CConstaterende datWesterkwartier
Koppel je AI →
Document · PDF

202-02 bjilage 1 Programma Duurzaamheid

Raadsvergadering 16 oktober 2024, gemeente WesterkwartierBij agendapunt: Lijst Ingekomen Stukken4.593 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programma Duurzaamheid 2024-2030

1

Basisgegevens Opdrachtgever Bestuurlijk Ambtelijk Opdrachtnemer

Be Schollema Melanie Jager Thomas Ietswaart

Versiebeheer Versie Datum Auteur Wijzigingen C0.1 Juni 24 Thomas Ietswaart C0.2 24 juli 24 Thomas Ietswaart aanvullingen C0.3 15 aug 24 Thomas Ietswaart D1.0 11 sep 24 Thomas Ietswaart Toelichting versienummers C0.x = Concept D1.0 = Definitief Distributiegegevens Versie Ontvanger Gevraagde actie C0.1 Krista, Melanie Ter bespreking C0.2 Melanie Ter bespreking C0.3 Wethouder Ter bespreking D1.0 College * Ter informatie, advisering, bespreking, besluitvorming Documenten in relatie tot dit plan Documenten Auteur

Relevantie

2

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

5

1.1 Uitgangspunten voor het programma

5

1.2 Algemene werkwijze

5

1.3 Reikwijdte

6

1.4 Rol van de gemeente

6

Ambitie, doelen en activiteiten

6

2.1 Ambitie

7

2.2 Strategisch programmadoel

7

2.3 Programmalijnen en operationele doelen

7

2.4 Doelen en inspanningen

7

2.5 Programmalijn toekomstige woonsituatie: mobiliteit, gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed 10

3

2.6 Programmalijn Klimaatvriendelijke inrichting: energie en ruimte

11

2.7 Programmalijn circulaire economie

13

2.8 Programmabrede doelen

14

Financiën en personeel

16

3.1 Programmateam

16

3.2 Inzet andere teams

16

3.3 Ontwikkeling projectmatig en programmatisch werken

16

3.4 Maatregel 29 Nij Begun

16

3.5 Aandachtspunten capaciteit

17

3.6 Financieel kader

17

3.7 Inzet CDOKE-middelen

18

Tijd 19 4

Risico’s en aandachtspunten

19

3

4

1 Inleiding 1.1 Uitgangspunten voor het programma In 2020 heeft de gemeente het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 vastgesteld. Sindsdien zijn er diverse ontwikkelingen geweest. Het kabinet heeft het doel in de Klimaatwet aangepast aan het Europese beleid: en reductie van de CO2-emissie van 55% ten opzichte van 1990. In het programma volgen we deze doelstelling. Verder is een aantal zaken actueel geworden, zoals de overbelasting van het elektriciteitsnet, het beschikbaar stellen van Rijksmiddelen voor personeel en energiearmoede en de start van Nij Begun In aanvulling op het beleidskader zijn nadere uitwerkingen gedaan, waarbij de ambities zijn uitgewerkt, met als kern is het reduceren van de CO2-emissie. Om de bestaande en nieuwe ontwikkelingen rond duurzaamheid effectief aan te pakken organiseren we ons werk als een programma. In het klimaatbeleid is 2030 een belangrijk ijkjaar. Dan moet de doelstelling van een 55% reductie van de CO2-emissie zijn gerealiseerd, als tussenstap naar een netto nul-emissie in 2050. Daarom is als looptijd van het programma de periode 2024-2030 gekozen. Daarmee is de looptijd langer dan het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. In 2025 herzien we het beleid, waarbij we op dit moment geen grote wijzigingen voorzien.

1.2 Algemene werkwijze Duurzaamheid is in het beleid van rijk, provincies en gemeenten een urgent thema. Daarom zijn er veel extra taken en middelen beschikbaar gekomen. Om de samenhang in de werkzaamheden te borgen is een programma, waarbij gestructureerd wordt toegewerkt naar het te bereiken doel, een bewezen effectieve werkwijze. Daarom is de keuze gemaakt om een programma te De kern van programmatisch werken is het sturen op concrete, operationele doelen. De ambities en strategische doelen, zoals die in het beleid door college en raad zijn vastgesteld, vertalen we naar SMART doelen. Vervolgens kiezen we de inspanningen die nodig zijn om de doelen te bereiken. Met dit Doelen Inspanningen Netwerk (DIN) wordt het mogelijk om de voortgang te volgen en de inspanningen te toetsen op hun effectiviteit en zo nodig bij te sturen.

Bron: (1)

5

Het programmaplan beschrijft de doelen en inspanningen voor de programmaperiode 2024-2030. Ieder jaar worden in een jaarplan de werkzaamheden nader uitgewerkt, en waar nodig worden er voor activiteiten gedetailleerde plannen van aanpak gemaakt. Tegelijk met het jaarplan wordt ook een voortgangsrapportage op gesteld die de voortgang op de doelen uit het programma beschrijft. De jaarplannen en de voortgangsrapportages worden vastgesteld door het college en ter kennisname aan de raad aangeboden.

1.3 Reikwijdte De reikwijdte van het programma is gebaseerd op het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Dat richt zich primair op het reduceren van de CO2-emissie uit alle sectoren in de gemeente. Op basis hiervan is focus aangebracht welke onderdelen van het duurzaamheidsbeleid ondergebracht zijn in het programma. In het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 is ook klimaatadaptatie meegenomen. Als uitwerking daarvan is in 2021 een klimaatadaptieplan vastgesteld. De doelen zijn vooral te relateren aan gemeentelijke watertaken en niet aan CO2-emissie. We hebben er om die reden voor gekozen om klimaatadaptatie buiten de reikwijdte van het programma te houden. Het programma richt zich op de onderdelen uit het duurzaamheidsbeleid die een ontwikkeldoel hebben. Continue taken, zoals afvalverwerking, vallen buiten het programma.

1.4 Rol van de gemeente De gemeente heeft in het duurzaamheidsbeleid grotendeels een faciliterende en stimulerende rol. De daadwerkelijke maatregelen, zoals het isoleren van panden en het opwekken van duurzame energie, worden grotendeels door inwoners en bedrijven uitgevoerd. Alleen voor de eigen organisatie voert de gemeente zelf de maatregelen uit. De doelen in het programma zijn geformuleerd als de gewenste uitkomst van het duurzaamheidsbeleid. Om ze daadwerkelijk te realiseren is de gemeente echter afhankelijk van de samenleving als geheel. Deze aanpak maakt het wel mogelijk om de voortgang op de doelen goed te volgen en de meest effectieve gemeentelijke bijdrage te bepalen.

2 Ambitie, doelen en activiteiten Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente is prima geschikt als basis voor een programma, omdat de vastgestelde ambities helder zijn geformuleerd. Op enkele punten is een nadere uitwerking nodig om het geschikt te maken voor programmasturing. Deze aanpassingen zijn in dit programmaplan vastgelegd. Een belangrijke aanpassing is het in lijn brengen van het strategische programmadoel, CO2reductie, met het nationale beleid. Daarnaast zijn de beleidsvoornemens uit het vastgestelde duurzaamheidsbeleid concreter gemaakt in omvang en tijd. Daarbij zijn ook de beleidsvoornemens uit onder andere Nij Begun meegenomen. De duurzaamheidsambities uit Nij Begun zijn daarmee mede kaderstellend voor het programma.

6

De bestaande activiteiten zijn gekoppeld aan de doelen, zodat een samenhangend geheel ontstaat en de effecten van het beleid beter navolgbaar zijn.

2.1 Ambitie De ambitie uit het Duurzaamheidsbeleid uit 2020 is nog steeds actueel en is ook voor de nabije toekomst relevant. Deze luidt als volgt: Het realiseren van een duurzame samenleving in het Westerkwartier, waarin invulling wordt gegeven aan ons deel van de (inter)nationale klimaatdoelen.

2.2 Strategisch programmadoel De nota Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 geeft een helder strategisch doel: een CO2emissiereductie van 50% in 2030. Het volgt daarmee het nationale beleid uit het Klimaatakkoord. Sinds het vaststellen van het beleid is het nationale doel aangepast tot een emissiereductie van 55%. In dit programma volgen we het nationale doel. Het strategische programmadoel van de gemeente is om in 2030 een CO2-emissiereductie van 55% te realiseren ten opzichte van 2010. Om het strategische programmadoel te realiseren werken we aan energiebesparing, de opwek van duurzame energie en aan een robuust en betrouwbaar energienetwerk. We richten ons op inwoners en bedrijven. Het strategische programmadoel voor klimaatadaptatie is niet uit te drukken in een CO2emissiereductie. In het Klimaatadaptatieplan van de gemeente wordt een aantal leidende principes genoemd:

2.3 Programmalijnen en operationele doelen De programmalijnen volgen het duurzaamheidsbeleid van de gemeente (2020). Dit betekent dat er drie inhoudelijke programmalijnen zijn: -

Toekomstbestendige woonsituatie Klimaatvriendelijke leefomgeving Circulaire economie

Daarnaast is er een programmalijn met enkele programmabrede doelen.

2.4 Doelen en inspanningen Hieronder is per operationeel programmadoel aangegeven welke middelen en activiteiten worden ingezet om het doel te realiseren. Per programmalijn zijn de operationele doelen benoemd, en is puntsgewijs aangegeven welke activiteiten we uitvoeren gedurende de looptijd van het programma. Programmalijn Toekomstbestendige woonsituatie: gebouwde omgeving

7

In 2035 is 20% van de bestaande woningen (gebouwd voor wet VET) aardgasvrij Bij dit operationele doel richten we ons op zowel individuele als collectieve projecten om koop- en huurwoningen aardgasvrij te maken. De gemeente heeft voor de individuele oplossingen een faciliterende rol. Bij de collectieve projecten, met name als het gaat om warmtenetten, is de gemeentelijke rol groter, ook vanwege wetgeving. We hanteren een samenhangende aanpak voor alle activiteiten in de warmtetransitie, ondersteund door een communicatiecampagne. We richten ons vooral op de eerste stappen van verduurzaming: bewustwording van de noodzaak en oriëntering op de technische en financiële mogelijkheden. Het uitvoeren van de maatregelen is in principe aan de woningeigenaren en -verhuurders. Kwetsbare groepen ondersteunen we verder. In de dorpen Midwolde, Oostwold en Lettelbert loopt een project in het kader van het Programma Aardgasvrije wijken. Het doel van dit project is om zoveel woningen in deze dorpen aardgasloos te verwarmen. De ervaringen uit deze dorpen passen we toe in een algemene aanpak voor de gemeente. Individuele oplossing: • Communicatiecampagne • Programma Aardgasvrije Wijken voor de dorpen Midwolde, Oostwold en Lettelbert Bij collectieve oplossingen worden woningen aangesloten op een warmtenet.

Hierin heeft de gemeente na vaststelling van de Wet Collectieve Warmte (naar verwachting per 1 januari 2025) een regierol. Bovendien bepaalt de WCW naar verwachting dat de infrastructuur voor warmtenetten voor meer dan 50% in publieke handen moet zijn. In de Transitievisie Warmte heeft de gemeenten een aantal concrete projecten voor collectieve warmte benoemd. Deze worden verder verkend of ontwikkeld. Daarnaast ondersteunen we lokale initiatieven van onderop. Activiteiten vanuit de Transitievisie: • Verkennen en na bestuurlijk akkoord oprichten van een warmtebedrijf • Doorontwikkelen warmtenet Marum • Onderzoeken warmtenetten Zuidhorn, Leek en Nietap Initiatieven van onderop: • Haalbaarheidsonderzoeken collectieve warmte Garnwerd en Saaksum • Ondersteuning toekomstige lokale initiatieven

8

In 2030 hebben we 2.500 huishoudens (label < D en inkomen < 140% minimumloon) ondersteund vanuit onze aanpak energiearmoede De gemeente heeft Rijksmiddelen ontvangen om inwoners met een kleine beurs extra te ondersteunen. Dit doen we door adviezen en een pakket financiële ondersteuningsmaatregelen. We integreren het pakket vanuit de nu beschikbare Rijksmiddelen (Nationaal Isolatieprogramma, Energiearmoede) met de middelen uit Nij Begun. • Nationaal Isolatieprogramma • Zon op dak-projecten voor minima (korting energierekening) • Acties amen met woningcorporatie (witgoedregeling, voucher inductiekoken)

In 2035 zijn alle woningen in de gemeente tot de standaard geïsoleerd en geventileerd. In 2030 is deze opgave voor 50% gerealiseerd Dit doel komt voort uit de ambitie van Nij Begun. Het is een zeer ambitieus doel, waarbij de gemeente faciliteert en financiële instrumenten inzet. Het doel overlapt deels met het vorige programmadoel. De gemeente heeft een stimulerende en faciliterende rol, maar de maatregelen worden genomen door de woningeigenaren en verhuurders. Ook is de capaciteit bij bouw- en installatiebedrijven een belangrijke factor. Dit kan de voortgang van deze ambitie beïnvloeden. We werken aan een samenhangende aanpak waarin we de beschikbare budgetten combineren. De aanpak beslaat de hele ‘klantreis’, van eerste contact tot daadwerkelijke uitvoering van maatregelen, en van zelfredzaamheid tot ontzorging. We richten ons op alle inwoners, met speciale aandacht voor mensen met een smalle beurs. • • • •

Opzetten geïntegreerde aanpak voor alle inwoners Advies en voorlichting Energieadviseurs gemeente Nader uit te werken aanpak maatregel 29, in combinatie met andere instrumenten (o.a. Nationaal Isolatieprogramma)

In 2026 hebben we conform de WGIW ons warmtebeleid vernieuwd De Wet gemeentelijke instrumenten warmte (WGIW) bepaalt dat alle gemeenten een warmteprogramma opstellen waarin de plannen voor verduurzaming van woningen worden vastgelegd. Omdat het goed is om onze inwoners een zo duidelijk mogelijk handelingsperspectief te bieden over de toekomstige warmtevoorziening willen we het warmteprogramma in 2025 opstellen. •

Opstellen warmteprogramma

9

2.5 Programmalijn toekomstige woonsituatie: mobiliteit, gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed

In 2026 hebben we een dekkende laadinfrastructuur passend bij de woonwijken en dorpen, die elke 2 jaar wordt herzien Elektrisch rijden ontwikkelt zich verder. De basis-laadinfrastructuur is in 2024 op orde, wordt regelmatig herzien, en wordt aangevuld met snellaadinfrastructuur. • • •

Realiseren snellaad-infra Verkennen behoefte Project MOBISITIE

In 2030 stimuleren we deelvervoer in vijf kernen actief We werken aan pilots die we verder uitrollen. •

Pilots deelvervoer 2024 e.v.

Conform het vervangingsprogramma vervangen we ons wagenpark door duurzame voertuigen De gemeente heeft een vervangingsprogramma, daar sluit de verduurzaming zich bij aan. Daarbij spelen ook financiële overwegingen een rol. •

Vervangen wagenpark conform meerjarenplanning

In 2025 is een keuze gemaakt welke gemeentelijke panden energieneutraal worden. In 2030 is de uitstoot met 50% gedaald en in 2035 is dit gereed De eerste tranche verduurzaming is afgerond. De tweede tranche komt nu in uitvoering. •

Uitvoeren tweede tranche verduurzaming gemeentelijk vastgoed

Dorpshuizen, scholen, ander maatschappelijk vastgoed De gemeente heeft een faciliterende rol voor partijen die maatschappelijk vastgoed in bezit hebben en exploiteren. Er zijn diverse subsidiemogelijkheden vanuit het rijk. Deze brengen we actief onder de aandacht bij de organisaties.

10

•

Stimuleren verduurzamen panden met maatschappelijke functie

2.6 Programmalijn Klimaatvriendelijke inrichting: energie en ruimte

We streven bij grotere hernieuwbare elektriciteitsprojecten naar 50% of meer lokaal eigendom We stimuleren waar mogelijk dat projecten voor hernieuwbare elektriciteit (zonnedaken en parken) voor meer dan 50% in lokaal eigendom zijn. Daarbij werken we samen met energiecoöperaties en andere lokale initiatieven. • •

Deelnemen aan regiotafel energiecoöperaties Vervolg project Zon op Dak voor minima

In 2030 heeft de gemeente de projecten uit de Regionale Energiestrategie 1.0 volledig gerealiseerd. De gemeente heeft zich gecommitteerd aan de realisatie van een aantal zonneprojecten. Deze worden uitgevoerd. Bij de uitvoering is de gemeente afhankelijk van andere partijen. Waar mogelijk zetten we gemeentelijke assets in en leggen we de verbinding met gronden van andere overheidspartijen. • •

Diverse zon op land-projecten zoals afgesproken in de RES Aanpak Zon op Dak, onder andere door ondersteunen bedrijven

In twee projecten, Energielandgoederen en Zuidelijk Westerkwartier, zijn energietransitie en verschillende ruimtelijke ontwikkelingen gecombineerd We hebben de ambitie om op innovatieve wijze de energieopgave en andere ruimtelijke ontwikkelingen te combineren. We maken de ontwikkelingen ruimtelijk mogelijk. • •

Project Energielandgoederen Project meervoudig ruimtegebruik Zuidelijk Westerkwartier

11

De ruimtelijke maatregelen die nodig zijn om netcongestie te verminderen zijn genomen Netcongestie is een grote belemmerende factor voor de energietransitie maar ook voor de vestiging van bedrijven en van de bouw van nieuwe woningen. De oplossing van de netcongestie is in de eerste plaats de taak van de netbeheerder. De gemeente heeft er belang bij om de versterking van de energienetten te faciliteren en waar mogelijk te versnellen. Daarom spannen we ons in om • • • •

Regulier overleg gemeente-Enexis Actief de ruimtelijke ontwikkeling van energie-infrastructuur begeleiden Communicatie over netcongestie naar burgers en bedrijven Ontwikkeling energiehubs en andere innovatieve oplossingen

We hebben een einde gemaakt aan de gaswinning in onze gemeente De gemeente wil alle gaswinning zo snel als mogelijk beëindigen. Het Rijk is bevoegd gezag. De gemeente spant zich in om de gaswinning te beëindigen, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft. Dit betekent ook dat we voor een einddatum afhankelijk zijn van derden, met name van het Rijk. • •

Wettelijke adviestaak gemeente Ondersteunen inwoners bij ontwikkelingen rond gaswinning

12

2.7 Programmalijn circulaire economie

In 2029 wordt 80% van het afval hergebruikt, door papier, GFT, textiel en glas voor te scheiden, en het overige afval na te scheiden De gemeente wil stappen zetten in het verdergaand hergebruik van afval. In de vastgestelde uitgangspuntennotitie afvalbeleidsplan is aangegeven dat het streven tot en met 2025 een verbetering van 5% moet zijn, van 70 naar 75%. Dit moet doorvertaald worden naar het afvalbeleidsplan. We werken toe naar een plan voor de toekomstige inzameling, met het uiteindelijke doel van 80% hergebruik. •

Opstellen en uitvoeren van plan voor hergebruik

In 2028 is een nieuw grondstoffencentrum gerealiseerd Het grondstoffencentrum is in voorbereiding. •

Realisatie grondstoffencentrum

Op bedrijventerrein Leeksterhout/Leekster-veld doen we in 2024 en 2025 een pilot voor integrale verduurzaming We zijn gestart een pilot in het kader van de provinciale actie rond het verduurzamen van bedrijventerreinen, met als aandachtspunten energie/netcongestie, circulariteit en veiligheid. Daarin werkt de gemeente samen met ondernemers en de provincie. • •

Uitvoeren pilot Leeksterhout/Leeksterveld Energie-hub en congestiemanagement met belangstellende bedrijven

13

We hebben de ervaringen van de pilot leeksterhout/veld toegepast op alle 12 bedrijventerreinen met een gebiedsprofiel. Op dit moment loopt er een pilotproject op bedrijventerrein Leeksterhout/Leeksterveld. De ervaringen met de pilot vertalen we in een gemeentebrede aanpak. In 2025 is het PvA hiervoor gereed. • •

Opstellen PvA duurzame bedrijventerreinen Uitvoeren projecten op bedrijventerreinen

2.8 Programmabrede doelen

Doorlopende aandacht voor lobby rond duurzaamheid Het duurzaamheidsbeleid is sterk in beweging en verdient dus aandacht als het gaat om lobby en beïnvloeding. We sluiten aan bij het lopende traject met betrekking tot lobby en positionering van de gemeente. • •

Regelmatig lobbyoverleg Lobbyagenda bijhouden

Eind 2024 is de algemene communicatie over duurzaamheid op orde, vervolgens wordt het programma gedurende de looptijd ondersteund Communicatie speelt een cruciale rol in het succes van ons duurzaamheidsprogramma. Het is niet alleen belangrijk om onze inspanningen transparant te maken, maar ook om de betrokkenheid en medewerking van alle belanghebbenden te bevorderen. Effectieve communicatie fungeert als de rode draad door het programma en is essentieel voor het behalen van de duurzaamheidsdoelen. De communicatie-inspanningen zijn gericht op bewustwording, educatie, transparantie, vertrouwen, motivatie en het omgaan met eventuele tegenstand. Om dit te bereiken zetten we in op een gestructureerde communicatieaanpak die als volgt wordt vormgegeven: •

Communicatieplan (2024) o Ontwikkeling van een uitgebreid communicatieplan dat alle aspecten van duurzaamheid en de benodigde acties dekt. Dit plan zal gericht zijn op het informeren en betrekken van inwoners, bedrijven en andere stakeholders bij de duurzaamheidsdoelen van de gemeente.

14

•

Campagne netverzwaring (eind 2024 – o Lanceren van een communicatiecampagne specifiek gericht op de noodzakelijke netverzwaring. Deze campagne zal de noodzaak en impact van netverzwaring uitleggen en bewoners en bedrijven informeren over de maatregelen en hoe zij betrokken kunnen zijn. • Campagne Doen wat Kan (2025 -) o Start van de campagne "Doen wat Kan", die inwoners en bedrijven aanmoedigt om actief bij te dragen aan verduurzaming. Deze campagne zal gericht zijn op bewustwording, praktische stappen en het delen van succesverhalen om motivatie en betrokkenheid te vergroten. Deze communicatie-inspanningen zijn essentieel om de voortgang van de duurzaamheidsdoelen te waarborgen en om een breed draagvlak en betrokkenheid te creëren voor de benodigde veranderingen. Door middel van effectieve communicatie zullen we de benodigde kennis en motivatie bij de doelgroep opbouwen, en tegelijkertijd een samenhangend en transparant verhaal presenteren over de verduurzamingsinspanningen en -resultaten. Capaciteit voor communicatie Om dit te bereiken, is het noodzakelijk om de capaciteit voor communicatie binnen het programmateam uit te breiden. Dit omvat aanvulling vanuit het communicatieteam, gefinancierd vanuit de CDOKE-middelen.

Eind 2024 is de monitoring van het programma op orde en is de voortgang op het strategisch doel bekend De monitoring op programmaniveau (strategisch programmadoel) en operationeel niveau (voortgang SMART doelen) is van belang om te kunnen sturen op effectiviteit en efficiëntie. De monitoring dient nog te worden ingericht. De monitoring wordt onderdeel van de jaarlijkse rapportages van het programma aan college en raad. • •

Inrichten monitoringstool (2024) Jaarlijks updaten van de monitoringsgegevens en rapportage aan college en raad

Eind 2024 is programmatisch en projectmatig werken geïmplementeerd Na het inrichten van het programma gaan we verder met het verder implementeren van programmatisch en projectmatig werken. •

Verder invoeren projectmatig werken (training, werkprocessen standaardiseren)

De gemeente is vertegenwoordigd in brede beleidsoverleggen De brede regionale beleidsoverleggen als het pMIEK, het platform RES en andere zijn van belang voor de gemeente. We borgen een goede inbreng van de gemeente in die platforms. •

Bijdragen regionale beleidsoverleggen

15

3 Financiën en personeel 3.1 Programmateam Het programmateam wordt voor het grootste deel bemenst met medewerkers van team duurzaamheid (7,5 FTE). Voor het onderdeel circulaire economie is ook team economie en erfgoed actief (0,2 FTE). Het team wordt bij de verdere uitwerking van het programma naar behoefte versterkt. Enkele onderdelen (communicatie, projectleiding) is er sprake van onderbezetting. Hiervoor plannen we versterking gedekt vanuit de CDOKE-middelen (zie ook par. 4.7). Er is erg veel in ontwikkeling rond duurzaamheid, vanwege de stimuleringsmaatregelen vanuit het Rijk en Nij Begun. Dit betekent dat de capaciteit waarschijnlijk nog aangepast moet worden.

3.2 Inzet andere teams Verduurzaming is een thema dat alle werkzaamheden van de gemeentelijke organisatie raakt. Hiervoor is onder andere inzet nodig van team Vastgoed en Grondzaken voor verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed en het inzetten van gemeentegrond voor energie-infrastructuur, team Buitengebied voor zaken rond ruimtelijke ordening en ruimtelijke ontwikkeling, en de Buitendienst voor onder andere de verduurzaming van het gemeentelijke wagenpark. Deze noodzakelijke inzet maakt deel uit van het programma. De medewerkers zijn geen lid van het programmateam. Deels is de inzet van deze teams onderdeel van de reguliere gemeentelijke werkzaamheden. Op enkele terreinen is er sprake van een gebrek aan capaciteit, hierover moeten op projectniveau nadere afspraken worden gemaakt. De afspraken worden vastgelegd in projectopdrachten.

3.3 Ontwikkeling projectmatig en programmatisch werken De programmatische werkwijze is relatief nieuw voor de gemeente. Ook op het vlak van projectmatig werken is er nog het nodige te ontwikkelen. Samen met de programmamanagers en betrokken afdelingen werken we aan de ontwikkeling hiervan. Programmatisch en projectmatig werken is niet alleen een kwestie van het op orde brengen van documenten en werkwijzen. Het gaat ook om houding en gedrag. Dit is iets wat tijd kost, en het best in de praktijk kan worden uitgebouwd, met opleiding waar nodig en in de praktijk verder uitbouwen waar mogelijk.

3.4 Maatregel 29 Nij Begun In het kader van Maatregel 29 is de ambitie om alle woningen in Groningen voor 2035 te verduurzamen. Dit gaat voor de gemeente Westerkwartier om ongeveer 17.000 woningen. Er komen middelen beschikbaar om dit te realiseren waarbij mensen met een smalle beurs extra ondersteund worden. De uitvoering van Maatregel 29 wordt nu verder uitgewerkt en moet vanaf 1 januari 2025 van start gaan. Een deel van het werk zal bij gemeenten terecht komen. Dit zal zeker extra capaciteit vragen. Hiervoor is binnen Nij Begun geld beschikbaar. Een eerste toedeling van middelen zal medio 2024 plaatsvinden. In de loop van 2024 maken we een plan van aanpak. In 2025 wordt de uitvoeringsorganisatie ingericht.

16

3.5 Aandachtspunten capaciteit Verduurzaming is een grote en groeiende opgave. De diverse geldstromen hebben in meerdere of mindere mate een personele component, en verschillende looptijden. Een flink deel van de formatie van het programmateam is nu gedekt uit middelen met een eindig karakter. De opgave heeft deels een langere looptijd dan de beschikbare middelen. Dit is een belangrijk aandachtspunt, met name voor de periode na 2027. Personele knelpunten tijdens de uitvoering van het programma worden via de directie en college geagendeerd en ingevuld. De krapte op de arbeidsmarkt leidt ertoe dat vacatures moeilijk in te vullen zijn. Een mogelijke oplossing samenwerking met andere partijen, waaronder buurgemeenten.

3.6 Financieel kader Het programma wordt in de basis gefinancierd vanuit gemeentelijke middelen. Deze hebben een structureel karakter en zijn via het collegeakkoord, en de uitwerkingen daarvan, tot 2026 inhoudelijk ingevuld. Daarnaast zijn er de laatste jaren door het Rijk diverse specifieke uitkeringen gedaan aan de gemeenten: de specifieke uitkering energiearmoede, de specifieke uitkering ‘capaciteit decentrale overheden klimaat- energiebeleid (CDOKE) over de jaren 2023-2025 en het Nationaal Isolatieprogramma. Een verwachte en belangrijke geldstroom is Nij Begun, met name Maatregel 29. De omvang en inrichting hiervan is op dit moment nog niet bekend. Samenvattend is het financieel kader (stand juli 2024. inclusief een doorkijk tot 2027) hieronder weergegeven. Bij de eenmalige rijksbudgetten is aangegeven over welke periode ze kunnen worden ingezet. Structurele middelen

1 2

bron

2024

2025

2026

2027 e.v.2

Gemeentelijke middelen Eenmalige rijksbijdrage1

€ 810.000 € 353.000

€ 810.000

€ 810.000

€ 810.000

Middelen in 2022 toegevoegd aan het gemeentefonds en bestemd voor duurzaamheid Afhankelijk van de keuzes in nieuw coalitieakkoord

Rijksuitkeringen (tijdelijk) De gemeente ontvangt diverse specifieke uitkeringen van het rijk voor verduurzamingsmaatregelen, vooral voor mensen met een smalle beurs. Het gaat om een uitkering voor het bestrijden van energiearmoede en diverse rondes van het Nationaal Energieprogramma (NIP). De rijksbijdragen hebben ieder hun eigen spelregelkader.

In het overzicht hieronder zijn de uitkeringen samengevat, inclusief de jaren waarin ze moeten worden besteed.

17

budget

bedrag

2024

SPUK energiearmoede (restant)

€ 1.318.336

NIP ronde 1, incl aanvulling

€ 3.277.324

NIP ronde 2 (prognose)

€ 4.721.431

2025

2026

2027

NIP ronde 3 (p.m.) Totaal

€ 9.317.091 Bechikbaar per 1-1-2024

Binnen het programma valt ook het Programma Aardgasvrije Wijken-project van de dorpen Midwolde, Oostwold en Lettelbert. Hiervoor is een Rijkssubsidie verstrekt aan de gemeente van ruim € 4,4 mln. Per 1 januari 2024 is het restant 3,8 mln. Specifieke uitkering voor personeel: Capaciteit de centrale overheden Klimaat en Energie (CDOKE). Het rijk verstrekt alle gemeenten over de jaren 2023-2035 een uitkering voor personeelskosten voor klimaat en energie. De middelen mogen per jaarschijf in drie opeenvolgende jaren worden uitgegeven. 2024 CDOKE 2023 (restant) CDOKE 2024 CDOKE 2025 Totaal

2025

2026 2027

€ 940.000 € 1.087.177 € 1.096.951 € 3.124.128

3.7 Inzet CDOKE-middelen De CDOKE-middelen kunnen worden ingezet voor personeel, inhuur en overhead voor het uitvoeren van gemeentelijke werkzaamheden rond energie en klimaat. Het wettelijk kader is de Klimaatwet. De verantwoording van de middelen gaat via de jaarrekening (SiSa). De uitkering wordt verstrekt over de jaren 2023-2025. Iedere jaarschijf mag in drie opeenvolgende jaren worden besteed, waardoor de besteding van de middelen kan voortduren tot 2027. Het rijk heeft aangegeven ook tot 2030 een financiële bijdrage voor te bereiden als voortzetting van CDOKE. De vorm en hoogte zijn nog niet bekend. Rijk en VNG zijn overeenkomen dat de middelen begrotingstechnisch als structureel mogen worden beschouwd. Een deel van de middelen is al verplicht. In het kader van het opstellen van het programma Duurzaamheid is een inventarisatie gemaakt van de wensen voor besteding van de middelen. Daarbij is geen rekening gehouden met een vervolg op CDOKE. Op grond van de inventarisatie is een voorstel gemaakt voor de inzet van de middelen. Bij de besteding van de CDOKE-middelen krijgen de werkzaamheden voorrang die direct bijdragen aan de doelen van de klimaatwet (reductie CO2-emissie met 55% in 2030), en, voor zover de financiële ruimte dit toelaat, werkzaamheden die direct ondersteunend daaraan zijn.

Concreet gaat het in 2024 en 2025 om capaciteit voor communicatie, projectleiding en energieadvies. De CDOKE-regeling wordt waarschijnlijk geïndexeerd, hetgeen een extra storting geeft. Verder is er binnen de regeling de mogelijkheid om een aanvullende uitkering aan te vragen voor concrete projecten, bijvoorbeeld om wijken versneld aardgasvrij te maken.

18

Tijd Veel van de werkzaamheden binnen het programma lopen en hebben een lange doorlooptijd. De horizon voor het klimaatakkoord is 2050, met een belangrijke mijlpaal in 2030. Zoals we in de inleiding hebben aangegeven is daarom als looptijd voor het programma gekozen vor de periode 2024-2030. De activiteiten in het programma hebben hun eigen doorlooptijd. Die is vaak mede afhankelijk van derde partijen. Zo is het aanpakken van netcongestie een taak van de netbeheerder, die een eigen planning heeft. Vanuit het programma zijn de volgende jaartallen van belang, los van de planning van de individuele projecten. 2024: programmaplan, beheersingsinstrumenten en monitoring op orde 2025: opstarten maatregel 29 2026: keuzes over voortzetting duurzaamheidsbeleid gemeente

4 Risico’s en aandachtspunten Hieronder benoemen we een aantal risico’s en hun beheersmaatregelen: Risico Middelen specifieke uitkeringen worden niet uitgeput. Netcongestie belemmert ontwikkeling van duurzame energie. Het tempo waarin de CO2-emissie zich ontwikkelt is onvoldoende om het doel te halen. De voor de uitvoering benodigde capaciteit bij bedrijven is onvoldoende beschikbaar om de doelen te realiseren CDOKE-uitkering wordt niet verlengd

Beheersmaatregel Tijdig de aanpak bijstellen. Ultiem kan het niet bestede deel van de middelen worden teruggestort naar het Rijk Samen met Enexis en andere betrokken partijen zoeken naar oplossingen. Inzetten op innovatieve oplossingen zoals energiehubs. Voorstellen ontwikkelen om het tempo op te voeren, binnen de wettelijke kaders en de grenzen aan het beleid van gemeente, provincie en rijk. Dit is een reëel risico in de verduurzaming van de gebouwde omgeving, dat buiten de invloed van de gemeente ligt. Met marktpartijen en collega-overheden zoeken naar oplossingen Tijdig keuzes maken over de werkzaamheden die de gemeente uitvoert

19

Bronnenverantwoording 1) Bos e.a.: Programmatisch creëren (2013) 2) Werkenaaanprogrammas.nl

20

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerkwartier&id=22a18d6a-5e21-44aa-80a6-a56466b1fe4e