CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

T 2021-041 Bijlage nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart

Gemeenteraad 16 september 2021, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Vaststellen nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart758 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE Onderwerp: Datum: Van:

Reactie op raadsvragen Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart, gemeente West Maas en Waal d.d. 31 augustus 2021 3 september 2021 Ingrid van der Burgh, ODR, adviseur Bodem

1. Zijn de vuilnisbelten uit onze gemeente zoals vermeld in de bijlage ontwerp bodemkwaliteitsplan meegenomen? De bodemkwaliteitskaart geeft een beeld van de te verwachten diffuse bodemkwaliteit binnen de gemeente. Dit houdt in dat locaties die verdacht zijn op het voorkomen van bodemverontreiniging, zoals stortplaatsen, zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer. Voor stortplaatsen gelden de landelijke regels voor grondverzet en bodemkwaliteitsbeheer. Het bevoegd gezag voor de nazorg van voormalige stortplaatsen is de Provincie. De bij de ODR bekende (voormalige) stortplaatsen in de gemeente zijn wel opgenomen in de kaartbijlage ‘Ligging verdachte locaties PFAS verbindingen’, omdat deze locaties worden beschouwd als puntbronnen van PFAS verbindingen. 2. Wat is de definitie van bodemkwaliteit waar in het raadvoorstel over gesproken wordt? Het begrip bodemkwaliteit richt zich op de chemische kwaliteit van de bodem, zoals die kan worden vastgesteld door middel van een bodemonderzoek. Bij een bodemonderzoek worden de gehalten aan diverse stoffen bepaald in de grond en het grondwater. Deze gehalten worden getoetst aan de wettelijke toetswaarden en de in de Nota Bodembeheer vastgestelde Lokale Maximale Waarden. Hieruit volgt in welke bodemkwaliteitsklasse de bodem van een bepaalde locatie of gebied kan worden ingedeeld. 3.

Geldt deze nota ook voor de land- tuinbouw en natuurgebieden? De Nota Bodembeheer geldt voor alle locaties en gebieden, waar de gemeente het bevoegd gezag is over de bodemkwaliteit, dus in beginsel ook voor de land-, tuinbouw- en natuurgebieden. In hoofdstuk 3 van de Bodemkwaliteitskaart is aangegeven welke gebieden van de bodemkwaliteitskaart en daarmee ook de Nota zijn uitgesloten. 4. Waarom zijn de uiterwaarden uitgezonderd? Op basis van de Waterwet is de waterbeheerder het bevoegd gezag over de bodemkwaliteit in de uiterwaarden. Dit ligt niet bij de gemeente. 5. Waarom kiezen we niet voor een beperkte vrijstelling bodemonderzoeksplicht? Deze vraag is onvoldoende specifiek om te kunnen beantwoorden. Het is niet duidelijk of de vrijstellingsregeling zoals opgenomen in hoofdstuk 11 van de Nota als te ruim of te beperkt wordt beoordeeld en met welke argumenten. In de Nota is gekozen voor een beperkte vrijstellingsregeling voor bodemonderzoek voor de activiteiten bouwen en ruimtelijke planvorming voor locaties die gelegen zijn in bodemkwaliteitszones, waarbinnen de bodem naar verwachting voldoet aan klasse Achtergrondwaarde (‘schoon’). Indien het antwoord een nadere toelichting behoeft, dan horen wij het graag. 6.

Moeten de gedetailleerde bevoegdheden in het raadsvoorstel worden opgenomen? De bevoegdheden van de gemeente in het kader van het beheer van de bodemkwaliteit en het grondstromenbeleid zijn vastgelegd in het Besluit bodemkwaliteit. Hierin is de

bevoegdheid tot het vaststellen van een bodemkwaliteitskaart en lokale maximale waarden opgenomen. 7. Waarom worden bijvoorbeeld de oude vuilnisbelt, woonwagenstandplaats en oude steenfabriek niet opgenomen in de bijlage op blz 5 (PFAS)? De genoemde kaartbijlage is opgesteld op basis van de op dat moment bekende locaties die verdacht zijn op het voorkomen van PFAS verbindingen. Deze kaart biedt derhalve geen uitputtend overzicht van de voor PFAS verdachte locaties binnen de regio. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal altijd per geval op basis van vooronderzoek beoordeeld moeten worden of de betreffende locatie verdacht is op het voorkomen van PFAS. Steenfabrieken zijn in principe geen voor PFAS verdachte locaties. 8. Op blz 12 in de bijlage wordt gesproken over een minder strenge toets, moet dit niet juist strenger zijn? De toetsing voor de bodemkwaliteitsklasse kijkt naar het totaal van de geanalyseerde stoffen in de grond, terwijl de ontgravingsklasse op basis van een overschrijding van slechts één stof wordt bepaald. De toetsing voor de bodemkwaliteitsklasse is daarmee minder streng, omdat een zone met die methodiek minder snel in een ‘slechtere’ kwaliteitsklasse terecht komt.

Dit wordt gedaan om te voorkomen dat de bodemkwaliteit in woon- en industriegebieden verder kan verslechteren door toepassing van grond met klasse Industrie met verhoogde gehalten aan stoffen die oorspronkelijk niet in dat woon- of industriegebied voorkwamen. Dat zou namelijk kunnen gebeuren, als het woon- of industriegebied op basis van één enkele stof in bodemkwaliteitsklasse Industrie ingedeeld zou moeten worden. Door een indeling met behulp van een minder strenge toets in bodemkwaliteitsklasse Wonen wordt deze verslechtering voorkomen. 9. Hoe gaat de gemeente om met het uitrijden van baggerspecie? Waarom ontbreken hier de normen van? In het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit gelden dezelfde normen voor grond en gerijpte baggerspecie bij het toepassen op de landbodem. Er zijn dus geen aparte normen voor baggerspecie. In hoofdstuk 6 van de Nota is specifiek beleid opgenomen voor het verspreiden van ongerijpte baggerspecie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10516619/1