur staan en zelf volledig regie voeren. We bewegen mee met maatschappelijke ontwikkelingen, en trekken graag als partner op met onze inwoners, bedrijven en organisaties. Geen gemeente dus die vooral zelf alles bepaalt, controleert en stuurt, maar een overheid die liefst samenwerkt, meedenkt en meehelpt en daarmee faciliteert.
Als gemeente willen we ontwikkelingen faciliteren die aansluiten bij de ambities uit deze Omgevingsvisie. Bij het realiseren van die ambities spelen onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners een belangrijke rol. [d.4] Daarbij horen ook minder, maar rechtszekere [d.4] regels waar dat kan en het kiezen voor maatwerk. Daarbij gaan we uit van vertrouwen. Vertrouwen dat onze inwoners en bedrijven de goede dingen willen doen met aandacht voor de omgeving in brede zin: zowel de fysieke als sociale omgeving. En dat is precies wat deze Omgevingsvisie wil uitstralen: minder regels, meer maatwerk. We zullen niet aan situaties ontkomen waarbij we wel degelijk het heft in eigen handen moeten nemen (met het oog op het waarborgen van een gezonde en veilige leefomgeving) [g.17.2] en duidelijk regie voeren, maar samenwerken en verbinden is voor ons de basis. Vanzelfsprekend houden we onze rol als uitvoerder van wettelijke taken. Het spanningsveld tussen partner zijn en uitvoerder van wettelijke taken, vraagt een andere manier van werken. 1.
Ruimte voor ontwikkeling We bieden ruimte voor ontwikkelingen, maar willen dat onze waarden en kwaliteiten behouden blijven en waar mogelijk worden ontwikkeld en versterkt.
2.
Bodem- en watersysteem Bij nieuwe ontwikkelingen houden wij rekening met de mogelijkheden en beperkingen van het natuurlijk bodem-, en watersysteem.
3.
Gezondheid en veiligheid We zetten in op het bereiken en in stand houden van een gezonde en veilige
8
fysieke leefomgeving. Gezondheid nemen we daarom vanaf het begin mee in de integrale afweging tussen alle belangen die spelen om een goede fysieke leefomgeving te realiseren. [g.2] Bij nieuwe ontwikkelingen hebben we aandacht voor veiligheidsaspecten. In het bijzonder hebben we daarbij aandacht voor het landelijk gebied, aangezien daar (logischerwijs) een verminderde bereikbaarheid voor hulpdiensten, een plaatselijk suboptimale bluswatervoorziening en hoge opkomsttijd voor de brandweer aan de orde is. [s.2] 4.
Maatwerk We leggen minder op voorhand vast in regels, maar willen in dialoog komen tot maatwerk. Of andersom: we laten waar mogelijk vrij, en reguleren daar waar nodig.
5.
Integraal werken We benaderen de opgaven in de fysieke leefomgeving integraal. Dit betekent dat we altijd op zoek gaan naar mogelijkheden om verschillende kansen te koppelen, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt en gewaardeerd [g.17.3].
6.
De Omgevingsvisie: onze visie De Omgevingsvisie beschrijft onze visie. Daar waar de Omgevingsvisie afwijkt van beleid en regels van Rijk en provincie gaan we in overleg op zoek naar ruimte om te experimenteren en pionieren.
7.
Monitoring en evaluatie We onderzoeken óf en hoe de ambities uit deze Omgevingsvisie gerealiseerd worden en sturen bij wanneer dat wenselijk is.
1.2
Onze plek in de regio De gemeente Westerkwartier is een jonge gemeente in een eeuwenoud gebied. De gemeente ontstond op 1 januari 2019 uit de voormalige gemeenten Grootegast, Leek, Marum, Zuidhorn en een deel van Winsum. In dit gebied wonen ruim 63.000 inwoners. Daarmee is het Westerkwartier de één na grootste gemeente in de provincie Groningen. Ook zijn we één van de grotere gemeenten in NoordNederland. Ons grondgebied strekt zich uit van het Reitdiep in het noorden tot de Drentse heide in het zuiden. Van de grens met de Friese wouden in het westen tot de rand van de stad Groningen in het oosten. We zijn daardoor niet alleen onderdeel van de provincie Groningen maar voelen ons ook verbonden met de provincies Fryslân en Drenthe en de verschillende gemeenten die daarin liggen.
9
Plek in de regio Het Westerkwartier kenmerkt zich door een unieke combinatie van ligging en karakter. Het Westerkwartier ligt in het hart van Noord-Nederland. De hoofdverkeersassen A7, spoorlijn Groningen-Leeuwarden, het Van Starkenborghkanaal en op termijn misschien de Lelylijn, vormen een goede ontsluiting van ons gebied. De nabij gelegen stedelijke regio’s als Drachten, Assen, Leeuwarden en Groningen zorgen ervoor dat vanuit ieder deel van onze gemeente de daarbij behorende voorzieningen goed bereikbaar zijn. Daardoor is het Westerkwartier een gemeente waar je goed kan wonen, werken en recreëren. Ons karakter laat zich het best omschrijven aan de hand van ons DNA: we zijn Dichtbij, Nuchter en Ambitieus. Met een bevolking die zich kenmerkt door zelfredzaamheid, openheid, onderling vertrouwen, samenwerking, eigen initiatief, assertiviteit en ondernemerschap en een sterke sociale structuur. De gemeente Westerkwartier is een plattelandsgemeente met stedelijke ontwikkelkracht. Als plattelandsgemeente behoren we tot de grootste in Nederland met pittoreske pareltjes gelegen in weidse landschappen en groene coulissen, in rust en ruimte. Het landschap is divers en geeft met onderdelen als de Reitdiep-zone en het
Nationaal
Landschap
Middag-Humsterland
ruimte
aan
enerzijds
de
landbouwsector en anderzijds aan natuur, recreatie en toerisme. Aan de andere kant maken we deel uit van de stedelijke agglomeratie Regio Groningen-Assen met dynamische groeikernen langs de A7 en de spoorlijn Groningen-Leeuwarden. Deze combinatie maakt ons uniek en daarom koesteren we deze twee kenmerkende aspecten van onze gemeente met zorg (Bron: Hier is het Westerkwartier!).
10
1.3
Vier integrale ambities – de vier van Westerkwartier Op basis van het doorlopen proces, het Waarden- en Analysedocument en in afstemming met de notitie Strategische Positionering ‘Hier is het Westerkwartier’ van het gemeentelijk college, zetten wij vier overkoepelende Westerkwartierse, ambities neer: 1.
Verbonden met de omgeving, verbonden met elkaar;
2.
Een toekomstbestendig Westerkwartier voor jong en oud;
3.
Een bedrijvig en innovatief Westerkwartier in een sterke regio;
4.
Een gastvrije, aantrekkelijke niet-stedelijke woongemeente.
Deze vier ambities garanderen dat de opgaven in de fysieke leefomgeving integraal worden benaderd en sluiten daarmee aan bij de Omgevingswet. Bij elk van deze vier ambities maken wij keuzes. Soms strategisch, soms al iets meer gedetailleerd geven deze speerpunten richting en koers aan onze mooie gemeente! Voor een aantal van die keuzes nemen we zelf initiatief en verantwoordelijkheid. Bij andere zoeken we graag de samenwerking met ondernemers en/of onze maatschappelijke partners. De beschrijving van elk van de vier ambities sluiten we af met een samenvattende kaart. Een verdere onderbouwing van de kaarten kan in de gebiedskompassen worden gevonden [a.1].
11
1.3.1 Verbonden met de omgeving, verbonden met elkaar A
Omschrijving ambitie
Verbonden met de omgeving De landschappelijke variatie binnen onze grenzen is enorm. We kennen vier zeer verschillende landschapstypen binnen onze gemeente en dat is bijzonder. De landschapstypen uiten zich onder andere in wierden, kronkelende dijken, onregelmatige verkaveling en vergezichten in het noorden. Houtsingels, heidegebied, landgoederen, strokenverkaveling en lange bebouwingslinten in het zuiden. Er zijn beschermde dorpsgezichten, borgen, kerken, poelen, pingoruïnes en gemalen. De landschappelijke verschillen tussen noord en zuid geven de gemeente veel diversiteit, maar per gebied ook eigen aandachtspunten en uitdagingen. Binnen deze landschappen is de agrarische sector zichtbaar aanwezig voornamelijk als voedselproducent en als voornaamste beheerder van het landelijk gebied. De kwaliteiten en waarden van elk van die vier landschappen maken de gemeente tot een goede plek om te wonen en te leven, te ondernemen en te bezoeken. Ze vormen onze kracht. Tegelijkertijd is deze kracht kwetsbaar. Er is druk op de schaarse ruimte. En daardoor kunnen waarden en kwaliteiten onder druk komen te staan. We willen de bestaande landschappelijk waarden beschermen en ontwikkelen. Naast de landschappen onderscheiden we verschillende soorten dorpen op basis van aanwezige voorzieningen en het verzorgingsgebied in onze gemeente. Op basis van onze woonvisie kennen we:
Voorzieningenkernen;
Basisdorpen, en
Woondorpen.
Daarnaast delen we onze dorpen ook in naar dorpstype. Het dorpstype laat zien hoe het dorp is ontstaan en waarom het dorp er uit ziet zoals het er nu uitziet. Kennis van het dorpstype, de (bouw)historie [d.4] en de kenmerken die daar bij horen helpt bij het maken van goede plannen voor onze dorpen. De dorpstypen zijn ontleend aan het document Dorpen in Groningen van Libau. We onderscheiden de volgende dorpstypen in onze gemeente:
Dijkdorpen;
Kruisdorpen;
Ontginningsdorpen;
Wegdorpen;
Wierdedorpen.
Verbonden met elkaar In de participatiesamenleving nemen inwoners meer regie voor hun leven en omgeving. We zien dat nu bijvoorbeeld al in initiatieven op het gebied van het gezamenlijk onderhouden van groen, het oprichten van energie-coöperaties en he opzetten van educatieve projecten. [d.4] Het is onze ambitie daarbij aan te sluiten door ruimte te bieden aan initiatieven vanuit de samenleving en door inwoners de
12
ruimte te geven zelf meer verantwoordelijkheid te nemen. We moedigen initiatieven aan die het leven in de dorpen beter, veiliger en mooier maken. Wanneer de regie bij de inwoners ligt, zullen wij stimuleren dat bepaalde groepen niet buitenspel komen te staan. In dorpen met veel actieve inwoners, zullen eerder initiatieven tot ontwikkeling komen, dan in dorpen met minder actieve inwoners. In dat geval zetten wij in op het structureel betrekken van inwoners, die niet vanzelfsprekend meedoen in de Westerkwartierse samenleving. Zo willen we werken aan een inclusieve samenleving. Aanvullend werken wij ook aan de lokale inclusie-agenda voor het Westerkwartier. [ambtshalve 7] B
Gemeentebrede keuzes
Verbonden met de omgeving 1.
Bij alle ontwikkelingen die relatie hebben met de fysieke leefomgeving, vormen de landschappelijke en cultuurhistorische waarden het vertrekpunt evenals de mogelijkheden en beperkingen van het natuurlijk bodem- en watersysteem. Dit betekent niet dat onze gemeente ‘op slot’ gaat. Juist omdat we onze ambities willen realiseren, zijn ontwikkelingen – klein en groter – nodig. Allerlei opgaven
(woningbouw,
bedrijvigheid,
infrastructuur,
klimaatadaptatie,
energietransitie, etc…) vragen ruimte. We willen dat al deze (en andere) ontwikkelingen landschappelijk goed worden ingepast en waar mogelijk een bijdrage leveren aan behoud of versterking van de bestaande kwaliteiten. Mede om die reden vormen de vier landschappen en hun kwaliteiten het fundament onder deze Omgevingsvisie. Ook het natuurlijk bodem- en watersysteem zal medebepalend zijn voor de mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen. Bij locatiekeuzes, inrichting en beheer van gebieden houden we rekening met het natuurlijk systeem om zo in te spelen op de klimaatveranderingen. 2.
Trots zijn op onze fraaie landschap vertaalt zich ook in zorgvuldig en multifunctioneel ruimtegebruik. Zoals gezegd, verlies aan areaal ten behoeve van verstedelijking kunnen we niet altijd voorkomen. Maar we willen wel areaalverlies waar mogelijk beperken. Dit betekent bijvoorbeeld dat: a) we niet direct onze blik buiten de dorpen werpen, maar ook nadrukkelijk zoeken naar mogelijkheden voor binnenstedelijke transformatie en herstructurering; b) ingeval van woonuitbreiding is verticaal bouwen wat ons betreft een optie. We kijken daarbij met name naar Leek en Zuidhorn waarbij de huidige maat en schaal van deze kernen enige vorm van hoogbouw kunnen dragen. c) Kijken naar meervoudig gebruik van gronden en gebouwen, om op die manier meerdere functies op één plek te bundelen; d) We bij woningbouw kijken naar de wijze waarop dit in de historisch gegroeide structuren past. [a.12]; e) het gewenst gebruik van de ruimte ten behoeve van een veilige en gezonde leefomgeving stimuleren. [g.17.4]
3.
We zijn trots op ons landelijk gebied en de diversiteit daarvan. Tijdens de
13
gesprekken die we gedurende het proces voerden, werden de kwaliteiten van het landelijk gebied vaak genoemd en geroemd. We zetten dan ook in op de bescherming van ons buitengebied. Dat doen we o.a. door op vrijkomende agrarische locaties ruimhartig om te gaan met plannen voor wonen, maar ook recreatie,
ambachtelijke
bedrijvigheid,
paardensector,
winkels
met
streekproducten of creatieve beroepen. 4.
In het Westerkwartier is veel gaande op het vlak van natuurontwikkeling. In verreweg de meeste gevallen gaat het daarbij om een combinatie met bijvoorbeeld waterberging (Zuidelijk Westerkwartier) of agrarische gebruik (Medenertilsterpolder). Voor de toekomst blijven we ons inzetten voor het zoeken naar en benutten van koppelkansen. Op deze plaats kan het Natura 2000-gebied Leekstermeergebied (hoewel slechts voor een beperkt deel liggend in onze gemeente) niet onbenoemd blijven. Dit Natura 2000-gebieden herbergt bijzondere natuurwaarden, waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden. Met deze waarden en doelstellingen houden we vanzelfsprekend rekening. [e.5.] Natuur is echter niet slechts op een beperkt aantal plekken in de gemeente te vinden. Integendeel, natuur is overal te vinden in onze gemeente. We vinden het versterken van biodiversiteit en natuurwaarden in gemeentelijke groenstructuren, cultuurhistorische landschapselementen, (klimaat)bossen en natuurterreinen binnen de gehele gemeente (groen blauwe dooradering) erg belangrijk en maken ons daar sterk voor. We doen dat bijvoorbeeld door het behouden en herstellen van landschapselementen (pingo’s, houtsingels). [d.3][e.2]
Ligging Natura 2000-gebied Leekstermeergebied (Bron: www.natura2000.nl) met in rood globaal weergegeven het deel liggend in de gemeente Westerkwartier.
14
Verbonden met elkaar 1.
We willen dat iedereen meedoet in het Westerkwartier. Hoewel de gedachten daarbij vaak allereerst uitgaan naar (terecht belangrijke) aspecten als een drempelloze toegankelijkheid van voorzieningen zoals scholen, het gemeentehuis, bushaltes en zorgvoorzieningen, kijken wij verder. Wij willen ook: a. dat er voldoende en passende werkgelegenheid is; b. zoveel mogelijk inwoners bij ontwikkelingen in de dorpen actief betrekken; c. dat er voldoende mogelijkheden zijn om andere mensen te ontmoeten; d. dat er mogelijkheden zijn om tóch te kunnen bewegen, ook als je geen geld voor de sportschool hebt; e. dat we een sociaal veilige omgeving creëren, zodat kwetsbare mensen tóch de deur uit durven; f. dat woonzorgconcepten van de grond komen, zodat mensen langer thuis kunnen wonen. Op deze, en andere, manieren werken we aan een inclusieve Westerkwartierse samenleving.
2.
We zetten in op een volwaardig aanbod aan voorzieningen op het gebied van cultuur, sport, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning. Daarmee bedoelen we dat voor iedere inwoner, van jong tot oud, binnen de gemeente terecht kan voor een compleet pakket aan maatschappelijke voorzieningen. We gaan we voor een uitstekende kwaliteit. Tegelijk zien we dat inwoners van de kleine woondorpen gebruik maken [d.4] van de voorzieningen van nabij gelegen grotere dorpen. Dat in sommige dorpen voorzieningen niet fysiek aanwezig zijn, hoeft daarom geen probleem te zijn. We zullen voorzieningen gaan clusteren in de centrumdorpen. Inzetten op clustering heeft namelijk vaak als resultaat dat een breder pakket aan voorzieningen kan worden behouden. [a.11] Tegelijk gaan we zorgen voor goede verbindingen daar waar wij dat zelf kunnen realiseren en stimuleren daar waar wij zelf geen directe taak hebben. We doen dat bijvoorbeeld door: a. Het zorgen voor deelvervoer in de centrale dorpen en de basisdorpen; b. Uitbreiding van het aantal deelauto’s uit; c. Het stimuleren van het onderlinge helpen door inwoners; d. Het versterken van de noord-zuidverbindingen door onze gemeente.
3.
Passend bij het niet-stedelijke karakter zorgen we ervoor dat in elk van onze 41 dorpen een ontmoetingsplaats (in de vorm van bijvoorbeeld een plein, dorpshuis, of multifunctioneel centrum) te vinden is. Een centrale ontmoetingsplaats zien wij voor alle kernen als noodzakelijke voorziening. Ook (het behoud) van voorzieningen als detailhandel, horeca en recreatie en toerisme vinden we belangrijk. Omdat het hier gaat om commerciële functies zien we voor onszelf in de eerste plaats een faciliterende rol.
4.
We zetten in op een gezond Westerkwartier. We benaderen het begrip gezondheid daarbij breed, namelijk vanuit het vermogen van mensen om zoveel mogelijk eigen regie te kunnen voeren (positieve gezondheid). In de
15
fysieke leefomgeving betekent dit dat we aandacht hebben voor een stimulerende omgeving (groen, natuur en cultuur). Daarbij willen we bij het inrichten van onze leefomgeving proberen mensen te stimuleren om gezonde keuzes te maken. Dat kan bijvoorbeeld door goede mogelijkheden te bieden voor ontmoeten, spelen, sporten, wandelen en fietsen. Bij het maken van nieuwe plannen zullen wij expliciet aandacht besteden aan gezondheid en vragen wij dat ook van onze partners. 5.
Wij zien het belang van de bereikbaarheid door snel internet. We faciliteren daarom een volledige digitale dekking binnen onze gemeente door glasvezel, draadloze verbindingen [ambtshalve 6] en 5G. We verbeteren daardoor namelijk de mogelijkheden het werken vanuit huis, voor langer zelfstandig wonen en zorg op afstand.
6.
Door decentralisatie in verantwoordelijkheden in de zorg, wordt de gemeente meer en meer verantwoordelijk voor ‘beschermd wonen’ (vanaf 2022/2023) en maatschappelijke opvang (vanaf 2026). Wij ondersteunen mensen met een psychische kwetsbaarheid zoveel mogelijk in onze wijken en bieden hiervoor geschikte voorzieningen.
16
17
1.3.2 Een toekomstbestendig Westerkwartier voor jong en oud A
Omschrijving ambitie
Deze ambitie kunnen we in één zin samenvatten: we willen een duurzaam Westerkwartier doorgeven aan de generaties na ons. B
Gemeentebrede keuzes 1.
De effecten van klimaatverandering worden steeds meer zichtbaar: warmte- en neerslagrecords breken voortdurend. Het is belangrijk dat wij ons aanpassen aan de effecten van klimaatverandering. Het project Gebiedsontwikkeling Zuidelijk Westerkwartier speelt in op de veranderende klimaatomstandigheden. Daarbij wordt natuurontwikkeling met de inrichting van waterbergingsgebieden gecombineerd. In groter verband noemen wij het project Groeningen dat wij ondersteunen. Groeningen staat allereest voor de verzameling van vele kleine en grote natuurgebieden, meren en omliggende landschappen ten oosten, zuiden en westen van de stad Groningen. Voor dit gebied zijn ‘groene en blauwe doelen’ gesteld, waarmee
we
samen
met
andere
overheden
ondernemers
en
onderwijsinstellingen de eerste klimaatpositieve regio van Nederland willen realiseren. Daarnaast zijn ook thema’s als natuur- en landschapsbeleving, ‘natuurlijk bewegen‘, preventieve gezondheid en nieuwe woonconcepten voor onder meer jongeren, een integraal onderdeel van het project Groeningen. [e.6]
Overzicht project Groeningen (bron: www.groeningen.nu)
Als gemeente houden we sowieso rekening bij herinrichting van ‘ons’ openbaar gebied met klimaatadaptatie door zoveel mogelijk groen aan te leggen, ruimte op te nemen voor waterberging, -infiltratie en –afvoer en te blijven werken aan een gescheiden riool- en hemelwatersysteem. [d.4] Dat
18
geldt
ook
bij
ontwikkeling
op
het
gebied
van
woningbouw,
energieopwekking en bedrijvigheid [a.9]. Het aanleggen van groen draagt bij verkoeling en het tegenaan van hittestress. Maar ook een circulaire waterketen draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast, verbeteren van waterkwaliteit, het vergroten van waterbeschikbaarheid in droge periodes en het voorkomen van hittestress. In samenwerking met het Waterschap willen we ons daarom actief blijven inzetten voor het opvangen, zuiveren, opslaan en hergebruiken van water.[c.3.] Daarnaast zien we voor onszelf ook nadrukkelijk een faciliterende en stimulerende rol, door bijvoorbeeld het geven van voorlichting en het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven en initiatieven van andere overheden zoals waterschap en provincie die bijdragen aan een beter klimaat. 2.
We ondersteunen lokale initiatieven rond verduurzaming. We zien in een aantal dorpen en gebieden goede ideeën en initiatieven ontstaan en daar zijn we blij mee. Wij denken graag mee. We vinden het belangrijk dat initiatieven passen in de waarden van het gebied en zijn besproken met het dorp/de omwonenden. Ook willen we dat een deel van de financiële opbrengst ten goede komt aan de lokale gemeenschap, lokale ondernemers en/of terreinbeherende organisaties.
3.
Natuurinclusief bouwen draagt in onze beleving bij aan de kwaliteit van de leefomgeving (waaronder de gezondheid van bewoners, bevordering van sociale contacten, bevordering van toerisme en het tegengaan van hittestress). We zien daarom veel voordelen in natuurinclusief bouwen en zullen dat waar mogelijk stimuleren. [e.2]
4.
Met het Voedselakkoord als basis zetten we in op een duurzame en gezonde samenleving in het Westerkwartier. We hebben aandacht voor goed en lokaal geproduceerd voedsel en zorgen daardoor voor meer gezonde jaren voor onze inwoners. Onze ambitie is om vanuit de Westerkwartierse samenleving een regionale voedselinfrastructuur te bouwen waardoor ketens worden verkort en verdienmodellen voor producenten worden verbeterd. Via die weg willen we samen met de sector werken aan de transformatie van de landbouw. Over 20 jaar zal de agrarische sector er onmiskenbaar anders uitzien dan vandaag de dag. Wij verwachten dat op veel terreinen, en ook op het terrein van de landbouw, door vergaande verduurzaming en innovatieve ontwikkelingen de (milieu)druk op woon- en leefomgeving zal zijn afgenomen. Dit betekent dat er aanpassingen binnen bestaande verdienmodellen nodig zijn en er nieuwe verdienmodellen ontwikkeld zullen moeten worden. Wij verwachten daarbij veel van de innovatiekracht van de sector. Als gemeente willen we de sector daarin ondersteunen en faciliteren. [a.13] Begrippen als biodiversiteit, natuurinclusief, precisie en verbetering van voedingswaarde zijn daarbij erg belangrijk. Voor wat betreft de intensieve veehouderijsector zetten we in op bestendiging van al lang geldend beleid: geen nieuwvestiging en geen uitbreiding van dieraantallen bij bestaande
19
bedrijven. Samen met de landbouwsector zullen we verder zoeken naar mogelijkheden om verschillende bedrijfsstrategieën binnen onze gemeente mogelijk te maken die passen bij de kenmerken van ons gebied. Verder vinden we dat het mes aan twee kanten moet snijden. Via voorlichting maken we onze inwoners (lees: de consument) bewuster van het belang en de waarde van duurzamer geproduceerd voedsel. We nemen actief deel in het programma Westerkwartier Natuurinclusief, een breed samenwerkingsverband, waarin wordt gewerkt aan versterking van de biodiversiteit, het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteiten en het ontwikkelen van nieuwe kansen voor een vitale landbouw. 5.
We sluiten aan bij de doelstelling van het Klimaatakkoord om in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving in het Westerkwartier te hebben. Deze ambitie houdt in dat er tot 2050 27.000 woningen en 2.000 utiliteitsgebouwen verduurzaamd moeten worden. De route hoe wij hiertoe komen staat in de Transitievisie Warmte waar wij aan werken.
6.
We faciliteren bij voorkeur modaliteiten die beweging stimuleren, zoals lopen, fietsen en het openbaar vervoer. Deze modaliteiten zijn namelijk het minst vervuilend versterken de ontmoetingsfunctie. [g.13]
7.
Bij ontwikkelingen in de ondergrond houden wij rekening met de verschillende gebruikers van de ondergrond, zoals bijvoorbeeld energie, warmtenetten, riolering en drinkwater. Bij bovengrondse inrichting, zoals bijvoorbeeld bij het plaatsen van bomen, zoeken we naar oplossingen waarbij de temperatuur in het drinkwaterleidingnet niet te hoog oploopt. Bijvoorbeeld door slim gebruik te maken van de schaduw die bomen bieden. Bij de ondergrondse inrichting wordt eveneens rekening gehouden met de drinkwaterinfrastructuur zodat ook ongewenste opwarming van drinkwater in de ondergrond wordt voorkomen. [q.3.1]
8.
De energietransitie zal leiden tot ruimtelijke ingrepen met effecten op de omgeving. Dit geldt niet alleen voor windmolens of zonneparken, maar ook voor bijvoorbeeld energie- opslagsystemen en elektrische voertuigen (auto's, scooters, fietsen). Bij ontwikkelingen op het gebied van energietransitie en klimaatadaptatie wegen we veiligheidsaspecten daarom integraal mee. [s.4]
20
21
1.3.3 Een bedrijvig en innovatief Westerkwartier in een sterke regio A
Omschrijving ambitie
We zetten in op het behouden van werkgelegenheid en het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid. Daarbij bieden we ruimte aan innovatie en behouden we een goed ondernemersklimaat. Ondernemers krijgen de ruimte om (duurzaam) te ondernemen, onder meer door het ontwikkelen van toekomstbestendige werklocaties. Daar waar zich kansen voordoen op het gebied van transformatie en herbestemming, zullen we deze benutten. We willen dat het Westerkwartier uitgroeit tot dé plek waar ideeën tot leven komen. Het is onze ambitie een broedplaats te zijn voor innovatie, experimenteren en leren. Een broedplaats waar de hele regio van profiteert. De meeste Westerkwartierse opgaven houden zich niet aan gemeentegrenzen, maar vinden plaats in een zich snel ontwikkelende regio. Als gemeente nemen we actief deel in de Regio Groningen-Assen. Hier komen de verstedelijkingsopgaven en mobiliteitsvraagstukken bij elkaar en is inzet daarop het hardst nodig. Regionaal samenwerken aan kansen en dilemma’s is en blijft daarom noodzakelijk. Op die manier willen we bijdragen aan een sterke regio. B
Gemeentebrede keuzes 1. We zetten in op het realiseren van een circulaire economie. Als gemeente leggen we daarbij de nadruk op het klimaatbewust omgaan met grondstoffen, afval en afvalverwerking en op de circulaire inrichting van productieprocessen. 2. Onze lokale economie draagt bij aan een fijn woon- en werkklimaat. Ondernemerschap en bedrijvigheid in onze gemeente willen we dan ook behouden en versterken. We doen dat door een faciliterende houding en passende
regelgeving.
Concreet
betekent
dit
dat
we
vestigingsmogelijkheden bieden voor lokale bedrijven. Maar ook bieden we ruimte voor bedrijven van elders, die passen bij de Westerkwartierse maat en schaal. Daaronder verstaan we in ieder geval het volgende: a. We stimuleren de komst van duurzame bedrijven, waardoor we een koppeling leggen met onze ambities op het gebied van het werken aan een circulaire economie en de ontwikkeling van innovatiewerkplaatsen. [e.10] b. We denken daarbij aan bedrijven die zoveel mogelijke zelf zorgen voor hun energieopwekking. [d.4] c. Ook stimuleren we dat bedrijven in brede zin aandacht hebben voor hun omgeving. Concreet kan gedacht worden aan aandacht voor ontwerp en architectuur, landschappelijke inkleding en het delen van de opgewekte energie met de omgeving. [d.4] d. De komst van bedrijven met een onevenredige negatieve impact op het milieu en ons [a.3] landschap sluiten we op voorhand uit. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om grote ruimtevragers zoals datacenters, grote raamloze distributiecentra en bedrijven van een milieucategorie 4 of
22
hoger; deze passen niet bij de maat en schaal van ons landschap en stedelijke structuur [a.3]. 3. We kijken over de grenzen van de verschillende sectoren heen en stimuleren
samenwerking
tussen
sectoren.
We
ontwikkelen
innovatiewerkplaatsen waar voorschools, basis-, middelbaar- en hoger onderwijs, ondernemers, andere maatschappelijke instellingen en overheid elkaar treffen en samenwerken. 4. We ontwikkelen het Westerkwartier (verder) tot één van de twee hippische hubs in Nederland. Als één van de nieuwe economische dragers die kan bijdragen aan de leefbaarheid van het platteland zetten wij in op WesterKwartier PaardenKwartier. Daarbij bieden wij de hippische sport en paardenhouderij een brede basis voor de regio en daarbuiten. Ook hier vindt samenwerking plaats tussen ondernemers, onderwijs en onderzoek, omgeving en overheid, wat zich onder andere uit in een hippisch kennis- en opleidingscentrum.
23
24
1.3.4 Een gastvrije, aantrekkelijke niet-stedelijke woongemeente A
Omschrijving ambitie
Binnen Noord-Nederland willen we als gemeente een prominente plek innemen. De centrale ligging, het diverse aanbod van woonmilieus en ons gevarieerde landschap lenen zich daarvoor. We willen ons ontwikkelen tot de meest aantrekkelijke nietstedelijke woongemeente van Noord-Nederland. De relatieve kleinschaligheid te midden van de grote verstedelijkte gebieden van Groningen, Drachten, Assen en Leeuwarden geven onze gemeente haar charme. Dat willen we behouden en nog meer benutten. Wij zien onze gemeente als hét alternatief voor wonen buiten de stad in het Noorden. In onze gemeente mag je de nabijheid van de stad ervaren, maar nooit het gevoel hebben in de stad te zijn. Wij zetten dan ook in op het behoud van een duidelijk contrast tussen stad en platteland in het overgangsgebied tussen de gemeente Westerkwartier en de gemeente Groningen. [i.5] We zetten in op een divers woningaanbod, afgestemd op doelgroep en behoefte. Die behoefte kan zowel van binnen als buiten de gemeente komen. Door het mogelijk maken van vernieuwende en innovatieve woonvormen willen we jongeren langer binden aan onze gemeente. De natuur en het landschap zijn gevarieerd en bieden daarmee een plek waar het goed verblijven is voor recreanten en toeristen. We willen dat nog meer toeristen en dagjesmensen ons weten te vinden, zich welkom voelen en binnen onze grenzen tot rust komen.
We ademen een sfeer van saamhorigheid, gemoedelijkheid en rust; dat willen we vasthouden. B
Gemeentebrede keuzes 1. We bieden voor iedere inwoner (zowel vanuit het Westerkwartier als van daarbuiten) een passende woning. Omdat we een niet-stedelijke woongemeente zijn met grote landschappelijke kwaliteiten, kiezen we niet voor een ongebreidelde groei qua woningbouw. We willen onze verantwoordelijkheid nemen in het voorzien in de regionale en landelijke huisvestingsvraag, maar wel passend in het landschappelijke raamwerk. De draagkracht van het landschap willen we leidend laten zijn. Daarbij maken wij onze grote uitbreidingslocaties Oostindie in Leek en Oostergast in Zuidhorn eerst af. Voor nieuwe ontwikkellocaties kijken we eerst vooral naar mogelijkheden om binnen de bestaande dorpen te bouwen door intensiveren en herstructureren van bestaand bebouwd gebied. Voor al onze dorpen zullen we dan ook een woonplan [amtbshalve 4] opstellen. Deze opgave vloeit voort uit onze actuele woonvisie. 2. Als het gaat om ‘een passende woning voor iedereen’ hebben we extra aandacht voor woonwensen van specifiek doelgroepen zoals jongere, ouderen en inwoners met een zorgbehoefte. Daarvoor investeren we in nieuwbouw, herstructurering en renovatie en zijn we bereid een bijdrage te leveren
aan
de
beoogde
extra
woningbouw
het
Noorden.
Aandachtspunten
daarbij
zijn
levensloopbestendigheid
[g.17.7]
25
in
verduurzaming, bijvoorbeeld door isolatie,
en groen gas, en de
betaalbaarheid voor inwoners die het niet breed hebben. 3. We zien steeds meer vraag naar vernieuwende woonconcepten, al dan niet in combinatie met zorg. Voor dergelijke concepten bieden we ruimte om te experimenteren en bij succes te bestendigen. Innovatieve woon-zorgcombinaties voor onze oudere inwoners zullen we faciliteren. Ook Tiny Houses en/of off-grid-woningen zien we hierbij als interessante optie. 4. Bij een aantrekkelijke woongemeente, hoort ook een aantrekkelijke leefomgeving. Kijkend naar de cijfers (zie Waarden- en Analysedocument voor nadere details) staat onze fysieke leefomgeving er relatief goed voor. De luchtkwaliteit voldoet aan de norm. De lichtemissie in het Westerkwartier is laag; de gemeente is ten opzichte van de rest van Nederland echt donker. Ook de geluidsbelasting aan de gevel van woningen is lager dan het landelijke gemiddelde. Kortom, we staan er goed voor. En dat willen we graag zo houden. We zien er daarom op toe dat nieuwe initiatieven geen negatieve effecten hebben op onze leefomgeving. De milieukwaliteitseisen die door het Rijk zijn vastgesteld, vormen voor ons het minimale niveau. Waar mogelijk verbeteren we de milieukwaliteit. Bij geconstateerde overschrijdingen van wettelijke normen zullen we handhavend optreden. Natuurlijk zijn er ook aandachtspunten in de fysieke leefomgeving.
Zo kan bijvoorbeeld de stikstofproblematiek worden genoemd, maar ook het behouden en herstellen van biodiversiteit. 5.
De gevolgen van de gaswinning raken onze gemeente. We zijn tegen de winning van het gas dat nog aanwezig is in/onder de gasopslaglocatie Grijpskerk. Eventuele ombouw van deze gasopslaglocatie van naar opslag van laagcalorisch gas kan wat ons betreft alleen als dit aantoonbaar veilig gebeurt. Ook dient daarbij de omgekeerde bewijslast van toepassing te zijn. Ook zijn wij mening dat de gaswinning uit de kleine velden in onze gemeente moet stoppen mede gelet op de aardbevingen die hierdoor veroorzaakt (kunnen) worden. [m.6] [u.8] [9.5] We maken ons bij dit alles sterk voor een goede schadeafhandeling en het behoud van waardevol erfgoed. We blijven ons inspannen om te komen tot een goede verdeling tussen lasten en lusten.
6. Ook de gasopslag en de gevolgen daarvan spelen in het Westerkwartier een rol. Naast de NAM-locatie Grijpskerk hebben we ook nadrukkelijk oog voor Zevenhuizen e.o. die te maken hebben met de effecten van de gasopslag bij Norg. Met betrekking tot de NAM-locatie Grijpskerk starten we een gebiedstraject, waar de verdeling van de lasten en de lusten een belangrijk onderwerp zal zijn. 7. Steden als Groningen, Drachten en Leeuwarden zijn met het openbaar vervoer goed tot zeer goed bereikbaar. Ook de grotere kernen binnen onze gemeente zijn ontsloten via buslijnen. Daarbuiten is het lastiger om met het openbaar vervoer te reizen. Als gemeente hebben we slechts zeer beperkt invloed op bestaande en nieuwe buslijnen. Waar mogelijk maken we ons sterk voor verbeteringen en nieuwe bestemmingen. Daarnaast zetten we in
26
op een onderzoek naar deelmobiliteit. Ook steunen wij de komst van de Lelylijn, mits deze een aantoonbare meerwaarde heeft voor de noordelijke economie en bijdraagt aan een algehele verbetering van het woon- en leefklimaat van het noorden, maar ook van het Westerkwartier. 8. Wat betreft recreatie en toerisme maakt de recente ‘Visie recreatie en toerisme Westerkwartier’ duidelijk dat groei en ontwikkeling van de sector mogelijk is. Onze waarden en kwaliteiten bieden op elke plek in de gemeenten kansen voor ontwikkeling. We gaan, samen met ondernemers en stakeholders, aan de slag met de aanbevelingen uit onze ‘Visie recreatie en toerisme’. Concreet maken we werk van onderstaande speerpunten: a. Profilering & informatievoorziening op orde brengen; b. Samenwerken & samenhang: parels rijgen; c. Aantrekkelijk en beleefbaar aanbod; d. Kennisdeling & professionaliseren.
27
28
1.4
Werken aan Global Goals In 2015 heeft de Verenigde Naties zeventien Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen vastgesteld, die zijn geadopteerd door alle lidstaten en een belangrijke gezamenlijke agenda vormen. Ook de Nederlandse regering heeft zich verbonden aan de Global Goals. De inzet van gemeenten is nodig om de doelen te realiseren, omdat deze raken aan belangrijke opgaven voor lokale overheden zoals het terugdringen van ongelijkheid, maatschappelijke integratie, duurzame productie en consumptie, een leefbare en veilige leefomgeving en kwalitatief en participatief bestuur. Westerkwartier handelt hier in de praktijk naar. Ook wij willen namelijk graag bijdragen aan een rechtvaardige, veilige en welvarende wereld. Daarnaast vinden we de Global Goals een heldere en bruikbare leidraad voor het ontwikkeling van beleid.
Op nagenoeg alle beleidsterreinen die door de Global Goals worden omvat staat de gemeente Westerkwartier voor opgaven. Via het uitvoeren van de Omgevingsvisie wil de gemeente bijvoorbeeld werken aan een goede gezondheid (GG3), betaalbare en duurzame energie (GG7), economische groei (GG 8), verantwoorde productie en consumptie (GG 12) klimaatactie (GG 13),veiligheid en sterke publieke diensten (GG 16). Kortom, we zien een heldere verbinding tussen de Global Goals en onze eigen strategische doelstellingen.
29
2
Gebiedskompassen
30
2.1
Inleiding In hoofdstuk 1 beschreven we de keuzes die voor de hele gemeente gelden. We maken echter ook keuzes die uitsluitend voor bepaalde gebieden gelden. In dit tweede hoofdstuk richten we ons op de gebieden en beschrijven we onze gebiedsgerichte keuzes. Dit doen we aan de hand van het zogenaamde Gebiedskompas(sen). Voor de begrenzing van de gebiedskompassen volgen we de herkenbare landschappelijke indeling van onze gemeente. Dit sluit namelijk het beste aan bij ons centrale uitgangspunt om de landschappelijke waarden en kwaliteiten leidend te laten zijn bij nieuwe ontwikkelingen. De eerste vier gebiedskompassen van deze Omgevingsvisie, worden dan de ook gevormd door de vier landschapstypen die onze gemeente rijk is. Dat zijn het dijkenlandschap, het wierdenlandschap, het wegdorpenlandschap en het heide- en veenontginningslandschap. Daarnaast zijn er de kernen. Onze gemeente telt er maar liefst 41. In de Woonvisie zijn de dorpen onderverdeeld in 3 typen: de voorzieningenkernen, de basisdorpen en de woondorpen. In deze Omgevingsvisie hanteren we die indeling als het gaat om de koers voor de verschillende kernen. Daarmee komen we in totaal op zeven gebiedskompassen: de vier landschappen en de drie verschillende typen kernen. Bij de gebiedskompassen komen vindt u de volgende onderwerpen: 1.
een korte typering van het gebied.
2.
Vanuit de gebiedstypering een beschrijving van de voornaamste waarden. Deze waarden vormen een belangrijke basis voor de afweging, toetsing en begeleiding van nieuwe ontwikkelingen. De beschrijving onder 1 en 2 is overgenomen uit van de ‘Ruimtelijke verkenning RES opgave’ (Libau, 2019) en de vanuit de enquête verkregen input.
3.
Een beschrijving van de koers en keuzes voor het gebied.
We sluiten het hoofdstuk af met een kaart waarop de hoofdstukken 1 en 2 samenkomen.
31
2.2
Gebiedskompas - Dijkenlandschap 2.2.1 Typering Het open dijkenlandschap kwam door inpoldering tot stand. Opvallend element in dit gebied is de inversierug van de voormalige rivier de Oude Riet. Deze inversierug ontstond door de invloed van de Lauwerszee waarbij in de rivierbedding een laag zware klei werd afgezet. Buiten de oevers was een dikke laag veen ontstaan. Als gevolg van ontwatering klonk het veen in en daalde de bodem. De met klei opgevulde bedding van de Oude Riet werd hierdoor zichtbaar in het landschap en vormt hiermee de zogenaamde inversierug. Ook de ‘jonge kleipolders’ zijn gewonnen op het zeewater. Vanuit de hogere zandruggen en kwelderruggen wordt het land ontgonnen door de aanleg van dijken. De inpoldering vindt in etappes plaats. Kenmerkend voor het dijkenlandschap is het stelsel aan dijken en zijlen. De zijlen zijn doorvoerpunten in de dijk waar het water van het ingepolderde land afwatert op eerst de zee en later het Lauwersmeer. Bij de zijlen liggen ook dorpen.
Ligging dijkenlandschap (bron: Libau)
2.2.2 Waarden o
Open landschap van zeekleipolders met een uitgebreid stelsel van oude dijken, voormalige dijktracés en uitwateringssluizen (zijlen).
o
Meer besloten en deels dichtbebouwde zijldorpen bij de (voormalige zijlen).
o
Verspreid liggende, soms monumentale boerderijen in het landelijk gebied.
o
Opstrekkende verkaveling vanaf de (oude) dijken.
o
Karakteristieke waterlopen. [ambtshalve 2]
o
Inversierug langs de Oude Riet.
o
Goede productieomstandigheden voor de landbouw.
o
Stilte en duisternis.
32
o
Historische beleving van de landaanwinning door bedijking.
o
Fraaie vergezichten.
o
Aantrekkelijk om te wandelen, fietsen en toertochten te maken.
o
Cultuurhistorisch waardevol gebied.
2.2.3 Koers en keuzes 1.
Kijkend naar het Dijkenlandschap, valt allereerst de grootschalige landbouw op. De productieomstandigheden voor de agrarische sector zijn in dit gebied goed. De verdere ontwikkeling van de landbouw zullen we daarom faciliteren. Bij die verdere ontwikkeling denken we overigens breder en verder dan enkel schaalvergroting. Samen met de sector willen we in dit gebied graag vorm en inhoud geven aan de transformatie van de landbouw (richting een duurzame, natuurinclusieve sector) [d.4] en werken aan het opbouwen van een regionale voedselinfrastructuur.
2.
Vanwege het goede toekomstperspectief voor de landbouw zijn we terughoudend met alternatieve functies in het landelijke gebied. In dit deelgebied zien we de landbouw daarom als een leidende functie.
3.
In dit gebied zien we een scherpe overgang tussen dorpen en het open landelijk gebied. Ook de agrarische erven liggen vaak als ‘groene eilanden’ in de ruimte. Dit zien wij als een onderscheidende kwaliteit. Bij ontwikkelingen vinden we landschappelijke inpassing daarom een belangrijk aandachtspunt.
4.
Dit gebied is interessant voor waterrecreatie en waterbeleving vanaf het land. We zien kansen voor het versterken van waterrecreatie en het realiseren van voorzieningen op en langs het water. En het beter beleefbaar maken van het verhaal van het water door middel van informatievoorziening, activiteiten (bv. bij gemaal De Waterwolf) of recreatieve routes (bv. over de dijken).
5.
Vanwege de goede bereikbaarheid zien we ook kansen voor middelgrote verblijfs- en/of dagrecreatieve ontwikkelingen (waaronder agri-toerisme).
6.
Ten noorden van Grijpskerk ligt de NAM-locatie, omringd door een fraai natuurpark, de
Noorderriet. We zetten in op vergroting van de
aantrekkelijkheid van de Noorderriet voor de omliggende dorpen, maar ook voor bezoekers van verder weg. 7.
Op de NAM-locatie zien we kansen voor grootschalige opwek van duurzame energie. De exacte invulling zal in samenspraak met de omgeving onderzocht moeten worden. Daarbij moet ook gekeken worden naar de manier waarop binnen de bestaande infrastructuur en bedrijfsvoering ruimte kan worden gebruikt voor een zonneveld. Voor het overige zien we in het Dijkenlandschap geen ruimte voor grootschalige zonneparken of windturbines hoger dan 15 meter.
8.
In de afgelopen 10 jaar zijn in dit deelgebied veel investeringen gedaan in de infrastructuur. Te noemen valt: a. de (partiele) verdubbeling van het spoor tussen Groningen en Leeuwarden; b. de oostelijke rondweg rond Zuidhorn; c. het opwaarderen van het Van Starkenborghkanaal tot goederenvervoer klasse 5a; d. het vervangen van een aantal bruggen over het Van Starkenborghkanaal;
33
e. de verbreding van het fietspad langs de Friesestraatweg; f. de rondweg rond Aduard en de aanpassingen bij de aansluiting Nieuwklap. Het spreekt voor zich dat we blij zijn met die inspanningen en investeringen. De bereikbaarheid van onze gemeente (en met name Zuidhorn) heeft een enorme boost gekregen. Ook verwachten we veel positieve effecten van de maatregelen die nog worden genomen om de doorstroming op de Friesestraatweg te verbeteren. Voor de toekomst willen we ons inzetten voor een verbetering van de noord-zuidverbinding. De huidige verbinding tussen het noordelijke deel van de gemeente en de A7 is ontoereikend, werkt sluipverkeer in de hand en is zeer onveilig door de combinatie van fietsers, auto’s en landbouwverkeer op de relatief smalle wegen. Wij willen dat op middellange termijn een verbinding met de A7 wordt gerealiseerd. Daarvoor zal een zorgvuldige procedure moeten worden gevolgd en zullen er (externe) middelen beschikbaar moeten komen. 9.
De Oude Riet is een cultuurhistorisch waardevolle inversierug. We steunen initiatieven om de Oude Riet beter zichtbaar, waarneembaar en beleefbaar te maken. Dit kan als een apart project worden opgepakt. Maar ook zien we koppelkansen met projecten als Groeningen, de Onlanden, MiddagHumsterland
en
Natuurontwikkeling
en
Waterberging
Zuidelijk
Westerkwartier.
2.3
Gebiedskompas - Wierdenlandschap 2.3.1 Typering Het wierdenlandschap ligt in het noordoosten van de gemeente. Het is een landschap van grote openheid met reeksen van dorpen met karakteristieke dorpssilhouetten die van grote afstand herkenbaar zijn. Wegen over de hoger gelegen delen van het land verbinden de dorpen. De kerktorens en het groen rond de dorpen geven ieder dorp zijn eigen uitstraling. Veel dorpen zijn maar beperkt gegroeid, waardoor de oude structuren nog goed zichtbaar zijn. De boerderijen liggen als groene eilanden verspreid in de open ruimte. De boerenerven liggen aan de weg of vrij in het veld, op- of nabij een (voormalige) huiswierde. Hun plek past binnen het veelal onregelmatige verkavelingspatroon. Op de erven staan vaak middelgrote boerderijen van het kop-hals-romp of Oldambster type, vaak met meerdere schuren, grachten en erfbeplanting. In het weidse landschap kronkelen waterlopen. Ze volgen deels de voormalige kweldergeulen en zijn deels gegraven waterlopen om de dorpen via het water bereikbaar te houden. De waterlopen vormen de basis voor de kenmerkende onregelmatige blokverkaveling, zoals die nog herkenbaar is in Middag-Humsterland. Mede daarom is het Middag - Humsterland aangewezen als Nationaal landschap. Het Middag - Humsterland is een uniek en heel oud landschap.
Door vele gave kenmerken zoals de wierden, kreken, dijken en de zeer onregelmatige blokverkaveling op basis van het stelsel van voormalige wadgeulen is de ontginning en het gebruik van het gebied door de mens nog goed af te lezen. Het gebied is een typisch voorbeeld van ontginningsgeschiedenis van de noordelijke zeekleigebieden en is hiermee ook internationaal gezien zeldzaam.
34
Ligging wierdenlandschap (Bron: Libau)
2.3.2 Waarden o
Contrast tussen de grootschalige openheid van de kweldervlaktes en de beslotener dorpen op de kwelderwallen.
o
Kenmerkende en soms ook nog authentieke onregelmatige blokverkaveling die ook tot uiting komt in het slotenpatroon.
o
Karakteristieke dorp silhouetten, waarvan veel als beschermd dorpsgezicht zijn gewaardeerd (Garnwerd, Fransum [d.4], Ezinge, Oostum, Niehove en Saaksum).
o
Historisch gegroeide dorpsstructuur op de wierde, rond de kerk.
o
Agrarische bebouwing als in de ruimte verspreid liggende groene eilanden.
o
Verbindend
systeem
van
waterlopen
en
opvaarten
aantakkend
op
wierdendorpen. o
Aanwezigheid van microreliëf; [f.4]
o
Kronkelend beloop van voormalige kweldergeulen en rivieren, zoals het Reitdiep, de Kliefsloot en Middagsterriet. [d.4] Het Reitdiep is goed herkenbaar met beeldbepalende dijken. Langs het Diep bevinden zich doorbraakkolken, coupures en oude afwateringssluizen ( Aduarderzijl).
o
Stelsel van trekvaarten en wegen, soms ook op oude dijken.
o
Vele monumentale boerderijen, borgen en kerken, borg-, kerk- en kloosterterreinen, zoals de Piloersemaborg en Allersmaborg.
o
Museum Wierdenland als belangrijke culturele en maatschappelijk voorziening. [f.9]
o
Authentiek wierdenlandschap, cultuurhistorisch zeer waardevol.
o
Delen van het gebied zijn aantrekkelijk voor weidevogels [ambtshalve 3]
o
Rust en ruimte.
o
Stilte en duisternis.
o
Fraaie vergezichten.
o
Aantrekkelijk om te wandelen, fietsen en toertochten te maken.
35
o
Beleefbaarheid van de dorpen vanaf het water.
2.3.3 Koers en keuzes 1.
In dit deelgebied zetten we enerzijds in op het behoud en ontwikkeling van landschap, cultuurhistorie en belevingswaarde en anderzijds voldoende sociale en
economische
ontwikkelingskansen
en
nieuw
verantwoord
ondernemerschap. Beide gaan wat ons betreft hand in hand en kunnen niet los van elkaar worden gezien. We vinden het daarom belangrijk dat ontwikkelingen in het gebied zorgvuldig worden ontworpen en ingepast. [f.4] 2.
De landschappelijke structuur en de cultuurhistorische elementen moeten zichtbaar blijven. Het behouden en herstellen van die waarden en elementen vormt de leidraad bij alle nieuwe ontwikkelingen. Daarbij kijken we niet enkel naar bovengrondse waarden, maar nadrukkelijk ook naar ondergrondse waarden. Te denken valt aan archeologische waarden en plekken als (voormalige) borgterreinen, verlaten of gedeeltelijk afgegraven wierden.
3.
De dorpen op de wierden, met hun kronkelende wegen, zijn veelal kleinschalig en niet geschikt om grote groepen bezoekers te ontvangen. Intensieve vormen van toerisme en recreatie passen hier dan ook niet. Kennis van het landschap is nodig om het gebied op waarde in te schatten. Daarom is goede informatievoorziening over het gebied erg belangrijk. Daar kunnen we nog meer mee doen.
4.
De landbouw is van oudsher een belangrijke functie in het gebied. We zetten dan ook in op het behoud van de landbouwkundige functie. Schaalvergroting is echter alleen mogelijk wanneer dit niet ten koste gaat van de cultuurhistorische kwaliteiten van het landschap. In het gebied liggen veel kansen voor de natuurinclusieve landbouw. [f.4] Ook in dit gebied zullen we de transformatie van de landbouw daarom stimuleren en faciliteren en ondersteunen de zoektocht naar nieuwe verdienmodellen. Samen met de verschillende
partners
in
het
gebied
willen
we
werken
aan
een
landbouwontwikkeling binnen een landschappelijke, maatschappelijke en economische duurzame ontwikkeling. [f.5] We maken ons tevens sterk voor een betere verwaarding van de landbouwproducten en ondersteunen de productie van streekproducten. 5.
We willen dat agrarische bebouwing goed in het landschap past (qua vorm, kleur, materiaal en erfbeplanting [d.4]).
6.
We zien met name kansen om meer kleinschalige recreatieve voorzieningen te realiseren, zoals kanoroutes en (elektrisch) sloepvaren nabij Garnwerd en Oldehove. Het Reitdiep is ook een belangrijke verbinding en kansrijk, evenals het Aduarderdiep. En we zien kansen om het gebied (nog) beter te ontsluiten voor de fietser en wandelaar door o.a. toeristische over-stapplaatsen in te richten aan de randen van het gebied waar de auto kan worden geparkeerd en bezoekers kunnen overstappen op vervoermiddelen die minder overlast veroorzaken.
7.
In het kader van de Visie Middag-Humsterland heeft een brede vertegenwoordiging uit het gebied aangegeven te willen inzetten op zelfvoorzienendheid wat betreft energiebehoefte. Deze ontwikkeling willen
36
we ondersteunen, waarbij op voorhand niet alles mogelijk zal zijn. We zien in dit gebied namelijk geen ruimte voor grootschalige zonneparken of windturbines hoger dan 15 meter. 8.
Voor de leefbaarheid van het gebied voor onze inwoners en ondernemers zijn goede verbindingen (fysiek en digitaal) nodig. We maken ons sterk voor een goede OV-verbinding met Zuidhorn en Groningen. Ook willen we de noordzuidverbinding versterken en zetten daarom in op een nieuwe westelijke ringweg Nieuwklap-Westpoort/A7.
2.4
Gebiedskompas – Wegdorpenlandschap
2.4.1 Typering Het wegdorpenlandschap kent een heldere structuur met een onderscheid in de hoger gelegen ruggen (de gasten) met daarop de wegdorpen. Op de flanken van de ruggen staan haaks op de wegen houtsingels. Samen met een aantal landgoederen dragen deze bij aan het besloten parkachtige karakter van de bebouwingslinten. Tussen de gasten liggen open natte laagtes met een duidelijke gerichtheid en veel sloten, petgaten en enkele verspreide bosjes als landschapselementen.
Ligging Wegdorpenlandschap (Bron: Libau)
2.4.2 Waarden o
Geleidelijke overgang van lintbebouwing ‘de gasten’ op hoger gelegen zandruggen naar meer waterrijk open gebied aan de ‘achterkanten’.
o
Wegdorpen op de zandruggen: lange bebouwingslinten aan licht slingerende wegen die de loop van de zandruggen volgen.
37
o
Een opstrekkend patroon van houtsingels dat doorloopt in de dorpen, haaks op de zandruggen.
o
Pingoruïnes op de zandgronden. Markante voorbeelden zijn het Ronde Meer en Bolmeer.
o
Restanten van oude waterlopen (bv. Oude Riet, Gave, Lauwers). [d.4]
o
Kerken, borgen en borgterreinen: Coendersborg, Nienoord en Iwema steenhuis.
o
Bebouwing is overwegend kleinschalig en eenvoudig van karakter. In de bebouwing is de Friese invloed zichtbaar. In de kern Zuidhorn is de straat De Gast grotendeels aangewezen als Rijksbeschermd dorpsgezicht.
o
Aanwezigheid van landgoederen zoals Nienoord, Iwema Steenhuis en Coendersborg.
o
Restanten van de vervening in de vorm van petgaten, zoals bij Lettelbert.
o
Open en weids, in contrast met de veel meer beplante en bebouwde zandruggen.
o
Stelsel van kanalen, vaarten en diepen.
o
Gehuchten en kruisdorpen bij de kruising weg en water.
o
Bebouwing is overwegend kleinschalig en eenvoudig van karakter.
o
Het verrassingseffect van het coulissenlandschap.
o
Goed toegankelijke natuurgebieden.
o
Goede verbinding met Groningen en Drachten.
o
Goed wandel- en fietspadennetwerk.
o
Afwisseling tussen open en gesloten, ruimte en rust, hoog en laag.
o
De combinatie van een open en gesloten landschap maakt dat er goede productieomstandigheden zijn voor de landbouw. [p.2]
o
Aantrekkelijk woongebied.
o
De oorsprong (Vredewold & Langewold) van het gebied is nog duidelijk te herkennen.
2.4.3 Koers en keuzes 1.
In dit gebied komen zowel open als besloten gebieden voor. In de besloten delen vormt de houtsingelhoofdstructuur de ruggengraat van het landschap. De houtsingels willen we behouden, versterken en herstellen. Ze vormen namelijk
een
waardevolle
kwaliteit.
Dit
betekent
dat
bijvoorbeeld
schaalvergroting van de landbouw in dit gebied niet overal eenvoudig te realiseren is. Daarom denken we ook in dit gebied breder dan enkel schaalvergroting. Samen met de sector willen we in dit gebied graag vorm en inhoud geven aan de transformatie van de landbouw en werken aan het opbouwen van een regionale voedselinfrastructuur. 2.
In de open, landschappelijk minder kwetsbare delen van dit gebied, zien we meer kansen voor grootschalige landbouw. Overigens geldt in dit gehele gebied dat we een goede inpassing van gebouwen en erven erg belangrijk vinden.