CConstaterende datWesterkwartier
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4a Visie Hernieuwbare Elektriciteit Westerkwartier

Raadsvergadering 15 oktober 2025, gemeente WesterkwartierBij agendapunt: Duurzaamheidsbeleid 2025-2030 (Bespreekstuk)6.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Welke veranderruimte heeft het Westerkwartier om hernieuwbare elektriciteit te produceren met behoud van de landschappelijke kwaliteit en een goede verdeling van de lusten en de lasten?

VISIE

Team Duurzaamheid, Westerkwartier, projectleider Jacob Klaas Star Zuidhorn, januari ‘20

HERNIEUWBARE ELEKTRICITEIT GEMEENTE WESTERKWARTIER [Ondertitel van document]

0

Inhoud 0.

Samenvatting ............................................................................................................................... 2 Kleinschalige zon en wind initiatieven ..................................................................................................... 2 Grootschalige zon en wind initiatieven ................................................................................................... 2

1.

2.

3.

4.

Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1

Algemeen ....................................................................................................................................... 5

1.2

Hoe groot is de opgave voor het Westerkwartier? ........................................................................ 7

Proces ........................................................................................................................................ 10 2.1

Landschap .................................................................................................................................... 10

2.2

Participatieplatform..................................................................................................................... 10

2.3

Netwerk ....................................................................................................................................... 10

Landschap, inwoner en netwerk ................................................................................................ 11 3.1

Spoor 1: Landschap (bron Libau).................................................................................................. 11

3.2

Spoor 2: participatie..................................................................................................................... 14

3.3

Spoor 3: Netwerk ......................................................................................................................... 16

Kaders voor hernieuwbare elektriciteit ...................................................................................... 17 4.1

Lokaal eigenaarschap .................................................................................................................. 17

4.2

Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 18

4.3

Invulling rol van de gemeente ...................................................................................................... 20

4.4

Participatie ................................................................................................................................... 23

4.5

Participatieplan ............................................................................................................................ 24

4.6

Financiële participatie .................................................................................................................. 24

5

Monitoring resultaten en evaluatie visie ................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

6.

Bijlagen ...................................................................................................................................... 26 Bijlage 1

Eindrapportage Endelk ..................................................................................................... 26

Bijlage 2

Ruimtelijke verkenning RES opgave Libau ....................................................................... 26

Bijlage 3

Rapport resultaten enquête hernieuwbare elektriciteit .................................................. 26

Bijlage 4

Verslagen inwonersavonden ............................................................................................. 26

Bijlage 5

Handreiking locatiekeuze en ontwerp zonneparken Provincie Groningen ..................... 26

Bijlage 6

Achtergrondinformatie hernieuwbare elektriciteit Westerkwartier .............................. 26

Bijlage 7

NAM-locaties Westerkwartier........................................................................................... 26

Bijlage 8

Uitvoering periode 20-25 .................................................................................................. 26

1

0. Samenvatting De gemeente Westerkwartier hanteert bij haar energiebeleid de Trias Energetica als uitgangspunt. De Trias Energetica gaat uit van besparing op het gebruik daar waar mogelijk. Dit is de meest effectieve maatregel die getroffen kan worden, immers dat wat niet wordt verbruikt behoeft niet te worden opgewekt. De gemeente voert hiervoor een actief stimuleringsbeleid. De volgende stap in de Trias is het benutten van duurzame energiebronnen. Indien de besparing van verbruik en de productie van hernieuwbare energie niet voldoende is, dan is de inzet van fossiele energie onder voorwaarden mogelijk. De gemeente Westerkwartier maakt ruimte voor de inpassing van Hernieuwbare Elektriciteit productie op haar grondgebied. De gemeente stelt hiervoor kaders op om initiatieven te kunnen toetsen. Consequentie van deze kaders is het uitsluiten van grote delen van haar grondgebied voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, deze keus is een rechtvaardiging van de bestaande ruimtelijke kwaliteit. De ruimte die de gemeente Westerkwartier maakt voor ‘Hernieuwbare elektriciteit’ kent meerdere treden! Bij de treden kleinschalig hanteren we het principe ‘ ja, mits’ . Bij de trede grootschalige hanteren we het principe ‘nee, tenzij’.

Bij het niet kunnen realiseren van de kleinschalige initiatieven neemt de druk op de grootschalige toe, om dit te kunnen beoordelen vindt er gedurende de looptijd van de visie, actieve monitoring plaats. De verschillende treden zijn: Kleinschalige zon en wind initiatieven 1. Westerkwartier stimuleert het gebruik van zonne-energie op daken en realiseert voor 2030 een opgesteld vermogen van 101 GWh in samenspraak met dak eigenaren en inwoners; 2. Westerkwartier stimuleert de kleinschalige windmolens op erven, in de vorm van windmolens met een tiphoogte tot 21 meter. Beoogde bijdrage 5% (van 588 GWh = 29 GWh); 3. Westerkwartier stimuleert en faciliteert zonnevelden die naar aard en schaalbaarheid van het dorp inpasbaar zijn in het landschap. Gerekend wordt met een gemiddeld oppervlakte van 5 ha, met 41 dorpen is dit een bijdrage van 63,5 – 136 ha voor 2030; 4. Westerkwartier faciliteert initiatieven om te komen tot dorpsmolens waar deze inpasbaar zijn in het dorp en naar aard en schaalbaarheid effectief zijn. De bijdrage van deze dorpsmolens aan de opgave kan 24 GWh bedragen. Grootschalige zon en wind initiatieven 1. Westerkwartier verleent geen medewerking aan grootschalige initiatieven die niet gekoppeld zijn aan de ‘schaal bij schaal’ van een dorp, met uitzondering van de volgende locaties:

2

•

•

De NAM- locatie Grijpskerk. Hiertoe dient in samenspraak met de omgeving onderzocht te worden op welke wijze binnen de bestaande infrastructuur en bedrijfsvoering ruimte kan worden gemaakt voor een zonneveld. Het college heeft aangegeven met NAM grondeigenaren en de inwoners in gesprek te willen over het toekomstig gebruik van de gasopslag. Aanleiding hiervoor was de boodschap van NAM begin 2019 dat zij de intentie heeft om de ondergrondse gasopslag op locatie Grijpskerk per 2021 te beëindigen en het voornemen het gasveld daarna voor de winning van aardgas in gebruik te willen nemen. NAM heeft haar plannen voor gaslocatie Grijpskerk op dit moment gepauzeerd. De reden hiervoor is dat de minister eerst een besluit moet nemen over het belang van de gasopslag voor het gassysteem nu de productie het Groningenveld op korte termijn gereduceerd wordt. Het college neemt een beslissing over het omgevingstraject zodra de minister ons middels een kamerbrief heeft geïnformeerd over zijn besluit. De kamerbrief wordt voorjaar 2020 verwacht. In het omgevingstraject staat de herbestemming van gaslocatie Grijpskerk centraal. Indien de gaslocatie niet meer gebruikt wordt voor gasopslag kan worden gezocht naar een nieuwe bestemming.

Indien de gaslocatie de komende tijd nog voor gasopslag gebruikt gaat worden kan onderzocht worden in hoeverre mijnbouwactiviteiten gecombineerd kunnen worden met activiteiten in het kader van de energietransitie. Welke activiteiten hiervoor in aanmerking komen en wat inwoners wensen, is nog niet bekend. Een van de uitkomsten van het omgevingstraject is een toekomstagenda. De toekomstagenda moet duidelijkheid geven over de projecten (inclusief financiering) per regio/dorp/perceel op de drie thema’s: sociaal economische groei, duurzaamheid, park. Als uit het omgevingstraject blijkt dat een zonnepark als geschikte bestemming wordt gezien voor de gaslocatie Grijpskerk, dan kan onderzocht worden op welke wijze binnen de bestaande infrastructuur en bedrijfsvoering ruimte kan worden gebruikt voor een zonneveld. Het landschap van het heide- en veen ontginningen gebied in het zuiden van de gemeente Westerkwartier lijkt zich te lenen voor een gebiedstransformatie, beredeneerd vanuit de verschillende opgaven die op ons landschap afkomen. Te denken valt daarbij aan klimaatadaptatie, verhogen van de biodiversiteit, klimaatbossen, tegen gaan van veenoxidatie, de relatie met de PAS en andere aspecten. De landschappelijke inpassing van de energietransitie opgave is hierin volgend.

Het onderzoek naar de omvang en impact van de gebiedstransformatie gaat van start en zoekt naar de integrale inpassing van de genoemde thema’s in dit gebied.

3

2. De gemeente Westerkwartier is, afhankelijk van de uitkomsten van de RES, bereid te onderzoeken, samen met andere stakeholders welke lijnopstelling voor windmolens realistisch is, mits die een gepaste verbinding maken met de schaal van het landschap van het Westerkwartier en op draagvlak kunnen rekenen. De keuze uit de lijnopstellingen betreffen de A7 óf het Van Starkenborgh kanaal. De bovenregionale structuur die hiermee kan worden gerealiseerd kent meerdere stakeholders die actief aan het voortraject dienen te participeren, zowel in menskracht als in middelen. De stakeholders die langs de lijnopstellingen dienen te worden gezocht zijn: • A7, Amsterdam (eventueel Zurich) tot Nieuweschans • Van Starkenborgh kanaal, Delfzijl tot Lemmer

4

1. Inleiding De gemeente Westerkwartier heeft, net als alle andere gemeenten in Nederland, het Klimaatakkoord getekend. Daarmee heeft zij zichzelf een opgave opgelegd om het fossiele energie verbruik terug te dringen. Dit wordt uitgedrukt in een CO2 – reductie van 49% in 2030 ten opzichte van 1990. Dit betekent allereerst dat de gemeente zwaar inzet op de energiebesparing, immers wat niet wordt verbruikt hoeft niet te worden opgewekt. De energie die de gemeente en haar inwoners wel verbruiken wordt opgewekt met hernieuwbare elektriciteit. Dit vraagt om productie locaties voor hernieuwbare elektriciteit in het Westerkwartier. Dit energiebeleid van de gemeente Westerkwartier is gebaseerd op de Trias Energetica. In afbeelding 1 is de essentie van de Trias Energetica weergegeven.

Afbeelding 1. Trias Energetica, NOVEM, 1996

De Trias Energetica gaat allereerst uit van besparing op het gebruik daar waar mogelijk. Dit is de meest effectieve maatregel die getroffen kan worden, immers dat wat niet wordt verbruikt behoeft niet te worden opgewekt. De gemeente voert hiervoor een actief stimuleringsbeleid zoals verwoordt in het Duurzaamheidsbeleid. De volgende stap in de Trias is het benutten van duurzame energiebronnen. Tot slot is, indien de besparing van verbruik en de productie van hernieuwbare energie niet voldoende is, de inzet van fossiele energie onder voorwaarden mogelijk. 1.1 Algemeen Op 16 april ’19 heeft het college van B en W van de gemeente Westerkwartier, de projectopdracht vastgesteld om te komen tot een Duurzaamheidsbeleid 2020-2025. Een van de eerste stappen hierin is het opstellen van een ‘Visie Hernieuwbare Elektriciteit’. Hiervoor zijn meerdere aanleidingen. Ten eerste wordt concreet invulling gegeven aan het collegeakkoord. Daarnaast zijn er bij de gemeente Westerkwartier meerdere initiatieven ingediend voor het realiseren van zonneparken. Voor het beoordelen van deze initiatieven heeft de gemeente 5

behoefte aan toetsingskaders. Een van de uitgangspunten bij het vaststellen van deze kaders is het actief betrekken van inwoners. Om te komen tot gedragen beleid is in de procesaanpak gekozen voor drie sporen: landschap, participatie en het netwerk. Het doel van deze projectaanpak is het vinden van de veranderruimte voor de inpassing van de hernieuwbare elektriciteit. Dit wordt onder andere weergegeven op kaarten. Naast deze kaarten realiseren we ook criteria op grond waarvan toekomstige projectontwikkeling zal worden getoetst. De lokale economie zal hierin een belangrijke rol spelen, evenals het streven uit het Klimaatakkoord om te komen tot 50% eigenaarschap voor de omgeving. Het verkregen inzicht in de potentie voor hernieuwbare elektriciteit in onze gemeente is input voor de Regionale Energie Strategie (Hierna: RES). Deze potentie gaat de inzet in de RES Groningen voor het Westerkwartier bepalen. De potentiele opbrengst van de biomassa is niet bekend, in deze visie nemen we de potentiele productie dan ook niet mee. Deze ‘Visie Hernieuwbare Elektriciteit’ is beperkt tot de toepassing van klein- en grootschalige vormen van zon en wind. Met betrekking tot zonne-energie maken we onderscheid tussen: zon op daken en zon op grond. Zon op grond kan op of nabij infrastructuur, op landbouwgrond, op natuurgronden of andere locaties in het landschap.

Westerkwartier zoekt hierbij naar juiste schaal bij schaal verhouding. In afbeelding 2 treft u de verschillende schaalniveaus die zowel voor zonne- als windenergie in het Westerkwartier worden toegepast.

Afbeelding 2. Schaalniveaus uit Ruimtelijke verkenning RES opgave (Libau, december 2019)

6

De overgang van centrale en ondergrondse bronnen die buiten ons gezichtsveld plaatsvinden, naar decentrale en bovengrondse opwek (zie afbeelding 3) maakt dat we gezamenlijk – inwoners en gemeente Westerkwartier – op zoek zijn naar potentiële locaties en randvoorwaarden voor de realisatie van wind- en zonne- energie in de gemeente Westerkwartier.

Afbeelding 3. Praatplaat bij inwonerbijeenkomsten (Klaas Jan Noorman)

Wellicht belangrijker is de inzet van inwoners, soms zelfstandig soms georganiseerd in energie coöperaties, die bijdraagt aan het reduceren van het energieverbruik en de productie van hernieuwbare elektriciteit. Een sprekend voorbeeld hiervan is het project ‘Endelk’. De kern van het project is “Om de energie– en klimaatdoelen te halen, moet de energietransitie versneld worden. Ook in Middag-Humsterland. Maar tegelijkertijd willen we de grote landschappelijke waarde van het gebied behouden, en waar het kan zelfs versterken. Dat betekent niet dat er niets mogelijk is! Het betekent wél dat we de energietransitie zorgvuldig moeten inpassen in Middag-Humsterland. Vraagstukken waar de Werkgroep Energie Middag-Humsterland al langere tijd mee bezig is. Om een volgende stap te zetten is het project ENDELK (Gronings voor ‘EINDELIJK’) gestart” (Klaas Jan Noorman, Lector Energietransitie Entrance, Hanzehogeschool Groningen). De eindrapportage van Endelk is als bijlage toegevoegd, zie bijlage 1. 1.2 Hoe groot is de opgave voor het Westerkwartier? De vraagstelling ‘hoeveel energie verbruiken de gemeente en haar inwoners in 2030‘, is voor het Westerkwartier beantwoord door KNN Advies, met als basis de databases van de Klimaatmonitor. De samenvatting hiervan is weergegeven in de ‘Achtergrondinformatie’, zie bijlage 6.

We laten met behulp van deze informatie zien wat onze behoefte is, wordt en hoe we deze duurzaam zouden kunnen invullen met hernieuwbare elektriciteit.

7

Het verbruik aan elektriciteit is op grond van gegevens van 2018 geëxtrapoleerd naar 2030, rekening houdend met de toename in verbruik ten gevolge van elektrische vervoer, elektrische verwarming en het inductie koken. Het verbruik in 2030 wordt ingeschat op 706GWh. Zie afbeelding 4.

Afbeelding 4. Prognose Elektriciteitsverbruik gemeente Westerkwartier in 2030 (KNN Advies, 2019)

Van het geschatte verbruik in 2030 kan 118 GWh op daken worden geproduceerd, waarvan er tot nu toe 17 GWh is gerealiseerd. Dat betekent dat de opgave voor deze visie een bijdrage is aan 588 GWh (= 706-17-78-23). Zie afbeelding 5. Om dit op te wekken kunnen modaliteiten in verschillende omvang gebruikt worden. Zie afbeelding 6.

Afbeelding 5. Prognose Elektriciteitsproductie gemeente Westerkwartier in 2030 (KNN Advies, 2019)

8

150 meter

57 meter

21 meter

19.600

980

200 meter

814 hectare

85

65

Afbeelding 6. Schematische weergave van modaliteiten en hun verhouding voor de elektriciteitsproductie (KNN Advies, 2019)

Onze geschiedenis en kennis nemen we mee in deze Visie ‘Hernieuwbare Elektriciteit’. Deze maakt ruimte voor de productie van hernieuwbare elektriciteit tot 2030. Voorgesteld wordt de visie jaarlijks te monitoren en daarbij in 2025 de visie te evalueren en indien noodzakelijk bij te stellen.

9

2.

Proces

In het Plan van Aanpak is gekozen voor een drietal sporen: 1. Landschap 2. Participatie 3. Netwerk 2.1 Landschap In het eerste spoor – landschap – is in samenwerking met Libau (adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit en cultureel erfgoed in Groningen en Drenthe) en de interne kennisdragers een onderzoek uitgevoerd naar de veranderruimte in het Westerkwartier voor de inzet van hernieuwbare elektriciteit. Het tweede spoor – participatie – is gebruikt om de mening van inwoners zo optimaal mogelijk in deze fase van de beleidsontwikkeling tot haar recht te laten komen. We hebben dit de ‘voorspreek’- fase genoemd. Het ‘voorspreken’ gaat over de kaders die de inwoners mee kunnen geven aan de beleidsontwikkelaars. Om in deze fase zo veel mogelijk inwoners te kunnen bereiken, heeft de gemeente Westerkwartier ervoor gekozen zowel een digitale enquête als fysieke bijeenkomsten met inwoners te organiseren. Hiervoor zijn alle Verenigingen van Dorpsbelangen en de Energiecoöperaties actief benaderd om ook via hun kanalen deelnemers te werven voor de digitale enquête. Het doel hiervan is geweest om ‘ambassadeurs’ voor de visie te mobiliseren. Deze aanpak is niet succesvol gebleken, omdat zowel de Verenigingen van Dorpsbelangen als de Energiecoöperaties hebben aangegeven niet als verlengstuk van de gemeente te willen worden beschouwd.

Het derde spoor – het netwerk – is samen met Enexis doorlopen. Hierbij is gezamenlijk de huidige situatie van de ondercapaciteit van het netwerk en de overbelasting van het station Vierverlaten geanalyseerd en is beoordeeld wat hiervan de consequentie is voor het Westerkwartier. 2.2 Participatieplatform In de projectopdracht duurzaamheidsbeleid 2020-2025 staat dat er wordt ingezet op vernieuwende participatiemethoden, afgestemd op het betreffende onderwerp. Voor het project ‘Visie Hernieuwbare Elektriciteit’ hebben we hiermee een eerste start gemaakt. We gebruiken hiervoor het Stakeholder Engagement Platform (SEP). 2.3 Netwerk Het SEP helpt om op een laagdrempelige manier inwoners te benaderen door middel van een enquête, waarbij inwoners naast inhoudelijke informatie ook op digitale kaarten kunnen aangeven waar zij bijvoorbeeld een zonnepark en of een windmolen(park) wenselijk vinden. Het platform helpt om deze gegevens direct om te zetten in digitale kaarten met kansen en 3D-visualisaties van energiebronnen in onze landschappen in onze gemeente. De digitale enquête is uitgezet op de website www.overwesterkwartier.nl. De genoemde website is de digitale locatie welke ook is gebruikt als loket voor de inwoner en andere geïnteresseerden. De inzet van het SEP in het Westerkwartier is een novum in Nederland. 10

3.

Landschap, inwoner en netwerk Drie sporen, één gemeenschappelijke conclusie?

Afbeelding 7. Weergave van de discussieavond door Herman Roozen (5 september 2019)

3.1 Spoor 1: Landschap (bron Libau) Hieronder treft u een korte weergave aan van de ‘Ruimtelijke verkenning RES opgave, Libau’. Het volledige rapport kunt u terugvinden in bijlage 2. De volledige tekst van ‘Ruimtelijke verkenning opgave RES’ maakt integraal onderdeel uit van dit beleidskader. Ontwerpend onderzoek Deze ruimtelijke verkenning is een ontwerpend onderzoek met als vertrekpunt de instandhouding van het karakter van de onderscheidende landschappelijke deelgebieden met hun unieke gebouwde en landschappelijke karakteristieken (zie afbeelding 8). In de verkenning is gezocht naar ruimtelijke logische aanleidingen voor de bouwstenen grootschalig zon en wind, waarbij op voorhand geen landschappelijke deelgebieden of dorpstypen zijn uitgesloten. Uitgangspunt vormt het zoeken naar schaal bij schaal oplossingen met een onderscheid tussen erven, de dorpsomgeving, landschappelijke deelgebieden en bovenlokale structuren. De verkenning heeft geresulteerd in bevindingen die in het rapport zijn opgenomen. De verkenning resulteert niet in concreet aanwijsbare locaties. Ieder initiatief vraagt uiteindelijk om maatwerk en een nadere uitwerking in een locatie specifiek ontwerp. Wel is voor de bouwstenen op de verschillende schaalniveaus de potentiële bijdrage aan de totale opgave ruwweg in beeld gebracht. 11

Windturbines en zonneterreinen Voor de opgave zijn uiteindelijk zowel zon als wind nodig. Beiden hebben wezenlijk verschillende consequenties voor de ruimte en vragen om een verschillende benadering en ruimtelijke principes. In de verkenning is zowel bij windturbines als zonneterreinen onderscheid gemaakt in grootte. Voor windturbines zijn drie categorieën onderscheiden, te weten de kleinschalige windturbine met een tiphoogte van 21 meter, de dorpsmolen met een tiphoogte van 57 meter en een zeer grootschalige turbine. Zonneterreinen worden in beginsel onderscheiden in klein en grootschalig. De kleinschalige zonneterreinen zijn onderverdeeld in 3 categorieën 0,5 -1 ha, 1- 5 ha en 5 tot 10 ha. Waar bij windturbines de grond landbouwkundig blijvend kan worden bewerkt is dit bij zonneterreinen maar zeer beperkt het geval en worden deze dan ook beschouwd als lichte vorm van verstedelijking. In deze verkenning wordt uitgegaan van zonneterreinen met een opbrengst van 0,36 MW per hectare en heeft daarmee een lage dichtheid waardoor ruimte bestaat voor zonlichttoetreding en daarmee een ecologische betere inrichting.

Afbeelding 8. Gebiedskarakteristieken als vertrekpunt met bijbehorende legenda (Ruimtelijke verkenning RES opgave Libau, december 2019)

De bevindingen van het onderzoek in het spoor ‘Landschap’ door Libau zijn samengevat als volgt: 12

• • • •

• • • •

•

•

Het Westerkwartier, als gebied, biedt ruimte voor verandering voor duurzame energieopwekking; Het lokale (mede)eigenaarschap en het zoeken naar schaal bij schaal oplossingen vormen bij ieder initiatief het vertrekpunt; Bij erven en bij dorpen zijn kleinschalige zonneterreinen en windturbines tot 57 meter voorstelbaar; De NAM locaties (ook na afbouw van de gaswinning), stortplaatsen, baggerdepots en rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) vormen ruimtelijk logische aanleidingen als productie locatie voor hernieuwbare energie; Elk initiatief vraagt om een zorgvuldige afweging en een zorgvuldige landschappelijke inpassing; Elk initiatief vraagt om deskundige begeleiding en maatwerk benadering; De grootschalige zonneterreinen in het landschap vragen om een meerwaarde door koppeling met andere maatschappelijke vraagstukken; De grootschalige windturbines kunnen alleen wanneer deze gekoppeld worden aan een bovenlokale structuur, een gepaste verbinding maken met de schaal van het landschap van het Westerkwartier en in nauwe afstemming met de buurgemeente en directe omgeving; Het overzicht in tabel 1 geeft voor de verschillende bouwstenen en schalen weer welke potentiële bijdrage aan de opgave kan worden geleverd; voor het totaal leidt dit tot een perspectief met een bandbreedte uiteenlopend van minimaal 53 tot maximaal 100% van de opgave; Een verbreding van de opgave biedt mogelijk

extra kansen voor het opwekken van duurzame energie wanneer deze als onderdeel van een nu nog onbekende gebiedsontwikkeling wordt meegenomen (stadsrandzone?, waterberging?, veenoxidatie?, ...)

13

Tabel 1. Bevindingen potentiële bijdrage per schaal en bouwstenen (Ruimtelijke verkenning RES opgave Libau, december 2019)

3.2 Spoor 2: participatie De gemeente heeft samen met stakeholders bekeken hoe het beste hernieuwbare energie in de gemeente ingezet kan worden. Een belangrijke stakeholder is de inwoner zelf. Zoals hiervoor beschreven is de mening van de inwoners door middel van een digitale enquête en verschillende inwonersavonden onderzocht. Via social media en diverse oproepen in het gemeentenieuws zijn de inwoners in de gelegenheid gesteld de enquête in te vullen. De enquête is ingevuld door 441 inwoners, aangezien deze groep niet geografisch en demografisch (naar leeftijd) representatief is, heeft dat tot gevolg dat we geen representatieve conclusies kunnen trekken over de mening van de inwoners van het Westerkwartier. Enerzijds is de keuze om een digitale enquête uit te zetten en via social media en het gemeentenieuws kenbaar te maken ingegeven door budgettaire redenen en anderzijds is de aanname gedaan dat het onderwerp sterk leeft in de samenleving en we daarom alle inwoners in de gelegenheid wilden stellen hun mening via de enquête te geven. Uitdaging hierbij is het bereiken van de inwoner bij het ontwikkelen van beleid. De combinatie van een nieuwe techniek beeld gestuurde enquête met een complex onderwerp op een hoog abstractie niveau heeft niet geleid tot een representatieve deelname. De volledige uitwerking van de enquête treft u aan in bijlage 3.

In bijlage 4 treft u de verslagen van de inwonerbijeenkomsten aan. In onderstaande afbeelding 9 is resultaat weergegeven van de zogenaamde ‘heatmaps’. Dit betreft een indicatief beeld van de gekozen locaties aangegeven door de geënquêteerden op de website www.overwesterkwartier.nl.

14

Afbeelding 9. Heatmap: Indicatief beeld van locaties en modaliteiten voortgekomen uit de digitale enquête (www.overwesterkwartier.nl)

15

3.3

Spoor 3: Netwerk

Het derde spoor betreft het netwerk. Het elektriciteitsnetwerk van Enexis en Tennet. De productiecapaciteit moet immers ook getransporteerd kunnen worden naar de afnemers. De huidige ontwikkeling met betrekking tot het zelf produceren van elektriciteit, gaan snel. De zonneparken nemen in de provincie Groningen in omvang en aantal snel toe. Ondanks het feit dat dit in het Westerkwartier nog niet het geval is, worden we wel geconfronteerd met de netwerkproblematiek van de netbeheerders, Tennet en Enexis. De komende drie jaar is er geen ruimte voor inpassing van nieuwe zonne- en of windparken. De netbeheerders nemen actief deel aan de realisatie van een Regionale Energie Strategie (RES) in Groningen, dit om te kunnen anticiperen op de ontwikkelingen in de RES. De ontwikkeling van nieuwe capaciteit op het netwerk wordt daar verkend en kan leiden tot investeringsbesluiten. De investeringen die moeten worden gedaan zijn fors en vragen tijd. Deze besluiten en het daadwerkelijk realiseren kunnen een periode van 7 jaar omvatten. Dit lijkt veel, maar de ontwikkelingen voor een zonne-of windparken vergen een vergelijkbare tijd, ten gevolge van de huidige omgevingsprocedures. De constatering is derhalve dat het parallel laten verlopen van de investeringsbeslissingen en de omgevingsprocedures, kunnen leiden tot tijdwinst.

Wij vinden dat in deze gecombineerde benutting van de tijd, op termijn ruimte, in de zin van netwerkcapaciteit en fysieke ruimte, moet ontstaan voor initiatieven.

16

4.

Kaders voor hernieuwbare elektriciteit

In dit hoofdstuk worden de kaders beschreven waaraan verzoeken van initiatiefnemers voor de realisatie van zonneparken of windenergie in de gemeente Westerkwartier worden getoetst. 4.1 Lokaal eigenaarschap De gemeente Westerkwartier kiest ervoor de realisatie van hernieuwbare elektriciteit productie te organiseren in samenwerking met haar inwoners. De lasten en lusten van de productielocaties in het Westerkwartier dienen dan ook zoveel als mogelijk evenredig verdeeld te worden. De opgave is bij de realisatie van productielocaties voor hernieuwbare elektriciteit in onder andere de vorm van zonne- en windenergie, de verdeling van de lusten en de lasten te implementeren in het beleid. Aansluitend op de ontwikkelingen in de RES heeft de gemeente Westerkwartier als uitgangspunt: “Lokaal eigenaarschap van duurzame energie als maatschappelijk principe met ruimtelijke impact.” Dit is overal aan de orde maar geldt in de provincie Groningen bij uitstek: nergens in Nederland is het – door al lange tijd te fungeren als ‘wingewest’ voor energie – belangrijker dat de revenuen van de energietransitie ten goede komen aan de samenleving. De gemeente Westerkwartier kenmerkt zich door de mogelijkheden voor verbinding tussen mens en omgeving, dit biedt een sterk fundament voor lokaal (individueel en collectief) eigenaarschap (en zeggenschap!) van energieopwekking en opslag voor het oprapen.

Bovendien kan lokale opwek en opslag van energie ook maatschappelijk spin-off hebben: het kan de contacten en de verbinding in gemeenschappen versterken. Lokaal eigenaarschap kan de drijvende kracht vormen achter de energie-opwek en opslag op de lokale schaal in stadswijken, dorpen en gehuchten. Individuen en collectieven realiseren een deel van hun energievoorziening in eigen beheer. Ook is lokaal eigenaarschap van grotere energie-opstellingen denkbaar; de mogelijkheden voor omwonenden om te participeren in projecten van energieontwikkelaars worden verkend in initiatieven als ‘Bronnen van ons’ en de principes voor lokaal eigenaarschap die de gemeente Westerwolde ontwikkelt.

Tabel 2: Uitgangspunten financiële participatie compensatie zon en/of wind (gemeente Westerwolde)

17

Ter illustratie van het sturingsprincipe, het volgende voorbeeld: Een park van 20 MWp, waarvan 2MWp in lokaal eigendom wordt gerealiseerd. Dit is 20% van de doelstelling van 50%. De omvang van het park bepaald dat de compensatie op basis van 20 MWp gelijk is aan € 4000 per MWp/jaar, hierop kan worden verminderd (20% van € 4000=) € 800. Dit maakt dat de initiatiefnemer een bijdrage dient te doen aan een gebiedsfonds voor dit initiatief van € 3200 per MWp/ jaar. Het is een park van 20 MWp, daarmee wordt de jaarlijkse bijdrage aan het gebiedsfonds van dit park bepaald op € 64.000. Kortom het is belangrijk dat lokaal eigenaarschap als principe zich niet alleen nestelt in de mogelijkheden op de kleine schaal, maar dat in de gehele energietransitie kansen worden benut om als individu, collectief, bedrijf of organisatie betrokken te zijn, bij te dragen en ‘eigenaar’ te worden van het aanbod. 4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsverordening De provincie Groningen heeft op 16 maart 2016 het programma Energietransitie 20162019 vastgesteld. Hiermee wil de provincie sneller de percentages duurzame energie halen, zoals aangegeven in het landelijke Energieakkoord 2013. Duurzame energieplannen heeft ze omgezet in concrete acties. Daarnaast is er de Omgevingsvisie 2016-2020; vastgesteld op 1 juni 2016. De provincie stimuleert het gebruik van zonneenergie. Ze biedt ruimte aan zonneparken. Op tijdelijke basis: de provincie staat zonneparken toe op basis van de technisch-economische levensduur van 30 jaar. De gebruikte locaties kunnen naderhand weer hun oorspronkelijke functie krijgen. Regels voor zonneparken staan in de Omgevingsverordening (POV). De locatie moet bij voorkeur aansluiten bij het bestaand stedelijk gebied. Het zonnepark moet aansluiten bij de landschappelijke structuur en bebouwingskenmerken. Zonneparken in natuurgebieden staat de provincie niet toe. De mogelijkheden voor zonneparken ‘los in het buitengebied’ zijn gekoppeld aan een gemeentelijke gebiedsvisie en een besluit van Provinciale Staten voor medewerking. Een deel van het buitengebied van Westerkwartier is in de POV aangewezen als leefgebied voor akkervogels.

Bij nieuwe grootschalige ruimtelijke ontwikkeling in deze gebieden, waaronder de aanleg van zonneparken, moet inzicht worden geboden in de maatregelen die nodig zijn om de mogelijke schade aan de waarde van het leefgebied voor akkervogels te voorkomen en restschade elders te compenseren. Het gaat om ontwikkelingen die in significante mate afbreuk kunnen doen aan de waarden van het leefgebied voor akkervogels door aantasting van de landschappelijke openheid, of door verstoring van vogels en aantasting van het areaal. Actualisatie In 2017 en 2018 is de POV op enkele onderdelen aangepast (actualisatie). Daarbij zijn ook mogelijkheden voor het plaatsen van zonneparken op enkele bijzonder locaties in het buitengebied toegevoegd: voormalige slibdepots (geen natuurgebied), bedrijventerreinen voor gaswinning en gastransport en gesloten stortplaatsen. 18

De provincie begeleidt daarbij de maatwerkmethode. Bij de actualisatie van de Omgevingsverordening in 2018 is het criterium 'aangrenzend aan' vervangen door het criterium 'aansluitend aan', om beter tot uitdrukking te brengen dat het zonnepark en het stedelijk gebied of het bouwvlak in het buitengebied niet naadloos aan elkaar behoeven te grenzen; voor een goede landschappelijke inpassing kan het noodzakelijk zijn dat er enige ruimte tussen beide is. In de actualisatie van december 2019 heeft het College van Gedeputeerde Staten de NAM- locaties verwijderd uit de POV voor de mogelijke toepassing van zon op grond op NAM- locaties. De gemeente Westerkwartier heeft hierop een zienswijze ingediend en neemt de huidige locaties van de NAM op in onderhavige beleidskader als potentiële locaties voor zon op grond. Zie bijlage 7 voor de kaart met de huidige NAM-locaties in het Westerkwartier. Nieuw beleid wind provincie Groningen Het huidige provinciale beleid laat de plaatsing windturbines groter dan 15 meter buiten de specifiek hiervoor door de provincie aangewezen gebieden (Eemshaven, Delfzijl, N33) niet toe. Op de keper beschouwd betekent dit dat de realisatie van grootschalige windenergie in de gemeente Westerkwartier in formele zin momenteel nog niet is toegestaan. Hiervoor is eerst een aanpassing van de provinciale omgevingsverordening nodig.

In de nieuwe provinciale omgevingsvisie wil de provincie meer mogelijkheden bieden voor grootschalige windenergie, ook buiten de aangewezen gebieden. Daartoe heeft de provincie een beleidskader ‘Sanering en opschaling, gebiedsfonds en participatie’ opgesteld. Dit kader stelt voorwaarden aan de ontwikkeling van projecten in de daarvoor aangewezen gebieden; onder meer wat betreft: • Participatie: Duidelijk is dat het begrip participatie breed kan worden uitgelegd. Bijvoorbeeld door financiële participatie in een windpark waarbij burgers financieel rendement halen uit een windpark. Participatie kan ook de vorm hebben van investeringen in leefbaarheid en duurzaamheid rond een concentratiegebied of het verstrekken van goedkope stroom. • Sanering van (oudere) solitaire molens; • Gebiedsfondsen: Voor omwonenden wordt een gebiedsfonds opgezet, waarin exploitanten jaarlijks een bedrag moeten storten. (€1.050 per MW; jaarlijks te indexeren vanaf 2014). De provincie heeft in 2017 aangegeven de Groningse samenleving bij de energietransitie te willen betrekken. Dit door een uitgebreid proces met verschillende bijeenkomsten voor inwoners en een aantal expertmeetings. Het komt voort uit het Energietransitie programma 2016-2019 van de provincie.

In dat programma is het volgende traject naar het uiteindelijk doel van duurzame energievoorziening vastgelegd: 2020 21% in 2035 60% en in 2050 100% van onze energievoorziening 19

duurzaam. Wat betreft de doelstelling van 21% in 2020 ligt de provincie Groningen op koers. Uit de recent beschikbaar gestelde energiemonitor blijkt dat in 2014 14,7% duurzame energie opgewekt wordt inde provincie, ten opzichte van 11% in het jaar daarvoor. Van de 14,7% duurzame energie is circa 60% van de duurzame energie afkomstig uit bijstook biomassa, 39% door wind op land en 1% door overige duurzame bronnen (waaronder zonne-energie). Om de doelen voor 2020 en daarna te behalen moet er in onze provincie verder worden gewerkt aan energiebesparing en de opwekking van duurzame energie. Handreiking locatiekeuze en ontwerp Tenslotte biedt de provincie de Handreiking locatiekeuze en ontwerp zonneparken van december 2016, zie bijlage 5. Deze handreiking bevat ontwerp- principes voor de locatiekeuze en inpassing van zonneparken en kan worden toegepast tijdens de maatwerkmethode. Maatwerkmethode Een toelichting op de maatwerkmethode en het verloop van deze procedure is opgenomen in bijlage 8. 4.3 Invulling rol van de gemeente De gemeenteraad stelt het ruimtelijk beleid vast. Bij het opstellen van en het bepalen van de inhoud van het beleid is rekening gehouden met bovenliggend beleid (rijk en provincie) en inbreng van inwoners, organisaties en bedrijven.

In lijn met de uitgangspunten van de komende Omgevingswet, laat de gemeente het initiatief aan de lokale partijen, aan andere initiatiefnemers en kan de gemeente zelf als initiatiefnemer optreden. Het doel staat voorop en niet het middel om er te komen. Onze houding bij het beoordelen van plannen is onder te verdelen naar kleinschalig en grootschalige initiatieven. Bij kleinschalig hanteren we het ‘ja mits’ en bij grootschalige initiatieven hanteren wij het ‘nee tenzij’. Zo ontstaat ruimte voor schaal bij schaal initiatieven en krijgen inwoners, bedrijven, organisaties en de gemeente zelf de mogelijkheid om met ideeën te komen. Groots in kleinschaligheid Het Westerkwartier staat kleinschalige lokale initiatieven voor zonneparken en voor wind toe. Onder voorwaarden zijn kleinschalige (lokale) initiatieven in een groot deel van de gemeente toegestaan. We hanteren daarbij het uitgangspunt naar ‘schaal bij schaal’. Dit betekent dat op het schaalniveau van erf en dorpsomgeving de inpassing van respectievelijk wind en zon, passend kan worden gemaakt bij het verbruik van de omgeving. Kleinschalige zon en wind initiatieven 1.

Westerkwartier stimuleert het gebruik van zonne-energie op daken en realiseert voor 2030 een opgesteld vermogen van 101 GWh in samenspraak met dak eigenaren en inwoners;

20

2.

3.

Westerkwartier stimuleert de kleinschalige windmolens op erven, in de vorm van windmolens met een tiphoogte tot 21 meter. Beoogde bijdrage 5% (van 588 GWh = 29 GWh); Westerkwartier stimuleert en faciliteert zonnevelden die naar aard en schaalbaarheid van het dorp inpasbaar zijn in het landschap. Gerekend wordt met een gemiddeld oppervlakte van 5 ha, met 41 dorpen is dit een bijdrage van 205 ha voor 2030. Libau schat deze omvang iets beperkter in met een maximum van 136 ha voor 2030.

Westerkwartier faciliteert initiatieven om te komen tot dorpsmolens waar deze inpasbaar zijn in het dorp en naar aard en schaalbaarheid effectief zijn. De bijdrage van deze dorpsmolens aan de opgave kan 24 GWh bedragen. Grootschalige zon en wind initiatieven 1.

Westerkwartier verleent geen medewerking aan grootschalige zonneinitiatieven die niet gekoppeld zijn aan de aard en schaalbarheid van een dorp, met uitzondering van de volgende locaties: • De NAM- locatie Grijpskerk, wordt door inwoners uit de (in)directe omgeving gezien als een industrieel park die zich leent voor een invulling in het kader van de energietransitie. De exacte invulling dient in samenspraak met de omgeving onderzocht te worden op welke wijze binnen de bestaande infrastructuur en bedrijfsvoering ruimte kan worden gebruikt voor een zonneveld. Het college heeft aangegeven met NAM en de inwoners in gesprek te willen over het toekomstig gebruik van de gasopslag. Aanleiding hiervoor was de boodschap van NAM begin 2019 dat zij de intentie heeft om de ondergrondse gasopslag op locatie Grijpskerk per 2021 te beëindigen en het voornemen het gasveld daarna voor de winning van aardgas in gebruik te willen nemen. NAM heeft haar plannen voor gaslocatie Grijpskerk op dit moment gepauzeerd. De reden hiervoor is dat de minister eerst een besluit moet nemen over het belang van de gasopslag voor het gassysteem nu de productie het Groningenveld op korte termijn gereduceerd wordt. Het college neemt een beslissing over het omgevingstraject zodra de minister ons via een kamerbrief heeft geïnformeerd over zijn besluit. De kamerbrief wordt maart 2020 verwacht.

In het omgevingstraject staat de herbestemming van gaslocatie Grijpskerk centraal. Indien de gaslocatie niet meer gebruikt wordt voor gasopslag kan worden gezocht naar een nieuwe bestemming. Indien de gaslocatie de komende tijd nog voor gasopslag gebruikt gaat worden kan onderzocht worden in hoeverre mijnbouwactiviteiten gecombineerd kunnen worden met activiteiten in het kader van de energietransitie. Welke activiteiten hiervoor in aanmerkingen komen en wat inwoners wensen is nog niet bekend. Een van de uitkomsten van het omgevingstraject is een toekomstagenda. De toekomstagenda moet duidelijkheid geven over de projecten (inclusief financiering) per 21

2.

regio/dorp/perceel op de drie thema’s: sociaal economische groei, duurzaamheid, park. Als uit het omgevingstraject blijkt dat een zonnepark als geschikte bestemming wordt gezien voor de gaslocatie Grijpskerk, dan kan onderzocht worden op welke wijze binnen de bestaande infrastructuur en bedrijfsvoering ruimte kan worden gebruikt voor een zonneveld. • Het landschap van het heide- en veen ontginningen gebied in het zuiden van de gemeente Westerkwartier lijkt zich te lenen voor een gebiedstransformatie, beredeneerd vanuit de verschillende opgaven die op ons landschap afkomen. Te denken valt daarbij aan klimaatadaptatie, verhogen van de biodiversiteit, klimaatbossen, tegen gaan van veenoxidatie, de relatie met de PAS en andere aspecten. De landschappelijke inpassing van de energietransitie opgave is hierin volgend. Het onderzoek naar de omvang en impact van de gebiedstransformatie gaat van start en zoekt naar de integrale inpassing van de genoemde thema’s in dit gebied. De gemeente Westerkwartier is, afhankelijk van de uitkomsten van de RES, bereid te onderzoeken, samen met andere stakeholders welke lijnopstelling voor windmolens realistisch is, mits die een gepaste verbinding maken met de schaal van het landschap van het Westerkwartier en op draagvlak kunnen rekenen. De keuze uit de lijnopstellingen betreffen de A7 of het Van Starkenborgh kanaal.

De bovenregionale structuur die hiermee kan worden gerealiseerd kent meerdere stakeholders die actief aan het voortraject dienen te participeren, zowel in menskracht als in middelen. De stakeholders die langs de lijnopstellingen dienen te worden gezocht zijn: • A7, Amsterdam (eventueel Zurich) tot Nieuweschans • Van Starkenborgh kanaal, Delfzijl tot Lemmer

Wijze van innovatie/ experimenten met opslag Westerkwartier speelt in op de ontwikkeling van opslag en innovatieve experimenten (bv. smart-grid) bij zonne- en of windparken. Met opslagmogelijkheid wordt piekbelasting voorkomen en kan duurzaam opgewekte energie gedurende 24 uur of nog langer worden gebruikt. Indien ruimte voor opslag wordt toegevoegd moet dit worden meegenomen in de landschappelijke inpassing. Meervoudig ruimtegebruik Meervoudig ruimtegebruik betekent dat naast het opwekken van energie de locatie nog een tweede of derde functie heeft. Westerkwartier geeft voorkeur aan deze zonnevelden of windmolens met koppelkansen op het gebied van economische kansen en of werkgelegenheid, educatie, recreatie, landschaps- en natuurontwikkeling en innovatie. Voorbeelden van meervoudig ruimtegebruik en het opwekken van hernieuwbare energie zijn: landschappelijke inpassing met hoog blijvende agrarische gewassen, een 22

voedselbos, een combinatie met schaduw minnende gewassen, scharrelkippen of schapen onder de panelen, panelen op water(berging) of als buffer in/nabij natuur.

Het benutten van de huidige NAM-locaties, gedurende de actieve periode en/ of na afsluiting van de boorputten, in de gemeente Westerkwartier vallen hier nadrukkelijk ook onder. Een ander voorbeeld van meervoudig ruimtegebruik is het vergroten van de biodiversiteit. Dit is mogelijk indien de locatie gevarieerder wordt ingericht dan een huidige agrarische functie, bijvoorbeeld met akkerranden en gevarieerde mengsels voor de ondergrond. Een voorwaarde is dat er voldoende lichttoetreding mogelijk is. Zonnevelden hebben een impact op de bestaande biodiversiteit. Als veel licht verloren gaat kan dit ten koste gaan van de biodiversiteit. Het volledig overkappen van de bodem is dan ook ongewenst. Indien er sprake is van een leefgebied voor (weide- en) akkervogels zal dit leefgebied conform de POV moeten worden gecompenseerd. Verder liggen er kansen om zonneparken te combineren met maatregelen tegen veenoxidatie. Landschappelijke inpassing Daar waar zonneparken worden toegestaan, is de wijze van inpassing in ieder landschap anders. Ieder landschap vraagt om gebruik van de eigen kenmerkende landschapselementen en om een reactie op de aard van het landschap. Hiervoor geldt maatwerk.

De ruimtelijke kwaliteit van een zonneveld of windmolens wordt bepaald door de keuze voor structuur: bewust wel of niet zichtbaar zijn van het park, de hoogte van de panelen en het inspelen op de aanwezige landschappelijke kwaliteiten. Het verschil in grootschaligheid en kleinschaligheid in het landschap is bepalend voor de te kiezen inpassing. Met voorbeelden geven we aan welke opties het landschap biedt, om het landschap zoveel mogelijk te respecteren. 4.4 Participatie De energietransitie heeft de komende jaren gevolgen voor het landschap in het Westerkwartier en daarmee voor onze omgeving. De isolatie van onze woningen en het verminderen van het energiegebruik is de eerste stap, daarnaast wordt de productie van energie meer zichtbaar in het landschap van het Westerkwartier. Wij vinden voldoende draagvlak voor zonne- en windparken onder omwonenden een belangrijke voorwaarde bij het verlenen van medewerking aan een aanvraag. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat bewoners en bedrijven kunnen participeren in duurzame energieopwekking. Het ondersteunen van bewonersinitiatieven past daarbij. Wij stellen als voorwaarde, dat de initiatiefnemer de omgeving goed meeneemt in het proces van de ontwikkeling van een zonne- of windpark en het maatschappelijk voordeel voor de omgeving. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de communicatie met de omgeving.

Een aanbeveling hierbij is Vereniging van Dorpsbelangen of een andere georganiseerde vorm van inwoners (bijvoorbeeld Vereniging van Eigenaren of een lokale Energie23

coöperatie) hier actief bij te betrekken. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer. De communicatie met de betrokkenen gebeurt altijd in overleg met de gemeente.

4.5 Participatieplan De initiatiefnemer maakt een participatieplan (of laat dit opstellen). Dit plan beschrijft hoe omwonenden en belanghebbenden zijn betrokken, welke mogelijkheden er zijn voor financiële participatie en welke afspraken er zijn gemaakt over een bijdrage in het duurzaamheidsfonds. Ook geeft het plan aan op welke wijze omwonenden in het invloedsgebied betrokken zijn bij de inrichting en vormgeving van het zonneveld of windmolens. Het plan beschrijft de omvang en ligging van het invloedsgebied. Deze zijn afhankelijk van de lokale situatie. In bebouwd gebied wonen de bewoners van het invloedsgebied op nabije afstand van het zonnepark. In open gebied wonen zij op zichtafstand van het zonneveld of windmolens. De initiatiefnemer treft meerjarige maatregelen om nadelen te compenseren. De gemeente maakt hierover afspraken met de initiatiefnemer. Verplicht onderdeel van het participatieplan is het betrekken van inwoners door middel van bijvoorbeeld bijeenkomsten om bewoners en andere belanghebbenden te betrekken. Een beargumenteerde reactie op de hierin genoemde voor- en tegenargumenten dient onderdeel uit te maken van het participatieplan. We wegen de reactie mee in de beoordeling van de vergunningaanvraag. 4.6 Financiële participatie Belangrijk onderdeel van het participatie-plan is de paragraaf financiële participatie.

Om lusten en lasten van zonneparken evenrediger te verdelen, is financiële participatie een optie. Onder deze vorm van participatie wordt verstaan de mogelijkheid voor omwonenden om - al dan niet financieel – profijt te hebben van een zonneveld of windmolens. Dit kan in de volgende vormen: 1. 2. 3.

Financiële participatie gemeenschap met financieel rendement participanten; Duurzaamheidsfonds, waarin een afgesproken bedrag per MW in fonds voor duurzaamheids- en gebiedsprojecten; Spin-off mogelijkheden, bijvoorbeeld het werk met werk maken (fietsroutes, landschapsontwikkeling).

Bij de start van een project moet de initiatiefnemer een voorstel doen voor het uitwerken van participatiemogelijkheden. Een participatieplan vormt een onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning. De gemaakte afspraken worden in anterieure overeenkomsten vastgelegd. De drie opties moeten terugkomen in de overeenkomst met als doel een substantieel deel van de revenuen terug te laten vloeien in de omgeving.

24

Monitoring resultaten en evaluatie visie De gemeente draagt actief zorg voor de monitoring van initiatieven en de geboekte resultaten. De afgewezen initiatieven worden geregistreerd en maken onderdeel uit van de evaluatie die in 2025 wordt gepresenteerd aan de gemeenteraad. De evaluatie gaat samen met een advies of er een versnelling dan wel een wijziging in de te volgen strategie dient te worden doorgevoerd op basis van de ter beschikking staande kennis.

25

6.

Bijlagen

Bijlage 1

Eindrapportage Endelk

Bijlage 2

Ruimtelijke verkenning RES opgave Libau

Bijlage 3

Rapport resultaten enquête hernieuwbare elektriciteit

Bijlage 4

Verslagen inwonersavonden

Bijlage 5

Handreiking locatiekeuze en ontwerp zonneparken Provincie Groningen

Bijlage 6

Achtergrondinformatie hernieuwbare elektriciteit Westerkwartier

Bijlage 7

NAM-locaties Westerkwartier

Bijlage 8

Uitvoering periode 20-25

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerkwartier&id=4e1d8a65-2047-4fd2-97b0-980567ebf461