CConstaterende datWesterkwartier
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Toelichting - Quickscan NGE

Raadsvergadering 29 september 2021, gemeente WesterkwartierBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buurtschap De Gast Zuidhorn (hamerstuk)1.902 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quick Scan NGE Projectnummer: 361617 Referentienummer: SWNL0227484 Datum: 15-06-2018

Ontwikkeling woonwijk Gasten Gastlaan te Zuidhorn e.o.

Definitief

Sweco Rozenburglaan 11 9727 DL Groningen Postbus 7057 9701 JB Groningen Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V.

Joop Mentink

Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

T +31 88 811 69 49 M +31 6 23 93 44 17

Lijst met aanpassingen Versie

Datum

C1.0

14-06-2018

Aanpassing betreft

Herzien

Goedgekeurd

nl_rapport.docx 20161201

2 (10)

Verantwoording Titel

Ontwikkeling woonwijk Gasten

Subtitel

Gastlaan te Zuidhorn e.o.

Projectnummer

361617

Referentienummer

SWNL0227484

Revisie

C1.0

Datum

15-06-2018

Auteur(s)

Joop Mentink

E-mailadres

joop.mentink@sweco.nl

Gecontroleerd door

Marc Zwaanswijk

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Marcia de Vries

Paraaf goedgekeurd

nl_rapport.docx 20161201

3 (10)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 5

1.1

Aanleiding en doel ................................................................................................... 5

1.2

Begrenzing plangebied ............................................................................................ 5

1.3

QuickScan NGE ...................................................................................................... 5

1.4

Literatuur en archiefonderzoek ................................................................................ 6

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 6

1.6

Disclaimer ................................................................................................................ 6

2

Resultaten literatuur- en archiefonderzoek ........................................................ 7

2.1

Onderzoeken derde ................................................................................................. 7

2.2

IKME Kaartmateriaal ............................................................................................... 7

2.3

Luchtoorlog .............................................................................................................. 7

2.4

Vergeldingswapens ................................................................................................. 8

2.5

Doelwitten en precisiebombardementen ................................................................. 8

2.6

Defensie- en oorlogsschade .................................................................................... 8

2.7

NIOD - beeldenbank ................................................................................................ 8

2.8

Luchtfoto’s ............................................................................................................... 8

3

Evaluatie en aanbevelingen.................................................................................. 9

3.1

Inleiding ................................................................................................................... 9

3.2

Evaluatie .................................................................................................................. 9

3.3

Slotwoord ................................................................................................................. 9

nl_rapport.docx 20161201

4 (10)

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel De gemeente Zuidhorn is voornemens een landbouwgebied te ontwikkelen tot een nieuwe woonwijk, te weten plan Gasten. Voorzien is het mechanisch roeren van het terrein tijdens het bouwrijp maken en de bouwfase. 1.2 Begrenzing plangebied De RD-coördinaten van het projectgebied zijn globaal x / y 229.94 / 585.58 meter. In figuur 1 is een snede uit kaartmateriaal opgenomen van na 2017 links en 1945 rechts (TopoTijdreis).

Figuur 1 De projectlocatie ingetekend op kaartmateriaal uit 2017/1945

Tijdens de onderzoeks- en realisatiefase zullen op diverse locaties boor- en graafwerkzaamheden verricht worden. Omwille van de veiligheid dient de kans op het treffen van Niet Gesprongen Explosieven (NGE) onderzocht te worden. Onderhavig onderzoek betreft een QuickScan NGE waarin op hoofdlijnen via openbare bronnen de oorlog gerelateerde handelingen op locatie en in de omgeving zijn geïnventariseerd. Daarnaast zijn globaal de naoorlogse handelingen in het gebied en de geplande ingreep beschouwd. Deze drie aspecten zijn met elkaar vergeleken. Op basis daarvan is een uitspraak gedaan over de mate waarin een verhoogde kans op het aantreffen van NGE verwacht mag worden. 1.3 QuickScan NGE De mogelijke aanwezigheid van explosieven in de ondergrond houdt in Nederland over het algemeen verband met de Tweede Wereldoorlog. Handelingen die leidden tot niet gesprongen conventionele explosieven in de bodem betroffen bijvoorbeeld het afwerpen van munitie, beschietingen vanuit de lucht/vanaf het water/op het land, het neerstorten van vliegtuigen, gevechten tijdens de begin-, tussen- en eindfase van de Tweede Wereldoorlog, het dumpen van munitie en het verdedigen van gebieden met mijnenvelden, e.d.

Indien er bij voorgenomen (graaf)werkzaamheden een redelijk vermoeden bestaat op het aantreffen van conventionele explosieven (CE) in de (water)bodem dient een vooronderzoek conform de WSCS-OCE uitgevoerd te worden. Dit wordt voorgeschreven door de vereniging voor Explosieven Opsporing (VEO) en is verankerd in de bouwprocesbepalingen in het Arbobesluit en de V&G voorbereidingsfase.

nl_rapport.docx 20161201

5 (10)

Bij een QuickScan wordt een beperkte hoeveelheid openbaar historische gegevens verzameld om vast te stellen of er sprake is van een ‘redelijk vermoeden’ op het aantreffen van CE in de (water-)bodem. Hiervoor zijn geen richtlijnen opgesteld. De scope van het onderzoek is daarbij de positie van de ingreep en gebeurtenissen en een (arbitraire) marge van circa 500 meter daaromheen. De genoemde marge houdt rekening met het feit dat niet alle historische informatie plaats accuraat is. 1.4 Literatuur en archiefonderzoek Voor de QuickScan zijn de volgende archiefinstellingen en literatuur geraadpleegd: Vrij toegankelijke archieven • Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD); in het digitale zoeksysteem is gezocht naar voor OCE’s relevante informatie; • V1 & V2 inslagen kaart Nederland; • 2nd Tactical Air Force kaart Nederland; • Luchtfoto-archief WUR; • IKME, Indicatieve Kaart Militair Erfgoed; • TOPO tijdreis. Lokale- en regionale overheid • Gemeente Zuidhorn, afd. openbare werken Onderzoeken derde • PRA projectrisicoanalyse, T&A-Survey, GPR2423.75, ‘Uitbreiding NS fietsenstalling te Zuidhorn’, d.d. 08-02-2017; • PvO Procesverbaal van Oplevering, GPR5034.2, ‘Verklaring vrij van explosieven’, d.d.

09-03-2016; • Ruimtelijke onderbouwing, vervanging Tafelbrug; • Vooronderzoek Conventionele explosieven Zuidhorn-Noordzijde VSK-04 &ZuidhornZuidzijde VSK-05 Gemeente Zuidhorn, BombsAway BV, 16P145, d.d. 30-10-2016. 1.5 Leeswijzer In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • Resultaten literatuur en archiefonderzoek (hoofdstuk 2); • Evaluatie en aanbevelingen (hoofdstuk 3). 1.6 Disclaimer De QuickScan is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Er zijn geen richtlijnen opgesteld voor het beantwoorden van de thesis ‘is er sprake van een redelijk vermoeden’. De QuickScan is niet volgens de beoordelingsrichtlijn ‘Opsporen Conventionele Explosieven’ WSCS-OCE uitgevoerd. Een QuickScan is gebaseerd op een (relatief) beperkt archiefonderzoek van openbare bronnen. Het is bij elke vorm van onderzoek altijd mogelijk dat relevante informatie niet wordt achterhaald.

nl_rapport.docx 20161201

6 (10)

2

Resultaten literatuur- en archiefonderzoek

In voorliggend hoofdstuk worden de resultaten van het literatuur- en het archiefonderzoek besproken. 2.1 Onderzoeken derden Geraadpleegd zijn onder andere de door de opdrachtgever aangeleverde onderzoeken en de onderzoeksresultaten uit ons eigen archief. De onderzoeken van T&A geven aanleiding om rond het station rekening te houden met een verdenkingen op de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Uit de rapportages (PRA) kan niet opgemaakt worden hoe het verdachte gebied afgebakend is. De gemeente beschikt niet over het onderliggende Vooronderzoek. Voor de bouw van de nieuwe spoorbrug over het van Starkenborghkanaal is door de gemeente een Procesverbaal van Oplevering verstrekt. De locatie zou mogelijk deels verdacht zijn op de aanwezigheid van afwerpmunitie (250-500 lbs). Deze verdenking wordt niet onderschreven door het onderzoek van BombsAway. De afwerpmunitie was gedetoneerd danwel teruggevonden. Door BombsAway is ter hoogte van het van Starkenborghkanaal, tussen de nieuwe spoorbrug en de Tafelbrug, een Vooronderzoek uitgevoerd cf. WSCS-OCE voorschriften. Het onderzoek concludeert op basis van het feitenmateriaal: ‘ Op 9/10 maart 1945 werden in totaal vier bommen afgeworpen, waarvan één blindganger. Deze blindganger is door een Duits Sprengkommando geborgen. De overige drie bommen waren gedetoneerd.

Alle bommen die afgeworpen waren werden ook ‘teruggevonden’.’ Daarnaast zijn er mitrailleursnesten opgemerkt ter hoogte van de spoorbrug. De ruimtelijke onderbouwing voor de reconstructie van de Tafelbrug bevat een hoofdstuk ten aanzien van het risico op de aanwezigheid van NGE. Er is geen aanleiding gevonden om rekening te houden met een verhoogd risico op de aanwezigheid van explosieven in de omgeving van de Tafelbrug. De rapportages geven geen aanleiding om voor de locatie rekening te houden met een verhoogd risico. T&A stelt dat er ter hoogte van het station rekening gehouden moet worden met de mogelijke aanwezigheid van afwerpmunitie. Deze verdenking komt niet terug in beschouwingen opgesteld door andere onderzoeksbureaus. Daarnaast verwijst T&A mogelijk naar een eigen onderzoek, uitgevoerd in opdracht van ProRail. Mogelijk betreft dit Vooronderzoek met kenmerk GPR2058.89 dat volgens de VEO website mogelijk niet aan de huidige voorschriften voldoet. 2.2 IKME Kaartmateriaal Op de militaire erfgoedkaart is de locatie niet als militair erfgoed opgemerkt. 2.3 Luchtoorlog In de Studie Brongers zijn geen Duitse crashes aangehaald in de omgeving van Zuidhorn. Het verliesregister, opgesteld door Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945, ontsluit informatie over een aantal vliegtuigcrashes in de omgeving.

Rond de projectlocatie en in de omgeving van Zuidhorn zijn er geen crashlocaties bekend of opgenomen in het archief.

nl_rapport.docx 20161201

7 (10)

2.4 Vergeldingswapens Er zijn geen meldingen van inslagen van V1 en V2 raketten bekend in de wijde omgeving van de projectlocatie. De kanaalkade ligt niet op de vliegroute tussen lanceerlocaties en doelwitten. 2.5 Doelwitten en precisiebombardementen De Second Tactical Air Force van de Royal Air Force (2TAF) was een eenheid ingericht op het uitvoeren van precisiebombardementen ter ondersteuning van grondtroepen en het uitschakelen van doelwitten. Er zijn op locatie en in de directe omgeving geen doelwitten bekend. 2.6 Defensie- en oorlogsschade In opdracht van het Projectteam Wederopbouw van de Rijksdienst voor Monumentzorg is in mei 2006 door Dr. E. Blankenstein een inventarisatie opgesteld over gehele of gedeeltelijke verwoestingen door oorlogsgeweld toegebracht aan gebouwen, woningen, scholen, boerderijen, molens, kerken, historische monumenten, spoor- en verkeersbruggen, havens en overig onroerend goed in de periode 1939 – 1945 in Nederland. Voor Zuidhorn en omgeving zijn verschillende schadegevallen bekend. Het betreffen schadegevallen in Aduard en Gaarkeuken. 2.7 NIOD - beeldenbank Via de beeldenbank van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie zijn enkele foto’s genomen tijdens de Tweede Wereldoorlog te Zuidhorn ontsloten. Op de foto’s zijn geen gevolgen van oorlogshandelingen weergegeven.

2.8 Luchtfoto’s De National Collection of Aerial Photography te Schotland (NCAP) ontsluit onder andere luchtfoto’s genomen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bestand bestaat uit luchtfoto’s genomen voor en na luchtaanvallen. Het NCAP ontsluit geen foto’s van de projectlocatie en het omliggende gebied. Ook het archief van de WUR ontsluit luchtfoto’s genomen tijdens de Tweede Wereldoorlog en ook dit archief ontsluit geen foto’s van de projectlocatie of het omliggende gebied.

nl_rapport.docx 20161201

8 (10)

3

Evaluatie en aanbevelingen

3.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de feiten geëvalueerd. Deze evaluatie wordt opgevolgd door onze aanbevelingen voor het vervolgtraject. Op basis van de geraadpleegde literatuur ontstaat het beeld dat er tijdens de oorlogsjaren in de omgeving van de projectlocatie diverse oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij mogelijk CE achter zijn gebleven. De oorlogshandelingen concentreren zich nabij en op grotere afstand van de projectlocatie. Onderzoeken uitgevoerd door derden geven geen aanleiding om voor de projectlocatie rekening te houden met een verhoogde kans op de aanwezigheid van NGE. 3.2 Evaluatie Er is geen aanleiding gevonden om uit te gaan van een ‘redelijk vermoeden’ op het treffen van NGE. Het bovenstaande geeft geen aanleiding om voor de geplande werkzaamheden een Vooronderzoek cf. WSCS-OCE uit te laten voeren. Voorliggende notitie kan aan het V&G dossier van de aannemer toegevoegd worden. 3.3 Slotwoord Opgemerkt wordt dat er tijdens de uitvoering altijd aandacht dient te zijn voor het aantreffen van onverwachte zaken en dat grondroerend personeel op de hoogte dient te zijn van het protocol voor toevalsvondsten. Indien tijdens het werk gestuit wordt op zaken die lijken op OCE dient het werk altijd terstond gestaakt te worden en een deskundige geraadpleegd te worden. Het bellen van 112 is de meest eenvoudige route vanaf de werkplek naar een deskundige.

Ten aanzien van de conventionele explosieven zijn zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer verantwoordelijk voor de veiligheid van het uitvoerende personeel en de projectomgeving. Voor heel Nederland geldt dat er een risico is op toevalvondsten. De uitvoerende partij en werknemers dienen op de hoogte te zijn van de NGE gerelateerde risico’s. Het thema dient verankerd te zijn in het kwaliteitssysteem of in het V&G-plan. Zo mag de opdrachtgever van de opdrachtnemer verwachten dat deze periodiek een toolbox NGE

nl_rapport.docx 20161201

9 (10)

verzorgt voor al haar grondroerende en uitvoerende personeel. Behandeld dient te worden: wat zijn CE en hoe om te gaan met een toevallige vondst. Dit om de veiligheid van de werknemer en de projectomgeving te vergroten.

nl_rapport.docx 20161201

10 (10)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerkwartier&id=d5a2ddc3-2f1f-4741-8a3f-4cf8956c7e1f