CConstaterende datWesterkwartier
Koppel je AI →
Document · PDF

Antw TV GL financiele stukken GL.pdf

Raadsvergadering 13 juli 2022, gemeente WesterkwartierBij agendapunt: Eerste bestuursrapportage 2022 (Bespreekstuk)1.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vraag Technische vragen van de fractie van GroenLinks Ingediend op 3 juli 2022 Ingediend door: Klaas-Wybo van der Hoek

Onderwerp: Agendapunten 3, 4 en 5 van het Raadsoverleg 2 op 6 juli 2022 Inleiding: Wij willen graag technische informatie hebben om tot een goed beeld te komen.

Vragen bij agendapunt 3 Meicirculaire/Meerjarenbeeld: Vraag Kan er nog wat meer gevoel/achtergrond gegeven worden bij het realiteitsgehalte van de 20% onderuitputting? Het jaarlijkse accres was immers 2 tot 3% en de inflatie is nu onder de 10%.

Antwoord Via de normeringsystematiek ‘samen trap op en samen de trap af’ wordt de algemene uitkering van het gemeentefonds geïndexeerd, ook wel het accres genoemd. Basis voor het accres in de meicirculaire zijn de rijksuitgaven in de Voorjaarsnota van het rijk. Deze uitgaven stijgen in de periode 2022-2025 jaarlijks met ongeveer 6%. Op advies van bureau PAUW(adviseur van meeste gemeenten over gemeentefonds) en in navolging van andere (grotere) gemeenten houden we rekening met onderuitputting. Ook het CPB verwacht dat niet al het extra geld binnen de huidige kabinetsperiode ingezet kan worden. Het kost meer tijd om intensiveringen als in woningbouw en defensie te realiseren. Ook zijn veel begrote rijksuitgaven nog niet geconcretiseerd en toebedeeld aan een ministerie. Daarnaast is de arbeidsmarkt krap waardoor het de vraag is of er voldoende arbeidskrachten zijn om de plannen uit te voeren. We verwachten dat de rijksuitgaven minder stijgen dan verwerkt in de Voorjaarsnota.

2.

Kan er ook nog wat meer gevoel/achtergrond gegeven worden over het achterwege laten van die 20% in 2026 (die zou zo’n 1,4 mio moeten zijn)?

3.

Hoe is de bandbreedte van 3,0 mio gekozen voor onontkoombare ontwikkelingen in het meerjarenperspectief?

Omdat de middelen uit het regeerakkoord opdrogen vanaf 2025, zakt accres in 2026 sterk terug. Daardoor ontstaat ook de daling in ons meerjarenbeeld. Het Rijk werkt (samen met o.a. de VNG) aan een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten vanaf 2026. De 20% onderuitputting hebben we toegepast op de stijging van het accres. Omdat deze stijging zich in 2026 niet meer voordoet, passen we in dat jaar ook geen onderuitputting toe. Deze bandbreedte hebben we gebaseerd op het huidige beeld van de ontwikkelingen die we ook in de raadsbrief hebben beschreven. Binnen de organisatie zijn we bezig met de voorbereiding van

1

1

4.

Is er bij de externe financiering (4,7 mio in 2021) sprake van de eis van medefinanciering door de gemeente, al was het maar om personele inzet (uren)? En om welk bedrag van de gemeente gaat het dan? Wordt voor dit werk ook (duurdere) externe menskracht ingezet?

de begroting 2023, daarvoor werken we deze ontwikkelingen verder uit. De € 4,7 miljoen externe financiering betreft toegezegde bedragen. Een deel ontvangen we dit jaar, een deel komende jaren. Het gaat om € 2,1 miljoen aan specifieke uitkeringen waarvoor geen medefinanciering wordt gevraagd. En om € 2,6 miljoen aan subsidies. Hiervoor worden verschillende vormen en percentages van medefinanciering ingebracht, waaronder personele inzet (meestal vaste formatie)

Vragen bij agendapunt 4 Jaarstukken:

1

2.

Vraag In welke eerdere jaren heeft de accountant een verklaring met een beperking afgegeven? Welke toezeggingen zijn destijds gedaan voor verbeteringen op dit gebied?

3.

Bij programma 6 Sociaal domein is sprake van een voordeel van 2,8 mio. Hoe staat dat in verhouding met het gerapporteerde tekort van 2,1 mio in de Eerste bestuursrapportage 2022

4.

Bij taakveld 0.4 is er sprake van 1,0 mio lagere lasten voor frictie. Waarom is dit verrekend met de algemene reserve?

5.

- Kan er nog even een toelichting gegeven worden op de noodzaak van extra inhuur van menskracht (1 mio)? Wellicht helpt het onderscheid in soorten inhuur (niet ingevulde vacatures, ziekte en zwangerschap en projecten) deze wat duidelijker te maken?

Antwoord Over 2019 en 2020 is een oordeel met beperking afgegeven t.a.v. de rechtmatigheid. Er zijn bij de bespreking van de jaarrekeningen 2019 en 2020 geen toezeggingen gedaan aan de raad naar aanleiding van de accountantsverklaring rechtmatigheid. De achtergrond van het voordeel van de € 2,8 miljoen van de jaarrekening is inhoudelijk verschillend van de € 2,1 miljoen uit de 1e BR. Het voordeel van de € 2,8 miljoen in de jaarrekening ontstaat met name door een voordeel op Beschermd Wonen en BUIG. Het gepresenteerde nadeel in de bestuursrapportage ontstaat met name door de voorfinanciering energietoeslag welke wordt het gedekt door een hogere uitkering gemeentefonds. De frictiekostenvergoeding die we jaarlijks krijgen van het Rijk verschilt van de werkelijke uitgaven. Het verschil wordt gesaldeerd met de Algemene Reserve en heeft geen invloed op het resultaat van de jaarrekening. We vullen onze formatie in met vast personeel. Soms lukt dat (nog) niet en gaan we over tot tijdelijke invulling. Dit betreft dan inhuur voor niet ingevulde vacatures. Dekking voor vast personeel en voor inhuur niet ingevulde vacatures komt uit de begrote salariskosten. In een beperkt aantal gevallen is in een bestuursrapportage al een technische wijziging gemaakt, budget is van salarissen naar inhuur gegaan.

In de jaarrekening presenteren we de kosten van vast personeel (salarissen) en de kosten voor inhuur niet ingevulde formatie bij elkaar. De bedoelde extra inhuur van € 1 miljoen heeft vooral betrekking op moeilijk vervulbare functies.

2

Vragen bij agendapunt 4 eerste bestuursrapportage 2022:

1

Vraag Pag. 4. Kan nog even toegelicht worden hoe de verantwoording van de 1,7 mio inzet voor het te verwachten tekort in 2021 precies werkt? De argeloze lezer krijgt het gevoel dat het niet hoeven inzetten van dit bedrag twee keer (onttrekking en aanvulling) wordt gevierd (zie ook de Jaarstukken)?

2.

Pag. 5. Hoe groot is het risico van de inflatie op het meerjarenbeeld, in het bijzonder voor investeringen, onderhoud, afschrijvingen etc.?

3.

Pag. 21. De inzet van 1,35 mio is niet in de jaarrekening verwerkt en blijft in de algemene reserve. Waarom en met welke effecten?

Antwoord Bij vaststelling van de begrotingen van 2020 en 2021 is besloten om tekorten in die jaren te onttrekken aan de algemene reserve. Om zodoende tot een sluitende begroting te komen. Daarbij is ook besloten om de algemene reserve in de jaren tot en met 2024 weer aan te vullen. Voor 2021 betrof dat 1,7 miljoen euro. Omdat het verwachte tekort zich in 2021 niet voordeed, was de onttrekking aan de algemene reserve in dat jaar ook niet nodig. En daarmee de aanvulling in 2022 ook niet. Gezien de huidige inflatie is het reëel om te verwachten dat ons meerjarenbeeld daardoor wordt beïnvloed. Bij de verwerking van de meicirculaire hebben we rekening gehouden met een stijging van kosten voor onderhoud. Investeringskredieten (en daarvan afgeleid afschrijvingen) zijn specifiek en dat maakt het lastig om een algemene inschatting te maken. Afwijkingen op investeringskredieten die niet voor het vastgestelde budget kunnen worden gerealiseerd leggen we via de P&C-cyclus voor. De frictiekostenvergoeding die we jaarlijks krijgen van het Rijk verschilt van de werkelijke uitgaven. Het verschil wordt gesaldeerd met de Algemene Reserve en heeft geen invloed op het resultaat van de jaarrekening.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerkwartier&id=54aa5498-8941-4b29-9bc3-347872bc9d8d