Bijlage 2.3 Toelichting Bijlage 3 Vooroverlegreacties
Tekst van het document
) < maandag 2 oktober 2023 16:50
Van:
Verzonden: Aan: Onderwerp:
RE: Toesturen herziening bestemmingsplan buitengebied gemeente Westerkwartier
U ontvangt niet vaak e-mail van
Beste
Meer informatie over waarom dit belangrijk is
,
Wij danken u voor de toezending van de stukken.
Het ontwerp geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Met vriendelijke groet, Senior Adviseur Omgevingsmanagement Noord/Zuid E: M:
Van: )< . Verzonden: maandag 2 oktober 2023 13:26 Aan: Alg. Postbus RO < Onderwerp: FW: Toesturen herziening bestemmingsplan buitengebied gemeente W sterkwartier Van: < Verzonden: maandag 2 oktober 2023 12:30 Onderwerp: Toesturen herziening bestemmingsplan buitengebied gemeente Westerkwartier U ontvangt niet vaak e-mail van
Meer informatie over waarom dit belangrijk is
B ste overlegpartner, Hierbij stuur ik u de stukken toe voor de herziening van het bestemmingsplan buitengebied in de gemeente Westerkwartier. De huidige bestemmingsplannen van de voormalige gemeenten Grootegast, Leek, Marum, Winsum en Zuidhorn zullen naast deze herziening blijven bestaan. De herziening moet ervoor zorgen dat in het buitengebied van de gemeente W sterkwartier dezelfde regels van toepassing worden. Gezien onze strakke planning, het bestemmingsplan moet nog voor 1 januari 2024 ter inzage worden gelegd, willen wij u vragen om uw reactie op het plan uiterlijk 14 nov mber 2023 naar ons toe te sturen. De stukken zijn te downloaden via de volgende link:
https://fileshare.westerkwartier.nl/sharing/VAl8mWF04 Wachtwoord: Let op: de link is 1 week geldig! Graag ontvangen wij van u een bevestiging dat u de stukken in goed orde heeft ontvangen. Heeft u vragen? Neem dan contact op met van de gemeente Westerkwartier via buitengebied@westerkwartier.nl of .
1
Met vriendelijke groet,
Beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling Team Buitengebied Postadres: Postbus 100 9350 AC Leek
Tel.
www.westerkwartier.nl
0900
Werklocatie: Hooiweg 9 9801 AJ Zuidhorn
Westerkwartier
Denk aan het milieu voordat u dit bericht print!
This communication is intended only for use by the addressee. It may contain confidential or privileged Information. If you receive this communication unintentionally, please let us know by replying immediately. N.V. Nederlandse Gasunie does not guarantee that the information sent with this E-mail is correct and does not accept any liability for damages related thereto.
< donderdag 12 oktober 2023 13:49
Van:
Verzonden: Aan: Onderwerp:
vragen betreft herziening buitengebied gemeente Westerkwartier
Opvolgingsvlag: Vlagstatus:
Opvolgen Met vlag
U ontvangt niet vaak e-mail van
Geachte
Meer informatie over waarom dit belangrijk is
,
Op 2 oktober 2023 heeft de veiligheidsregio Groningen uw kennisgeving ontvangen met betrekking tot uw verzoek om een overlegreactie die betrekking heeft op de herziening van het bestemmingsplan buitengebied in de gemeente Westerkwartier. Dit in het kader van vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hierbij stelt u Veiligheidsregio Groningen in de gelegenheid tot het uitbrengen van advies.
Met betrekking tot de toegestuurde documenten hebben wij nog enkele opmerkingen en vragen over de veiligheidszones. In het document Toelichting harmonisering Buitengebied Westerkwartier” wordt het volgende aangegeven:
Planologische regelgeving In onderhavig plan worden de zones langs provinciale transportroutes (veiligheidszone 3) beschermd middels de aanduiding \'eiilghie)d s;z:one - vervoer gevaarljke stoffen De voor v,e)llgiheidls;z:one - vervoer gevaarlijke stoffen' aangeduide gronden z jn mede bestemd voor het tegengaan van de bouw van nieuwe objecten en het gebruik van bestaande objecten ten behoeve van minder zelfredzame personen. - In het document IMRO, hoofdstuk 75.10.2 wordt er gesproken over ‘ veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen’
75.10.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding ' veliigheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen’ gelden de volgende regels: a. er mogen geen kwetsbare objecten worden gebouwd; b. de bouw van beperkt kwetsbare objecten is toegestaan, mits: 1. er sprake is van zwaarwegende maatschappelijke, economische en/of planologische redenen; 2. is aangetoond dat er hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen; 3. de leidingbeheerder om advies is gevraagd. Met deze uitwerking wordt de bouw van alle kwetsbare gebouwen uitgesloten binnen 30 meter van de provinciale wegen. Dat is niet een correcte uitwerking van de regels in de POV Veiligheidszone 3. Opstellers van het bestemmingsplan interpreteren de provinciale regel niet correct.
Provinciale verordening: Artikel 2.23.4 Veiligheidszone rondom wegen en spoorwegen in verband met de bescherming van minder zelfredzame personen Een bestemmingsplan voorziet niet in de bouw van nieuwe objecten of het gebruik van bestaande objecten voor minder zelfredzame personen binnen de op kaart 3 aangegeven ' v^eliigheidsz^one 3 transport'. Aan dit artikel moet de volgende lezing gegeven worden. Een bestemmingsplan voorziet niet in: • de bouw van nieuwe objecten voor minder zelfredzame personen, en het gebruik van bestaande objecten voor minder zelfredzame personen • binnen de op kaart 3 aangegeven ' veliigheidsz^one 3 transport' -
In het document IMRO, hoofdstuk 75.10.4 b wordt er aangegeven dat burgermeester en wethouders het plan kunnen wijzigen in die zin staat dat:
1
“ b. de aanduiding ^veilg/hedlszone - vervoer gevaarljke stoffen’ wordt gew jzigd (verkleind), mits door maatregelen de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar is gereduceerd. ” Naar ons inzien heeft de gemeente niet de bevoegdheid om deze zone aan te passen. Tevens lijkt hier sprake van een verwarring met POV Veiligheidszone 1.
Risicovolle inrichtingen zijn enkel uitgesloten in artikelen 13 en 18 van de regels. Ook binnen andere bestemmingen zijn risicovolle activiteiten mogelijk te voorzien. We adviseren deze regel terug te laten komen in alle relevante bestemmingen of in de algemene regels nieuwe risicovolle inrichtingen uit te sluiten. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Indien u naar aanleiding van deze mail nog vragen heeft, kunt u natuurlijk contact met mij opnemen.
Met vriendelijke groet,
Veiligheidsconsultant Omgevingsveiligheid
T: E:
Postbus 66 | 9700 AB Groningen
Bezoekadres: Sontweg 10 | Groningen Dit e-mailbericht is alleen bestemd voor de geadresseerde(n). Als dit bericht niet voor u is bedoeld, wordt u vriendelijk verzocht de afzender hiervan op de hoogte te stellen door het bericht te retourneren en de inhoud niet te gebruiken. Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend.
Waterschap NOORDERZIJLVEST
Z0294309491
Gemeente Westerkwartier Postbus 100 9350 AC LEEK Groningen Ons kenmerk Contactpersoon Uw e-mail van Uw kenmerk Bijlage(n)
19 oktober 2023 Z/23/065202 2 oktober 2023 -
Onderwerp: Bestemmingsplan Harmonisatie buitengebied gemeente Westerkwartier
Geachte
,
Van u ontvingen wij bovengenoemd bestemmingsplan met het verzoek om een vooroverlegreactie. Graag voldoen wij aan uw verzoek. Hierbij ontvangt u onze reactie.
Instemming Waterschap Noorderzijlvest kan instemmen met deze herziening. De aanpassingen hebben geen negatieve gevolgen voor het (afval)watersysteem en brengen geen opgaves of uitwerkingen met zich mee. Vragen? Hebt u hierover nog vragen? Neemt u gerust contact op met , e-mailadres
, telefoonnummer
Met vriendelijke groet, Namens het dagelijks bestuur van het waterschap Noorderzijlvest:
, directeur Watersystemen en Waterveiligheid
E-mail: info@noorderzijlvest.nl
Stedumermaar 1
Postbus 18
9735 AC Groningen
9700 AA Groningen
Internet: www.noorderzijlvest.nl
Telefoon: (050) 304 89 11
Fax: (050) 304 82 26
Twitter: @noorderzijlvest
BTW-identificatienummer: NL8081.74.071.B.01
KvK-nummer: 50130994
Banknummer:
BIC: NWABNL2G
W j gebruiken uw persoonsgegevens alleen voor het uitvoeren van onze taken. Meer informatie kunt u vinden op www.noorderz jlvest.nl/privacyverklaring.
< maandag 30 oktober 2023 13:44 Buitengebied | Gemeente Westerkwartier
Van: Verzonden: Aan: CC:
[wetterskip 502140-545809] Reactie ruimtelijk plan ' Herziening bestemmingsplan buitengebied gemeente Westerkwartier'
Onderwerp:
Sommige personen die dit bericht hebben ontvangen, ontvangen niet vaak e-mail van over waarom dit belangrijk is
Meer informatie
Beste, Op 02-10-2023 hebben wij ' Herziening bestemmingsplan buitengebied gemeente Westerkwartier' ter inzage gekregen, waarvoor onze dank. Wij zien op het moment geen reden tot het maken van op- en/of aanmerkingen en stemmen in met het onderdeel ‘ Water
Mochten er nog vragen zijn, vernemen wij het graag. Met vriendelijke groet,
Gebiedsadviseur Wetterskip Fryslan T
| E
|
Wetterskip Fryslan Postbus 36, 8900 AA Leeuwarden www.wetterskipfryslan.nl
WETTERSKIP
? FRYSLAN
Denk aan het milieu voordat u dit bericht print. Dit bericht is alleen bestemd voor de geadresseerden. Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend.
1
Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier Postbus 100 9350 AC LEEK
Datum Documentnr. Dossiernummer Behandeld door Telefoonnr. E-mailadres Antwoord op Onderwerp
20 november 2023 2023-128645 K56788
uw mail van 2 oktober 2023 Vooroverlegreactie op het bestemmingsplan ' Herziening buitengebied Westerkwartier'
Geacht college, Op 2 oktober 2023 heeft u het bestemmingsplan ' Herziening buitengebied Westerkwartier' aan de provincie Groningen voor overleg toegezonden.
Het kader voor de beoordeling van bestemmingsplannen is de provinciale Omgevingsvisie en de in de Omgevingsverordening provincie Groningen 2016 (hierna: verordening) opgenomen instructieregels. Deze regels hebben tot doel om de doorwerking van het provinciaal beleid in gemeentelijke ruimtelijke besluiten te borgen. Het bestemmingsplan regelt de harmonisatie en herziening van de bestemmingsplannen omtrent het buitengebied van de voormalige gemeenten Grootegast, Leek, Marum en Zuidhorn tot één bestemmingsplan. Het voorontwerp-bestemmingplan geeft de provincie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen.
OPMERKINGEN TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN
Karakteristieke en beeldbepalende gebouwen In paragraaf 2.2 van de toelichting worden de karakteristieke en beeldbepalende gebouwen uiteengezet. In deze paragraaf wordt aandacht besteedt aan artikel 2.9.1 van de verordening en in het bestemmingsplan regels gesteld ter bescherming van de beeldbepalende gebouwen en/of karakteristieke bebouwing in het buitengebied
van de gemeente Westerkwartier. De provincie neemt kennis van het feit dat er voor de voormalige gemeente Marum en een deel van de voormalige gemeente Winsum (kernen en buitengebied van de dorpen Garnwerd, Feerwerd en Ezinge) nog geen regels zijn opgesteld. De provincie ziet deze op een later tijdstip met belangstelling tegemoet.
Martinikerkhof 12 9712 JG Groningen
Sint Jansstraat 4 9712 JN Groningen
Postbus 610 9700 AP Groningen
Telefoon 050 316 4911
www.provinciegroningen.n nfo@provinciegroningen.n
De provincie Groningen werkt volgens normen die zijn vastgelegd in een handvest voor dienstverlening. Dit handvest vindt u op onze website of kunt u opvragen bij de afdeling Bestuur, Juridische Zaken & Communicatie: 050 3164160. BTW: NL0019.32.822.B01 / KvK: 1182023 / IBAN: NL84 ABNA 0446 0456 91 / BIC: ABNANL2A
Vrijgekomen gebouwen In paragraaf 2.3 van de toelichting wordt de regeling 'vrijgekomen gebouwen' uiteengezet. De regeling 'vrijgekomen gebouwen' wordt gebaseerd op artikel 2.13.2 van de verordening. In deze regeling wordt terecht verwezen naar artikel 2.13.2 sub a van de verordening waarin wordt bepaald dat de functie wonen slechts is toegestaan in het hoofdgebouw of in een bij het hoofdgebouw behorend karakteristiek of beeldbepalend gebouw en het toevoegen van de woning past in een woonvisie als bedoelt in artikel 2.15.1 van de verordening.
Echter dient er op basis van artikel 2.13.2 van de verordening ook nog in het bestemmingsplan te worden opgenomen dat: Sub b: Geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf. Sub c: Bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn. Sub d: De mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt. Sub e: De mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt.
Ik verzoek u om de resterende bepalingen van artikel 2.13.2 van de verordening alsnog toe te voegen aan de toelichting en planregels van het bestemmingsplan.
Ruimte-voor-ruimte regeling In paragraaf 2.4 van de toelichting wordt aangegeven dat er drie mogelijkheden zijn om vrijgekomen bebouwing te slopen en hiervoor één of meerdere woningen voor terug te plaatsen. Ten onrechte wordt in de toelichting van het bestemmingsplan aangegeven dat sub a uit de toelichting uiteengezette algemene wijzigingsbevoegdheid alleen geldt voor vervanging van woningen. Artikel 2.13.4 van de verordening bepaalt namelijk dat het afbreken van 750m2 bebouwing ook een deel van een stal kan zijn, waardoor de voormalig bedrijfswoning als reguliere woning kan blijven bestaan. Het gevolg hiervan is dat er netto één woning wordt toegevoegd aan het woningaantal, en dus getoetst dient te worden aan de regionale woonvisie. Ik verzoek u om hiermee rekening te houden in het bestemmingsplan en daarbij artikel 2.13.4 sub a van de verordening toe te voegen aan het bestemmingsplan.
Houtsingelhoofdstructuur Zuidelijk Westerkwartier In paragraaf 2.7 van de toelichting wordt de Houtsingelhoofdstructuur Zuidelijk Westerkwartier uiteengezet. Voor de Houtsingelhoofdstructuur Zuidelijk Westerkwartier zijn ambtelijke afspraken gemaakt tussen de provincie Groningen en de gemeente Westerkwartier omtrent de interpretatie van artikel 2.55.1 van de verordening, de uiteenzetting in de toelichting, de opzet van het toetsingskader in de planregels en de in de bijlage bijgevoegde spelregels 'Visie en spelregels houtsingelhoofdstructuur Zuidelijk Westerkwartier'. Volledigheidshalve verwijs ik naar deze gemaakte afspraken.
Agroforestry In paragraaf 2.13 van de toelichting wordt 'agroforestry' uiteengezet. De gemeente Westerkwartier wil onder bepaalde voorwaarden agroforestry toestaan in het buitengebied. Dit wordt mogelijk gemaakt in de bestemmingen 'Agrarisch' en 'agrarisch met waarden - Natuur' middels een afwijkingsbevoegdheid. Agroforestry in het buitengebied valt onder de aanleg van bos en houtteelt van artikel 2.60.1 van de verordening. Hierin zijn de volgende criteria opgenomen:
1.
2.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied kan voorzien in de aanleg van bos mits: a. per saldo geen afbreuk wordt gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden; b. de aanleg van bos past in een - op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie; en c. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van landschapsarchitectuur. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan niet voorzien in de aanleg van bos of houtteelt voor zover het bestemmingsplan betrekking heeft op zones rond wierden, essen en esgehuchten of grootschalig open gebieden als aangegeven op kaart 7 en in de artikelen 2.51, 2.52.1, 2.52.2 en 2.53.2.
Ik verzoek u om de toelichting van het bestemmingsplan evenals artikel 3.6.1 sub b en artikel 12.5.1 van het bestemmingsplan (bestemming agrarisch en agrarisch met waarden - Natuur) hierop aan te passen.
OPMERKINGEN BESTEMMINGSPLANREGELS
Uitleg opmerkingen De opbouw van de overlegreactie is per artikelbepaling uiteengezet. Dit betekent dat er per artikel opmerkingen wordt gemaakt en niet per onderwerp. Hierdoor zijn sommige opmerkingen hetzelfde, maar gelden voor een ander artikel. Voor een aantal artikelen wordt verwezen naar opmerkingen die zijn gemaakt bij de toelichting.
Algemeen - Van toepassing verklaring In paragraaf 1.2 van de toelichting wordt de van toepassingsverklaring uiteengezet. Deze van toepassingsverklaring dient in ieder geval in de planregels te worden opgenomen. Dat is nu niet het geval. Een dergelijke bepaling zou kunnen zijn:
a) de regels van dit bestemmingsplan z^jn van toepassing op alle bestemmingsplannen die ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan in werking waren. In de bijlage is een Ijst opgenomen van de geldende ruimtelijke plannen; b) de regels zijn aanvullend voor zover de regeling nog niet in de bestemmingsplannen zoals bedoeld in lid a is geregeld; c) de regels zijn vervangend voor zover er reeds een bestaande regeling betreft in de bestemmingsplannen zoals bedoeld in lid a;
Ik adviseer u om deze bepaling alsnog op te nemen in de regels van het bestemmingsplan en daarbij te verwijzen naar de bijlage met de lijst van geldende plannen.
Artikel 1.58 bestemmingsplan 'Herziening buitengebied' In artikel 1.58 van het bestemmingsplan wordt de definitie van intensieve veehouderij uiteengezet. Deze definitie is in grote lijnen opgesteld met de definitie uit de verordening. Echter is hier de bepaling 'en met uitzondering van het houden van leghennen volgens het 'vrije-uitloopsysteem' aan toegevoegd. Dit is in strijd met artikel 2.25 sub L van de verordening. Ik verzoek u daarom om artikel 1.58 van het bestemmingsplan aan te passen aan de verordening.
Artikel 3 Agrarisch Artikel 3.6 sub b - 'Afwijken van de gebruiksregels' Conform paragraaf 'Agroforestry' van deze brief aanpassen aan de verordening. Artikel 3.7 - 'Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' In artikel 3.7 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen. Artikel 3.8 'Wijzigingsbevoegdheid' In artikel 2.8.1 sub a van het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van het creeeren van een nieuw agrarisch bouwperceel. Voor deze wijzigingsbevoegdheid is rekening gehouden met artikel 2.26.2 van de verordening. Hierbij is echter geen rekening gehouden met artikel 2.26.2 lid 3 van de verordening waarin de maximum oppervlakte is geregeld. Ik verzoek u om lid 3 alsnog toe te voegen aan de wijzigingsbevoegdheid.
Artikel 4 Agrarisch - Agrarisch bedrijf Artikel 4.4 'Afwijken van de bouwregels' In artikel 4.4.1 sub d van het bestemmingsplan wordt gesproken over een afwijkingsmogelijkheid ten behoeve van teelt ondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000m2. Ik wijs u erop dat artikel 2.27.1 van de verordening bepaalt dat er geen nieuwe glastuinbouwbedrijven in het buitengebied mogen vestigen. In de afwijkingsmogelijkheid van artikel 4.4.1 sub d van het bestemmingsplan dient daarom
aangegeven te worden dat nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot teelt ondersteunende kassen alleen mogelijk zijn mits hier sprake is van een ondergeschiktheid ten opzichte van het agrarische bedrijf.
Artikel 4.6 'Afwijken van de gebruiksregels' In artikel 4.6.1 sub c van het bestemmingsplan wordt de mogelijkheid geboden om af te wijken van het bestemmingsplan ren behoeve van het vergisten van mest en het verhandelen van de daarbij vrijgekomen energie. Op deze afwijkingsbevoegdheid is artikel 2.43 van de verordening van toepassing. Artikel 2.43 bepaalt dat er sprake dient te zijn van een 'bedrijfseigen activiteit'. Uit het bestemmingsplan (artikel 4.6.1 sub c onder 1 punt 2) blijkt niet hoe het agrarisch bedrijf, welke aangevoerde mest geproduceerd door derden EN van derden afkomstige cosubstraten toevoegt, valt onder het begrip 'bedrijfseigen activiteit'. Ik verzoek u hierop een verduidelijking in het bestemmingsplan op te nemen. Artikel 4.7 - 'Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' In artikel 4.7 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 5 Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1 Artikel 5.4 'Afwijken van de bouwregels' In artikel 5.4.1 sub d van het bestemmingsplan wordt gesproken over een afwijkingsmogelijkheid ten behoeve van teelt ondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000m2. Ik wijs u erop dat artikel 2.27.1 van de verordening bepaalt dat er geen nieuwe glastuinbouwbedrijven in het buitengebied mogen vestigen. In de afwijkingsmogelijkheid van artikel 5.4.1 sub d van het bestemmingsplan dient daarom aangegeven te worden dat nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot teelt ondersteunende kassen alleen mogelijk zijn mits hier sprake is van een ondergeschiktheid ten opzichte van het agrarische bedrijf. Artikel 5.7 - 'Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' In artikel 5.7 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 6 Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2 Artikel 6.4 'Afwijken van de bouwregels' In artikel 6.4.1 sub d van het bestemmingsplan wordt gesproken over een afwijkingsmogelijkheid ten behoeve van teelt ondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000m2. Ik wijs u erop dat artikel 2.27.1 van de verordening bepaalt dat er geen nieuwe glastuinbouwbedrijven in het buitengebied mogen vestigen. In de afwijkingsmogelijkheid van artikel 6.4.1 sub d van het bestemmingsplan dient daarom aangegeven te worden dat nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot teelt ondersteunende kassen alleen mogelijk zijn mits hier sprake is van een ondergeschiktheid ten opzichte van het agrarische bedrijf. Artikel 6.7 - 'Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' In artikel 6.7 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 7 Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3 Artikel 7.4 'Afwijken van de bouwregels' In artikel 7.4.1 sub d van het bestemmingsplan wordt gesproken over een afwijkingsmogelijkheid ten behoeve van teelt ondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000m2. Ik wijs u erop dat artikel 2.27.1 van de verordening bepaalt dat er geen nieuwe glastuinbouwbedrijven in het buitengebied
mogen vestigen. In de afwijkingsmogelijkheid van artikel 7.4.1 sub d van het bestemmingsplan dient daarom aangegeven te worden dat nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot teelt ondersteunende kassen alleen mogelijk zijn mits hier sprake is van een ondergeschiktheid ten opzichte van het agrarische bedrijf.
Artikel 7.7 - 'Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' In artikel 7.7 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 8 Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4 Artikel 8.4 'Afwijken van de bouwregels' In artikel 8.4.1 sub d van het bestemmingsplan wordt gesproken over een afwijkingsmogelijkheid ten behoeve van teelt ondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000m2. Ik wijs u erop dat artikel 2.27.1 van de verordening bepaalt dat er geen nieuwe glastuinbouwbedrijven in het buitengebied mogen vestigen. In de afwijkingsmogelijkheid van artikel 8.4.1 sub d van het bestemmingsplan dient daarom aangegeven te worden dat nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot teelt ondersteunende kassen alleen mogelijk zijn mits hier sprake is van een ondergeschiktheid ten opzichte van het agrarische bedrijf. Artikel 8.7 - 'Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' In artikel 8.7 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 9 Agrarisch - Fruitteelt Artikel 9.4 'Afwijken van de bouwregels' In artikel 9.4.1 sub d van het bestemmingsplan wordt gesproken over een afwijkingsmogelijkheid ten behoeve van teelt ondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000m2. Ik wijs u erop dat artikel 2.27.1 van de verordening bepaalt dat er geen nieuwe glastuinbouwbedrijven in het buitengebied mogen vestigen. In de afwijkingsmogelijkheid van artikel 9.4.1 sub d van het bestemmingsplan dient daarom aangegeven te worden dat nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot teelt ondersteunende kassen alleen mogelijk zijn mits hier sprake is van een ondergeschiktheid ten opzichte van het agrarische bedrijf. Artikel 9.7 - 'Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' In artikel 9.7 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 10 Agrarisch - Kwekerij Artikel 10.4 'Afwijken van de bouwregels' In artikel 10.4.1 sub d van het bestemmingsplan wordt gesproken over een afwijkingsmogelijkheid ten behoeve van teelt ondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000m2. Ik wijs u erop dat artikel 2.27.1 van de verordening bepaalt dat er geen nieuwe glastuinbouwbedrijven in het buitengebied mogen vestigen. In de afwijkingsmogelijkheid van artikel 10.4.1 sub d van het bestemmingsplan dient daarom aangegeven te worden dat nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot teelt ondersteunende kassen alleen mogelijk zijn mits hier sprake is van een ondergeschiktheid ten opzichte van het agrarische bedrijf.
Artikel 10.7 - 'Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' In artikel 10.7 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 11 Agrarisch - Paardenhouderij Artikel 11.6 - 'Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' In artikel 11.6 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 12 Agrarisch met waarden - Natuur Artikel 12.5 Agrarisch met waarden - Natuur Conform paragraaf 'Agroforestry' van deze brief aanpassen aan de verordening. Artikel 12.6 - 'Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' In artikel 12.6 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 18 Bedrijf - Opslag In artikel 18.1 van het bestemmingsplan staat 'Lietsweg 9' nog aangeduid als sloopbedrijf. Mits de recente ontwikkelingen van de perceelsplitsing doorgaan, dient deze aanduiding op dit adres te worden verwijderd. Daarnaast dient artikel 18 van het bestemmingsplan rekening te houden met artikel 2.22.3 van de verordening. Hierin worden regels gesteld voor de opslag van afvalstoffen buiten gebouwen.
Artikel 48 Waarde - Archeologie 2 In artikel 48 van het bestemmingsplan is geen oppervlaktebegrenzing opgenomen die leidt tot het verplicht doen van archeologisch onderzoek. Ik verzoek u om deze alsnog op te nemen in artikel 48 van het bestemmingsplan.
Artikel 49 Waarde - Archeologie 3 In artikel 49 van het bestemmingsplan is geen oppervlaktebegrenzing opgenomen die leidt tot het verplicht doen van archeologisch onderzoek. Ik verzoek u om deze alsnog op te nemen in artikel 49 van het bestemmingsplan.
Artikel 50 Waarde - Archeologie 4 In artikel 50 van het bestemmingsplan is geen oppervlaktebegrenzing opgenomen die leidt tot het verplicht doen van archeologisch onderzoek. Ik verzoek u om deze alsnog op te nemen in artikel 50 van het bestemmingsplan.
Artikel 51 Waarde - Archeologie 5 In artikel 51 van het bestemmingsplan is geen oppervlaktebegrenzing opgenomen die leidt tot het verplicht doen van archeologisch onderzoek. Ik verzoek u om deze alsnog op te nemen in artikel 51 van het bestemmingsplan.
Artikel 52 Waarde - Archeologie 6 In artikel 52 van het bestemmingsplan is geen oppervlaktebegrenzing opgenomen die leidt tot het verplicht doen van archeologisch onderzoek. Ik verzoek u om deze alsnog op te nemen in artikel 52 van het bestemmingsplan.
Artikel 58 Waarde - Houtsingelreservaat In artikel 58.4 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 62 Waarde - Natuur en Landschap In artikel 62.3 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 63 Waarde - Open gebied In artikel 63.3 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 64 Waarde - Pinogruïne In artikel 64.3 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 65 Waarde - Reliëf In artikel 65.2 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 67 Waarde - Verkaveling In artikel 67.2 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 68 Waarde - Wierde In artikel 68.3 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 75.2 Algemene aanduidingsregels - houtsingel In artikel 75.2 van het bestemmingsplan zijn regels omtrent de mogelijkheid tot een omgevingsvergunning voor het rooien en/of kappen van houtsingels opgenomen. Ik verzoek u om deze regels conform de ambtelijke gemaakte afspraken aan te passen.
Artikel 75.4 Milieuzone In artikel 75.4 van het bestemmingsplan wordt gesproken over gronden die bestemd zijn voor houtteelt en de aanleg van nieuw bos. Dit betreft twee verschillende onderwerpen.
Artikel 76.1.8 Vergroten vrijgekomen gebouwen In artikel 76.1.8 van het bestemmingsplan wordt de mogelijkheid geboden om vrijgekomen gebouwen te vergroten, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden voldoen aan artikel 2.13.3 van de verordening. Echter dient er op grond van artikel 2.13.6 van de verordening ook voorwaarden toe te worden gevoegd die de uitvoering van het erfinrichtingsplan waarborgen bij uitbreidingen van meer dan 20%. Ik verzoek u daarom om artikel 76.1.8 sub b en sub d van het bestemmingsplan te voorzien van regels die de borging van het erfinrichtingsplan conform artikel 2.13.6 van de verordening recht doen.
Hoogachtend,
Teamleider Ruimtelijke Ontwikkeling Domein Beleid
Reactie VO art 3.1.1. Bro provincie Groningen De provincie Groningen heeft in haar vooroverlegreactie diverse opmerkingen gemaakt. Hieronder worden deze opmerkingen samengevat weergegeven: 1. Vrijgekomen gebouwen In de toelichting van het bestemmingsplan wordt verwezen naar artikel 2.13.2, sub a, van de provinciale verordening. Echter moeten ook de regels van artikel 2.13.2 sub b tot en met e opgenomen worden in de toelichting en de planregels. 2. Ruimte-voor-ruimte regeling In de toelichting en planregels van het bestemmingsplan is artikel 2.13.4, sub a, van de provinciale verordening niet opgenomen, maar alleen artikel 2.13.4, sub b. Verzocht wordt de toelichting en regels hierop aan te passen. 3. Houtsingelhoofdstructuur Zuidelijk Westerkwartier De provincie verzoekt de gemeente om de ambtelijk gemaakte afspraken in het kader van de Houtsingelhoofdstructuur Zuidelijk Westerkwartier te verwerken in de toelichting, planregels en de bijgevoegde spelregels. 4. Agroforestry Agroforestry in het buitengebied valt onder de aanleg van bos en houtteelt zoals omschreven in artikel 2.60.1 van de provinciale verordening. In de toelichting en de regels van het bestemmingsplan wordt hier nu niet naar verwezen. Verzocht wordt om de regeling hierop aan te passen. 5. Algemeen – Van toepassing verklaring In paragraaf 1.2 van de planregels wordt de van toepassingsverklaring uiteengezet.
Deze verklaring moet ook in de planregels opgenomen worden. Verzocht wordt om een dergelijke bepaling op te nemen en te verwijzen naar de bijlage met de lijst van geldende plannen. 6. Artikel 1.59, definitie intensieve veehouderij In dit artikel wordt de definitie van een intensieve veehouderij uiteengezet. Aan deze definitie is ook de bepaling ‘en met uitzondering van het houden van leghennen volgens het ‘vrije-uitloopsysteem’’ aan toegevoegd. Dit is in strijd met artikel 2.25, sub l, van de provinciale verordening. Verzocht wordt om de definitie aan te passen conform de verordening. 7. Wijzigingsbevoegdheid nieuw agrarisch bouwperceel In artikel 3.8.1, sub a, van de planregels is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van het creëren van een nieuw agrarisch bouwperceel. Hierbij is geen rekening gehouden met artikel 2.26.2, lid 3, van de provinciale verordening waarin een maximum oppervlakte voor het bouwperceel is geregeld. Verzocht wordt om de regeling aan te passen conform de verordening.
8. Teeltondersteunende kassen en glastuinbedrijven In diverse artikelen is in een afwijking van de bouwregels opgenomen die het mogelijk maakt om teeltondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 2.000 m2 toe te staan. Op grond van artikel 2.27.1 van de provinciale verordening zijn geen nieuwe glastuinbouwbedrijven in het buitengebied toegestaan. In de afwijkingsmogelijkheden dient daarom te worden aangegeven dat nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot teeltondersteunende kassen alleen mogelijk zijn, mits hier sprake is van een ondergeschiktheid ten opzichte van het agrarische bedrijf. Verzocht wordt om de regeling aan te passen conform de provinciale verordening. 9. Artikel 4.6, vergisten van mest In artikel 4.6.1, sub c, van de planregels is een afwijking van de gebruiksregels opgenomen ten behoeve van het vergisten van mest en het verhandelen van de daarbij vrijgekomen energie. Hierbij is geen rekening gehouden met artikel 2.43 van de provinciale verordening. Uit het bestemmingsplan blijkt niet hoe het agrarisch bedrijf, welke aangevoerde mest geproduceerd door derden EN van derden afkomstige cosubstraten toevoegt valt onder het begrip ‘bedrijfseigen activiteit’. Verzocht wordt om een verduidelijking in het bestemmingsplan op te nemen. 10. Artikel 21, Bedrijf- Opslag Ad. 1 In artikel 18.1.
van de planregels wordt aangegeven dat er op het perceel Lietsweg 9 een sloopbedrijf aanwezig is. Wanneer de recente ontwikkeling van de perceelsplitsing doorgaat, dient deze aanduiding op dit adres te worden verwijderd. Ad. 2 In artikel 18 van de planregels dient rekening te worden gehouden met artikel 2.22.3 van de provinciale verordening. Hierin worden regels gesteld voor de opslag van afvalstoffen buiten gebouwen. 11. Artikelen 54 tot en met 58, Waarde - Archeologie In de artikelen rondom de bescherming van archeologische waarden is geen oppervlakte begrenzing opgenomen. Er wordt verzocht om dit alsnog op te nemen. 12. Artikel 82.1.8, vergroten vrijgekomen gebouwen In artikel 76.1.8 van de planregels wordt de mogelijkheid geboden om vrijgekomen gebouwen te vergroten, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. In deze regels is de borging van de uitvoering van het erfinrichtingsplan niet opgenomen. De provincie verzoekt om de regels aan te vullen conform artikel 2.13.6 van de provinciale verordening.
Reactie gemeente 1. Vrijgekomen gebouwen In de toelichting, paragraaf 2.3, en in de artikelen 4.8.2 / 5.8.2 / 6.8.2 / 7.8.2 / 8.8.2 / 9.8.2 / 10.8.2 / 11.8.2 / 12.7.2 / 13.7.2 / 15.7.2/ 17.6.2/ 24.5.2 / 26.5.2/ 27.6.2 / 35.8.2 wordt de regeling als volgt gewijzigd: 4.8.2 Voorwaarden wijziging wonen Toepassing van de in artikel 4.8.1 onder a genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend: 1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte; 2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid; 3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid; mits het toevoegen van nieuwe woningen past in een woonvisie; b. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf; c. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn; d. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt; e. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt; f.
na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 79.8 van toepassing. 2. Ruimte-voor-ruimte regeling In de toelichting, paragraaf 2.4, en in artikel 83.2 wordt de regeling als volgt gewijzigd: 83.2 Wijzigingsbevoegdheid Ruimte-voor-ruimte Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van: a. de mogelijkheid om een nieuwe woning te bouwen op een perceel waarop reeds een woning aanwezig is, mits: 1. de nieuwe woning de woning vervangt die vanwege de bouwkundige staat, oppervlakte of inwendige vorm niet geschikt is of redelijkerwijs niet geschikt kan worden gemaakt voor een wijze van gebruik die voldoet aan de geldende bouwkundige voorschriften of aan hedendaagse eisen op het gebied van wooncomfort; 2. de bestaande woning wordt gesloopt alsmede de bijbehorende bouwwerken voor zover deze in visueel landschappelijk opzicht niet bij de nieuwe woning passen; 3. de ruimtelijk relevante kenmerken van de nieuwe bebouwing, zoals onder meer bepaald wordt door de schaal en maat, en de erfinrichting, passen in het voor het betrokken gebied kenmerkende landschaps- en bebouwingsbeeld;
4. over de ruimtelijke inpassing van de nieuwe bebouwing advies wordt ingewonnen bij een onafhankelijke- of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur; b. de mogelijkheid om: 1. één woning te bouwen ter compensatie van de afbraak van 750 m2 voor hergebruik niet geschikte of geschikt te maken niet karakteristieke of beeldbepalende bebouwing; of 2. twee woningen op te richten ter compensatie van de afbraak van 2000 m2 voor hergebruik niet geschikte of geschikt te maken niet karakteristieke of beeldbepalende bebouwing; of 3. drie woningen op te richten ter compensatie van de afbraak van 3750 m² voor hergebruik niet geschikt of geschikt te maken niet karakteristieke of beeldbepalende bebouwing. Mits: 1. het toevoegen van nieuwe woningen past in de Woonvisie Westerkwartier; 2. de nieuw te bouwen woning of woningen wordt/worden gebouwd op het perceel waar de bebouwing wordt gesloopt, tenzij gemotiveerd wordt dat het bouwen van (een) woning(en) op deze locatie uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet aanvaardbaar is in welk geval op een andere locatie (een) woning(en) mag/mogen worden gebouwd; 3. de ruimtelijke kwaliteit door de sloop en vervangende nieuwbouw verbetert; 4.
de ruimtelijk relevante kenmerken van de nieuwe bebouwing, zoals onder meer bepaald wordt door de schaal en maat, en de erfinrichting, passen in het voor het betrokken gebied kenmerkende landschaps- en bebouwingsbeeld; 5. in het geval een nieuw te bouwen woning wordt gebouwd op het perceel waar de bebouwing wordt gesloopt, de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur; 6. in het geval een nieuw te bouwen woning wordt gebouwd op een andere locatie dan op het perceel waar de bebouwing wordt gesloopt, de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een bij provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur; 7. de betreffende gronden niet zijn gelegen binnen de op kaart 6 van de Omgevingsverordening Groningen aangegeven 'NNN-natuurgebieden', NNNbeheergebieden’, 'NNN-beheer aanpassingsgebied', 'NNN-natuur aanpassingsgebied', het 'Zoekgebied robuuste verbindingszone' of de 'bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland'. Na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing. 3. Houtsingelhoofdstructuur Zuidelijk Westerkwartier De ambtelijk gemaakte afspraken zijn verwerkt in de toelichting, planregels en de spelregels (bijlage 4 bij de regels).
4. Agroforestry In de toelichting, paragraaf 2.13, en in de artikelen 3.6.1, 4.6.1, en 14.5.1 wordt de regeling als volgt gewijzigd: 3.6.1 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in: b. artikel 3.1 ten behoeve van bos en/of natuurelementen, voedselbossen en agroforestry, mits: 1. per saldo geen afbreuk wordt gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden; 2. de aanleg past in een - op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie; 3. er een historische analyse en landschappelijke analyse wordt ingediend en akkoord wordt bevonden; en 4. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van landschapsarchitectuur. c. de aanleg van bos en/of natuurelementen, voedselbossen en agroforestry is niet mogelijk voor zover het gronden betreffen rondom wierden, essen en esgehuchten of grootschalig open gebieden als aangegeven op kaart 7 en in de artikelen 2.51, 2.52.1, 2.52.2 en 2.53.2. van de provinciale omgevingsverordening; 5. Algemeen – Van toepassing verklaring Voor de inleidende regels wordt een ‘Van toepassing verklaring toegevoegd’. De uitleg van dit begrip luidt als volgt: a.
de regels van dit bestemmingsplan zijn van toepassing op alle bestemmingsplannen die ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan in werking waren. In de bijlage is een lijst opgenomen van de geldende ruimtelijke plannen; b. de regels zijn aanvullend voor zover de regeling nog niet in de bestemmingsplannen zoals bedoeld in lid a is geregeld; c. de regels zijn vervangend voor zover er reeds een bestaande regeling betreft in de bestemmingsplannen zoals bedoeld in lid a. 6. Artikel 1.59, definitie intensieve veehouderij De definitie van een intensieve veehouderij wordt aangepast conform de verordening, met uitzondering van het gedeelte rondom pelsdieren. Intensieve veehouderij = agrarische bedrijfsvoering, zelfstandig of als neventak, gericht op het geheel of nagenoeg geheel in gebouwen houden van varkens, pluimvee, vleeskalveren en vleesstieren, met uitzondering van het biologisch houden van dieren overeenkomstig de geldende biologische regelgeving.
7. Wijzigingsbevoegdheid nieuw agrarisch bouwperceel De regeling in artikel 3.8.1, sub a, welke ziet op het creëren van een nieuw agrarisch bouwperceel wordt aangepast conform de provinciale verordening. Deze regeling is ook opgenomen in de artikelen 12.7.1, sub b, 13.7.1, sub b en 35.8.1, sub b en wordt derhalve ook gewijzigd. 3.8.1 Wijziging Burgemeester en wethouders kunnen: a. de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in een agrarische bedrijfsbestemming indien en voor zover: 1. wijziging plaatsvindt ten behoeve van de uitplaatsing van een bestaand bedrijf uit het Natuurnetwerk Nederland in de provincie of de bestaande bedrijfsvoering aantoonbaar niet kan voldoen aan actuele wettelijke milieu-hygiënische normen of omdat de bedrijfsvoering op de oorspronkelijke vestigingslocatie aantoonbaar ernstige overlast veroorzaakt, die niet op een andere manier kan worden tegengegaan of vanwege een actuele stedelijke ontwikkeling, of aanleg van infrastructuur binnen de provincie Groningen, dan wel het Besluit externe veiligheid buisleidingen continuering van de bedrijfsvoering in de weg staat, of op basis van een door Gedeputeerde Staten vastgestelde specifieke taakstelling tot inplaatsing van agrarische bedrijven, mits: ▪ in de plantoelichting is gemotiveerd dat redelijkerwijs geen gebruik kan worden gemaakt van een bestaand agrarisch bouwperceel gelegen in de nabijheid van de bij het
bedrijf in gebruik zijnde gronden; ▪ is verzekerd dat het bestemmingsvlak van waaruit de verplaatsing plaatsvindt niet opnieuw kan worden gebruikt ten behoeve van een agrarisch bedrijf; ▪ de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie Groningen werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur; 2. aan de omvang, situering en vormgeving van de nieuwe agrarische bedrijfslocatie een erfinrichtingsplan ten grondslag ligt, waarbij in ieder geval rekening is gehouden met de aspecten die zijn genoemd in artikel 83.3.1; 3. het nieuwe agrarisch bouwperceel bedoeld in het eerste lid kan niet groter zijn dan 2 hectare. 4. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch'.
8. Teeltondersteunende kassen en glastuinbedrijven De regelingen rondom teeltondersteunende kassen glastuinbouwbedrijven is aangepast conform de provinciale verordening. Teeltondersteunende kassen - In de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 is een regeling rondom teeltondersteunende kassen opgenomen. - In de bouwregels is het volgende opgenomen: 4.2.1 Gebouwen a. teeltondersteunende kassen mogen uitsluitend worden gebouwd indien en voor zover de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m2 en het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch. - De bepaling in artikel 4.2.1, sub c, moet eruit worden gehaald. - In de afwijking van de bouwregels is het volgende opgenomen: 4.4 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van artikel 4.2.1, onder g, ten behoeve van teeltondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000 m2, indien en voor zover: 1. de gronden grenzen aan de bestemming 'Agrarisch'; 2. de oppervlakte noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering; 3. de situering van de kassen geen onevenredige afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de (aangrenzende) gronden; 4. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast. Glastuinbedrijven - In de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 moet in de gebruiksregels worden opgenomen dat alleen bestaande glastuinbouwbedrijven zijn toegestaan.
- In de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 artikelen moet in de bouwregels worden opgenomen dat de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van glastuinbouwbedrijven niet meer mag bedragen dan het bestaande oppervlak zoals aanwezig op 17 juni 2009. - In de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 artikelen moet de volgende afwijking van de bouwregels worden opgenomen: 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied kan voorzien in uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven met een percentage van maximaal 20% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied voorzien in uitbreiding met een percentage van maximaal 50% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009, als hiervoor de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur.
9. Artikel 4.6, vergisten van mest De regeling rondom het vergisten van mest en het verhandelen van de daarbij vrijgekomen energie is aangepast conform de provinciale verordening. In de artikelen 5.6.1, 6.6.1, 7.6.1, 8.6.1, 9.6.1, en 11.6.1 is een afwijkingsregeling rondom het vergisten van mest en het verhandelen van de daarbij vrijgekomen energie opgenomen. 5.6.1 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 5.5.1 onder b van het vergisten van mest en het verhandelen van de daarbij vrijkomende energie, mits: 1. sprake is van één van de volgende wijzen van mestvergisting: ▪ het bedrijf verwerkt in hoofdzaak eigen geproduceerde mest en voegt eigen en/of van derden afkomstige co-substraten toe. De co-vergiste mest wordt op tot het bedrijf behorende gronden gebruikt of naar derden afgevoerd; ▪ het bedrijf verwerkt aangevoerde mest geproduceerd door derden en voegt eigen en/of van derden afkomstige co-substraten toe. De co-vergiste mest wordt op de tot het bedrijf behorende gronden gebruikt; 2. de capaciteit van de installatie minder dan 100.000 kg per dag bedraagt; 3. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch'; 4. de vergistingsinstallatie qua bedrijfsactiviteit ondergeschikt is aan de hoofdbedrijfsactiviteit. 5. de installatie wordt opgericht binnen een bouwvlak; 6.
de infrastructurele ontsluiting van het bouwperceel is toereikend; 7. afstand tot burgerwoning bedraagt minimaal 100 meter. 10. Artikel 21, Bedrijf- Opslag Ad. 1 De daadwerkelijke procedure voor het perceel Lietsweg 9 is nog niet gestart. Het overleg hierover loopt nog. Omdat er voor dit perceel een aparte procedure zal worden opgestart, waartegen rechtsmiddelen open staan, nemen we de opmerking van de provincie niet over. Ad. 2 De bestemming ‘Bedrijf-Afval’ was niet opgenomen in het concept bestemmingsplan. Deze bestemming is alsnog toegevoegd in de planregels. Wij gaan ervan uit dat we hiermee voldoen aan de opmerking van de provincie. 11. Artikelen 54 tot en met 58, Waarde - Archeologie In alle artikelen is een oppervlaktebegrenzing opgenomen.
12. Artikel 82.1.8, vergroten vrijgekomen gebouwen De regeling rondom de aanleg en instandhouding van het erfinrichtingsplan is aangepast conform de verordening. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de bouwregels ten behoeve van: a. het vergroten van vrijgekomen gebouwen, mits: 1. de gezamenlijke oppervlakte met niet meer dan 20% toeneemt; 2. de ruimtelijk relevante kenmerken van de gebouwen passen in het aanwezige bebouwingsbeeld; b. het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen met een grotere oppervlakte dan 20% van de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen, mits 1. voor deze uitbreiding de maatwerkmethode is gevolgd onder begeleiding van een onafhankelijke of een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, waarbij rekening wordt gehouden met: ▪ de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur; ▪ de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande bebouwing; ▪ een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van gebouwen; ▪ het woon- een leefklimaat van direct omwonende, en; ▪ het aspect nachtelijke lichtuitstraling; 2. de bebouwing en de voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en/of aangelegd en; 3. de erfbeplanting wordt aangelegd en in stand gehouden conform het erfinrichtingsplan; c.
het oprichten van een of meer nieuwe bijbehorende bouwwerken, mits: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen met niet meer dan 20% toeneemt; 2. de ruimtelijk relevante kenmerken van de nieuwe bijgebouwen passen in het aanwezige bebouwingsbeeld; d. het oprichten van een of meer nieuwe bijbehorende bouwwerken met een grotere oppervlakte dan 20% van de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen, mits: 1. voor deze uitbreiding de maatwerkmethode is gevolgd onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, waarbij rekening wordt gehouden met: ▪ de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingstructuur; ▪ de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande bebouwing; ▪ een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de gebouwen; ▪ het woon- en leefklimaat van direct omwonende, en; ▪ het aspect nachtelijke lichtuitstraling. 2. de bebouwing en de voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en/of aangelegd en; 3. de erfbeplanting wordt aangelegd en in stand gehouden conform het erfinrichtingsplan.