T 2024-034 Bijlage 2 VSO toeristenbelasting
Tekst van het document
VASTSTELLINGSOVEREENKOMST Toeristenbelasting
Ondergetekenden:
1. De heffingsambtenaar van de gemeente West Maas en Waal (hierna: de ‘gemeente’), @@, hierna te noemen: de heffingsambtenaar; en 2. «Belastingplichting» , «Straat», «Postcode» «Plaats_», rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer/mevrouw …………………………………………………………. (hierna: de ‘exploitant’) ter zake van «Accommodatie» tezamen genoemd: partijen; verklaren hierbij een vaststellingsovereenkomst te hebben gesloten als bedoeld in artikel 7:900 van het Burgerlijk Wetboek, ter vaststelling van het aantal personen en overnachtingen voor vaste standplaatsen in het kader van de heffing van toeristenbelasting.
Considerans Partijen wensen onderling vast te leggen welk aantal personen en overnachtingen in aanmerking moeten worden genomen bij de bepaling van het te heffen belastingbedrag in het kader van de toeristenbelasting van de gemeente West Maas en Waal.
Partijen overwegen dat:
in de “verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting” geen forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing is opgenomen voor vaste standplaatsen;
zij in afgelopen maanden met elkaar in overleg zijn getreden over een praktische uitvoering van de toeristenbelasting in het jaar 2024 en verdere jaren;
1
zij door deze vaststellingsovereenkomst het aantal personen en overnachtingen per vaste standplaats per belastingjaar wensen vast te stellen zodat er voor die plaatsen geen nachtregister hoeft te worden bijgehouden;
deze afspraak geldt alleen voor standplaatsen die gedurende het gehele seizoen aan dezelfde persoon of hetzelfde gezin worden verhuurd voor recreatieve doeleinden. Het geldt uitdrukkelijk niet voor standplaatsen die aan wisselende personen worden verhuurd of voor standplaatsen die worden verhuurd aan personen die de standplaats niet recreatief gebruiken.
Partijen zijn het navolgende overeen gekomen:
ARTIKEL 1 Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder: a.
Belastingjaar: een kalenderjaar;
b.
Kampeerterrein: een terrein dat bestemd is en gebruikt wordt voor verblijf voor vakantie-
en andere recreatieve doeleinden; c.
Vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein dat naar
plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan, welke gedurende het gehele seizoen aan dezelfde persoon of hetzelfde gezin wordt verhuurd voor recreatieve doeleinden; d.
Passantenplaats: een terreingedeelte op het kampeerterrein dat is bestemd voor
kampeeronderkomens ten behoeve van kortdurend verblijf van steeds wisselende recreanten; e.
Verordening: een verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting.
ARTIKEL 2 1.
Met ingang van het belastingjaar 2024 betaalt de exploitant het in art. 5 van de
Verordening opgenomen tarief per overnachting op basis van de voor het betreffende belastingjaar geldende verordening. 2.
Voor de bepaling van het belastingbedrag geldt het in artikel 3 van deze overeenkomst
vastgestelde aantal personen en overnachtingen per belastingjaar per vaste standplaats.
2
ARTIKEL 3 1.
Ter zake van een vaste standplaats is het aantal personen dat overnacht heeft,
onderling vastgesteld op xx. 2.
Het aantal overnachtingen per persoon op een vaste standplaats is onderling vastgesteld
op xx per belastingjaar.
ARTIKEL 4 1.
De exploitant verstrekt jaarlijks aan de gemeente in een aangifte - het aantal vaste standplaatsen op zijn terrein; - het aantal passantenplaatsen op zijn terrein. Deze aangifte over het betreffende belastingjaar wordt ingediend uiterlijk 1 mei van het belastingjaar. In het jaar 2024 wordt deze aangifte per email gedaan binnen een week na ondertekening van deze overeenkomst.
2.
Voor de door de exploitant opgegeven vaste standplaatsen hoeft geen nachtregister te
worden bijgehouden. 3.
Voor de passantenplaatsen zal de exploitant een nachtregister bijhouden conform de
(uitvoerings)regels daaromtrent. Die houden in dat de exploitant het door de gemeente vastgestelde nachtregister moet bijhouden, tenzij hij toestemming heeft van de gemeente om zijn eigen nachtverblijfregister te hanteren. 4.
Na het einde van het belastingjaar doet de exploitant op verzoek van de gemeente
aangifte van het aantal overnachtingen dat op passantenplaatsen heeft plaatsgevonden.
ARTIKEL 5 1.
De exploitant erkent dat de gemeente het recht heeft om een voorlopige aanslag
toeristenbelasting op te leggen in de loop van het belastingjaar. De heffingsambtenaar zegt toe dit niet eerder dan in juni te doen. 2.
De exploitant erkent dat de gemeente het recht heeft om in de loop van het belastingjaar
één of meer controles uit te voeren met betrekking tot het aantal opgegeven vaste standplaatsen en passantenplaatsen.
3
ARTIKEL 6 1.
Deze overeenkomst is van toepassing op de toeristenbelasting die betrekking heeft op de
belastingjaren 2024 tot en met 2027. 2.
Na beëindiging van de in het eerste lid genoemde periode wordt de overeenkomst telkens
stilzwijgend verlengd met een periode van 1 (één) belastingjaar, tenzij minimaal 1 (één) maand voorafgaand aan het daaropvolgende belastingjaar door een der partijen schriftelijk opzegging heeft plaatsgevonden. 3.
Op deze vaststellingsovereenkomst is Nederlands recht van toepassing. Geschillen
daarover zullen worden voorgelegd aan de Rechtbank waarbinnen de gemeente ressorteert.
Aldus overeengekomen en getekend te Beneden-Leeuwen, De heffingsambtenaar,
De exploitant,
4