Bijlage 3 toelichting - Quickscan Wet natuurbescherming
Tekst van het document
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SCHOOLSTRAAT 8 - MARUM
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SCHOOLSTRAAT 8 MARUM Kenmerk: Versie: Datum:
20221976 Eindversie 23 januari 2023
Auteur: Projectleider: Veldwerk: Kwaliteitscontrole: Opdrachtgever:
Harold Lodewegen Hans de Kruijf Harold Lodewegen Koen Breed Gemeente Westerkwartier
Contactpersoon:
Mariëlle Bakema
Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.
© ATKB voor natuur en leefomgeving. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Foto's: ATKB, naam medewerker
INHOUD 1.
Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
2.
1 1 2 2 6 7
Resultaten en effecten 2.1 2.2 2.3
3.
Vogelrichtlijnsoorten Habitatrichtlijnsoorten Overige Nationaal beschermde dier- en plantensoorten
8 8 12 15
Conclusie 3.1 3.2
4.
Aanleiding en doel Wetelijk kader Onderzoeksmethode Ligging en beschrijving plangebied Gebiedsbescherming Planbeschrijving
1
Conclusie beschermde soorten Benodigde vervolgstappen Literatuur en bronnen
17 17 18 19
1.
INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL Gemeente Westerkwartier heeft het voornemen om op locatie Schoolstraat 8 te Marum in de provincie Groningen het pand ’t Marheem (een oud schoolgebouw) te slopen en vier nieuwbouwwoningen met een aangesloten straatwerk te realiseren. Daarnaast worden onder andere enkele bomen en haagstructuren gerooid. Rondom het nieuwe woonterrein worden beukenhagen aangeplant en op de vrijgekomen ruimte enkele bomen aangeplant. De bestaande bomen en sloot aan de noord- en westzijde blijven, waar mogelijk, gehandhaafd. Momenteel is het volledige gebouw nog in gebruik en functioneert als een zorgcentrum. Gemeente Westerkwartier heeft ATKB gevraagd om een Ecologische Quickscan uit te voeren om de bovengenoemde ontwikkelingen te toetsen aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze quickscan geeft antwoord op de volgende vragen: • • • •
Welke beschermde flora en fauna zijn aanwezig of kunnen in het plangebied en omgeving voorkomen? Kunnen de geplande werkzaamheden negatieve effecten hebben op beschermde flora en fauna? Zo ja, welke effecten kunnen optreden en welke maatregelen zijn dan nodig om deze negatieve effecten te voorkomen? Indien overtreding van de Wet natuurbescherming niet volledig te vermijden is, welke vervolgstappen zijn dan aan de orde?
Deze Quickscan betreft specifiek de werkzaamheden zoals deze hierboven staan beschreven en zijn gebaseerd op de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangeleverd door buRO (hoofdstuk 1.5). Aangezien het nog niet duidelijk is welke specifieke bomen en haagstructuren gerooid zullen worden, gaan we in de toetsing aan de wet Natuurbescherming uit van het zwaarste scenario. In dit geval is het rooien van de bomen en verwijderen van de haagstructuren.
1.2 WETELIJK KADER Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming (Wnb). Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming betreft het onderdeel soorten, voorheen de Flora- en faunawet. Met deze quickscan vindt de toetsing aan het onderdeel soorten van de Wet natuurbescherming plaats. In de Wet natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden: 1. Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 - 3.4) 2. Habitatrichtlijnsoorten en soorten genoemd in de Verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5 - 3.9) 3. Andere soorten (artikel 3.10 - 3.11; bijlage onderdeel A en B) De lijst ‘jaarrond beschermde nesten’ die onder de Flora- en faunawet is opgesteld, is ook onder de Wnb geldig. Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, de zorgplicht (artikel 1.11) voor alle in het wild levende dieren.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
1 van 19
Voor dit project is de provincie Groningen het bevoegd gezag voor de uitvoering van de Wet Natuurbescherming en voor het verlenen van een eventuele ontheffing. De provincie Groningen heeft voor de implementatie van de Wet natuurbescherming een verordening vastgesteld. Hierin is onder meer de lijst met vrijgestelde soorten te vinden.
1.3 ONDERZOEKSMETHODE Voor het bepalen van de mogelijke effecten van de geplande werkzaamheden is het noodzakelijk te weten welke beschermde soorten aanwezig zijn en kunnen zijn, in en in de omgeving van het plangebied. Hiervoor is bronnenonderzoek gedaan en is een veldbezoek uitgevoerd. Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek bestaat uit het raadplegen van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, geraadpleegd in januari 2023) en overige vrij beschikbare verspreidingsgegevens van beschermde soorten flora en fauna, zowel binnen het plangebied als in de nabijgelegen omgeving. Tijdens het brononderzoek zijn de gegevens van het afgelopen 5 jaar gehanteerd. Hiervoor zijn de meest actuele en relevante bronnen geraadpleegd (zie ook hoofdstuk 4). Veldonderzoek Op 17 januari 2023 is een verkenning in het plangebied en de directe omgeving (onderzoeksgebied) uitgevoerd door een ecoloog van ATKB. Tijdens dit veldbezoek is een beoordeling gemaakt of het plangebied of delen daarvan geschikt leefgebied bieden voor beschermde flora en fauna. Ook zijn de waargenomen beschermde soorten genoteerd.
1.4 LIGGING EN BESCHRIJVING PLANGEBIED Het plangebied is gelegen in de provincie Groningen aan de noordoostkant van het dorp Marum, nabij de Kruisweg. Het plangebied bevindt zich midden in een woonwijk tussen open velden en hoofdweg met singels aan de noordkant en het dorpscentrum in het zuiden (Figuur 1).
Figuur 1.
Locatie van het plangebied.
Het plangebied bevat een oud schoolgebouw van één verdieping hoog met een fietsenstalling en kleine berging voor het peuterplein. Rondom de school bevinden zich bomen, haagstructuren, open grasveldjes, betegeling en belichting van enkele straatlantaarns, een oud schoolplein en een sloot (figuren 2-7).
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
2 van 19
Aan de westkant van het gebouw en tussen de school en het huisartsgebouw bevinden zich enkele haagstructuren (laurier, hulst, dwergkwee, klimop) en een oprit met naar een parkeerplaats naast het huisartsgebouw (figuur 1). Een bomenrij, voornamelijk ruwe- en zachte berken, en kleine lijnvormige haag omringen het gebouw aan de straatzijdes.
Figuur 2.
Voorzijde van ’T Marheen, met oprit naar het huisartsengebouw, haagstructuren en bomenrij.
Aan de oostkant bevinden zich een oude fietsenstalling, betegeling naar de ingang, een straatlantaarn en een kleine zilverspar (figuur 3).
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
3 van 19
Figuur 3.
Zijaanzicht van ’T Marheen, met betegeling, lantaarn en zilverspar.
Het schoolgebouw kenmerkt zich als een bakstenen gebouw met licht-schuine daken die zijn voorzien van golfplaten pannen. Rondom de dakranden is er sprake van betimmering, aluminium daklijsten en dakgoten. Sommige delen van de daken, zoals rondom de schoorstenen, hoeken en zijgevels, zijn bedekt met lood (figuur 4).
Figuur 4.
Impressie van het dak en zijgevels.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
4 van 19
Aan de noord- en oostkant van de school zijn er meerdere grotere lindes. De lindes aan de oostkant en drietal in de noordoostelijke hoek zijn deels afgezaagd (figuur 5).
Figuur 5.
Bomenrijen achter het schoolgebouw (noordzijde) en naast het huisartsgebouw (westzijde).
Aan de noordkant van het gebouw bevindt zich een oud schoolplein, afgesloten met metalen hekwerk. Op het plein staan enkele oude attributen, zoals een glijbaan, zandbak, oude plantenbakken en een oude berging (figuur 6).
Figuur 6.
Impressie van het schoolplein en oude attributen en de eerdergenoemde laurierhaag.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
5 van 19
Aan de noord- en oostkant bevindt zich een oude, ondiepe sloot met geleidelijke afloop. De sloot is aan de woningzijde deels beschoeid. De sloten stonden tijdens het veldbezoek grotendeels droog en kaal, maar had op enige plaatsen een laag water met pitrus (figuur 7). Er bevindt zich één duiker aan de zuidwestzijde van het plangebied. De sloot lijkt echter niet verbonden of onderdeel te zijn te zijn met andere slootsystemen.
Figuur 7.
Impressie van de sloot aan de noordzijde met pitrus en beschoeiing.
1.5 GEBIEDSBESCHERMING Natura 2000 De Wnb vereist dat beoordeeld wordt of de ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000gebieden. Hiervoor kan een voortoets nodig zijn. Als uit de voortoets blijkt dat significant negatieve effecten op de doelstellingen van Natura 2000-gebied(en) niet kunnen worden uitgesloten, moet een vervolgonderzoek in de vorm van een passende beoordeling plaatsvinden en is een vergunningaanvraag noodzakelijk. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Bakkeveense Duinen’ bevindt zich op een afstand van meer dan 4 kilometer van het plangebied. Hierdoor zijn direct negatieve effecten door de werkzaamheden als gevolg van licht, geluid, verstoring door mensen en materieel, etc. niet aan de orde. Een voortoets is voor deze storingsfactoren niet nodig. Stikstofdepositie Projecten met stikstofemissie kunnen door een toename in stikstofdepositie een significant negatief effect op de doelstellingen van Natura 2000-gebieden veroorzaken. Een berekening in de AERIUS Calculator maakt duidelijk of een project een toename van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Er is sprake van een vergunningplicht wanneer de stikstofdepositie hoger is dan 0,00 mol/ha/j. De gemeente laat voor de aanlegfase en de gebruiksfase een stikstofdepositie berekening uitvoeren door buRO.
Planologische gebiedsbescherming Gebieden kunnen ook planologisch beschermd zijn, bijvoorbeeld omdat het gebied onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ook zijn er in sommige provincies weidevogelgebieden, gebieden met strategische reserveringen voor natuur, groene ontwikkelingszones e.d. aangewezen.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
6 van 19
Rondom het plangebied bevinden zich het “Oude Diep” langs de snelweg A7, het beekdal, plasdras en moerasgebied “de Marumerlage” en enkele weilandstroken aan de Nieuweweg. Deze gebieden zijn onderdeel van NNN. Voor dit project is toetsing aan planologische beschermde gebieden niet van toepassing, omdat het plangebied buiten de bovengenoemde gebieden valt en in de provincie Groningen geen externe werking geldt.
1.6 PLANBESCHRIJVING De geplande werkzaamheden bestaan uit het slopen van het oude schoolgebouw en het rooien van enkele bomen en haagstructuren. Op het vrijgekomen terrein worden vier nieuwbouwwoningen gebouwd, bestrating aangelegd naar de Langestraat en enkele nieuwe bomen geplant. Bestaande bomen op toekomstig woningterrein worden in overleg met toekomstige bewoners zoveel mogelijk gehandhaafd. Daarnaast wordende bomen aan de straatkant worden zoveel mogelijk gehandhaafd, maar een enkeling zal mogelijk gerooid worden voor de aanleg van de nieuwe bestrating. De laurierhaag tussen de school en huisartsgebouw wordt deels verplaatst en rondom de nieuwbouwwoningen worden nieuwe haagbeuken aangeplant. De sloot aan de noord- en westzijde blijft behouden en wordt in de verkoopovereenkomst met toekomstige bewoners gehandhaafd (Zie figuur 8). Het is nog niet bekend wanneer deze werkzaamheden worden uitgevoerd. Daarnaast kunnen de voorgenomen nieuwbouwplannen gewijzigd worden. Om deze reden wordt er in deze quickscan uitgegaan en advies gegeven van het zwaarste scenario.
Figuur 8. Voorgenomen nieuwbouwplannen in het plangebied, waarin de sloop van het schoolgebouw en bouw van nieuwbouwwoningen een vast gegeven is, maar de plannen met de bomen en haagstructuren nog onzeker is (Bron buRO).
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
7 van 19
2.
RESULTATEN EN EFFECTEN Dit hoofdstuk beschrijft het (mogelijk) voorkomen van beschermde flora en fauna. Per beschermingsregime (Vogelrichtlijn, habitatrichtlijn en overige Nederlandse beschermde soorten) zijn de effecten beschreven en getoetst aan de Wet natuurbescherming. Vervolgens zijn de eventuele vervolgstappen aangegeven.
2.1 VOGELRICHTLIJNSOORTEN 2.1.1 JAARROND BESCHERMDE NESTEN
Een aantal vogels hebben nesten met een jaarrond beschermde status omdat de vogelsoorten het gehele jaar gebruik maken van het nest, geen eigen nesten bouwen (en dus niet gemakkelijk een nieuw nest kunnen maken) of in kolonieverband broeden. De meeste soorten vogels met jaarrond beschermde nesten zijn roofvogels, uilen, maar ook een roekenkolonie. Tevens zijn er in gebouwen broedende soorten, zoals gierzwaluw en huismus, ook jaarrond beschermd. Aanwezige soorten Uit brononderzoek is gebleken dat bosuil, buizerd, gierzwaluw, huismus, ooievaar, roek, slechtvalk en sperwer voorkomen in de directe omgeving. Door het dorpse en woonwijkachtige karakter, is het plangebied niet geschikt voor broedplaatsen van roofvogels. Er zijn ook geen ooievaarsnesten of roekenkoloniën aangetroffen tijdens het veldbezoek. Wel zijn er potentiële broedplaatsen gevonden in het schoolgebouw, omliggende haagstructuren en in de bomen. Huismus Het plangebied is geschikt leefgebied voor huismus. De huismus bouwt het nest over het algemeen op de daken van gebouwen en woningen door via de goot onder de dakpannen te kruipen. Soms bouwen ze ook nesten in gaten en kiertjes, maar ook in- of rondom groenstructuren. Het dak van het schoolgebouw bestaat uit golfplaten met openingen boven de dakgoot. Deze ruimte is geschikt voor huismussen om nesten in te bouwen (figuur 9).
Naast nestmogelijkheden kan het plangebied en de omringende tuinen dienen als functioneel leefgebied. Deze soort is honkvast en leeft in kolonieverband, waardoor relatief kleine ingrepen aanzienlijk effect kunnen hebben op lokale kolonies. Tijdens het veldbezoek is er geen huismus waargenomen, maar het is niet uitgesloten dat huismus nesten kunnen bouwen in het schoolgebouw.
Figuur 9. Ruimtes onder de golfplaten en lood zijn indicerend voor potentiële broedplaatsen en deze haagstructuren zijn kenmerkend voor het leefgebied van de huismus.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
8 van 19
Gierzwaluw Het plangebied is niet geschikt voor gierzwaluw. Gierzwaluw bouwen nesten in gebouwen door in de dakgevels te vliegen, zoals onder de nok-, dak-, kant- of gootpannen te vliegen. Hierbij heeft de gierzwaluw een vrije invliegruimte van minstens drie meter nodig. De kopse kanten en gevels van het schoolgebouw zijn betrekkelijk laag aan de grond met weinig invliegruimte. Nabijgelegen gebouwen zijn geschikter, omdat deze wel deze invliegruimtes bieden. Om deze redenen kunnen gierzwaluwverblijven in het schoolgebouw worden uitgesloten (figuur 10).
Figuur 10. Zijkant van het schoolgebouw (links) en naburig huisartsengebouw (rechts). De aanvlieg- en invliegruimte is voor gierzwaluw beperkt. Naburige gebouwen zijn geschikter voor gierzwaluw.
Categorie 5 broedvogels De zogenaamde Categorie 5-soorten zijn vogelsoorten waarvan de nesten niet standaard jaarrond beschermd zijn, omdat ze meer flexibel zijn in het vinden van een nestplaats dan vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. Onder bepaalde ecologische omstandigheden kunnen deze nesten wel een jaarronde bescherming hebben, wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een lokale populatie. Voorbeelden van categorie 5-soorten zijn zwarte kraai, boomkruiper en pimpelmees. Uit bronnenonderzoek is gebleken dat blauwe reiger, boerenzwaluw, ekster, groene specht, huiszwaluw, koolmees, pimpelmees, spreeuw, zwarte kraai en zwarte roodstaart voorkomen in de nabije omgeving. Tijdens het veldonderzoek zijn boomkruiper, pimpelmees, grote bonte specht, koolmees waargenomen. Daarnaast zijn er meerdere holen en spechtengaten met activiteit in de lindes aan de noordzijde aangetroffen (figuur 11 en 12). Ook pimpelmees kan gebruiken van deze gaten om een nest te bouwen. Het is niet uitgesloten dat boomkruiper, grote bonte specht, groene specht en pimpelmees een nest kunnen hebben in deze bomen. Het plangebied is ook geschikt voor de spreeuw. Spreeuwen zijn opportunisten en kunnen een nest bouwen in de holtes van bomen, maar ook onder dakpannen, gaten en kieren. Om deze redenen is het niet uitgesloten dat spreeuwen kunnen bouwen in het schoolgebouw en de omliggende bomen.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
9 van 19
Figuur 11. Kenmerkende holen die indicerend zijn voor spechten. De horizontale deukjes worden in de boombast getikt om boomsappen eruit te krijgen (rode cirkel).
Figuur 12. Grote bonte specht en pimpelmees waargenomen in de lindes achter het schoolgebouw tijdens het veldbezoek.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
10 van 19
Overige broedvogels De bomen en struiken in het plangebied zijn geschikt voor algemene broedvogels, zoals houtduif en merels. Tijdens het veldbezoek zijn de soorten houtduif en merel waargenomen. In één van de berken is een nest van een houtduif aangetroffen (figuur 13). De lindes, berken en overige bomen en struiken in het plangebied zijn geschikt voor overige broedvogels om in te gaan broeden. Buiten het plangebied zijn er nog twee nesten aangetroffen, namelijk een kraaiennest in een boom op de speelplaats en een hogere berk aan de andere kant van de straat.
Figuur 13. Nest van een houtduif in één van de ruwe berken aan de Schoolstraat, binnen het plangebied.
Effecten en vervolg Huismus Het gebouw en omliggende haagstructuren zijn potentieel geschikt als broed- en leefgebied voor huismussen. Door de werkzaamheden kunnen bestaande nesten en delen van potentieel leefgebied vernietigd worden. Een nader onderzoek is nog om uitsluitsel te geven of en waar huismussen broeden binnen het plangebied. Gierzwaluw Er zijn binnen het plangebied geen geschikte broedplaatsen voor gierzwaluwen. Dit betekent dat er geen effecten worden verwacht. Vervolgstappen zijn voor deze soort niet aan de orde. Categorie 5 broedvogels Het plangebied biedt geschikte broed- en verblijfplaatsen voor de categorie-5 broedvogels. Tijdens de sloop kunnen spreeuwennesten vernietigd worden. In het geval dat de lindes afgezaagd, gekapt of gerooid worden, worden de nesten en leefgebied van de grote bonte specht en pimpelmees vernietigd en/of verstoord. Voor deze groep geldt jaarronde bescherming wanneer er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen. In dit plangebied is er een ruim aanbod aan alternatieve broedplaatsen aanwezig. De zorgplicht is echter wel van kracht (Wet Natuurbescherming, artikel 3.11). Dit betekent dat er tussen september en februari werkzaamheden verricht kunnen worden.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
11 van 19
Overige broedvogels Het plangebied, met name in de bomen en haagstructuren, is geschikt voor algemene broedvogels. In het geval dat er bomen gesnoeid, gekapt of gerooid gaat worden en haagstructuren worden verwijderd, zullen deze nesten vernield worden. (Opzettelijke) verstoring van deze groep is alleen toegestaan wanneer de werkzaamheden geen effect heeft op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten. Gezien de schaal van de werkzaamheden, wordt er geen significant effect op de gunstige staat van instandhouding verwacht. Doch dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Dit betekent dat er tussen september t/m februari werkzaamheden verricht kunnen worden.
2.2 HABITATRICHTLIJNSOORTEN 2.2.1 PLANTEN
Aanwezige soorten Er zijn vier planten beschermd onder de Habitatrichtlijn (HR), te weten: drijvende waterweegbree, groenknolorchis, kruipend moerasscherm en zomerschroeforchis. Deze soorten komen alleen in zeer specifieke milieus voor en zijn afhankelijk van kalkrijke, voedselarme en vochtige tot natte en kwelrijke omstandigheden. De beschermde planten van de Habitatrichtlijn eisen voedselarme en extensief beheerde omstandigheden. In het plangebied ontbreken deze omstandigheden waardoor het (on)geschikt is voor planten van de Habitatrichtlijn. Ook zijn geen waarnemingen van beschermde soorten bekend binnen het plangebied en omgeving. Het is dus uitgesloten dat beschermde planten van de Habitatrichtlijn voorkomen in het plangebied. Effecten en vervolg Vanwege het ontbreken van geschikte groeiplaatsen, zijn negatieve effecten uitgesloten. Daarom zijn vervolgstappen voor beschermde flora niet aan de orde. 2.2.2 VLEERMUIZEN
Aanwezige beschermde soorten Uit brononderzoek blijkt dat de gewone dwergvleermuis waargenomen is in de woonwijken en centrum van Marum. In het verleden zijn er ook soorten als gewone grootoorvleermuis en laatvlieger waargenomen. Ook is het plangebied en omliggende gebied geschikt voor rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis. Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen zowel in gebouwen als in bomen verblijven. Alle verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook wanneer deze dieren gedurende een deel van het jaar op andere plekken verblijven. Tijdens het veldbezoek zijn er mogelijke verblijfplaatsen in het plangebied waargenomen, namelijk in het schoolgebouw en in bomen. De aangetroffen potentiële verblijfplaatsen kenmerken zich als ruimtes tussen betimmering, bakstenen, bitumen, aluminium daklijst en gaten in de bomen (Figuur 14-17).
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
12 van 19
Figuur 14. Vierhoeken gaten in de betimmering en ruimte tussen de betimmering en bakstenen.
Figuur 15. Gleuf tussen bakstenen en aluminium daklijsten en tussen betimmering en bitumen.
Figuur 16. Verticale gleuven en ruimtes tussen betimmering en bakstenen.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
13 van 19
Figuur 17. Potentiële invliegplaatsen in de holtes van de bomen.
Essentiele vliegroutes Essentiele vliegroutes functioneren als verbindingen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden en bestaan uit lijnvormige structuren, zoals bomenrijen en watergangen. In het plangebied zijn er bomenrijen aanwezig en kunnen door vleermuizen gebruikt worden als vliegroute. De werkzaamheden hebben direct en/of indirect effect (verstoring door licht, geluid) op vliegroutes. Echter zijn er in de omgeving, zoals de bomenrijen en huizenblokken aan de spoorstraat alternatieve routes aanwezig. De bomenrijen in het plangebied kunnen daarom als niet-essentieel worden beschouwd en worden er geen effecten verwacht Essentieel foerageergebied Het plangebied kan worden gebruikt door vleermuizen om te foerageren op insecten. Er zijn enige groenstructuren, zoals hoge bomen en haagstructuren die insectenrijk kunnen zijn. Het plangebied is echter geen locatie waar meerdere soorten in hoge aantallen zullen foerageren. Daarnaast maakt het plangebied in de ruime omgeving uit van een groter gebied waar gefoerageerd kan worden. Essentieel en onmisbaar foerageergebied is daarom niet aanwezig in het plangebied. Effecten en vervolg Wanneer er sprake is van het slopen van het schoolgebouw en de eventuele kap van de bomen, kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan.
Nader onderzoek naar kraam-, zomer- en paarverblijven is noodzakelijk om uit te sluiten of het schoolgebouw en/of de omringende bomen met holtes gebruikt worden als verblijfplaats door vleermuizen. Sloop van het gebouw gaat gepaard met verstoring in de vorm van licht en geluid. Hierdoor kunnen potentiële verblijfplaatsen in de bomen verstoord raken. Dit betekent dat neveneffecten op boom-bewonende vleermuizen niet kunnen worden uitgesloten, zelfs als de bomen worden behouden en gehandhaafd. 2.2.3 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN
Aanwezige beschermde soorten Uit brononderzoek is gebleken dat er aan de snelweg een otter is waargenomen. Ook is de wolf in de directe omgeving waargenomen. De andere grondgebonden zoogdieren die onder de Habitatrichtlijn, zoals bever en Noordse woelmuis, komen niet voor in de ruime omgeving. Bovendien is het plangebied ongeschikt als habitat voor deze grondgebonden zoogdieren. De aanwezigheid van beschermde grondgebonden zoogdieren is daarom uit te sluiten.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
14 van 19
Effecten en vervolg De geplande werkzaamheden leiden niet tot negatieve effecten op grondgebonden zoogdieren. Er zijn geen vervolgstappen nodig voor deze groep. 2.2.4 REPTIELEN EN AMFIBIEËN
Aanwezige beschermde soorten De aanwezigheid van beschermde reptielen kunnen worden uitgesloten, omdat geschikt habitat binnen het plangebied ontbreekt. Uit brononderzoek is gebleken dat poelkikker (habitatrichtlijn) is waargenomen in het Oude Diep (<2km en zou zich eventueel via het slotensysteem kunnen verspreiden rondom Marum. De sloot in het plangebied is echter niet verbonden met het andere slotensystemen, stond grotendeels droog en is niet geschikt als voortplantingshabitat. Ook zijn de mogelijkheden voor overwinterplaatsen binnen het plangebied zeer beperkt. Dit betekent dat de aanwezigheid van beschermde reptielen en amfibieën in het plangebied kunnen worden uitgesloten. Effecten en vervolg Er worden geen effecten verwacht op beschermde reptielen en amfibieën. Er zijn geen vervolgstappen nodig voor deze groep. 2.2.5 VISSEN, INSECTEN EN ONGEWERVELDEN
Aanwezige beschermde soorten De aanwezigheid van vissen, insecten en ongewervelden van de Habitatrichtlijn is uit te sluiten. De sloot staat grotendeels droog en is niet verbonden met andere slootsystemen. Het plangebied heeft geen geschikt habitat voor deze groep. Bovendien zijn er geen waarnemingen van deze groep aangetroffen tijdens brononderzoek. Effecten en vervolg Door het ontbreken van geschikt habitat en waarnemingen, worden er geen effecten verwacht op beschermde vissen, insecten. Er zijn geen vervolgstappen nodig voor deze groep.
2.3 OVERIGE NATIONAAL BESCHERMDE DIER- EN PLANTENSOORTEN Aanwezige beschermde soorten Uit brononderzoek blijkt dat egel, haas, groene kikker (spp.), kleine watersalamander, ree, steenmarter en vos in de nabije omgeving zijn waargenomen. Daarnaast kunnen gewone pad en bruine kikker in de sloot voorkomen en de hagen als eventueel overwinterplaats gebruiken. Omdat het plangebied zich karakteriseert als dorpse woonwijk, worden de haas, ree en vos niet in het plangebied verwacht. Groene kikker (spp.), kleine watersalamander, bruine kikker en gewone pad worden op basis van het veldbezoek eveneens niet in de sloot van plangebied verwacht. Het aanbod aan landhabitat voor overwinterplaatsen zijn zeer beperkt in het plangebied, maar kan strikt genomen niet worden uitgesloten. Steenmarter kan in dorpen voorkomen en verblijven, zoals in oude schuren en garages. Het schoolgebouw en bijbehorende attributen zijn volledig afgesloten. Er zijn er tijdens het veldbezoek geen sporen aange-
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
15 van 19
troffen van steenmarter. Om deze redenen kan er uitgesloten worden dat steenmarter verblijft in het gebouw. De egel kan in het plangebied voorkomen door binnen het plangebied te foerageren naar insecten en de aanwezige haagstructuren als verblijfplaats gebruiken, zowel als zomerverblijf als overwinterplaats. Effecten en vervolg Voor de egel, bruine kikker, groene kikker (spp.) geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht conform de verordening natuurbescherming Provincie Groningen. Verstoring van de soorten is toegestaan, maar zorgplicht is wel van kracht (Wet Natuurbescherming artikel 1.11). Dit houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. Er dient vooraf en tijdens de werkzaamheden rekening gehouden te worden dat deze soorten aanwezig kunnen zijn in de haagstructuren. Voor de steenmarter geldt in Groningen geen vrijstelling van ontheffingsplicht. Het is wel mogelijk dat de werkzaamheden kunnen leiden tot potentiële verblijfplaatsen, zoals wanneer de sloop in fases plaatsvindt met langdurige pauzes. Dan is het mogelijk dat er kruipruimtes toegankelijk zijn of in het puin/afvalhopen. In een dergelijk scenario is er sprake van een verbodsovertreding. Om dit te voorkomen, wordt er aangeraden om de sloop zonder langdurige pauzes uit te voeren.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
16 van 19
3.
CONCLUSIE 3.1 CONCLUSIE BESCHERMDE SOORTEN Op basis van de QuickScan zijn met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde flora en fauna de volgende conclusies te trekken: Vogelrichtlijn • Het plangebied is geschikt voor jaarrond beschermde broedvogels, namelijk: o Huismus • Het plangebied is geschikt voor Categorie-5 beschermde broedvogels, namelijk: o Spreeuw o Grote bonte specht, pimpelmees, boomkruiper (bomen). • In en rondom het plangebied kunnen algemene broedvogels broeden. Habitatrichtlijn • Het plangebied beschikt over geschikte locaties voor verblijfplaatsen voor meerdere soorten vleermuizen, namelijk: o In het schoolgebouw op meerdere en verscheidene plekken in en rondom de dakranden. o In de holtes van de lindes aan de noordkant en ruwe berken aan de zuidkant. • Het plangebied is geen onderdeel van essentiële vliegroutes of essentieel foerageergebied. Nationaal beschermde soorten • • •
•
Steenmarter komt voor in het gebied, maar het plangebied in haar huidige staat, biedt geen geschikte verblijfplaatsen. Wel kunnen de werkzaamheden leiden tot geschikte verblijfplaatsen. De haagstructuren binnen het plangebied kunnen functioneren als overwinterplaats voor bruine kikker, gewone pad, groene kikker en kleine watersalamander. Egel komt voor in het gebied en kan verblijven in het plangebied tussen de haagstructuren. De egel staat op de vrijgestelde lijst van ontheffingsplicht in de provincie Groningen, maar zorgplicht is altijd van toepassing. Negatieve effecten op andere soorten, zoals vos, haas, ree worden uitgesloten.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
17 van 19
3.2 BENODIGDE VERVOLGSTAPPEN •
•
•
• •
•
Er is nader onderzoek nodig naar de huismus. Dit betekent dat er 2 onderzoeksronden in de periode 1 april tot 15 mei uitgevoerd moeten worden. Gelijktijdig met dit onderzoek, kan nader onderzoek naar verblijfplaatsen van de spreeuw uitgevoerd worden. Er is nader onderzoek nodig naar verblijfplaatsen van vleermuizen in het schoolgebouw. Dit betekent dat er conform het vleermuisprotocol 5 veldonderzoeken in de periode van mei t/m september worden uitgevoerd, specifiek naar kraamverblijven, zomerverblijven en paarverblijven. De aard en functie van specifieke boomholtes is nog niet duidelijk. Neveneffecten door de sloopwerkzaamheden op verblijven van boom-bewonende vleermuizen kunnen niet worden uitgesloten. Ook staan de uiteindelijke bestemmingsplannen rondom de bomen niet vast. Daarom wordt er geadviseerd om ook nader onderzoek naar boom-bewonende vleermuizen gelijktijdig met het nader onderzoek naar het schoolgebouw uit te voeren. Door deze kennis vooraf te hebben, kunnen bestemmingsplannen en/of overeenstemming met bewoners mogelijk flexibeler gewijzigd worden. Als alternatief is het mogelijk om in een kort, voorafgaand veldbezoek de werkelijke diepte en functie van de boomholtes te onderzoeken met behulp van een ladder, zaklantaarn en endoscoop. Het is wel mogelijk dat hetzelfde bovengenoemde advies vooralsnog geldt en nader onderzoek vooralsnog nodig is.
Effecten op overige broedvogels kunnen worden uitgesloten, mits de werkzaamheden plaatsvinden buiten het broedseizoen (maart-september). Om te voorkomen dat steenmarter zich in het schoolgebouw verblijven, wordt er aangeraden om de sloop van het schoolgebouw niet tussentijds over langere periodes te pauzeren en tijdelijke ruines over te laten. Voor alle overige soorten geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk, wordt voorkomen. Dit kan bereikt worden door voorafgaand de werkzaamheden de haagstructuren te controleren op egels en overwinterende amfibieën en deze voorzichtig te verplaatsen.
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
18 van 19
4.
LITERATUUR EN BRONNEN • • • • • • • • •
BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0 juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0 juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus. Versie 1.0 juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Watervleermuis Myotis daubentonii. Versie 1.0 juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, Versie 1.0 juli 2017. BIJ12, 2022. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, Versie 2.0 juni 2022. BIJ12, 2022. Kennisdocument Poelkikker Rana Lessonae, Versie 1.0 juni 2017. Dietz, C., Kiefer, Andreas (2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. KNNV Uitgeverij Zeist. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), geraadpleegd januari 2023.
• • • • •
Websites www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.ravon.nl www.openstreetmap.org www.geoportaal.provinciegroningen.nl
QuickScan Wet natuurbescherming Schoolstraat 8 - Marum | Eindversie | 20221976
19 van 19