Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
Tekst van het document
VASTGESTELD
BESTEMMINGSPLAN DRACHTSTERWEG, OPENDE
ORDITO.NL
BESTEMMINGSPLAN DRACHTSTERWEG, OPENDE GEMEENTE WESTERKWARTIER Planstatus
Vastgesteld
Datum
20 - 04 - 2022
Plan identificatie
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Auteur(s)
Rinaldo Konings, Cristian van Kuijk
Ordito b.v.
E
info@ordito.nl
Postbus 94
T
0161 801 022
5126 ZH
I
www.ordito.nl
Gilze
KVK
54811554
TOELICHTING
|1
1.
Inleiding
2
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerende bestemmingsplannen Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
2 2 3 4 4
2.
Bestaande situatie
5
2.1 2.2
Ligging in groter verband Bestaande situatie
5 6
3.
Planbeschrijving
8
3.1 3.2
Ruimtelijke ontwikkeling Verkeer en parkeren
8 9
4.
Beleidskader
11
4.1 4.2 4.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
11 13 17
5.
Omgevingsaspecten
20
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Externe veiligheid Geluidsaspecten Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Water
20 23 24 25 27 28 28 29 32
6.
Juridische aspecten
37
6.1 6.2 6.3
Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen
37 37 37
7.
Uitvoerbaarheid
39
7.1 7.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
39 39
Bijlagen: Bijlage 1: Ontwerp 4 woningen Drachtsterweg Bijlage 2: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek Bijlage 3: Proefsleuvenonderzoek Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5: Quickscan natuurwetgeving Bijlage 6: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 7: Watercompensatie Bijlage 8: Vormvrije M.E.R.-beoordeling
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|2
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is de wens om op het perceel aan de Drachtsterweg in Opende (gemeente Westerkwartier) een woningbouwontwikkeling voor vier vrijstaande woningen mogelijk te maken. Momenteel is het perceel in gebruik als weiland. Het perceel heeft in het vigerende bestemmingsplan Opende de bestemming ‘Agrarisch’. Om de bouw van de vier vrijstaande woningen mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden. Middels een bestemmingsplanprocedure wordt de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in het zuiden van Opende. De woonkern Opende maakt deel uit van de gemeente Westerkwartier. Opende is het meest westelijk gelegen dorp van de provincie Groningen. De voorgenomen woningen liggen aan de Drachtsterweg. De Drachtsterweg loopt enerzijds naar de Provincialeweg (N981) en anderzijds naar De Skieding (N358). De locatie wordt aan de noordzijde begrensd door De Akker en aan de oostzijde door de Drachtsterweg. De woning aan de Drachtsterweg 30 vormt de begrenzing aan de zuidzijde van het plangebied. De westzijde wordt begrensd door deels de woning aan De Akker 1 en deels door een weiland. Het perceel waar het plangebied onderdeel van uit maakt is kadastraal bekend als gemeente Grootegast, sectie F, perceelnummer 4284. Het plangebied telt een oppervlakte van 3.102 m2.
Ligging en begrenzing plangebied
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|3
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Opende’, vastgesteld op 27 november 2019. Op grond van dit bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 5’ en Waarde – Houtsingels.
Vigerend bestemmingsplan ‘Opende’
Agrarisch Alle gronden binnen het plangebied zijn bestemd als ‘Agrarisch’. Ter plaatse van het plangebied mogen geen gebouwen worden gebouwd. De stallen en schuren die legaal aanwezig zijn op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan of die op dat moment gebouwd worden, mogen worden gehandhaafd naar de omvang die zij op dat moment hadden. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,50 meter. Waarde – Archeologie 5 De voor ‘Waarde – Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 is een archeologisch (voor)onderzoek vereist, waarbij vastgesteld wordt dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn of de aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. Waarde – Houtsingels De voor ‘Waarde - Houtsingels’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de bescherming van
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|4
houtsingels. Het rooien van houtgewas en/of erfbeplanting is zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (omgevingsvergunning) verboden.
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: •
Planregels: In de planregels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en / of toegestaan is.
•
Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
•
Verbeelding: De verbeelding geeft het plangebied weer met desbetreffende bestemmingen en aanduidingen.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk twee van de toelichting wordt de bestaande situatie omschreven, met de ruimtelijke structuur van de omgeving. In het derde hoofdstuk wordt het plan beschreven. In het vierde hoofdstuk wordt het vigerend beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau besproken. Vervolgens komen in hoofdstuk vijf de omgevingsaspecten aan bod. Onder de omgevingsaspecten worden onder andere bodem- en luchtkwaliteit verstaan. In het zesde hoofdstuk worden de juridische aspecten toegelicht. Tenslotte wordt in hoofdstuk zeven de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|5
2.
BESTAANDE SITUATIE
In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Eerst wordt de ligging op grotere schaal toegelicht. Vervolgens wordt de bestaande situatie van het plangebied en worden de te onderscheiden vier gebieden toegelicht.
2.1
Ligging in groter verband
Opende ligt binnen het streekdorpenlandschap van het Westerkwartier. Het plangebied maakt deel uit van het Zuidelijk Westerkwartier. Dit landschapstype kent een karakteristieke opbouw met besloten, hoge ruggen (gasten) met houtsingels en daartussen open laagten. Op de zandruggen zijn de lintdorpen, waaronder Opende, ontstaan. De belangrijkste kenmerken zijn: • een gesloten tot half-open landschapsbeeld op de zandruggen; • een doorgaande, centrale weg over de zandrug, met af en toe een enigszins slingerend beloop. De lintdorpen in de nabije omgeving, waaronder Opende, zijn hierop ontstaan; • een langgerekt patroon van lintbebouwing ter weerszijden van de doorgaande weg; • afwisseling tussen individuele bebouwing (w.o. boerderijen), groepjes kleinere panden en open ruimten naar het achterliggende gebied; • bebouwing vanouds op de ‘kop’ van de veldkavel gelegen; • vooruitliggende rooilijn bij oriëntatie op de weg; • een half-open landschapsbeeld aan weerszijden van de zandruggen, verdichtingen in de vorm van plaatselijk aanwezige wegbeplantingen, veelal in combinatie met bebouwing en erfbeplanting; • een vanouds opstrekkende verkaveling met veel houtsingels op de perceelscheidingen; de weg staat veelal haaks op de verkavelingsrichting; • rond kruisingen zekere concentratie van bijzondere functies, soms uitgroeiend tot een komvormige uitbouw.
Het dorp Opende heeft zich in de loop van de naoorlogse decennia met name aan de zuidzijde ontwikkeld in de vorm van enkele planmatige ontwikkelingen. Het betreft relatief kleinschalige buurten. Aan de noordzijde is een directe overgang naar het landelijk gebied aanwezig gebleven. Zodoende is in ruimtelijke zin het volgende onderscheid te maken: • de noordzijde waar sprake is van een duidelijke relatie tussen het dorp en het half-open karakter van het streekdorpenlandschap; • de zuidzijde waarin een drietal gebieden is te onderscheiden: o het centrale deel waar sprake is van met de lintbebouwing verweven planmatige ontwikkelingen; o het zuidwestelijke deel, waar sprake is van een verspreide ontwikkeling van enerzijds nieuwere bebouwing en anderzijds open gras-landpercelen en oorspronkelijke lintbebouwing; o de uitlopers waarin sprake is van een duidelijke relatie met het landschap (vergelijkbaar met dat aan de noordzijde).
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|6
2.2
Bestaande situatie
Het plangebied bestaat momenteel uit een nog open gebleven perceel omringd door de uitbreidingswijk langs de Drachtsterweg, die de afgelopen ca. 15 jaar is ontwikkeld. De Drachtsterweg is de doorgaande weg van noord naar zuid door het dorp Opende. Het plangebied bestaat momenteel, met uitzondering van een verouderde opstal (ca. 50 m2) aan de zuidwestzijde, uit onverharde gronden. De locatie wordt gekenmerkt door graslandschap met aan de westzijde een houtsingel. Kenmerkend voor het plangebied en de nabije omgeving zijn dan ook de aanwezig houtsingels. Het plangebied is te betreden langs de noordwestzijde. De voorgenomen locatie bevindt zich aan de zuidzijde van het dorp Opende. De woningen ten noorden en zuiden van het plangebied behoren tot de lintbebouwing aan de Drachtsterweg. De meest recente uitbreidingen binnen Opende hebben de afgelopen jaren plaatsgevonden aan weerszijde van de Drachtsterweg, waardoor het plangebied omsloten is geraakt door woningen. De nabije omgeving wordt dan ook voornamelijk gekenmerkt door vrijstaande woningen met een kap haaks op de weg.
Bestaande schuur
Luchtfoto bestaande situatie plangebied
De woning grenzend aan de zuidzijde van het plangebied (Drachtsterweg 30) heeft een goothoogte van ca. 3 meter en een bouwhoogte van ca. 7 meter. Ten oosten van het plangebied ligt de Drachtsterweg met daarachter enkele woningen en een dierenweide/trapveldje. Deze woningen (Drachtsterweg 17, 19 en 21) hebben een goothoogte van ca. 3 meter en een bouwhoogte van maximaal 8 meter. Ten noorden van het plangebied (achter De Akker) zijn de woningen Drachtsterweg 28 en De Akker 2 gesitueerd. Ook deze woningen zijn voorzien van een kap haaks op de weg met een goothoogte van ca. 3 meter en bouwhoogte van ca. 8 meter. Direct ten westen van de locatie liggen enkele woningen aan De Akker, waarbij De Akker 1 direct grenst aan het plangebied. Dit zijn woningen met eenzelfde structuur, waarbij de goot- en bouwhoogte respectievelijk ca. 2,5 meter en 8 meter bedraagt.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|7
Nabije omgeving plangebied
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|8
3.
PLANBESCHRIJVING
3.1
Ruimtelijke ontwikkeling
Het voorliggende bestemmingsplan betreft het mogelijk maken van vier vrijstaande woningen op de (grotendeels) onbebouwde gronden ten noorden van de woning aan de Drachtsterweg 30 in Opende. De woningen worden gerealiseerd op langwerpige kavels met oppervlaktes tussen de 694 m2 en 723 m2. Verder wordt een strook grond aan de zuidzijde van het plangebied verkocht aan de bewoners van Drachtsterweg 30, zodat hier in de toekomst een garage naast de woning kan worden gebouwd. De nieuwe woningen bestaan uit één bouwlaag met een kap haaks op de weg. De nieuwe woningen sluiten daarmee aan bij de bestaande stedenbouwkundige structuur langs de (westzijde van de) Drachtsterweg. Zodoende is de vorm en grootte van zowel de kavels als woningen passend binnen de nabije omgeving. De situering van de voorgevel wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. Hierdoor worden de woningen, liggend op een afstand variërend van ca. 9 meter tot ca. 11 meter van de weg, op eenzelfde wijze gesitueerd ten opzichte van de Drachtsterweg als de omliggende woningen. Daarbij verspringen deze afstanden lichtelijk ten opzichte van elkaar om een afwisselend bebouwingsbeeld te creëren. De bestaande bomen en groenstrook langs de randen van het plangebied blijven, na inventarisatie, waar mogelijk behouden.
Voorgenomen plantonwikkeling
Het ontwerp van de bebouwing sluit aan de op kenmerken van de omliggende woningen. De woningen zijn namelijk voorzien van een kap haaks op de weg met een lage goothoogte. De NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|9
maximaal toegestane goothoogte ter plaatse van het plangebied bedraagt 3,5 meter. Met de planregels van onderhavig voornemen wordt aangesloten bij de standaard bestemming ‘Wonen’ in Opende. Als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd met een maximale grondoppervlakte van 120 m2. De voorgevel van de woonhuizen dient (voor ten minste 50%) in de ter plaatse van de aangeduide 'gevellijn' te worden gebouwd. De maximale diepte van de hoofdgebouwen bedraagt 15 meter en de afstand tot de zijdelingse perceelgrens is ten minste 3 meter. Verder worden de woningen voorzien van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied. Bij een erfbebouwingsgebied groter dan 300 m2 mag de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken maximaal 90 m2 bedragen, vermeerderd met 10% van het deel van het erfbebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2.
Impressiebeelden planvoornemen
Meer sfeer- en impressiebeelden met betrekking tot het planvoornemen staan weergegeven in bijlage 1. Qua juridische regelgeving in dit bestemmingsplan wordt aangesloten bij de systematiek van woningbouw zoals geldend in het vigerende bestemmingsplan ‘Opende’.
3.2
Verkeer en parkeren
Verkeer Ontsluiting Het voornemen aan de Drachtsterweg in Opende voorziet in het toevoegen van vier vrijstaande woningen. In de bestaande situatie wordt het plangebied, indien er al sprake is van verkeersontsluiting, ontsloten via De Akkers. In de toekomstige situatie worden de woningen ontsloten via de Drachtsterweg, waarbij elke woning een eigen op- en afrit krijgt. Verkeersintensiteiten De verkeersgeneratie behorende bij vrijstaande woningen, uitgaande van matig stedelijk en rest bebouwde kom, is volgens de CROW publicatie “Toekomstbestendig parkeren 2018” minimaal 7,8 mvt/etmaal en maximaal 8,6 mvt/etmaal. De maximale verkeersgeneratie bij de beoogde plantonwikkeling van vier vrijstaande woningen is zodoende 34,4 mvt/etmaal. De realisatie van het planvoornemen leidt niet tot een significante wijziging van het aantal verkeersbewegingen en kan worden opgevangen door de bestaande infrastructuur. NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|10
Parkeren Met het planvoornemen worden vier vrijstaande woningen mogelijk gemaakt. De minimale parkeerbehoefte voor vrijstaande woningen, uitgaande van matig stedelijk en rest bebouwde kom, is op basis van de CROW publicatie “Toekomstbestendig parkeren 2018” 1,8 parkeerplaatsen per woning. Voor een viertal vrijstaande woningen zijn derhalve (naar boven afgerond) minimaal 8 parkeerplaatsen noodzakelijk. Per woning is minimaal ruimte voor een tweetal motorvoertuigen op eigen terrein, waardoor tenminste wordt voldaan aan de minimaal gestelde parkeernorm. Het voorzien van voldoende parkeerplaatsen is vastgelegd in de planregels.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|11
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Hierdoor wordt van de regelgeving verwacht dat de inhoud doorwerkt op de ruimtelijke besluitvorming op gemeentelijke niveau. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen.
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin deze kaderstellende wetgeving. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: • Project Mainportontwikkeling Rotterdam; • Kustfundament; • Grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • Defensie; • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; • Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|12
Het plangebied valt niet onder bovenstaande onderdelen waar het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening voor geldt. Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijk ordening (Bro) – de Ladder voor duurzame verstedelijking – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is herzien en per 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijk in werking getreden. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van het Bro gedefinieerd als: “een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”.
Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. Voor woningbouwlocaties geldt de volgens de overzichtsuitspraak dat ‘in beginsel’ sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Toetsing plangebied Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 4 woningen. De ontwikkeling wordt daarmee niet aangeduid als nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel een beknopte onderbouwing van de behoefte aan woningen op deze locatie opgenomen. Op 24 maart 2021 heeft de gemeente Westerkwartier de Woonvisie Westerkwartier 2020-2025 vastgesteld. De gemeente Westerkwartier moet in de periode 2020 t/m 2029 jaarlijks netto 175 à 250 woningen toevoegen om de vraag te bedienen, met als zwaartepunt de eerste jaren. Enkele dorpen (waaronder Opende) hebben een eigen behoefte te bedienen. In de onderstaande afbeelding is de bandbreedte voor woningbouw per dorp of clusters van dorpen weergegeven.
Woningbehoefte NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|13
De prognose is dat Opende de komende jaren (voornamelijk in de koopsector) netto 35 tot 50 woningen dient toe te voegen. De wens hierbij is om in Opende, vanuit een kwalitatieve afweging, te zoeken naar plekken voor kavels op inbreidingslocaties. Het plangebied ligt op gronden omringd door woonbestemmingen en is in de Omgevingsverordening van de provincie Groningen aangewezen als stedelijk gebied. Hierdoor kan het plangebied beschouwd worden als inbreidingslocatie. Daarbij voorziet het voornemen in de ontwikkeling van een viertal (koop)woningen, waardoor het bijdraagt aan de ontwikkeling van de benodigde woningen volgens de woonvisie. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie 2016 – 2020 De Omgevingsvisie 2016 – 2020 van de provincie Groningen is op 6 februari 2019 geactualiseerd en vastgesteld. De actualisatie Omgevingsvisie 2016 – 2020 bevat de integrale visie van de provincie Groningen voor de lange termijn op het gebied van de fysieke leefomgeving. De provincie wil het aantrekkelijke woon- en leefklimaat verder verbeteren door kansen te benutten. Op 3 februari 2021 is de Omgevingsvisie geconsolideerd vastgesteld. Een belangrijk doel van de Omgevingsvisie is om op strategisch niveau samenhang aan te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie zijn de visies op verschillende terreinen, zoals ruimtelijke ontwikkeling, landschap en cultureel erfgoed, natuur, verkeer en vervoer, water, milieu en gebruik van natuurlijke hulpbronnen samengevoegd en inhoudelijk met elkaar verbonden. Tevens zijn onderdelen opgenomen van het provinciaal beleid voor economie, energie en cultuur en welzijn, voor zover die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie is het beleid onderverdeeld in vijf verschillende thema’s, waaronder weer elf provinciale belangen zijn vertegenwoordigd: Thema Ruimte:
Natuur en landschap: Water: Mobiliteit: Milieu:
Belangen • Ruimtelijke kwaliteit • Aantrekkelijk vestigingsklimaat • Ruimte voor duurzame energie • Vitale landbouw • Beschermen landschap en cultureel erfgoed • Vergroten biodiversiteit • Waterveiligheid • Schoon en voldoende water • Bereikbaarheid • Tegengaan milieuhinder • Gebruik van de ondergrond
Zuidelijk Westerkwartier Het Zuidelijk Westerkwartier is een gebied in de gemeente Westerkwartier. Dit gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van besloten zandruggen en open laaggelegen veengebieden. Het gebied heeft een kleinschalige verbrede plattelandseconomie gericht op landbouw, recreatie en toerisme. Leek en Zuidhorn vervullen een regionale functie in het Westerkwartier. Beide kernen bieden ruimte voor grootschaliger bedrijvigheid en hier zijn ook de belangrijkste concentraties van (winkel)voorzieningen te vinden. Het herstel van de houtsingelstructuur, de herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing en de vormgeving van collectief natuur- en landschapsbeheer zijn belangrijke opgaven voor dit gebied.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|14
Integrale opgaven De provincie Groningen heeft haar belangen vertaald in vijf integrale opgaven rond de grootste ontwikkelkansen en vraagstukken. Te weten: • Gaswinning; • Energyport; • Krimp en groei; • Regio Groningen-Assen; • Waddengebied. Deze vijf integrale opgaven beïnvloeden geen van allen het plangebied, waardoor er geen rekening gehouden hoeft te worden met specifieke aanwijzingen vanuit de Omgevingsvisie aangaande de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie 2016 -2020 vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen. Omgevingsverordening provincie Groningen 2018 Op 6 februari 2019 is de Omgevingsverordening Provincie Groningen 2018 geactualiseerd en vastgesteld. Op 18 februari 2022 is de Omgevingsverordening geconsolideerd vastgesteld. De Omgevingsverordening zorgt voor de juridische waarborging van het in de Omgevingsvisie beschreven beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. De regels in de omgevingsverordening richten zich op thema's zoals ruimtelijke ordening, water, mobiliteit en milieu. Door middel van diverse kaartbladen behorende bij de verordening, is te achterhalen welke regels waar gelden. Daarnaast bevat de verordening algemene regels. In de Omgevingsverordening Provincie Groningen 2018 is het plangebied aangewezen als ‘bestaand stedelijk gebied’.
Uitsnede kaart 1: Buitengebied
Woningbouw Middels onderhavig bestemmingsplan worden 4 nieuwbouwwoningen mogelijk gemaakt binnen bestaand stedelijk gebied op de locatie ten westen van de Drachtsterweg en ten zuiden van De Akker. De provinciale verordening toont in artikel 2.15.1 regels voor woningbouw. Artikel 2.15.1 Woningbouw 1. Onverminderd artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan alleen voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal overeenstemmen met een regionale woonvisie die rekening houdt met regionale woningbehoefteprognoses die de provincie elke twee jaar uitbreng, of met nadere regels als bedoeld in het tweede lid.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|15
2.
3.
Wanneer niet binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening een regionale woonvisie is vastgesteld, kunnen Gedeputeerde Staten op verzoek van de betrokken gemeenten nadere regels over de nieuwbouwruimte vaststellen. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan – onverminderd artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening – voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover de woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal in overeenstemming zijn met: a. Een woonvisie of een woon- en leefbaarheidsplan waarover ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening overeenstemming bestaat met de gemeenten in het regionaal samenwerkingsverband waar de betreffende gemeente deel van uitmaakt, of bij het ontbreken van een dergelijk samenwerkingsverband, met de Groninger buurgemeenten van de betreffende gemeente; of b. De in het kader van de Regio Groningen-Assen tot stand gekomen regionale planningslijsten voor woningbouw.
In paragraaf 4.1 is reeds nader ingegaan op artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening – de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieruit kan geconcludeerd worden dat sprake is van overeenstemming met de woonvisie van de gemeente Westerkwartier. Kaart 5: Windenergie Het plangebied behoort tot een gebied waar nieuwe windturbines niet zijn toegestaan. De provinciale verordening toont in artikel 2.41 regels voor nieuwe windturbines.
Uitsnede Kaart 5: Windenergie
Artikel 2.41.1 Nieuwe Windturbines 1. Een bestemmingsplan voorziet niet in de plaatsing van nieuwe windturbines anders dan mogelijk is op grond van de artikelen 2.41.3, 2.41.4, 2.41.6, 2.41.8 en 2.41.9. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan voorzien in de plaatsing van windturbines met een ashoogte van maximaal 15 meter als dat bestemmingsplan betrekking heeft op: a. Het bestaand stedelijk gebied; of NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|16
b.
Het buitengebied voor zover het betreft: I. Een op de verbeelding aangewezen agrarisch bouwperceel; II. Een zone van 25 meter rond de bestaande agrarische bebouwing zolang niet is voldaan aan artikel 2.6, tweede lid; of III. Een al dan niet op de verbeelding aangewezen niet-agrarisch bouwperceel.
In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe windturbines mogelijk gemaakt. Dit is in lijn met artikel 2.41.1 van de Omgevingsverordening. Kaart 7: Landschap Het plangebied behoort tot het Houtsingelgebied Zuidelijk Westerkwartier. De provinciale verordening toont in artikel 2.55.1 regels voor bestemmingsplannen binnen dit gebied.
Uitsnede Kaart 7: Landschap
Artikel 2.55.1 Houtsingelgebied Zuidelijk Westerkwartier Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de op kaart 7 aangegeven houtsingelgebied Zuidelijk Westerkwartier bevat regels gericht op bescherming van de herkenbare verkaveling en de houtsingels. Ook bevat het in elk geval een verbod op het kappen of rooien van houtsingels, als dat niet gebeurt voor normaal onderhoud. De dubbelbestemming ‘Waarde – Houtsingels’ uit het vigerend bestemmingsplan wordt overgenomen. Hierin zijn regels opgenomen voor het behoud, het herstel en de bescherming van houtsingels. Kaart 9: Normen bergings- en afvoercapaciteit regionale wateren Het plangebied behoort tot de gebieden ‘Grasland – 1:10 jaar’ en ‘Akkerbouw – 1:25 jaar’. De provinciale verordening toont in artikel 3.6 regels voor de normen waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren moet zijn ingericht.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|17
Uitsnede Kaart 9: Normen bergings- en afvoercapaciteit regionale wateren
Artikel 3.6 Normen waterkwantiteit 1. De normen waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren moet zijn ingericht staan per gebied aangeduid op kaart 9. Provinciale Staten stellen ook regels vast voor de beoordeling door het waterschap van de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren. 2. Gedeputeerde Staten stellen na overleg met het waterschap het tijdstip vast waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de verschillende regionale wateren moet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde normen. Het verhaal omtrent de wateropgave is nader uitgewerkt in ‘paragraaf 5.9 Water’. Conclusie Op basis van bovenstaande toetsing kan geconcludeerd worden dat planvoornemen in lijn is met het provinciaal beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
Woonvisie Westerkwartier 2020 – 2025 Op 24 maart 2021 heeft de gemeente Westerkwartier de Woonvisie Westerkwartier 2020-2025 vastgesteld. Deze woonvisie beschrijft het beleid op het gebied van wonen in het Westerkwartier voor de komende 5 jaar. Het beleid geeft handvatten om in te spelen op de woonopgaven die in de gemeente en de afzonderlijke dorpen gelden. Het Westerkwartier blijft de komende jaren groeien en veel dorpen hebben lokale woonwensen. De ruimte voor nieuwe woningen is per dorp verschillend.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|18
De gemeente Westerkwartier moet in de periode 2020 t/m 2029 jaarlijks netto 175 à 250 woningen toevoegen om de vraag te bedienen, met als zwaartepunt de eerste jaren. Enkele dorpen (waaronder Opende) hebben een eigen behoefte te bedienen. In de onderstaande afbeelding is de bandbreedte voor woningbouw per dorp of clusters van dorpen weergegeven.
Woningbehoefte Opende
De prognose is dat Opende de komende jaren netto 35 tot 50 woningen dient toe te voegen. De focus binnen de woonkern Opende ligt voornamelijk op de koopsector. Vanuit de prognose blijkt dat 30 tot 40 koopwoningen gerealiseerd moeten worden. Het gaat hierbij met name om rijwoningen, tweekappers en vrijstaande woningen/kavels. De wens hierbij is om in Opende, vanuit een kwalitatieve afweging, te zoeken naar plekken voor kavels op inbreidingslocaties. Toetsing Het plangebied ligt op gronden omringd door woonbestemmingen en is in de Omgevingsverordening van de provincie Groningen aangewezen als stedelijk gebied. Hierdoor kan het plangebied beschouwd worden als inbreidingslocatie. Daarbij voorziet het voornemen in de ontwikkeling van een viertal (koop)woningen, waardoor het bijdraagt aan de ontwikkeling van de benodigde woningen volgens de woonvisie. De ontwikkeling van 4 vrijstaande woningen aan de Drachtsterweg in Opende is daarmee in lijn met de Woonvisie Westerkwartier. Welstandsnota Grootegast De voormalige gemeente Grootegast heeft in 2012 een Welstandsnota opgesteld. Daarin zijn gebiedsgerichte criteria gegeven die bij toepassing van verzoeken om omgevingsvergunningen worden ingezet. Een hoofdonderscheid ligt tussen de linten (oranje) en de woonbuurten (rood). Daarnaast is er aandacht voor bedrijventerreinen (blauw) en gebieden met een beeldkwaliteitsplan (bruin).
Het plangebied aan de Drachtsterweg in Opende ligt binnen het gebied ‘De linten’. Criteria basistype woning • één laag met kap haaks op het lint; o in het historische centrumdeel van Niekerk wel langskap mogelijk aan het lint. • verticale gevelopbouw met verticale raamopeningen, of passend bij de stijl van de woning; • rode baksteen en donkere (bijvoorbeeld antraciet of zwart) of rode pannen; o in Opende is de Friese gele baksteen wel passend in het basistype.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|19
• • •
•
kleurstelling kozijnen en daklijsten: hoofdzakelijk gebroken wit; toepassing versierende detaillering en ornamenten; dakkapellen; o passend bij de verhoudingen van het dakvlak; ▪ tenminste een afstand van twee dakpannen aanhouden ten opzichte van nok, goot en zijkant van het dakvlak. o plaatsing en indeling van de dakkapel afstemmen op het gevelbeeld; o zijwanden gesloten; o kleuren afgestemd op totaalbeeld. aanbouwen: zorgen voor een samenhangend beeld met de hoofdvorm.
De toekomstige ontwikkelingen in het plangebied zijn vanuit overwegingen van welstand beoordeeld op de in de welstandsnota opgenomen aanwijzingen voor het gebied De Linten. De Welstandszorg Libau te Groningen heeft een positief welstandsadvies gegeven en de gemeente Westerkwartier is van mening dat het realiseren van het bouwplan op de locatie een positieve bijdrage levert aan het straat- en bebouwingsbeeld.
Uitsnede Welstandsnota Grootegast, plangebied geel omlijnd
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|20
5.
OMGEVINGSASPECTEN
De ontwikkelingen in het plangebied worden afgestemd op het overheidsbeleid zoals beschreven in hoofdstuk vier. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met de aanwezige functies in en rond het plangebied. Het uitgangspunt voor het bestemmingsplan is dat zo een goede omgevingssituatie ontstaat. In dit hoofdstuk zijn de randvoorwaarden, die voortvloeien uit de omgevingsaspecten, beschreven.
5.1
Archeologie en cultuurhistorie
Verdrag van Malta In 1998 heeft het parlement het Europese Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed goedgekeurd. Dit zogeheten Verdrag van Malta voorziet in een beperking van de risico’s op aantasting van cultureel erfgoed. Dit kan door het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in oorspronkelijke vindplaats te bewaren en door de integratie van archeologie in de ruimtelijke ordening. Erfgoedwet De Erfgoedwet heeft de Monumentenwet 1988 vervangen als het gaat om gebouwde monumenten en archeologie. Op basis van overgangsrecht blijft een deel van de Monumentenwet 1988 van toepassing totdat de Omgevingswet in werking treedt. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. De gemeenten in het Westerkwartier hebben gezamenlijk onderzoek gedaan naar archeologische (verwachtings-)waarden in het gebied (Archeologie en Cultuurhistorie in de Westerkwartiergemeenten Grootegast, Marum, Leek, Zuidhoorn, Vestigia, Amersfoort, 2013). De resultaten zijn opgenomen in de ‘Kadernota Archeologie en Cultuurhistorie’ Het plangebied is op de archeologische beleidskaart aangewezen als een terrein met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde (categorie 5).
Uitsnede archeologische beleidskaart
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|21
Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Op 13 januari 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Drachtsterweg (ong.) te Opende (bijlage 2). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen (her)ontwikkeling ten behoeve van de nieuwe woningen. De diepte van de toekomstige verstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte naar verwachting tot tenminste 0,81,0 meter beneden maaiveld reiken. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Het doel van het booronderzoek is de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen. Aan de hand van deze gegevens kan vervolgens een advies over eventueel aanwezige archeologische resten en een mogelijk vervolgtraject worden opgesteld. Op de Archeologische Beleidskaart van de voormalige gemeente Grootegast (2014) ligt de onderzoekslocatie in een zone met een middelhoge archeologische verwachting. Volgens het bestemmingsplan Opende (2019) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 5. Er geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 50 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is.
Op basis van de verzamelde gegevens in het bureauonderzoek wordt een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum. Voor de periode neolithicum tot en met vroege middeleeuwen geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor zowel bewonings- als voor begravingsresten uit de periode laat-neolithicum, bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen. Ten slotte geldt voor het plangebied een lage verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek door middel van boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het grootste deel van het plangebied bestaat uit (deels) intacte humuspodzolgrond. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting (middelhoog voor laat-paleolithicum – mesolithicum) blijft dan ook gehandhaafd. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen ter plaatse van boringen 1, 2, 4, 6 en 7 een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (0-50 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|22
Uitsnede Boorpuntenkaart
Om deze redenen wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Westerkwartier), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Archeologisch verkennend veldonderzoek door middel van proefsleuven Op 28 oktober 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd aan de Drachtsterweg (ong.) te Opende (toegevoegd als bijlage). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek zijn de resultaten uit het voorgaande onderzoek. Voorafgaand aan het onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing voorgelegd aan de bevoegde overheid (gemeente Westerkwartier). De aangetroffen sporen in het spoorsleuvenonderzoek betreffen enkele (perceels)greppels uit het verleden. De oriëntatie is parallel aan en haaks op de Drachtsterweg. De bodemopbouw onderbouwd het beeld dat is gevormd tijdens het vooronderzoek, namelijk een relatief intacte bodem afgedekt door ploeglagen. De bodem vertoond aanwijzingen van een relatief natte ondergrond. Dit is vermoedelijk in het verleden ook de aanleiding geweest om het plangebied in gebruik te nemen als akkerland in plaats van bouwgrond.
Het aangetroffen vondstmateriaal is zeer beperkt en duidt voornamelijk op menselijk handelen in de nieuwe tijd (aanleg akkerdek). Het (beperkte) materiaal kan worden beschreven als een typerende doorsnede vondsmateriaal voor landbouwgronden. Op basis van de rapportage kan gesteld worden dat verder archeologisch onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht en alle werkzaamheden in het kader van dit bestemmingsplan uitgevoerd kunnen worden. De gemeente Westerkwartier is akkoord met de uitkomsten van het onderzoek. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|23
5.2
Bedrijven en milieuzonering
Wet milieubeheer De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een indicatieve richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten opgenomen. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijke relevante milieuaspecten: geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook de uiteindelijke richtafstand. De richtafstanden volgens de VNG publicatie gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. Het uitgangspunt is dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een rustige wijk, aangezien de omgeving voornamelijk bestaat uit woningen. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
t.o.v. rustige wijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
t.o.v. gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
De volgende bedrijven en inrichtingen zijn in de omgeving van het plangebied aanwezig: Adres
Functie
Drachtsterweg 44 Provincialeweg 56 Verbindingsweg 7 Verbindingsweg 9 Provincialeweg 86
Rijwielhandel Supermarkt Voetbalclub Theater Fokken/houden van melkvee
Milieuca t. 2 1 3.1 2 3.2
Richtafstand
Afstand tot plangebied
30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter
110 meter 310 meter 440 meter 390 meter 380 meter
Aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan. Zodoende zijn er geen nadelige effecten op het plangebied te verwachten of worden bestaande bedrijven niet gehinderd in de bedrijfsvoering naar aanleiding van de ontwikkelingen binnen het plangebied. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|24
5.3
Bodemkwaliteit
Sinds 2008 is het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Dat wil zeggen: een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu, én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (2008) moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of een herinrichting mogelijk is, moet tenminste een verkennend bodemonderzoek worden verricht. Vanaf 1 oktober 2019 is het tevens verplicht de PFAS-waarde in de bodem te onderzoeken, voordat gestart kan worden met grondverzet en/of kavelverkoop. PFAS is de verzamelnaam voor de stoffen PFOA, PFOS en GenX en wordt gezien als een zeer zorgwekkende stof (ZZS). Deze verplichting houdt in dat er geen grond vervoerd mag worden als de PFAS-waarde niet bekend is. Onderzoek Ten behoeve van onderhavig bestemminsplan heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Drachtsterweg te Opende op het kadastrale perceel Grootegast, sectie F nr. 4284 (bijlage 4). Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse.
Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk, behoudens een spoor baksteen en beton nabij de paardenstal, geen bijzonderheden waargenomen. Er zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met PAK (10VROM). In de andere bovengrond en de ondergrond zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten. In de bovengrond ter plaatse van de paardenstal is in de fijne grondfractie tevens geen asbest aangetoond. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium, xylenen en naftaleen.
Uitsnede boorpuntenkaart NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|25
De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling tot wonen. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie of proceswater. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.4
Externe veiligheid
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is in het Bevi gedefinieerd als “het risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijk stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is”. Het groepsrisico is gedefinieerd als “de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is”. Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. De verbonden risico’s moeten beperkt blijven.
Hiervoor worden normstellingen gehanteerd: • Het plaatsgebonden risico (PR) is vooral gericht op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; • Het groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. In het Bevi is vastgelegd dat voor iedere toename in het groepsrisico een verantwoordingsplicht geldt, ongeacht of er door de wijziging een norm wordt overschreden. Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m 2 en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10 -6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties. Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|26
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs). Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wro en de Wm. Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver benden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Onderzoek De Risicokaart geeft een beeld van de risico’s in de woon- en leefomgeving. Via de kaart wordt informatie gegeven over de risicobronnen en de kwetsbare objecten. Daarbij heeft de Omgevingsdienst Groningen een extern veiligheidsonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het vigerende bestemmingsplan 'Opende’. In onderstaande uitsnede is de omgeving van het plangebied op de risicokaart weergegeven. Eventuele aanvullende informatie met betrekking tot het externe veiligheidsonderzoek is eveneens opgenomen.
Uitsnede Risicokaart, plangebied globaal blauw omlijnd
Transport over water Uit de risicoatlas voor vervoer gevaarlijke stoffen over water blijkt dat in het plangebied en in de directe omgeving van plangebied geen vaarweg aanwezig is die relevant is in het kader van externe veiligheid. Transport over de weg Uit de risicoatlas voor vervoer gevaarlijke stoffen over de weg blijkt dat in het plangebied en in de directe omgeving van plangebied geen weg aanwezig is die relevant is in het kader van externe veiligheid. Op basis van het externe veiligheidsonderzoek is de provinciale weg N981 echter aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|27
over de provinciale weg N981 geldt een veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen van 355 meter. Het plangebied ligt op een afstand van ca. 370 meter. De provinciale weg N981 ligt op voldoende afstand van het plangebied. Transport over het spoor Uit de risicoatlas voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor blijkt dat in het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied geen spoorweg aanwezig is die relevant is in het kader van externe veiligheid. Transport per buisleiding Ten oosten van het plangebied bevinden zich twee buisleidingen (aardgasleidingen). Daarnaast is ten noorden van het plangebied eveneens een buisleiding (aardgasleiding) aanwezig. Ter hoogte van deze gasleidingen en binnen de daaromheen liggende beschermingszones van 5 meter dient voor het uitvoeren van grondwerkzaamheden een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Het plangebied ligt op een afstand van circa 1,1 kilometer van de genoemde buisleidingen. Het plangebied ligt op voldoende afstand van de buisleiding om geen directe gevolgen hebben ten aanzien van het aspect externe veiligheid. Inrichtingen De risicokaart geeft aan dat binnen het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. In de directe omgeving zijn enkele risicovolle inrichtingen gevestigd.
Op een afstand van circa 1,4 kilometer ligt een ondergrondse opslagtank met giftige vloeistoffen (Molenweg 2), waarvoor geen risicoafstand (PR 10-6) geldt welke buiten de terreingrens reikt. Verder zijn op circa 1,5 kilometer van het plangebied vriescellen aanwezig (Molenweg 10), maar hiervoor geldt een risicoafstand (PR 10-6) van 0 meter. Ten slotte wordt op een afstand van circa 1,6 kilometer aardolie en aardgas gewonnen. Hiervoor geldt een risicoafstand (PR 10-6) van om en nabij de 150 meter. Het plangebied ligt op voldoende afstand van de genoemde inrichtingen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.5
Geluidsaspecten
Wet geluidhinder Bij het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op basis van een goed woon- en leefklimaat. In de zin van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn de objecten woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen beschermd tegen wegverkeerslawaai, industrielawaai, spoorweglawaai en omgevingslawaai. Onder geluidsgevoelige terreinen wordt verstaan: “terreinen behorende bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen en woonwagenstandplaatsen. Geluidsgevoelige gebouwen zijn onder andere onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen. Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidsgevoelig in het kader van de Wgh. Geluid beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de leefomgeving. In de Wgh worden daarom eisen gesteld aan de toelaatbare geluidbelasting op de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone langs bestaande infrastructuren.
NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|28
Onderzoek De wegen in de omgeving van het plangebied aan de Drachtsterweg betreffen 30 km/uur wegen met een relatief lage verkeersintensiteit. Vanuit de Wet geluidhinder is derhalve geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.6
Kabels en leidingen
Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Conclusie Er zijn voor zover bekend geen kabels en/of leidingen gelegen in het plangebied die een planologische bescherming vereisen. Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.
5.7
Luchtkwaliteit
Beleid Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreinigingen, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarde voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregelen van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmering voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling ‘Niet in betekenende mate’ (Regeling NIBM) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: • Woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; • Kantoorlocaties met een vloeroppervlakte van minder dan 100.000 m2; • Projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarden voor stikstofdepositie of fijnstof bedragen. Dit komt overeen met 1,2 µg/m3. Toetsing bestaande luchtkwaliteit Onderhavig woningbouwproject ligt ruimt onder de grens van 1.500 woningen. De ontwikkeling draagt derhalve ‘niet in betekenende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen betekent dat in principe geen nader onderzoek noodzakelijk is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied in beeld gebracht.
Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)
Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 20 µg/m3
Waarde plangebied < 10 µg/m3 15 – 17 µg/m3 8 – 10 µg/m3
De hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof op de locatie is aan de grenswaarden getoetst. De waardes zijn bepaald aan de hand van de Atlas Leefomgeving. De waardes ter plaatse van het NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01
Bestemmingsplan Drachtsterweg, Opende
|29
plangebied liggen ruimschoots onder de gestelde grenswaardes. Op basis van de cijfers van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoende. Toetsing invloed planvoornemen Het onderhavige planvoornemen betreft de herbestemming van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’, waarbij een viertal vrijstaande woningen mogelijk worden gemaakt. Het plangebied heeft in de bestaande situatie niet of nauwelijks een verkeersaantrekkende werking. Al eerder is geconcludeerd dat het voornemen zorgt voor een toename van maximaal 8,6 mvt/etmaal per woning. De totale toenemende verkeersgeneratie met betrekking tot dit voornemen bedraagt maximaal 34,4 mvt/etmaal. Met de NIBM-tool is de bijdrage van dit plan aan de luchtkwaliteit vastgesteld. In de NIBM-tool wordt uitgegaan van een worst-case scenario.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2022
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
34,4
Aandeel vrachtverkeer
0,0%
3
NO2 in μg/m
0,02
3
0,00
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer
PM10 in μg/m 3
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m Conclusie
1,2
De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Toetsing planvoornemen NIBM-tool
Het realiseren van vier woningen draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen betekend dat in principe geen nader onderzoek noodzakelijk is Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Natuurwetgeving
Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wn), die per 1 januari 2017 in werking is getreden, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Deze nieuwe wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de drie voorgaande wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genaamd, is het Nederlandse natuurnetwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving, die met ingang van de Wn niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; NL.IMRO.1969.BPOP22INBR1.VA01