Bijlage 8 Toelichting - Quick scan EV
Tekst van het document
Adviesgroep AVIV BV Wethouder Beversstraat 185 7543 BK Enschede
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
Project Datum
204146 7 september 2020
Opdrachtgever PlanRuimte t.a.v. G. Enserink Franz Lehárlaan 130 2102 GW Heemstede
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
Project
204146
Datum
7 september 2020
Auteur Review
M.H. Ottink A.J.H. Schulenberg
Versie nr.
1
Opdrachtgever
Planruimte t.a.v. G. Enserink Franz Lehárlaan 130 2102 GW Heemstede
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 2.1 Risicobenadering ____________________________________________ 5 2.2 Besluit externe veiligheid buisleidingen ___________________________ 5 3 Uitgangspunten risicoberekening _________________________________ 9 3.1 Ligging plangebied __________________________________________ 9 3.2 Hogedruk aardgasleidingen ____________________________________ 9 3.3 Bebouwing ________________________________________________ 11 4 Resultaten aardgasleidingen ____________________________________ 12 4.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 12 4.2 Groepsrisico_______________________________________________ 12 4.3 Belemmeringenstrook _______________________________________ 13 5 Conclusie ____________________________________________________ 14 Referenties _____________________________________________________ 15 Bijlage 1. Modellering bebouwing omgeving _________________________ 16 Bijlage 2. Carola-rapportage _______________________________________ 19
3
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
1 Inleiding Er bestaan plannen voor woningbouwontwikkeling op het perceel De Gast 45 te Zuidhorn. De locatie ligt binnen het invloedsgebied van een aardgastransportleiding van Gasunie. Voor een goede ruimtelijke onderbouwing is inzicht in de externe veiligheidsrisico’s nodig. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd.
4
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
2 Normstelling externe veiligheid 2.1
Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.
2.2
Besluit externe veiligheid buisleidingen Sinds 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van kracht [2]. Hieronder is kort de toetsing aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarde van het groepsrisico geschetst.
2.2.1
Plaatsgebonden risico In het kader van de risicobenadering moet de vraag worden beantwoord of er sprake is van een relatief hoog risico. Afhankelijk van de kenmerken van de buisleiding en de specifieke gevaren voor de omgeving, kan een zekere scheiding tussen buisleidingen en werk- en woongebieden gewenst zijn. Bij deze vraagstelling worden de risiconormen gehanteerd, die door de rijksoverheid zijn vastgesteld. Voor nieuwe buisleidingen is in het Bevb de eis opgenomen dat deze zodanig aangelegd moeten worden conform de best beschikbare technieken dat de PR 10-6 contour zo veel mogelijk binnen de belemmeringenstrook komt te liggen. Deze plicht rust op de exploitant van de leiding. Deze eis geldt ook als een bestaande leiding wordt vervangen. Zo wordt deze strenge norm voor het plaatsgebonden risico van toepassing op nieuwe situaties. Het ontstaan van nieuwe knelpunten wordt daarmee voorkomen en het ruimtebeslag van nieuwe buisleidingen wordt beperkt tot de belemmeringenstrook.
5
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is ook van toepassing op bestaande buisleidingen. Dit levert in bepaalde gevallen bij bestaande bebouwing 1 binnen de risicocontour van de buisleiding een knelpunt op. Daar waar kwetsbare objecten zoals woningen en scholen binnen de risicocontour PR 10-6 liggen, gaat een wettelijke saneringsplicht gelden. De leidingexploitant is hierop aanspreekbaar en neemt binnen een overgangstermijn zodanige saneringsmaatregelen dat er sprake is van een acceptabele situatie. Voor de initiatiefnemer van het ruimtelijk plan geldt dat er geen nieuwe kwetsbare bestemmingen gerealiseerd mogen worden binnen de 10-6 contour van het plaatsgebonden risico indien aanwezig, en dat deze contour een richtwaarde is voor beperkt kwetsbare bestemmingen. Binnen de belemmeringenstrook mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden gerealiseerd. De belemmeringenstrook en de buisleidingen moeten in het bestemmingsplan worden aangegeven. Het Bevb verwijst voor de (niet limitatieve) lijst van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
2.2.2
Groepsrisico Bij het beoordelen van het GR wordt het (lokale) bevoegd gezag de mogelijkheid geboden om gemotiveerd van de oriëntatiewaarde voor het GR af te wijken. Er moet sprake zijn van een openbare en goed inzichtelijke belangenafweging, waarin moet zijn aangegeven waarom in het specifieke geval daarvan is afgeweken. De beslissing om van de oriëntatiewaarde af te wijken is vatbaar voor beroep. Het GR wordt voor het gehele relevante gebied berekend. Door middel van bron- of ruimtelijke maatregelen kan mogelijk dat risico worden gereduceerd. Daar waar het gaat om het stellen van randvoorwaarden in de ruimtelijke ordening wordt het afwegingsgebied echter gemaximaliseerd tot de grens waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen overlijdt (1%-letaliteitszone). Het GR geeft voor dit gebied aan welke bebouwingsdichtheid nog acceptabel is, gelet op de voorgestelde oriëntatiewaarde. In het aangegeven gebied is bebouwing dus wel toegestaan maar is de dichtheid van bebouwing soms gelimiteerd. Bij de toetsing moet worden bezien of de kans per kilometer buisleiding op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde geldt voor zowel bestaande als nieuwe situaties. De regeling over het groepsrisico in het Bevb vertoont duidelijk overeenkomst met de regelingen in het Bevi.
Het uitgangspunt is dat er een verplichting geldt om het groepsrisico mee te wegen en te verantwoorden bij de vaststelling van een bestemmingsplan, inpassingsplan of omgevingsvergunning (projectbesluit) dat betrekking heeft op het invloedsgebied van een geprojecteerde of bestaande buisleiding. De toetsing aan de 1 Onder
bestaande bebouwing wordt verstaan fysiek aanwezige bebouwing en geprojecteerde bebouwing die is toegestaan op basis van een vastgesteld bestemmingsplan of vrijstellingsbesluit
6
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
oriëntatiewaarde vindt op dezelfde manier plaats als hierboven geschetst. De verantwoording van het groepsrisico is op onderdelen iets anders geformuleerd en kent in bepaalde gevallen een vereenvoudiging. Verantwoording groepsrisico Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op grond waarvan de aanleg van een buisleiding, of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten, wordt tevens het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding verantwoord. In de toelichting van dit besluit wordt dan vermeld: a. de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken; b. het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar; c. indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding die dat risico mede veroorzaakt; d.
andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan; e. de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; f. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; g. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Voorafgaand aan de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid stelt het voor dat besluit bevoegde gezag het bestuur van de regionale brandweer in wiens regio het gebied ligt waarop dat besluit betrekking heeft, in de gelegenheid advies uit te brengen in verband met het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval alsmede hulpverlening en zelfredzaamheid.
Beperkte verantwoording Het Bevb introduceert een nieuwe onderverdeling van situaties waarin een ‘volledige’ verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording (art. 12, lid 3):
7
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
1. Indien het ruimtelijk besluit betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding (in geval van toxische stoffen tussen de 1% letaliteitszone en de afstand waarop het plaatsgebonden risico gelijk is aan 10-8). 2. a. als het groepsrisico onder 0.1 keer de oriëntatiewaarde blijft; b. als het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In een beperkte verantwoording van het groepsrisico hoeven slechts vier zaken aan de orde te komen, namelijk: a. b. c. d.
De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. De hoogte van het groepsrisico. De bestrijdbaarheid. De zelfredzaamheid.
Een nadere beschouwing van risicoreducerende maatregelen en ruimtelijke alternatieven met een lager groepsrisico is in dat geval niet nodig.
8
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
3 Uitgangspunten risicoberekening 3.1
Ligging plangebied
Figuur 1 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de aardgasleiding. De gehanteerde uitgangspunten worden in dit hoofdstuk beschreven.
Figuur 1.
Plangebied en risicobron
3.2
Hogedruk aardgasleidingen
3.2.1
Carola Het risico door hogedruk aardgasleidingen wordt berekend met Carola versie 1.0.0.52 parameterbestand 1.3. De berekening wordt uitgevoerd met de volgende gegevens: Het interessegebied. Leidingdatabestand van de leidingeigenaar, in dit geval Nederlandse Gasunie. Het aantal personen dat langs de leiding blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval met de leiding.
9
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
3.2.2
Interessegebied Het interessegebied is het gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling langs een buisleiding geprojecteerd is of waar een aanpassing van een bestaande of een nieuwe buisleiding gepland is [2]. Met behulp van het interessegebied selecteert de leidingeigenaar de relevante gegevens die benodigd zijn voor de berekening.
3.2.3
Leidingdatabestand Het leidingdatabestand bevat alle buisleidingdelen, met de bijbehorende leidingspecifieke parameters, die zich binnen een afstand van ten minste 1 km + 2 maal de maximale effectafstand van het interessegebied bevinden. Enkele kenmerken van de voor het plangebied relevante aardgasleidingen worden getoond in tabel 1.
Beheerder
Leidingnr.
Diameter [inch]
Druk [bar]
Afstand 100% letaliteit [m]
Afstand 1% letaliteit [m]
Gasunie
N-505-41
8.62
40
50
95
Tabel 1.
Kenmerken hogedruk aardgasleidingen
Het invloedsgebied en de contour waarbinnen sprake is van 100% letaliteit worden weergegeven in figuur 2. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen de 100%-letaliteitscontour.
Figuur 2.
Invloedsgebied en 100%-letaliteitscontour aardgasleiding N-505-41
10
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
3.3
Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van beide risicobronnen is opgevraagd via de BAG-Populatieservice [4]. In aanvulling hierop zijn gegevens van Ruimtelijkeplannen.nl geraadpleegd [5]. De gehanteerde uitgangspunten en modellering van de omgeving betreffende de aardgasbuisleiding worden in meer detail beschreven in bijlage 1.
11
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
4 Resultaten aardgasleidingen 4.1
Plaatsgebonden risico Figuur 3 toont het plaatsgebonden risico van de aardgasleiding en het plangebied. Er is geen sprake van een PR10-6 contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plangebied.
Figuur 3.
4.2
Plaatsgebonden risicocontouren aardgasleiding N-505-41
Groepsrisico Het groepsrisico is berekend voor de huidige en toekomstige situatie. Het groepsrisico is kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde en neemt niet toe in de toekomstige situatie. Tabel 2 toont het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Situatie
Factor t.o.v. OW N-505-41
Huidig
0.020
Toekomstig
0.020
Tabel 2.
Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
12
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
Figuur 4 toont het groepsrisico van de kilometer met het hoogste groepsrisico van aardgasleiding N-505-41 in de huidige en de toekomstige situatie. De curven zijn aan elkaar gelijk.
Figuur 4.
Groepsrisico N-505-41, huidig (links) en toekomstig (rechts)
In bijlage 2 is het door Carola automatisch gegenereerde rapport voor de toekomstige situatie opgenomen met daarin de gedetailleerde uitkomsten van de berekeningen.
4.3
Belemmeringenstrook Er is sprake van een belemmeringenstrook van 4 m rondom de leiding ten behoeve van het onderhoud. Binnen deze strook mag niet gebouwd worden [2, 3]. De afstand van de aardgasleiding tot het plangebied bedraagt ca. 8 m. Hiermee ligt het plangebied buiten de belemmeringenstrook. Dit wordt getoond in figuur 5.
Figuur 5.
Belemmeringenstrook
13
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
5 Conclusie Plaatsgebonden risico De berekeningen hebben ter plaatse van het plangebied niet geleid tot een PR 10 -6-contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling. Groepsrisico Het groepsrisico is in zowel de huidige als de toekomstige situatie lager dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde en neemt niet toe in de toekomstige situatie. Dit betekent dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen waaruit deze verantwoording dient te bestaan worden beschreven in paragraaf 2.2.2.
14
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
Referenties 1.
Ministerie VROM
2004
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, nr. 250
2.
Ministerie VROM
2010
Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) Stb. 2010, 686.
3.
Ministerie I&M
2014
Regeling externe veiligheid Buisleidingen (Revb) Stb. 2014, 16955
4.
Impuls Omgevings Veiligheid
2019
BAG-Populatieservice. Versie 2019-01. http://populatieservice.demis.nl/
5.
Geonovum/ Kadaster
2019
Ruimtelijkeplannen.nl
6.
Provincie ZuidHolland
2018
Handleiding Populatieservice, versie 1.0, juni 2018
15
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
Bijlage 1. Modellering bebouwing omgeving Plangebied In de huidige situatie is de bestemming van het plangebied agrarisch en bestaat het uit weilanden. Er worden geen personen aanwezig verondersteld in de huidige situatie. In de toekomstige situatie is sprake van de realisatie van 15 woningen waarvan er 6 in een appartementengebouw liggen. Tevens wordt een gemeenschappelijke schuur gerealiseerd die dienst doet als o.a. fietsenstalling, werkplaats, logeerplek en buurtkamer. Uitgegaan wordt van 2.4 personen per woning waarvan 50% overdag en 100% ’s nachts aanwezig is. Voor de schuur wordt gerekend met 4 mensen overdag en 2 ’s nachts. In totaal levert dit 22 personen overdag en 38 ’s nachts. De invulling van het plangebied wordt weergegeven in figuur 6.
Figuur 6.
Invulling plangebied
Omgeving De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de aardgasleiding is verkregen via de BAG-Populatieservice [4]. Voor de berekening met rekenprogramma Carola is een gridgrootte van 10 m gehanteerd. De onderstaande bestanden met aanwezigheidsgegevens zijn geleverd. Per bevolkingstype
16
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
is in de bestandsnaam de dag- en nachtaanwezigheid gegeven, bijvoorbeeld voor wonend_vakantiehuis is de aanwezigheid overdag 50% en ’s nachts 100%.
bijeen_sport_cel_zkh-dag100-nacht80 (totaal 439 personen) industrie-dag100-nacht30 (totaal 74 personen) kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-dag100-nacht0 (totaal 634 personen) wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100 (totaal 472 personen)
Bestudering van ruimtelijkeplannen.nl geeft aanleiding tot het toevoegen van één bevolkingsvlak [5], namelijk een sportterrein bestaande uit tennisbanen. Voor sportterreinen wordt uitgegaan van 30 personen per hectare gedurende 183 dagen per jaar, 8 uur per dag en 4 uur per nacht (avond) [6]. De bevolking wordt weergegeven in figuur 7.
Figuur 7.
BAG-pandselectie
17
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
18
Externe veiligheid aardgasleiding / Buurtschap De Gast in Zuidhorn
Bijlage 2. Carola-rapportage
19
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 2 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 4 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 4 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 4 2.3 Populatie.......................................................................................................... 5 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................... 7 3.1 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 6834_leiding-N-505-41-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 7 4 Groepsrisico screening .............................................................................................. 8 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 6834_leiding-N-505-41-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 8 5 FN curves ................................................................................................................
9 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 6834_leiding-N-505-41-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1120.00 en stationing 2120.00 .................. 9 6 Referenties ............................................................................................................ 10
1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].
Pagina 2 van 10
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek rekenpakket met versienummer parameterbestand met versienummer Peildatum QRA datum van de berekening datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding naam buisleiding diameter druk eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. leiding noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar Ja Ja Openbaar Ja indien ingevoerd
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 3 van 10
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Eelde. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Voor dit onderzoek is alleen de gearceerd weergegeven leiding relevant. De overige leidingen worden niet verder behandeld in dit rapport. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Eigenaar
Leidingnaam
N.V. Nederlandse
6834_leiding-N-505-
Gasunie
08-deel-1
N.V. Nederlandse
6834_leiding-N-505-
Gasunie
35-deel-1
N.V. Nederlandse Gasunie
6834_leiding-N-50541-deel-1
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
168.30
40.00
26-08-2020
168.30
40.00
26-08-2020
219.10
40.00
26-08-2020
Voor de in bovenstaande tabel opgenomen leidingen zijn geen risico mitigerende maatregelen verdisconteerd in de bijbehorende risicoberekeningen.
Pagina 4 van 10
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1].
Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
2.3 Populatie De percentages in de kolom “Percentages Personen” in onderstaande tabellen hebben achtereenvolgens de betekenis: % aanwezig gedurende de dagperiode/ % aanwezig gedurende de nachtperiode/ % buiten gedurende de dagperiode/ % buiten gedurende de nachtperiode/ % overdag aanwezig gedurende het jaar/ % ’s nachts aanwezig gedurende het jaar. Populatiepolygonen Label
Type
Tennisbanen
Evenement
Plangebied
Wonen
Aantal 15.0 38
Percentage Personen 100/ 100/ 100/ 100/ 38/ 15 58/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
Populatiebestanden Pad
Type
Aantal
Percentage Personen
bijeen_sport_cel_zkh-dag100nacht80.txt
Werken
439
100/ 80/ 7/ 1/ 100/ 100
industrie-dag100-nacht30.txt kantoor_kliniek_onderwijs_winkeldag100-nacht0.txt
Werken
74
100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100
Werken
634
100/ 0/ 7/ 1/ 100/ 100
wonend_vakantiehuis-dag50-
Wonen
472
50/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
nacht100.txt Pagina 5 van 10
De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Pagina 6 van 10
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart.
3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 6834_leiding-N-505-41-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
1E-6 1E-7 1E-8
Pagina 7 van 10
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 6834_leiding-N-505-41-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 47 slachtoffers en een frequentie van 9.04E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.020 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1120.00 en stationing 2120.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2. Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 6834_leiding-N-505-41-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 8 van 10
5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 6834_leiding-N-505-41-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1120.00 en stationing 2120.00
Pagina 9 van 10
6 Referenties [1]
Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.
[2]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.
[3]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.
[4]
Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. RIVM-rapport 620121001/2008. 2008.
[5]
M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.
Pagina 10 van 10