Bijlage 6 Evaluatie Transitievisie Warmte
Tekst van het document
Evaluatie Transitievisie Warmte Plaats hier de ondertitel
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Warmtetransitie in cijfers
3 4
2.1 Energie en gasverbruik
4
2.2 Gas en elektriciteitsaansluitingen
6
3. Terugblik uitgangspunten
8
3.1 Samen met de inwoners
8
3.2 Haalbaar en Betaalbaar
8
3.3 Duurzaamheid voorop
9
3.4 Kansen benutten
9
3.5 Stap voor stap
9
3.6 Monitoren
10
4. Voortgang acties
11
4.1 Ondersteuning inwoners
11
4.2 Onderzoeken collectieve oplossingen
11
4.3 Samenwerking
12
5. Conclusies Bijlage 1: Resultaten uitvoeringsagenda Transitievisie Warmte op actieniveau Bijlage 2: Uitvoeringsagenda Transitievisie Warmte 2021-2025
13 15 17
2
1. Inleiding In 2021 heeft de gemeente Westerkwartier een Transitievisie Warmte opgesteld. In deze visie is de route geschetst naar een aardgasvrije gemeente in het jaar 2050, het jaar waarin we volgens de landelijke doelstellingen uit het Klimaatakkoord aardgasvrij moeten zijn. Deze visie is opgesteld in samenwerking met Enexis en Wold & Waard. Via een intensief participatietraject met online bewonersavonden, enquêtes en bewonersbijeenkomsten hebben we onze inwoners betrokken. De Transitievisie Warmte is inmiddels aan een vernieuwing toe door alle ontwikkelingen op het vlak van de warmtetransitie (zoals Maatregel 29, uitkomsten onderzoeken collectieven en energiearmoede). Daarnaast vraagt nieuwe wetgeving van gemeenten om een zogenoemd Warmteprogramma op te stellen. In dit Warmteprogramma komt te staan welke warmtevoorziening de gemeente in een wijk of dorp voorziet en op welke termijn deze wijk aardgasvrij wordt. Door het opstellen van een warmteprogramma wordt inwoners meer handelingsperspectief geboden. Onderdeel van het Warmteprogramma is om het voorgaande programma, in dit geval de Transitievisie Warmte, te evalueren. In dit document wordt de Transitievisie Warmte van 2021 geëvalueerd. Uiteindelijk zal dit document een bijlage van het Warmteprogramma vormen.
Deze evaluatie is opgesteld door de projectgroep van het Warmteprogramma, waar naast de gemeente ook Wold & Waard en Enexis bij zijn betrokken. Als eerste gaan we in op de voortgang van de warmtetransitie in cijfers, hierna evalueren we de visie aan de hand van de uitgangspunten en de acties. Tot slot worden in de conclusie een aantal aanbevelingen gedaan voor het warmteprogramma.
3
2. Warmtetransitie in cijfers Om de voortgang van de warmtetransitie in het Westerkwartier inzichtelijk te kunnen maken, gebruiken we een aantal parameters. Via de Klimaatmonitor kan worden bijgehouden wat het energieverbruik van de gebouwde omgeving is over de afgelopen jaren. De ontwikkeling van het aantal woningen dat van het aardgas af is gegaan, wordt bijgehouden door Enexis die hiervoor data verschaft aan de gemeente. In onderstaande paragrafen is te zien wat de voortgang van de warmtetransitie is. De Transitievisie Warmte is vastgesteld in 2021, daarom wordt 2020 als basisjaar gehanteerd.
2.1 Energie en gasverbruik
Figuur 1 Energieverbruik woningen Westerkwartier 2020-2023 (bron: klimaatmonitor)
4
Figuur 2 Gas en Elektriciteitsverbruik woningen Westerkwartier 2020-2023 (bron: klimaatmonitor)
In de bovenstaande grafieken kunnen we zien dat het energieverbruik van de huishoudens in het Westerkwartier is gedaald ten opzichte van 2020. In totaal is de energiebehoefte over de jaren met in totaal 29% afgenomen. Dit komt met name door een afname van het aardgasverbruik dat met ruim 15 miljoen m3 is afgenomen, een daling van bijna 35% ten opzichte van 2020. Bij het elektriciteitsverbruik zien we juist een lichte toename van bijna 10% extra elektriciteitsverbruik ten opzichte van 2020. Verklaringen voor de grote afname zitten voor een aanzienlijk deel in de energiecrisis die in 2022 en een deel van 2023 heeft gespeeld. Onze inwoners werden geconfronteerd met enorme stijgingen van de energieprijzen en hierdoor hebben veel mensen hun verwarming lager of in ernstige gevallen zelfs uitgezet. Daarnaast zijn er in onze gemeente de afgelopen jaren verschillende acties op het gebied van energiebesparing (inkoopacties, bewust wonen weken) en aardgasvrij (proeftuin MOLdorpen) geweest die hebben geleid tot een daling van het energieverbruik. De stijging voor het elektriciteitsverbruik zit in twee zaken, deels stappen onze inwoners over van verwarming met gas naar elektriciteit, aan de andere kant worden in onze gemeente ook woningen bijgebouwd die aardgasvrij worden opgeleverd.
5
2.2 Gas en elektriciteitsaansluitingen
Figuur 3 Gasverwijderingen + elektricteitsverzwaringen Westerkwartier 2020-2024 (bron: enexis netbeheer)
Figuur 4 Aantal woningen + woningen met aardgas Westerkwartier 2020-2024 (bron: enexis netbeheer)
Als we puur kijken naar het aardgasvrij maken van woningen, is te zien dat Enexis een forse toename in het verwijderen van aardgasaansluitingen heeft gehad. In totaal zijn er ruim 600 woningen van het aardgas af gehaald. Daarnaast zijn ruim 2.000 woningen voorzien van een elektraverzwaring, dit kan zijn voor het installeren van een warmtepomp of een elektrische kookplaat. Als we kijken naar het percentage woningen die aardgasvrij zijn, is dit aandeel gestegen 5,8% naar 9,6%. Dit komt deels door ruim 600 woningen die van het aardgas zijn afgegaan en door
6
de nieuwbouw van ruim 500 aardgasvrije nieuwbouwwoningen. In het Programma Duurzaamheid is als doel gesteld dat in 2035, 20% van de woningen gebouwd voor 2018 aardgasvrij moet zijn, dit komt neer op circa 3.000 woningen. Van deze doelstelling is dus inmiddels 20% bereikt, nog 80% dient de komende 10 jaar te worden ingevuld. Het aantal woningen dat per jaar in onze gemeente van het aardgas af gaat is nog steeds stijgende, al zien we de stijging wel wat afvlakken in 2024, dit kan mogelijk komen door onduidelijk landelijk beleid ten aanzien van warmtepompen en toenemende problemen rondom netcongestie. Het aantal elektraverzwaringen zien we de laatste twee jaar in onze gemeente afnemen, dit kan ook deels komen door langere wachttijden bij de netbeheerder voor het verzwaren van de netaansluiting.
7
3. Terugblik uitgangspunten In de Transitievisie Warmte zijn een zestal uitgangspunten opgenomen welke de basis vormen voor de warmtetransitie in het Westerkwartier. In dit hoofdstuk evalueren we de uitgangspunten en bekijken we of deze een actualisatie behoeven in het warmteprogramma.
3.1 Samen met de inwoners De warmtetransitie is een gezamenlijke uitdaging die we alleen in goed samenspel met elkaar kunnen bereiken. Door goed te luisteren en samen te werken verhogen we de kwaliteit van het proces en de plannen. In de afgelopen periode hebben we onze inwoners op verschillende wijzen betrokken bij de warmtetransitie. Bij de verschillende haalbaarheidsstudies zijn onze inwoners betrokken door mee te denken bij collectieve warmteoplossingen in een aantal delen van onze gemeente. Ook zijn er verschillende bewonersinitiatieven ontstaan op het gebied van warmtetransitie en energiebesparing, de gemeente heeft deze initiatieven ondersteund tijdens bijvoorbeeld bewonersavonden en acties. Wanneer we kijken naar het moment van betrekken van de inwoners zien we dat er verbetering te behalen valt bij het betrekken van een bredere doelgroep. Bij bewonersavonden is de opkomst soms beperkt en komt vooral de jongere doelgroep niet. Ook wordt er onvoldoende brede terugkoppeling gegeven op bijvoorbeeld de uitkomsten van de haalbaarheidsstudies naar collectieve oplossingen.
3.2 Haalbaar en Betaalbaar De overgang naar duurzame warmte vraagt investeringen van de maatschappij en inwoners. We willen de kosten voor deze overgang woonlastenneutraal houden. Dit betekent dat de maandelijkse lasten die een huishouden betaalt aan energie lager zijn of gelijk blijven ten opzichte van de situatie waarin je niks doet. Betaalbaarheid van energie is in de afgelopen periode een zeer belangrijk thema geworden. Onze inwoners werden geconfronteerd met extreme prijsstijgingen in de energie. Dit leidde tot gedragsverandering bij inwoners door onder andere de verwarming lager te zetten. Ook is er veel inzet gepleegd op verduurzamingsmaatregelen, gemeenten hebben hiervoor de afgelopen jaren ook meerdere rijksmiddelen hiervoor ontvangen. Toch zien we dat met name de doelgroep met de laagste inkomens lastig mee kunnen komen om zelf isolatiemaatregelen te nemen om ook de woning energiezuiniger te maken. Een aantal gebieden in onze gemeente kwamen naar voren als interessant voor een warmtenet. Voor deze gebieden hebben we de haal- en betaalbaarheid onderzocht voor de aanleg van een warmtenet, dan wel bronnet. Voor deze gebieden zien we dat de netten over het algemeen technisch haalbaar zijn, er is voldoende warmte om in totaal circa 3.000 woningen in onze gemeente van warmte te voorzien.
Financieel is dit nog een uitdaging, voor de eindgebruiker zijn de kosten vergelijkbaar of lager dan wanneer een woning individueel verwarmd met een (hybride) warmtepomp, voor de investeerder is er nog een aanzienlijke onrendabele top. Hiervoor zijn aanvullende middelen nodig om de investering rendabel te maken.
8
3.3 Duurzaamheid voorop Het verminderen van de uitstoot van CO2 vormt een belangrijk uitgangspunt in onze gemeente. In 2030 willen we de CO2 uitstoot gehalveerd hebben ten opzichte van 2015. Tot die tijd ligt de focus op het besparen van energie. Overeenkomstig met het beleid is de afgelopen jaren vooral ingezet op energiebesparing. Er zijn verschillende inkoopacties geweest, er zijn regelingen geweest voor isolatie en er is ingezet op kleine energiebesparende maatregelen. Al deze acties leiden tot een lager gasverbruik wat resulteert in een lagere CO2 uitstoot en ook minder energie die nodig is wanneer de woningen in de toekomst van het aardgas af gaan. Er wordt dus volop ingezet op energiebesparing, toch is er ook perspectief nodig voor de stap richting aardgasvrij. Voor onze inwoners moet duidelijk worden welke warmteoplossing in het dorp en de wijk wordt voorzien en hoe inwoners kunnen handelen hiertoe. Van belang is dat zij hierin goed advies krijgen om de juiste keuzes te maken.
3.4 Kansen benutten We zoeken naar koppelkansen voor werkzaamheden die plaatsvinden in de leefomgeving, denk daarbij aan het combineren van vervanging van riolering en verzwaring van het elektriciteitsnet. Op deze manier verlagen we de kosten van de energietransitie en verminderen we hinder voor onze inwoners van deze werkzaamheden. In de afgelopen tijd hebben we samen met belangrijke stakeholders (zoals Wold & Waard, Enexis en Waterbedrijf Groningen) infrastructuurprojecten in kaart gebracht door middel van een uitwisselingsysteem. Hierin wordt gericht op projecten voor de komende 3 tot 15 jaar om deze meer op elkaar af te stemmen. Deze samenwerking vraagt dat data goed up-to-date blijft en er goede coördinatie plaatsvindt, dit vraagt tijd die er niet altijd is. Op dit vlak kan verbetering plaatsvinden om zo optimaal mogelijk van dit platform gebruik te maken.
3.5 Stap voor stap We gaan stap voor stap aan de slag in de warmtetransitie. We maken geen overhaaste beslissingen en zetten de komende jaren in op isolatie van woningen. Bij natuurlijke momenten benutten we de overstap naar een alternatieve warmtebron. Zoals al benoemd is er de afgelopen jaren veel inzet op (kleine) energiebesparende maatregelen. We zien dat inwoners actief aan de slag zijn met het verduurzamen van de woningen. Bepaalde gebieden vormen interessante koppelkansen, bijvoorbeeld de combinatie van verduurzaming van particuliere woningen met het verduurzamingsprogramma van de woningen van Wold & Waard. Deze wijken verdienen meer aandacht om hier de warmtetransitie te versnellen.
9
3.6 Monitoren We monitoren de voortgang in de warmtetransitie en sturen waar nodig bij. Dit doen we doormiddel van rapportages aan de gemeenteraad. De resultaten zetten we af tegen de doelen voor 2030 uit het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025. Op actiegebied hebben we duidelijk wat er speelt en wat er bereikt wordt. Hierover is ook jaarlijks gerapporteerd in de rapportages welke vanuit het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 worden opgesteld. Om de resultaten ook te koppelen aan de doelen, moeten deze meer meetbaar worden gemaakt. Er is veel data vanuit verschillende projecten, maar ook bijvoorbeeld uit de Klimaatmonitor en Enexis (zie ook hoofdstuk 2) welke nog niet overzichtelijk en aan elkaar gekoppeld is. Meer grip op data van de verschillende partijen is noodzakelijk en moet meer overzichtelijk in kaart worden gebracht. Daarin moet een duidelijke koppeling aangebracht worden met de uitvoering.
10
4. Voortgang acties Aan de Transitievisie Warmte zat een uitvoeringsagenda voor de jaren 2021-2025 gekoppeld. De uitvoeringsagenda bestond uit een drietal sporen, namelijk ondersteuning inwoners, onderzoeken collectieve oplossingen en samenwerking. In dit hoofdstuk evalueren we per spoor wat we hebben gedaan en welke resultaten er bereikt zijn. In bijlage 1 zijn de resultaten per actie uit de uitvoeringsagenda weergegeven
4.1 Ondersteuning inwoners Vanuit de gemeentebrede campagne ‘Doen wat kan’ hebben we verschillende acties georganiseerd. Zo zijn er meerdere collectieve inkoopacties voor isolatie geweest waar in totaal 1.250 inwoners gebruik van hebben gemaakt. We hebben met inwoners actief gecommuniceerd via het Regionaal Energieloket (REL). De zichtbaarheid van de lokale campagne is de laatste jaren afgezwakt, en heeft verbetering nodig om zo meer inwoners te bereiken. Energiearmoede is in de afgelopen periode een belangrijk thema geworden. Vanuit het Rijk hebben gemeenten hierop ook middelen ontvangen om de doelgroep in Energiearmoede te ondersteunen met het besparen van energie. Hierin hebben we intensief samengewerkt met de woningcorporatie Wold & Waard in kader van de Aanpak Energiearmoede. Zo zijn er in totaal 900 energiebesparingspakketten uitgedeeld, hebben 1.000 inwoners gebruik gemaakt van de regeling voor energiezuinig witgoed en hebben 400 huurders een inductiekookplaat gekregen. Voor woningeigenaren met een laag inkomen is er een regeling geweest voor isolatie in totaal hebben hiervan 20 inwoners gebruik gemaakt. In 2022 zijn de dorpen Midwolde, Oostwold en Lettelbert (MOL-dorpen) geselecteerd als Proeftuin Aardgasvrije Wijken.
Doormiddel van een Rijkssubsidie worden inwoners van deze dorpen voorzien van woningadviezen en met subsidie ondersteund om de woning te verduurzamen en van het aardgas af te gaan. Inmiddels zijn er ruim 350 woningeigenaren bereikt, hebben 200 bewoners subsidie ontvangen en zijn er 43 woningen voorzien van een hybride warmtepomp en 33 woningen van een volledig elektrische warmtepomp. De werkwijze voor energieadvies vanuit de MOL dorpen is inmiddels opgeschaald. In 2023 zijn er twee energieadviseurs in dienst genomen, vanuit dit traject zijn inmiddels 150 inwoners van energieadvies voorzien. Deze werkwijze wordt in kader van Maatregel 29 – Nij Begun verder uitgebreid.
4.2 Onderzoeken collectieve oplossingen Vanuit de Transitievisie Warmte waren enkele gebieden als kansrijk aangemerkt voor een collectief warmtesysteem. Voor deze gebieden is nader onderzocht wat de haalbaarheid en betaalbaarheid van deze netten was. Betaalbaarheid voor de bewoner is hierin een uitgangspunt, per warmtenet moet worden bekeken wat nodig is om deze betaalbaarheid te bereiken, door onder andere aanvullende middelen.
11
Voor een aantal gebieden is onderzocht wat de haalbaarheid van een warmtenet, dan wel een bronnet is1. Er hebben onderzoeken plaatsgevonden voor de dorpen langs het Van Starkenborghkanaal en daarnaast ook in Leek, Oldekerk, Garnwerd en Marum. Voor Oldekerk is gebleken dat een net niet haalbaar was vanwege de afstand tot de bron en het geringe aantal woningen. Vanuit het onderzoek voor het van Starkenborghkanaal is de toepassing van aquathermie haalbaar gebleken voor een deel van Zuidhorn en in nog nieuw te bouwen delen van de Zuidhornse wijk de Oostergast. Voor Leek is onderzocht of een bronnet kan worden toegepast, dit zou mogelijk zijn vanuit de drinkwaterwinning in Nietap, hierom is in dit onderzoek ook samenwerking gezocht met de gemeente Noordenveld. In Garnwerd is een bewonersinitiatief aan de slag om te onderzoeken of een bronnet met warmte uit het Reitdiep haalbaar is. In al deze onderzoeken komt een onrendabele top naar voren en is verder onderzoek noodzakelijk. In Marum ligt al een bestaand warmtenet en is onderzocht of dit net uitgebreid kan worden. Hieruit is gebleken dat het kansrijk is om het warmtenet in de toekomst uit te breiden. De komende tijd wordt verder uitgewerkt hoe dit vorm kan worden gegeven. Voor het ontwikkelen van warmtenetten is een warmtebedrijf nodig, deze dienen vanaf een bepaalde omvang in publiek eigendom te zijn.
Hoe dit vorm gegeven wordt in het Westerkwartier wordt op dit moment verder uitgewerkt.
4.3 Samenwerking In de warmtetransitie werken we veel samen met de andere gemeenten in Groningen. Enkele jaren geleden is hiervoor het Warmtetransitiecentrum Groningen (WTCG) ontwikkeld. Via dit centrum wisselen we kennis en ervaring met elkaar uit en kunnen gemeenten ondersteund worden bij verschillende vraagstukken. De afgelopen jaren hebben we als gemeente hier veelvuldig gebruik van gemaakt. In de loop van de jaren zijn behoeftes veranderd en zijn de personele uitdagingen voor gemeenten groter geworden. De huidige samenwerking kunnen we benutten door te groeien naar een model waarin we als Groninger gemeenten capaciteit kunnen delen. Naast de andere overheden zijn ook andere lokale partijen belangrijk om mee samen te werken, denk hierbij aan de woningcorporatie Wold & Waard, Enexis en het Waterbedrijf Groningen. In het kader van de energietransitie vinden er veel werkzaamheden in de ondergrond plaats, deze partijen spelen hier allen ook een rol in. Om werkzaamheden meer op elkaar af te stemmen is er een afstemmingsplatform opgericht waarin we werkzaamheden op de middel- en lange termijn met elkaar delen. Data wordt met elkaar gedeeld zodat overlap (synergie) in gebieden kan worden gelokaliseerd en werkzaamheden waar nodig op elkaar worden afgestemd.
1
Een bronnet voorziet een woning van warmte welke vervolgens door een warmtepomp verder opgewerkt dient te worden. Voordeel van dit type net is dat er minder energie nodig is, woningen geen buitenunit nodig hebben en goedkoper in onderhoud is.
12
5. Conclusies Er zijn belangrijke stappen gezet in de warmtetransitie in het Westerkwartier, maar ook aandachtspunten voor het nieuwe warmteprogramma. Het energieverbruik van woningen in onze gemeente is fors gedaald met maar liefst 29% sinds 2020, onder andere door de energiecrisis en door gemeentelijke acties. Tegelijk stijgt het elektriciteitsverbruik wel door elektrisch verwarmen en nieuwbouwwoningen die volledig gasloos zijn. Deze ontwikkelingen hebben grote invloed op het elektriciteitsnet wat in de toekomst de warmtetransitie kan belemmeren. Het aandeel aardgasvrije woningen in onze gemeente is verdubbeld. De snelheid van deze transitie neemt echter de laatste jaren wel af door onzekerheid op het gebied van landelijk beleid en de netcongestie. Het bereiken van onze inwoners brengt uitdagingen met zich mee. Vooral om een bredere doelgroep te bereiken. Om dit te bereiken moet er een bredere mix aan communicatiemiddelen worden ingezet, deels ook online. Verder is samenwerking met andere domeinen (zoals het sociaal domein) ook belangrijk om het bereik van onze inwoners te verbeteren. Voor wat betreft collectieve warmteoplossingen zien we dat deze voor inwoners voordelen kunnen hebben, maar zien we tegelijkertijd aan de investeringskant nog een onrendabele top.
Extra financiële middelen maar ook de organisatie in een lokaal warmtebedrijf kunnen bijdragen aan de haalbaarheid van deze projecten in onze gemeente. De samenwerking met belangrijke stakeholders zoals Wold & Waard, Enexis en Waterbedrijf Groningen verloopt goed, toch zijn hier nog meer kansen in te benutten door nog actiever data te delen en projecten op elkaar af te stemmen. Door meer grip op deze data te krijgen kan de algemene monitoring op de warmtetransitie verder verbeterd worden. Vanuit de evaluatie volgen een aantal aanbevelingen om mee te nemen richting het warmteprogramma, namelijk; Versterken van betrokkenheid van onze inwoners. De doelgroep die we bereiken in onze communicatie moet verder verbreed worden. Inwoners hebben ook meer handelingsperspectief nodig over hoe de warmtevoorziening in de wijk/het dorp in de toekomst zal zijn. Er worden verschillende onderzoeken en besluiten genomen, hierover dient op een laagdrempelige manier terugkoppeling naar de inwoners plaats te vinden. Werk aan ondersteuning van kwetsbare huishoudens en bereik deze. Vanuit het Rijk komen verschillende financieringsinstrumenten voor woningeigenaren met een laag inkomen. Deze groep is echter niet goed inzichtelijk bij de gemeente, het is een uitdaging voor de komende periode om deze groep beter te bereiken.
Zoeken naar financiële oplossingen voor collectieve warmtesystemen en waarborg. Projecten laten nu vaak nog een onrendabele top zien terwijl er voor onze inwoners voordelen zijn ten opzichte van andere warmteoplossingen. Verbeteren monitoring en datakoppeling. Er is veel data beschikbaar op het vlak van de warmtetransitie, echter deze is nog niet centraal te vinden. Een centraal overzicht helpt om de voortgang te meten en bij te sturen. Het is wenselijk om deze monitoring te koppelen aan het programma Duurzaamheid
13
Beter benutten van koppelkansen. Denk hierbij aan het afstemmen van infrastructurele projecten van verschillende partijen en bijvoorbeeld de aanpak van gespikkeld bezit2. We werken op een goede manier samen met de belangrijkste stakeholders. Deze samenwerking kunnen we nog beter benutten door werkzaamheden beter op elkaar af te stemmen en slimme koppelkansen te benutten.
2
Gespikkeld bezit betekent dat er in een huizenblok, straat of buurt een gemengd bezit is van koop en huurwoningen. Het zijn veelal dezelfde woningtypes waar de koopwoningen vroeger in bezit waren van de woningcorporatie. Wanneer de woningcorporatie in de wijk aan de slag gaat met verduurzamen is het een koppelkans om de woningeigenaren ook een aanbod te doen voor verduurzaming.
14
Bijlage 1: Resultaten uitvoeringsagenda Transitievisie Warmte op actieniveau In deze bijlage worden de acties uit de bij de Transitievisie Warmte opgestelde uitvoeringsagenda geëvalueerd. De uitvoeringsagenda is ook toegevoegd in bijlage 2 van dit document. De uitvoeringsagenda TvW was opgesteld aan de hand van een drietal sporen namelijk; Spoor 1: Ondersteuning inwoners Spoor 2: Onderzoeken collectieve oplossingen Spoor 3: Samenwerking Van iedere actie geven we aan wat de status van deze actie is en het resultaat. De status wordt beoordeeld aan de hand van een kleurenschema. Actie afgerond Actie loopt nog/ Resultaat nog niet behaald Resultaat niet behaald / Actie niet uitgevoerd Spoor 1: Ondersteuning inwoners Actie
Campagne woningisolatie Westerkwartier
Collectieve inkoopactie hybride warmtepomp
Stimuleren ‘natuurlijke’ momenten
Ondersteuning inwonerscollectieven
Continueren inzet energiecoaches
Status
Resultaat Vanuit de communicatiecampagne Doen wat Kan zijn onze inwoners op verschillende momenten geïnformeerd over de mogelijkheden voor woningverduurzaming. In verschillende dorpen zijn ook specifieke acties geweest, zoals bijvoorbeeld het maken van warmtebeelden. Een collectieve inkoopactie voor hybride warmtepompen is niet van de grond gekomen, dit had te maken met de krapte in de markt de afgelopen jaren. Inwoners worden gestimuleerd om op natuurlijke momenten over te stappen op een alternatieve warmtebron, dit doen we onder andere door het verstrekken van energieadviezen. De informatievoorziening op dit vlak kan nog wel worden verbeterd. De afgelopen jaren hebben we verschillende initiatieven in onze dorpen ondersteund om aan de slag te gaan met het verduurzamen van de woningen. Een aantal voorbeelden zijn projecten in Garnwerd, Saaksum en de wijk Nienoordsrand in Leek De eerste jaren hebben we onze inwoners ondersteund met de inzet van energiecoaches. Inmiddels zijn we gestopt met energiecoaches en zetten we energieadviseurs in. Dit heeft ermee te maken dat de vraag van inwoners naar grotere maatregelen (zoals isolatie en warmtepompen) in de loop van de tijd is toegenomen.
15
Spoor 2: Onderzoeken collectieve oplossingen Actie Status Resultaat De mogelijkheden voor de uitbreiding van het huidige Ontwikkeling huidig warmtenet in Marum zijn onderzocht. Hieruit is een warmtenet Marum toekomstscenario gekomen welke de komende periode verder wordt uitgewerkt. Er heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de mogelijkheden van bronnetten in de dorpen langs het Thermische energie uit van Starkenborghkanaal. Voor Zuidhorn zijn hier een oppervlaktewater (TEO) uit aantal haalbare kansen uitgekomen in zowel het van Starkenborghkanaal bestaande bouw als bij de nieuwbouw Oostergast. De potentie van deze laatste wordt momenteel verder onderzocht. Voor de dorpen Leek en Tolbert is verkend wat de mogelijkheden voor een warmtenet zijn. Voor een gedeelte van Leek is het interessant gebleken om een Mogelijkheden warmtenet bronnet aan te leggen met als bron de Leek/Tolbert drinkwaterwinning in Nietap. Gezamenlijk met de gemeente Noordenveld wordt een verdere verkenning uitgevoerd. Er is onderzocht wat de potentie is van het winnen van warmte uit de nieuwe rioolpersleiding van Marum naar Toepasbaarheid riothermie Gaarkeuken. Uit dit onderzoek is gebleken dat de tracé persleiding Marumafstanden en het aantal woningen rondom de Gaarkeuken persleiding onvoldoende zijn voor het aanleggen van een bronnet met als bron de persleiding.
In 2022 zijn de dorpen Midwolde, Oostwold en Lettelbert door het Rijk uitgekozen als proeftuin in het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). De dorpen Proeftuin MOL dorpen hebben een subsidie gekregen van € 4,6 miljoen om uiterlijk in 2040 aardgasvrij te worden. Het project loopt tot eind 2030, inwoners kunnen gebruik maken van een subsidie en krijgen advies op maat. Spoor 3: Samenwerking Actie Deelname Warmtetransitie Centrum Groningen (WTCG)
Afstemmingsplatform energietransitie Westerkwartier
Status
Resultaat De gemeente Westerkwartier heeft de afgelopen jaren deelgenomen aan het WTCG. Het WTCG heeft op provinciaal verschillende activiteiten georganiseerd op het vlak van kennisuitwisseling. Daarnaast is de gemeente op verschillende vraagstukken ondersteund. Samen met het Waterbedrijf, Enexis en Wold&Waard zijn er verschillende overleggen geweest om werkzaamheden op het gebied van de energietransitie verder met elkaar af te stemmen. Er is echter meer inzet nodig om datadeling en afstemming om het beoogde doel van dit platform te bereiken.
16
Bijlage 2: Uitvoeringsagenda Transitievisie Warmte 2021-2025
17
18
19
20
21
22
23
24
25