CConstaterende datWesterkwartier
Koppel je AI →
Document · PDF

Antw. TV CU Handhaving Licht- en donkerbeleid.pdf

Raadsvergadering 19 april 2023, gemeente WesterkwartierBij agendapunt: Vaststellen Licht en Donkerbeleid (bespreekstuk)1.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Technische vragen van de fractie van ChristenUnie Westerkwartier Ingediend op 03-04-2023 Ingediend door: WybeNiemeijer

Onderwerp: Handhaving Licht- en donkerbeleid Inleiding: In het Licht- en donkerbeleid wordt benoemd dat na vaststelling ook kan worden overgegaan tot handhaving. Er wordt ook verwezen naar de APV en andere beleidsstukken en regelgeving. Om helderheid te verkrijgen rondom de handhaafbaarheid hebben wij daarom de volgende vragen:

Vragen: 1. Welke vervolgstappen zijn nodig om over te kunnen gaan tot handhaving? Op dit moment kan alleen worden gehandhaafd als er sprake is van een direct gehinderde. Bijvoorbeeld wanneer een lichtbron verstorend straalt richting een woning, een weggebruiker, of een lichtgevoelige diersoort. De landelijke Richtlijn Lichthinder geeft aan bij hoeveel licht je de grens overgaat van ‘acceptabel’ naar ‘verstorend’ ofwel hinderlijk. De zoneringskaart ‘donkerte’ die wordt voorbereid in samenwerking met de provincie Groningen, is een hulpmiddel, maar is niet noodzakelijk. Per situatie kan de zone waarin de gehinderde zich bevindt, worden bepaald. Een lichtmeting in combinatie met de Richtlijn Lichthinder geeft de mogelijkheid om te handhaven. Hiervoor heeft de Omgevingsdienst Groningen de kennis in huis. De situatie is anders wanneer de gemeente zou willen handhaven richting eigenaren van licht dat uitstraalt over een waardevol landschap waar geen woning staat. Dergelijke handhaving kan op dit moment alleen als de lamp straalt naar het nationaal landschap ‘Middag Humsterland’, wat een aandachtsgebied Donkerte is volgens de provinciale Omgevingsverordening.

Voor de rest van het buitengebied van Westerkwartier geldt dat je pas op dergelijke verlichting (zonder direct gehinderde) kunt handhaven als dit in een Omgevingsplan of andere ruimtelijke regel is vastgelegd door de gemeenteraad. Die regel moet aangeven dat het donkere landschap en de duisternis in dat landschap beschermd moet worden. De Richtlijn Lichthinder maar ook andere gemeentespecifieke regels kunnen dan door de gemeente worden vastgelegd voor lichtbronnen die over het landschap uitstralen. Voor het aanspreken van eigenaren van ‘licht zonder functie’ na 23 uur, binnen en buiten de bebouwde kom, geldt ook dat handhaving pas mogelijk is na vastlegging van deze regel in bijvoorbeeld het Omgevingsplan.

2.

Per wanneer wil het college overgaan tot handhaving?

Het college geeft de voorkeur aan het in gesprek gaan met lichtbroneigenaren die hinderlijk licht uitstralen naar anderen. In veel gevallen is het al voldoende als de lamp wordt gedraaid, gedimd, afgeschermd of anderszins wordt aangepast. Als deze gesprekken niet het gewenste resultaat hebben en de hinder is gemeten en significant (boven de grenswaarde van de Richtlijn Lichthinder), dan kan het college kiezen voor handhaving. Hiervoor moet wel extra capaciteit worden vrijgemaakt.

1

Voor Middag Humsterland is het verstandig eerst te kijken welke lichtbronnen zich daar bevinden en welke daarvan onnodig het landschap instralen. Met die eigenaren kan de gemeente in gesprek gaan indien daar voldoende ambtelijke capaciteit voor beschikbaar gemaakt kan worden. Handhaving is ook hier de laatste mogelijkheid die alleen wordt ingezet al dat echt noodzakelijk is. Ook hier geldt: ‘voorkomen is beter dan genezen’. Bij nieuwe ontwikkelingen is het verstandig naar de benodigde verlichting te kijken en vooraf te vragen om goed gericht en bescheiden verlichting dat uitgaat zodra het kan. Handhaving is dan niet nodig.

3.

Is er sprake van een overgangsperiode waarin alleen wordt gewaarschuwd/het gesprek wordt aangegaan?

Ja, uit bovenstaande antwoorden blijkt dat deze overgangsperiode eigenlijk nu al geldt. Er wordt niet direct tot handhaving overgegaan. Er is geen formele overgangsperiode op dit moment, deze dient opgenomen te worden in het Omgevingsplan. In de huidige periode tot aan een vastgesteld Omgevingsplan gelden, zoals hierboven benoemd, verschillende situaties: -

Als verlichting zonder functie brandt na 23 uur, kan de gemeente de eigenaar verzoeken op basis van dit beleidsplan om deze lampen uit te schakelen. Verder kan de gemeente de eigenaar informeren dat na vaststelling van het Omgevingsplan, de verlichting verplicht uitgeschakeld moet worden om 23 uur.

-

Als er een gehinderde is, dan geldt de Richtlijn Lichthinder. De gemeente zal eerst in gesprek gaan en alleen handhaven waar sprake is van hinder, zoals beschreven onder vraag 2. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt hinder voorkomen door de juiste eisen te stellen.

-

Als licht een open landschap instraalt, ongeacht het tijdstip, dan kan de gemeente aan de eigenaar laten weten dat dit ongewenst is en informeren dat dit in de toekomst niet meer toegestaan in het dijken- en wierdenlandschap of zelfs het gehele buitengebied na vaststelling Omgevingsplan. In Middag-Humsterland geldt al per direct dat verstoring van duisternis ‘zonder noodzaak’ niet is toegestaan, zie antwoord op vraag 2.

-

Bedrijven en andere inrichtingen die licht uitstralen naar toekomstige ‘donkere’ gebieden hebben een overgangsperiode nodig, vast te leggen in het Omgevingsplan. Dus een bedrijf, open stal of sportveld wordt niet opeens gedwongen het licht uit te doen. In het Omgevingsplan kan worden opgenomen dat de regels gelden bij vervanging van de bestaande verlichting of als er sprake is van significante verstoring van duisternis. De regel van ‘uitschakelen van licht zonder functie om 23 uur’ kan zonder overgangsperiode per direct ingaan omdat hier een minimale investering voor nodig is.

Vanaf nu al is het verstandig om bij aanpassing van de huidige verlichting, eisen op te leggen aan de nieuwe verlichtingsinstallatie bij de vergunningverlening om handhaving na vaststelling Omgevingsplan te voorkomen.

4.

Wanneer tot handhaving wordt over gegaan, geldt dit dan voor iedereen in gelijke mate of wordt er onderscheid gemaakt tussen groepen? (Bijvoorbeeld sportorganisaties, bedrijven, inwoners)

Handhaving is alleen mogelijk richting ‘inrichtingen’ in het kader van de Wet Milieubeheer. Simpel gezegd: dat zijn bedrijven en instellingen die ergens een vergunning voor nodig hebben of vallen onder een Algemene Maatregel van Bestuur waardoor ze geen vergunning hoeven aanvragen. Inwoners vallen hier niet onder. Je kunt particulieren bereiken via • een brede bewustmakingscampagne

2

• •

individueel het gesprek aangaan als de inwoner storend/overdadig licht heeft (hiervoor moet dan wel ambtelijke capaciteit vrijgemaakt worden) als er echt hinder blijft bestaan van particuliere verlichting, kan wellicht de APV (of de toekomstige versie daarvan in de Omgevingsvisie) worden benut. Deze route is niet uitgezocht in dit beleidsplan omdat dit een uitzonderlijke situatie is.

We komen terug op het handhavingsaspect bij de behandeling van de zoneringskaart die in de loop van dit jaar gereed en richting Raad gaat. Definitieve keuzes hoeven pas gemaakt te worden bij vaststelling van het omgevingsplan.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerkwartier&id=aca09718-7532-45b5-b970-e79d11d58229