203-02 DEF Gebiedsplan Toekomst Landelijk Gebied Groningen
Tekst van het document
Gebiedsplan Toekomst Landelijk Gebied Groningen Doar gruit, doar bluit ain wonderlaand rondom ain wondre stad
Pagina | 2
INHOUD VOORWOORD ........................................................................................................................................ 5 1
2
3
4
5
6
7
INLEIDING ....................................................................................................................................... 7 1.1
Aanleiding ................................................................................................................................ 7
1.2
Gebiedsprocessen: de Groningse aanpak .............................................................................. 7
1.3
Hoe dit document te lezen ....................................................................................................... 9
TOEKOMSTBEELD RICHTING 2050 ........................................................................................... 11 2.1
Inleiding ................................................................................................................................. 11
2.2
Ontwikkeling landelijk gebied richting 2050 ........................................................................... 12
OOGST GEBIEDSPROCESSEN .................................................................................................. 19 3.1
Vooraf .................................................................................................................................... 19
3.2
Inleiding ................................................................................................................................. 19
3.3
Waddenkust en Wierdenland ................................................................................................ 21
3.4
Centrale Woldgebied en Duurswold ...................................................................................... 25
3.5
Oldambt ................................................................................................................................. 29
3.6
Westerwolde .......................................................................................................................... 33
3.7
Veenkoloniën ......................................................................................................................... 37
3.8
Gorecht .................................................................................................................................. 40
3.9
Zuidelijk Westerkwartier ........................................................................................................ 44
3.10
Waar willen de gebieden op korte termijn mee aan de slag? ............................................... 48
BIJDRAGEN AAN OPGAVEN LANDELIJK GEBIED .................................................................. 54 4.1
Inleiding ................................................................................................................................. 54
4.2
Natuur .................................................................................................................................... 54
4.3
Water ..................................................................................................................................... 56
4.4
Landbouw & klimaat .............................................................................................................. 58
4.5
Combinaties met andere opgaven landelijk gebied ............................................................... 59
SOCIAALECONOMISCHE EFFECTEN ........................................................................................ 62 5.1
Inleiding ................................................................................................................................. 62
5.2
Sociaaleconomische doelen .................................................................................................. 62
5.3
Sociaaleconomisch profiel ..................................................................................................... 63
5.4
Economische structuur .......................................................................................................... 64
5.5
Sociaaleconomische impact op twee niveaus ....................................................................... 65
BENODIGDE INVESTERING EN DEKKING ................................................................................ 72 6.1
Inleiding ................................................................................................................................. 72
6.2
Indicatieve investering om doelbereik te halen ..................................................................... 72
6.3
(Beoogde) dekking ................................................................................................................ 73
SAMEN AAN DE SLAG ................................................................................................................. 76
BIJLAGEN............................................................................................................................................. 80 Pagina | 3
BIJLAGE 1: DEELGEBIEDSPLANNEN .............................................................................................. 82 BIJLAGE 2: NATUUR-, WATER- EN KLIMAATOPGAVEN IN GRONINGEN ................................... 84 BIJLAGE 3: SOCIAALECONOMISCHE EFFECTEN LANDELIJK GEBIED GRONINGEN ............... 93 1.
Inleiding ................................................................................................................................. 96
2.
Sociaaleconomische doelen .................................................................................................. 96
3.
Sociaaleconomisch profiel ..................................................................................................... 98
4.
Economische structuur ........................................................................................................ 102
5.
Sociaaleconomische impact op twee niveaus ..................................................................... 105
6.
Behoeften en randvoorwaarden voor succes ...................................................................... 118
BIJLAGE 4: UITGANGSPUNTEN KOSTENRAMING ....................................................................... 120 BIJLAGE 5: MONITORING ................................................................................................................ 130 BIJLAGE 6: GROSLIJST VAN INITIATIEVEN UIT DE DEELGEBIEDEN ........................................ 135 COLOFON ........................................................................................................................................... 145
Pagina | 4
Voorwoord Bij het aantreden als gedeputeerden van de provincie Groningen in 2023, troffen wij in het landelijk gebied een landbouwsector aan die in verwarring was en ook veel boosheid kende. Heel begrijpelijk. De wettelijke opgaven voor natuur, water en klimaat en de inkomenssituatie nodigden niet uit tot enthousiasme over het eigen boer-zijn. Daarom zijn wij trots dat we als Groningers de afgelopen twee jaar hebben benut door met elkaar in gesprek te gaan en blijven; boeren, waterschappen, gemeenten, natuurorganisaties, betrokken burgers, Rijk en provincie. We hebben met Groningse nuchterheid gekeken naar de opgaven, naar de werkelijke situatie en de dagelijkse praktijk in zeven deelgebieden, elkaars belangen en mogelijke oplossingsrichtingen: Toekomst Landelijk Gebied (TLG). De resultaten mogen er zijn! De zeven deelgebiedsplannen vormen de weergave van de goede gesprekken die we daar hebben gevoerd. Dit Gebiedsplan is het overkoepelende resultaat en geeft inzicht in hoe het college van Gedeputeerde Staten van Groningen met haar (gebieds)partners en ondernemers, de uitdagingen in het landelijk gebied voor de komende 10-20 jaar wil oppakken. De conclusie daarbij is: Groningen is en blijft een landbouwprovincie, maar werkt ook concreet aan de opgaven die liggen in het landelijk gebied, zodat we een duurzame toekomst ingaan voor alle Groningers.
Voor het vervolg willen we als Gedeputeerde Staten van Groningen snel aan de slag met initiatieven die uit de gebiedsprocessen naar voren zijn gekomen. Dit zal gebeuren onder de naam 'Pronkjewails'. Daarnaast geloven we in het aanpakken van grotere opgaven, die een herinrichtingskarakter hebben. Dit geeft duidelijkheid, kansen en rechtszekerheid voor boeren en organisaties. Over dit laatste gaan we in gesprek met het Kabinet. Wij willen alle deelnemers in de deelgebieden en organisaties bedanken voor hun inzet, het meedenken en hun oprechte meningen. Als Gedeputeerde Staten van Groningen zullen we blijvend aandacht houden voor de inkomenspositie en het veranderingstempo van de agrarische sector en de uitdagingen op het gebied van natuur, water en klimaat. Wij zullen ons best blijven doen om de positie van het landelijk gebied in Groningen aan de orde te blijven stellen en eenieder hierin richting de toekomst te ondersteunen.
Gedeputeerde Staten van Groningen, November 2024
Pagina | 5
Pagina | 6
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Voor u ligt het Gebiedsplan Toekomst Landelijk Gebied (TLG) Groningen. Het Gebiedsplan biedt inzicht in grote uitdagingen in het landelijk gebied waarvoor onze provincie de komende jaren staat. In Groningen is gewerkt in zeven deelgebieden. Voor elk deelgebied zijn de opgaven beschreven. In deze gebiedsprocessen is met de vrijwillige inzet van meer dan tweehonderd betrokkenen bekeken welke type maatregelen gewenst zijn om deze opgaven te realiseren. De gedachte hierachter is dat daarmee het perspectief is gediend voor het landelijk gebied in het algemeen en voor de landbouw in het bijzonder. Dankzij de grote inzet van alle betrokken mensen en organisaties heeft dit plan tot stand kunnen komen De formele aanleiding voor dit Gebiedsplan ligt in de Groningse Startnotitie1 voor de transitie van het landelijk gebied, die Provinciale Staten op 22 februari 2023 heeft vastgesteld. Deze startnotitie is opgesteld als verkenning na het verzoek van de Rijksoverheid in september 2022 aan provincies, om met oplossingen te komen voor opgaven uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Het de vaststelling in Provinciale Staten erkende onze provincie de opgaven voor het landelijk gebied. Het belangrijkste uitgangspunt was dat de brede gebiedsprocessen, waarin er samen met de gebieden wordt toegewerkt naar een Gebiedsplan, voor ons leidend zijn.
Met het opheffen het NPLG-programma en het bijbehorende Transitiefonds door het kabinet-Schoof is er een andere context ontstaan. Het Rijk heeft aangegeven meer te willen inzetten op agrarisch natuurbeheer en landbouwinnovatie. In het regeerprogramma schrijft het kabinet: 'We ondersteunen ondernemers bij hun inspanningen om door te ontwikkelen en te innoveren, gericht op emissiereductie voor klimaat, natuur, water (inclusief kaderrichtlijn water), stikstof, geur en fijnstof'. Wij zien nog steeds opgaven en uitdagingen voor het Groninger landelijk gebied, want de meeste doelen uit het NPLG hebben een wettelijke basis die onveranderd blijft. In de veranderde context kiezen we er in dit Groninger Gebiedsplan voor om te spreken over opgaven en uitdagingen in plaats van doelen. Hierover gaan we met het Rijk in gesprek gaan teneinde deze gezamenlijk aan te pakken. Het doorlopen gebiedsproces dat in dit Gebiedsplan wordt beschreven is een goede basis om te werken aan een uitvoeringsprogramma. Inhoudelijk is de aanleiding voor dit Gebiedsplan gelegen in een veelheid aan uitdagingen waarvoor we als samenleving staan en die betrekking hebben op het landelijk gebied. Het gaat niet alleen over natuurkwaliteit, waterkwaliteit en klimaat, maar ook over de druk op de ruimte, verzilting en verdroging, maaiveld- en bodemdaling en aardbevingsschade.
In de vele bijeenkomsten in de gebieden zijn zorgen geuit over de toekomst van de landbouw. Het betreft onder meer het vervallen van de derogatie, verplichte bufferstroken en de PAS-melderproblematiek. Ons landelijk gebied is sterk op landbouw georiënteerd. De geformuleerde opgaven en uitdagingen hebben ingrijpende gevolgen en daarom is het juist voor onze provincie cruciaal dat we samen met de landbouwsector blijven optrekken en perspectief bieden. We doen het voor de Toekomst van het Landelijk Gebied Groningen!
1.2
Gebiedsprocessen: de Groningse aanpak
In het voorjaar van 2023 zijn wij gestart met het gebiedsproces. Een aanpak die gegroeid is naar: ‘de Groningse aanpak’. Het doel van deze integrale aanpak was om samen met gebiedspartijen te verkennen wat nodig is voor een toekomst- en klimaatbestendig, gezond en duurzaam ingericht landelijk
1
Die tot stand is gekomen in samenwerking met verschillende gebiedspartijen, waaronder gemeenten, waterschappen, belangenorganisaties en ketenpartners
Pagina | 7
gebied met een volhoudbaar perspectief voor de landbouw. Tijdens het gebiedsproces zijn in de zeven deelgebieden de opgaven zoals beschreven in de startnotitie besproken. Daarbij was er steeds aandacht voor de impact op en het toekomstperspectief van de landbouw. Deze gebiedsprocessen hebben geleid tot zeven deelgebiedsplannen (bijlage 1). De deelgebiedsplannen bevatten inbreng vanuit de gebiedsprocessen voor de oplossingsrichtingen, maatregelopties, wensen en randvoorwaarden om de uitdagingen waar Groningen voor staat aan te pakken. Om deze gesprekken goed te kunnen voeren hebben we de (wettelijke) opgaven eerst waar mogelijk geconcretiseerd en vertaald naar het Groningse landelijk gebied in een werkdocument. Een nadere toelichting op de opgaven staat beschreven in bijlage 2. Samengevat zijn de opgaven: • Natuur: opgaven om soorten veilig te stellen, de bos- en hout strategie en het realiseren van groenblauwe dooradering; • Water: kwaliteit, zoetwaterbeschikbaarheid en beperken wateroverlast; • Landbouw en klimaat: het reduceren van emissies en broeikasgassen. In de hoofdstukken 2 en 3 leest u meer over hoe dit zijn uitwerking heeft gekregen in de gebiedsprocessen. Daarnaast is geïnventariseerd waar energie zit en waar men op korte termijn mee aan de slag wil.
Naast de inhoudelijke opbrengst vanuit de gebiedsprocessen zien wij winst in de bewustwording en het vergroten van kennis. Er is (meer) inzicht in de opgaven en de maatregelen die kunnen helpen om te zorgen voor een toekomstbestendig landelijk gebied. De integrale aanpak maak de samenhang met andere opgaven en koppelkansen inzichtelijk. Ook is er (meer) begrip voor verschillende belangen en standpunten binnen een gebied. De processen in de deelgebieden zijn daarmee niet ‘klaar’ met het opstellen van de deelgebiedsplannen en dit Gebiedsplan, ze zijn een start voor het vervolg!
Figuur 1.1: De zeven deelgebieden gevormd op basis van landschappelijke identiteit Een Gebiedsplan dat leidt tot uitvoering en het behalen van opgaven Met dit Gebiedsplan willen wij integraal (verder) werken aan onze provinciale opgaven en uitdagingen. De weg naar een toekomstbestendig landelijk gebied eindigt niet over 3 of 5 jaar. Daarom maken wij in het Gebiedsplan een doorkijk naar 2050, en wordt dit Gebiedsplan integraal ondergebracht bij de Pagina | 8
provinciale omgevingsvisie. Dit doen wij vanuit ons beleid en daarbij betrekken we de oogst van de gebiedsprocessen. Met dit Gebiedsplan geven wij inzicht welke maatregelopties er zijn om de uitdagingen voor onze provincie aan te pakken, wat de kosten daarvan zijn en wat de uitkomst is vanuit de deelgebiedsprocessen. Uit het Gebiedsplan blijkt ook dat de provincie dit niet alleen kan realiseren. Hiervoor is, naast samenwerking met andere Groningse overheden, ook de nodige inzet vanuit het Rijk nodig, zowel inhoudelijk (beleidsmatig) als financieel. Wij vinden het heel belangrijk om integraal te werken aan de opgaven, om zorgvuldig om te gaan met het gevraagde ruimtebeslag en om meerwaarde te creëren door het benutten van koppelkansen. Dit Gebiedsplan is een leidraad voor de verdere integrale uitwerking van de maatregelen die nodig zijn voor een toekomstbestendig landelijk gebied. Naast de processen in de deelgebieden zijn er twee overlegtafels opgezet die op provinciale schaal adviseerden en meedachten: een landbouw- en natuurtafel, met Groningse landbouw- natuur- en recreatie/vrijetijdspartners, en een overhedentafel met gemeente- en waterschapsbestuurders. Ook hebben wij regelmatig in het Provinciaal Netwerk Landelijk Gebied 2 (PNLG) over de gebiedsprocessen en het Gebiedsplan gesproken.
De oplossingsrichtingen in dit Gebiedsplan raken aan ander provinciaal beleid, aan gemeentelijk beleid en beleid van de waterschappen. Alle betrokken overheden blijven uiteraard verantwoordelijk voor hun eigen beleidsvorming. Bij een verdere uitwerking van de oplossingsrichtingen vervult elke overheid haar rol vanuit haar eigen taak en verantwoordelijkheden. Daarbij werken wij graag vanuit het uitgangspunt dat we als overheden samen één overheid vormen en eventuele tegenstrijdigheden in beleid willen we in overleg met elkaar oplossen. Ook met het Rijk willen we uitvoeringsgericht aan de slag.
1.3
Hoe dit document te lezen
Het Gebiedsplan is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk starten wij in hoofdstuk 2 met een schets van een toekomstbeeld van ons landelijk gebied richting 2050, gebaseerd op provinciaal beleid en de uitkomsten van de gebiedsprocessen. In hoofdstuk 3 vatten we de deelgebiedsplannen samen en geven per deelgebied aan welke oplossingsrichtingen zijn besproken, met welke maatregelopties de deelgebieden aan de slag zouden willen gaan en welke koppelkansen naar voren zijn gekomen. We besluiten dit hoofdstuk met de gemene deler die uit de deelgebieden komt en wat de gebieden nodig hebben om een volgende stap of stappen te kunnen zetten. Hoofdstuk 4 beschrijft hoe de maatregelopties uit hoofdstuk 3 zouden kunnen bijdragen aan een toekomstbestendig landelijk gebied, aan de opgaven op het gebied van landbouw & klimaat, natuur en water maar ook aan andere opgaven. In hoofdstuk 5 schetsen wij door middel van een sociaaleconomische effectenanalyse (SEIA) welke effecten (positief en negatief) de weg naar een toekomstbestendig landelijk gebied kunnen hebben. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de financiële middelen die nodig zijn wanneer de provincie als totaal het maximale doelbereik van de Rijksdoelen zou willen halen. Hoofdstuk 7 gaat over welke vervolgstappen wij willen zetten en hoe wij effecten willen monitoren.
In de bijlagen hebben wij achtergrondinformatie opgenomen die wij hebben gebruikt bij het maken van dit Gebiedsplan, waaronder de deelgebiedsplannen van alle zeven deelgebieden.
2
Natuur- en milieuorganisaties, de LTO Groningen, Boer en natuur, Landschapsbeheer, Particulier grondbezit, recreatie- en vrijetijdssector, waterschappen, gemeenten, prolander en gedeputeerde Emmens.
Pagina | 9
Pagina | 10
2 Toekomstbeeld richting 2050 2.1
Inleiding
Om de opgaven en maatregelen voor landbouw & klimaat, natuur en water en de effecten hiervan goed te kunnen plaatsen, is het belangrijk zicht te hebben op het lange termijn toekomstbeeld van het landelijk gebied. In dit hoofdstuk worden de al geformuleerde provinciale beleidsambities richting 2050 naast de toekomstbeelden uit de gebiedsprocessen gelegd. In onderlinge samenhang ontstaan de bouwstenen voor de toekomst van het landelijk gebied van Groningen, die richting geven aan zetten stappen op de korte termijn. Veel provinciale ambities richting 2050 zijn al geformuleerd en vastgelegd in programma’s, zoals het omgevingsbeleid dat de provincie Groningen momenteel ook ontwikkelt. Hiervoor heeft de provincie Groningen de basis gelegd in het Koersdocument ‘Dit is Groningen’ uit 2022 en het Ruimtelijk voorstel ‘Dit is Groningen, waardevol Groningen’ (2024). Dit geeft een eerste richting aan de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de provincie, waaronder het landelijk gebied. Wij bekijken de doelstellingen voor landbouw & klimaat, natuur- en water dan ook in samenhang met dit beleid, maar ook in samenhang met lopende programma's zoals het Nationaal Programma Groningen (NPG). Ook werken we aan een landbouwprogramma waarmee we als provincie binnen onze rol en verantwoordelijkheden willen zorgen voor een goed perspectief voor de landbouw in onze provincie.
Daarnaast houden we rekening met lopende ontwikkelingen zoals de regionale invulling van maatregelen uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en toepassing van wateren bodemsturende principes3 in het ruimtelijk beleid. Dit Gebiedsplan pakt een deel van deze opgaven mee. Dat is zichtbaar in onze inspanningen in de veengebieden om de maaivelddaling (veenoxidatie) tegen te gaan met de uitwerking van de Regionale veenweidestrategie en Strategie overige veengronden. Een ander voorbeeld is de klimaatadaptieve en dynamische kustzone die we ontwikkelen aan de Waddenkust.
Water en bodem sturend
Water en bodem sturend in de ruimtelijke ordening betekent dat we zoveel mogelijk aansluiten bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. Het doel van water en bodem sturend is meervoudig: het ruimtegebruik minder kwetsbaar maken voor weersextremen, het beschermen en vergroten van onze watervoorziening, de (grond)waterkwaliteit, de biodiversiteit en het tegengaan van onomkeerbare effecten van bodem- en maaivelddaling.
Uit de gebiedsprocessen zijn inzichten gekomen waaruit werd duidelijk welke kwaliteiten gekoesterd of versterkt moeten worden en hoe de gebiedspartijen in de deelgebieden op de lange termijn om willen gaan met de opgaven en uitdagingen voor landbouw & klimaat, water en natuur. Dit zijn ook belangrijke bouwstenen voor de integrale afwegingen voor de ruimtelijke ontwikkeling van de provincie Groningen. Landschappelijke kwaliteit als basis Eén ding staat bij alle toekomstbeelden als een paal boven water: bij het ontwikkelen van provinciaal (ruimtelijk) beleid is ons landschap een heel belangrijk vertrekpunt. Ook cultuurlandschappen en ruimtelijke erfgoedwaarden zijn onderdeel van die landschappelijke kwaliteit. Dat maakt de gebieden namelijk uniek en is iets om te koesteren en op door te bouwen. Het landschap van de provincie Groningen is het resultaat van een lange ontstaansgeschiedenis en kenmerkt zich door een grote diversiteit. De landbouw speelt daarin van oudsher een belangrijke rol.
3
Kamerbrief ‘Water en bodem sturend’, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Pagina | 11
Figuur 2.1: Ontstaansgeschiedenis Groningen uit Ruimtelijk voorstel: Dit is Groningen, Waardevol Groningen Soms is het landschap grootschalig open zoals langs de Waddenkust, soms is het kleinschalig en meer besloten zoals in het Zuidelijk Westerkwartier. Waar sommige landschappen het resultaat zijn van een eeuwenoude interactie van de mens en het natuurlijke systeem, zoals in het Noord-Groningse zeekleigebied en in het bijzonder het Middag Humsterland, zijn andere landschappen relatief jong en door mensenhanden gevormd, zoals de systematische, veenkoloniale ontginningen. Door de hele provincie is de gebiedsspecifieke ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis nog zeer goed herkenbaar en zijn landschap en dorpen nauw met elkaar verbonden. Op dit gegeven moeten we zuinig zijn. Tegelijkertijd kunnen we hier op zorgvuldige wijze gebruik van maken door bij de invulling van de opgaven hierop voort te bouwen en nieuwe kwaliteiten toe te voegen. Vanuit de (landschappelijke) identiteit en eigenschappen hebben we samen met de deelgebieden naar oplossingsrichtingen gezocht. In brede zin levert dat een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit, aan mooie gebieden en een mooi Groningen.
2.2
Ontwikkeling landelijk gebied richting 2050
Deze paragraaf beschrijft en geeft richting aan het gewenste toekomstbeeld van het landelijk gebied en de thema’s waar we aan willen gaan werken. De tekst is gebaseerd op de genoemde beleidsdocumenten en de uitkomsten van de gebiedsprocessen. Principes uit Ruimtelijke Voorstel 2050 In het programma NOVEX werken alle overheden samen aan een plan voor de inrichting van Nederland. De nationale doelen en belangen heeft het Rijk samengebracht in een startpakket (vastgesteld door het kabinet op 9 december 2022). Dit startpakket vormde de basis voor het leggen van de ruimtelijke puzzel per provincie: samen met de waterschappen en gemeenten de nationale opgaven en doelen ruimtelijk te vertalen, te combineren en in te passen in de provinciale plannen. Zo ook in de provincie Groningen onder de noemer: Ruimtelijk voorstel ‘Dit is Groningen, waardevol Groningen’. In het Ruimtelijk voorstel waren de thema’s ‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘water en bodem sturend’ leidend c.q. sturend en staat brede welvaart voor de Groningers voorop.
Pagina | 12
Waardevol Groningen als basisperspectief voor de ontwikkeling van Groningen Waardevol Groningen toont ons het landschap waar we nu in wonen en werken, dat het resultaat is van een eeuwenlange ontstaansgeschiedenis. De sporen uit deze geschiedenis zijn nog steeds zichtbaar en bepalen het diverse karakter van onze provincie en haar inwoners. Door aanpakken, pionieren en een sterke ontwikkelgeest weten Groningers door de eeuwen heen een diverse, fijne en leefbare leefomgeving te creëren. Groningers voelen zich zeer verbonden met hun provincie. Daarom is het tempo van de ontwikkelingen die onze leefomgeving bepalen uitermate belangrijk, net als de manier waarop. Verandert ons landschap te snel, dan gaan karakteristieken verloren en raken onze inwoners de verbondenheid met hun land kwijt. Het basisperspectief Waardevol Groningen is voor ons leidend voor de uitwerking van de andere drie perspectieven.
Toekomstsbeeld landbouw in Groningen In de toekomst zien we een landbouwsector die zich toelegt op: • Het leveren en doorontwikkelen (ingrediënten, samenstelling) van hoogwaardig voedsel; • Groene en hoogwaardige grondstoffen en ketenontwikkeling; • Maatschappelijke diensten, zoals natuur- en landschapsbeheer, landbouw & klimaat (koolstofvastlegging) en water(berging); • Energieneutrale landbouw; • Kennis en innovaties voor verduurzaming van landbouwsystemen, nieuwe vormen van samenwerking en gezond hoogwaardig voedsel. Dit gebeurt op een manier die bijdraagt aan een goede inkomenspositie (verdienvermogen) van de Groningse boer, aan een gezonde leefomgeving en aan de brede welvaart van Groningen. Dat betekent dat er een balans is tussen de ecologische-, economische- en sociaal-culturele waarden en dat dit ruimtelijk passend en van waarde is in het landelijk gebied. 4 Het toekomstbeeld van de deelgebieden in Groningen zal onderling verschillen. In het Koersdocument voor de Omgevingsvisie en het Ruimtelijke Voorstel zijn op hoofdlijnen drie typen perspectieven benoemd en verbeeld die in de Omgevingsvisie in wording verder worden uitgewerkt en verfijnd: 1. Gemengde gebieden Het Westerkwartier, Gorecht en rond de beekdalen in Westerwolde zijn en blijven gebieden met een mix aan functies in het landelijk gebied.
De combinatie van (extensieve) landbouw, natuur, water en recreatie wordt verder doorontwikkeld. De Veenkoloniën ontwikkelen zich naar alle waarschijnlijkheid tot een meer gemengd gebied, waar de landbouwfunctie een belangrijke rol blijft houden, onder andere vanwege de waarde van het gebied voor de teelt van fabrieksaardappelen en suikerbieten. Hier liggen opgaven voor het verbeteren van de bodemstructuur, zodat het gebied beter benut kan worden als landbouwgebied, water wordt vastgehouden en de uitspoeling van voedings- en meststoffen wordt tegengegaan. Dat draagt in belangrijke mate bij aan de doelstellingen vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW). De provincie kiest ervoor om een steviger structuur van groene en blauwe verbindingen te ontwikkelen in de Veenkoloniën. Dat helpt om in tijden van droogte stofstormen tegen te gaan en vergroot ook de recreatieve aantrekkelijkheid van het gebied. 2. Voedselproductiegebieden Op het Hogeland en in de Dollardpolders liggen waardevolle voedselproductiegebieden. De grond is hier van nature vruchtbaar. Deze gebieden zijn daarom bij uitstek geschikt voor de teelt en productie van voedsel voor mensen. Deze gronden zullen daar blijvend voor worden benut. In deze gebieden zijn er kansen voor een klimaatadaptieve, toekomstbestendige inrichting met meer kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw.
Dit kan door het gebied aan te passen aan wat het klimaat vraagt, door de verzilting te onderzoeken en best passende oplossingen te vinden (dat kan ook het tegengaan van
4
Bron: Landbouwupdate, Een notitie over ontwikkelingsrichtingen en perspectieven voor de landbouw in Groningen 2022-2212)
Pagina | 13
verzilting zijn), door ruimte te zoeken voor meer biodiversiteit (bijvoorbeeld in de akkerranden) en door het afbouwen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Figuur 2.2 Geografisch verschil in perspectief landbouwsector (Bron: Koersdocument) 3. Gebieden met een nieuw perspectief De verwachting is dat in de laaggelegen veengebieden gewerkt zal moeten worden naar een andere inrichting en een deels ander gebruik van het gebied. Dat is het gevolg van de voortgaande bodemdaling door gaswinning en maaivelddaling door veenoxidatie. Deze gebieden vragen een nieuw perspectief voor de landbouw en een andere uitstraling en betekenis, zoals een ontwikkeling naar meervoudige functies met bijvoorbeeld andere teelten (gewassen voor de bouw), water, recreatie, natuur en natuurinclusieve landbouw, wonen en energie.
Pagina | 14
Uit het gebiedsproces: Ook in het gebiedsproces is gesproken over de laaggelegen veengebieden. Het veen ligt in Groningen in een ’veengordel’ ten westen, zuiden en oosten van de stad Groningen, voornamelijk in de deelgebieden Zuidelijk Westerkwartier (west), Gorecht (zuid) en Centrale Woldgebied (oost). De huidige waterpeilen liggen veelal lager dan de bovenkant van het veenpakket waardoor het veen oxideert, koolstofvrijkomt en het maaiveld daalt. Het waterschap Hunze en Aa’s hanteert sinds 2015 in gebieden met langdurige veenoxidatie het standstill principe. Zolang er geen uitgekristalliseerde alternatieven zijn met voldoende bestuurlijk draagvlak en voldoende instrumenten, worden de peilen nu al niet meer verlaagd. Dit betekend dat de percelen natter worden. Verhoging van het waterpeil draagt bij aan het tegengaan van veenoxidatie en verdere maaivelddaling. Dit heeft als gevolg dat de landbouwgronden nog natter worden en het perspectief voor de landbouw in veengebieden sterk onder druk komt te staan. Daarom gaan wij in alle Groningse veengebieden aan de slag met een onderzoeks- en uitvoeringsprogramma naar water, bodem en veen om tot keuzes te komen die duidelijkheid moeten geven wat het perspectief voor de landbouw in deze veengebieden zal zijn.
Daarbij hebben wij hulp nodig van het Rijk voor onder andere goede langjarige regelingen voor natuurbeheer/blauwgroene diensten en het bieden van planologische ruimte voor andere functies die passen in landschap en het omgevingsbeleid.
Beeld Landelijk Gebied in 2050 In 2050 is Groningen nog steeds een fijne provincie om te wonen, werken en te recreëren, er zijn nieuwe elementen aan de kaart van Waardevol Groningen toegevoegd, er is een duidelijk zichtbare dynamische kustzone ontstaan, we houden meer water vast, onze specifieke landschapswaarden zijn versterkt en hersteld, landbouw en natuurwaarden zijn met elkaar in evenwicht en de landbouw heeft (een vernieuwende) koers met perspectief. Dit is in grote lijnen de startalinea van het geschetste toekomstbeeld in het Ruimtelijk voorstel Waardevol Groningen (2024). Het geeft een eerste aanzet en beeld van de toekomst van het landelijk gebied in Groningen. In het proces met de zeven deelgebieden is dit toekomstbeeld (2050) nog wat verder geconcretiseerd en aangescherpt. Het is een globaal beeld waar we in Groningen in samenwerking met de omgeving naar toe willen werken. Het toekomstbeeld 2050 voor het landelijk gebied, dus hoe onze provincie er in de toekomst mogelijk uitziet, wordt beschreven aan de hand van onderstaande thema’s. Versterkte landschappelijke waarden: de diversiteit van het landschap en haar specifieke kernkwaliteiten hebben altijd centraal gestaan in de ontwikkeling van het landelijk gebied van Groningen. Het zijn de dragers van de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van dat landelijke gebied.
De landbouw heeft mede het karakter van het landschap gevormd en is ook deels beheerder van het landschap. Landschappelijke structuren in vooral de primaire landbouwgebieden langs de Waddenkust, het Wierdenland, de Veenkoloniën, Westerwolde en Oldambt zijn in 2050 tot in de haarvaten van dit landbouwgebied versterkt met een natuurnetwerk zoals ecologische oevers en fraaie akkerranden die er voor zorgen dat akkervogels floreren. In het Zuidelijk Westerkwartier heeft het coulissenlandschap aan waarde gewonnen en zijn singels versterkt en uitgebreid. In heel Groningen zijn verbindingen en dijken, waar het landschappelijk past, verrijkt met ecologisch bermen, bomenrijen en/of struiken. Bos is zoveel mogelijk ontwikkeld rondom woonkernen en langs woonlinten. Uit het gebiedsproces: In de bijeenkomsten werd het belang van behoud van de landschappelijke waarden zoals bijvoorbeeld openheid vaak benadrukt. Het realiseren van nieuwe houtige beplantingen (zoals bossen of bomenrijen) kan de openheid aantasten. Dat is niet gewenst. Maar de opgave voor houtige beplantingen kan ook niet worden afgewenteld op de meer besloten deelgebieden zoals Zuidelijk Westerkwartier, Gorecht en Westerwolde. Deze besloten landschapstypen hebben een belangrijke waarde en verdichting is hier lang niet overal mogelijk.
Een duurzaam landbouwgebied: Groningen is en blijft een echte landbouwprovincie. De primaire landbouwgebieden langs de Waddenkust, het Wierdenland, de Veenkoloniën, Westerwolde en Oldambt blijven bijdragen aan het leveren van voldoende hoogwaardig voedsel en groene grondstoffen (inclusief pootgoed). Daarnaast zijn dit de gebieden waar kennis, samenwerking en innovatie worden ontwikkeld Pagina | 15
die wereldwijd kunnen worden toegepast voor het verduurzamen van landbouwsystemen. Dit doen zij op een manier waarin het milieugebruik is beperkt, waar sprake is van een gezonde leefomgeving, gecombineerd met een goed en eerlijk inkomen voor de boer. Er wordt hier gewerkt met moderne kringlooplandbouw, de akkerbouw en veehouderij vullen elkaar aan. In de gebieden rondom de steden heeft de landbouw zich ontwikkeld tot boeren met eigen korte afzetketens, met directe klandizie van inwoners van de stad en de omliggende kernen. Daarnaast organiseren zij in nauwe samenwerking met natuurbeheerders, gemeenten, waterschappen en waterwinbedrijven de instandhouding en het onderhoud van natuurgebieden, landschappen en waterwingebieden. Daarvoor ontvangen boeren een marktconforme vergoeding met langjarige afspraken. Uit het gebiedsproces: In de agrarische gebieden op de kleigronden van Groningen koesteren we de hoogproductieve landbouw met zo min mogelijke milieueffecten. We zetten in op het versterken van de samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij voor de regionale mestkringloop. Voor de benodigde emissiereductie zien wij een belangrijke rol weggelegd voor innovatieve oplossingsrichtingen (management- en technische maatregelen).
In veengebieden, rondom de (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebieden (ook net buiten de provinciale grenzen in Friesland en Drenthe) en het aardbevingsgebied komen meerdere opgaven bij elkaar op het gebied van water, bodem en landbouw. Daar is sprake van een andere toekomstsituatie en kijken we breder naar de sociaaleconomische perspectieven voor de landbouwsector en het gebied zelf.
Natuur op orde en in evenwicht met de landbouw: het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is gerealiseerd en het beheer is geregeld. Waar het kon is natuurgebied ontwikkeld voor vogelsoorten die in het boerenland leven (VHR-doelen). De provincie Groningen heeft daarmee robuuste, rijke en veerkrachtige natuur met een hierop toegespitst watersysteem dat goed beleefbaar is voor inwoners en bezoekers van de provincie. Grote delen van het agrarisch gebied zijn in trek bij weide- en akkervogels. Met hun beheer zorgen boeren ervoor dat Groningen aantrekkelijk blijft voor deze vogels. Rondom Natura 2000-gebieden vindt vooral meer extensieve en op natuur gerichte agrarische bedrijvigheid plaats. Dit combineert de sector met toeristisch-recreatieve en (betaalde) maatschappelijke activiteiten. De milieuimpact van de agrarische bedrijven is substantieel verkleind, onder andere met behulp van technische- en managementmaatregelen (precisielandbouw) en waar nodig met zonering en extensivering van haar bedrijfsvoering. Economische productie, biodiversiteit en ecologische duurzaamheid zijn in balans. Uit het gebiedsproces: In het gebiedsproces is aangegeven dat men het huidige areaal landbouwgrond wil behouden. In de Provinciale Omgevingsverordening (POV) is het Groningse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) begrensd.
Het NNN bestaat uit een areaal bestaande NNN en een areaal nog te verwerven NNN. De provincie wil begrensde NNN optimaal inzetten voor het behalen van de VHR-doelen (30% herstel per 2030 en verder herstel in de jaren daarna). Hiermee wordt het nieuwe ruimtebeslag op landbouwgrond zo veel mogelijk beperkt. Het optimaal benutten van het NNN kan ook betekenen dat bestaande NNN-natuur (bijv. relatief droge leefgebieden) wordt omgevormd naar een ander natuurtype dat meer bijdraagt aan de VHR-doelen (bijv. relatief natte leefgebieden). Groningen heeft relatief veel VHR-doelen voor vogelsoorten die in het boerenland leven. Voor het behalen van de VHR-doelen is het zinvol buiten het NNN kijken. Deze VHR-doelen buiten de NNN-gebieden willen we vooral bereiken met agrarisch natuurbeheer, maar voor sommige kritische VHR-natuur kan het nodig zijn om buiten de NNN-gebieden natuurgebied te ontwikkelen. Waar dat aan de orde is, kijken we nadrukkelijk naar koppeling met andere opgaven, zoals peilopzet in verband met het reduceren van veenoxidatie of maatregelen die ten goede komen aan de zoetwatervoorraad.
In de meer kleinschalige veengebieden zijn veel opgaven samengekomen op het gebied van water, bodem, landbouw en natuur met als gevolg dat de veehouderij extensiever is geworden en nieuw Pagina | 16
perspectief is ontwikkeld voor de agrarische bedrijven, met onder meer groenblauwe diensten, toerisme en recreatie en energie. Over de vergoeding voor de groenblauwe diensten en agrarisch natuurbeheer zijn langlopende afspraken gemaakt. Klimaatadaptieve en dynamische kustzone: het buitendijkse Waddengebied kent belangrijke natuurwaarden met de status van Natura 2000-gebied en UNESCO-werelderfgoed. Aan de landzijde bevindt zich langs de Waddenkust hoogwaardige voedsel- en pootgoedteelt van internationale betekenis. Op weg naar 2050 zijn met een integrale aanpak de kustveiligheid vergroot, natuurwaarden versterkt, verzilting aangepakt en de omstandigheden voor met name de laaggelegen akkerbouwgronden verbeterd. Kustversterking langs de Dollard is gekoppeld aan de ontwikkeling van natuur (kwelderontwikkeling) en overtollig slib is gebruikt om laaggelegen landbouwgronden (vooral akkerbouw) op te hogen. Dit als oplossing tegen maaivelddaling, bodemdaling en verzilting. Schoon water en voldoende zoetwater beschikbaar: het grondwater en het oppervlaktewater voldoet in de toekomst aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water. Dat betekent dat het schoon en gezond is. We houden meer water vast waardoor Groningen de droge periodes goed doorstaat. Groningen beperkt zo de gevolgen van de verminderde beschikbaarheid van zoetwater uit het IJsselmeer.
Bij de ontwikkeling van functies is zoveel mogelijk aangesloten op de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. Dat is ten goede gekomen aan de kwaliteit van water en bodem. Aan de groeiende drinkwatervraag voldoen we met de aangewezen Aanvullende Strategisch Voorraden en waterbesparingsmaatregelen, onder andere met precisiemaatregelen in de landbouw. Uit het gebiedsproces:
Het water en bodemsysteem van Groningen bestaat uit drie delen: het zuidelijk gelegen zandgebied met zoete kwel en een zoete grondwaterstroming, het noordelijk gelegen kleigebied met zoute kwel en een zoute grondwaterstroming, en een daar tussenin gelegen veengebied (figuur 2.3). In de huidige situatie zorgen de lage waterpeilen in de laaggelegen veengebieden er ook voor dat zoet grondwater vanuit het zuidelijker gelegen zandgebied wordt aangetrokken, omhoog komt via kwel en wordt afgevoerd. De lage peilen trekken ook zout grondwater vanuit het noorden aan. Daarmee functioneert het laaggelegen veengebied nu als een soort grote ’drainagebuis’ voor heel Groningen en trekt het ook water aan vanuit de Drentse en Friese hoge zandgronden. In de toekomst moeten hogere waterpeilen in het veengebied en zandgebied deze drainerende werking beperken en zorgen voor vergroting van de zoetwatervoorraad in de bodem. Het verhogen van het peil in veengebieden en het handhaven van die peilen om veenoxidatie te voorkomen leidt tegelijkertijd wel tot een grotere zoetwatervraag voor oppervlaktewater in extreem droge perioden. In het kleigebied is de relatie met het grondwater minder sterk, hier zien we vooral het vergroten van de zoetwaterlens als mogelijkheid om ons beter te weren tegen droogte. In de zandgebieden willen we ook inzetten op het vergroten van het waterbergend vermogen.
Figuur 2.3: Werking natuurlijk water- en bodemsysteem Groningen
Uit het gebiedsproces:
Pagina | 17
Pagina | 18
3 Oogst gebiedsprocessen 3.1
Vooraf
Dit hoofdstuk bevat de opbrengsten uit de gebiedsprocessen die plaatsvonden in de zeven deelgebieden in de periode juni 2023 t/m september 2024. Het is een samenvatting van de uitkomsten vanuit de gebiedsprocessen voor de oplossingsrichtingen, maatregelopties, wensen en voorwaarden om de Groningse opgaven en uitdagingen aan te pakken. In dit Gebiedsplan is gekozen om de weergave van de opbrengsten in een eenduidige opbouw te presenteren. De gebiedsprocessen in de zeven gebieden kenden hun eigen proces en zijn per gebied op eigen wijze uitgewerkt. De deelgebiedsplannen die als bijlage bij dit Gebiedsplan zijn opgenomen geven hierin een uitgebreider inzicht per deelgebied. Er zijn nog geen eenduidige gebiedsagenda’s per gebied, het is geen (vastgesteld) beleid van de provincie of andere overheden. Dat beleid wordt (in een later stadium) gevormd door de verdere uitwerking van dit Gebiedsplan en doorwerking daarvan in de kerninstrumenten van provincie, gemeenten en waterschappen zoals de provinciale omgevingsverordening, omgevingsplannen en omgevingsvergunningen.
3.2
Inleiding
De provincie heeft samen met de omgeving verkend wat nodig is voor een toekomst- en klimaatbestendig, gezond en duurzaam ingericht landelijk gebied. Hiervoor hebben we onze eigen ‘Groningse aanpak’ gevolgd. In zeven deelgebieden met elk een eigen landschappelijke identiteit werkten gebiedspartijen aan een deelgebiedsplan. De gesprekken zijn gevoerd aan de hand van een werkdocument waarin voor water, natuur en landbouw & klimaat maatregelopties zijn geschetst. De gebieden zijn uitgenodigd om met andere of aanvullende maatregelopties te komen. In bijlage 1 treft u per deelgebied het deelgebiedsplan. In de deelgebieden keken we niet alleen naar de landbouw- & klimaat- water-, en natuuropgaven, maar ook naar andere opgaven, lopende initiatieven en ‘energie’ in die gebieden. ‘De Groningse aanpak’ In deze aanpak werken gebiedspartijen in de periode juni 2023 t/m september 2024 in zeven deelgebieden ‘bottom up’ aan een deelgebiedsplan. Er zijn zeven gebiedsprocessen ontstaan onder verantwoordelijkheid van een verkenner en regisseur (duo), ondersteund door specialisten. Zij organiseerden het gebiedsproces en zorgden voor het opstellen van een deelgebiedsplan.
Het kader voor dit deelgebiedsplan bestaat in eerste instantie uit de inhoud van de Startnotitie transitie landelijk gebied en het Stand-van-zaken document transitie landelijk gebied, gecombineerd met andere (niet NPLG) opgaven en plannen. De deelgebiedsplannen bevatten inbreng vanuit het gebiedsproces. De duo’s waren in hun deelgebied verantwoordelijk voor proces, de communicatie hierover én de inhoud van het Gebiedsplan. Zij hadden daarbij ondersteuning van een voorbereidingsgroep, bestaande uit belangenvertegenwoordigers uit het deelgebied zoals landbouw-, natuur- en waterorganisaties, gemeenten, dorpsverenigingen en individuele agrariërs. Deze deelnemers dachten mee over proces en inhoud. Zij deden dit op persoonlijke titel. In elk deelgebied organiseerden de duo’s: • Individuele gesprekken; • Kennissessies: verkennen/aanscherpen van de transitieopgaven; • Toekomstsessies: hoe ziet de toekomst van het deelgebied eruit en verkennen van oplossingsrichtingen en voorwaarden; • Brede inloopsessies waarin iedereen die belangstelling had kennis kon nemen van het proces en de inhoud van het deelgebiedsplan.
Een jaar lang is intensief en met veel energie in de deelgebieden met elkaar samengewerkt en is veel werk verzet door de deelnemers en andere betrokkenen. Er werkten 25 tot 40 personen en organisaties Pagina | 19
per deelgebied met elkaar samen in kennis- en toekomstsessies. Elk deelgebied kende daarbij zijn eigen dynamiek, problematiek, opgaven en beelden van de oplossingen. Hoewel tempo en inhoud van de processen verschilden zijn in alle deelgebieden de opgaven besproken en, voor zo ver als op dat moment mogelijk, vertaald naar maatregelopties. Figuur 3.1 bevat een samenvattende kaart van de belangrijkste aanknopingspunten en maatregelopties. In dit hoofdstuk beschrijven we per deelgebied de oogst van tot nu toe opgehaalde maatregelopties tot 2030 voor de NPLG-opgaven landbouw & klimaat, natuur en water, zoals besproken in de gebiedsprocessen. Per deelgebied leest u eerst een overzicht van de opgehaalde maatregelopties, ontwikkelingsrichtingen en andere aanknopingspunten, daarna een korte beschrijving van het gebied, gevolgd door een indruk van het doorlopen gebiedsproces.
Figuur 3.1: Belangrijkste landschappelijke- en grondgebruiksfuncties provincie Groningen
Pagina | 20
3.3
Waddenkust en Wierdenland
Figuur 3.2: Belangrijkste landschappelijke- en grondgebruiksfuncties Waddenkust en Wierdenland Opbrengst uit het gebiedsproces (opbrengsten en maatregelopties) • • • • •
Onderzoek naar invulling regionale kringlopen en opzetten van experimenten; Expertise opbouwen zoetwaterstrategie met kennisopbouw en experimenten; Transitie in de landbouw op basis van keuzevrijheid en goede informatievoorziening; Meervoudig gebruik van de schaarse ruimte door opgaven zoveel mogelijk te combineren; Verbreding (taken) en uitbreiding (gebieden) van het ANLb.
Landbouw & klimaat Emissiereductie: in dit gebied zijn meerdere opties benoemd om te komen tot reductie van emissie van ammoniak en stikstof: Pagina | 21
• • • •
Er zijn agrarische ondernemers die aangeven te willen extensiveren, met compensatie door herwaardering van hun grond en flankerend beleid; Inzet van technische en management maatregelen en een toename in weidegang; Samenwerking tussen akkerbouw- en veehouderij gericht op regionale kringlopen; Verkennen kansen technische innovatie zoals monomestvergisting en mestverwaarding.
Daarnaast draagt het gebruikmaken van schonere brandstof (biodiesel) of in de toekomst elektrificeren van het materieel en inzet van zon- en windenergie en energieopslag bij aan emissiereductie. Voor alle maatregelopties op boerenerf geldt dat er voldoende keuzevrijheid en goede informatievoorziening nodig is. Enkele maatregelen vragen om stevige aanvullende investeringen. Financieringssubsidies zijn daarbij benodigd. Koolstofvastlegging: het vastleggen van koolstof in landbouwgronden kan door maaisel te composteren van bijvoorbeeld bermen of natuurterreinbeheerders en op het land te brengen. Dit leidt tot meer organische stof in de bodem en daardoor tot meer humus. Ook het bodemleven zal hierdoor worden gestimuleerd. Agrariërs kunnen een rol spelen in het maaien of het ophalen van het maaisel. Daarnaast draagt het bevorderen van permanent grasland en de toepassing van groenbemesting en het stimuleren van niet kerende grondbewerking bij aan koolstofvastlegging. Natuur VHR en NNN: het gebied wil inzetten op het uitbreiden van de kwelder, specifiek het stuk bij de Emmapolder waar op dit moment geen kwelder is. Een goede kwelder zorgt dat eenden en ganzen genoeg kunnen foerageren. Ook slaat een kwelder koolstof op en dragen ze bij aan een veiligere kustzone. Daarnaast kunnen delen van de opgaven opgepakt worden binnen het gebiedsproces van Nationaal Park Lauwersmeer.
Binnen dit gebied vindt ook uitwerking plaats van een overgang/zonering van zoet en zout water. De restopgave NNN is beperkt. Op individueel niveau wordt met grondeigenaren over mogelijkheden voor invulling besproken. Er is in de gebieden veel animo om de natuur te versterken met kruidenrijk grasland, akker- en weidevogelbeer. Dat geldt ook voor het benutten van onbenutte of incourante delen en stroken voor de natuur. Voorwaarde is dat hiervoor goede betalingsregelingen of andere instrumenten (groenblauwe diensten) beschikbaar zijn. Ook is het volgens het gebied nodig dat een verbreding van taken en uitbreiding van ANLb-gebieden komt. Bossen en GBDA: in het open landschap van Waddenkust en Wierdenland passen geen grote bossen. Tegelijk kunnen boselementen de structuren in het landschap en de leefbaarheid van dorpen wel versterken. Eilanden van groen in de open ruimte moeten aansluiten bij de landschappelijke kwaliteiten. Denk aan groen rondom de dorpen, groen rondom de erven en groen om historische- en kijklijnen te accentueren (ook daar waar deze verloren zijn gegaan). Bosuitbreiding is verder hooguit kansrijk rond het Lauwersmeer (buiten het Natura 2000-gebied). Waar nodig investeren we in de verbetering van dorpsbossen. Ook de groenblauwe dooradering kan ingezet worden ter versterking van landschapsstructuren. Er is veel animo voor kruidenrijke bermen en akkerranden.
De natte niet-houtige dooradering krijgt vorm in de vele watergangen die (met behoud van haar bergingsfunctie) zoveel mogelijk ecologisch worden ingericht, mits er een passende vergoeding is en lange termijn afspraken gemaakt kunnen worden. Water Vergroten zoetwaterbeschikbaarheid en voorkomen wateroverlast: klimaatverandering zorgt enerzijds voor periodes met veel regen en anderzijds voor lange periodes van droogte. Het watersysteem is nu vooral gericht op het snel en efficiënt afvoeren van water en het doorspoelen van de watersystemen vanuit het IJsselmeer. De beschikbaarheid van water uit het IJsselmeer zal op termijn naar verwachting Pagina | 22
afnemen. Langs de kust zal bij droogte in toenemende mate sprake zijn van verzilting door het afnemen van de zoetwaterlens. Het in stand houden van deze zoetwaterlens is van belang voor het tegengaan van verdroging en verzilting voor de natuur en voor de pootaardappelteelt, omdat deze sector niet mag beregenen. Voldoende zoetwater is voor het gebied essentieel. Het gebied wil daarom het watermanagement en -systeem verbeteren, efficiënter met zoetwater omgaan en verzilting zoveel mogelijk tegengaan. Concreet denkt het gebied aan: • Water besparen. Verbeteren van de ‘sponswerking’ van de bodem, creëren bewustwording en zuinig omgaan met zoetwater. • Regenwater opvangen en vasthouden. Ontwikkelen van een kleinmazig systeem met ‘slimme stuwtjes’ door flexibeler om te gaan met het peilbeheer en door meer zelfsturing door agrariërs en terreinbeheerders. Voorwaarde is dat agrariërs daar onderling afspraken over maken en dit uitwerken in nauw overleg met het waterschap en in lijn met haar waterschapsverordening. Er zal gebiedsspecifiek moeten worden gekeken wat mogelijk is, zoals peilgestuurde drainage om de zoetwaterlens in stand te houden. • Zout/brak water weghouden. Verkennen van de optimaliseringsmogelijkheden. Voor het toepassen van deze maatregelen is nader onderzoek nodig.
Wat is mogelijk en haalbaar met oog op een flexibel maar wel robuust watersysteem? Vanuit het gebied is de wens om expertise op en uit te bouwen, deze te delen en daarnaast praktijkervaring op te bouwen via experimenten en pilots. Verbeteren waterkwaliteit: In de akkerbouw zijn maatregelen voorzien gericht op beperking van en/of efficiëntere inzet van gewasbeschermingsmiddelen (gericht spuiten, groene gewasbescherming) of het ontwikkelen van meer ziekteresistente gewassen. Ook het beperken van afspoeling bij schoonmaak van kisten en spuiten draagt bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Binnen de veehouderij zijn er maatregelen mogelijk om vuilwater op te vangen en schoonwater te infiltreren op het erf. Er is animo voor het inrichten van spoelplaatsen met daarbij een zuiveringsoptie, bijvoorbeeld door een helofytenfilter. De beperkende factor, zeker bij bedrijven onder de 100 hectare, zijn de bijkomende investeringen van naar schatting 40.000 à 50.000 euro. Om de implementatie hiervan te versnellen zal een uitbreiding of aanvulling moeten komen op de bestaande subsidieregeling en een sneller vergunningenproces. Ten slotte hebben de eerder benoemde ecologisch ingerichte sloten een positieve invloed op de waterkwaliteit. Koppelkansen In het deelgebiedsplan zijn verschillende koppelkansen benoemd.
Hieronder staat een selectie: • Het verbinden van agrariërs en niet-agrariërs: het versterken van de verbinding tussen de landbouw en bewoners van het gebied om het wederzijds begrip te versterken. Dit kan door bijvoorbeeld Kiek’n bij de boer, het stimuleren van lokale verkoop en het inzetten van bewoners bij maatschappelijke dienstverlening (zoals het afvalvrij maken sloten); • Kustzone: versterking Lauwersmeerdijk tot 2050 en daarna. Veiligheid gaat verder dan alleen de kering zelf. Het waterschap redeneert vanuit een brede kustzone en kijkt daarbij naar zowel binnendijks (o.a. hoogwaardige landbouw polders) als buitendijks (o.a. kwelders); • Nieuwe werkgelegenheid: het creëren van ecologische sloten, bomen en GBDA vraagt om extra inspanning in beheer. Dit kan resulteren in extra arbeidsplaatsen of aanvullende diensten die door boeren uitgevoerd worden; • Groene energie en zelfvoorzienendheid: gebruik maken van stimuleringsmaatregelen zoals zon- en windenergie op boerenbedrijven ter verhoging van de zelfvoorzienendheid; • Potentie recreatie en toerisme: kansen om het gebied toegankelijker te maken voor wandelaars, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van kerkenpaden en/of het verbinden van dorpsommetjes.
Beschrijving deelgebied In het uiterste noorden van Groningen ligt het deelgebied Waddenkust en Wierdenland. Een cultuurhistorisch gebied waar mensen prettig wonen, kunnen recreëren, genieten van de unieke natuur en dat een belangrijke rol heeft in de voedselvoorziening. Het landschap kenmerkt zich door het open Pagina | 23
karakter met weidse uitzichten, slingerende waterlopen (maren) en statige boerderijen met langs de kuststrook een opstrekkende verkaveling van grootschalige zeepolders. Achter de dijken zien we de onregelmatig meanderende verkaveling van het oude wierdenlandschap, waarin de dorps- en huiswierden als groene eilanden en oude kwelderruggen het reliëf bepalen. De grootschalige openheid enerzijds en de fijnmazige structuren anderzijds, vormen samen de landschappelijke hoofdstructuur die terug te leiden is tot de periode aan het begin van het Holoceen (11.700 jaar geleden) toen de ijskappen van de laatste ijstijd begonnen te smelten, de zeespiegel begon te stijgen en de Groninger kustlijn vorm begon te krijgen. Het gebied is van oudsher een belangrijk agrarisch gebied. De zeer vruchtbare kleigronden en het klimaat van de Waddenkust zorgen voor uitstekende omstandigheden voor landbouw en kent weinig ziektedruk. Het gebied langs de kust leent zich uitstekend voor pootaardappelteelt en is één van de belangrijkere gebieden op de wereldmarkt van deze teelt. In het Wierdenland is een mix te zien van akkerbouw en veehouderij. In totaal zijn er in het deelgebied ruim 850 landbouwbedrijven.
Het gebied herbergt belangrijke natuur- en landschapswaarden met oude kerken en kerkhoven, borgen, statige boerderijen, het Nationaal Park Lauwersmeer en Nationaal Landschap Middag-Humsterland, het Reitdiep en de vele maren en het UNESCO-werelderfgoed Waddenzee. Werkwijze van het deelgebied Het proces is begonnen met een brede inventarisatie en kennismaking in het gebied. Op basis van de opgehaalde input is een procesaanpak ontwikkeld en is een gebiedsgroep geformeerd met ongeveer 30 personen die een zo breed mogelijke afspiegeling vormen van het gebied. In de gebiedsgroep waren de agrarische sector, natuur- en landschapsorganisaties, gemeenten, oevereigenaren, gebiedsraden, dorpsbelangen en burgers vertegenwoordigd. Naast deze gebiedsgroep was er een kleine voorbereidingsgroep uit de partijen gevormd die meedacht over het proces. Met de gebiedsgroep zijn in Waddenkust en Wierdenland één kennissessie en vier toekomstsessies georganiseerd om uiteindelijk tot een gebiedsschets te komen. Het gebied van Waddenkust en Wierdenland is groot. Naast dat de deelnemers van de gebiedsgroep zijn gevraagd om “vanuit het gebied” te denken, is tijdens het proces ook buiten deze groep informatie en feedback opgehaald. Dit om een zo breed mogelijk en divers beeld te krijgen. Daarnaast zijn een tweetal brede inloopbijeenkomsten georganiseerd.
De bijeenkomsten van de gebiedsgroep zijn telkens in goede sfeer verlopen. Er is een basis van vertrouwen om met elkaar te zoeken naar oplossingen die bijdragen aan verschillende opgaven en belangen. De betrokkenheid bij het gebied is groot: van boeren, burgers, natuurorganisaties, overheden en andere partijen. Vanuit die betrokkenheid kunnen belangen of inzichten verschillend zijn, maar telkens is er de bereidheid met elkaar het gesprek aan te gaan over gezamenlijke oplossingen. Dat is waardevol in dit gebied en de groep wil dit graag voortzetten. Maatregelopties In dit gebied gebeurt al veel. De maatregelopties voor de kortere termijn sluiten zoveel mogelijk aan bij reeds lopende processen, bouwen erop voort en er worden ook nieuwe oplossingsrichtingen benoemd. Zo werken in het gebiedsproces Lauwersmeer akkerbouwers en natuurbeschermers samen aan een klimaatrobuust Lauwersmeergebied met zowel voldoende zoet als brak water. Ook wordt gewerkt aan een gebiedsofferte, die zich richt op verbetering van bodem, water, biodiversiteit, landschap en klimaat, door o.a. collectief Boerennatuur West en Midden Groningen.
Pagina | 24
3.4
Centrale Woldgebied en Duurswold
Figuur 3.3: Belangrijkste landschappelijke- en grondgebruiksfuncties Centrale Woldgebied en Duurswold Opbrengst uit het gebiedsproces (opbrengsten en maatregelopties) • • • • •
Onderzoeks- en uitvoeringsprogramma water, bodem en veen; Transitie in de landbouw op basis van keuzevrijheid en goed verdienvermogen; Meekoppelen natuurdoelen binnen de reeds aangewezen gebieden; Benutten van verschillende landschappen en haar kwaliteiten en daar waar mogelijk versterken; Aanhaken bij ontwikkeling Meerstand en initiatief 'Van Ons Belang' voor invulling natuur-, veen- en wateropgaven.
Landbouw & klimaat Emissiereductie: op de kleigrond ten noorden van het Damsterdiep en de zandgronden ligt het accent op behoud van de belangrijke hoogwaardige landbouwfunctie. De sector wil hier innoveren en verduurzamen maar ook met voldoende keuzevrijheid en een goed verdienvermogen werken aan de opgaven, zoals de reductie van methaanemissies en (de onder het thema natuur vallende) ammoniakemissies. Het gebied zet daarbij in op innovatie, niet op de krimp van het aantal dieren. Denk daarbij aan managementmaatregelen (dier en voerwijze), stalmaatregelen, toepassing van mest op de grond en het stimuleren van biologische landbouw op bedrijfsniveau. Daarnaast inzet op een collectieve samenwerking op lokale schaal voor het vermarkten van het concept ‘stadsrandboeren’. Het gaat dan Pagina | 25
om korte ketens en samenwerking van agrarische bedrijven met inwoners, ketenpartijen, overheden en andere partijen die producten rechtstreeks bij de boer kunnen afnemen. Dit lijkt kansrijk vanwege de nabijheid van de stad Groningen. In deze gebieden ligt naast innovatieve maatregelen het accent op samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij (kringloop). Koolstofvastlegging en verminderen emissie: de laaggelegen veengebieden in met name Duurswold kennen voortgaande maaivelddaling en veenoxidatie. Het waterschap Hunze en Aa’s hanteert sinds 2015 in gebieden met langdurige veenoxidatie het standstill principe. Dit betekent dat de huidige peilen niet aangepast worden tot er een oplossing is met voldoende bestuurlijke draagvlak en voldoende instrumenten. Het huidige standstill-principe is een eindig proces dat uiteindelijk leidt tot steeds nattere gebieden. Het perspectief van de landbouw staat hier (nu al) het meeste onder druk. Dit maakt dat de sociaaleconomische impact van de transitie-opgave hier het grootste zal zijn. Hier ligt dan ook een forse opgave voor het ontwikkelen van nieuw economisch perspectief. In het veengebied is in diverse scenario’s nagedacht over de toekomst en het tegengaan van het uitstoten van broeikasgas en maaivelddaling. De mate van aanpassing van het waterpeil is daarin de onderscheidende factor.