CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Werkzaak Rivierenland - Jaarrekening 2024 en begroting 2026

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.1178544.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Onderwerp

Jaarrekening 2024, Begroting 2026 en Meerjarenperspectief 20272029

Aangeboden door

College van B&W

Portefeuillehouder

R.A.N. Reuvers

Team

Team Samenleving

Zaakkenmerk/Document kenmerk

Z.117854/D.326091

Datum collegebesluit Vertrouwelijkheid Bijlagen

20 mei 2025 Openbaar Ja

Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Participatie 10. Bijlagen

Voorgesteld besluit

1. kennis te nemen van de concept Jaarrekening 2024 van Werkzaak Rivierenland; 2. kennis te nemen van de Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029 Werkzaak Rivierenland en 3. de zienswijze vast te stellen en deze te sturen aan het DB van Werkzaak Rivierenland.

Aanleiding

Werkzaak Rivierenland voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. In april 2025 hebben wij van hen een tweetal brieven ontvangen. Bij brief van 4 april 2025 is aan ons gezonden de Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029. De Begroting 2026 en de Meerjarenraming 2027-2029 geven een financieel beeld van de gestelde doelen en ambities. Het is ook de vertaling van de ambities en kaders in het Meerjarenbeleidsplan en de Kadernota 2026 (uitgangspunten voor Begroting en Meerjarenraming). Op 22 april 2025 zijn de Jaarstukken 2024 aan ons verzonden. Het Jaarverslag geeft een beeld van de realisatie van de gestelde doelen en ambities. De Jaarrekening geeft ook inzicht in de kosten die er voor zijn gemaakt. In beide brieven is opgenomen het verzoek om een zienswijze in te brengen bij het DB Werkzaak. De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat uw raad een zienswijze mag indienen op de ontvangen stukken. Onze zienswijze(n) op de stukken moet uiterlijk 25 resp. 26 juni 2025 zijn ingeleverd. Na ontvangst van de zienswijzen zal het AB Werkzaak de Jaarstukken 2024, de Begroting 2026 en de Meerjarenraming 2027-2029 definitief vaststellen. Dit is in de vergadering van het Algemeen bestuur van 10 juli 2025.

Beoogd effect

Argumenten

Kennisnemen, beoordelen en behandelen van de ontvangen P&Cdocumenten van Werkzaak Rivierenland, waaronder het opstellen van een zienswijze van West Maas en Waal over deze stukken.

1.1. Een getrouw beeld van de ambities en doelstellingen. Het jaar 2024 was voor Werkzaak Rivierenland een uitdaging. De doelstellingen voor 2024 zijn opgesteld bij het maken van de kadernota 2024 eind 2022 en bleken uiteindelijk zeer ambitieus. De arbeidsmarkt, de veranderingen in het klantenbestand, de economische en (geo)politiek bestuurlijke omstandigheden maakten het moeilijk om alle doelstellingen te behalen. Zo is de doelstelling instroom wel bereikt maar zien we bij zowel detacheringen(-/-) als loonkostensubsidies(+/+) verschuivingen. De complexiteit bij de mensen die zich melden bij Werkzaak (veel groter dan verwacht) vroeg en vraagt bijzondere aandacht in de toekomst. Door het aangaan van strategische partnerschappen (Sterk door Werk Rivierenland) en de inzet van o.a. de IPS-methodiek (Individuele plaatsing en steun) worden mooie resultaten behaald. Aan het einde van een IPStraject was 65% van de deelnemers aan het werk en was 43% van de uit de nog lopende trajecten ook aan het werk. Per 31 december 2024 ontvangen 170 klanten (afgerond 6,8% van het totaal) uit West Maas en Waal een uitkering (P-wet, IOAW of Bbz). Daarnaast zijn 36 inwoners (9% van het totaal aantal) bemiddeld en actief via een detachering of loonkostensubsidie. Ook zijn er 9 dienstverbanden Nieuw Beschut (6%) van het totaal aantal) tot stand gekomen.

Werkzaak boekt daarmee in 2024 goede resultaten dat zich ook financieel gunstig vertaalt

In het Jaarverslag 2024 wordt de lijn doorgezet van transparantie en verantwoording aan de gemeenten. Niet alleen tekstueel maar ook cijfermatig. 1.2 Cijfers geven per saldo een positief resultaat De Jaarrekening 2024 is – zoals in voorafgaande jaren - opgebouwd volgens de programmastructuur. De programma’s 4.2 Participatie (Begeleide - of Arbeidsparticipatie), 4.3 Wet sociale Werkvoorziening, 4.4 Nieuw Beschut en 4.5 Inkomensvoorziening worden uitgevoerd door Werkzaak Rivierenland namens de deelnemende gemeenten. De gemeenten krijgen een deel van de kosten hiervan vergoed vanuit het Rijk via specifieke subsidies of uitkeringen (zoals BUIG, SW, Participatiegelden). Het restant wordt door de gemeente gefinancierd uit de algemene middelen. De programma ‘s 4.1 Bestuur en Beleid en 4.6 overhead vormen een onderdeel van de paragraaf Bedrijfsvoering waarin de kosten verantwoord worden die gemaakt zijn ten behoeve van uitvoering van de toebedeelde taken. Het bruto-subsidieresultaat Inkomen van + € 5.902.200,- is ten opzichte van de Bestuursrapportage 2023 (overschot van € 5.647.200,-) licht voordeliger. Dit voordeel van € 255.000,- wordt voor een zeer belangrijk deel veroorzaakt door een lagere netto-last SW (€ 165.3000,-). Daarnaast is sprake van een voordeel op de BUIG (€ 112.500,-) en Bbz (€ 5.000,-). Het resultaat op de Bijzondere Bijstaand is gering nadelig (€ 27.800,-).

Voor een nadere verdieping verwijzen wij naar de bestuurlijke samenvatting in de jaarrekening (pag. 10) en de toelichtingen bij de onderscheidende programma’s. Zoals vastgelegd in de Bestuurlijke Agenda komt in de overgangsperiode (2024 is daarvan het laatste jaar) 25% van het positief subsidieresultaat direct ten gunste van de deelnemende gemeenten. Het overige deel (een bedrag van € 2.931.800,-) vormt een onderdeel van het Bedrijfsvoeringsresultaat. Het resultaat op de BBZ, Bijz. Bijstand en SW worden direct met de afzonderlijke gemeenten afgerekend. Ook het Bedrijfsvoeringsresultaat is (afgezet tegen de Bestuursrapportage 2024) fors voordeliger (€ 1.770.800,-,-). Dit is exclusief het voordelig resultaat van de herverdeling van het subsidieresultaat BUIG en de al meegenomen afrekening bedrijfsvoeringsresultaat voor de deelnemers aan de Wsw. Hiermee resteert een saldo voor bedrijfsvoering voor deelnemers aan de Participatiewet van € 1.487.400,-. In de bestuurlijke samenvatting (pag. 11) en de betreffende programma wordt gedetailleerd hierop ingegaan. 1.3 Reserves en voorzieningen aangewend (of gevoed) volgens doel. De aanwezige reserves en voorzieningen (zoals onderhoud, personeel, inrichting Werkzaak, etc.) zijn ingezet voor de daarvoor bestemde doelen. Het investeringsprogramma is ook volgens planning opgepakt en in uitvoerig gebracht.

Het innovatiefonds - ingesteld bij de vaststelling van de Jaarrekening 2017 – is in 2024 aangesproken tot een bedrag van € 35.100,-. Verder is er € 32.700,- vanuit de verkoop van de aandelen Dariuz in deze reserve gestort. Per 31-12-2024 heeft de reserve een omvang van € 287.800,-. Verder is in de Jaarrekening vermeld de reserve Sociaal ontwikkelbedrijf. In de Bestuursrapportage van 2024 is deze reserve gevormd uit de door het rijk beschikbaar gestelde middelen voor de financiële uitdagingen

rondom de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven (ter grootte van € 700.000,-). Deze reserve is bedoeld voor de bestendiging van de infrastructuur 1.4 Goedkeurende accountantsverklaring. Door de onafhankelijk accountant is over 2024 een instemmende accountantsverklaring overlegd. De dienst komt tot de slotsom dat de jaarstukken een getrouw beeld geven van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en de lasten over 2024 als van de activa en passiva. De goedkeurende verklaring is onderdeel van de ontvangen stukken. 1.5 Alle resultaten verwerkt in gemeentelijke Jaarstukken 2024 In onze gemeentelijke Jaarstukken 2024 is rekening gehouden met de cijfers uit de voor zienswijze voorgelegde concept-Jaarrekening 2024 Werkzaak Rivierenland. Op 10 juli 2025 wordt in de AB-vergadering van Werkzaak Rivierenland de Jaarrekening 2024 definitief vastgesteld. Als een afwijkende vaststelling door het AB plaats vindt, worden de definitieve cijfers uit vastgestelde Jaarrekening verwerkt bij het opstellen van de gemeentelijke Najaarsnota 2025. 2.1 Ramingen gebaseerd op Kadernota 2026. Op 27 maart 2025 heeft het AB van Werkzaak Rivierenland de Kadernota 2026 vastgesteld. In de Kadernota zijn de uitgangspunten opgenomen die de grondslag vormen voor de Begroting 2026 en de Meerjarenraming 2027-2029 (zie ook par. 5.1 vanaf pag. 35 van de Programmabegroting).

Verder zijn ook vertaald de (financiële en inhoudelijke) ontwikkelingen die zich in het landschap hebben voorgedaan. Ook wordt ingespeeld op die ontwikkelingen die aanstaande zijn en invloed hebben op de Begroting 2026 of het Meerjarenperspectief. Daarbij wordt m.n. voor het volgende aandacht gevraagd:

• De basis van de berekening voor de aantallen is de stand op 31-12-2024. Deze zijn lager dan meegenomen in de begroting 2025. Voor de begroting 2026 sluit Werkzaak voor het aantal werkzoekenden aan bij de Macro Economische Verkenning tot met 2029 van het CPB (september 2024). Hierin wordt eerst een lichte stijging van de aantallen verwacht voor 2025 en daarna een kleine daling. De lasten en de rijksbijdrage zijn voor 2026 geïndexeerd conform de kaderbrief 2026; • De uitgaven zijn hoger dan verwacht. Dat komt deels door een verschuiving in de verhouding gehuwden en alleenstaanden. Daarnaast is de berekening van de gemiddelde prijs verbeterd, om dichter op de werkelijke lasten te komen. De basis van de berekening voor de gemiddelde prijs per dossier zijn de betaalde uitkeringen in de 2e helft van het jaar 2024 inclusief vakantiegeld. Voorgaande jaren werd die berekend over de gemiddelde prijs over het gehele jaar inclusief vakantiegeld. Ook is gerekend met een verwachte stijging van het wettelijk minimumloon. • De Rijksbijdrage is gebaseerd op het voorlopig BUIGbudget 2025. Het subsidieresultaat komt € 912.600 euro lager uit dan de begroting 2025. Dit komt omdat het voorlopig BUIG budget uitgaat van een schatting op de aantallen en de gemiddelde uitkering van het lopende jaar, in dit geval 2024. Als we de verwachte aantallen hanteren

voor het begrotingsjaar 2026 en de in het voorlopig BUIG budget gehanteerde gemiddelde uitkering indexeren conform de Kaderbrief 2026, stijgt het BUIG resultaat voor 2026 ongeveer met € 700.000 euro. Uit voorzichtigheid hebben we (nog) dezelfde methodiek aangehouden als voorgaande jaren. • In de Begroting 2026 en volgende jaren is voor de Bbz slechts het bedrag opgenomen dat gemeenten aan Werkzaak moeten betalen of ontvangen. De rijksbijdrage die gemeenten moeten betalen of terugontvangen is niet opgenomen. Er is geen directe relatie meer met deze bedragen; • Een gelijkblijvend beroep op dat deel van de bijzondere bijstand dat namens de gemeenten wordt uitgevoerd door Werkzaak; • Een oplopend voordeel op het onderdeel SW (is een gevolg van de in de septembercirculaire 2024 toegevoegde compensatie van het per 2025 vervallen lage inkomensvoordeel. • het niet op voorhand incalculeren van een mogelijk positief subsidieresultaat ten gunste van het Bedrijfsvoeringsresultaat (toepassing van opnieuw stelposten bij BUIG en LKS). De ontwikkelingen worden door Werkzaak Rivierenland goed in de gaten gehouden. Bij de Bestuursrapportage 2025 bekijkt Werkzaak Rivierenland of de Begroting 2026 moet worden aangepast. Lopen de raming van de bestandsontwikkeling (aantallen werkzoekenden die we begeleiden) nog in pas met de trends en ontwikkelingen.

Zo nodig worden weer op basis van scenario’s de financiële effecten zichtbaar gemaakt en aan u als raad voorgelegd. 2.2 Cijfers zijn transparant en geven getrouw beeld. De P&C-documenten zijn uiteraard opgesteld volgens de nieuwste voorschriften. Zij voldoen hiermee aan de wettelijke voorschriften. Ook is goed zichtbaar wat wil worden bereikt, wat daar voor wordt gedaan en wat het kost. Om stabiliteit in de bijdrage van gemeenten te krijgen is eerder besloten om voor het verschil tussen de kosten van BUIG / LKS en de rijksvergoeding een stelpost op te nemen. De prognose is dat het subsidieresultaat - na verwerking van de stelpost - de komende jaren positiever wordt. Het bedrijfsvoeringsresultaat laat een redelijk stabiel beeld zien. De Begroting 2026 alsmede de Meerjarenraming 2027-2029 geven daarmee een goed inzicht in de lastenontwikkelingen (zie ook de managementsamenvatting). De Begroting 2026 is – zoals ook in voorafgaande jaren - weer opgebouwd volgens een programmastructuur. Het betekent dus dat de Begroting wordt gevormd door 6 inhoudelijke programma’s (par. 4.1 t/m 4.6) en een programma Algemene dekkingsmiddelen (par. 4.7). Daarnaast is er een bijlage 1 (vanaf pag. 58) waarin de gemeentelijke bijdragen per Begrotingsjaar (2026 t/m 2029) gespecificeerd wordt weergegeven. Hiermee is transparantie in de cijfers en de uitkomst per gemeente op onderdelen aanwezig.

2.3 gedeeltelijk al ingespeeld op financieel problematische jaren voor de gemeenten Naar aanleiding van de Kadernota 2026 van Werkzaak Rivierenland is een inhoudelijke zienswijze ingediend, voortkomend uit de financiële situatie van onze gemeente. Het betrof onderstaande collectieve zienswijze, van de gemeenten in de regio Rivierenland: “Vanwege de sterk verminderde inkomsten die gemeenten ontvangen vanuit het Rijk (circa 5%) hebben wij als kader een lagere gemeentelijke bijdrage gehanteerd van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten

opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere gemeentelijke bijdrage vanaf 2028”. Daarbij hebben wij het volgende verzoek gedaan: “Bereid aan de hand van het bovengenoemd kader scenario’s voor, voor te leggen aan uw algemeen bestuur, zodat het algemeen bestuur hier een besluit over kan nemen. We verzoeken u per scenario ook de beleidsmatige implicaties zichtbaar te maken. We verzoeken u vóór het afronden van de conceptbegroting 2026 van uw gemeenschappelijke regeling de keuzescenario’s aan het algemeen bestuur voor te leggen om vervolgens te verwerken in de conceptbegroting 2026. Hierover gaan we graag met u in gesprek”. Naar aanleiding van de uitdaging waar gemeenten voor staan en het verzoek voor een verlaging van de gemeentelijke bijdrage, zijn door Werkzaak Rivierenland scenario’s uitgewerkt en besproken met het Algemeen Bestuur. Twee scenario’s zijn verwerkt in de Begroting voor de jaren 2026 t/m 2029. Het gaat om de volgende twee scenario’s:

• Gebruikmaking van AI: verlaging € 100.000,Door gebruik te maken van AI, verwachten ze de processen efficiënter uit te voeren, wat een besparing oplevert op de formatie.

• Verhoging van de tarieven: verlaging € 300.000,Werkzaak heeft het prijsbeleid geactualiseerd (routekaart Eerlijke prijs). Dit leidt tot een verhoging van de omzet. Hiermee voldoen zij aan het verzoek van de gemeenten om de gemeentelijke bijdrage voor 2026 en 2027 structureel te verlagen met 1,5 %. De resterende verlaging, oplopend tot 3% vanaf 2028, zal later verwerkt worden als vanuit het Algemeen Bestuur besloten is welke scenario’s hiervoor gebruikt gaan worden. Allereerst onze dank om te komen tot besparingen. Het laat ons zien dat ook Werkzaak Rivierenland meewerkt aan de financiële uitdagingen waar wij als gemeente voor staan. De gekozen opties (verhogen omzet door meer marktconforme prijzen én verlagen salariskosten door de inzet van AI) leveren een geraamd bedrag op van € 400.000,-. Het overgrote deel (75%) wordt behaald door omzet-groei. Door de onzekere economische tijden zit hier ook het grootste risico (zeker in een kwetsbaar en onzeker economisch klimaat). De taakstellende opdracht eindigt niet bij 1,5% maar strekt verder. In het vervolgproces binnen Werkzaak Rivierenland zal op basis van een maatregelen-set beoordeeld moeten worden wat aanvullend mogelijk is. Hiervoor is – zoals hiervoor aangegeven - een memo met scenario’s opgesteld. Daarbinnen moet zeker aandacht zijn voor de effecten én risico’s (zowel intern als extern).

Spreiding van risico’s en bewaken van de dienstverlening aan de klant zullen in balans moet zijn om daarmee ook om enige zekerheid te hebben dat de doelstelling van 3% wordt behaald. Wij verwachten dat medio 2026 hierover besluitvorming heft plaatsgevonden. 2.4. Uitdagend jaar 2026 voor de boeg. Het jaar 2026 zal voor Werkzaak Rivierenland de nodige uitdagingen met zich mee brengen. Allereerst is daar de inbedding van de dienstverlening aan de inwoners van de gemeente Neder-Betuwe. Uitgaande van een instemming van alle deelnemende gemeente met de toetreding van deze

gemeente voor de basistaken (artikel 4). De Begrotingswijziging die dat tot gevolg heeft, verwachten wij uiterlijk in het voorjaar van 2026. Op het gebied van werk en inkomen, informatiebeheer, -beveiliging en privacy, maar ook met betrekking tot de bedrijfsvoering is veel nieuwe weten regelgeving op komst. Denk maar aan Participatiewet in Balans, Regionaal Werkcentrum, Van School Naar Duurzaam Werk (VSNDW), vereenvoudiging Wet Banenafspraak, Wijziging Wet Suwi i.v.m. proactieve dienstverlening en Beveiliging van netwerk- en informatiesystemen richtlijn 2 (NIS2). Het zwaartepunt van de werkzaamheden die hieruit voortvloeien, liggen voor Werkzaak bij de - Informatievoorziening (IV), Privacy- en Informatiebeveiligingsteam (IPT) en het team Inkomen. Voor een deel gaan deze implementaties mogelijk ook gepaard met de vaststelling van nieuwe verordeningen. Ook de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 zullen impact hebben door de wijzigingen in de bestuurssamenstellingen van zowel het Dagelijks Bestuur als het Algemeen Bestuur. Daarnaast zal in 2025 besluitvorming tot stand komen m.b.t. de landelijke afspraken die gemaakt zijn over een toekomstbestendige sociale infrastructuur van werkbedrijven. Hierover zijn in maart 2024 binnen het AB al verkennende strategische gesprekken gevoerd.

De thema’s uit het door de gemeenteraden vastgestelde meerjarenbeleidsplan van Werkzaak sluiten hier goed op aan. Er zijn drie strategische lijnen gekozen:

• Meerdere (nieuwe) doelgroepen bedienen. • Verkennen of Werkzaak mensen uit de Participatiewet zonder indicatie beschut in dienst kan nemen.

• Verkennen van de uitbreiding van ondernemerschap. In mei 2025 is hierover een regionale raadsbijeenkomst georganiseerd. Wij stellen ons daarbij op het standpunt dat hieruit voortvloeiende lasten structureel moeten zijn afgedekt. Daarnaast loopt natuurlijk nog de bestuurlijke discussie omtrent de aanvullende opdracht tot het realiseren van een taakstellende besparing op de bedrijfsvoeringskosten (van 1,5% naar 3% ingaande 2028). Medio 2026 verwachten wij hierover van u duidelijkheid te hebben. 3.1 Zienswijze vaststellen en op tijd inzenden aan het DB Werkzaak. Het Dagelijks Bestuur van Werkzaak moet uiterlijk 26 juni 2025 onze zienswijze op de Jaarstukken 2024 ontvangen. De zienswijze op de Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029 moet uiterlijk 25 juni 2025 door het DB van Werkzaak zijn ontvangen. In onze zienswijze staat dat u

1. instemt met de concept Jaarrekening GR Werkzaak 2024; 2. Instemt met de voor een zienswijze voorgelegde conceptBegroting 2026 (en Meerjarenraming 2027-2029).en In de zienswijze vragen wij verder aandacht enkele specifieke onderwerpen waaraan wij in dit voorstel aandacht hebben besteed. Het gaat dan in het bijzonder om de randvoorwaarden met betrekking tot de doorgroei naar een Sociaal ontwikkelbedrijf, de randvoorwaarden m.b.t. de toetreding van de gemeente Neder-Betuwe voor de P-wet basistaken (artikel 4 van de GR) en de realisatie van de aanvullende bezuinigingstaakstelling voor de jaren 2028 en verder.

Kanttekeningen

1.1 Jaarrekening 2024 verwerkt in gemeentelijk P&C-document In de concept-Jaarstukken 2024 van West Maas en Waal hebben we de uitkomst van de voorlopig vastgestelde Jaarrekening 2024 van Werkzaak Rivierenland opgenomen. Pas op 10 juli 2025 stelt het AB van Werkzaak Rivierenland haar jaarstukken 2024 definitief vast. Een gewijzigde vaststelling van de Jaarstukken 2024 van Werkzaak Rivierenland op basis van de ingezonden zienswijzen (en dus een ander rekeningsresultaat) verwerken wij in onze Najaarsnota 2025. 3.1 Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029 wijzigt nog. In de concept-Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029 van West Maas en Waal hebben we opgenomen de uitkomst van de ontvangen concept-Begroting 2026 van Werkzaak Rivierenland. Alle gemeenten zenden een zienswijze in. Vervolgens is het aan het AB van Werkzaak om deze te wegen en de Begroting vast te stellen. Dit staat gepland voor 10 juli 2025. Een gewijzigde vaststelling van deze stukken van Werkzaak Rivierenland (en dus een ander resultaat) verwerken wij in onze Najaarsnota 2025. De gepresenteerde cijfers zijn verder gebaseerd op de verdeelsystematiek zoals die voor 2025 en de daaropvolgende jaren geldt. Hoewel in de ramingen rekening is gehouden met indexatie van lasten en baten, kunnen die uiteraard in de praktijk gaan afwijken.

Via de Bestuursrapportage 2026 vindt bijstelling plaats van de Begroting 2026 en het Meerjarenperspectief 20272029. Daarnaast zal de Begroting 2026 en het meerjarenperspectief nog wijzigen door de beoogde toetreding van de gemeente NederBetuwe voor de P-wet basistaken (artikel 4 van de GR) en de additionele middelen die beschikbaar komen als gevolg van de landelijke afspraken die gemaakt zijn over een toekomstbestendige sociale infrastructuur van werkbedrijven(en de lasten die daaruit voortvloeien). Via rapportages houdt Werkzaak Rivierenland ons op de hoogte (zowel getalsmatig, inhoudelijk als financieel).

Financiën

Onderstaand zal worden ingegaan op de ontvangen P&C-documenten van Werkzaak Rivierenland. Allereerst schenken we aandacht aan de Jaarrekening 2024. Aansluitend staan we stil bij de Begroting 2026 en het Meerjarenperspectief 2027-2029. REKENING 2024 De gemeentelijke bijdragen (excl. SW) bestaan uit het subsidieresultaat Inkomen (lasten – verminderd met de rijksvergoeding) en het bedrijfsvoeringsresultaat (netto-kosten bedrijfsvoering). Het jaar 2024 werd gestart met een geraamde gezamenlijke bijdrage van alle gemeenten van € 17,5 milj. Dit is excl. de doorbetaling van de van het Rijk ontvangen vergoedingen. Bij de Bestuursrapportage 2024 is dit bijgesteld naar € 14,1 milj. De Jaarrekening 2024 resulteert uiteindelijk in € 12,6 miljoen (€ 12.581.500,-). Ten opzicht van de Bestuursrapportage 2024 een positief

resultaat van € 1.487.400,-. Dit bedrijfsvoeringsresultaat wordt conform de afspraken gemaakt in de bestuurlijke agenda terugbetaald aan de gemeenten op basis van het aantal bijstandsgerechtigden en aantal loonkostensubsidies op grond van de Participatiewet. Effect voor gemeente West Maas en Waal. Op pagina 98 van de concept-Jaarrekening 2024 (par. 9.2) staat per gemeente de bijdragen aan Werkzaak Rivierenland gespecificeerd weergegeven. De totale bijdrage van West Maas en Waal voor 2024 voor uitvoering van de P-wet activiteiten wordt geraamd op € 5.055.400,-. (zowel rijksvergoedingen als uitvoeringskosten). Naast de verschuldigde bijdrage in de uitvoering van de Participatiewet, hebben wij de uitvoering van verschillende taken ondergebracht bij Werkzaak. Het gaat daarbij om de Bijzondere Bijstand, het armoede-beleid (minima-regelingen) en de begeleiding van bijstandsgerechtigden met KP4. De lasten hiervan (zowel uitvoering als verstrekkingen) komen voor 2024 uit op. € 779.000,-. Daarnaast heeft in 2024 nog een verrekening plaatsgevonden i.v.m. een tijdens de Covid-pandemie ingestelde Tozo-regeling (Tijdelijke ondersteuning zelfstandige ondernemers). Voor West Maas en Waal leidt tot het navolgende beeld. 2024 primitief

2024

2024

bestuursrapp. jaarstukken

verschil

V / N

Bijdrage inkomen

€ 3.594.600 € 3.482.700

€3.585.100

€ 102.400 N

Bijdrage Werk

€ 469.500

€464.600

€

Bijdr. Bedrijfsv.

€ 1.323.100 € 1.024.400

€1.005.700

€ -18.700

V

subtotaal

€ 5.387.200 € 4.958.600

€ 5.055.400

€96.800

N

€779.000

€-68.400

V

€-7.500

€ 7.500

V

€ 5.826.900

€ 20.900

N

Dvo’s BBArmoede *1 € 670.900 + KP4 Afrek. ToZo Totaal:

€ 451.500

€ 847.400

*2 € 6.058.100 € 5.806.000

13.100 N

*1 Zowel de verstrekkingen (bijzondere bijstand en armoede-beleid) als de uitvoeringskosten zijn lager dan begroot ondanks een toename van het aantal aanvragen. *2 Het betreft hier een verrekening van voormalige Tozo-regeling. De bevoorschotting aan Werkzaak Rivierenland heeft plaatsgevonden op basis van de primitieve begroting 2024. Dit betekent dat West Maas en Waal een bedrag ontvangt (terugbetaling door Werkzaak rivierenland) van € 231.200,-.

Het financieringsresultaat is in de gemeentebegroting zichtbaar op de onderscheidene kostenplaatsen en kostensoorten (P-wet, IOAW, IOAZ, BBZ, SW, Bijstand, Armoedebeleid). Conclusie:

We stellen vast dat Werkzaak Rivierenland in lastige economische omstandigheden een mooi rekeningsresultaat heeft behaald. Het al jaren investeren in de relatie met de samenwerkingspartners (in te bijzonder de werkgevers) en het nauwlettend bewaken van de lasten een baten (financieel management) betaalt zich uit. Wij kunnen dan ook instemmen met de overgelegde jaarstukken 2024 en het behaalde resultaat. Daarnaast stemmen we in met de instelling en dotatie in de reserve Sociaal ontwikkelbedrijf. Gezien de moeilijke omstandigheden waaronder de behaalde resultaten tot stand zijn gekomen, spreken we onze waardering daarvoor uit. BEGROTING 2026 EN MEERJARENPERSPECTIEF 2027 - 2029 Bij de in de primitieve Begroting 2026 van Werkzaak Rivierenland zouden wij de volgende opmerkingen willen plaatsen. • De Begroting 2026 is opgebouwd aan de hand van 6 programma’s. Hiermee wordt voldaan aan de uitkomsten van de Bestuurlijke Agenda 2020. Relevante informatie (zoals doelstellingen en beleidsindicatoren) zijn herkenbaar weergegeven. Voor het vergelijk zijn de cijfers 2025 (en meerjarenperspectief) geplaatst tegenover de cijfers van de Jaarrekening 2024 en de Begroting 2024. • Werkzaak Rivierenland maakt geen onderscheid in de dienstverlening op basis van achtergrond van de doelgroep.

De doelstellingen voor dit programma (4.2) en de programma’s Wet sociale werkvoorziening (4.3) en Beschut (4.4) komen daarom overeen. De programmatekst is opgenomen in dit programma. Bij de overige programma’s wordt hiernaar verwezen. Het aantal dienstverbanden P-wet blijft vrijwel gelijk. • West Maas en Waal is voor het onderdeel SW (par. 4.3) geen deelnemer van Werkzaak Rivierenland. In de bestuurlijke agenda is afgesproken dat de werkelijke gemaakte kosten voor de doelgroep Wsw worden doorbelast naar de deelnemers. • Beschut werk (par. 4.4) is een instrument voor mensen die kunnen werken in een aangepaste omgeving. Het gaat hierbij om mensen die begeleiding en/of aanpassing(en) van het werk nodig hebben en daardoor wel kunnen werken. Deze doelgroep Beschut blijft de komende jaren groeien. Op basis van deze groei ontwikkelen de baten en lasten zich. De inzet van interne (ambtelijke) capaciteit verschuift van de Wsw-doelgroep (daling met 6%) naar beschut en is van invloed op het programma resultaat. De rijksvergoeding die wordt ontvangen, is gebaseerd op de taakstelling. In de Begroting 2026 is verder rekening gehouden met de aanvullende rijksmiddelen die vanaf 2024 beschikbaar zijn gesteld. Gemeenten ontvangen circa € 3.600 per plek. Dit komt neer op macro € 19,8 miljoen in 2025, met een oploop naar structureel € 35,9 miljoen. • Inkomensvoorziening (par. 4.5).

De basis van de berekening voor de aantallen is de stand op 31-12-2024. Deze zijn lager dan meegenomen in de begroting 2025. Voor de begroting 2026 wordt aangesloten bij het aantal werkzoekenden volgens de Macro Economische Verkenning tot met 2029 van het CPB (september 2024). Hierin wordt eerst een lichte stijging van de aantallen verwacht voor 2025 en daarna een kleine

daling. De lasten en de rijksbijdrage zijn voor 2026 geïndexeerd conform de kaderbrief 2026. De Rijksbijdrage is hoger dan waarmee we eerder rekening hielden. Dat omdat in de begroting 2025 is gerekend met een verwachte stijging van het wettelijk minimumloon, de werkelijke stijging was hoger. De uitgaven zijn hoger dan verwacht. Dat komt deels door een verschuiving in de verhouding gehuwden en alleenstaanden. Daarnaast is de berekening van de gemiddelde prijs verbeterd, om dichter op de werkelijke lasten te komen. De basis van de berekening voor de gemiddelde prijs per dossier zijn de betaalde uitkeringen in de 2e helft van het jaar 2024 inclusief vakantiegeld. Voorgaande jaren werd die berekend over de gemiddelde prijs over het gehele jaar inclusief vakantiegeld. Daarnaast is natuurlijk rekening gehouden de diverse indexaties. Voor het resultaat tussen de rijksvergoedingen (BUIG en LKS) en de kosten is een tweetal stelposten (voor 2026 e.v. jaren) opgenomen (ter grootte van ca. € 2.8 milj.) zodat de impact op de begroting gedempt wordt. De stelpost BUIG/LKS dienen als buffer voor onvoorziene kostenstijgingen. Wanneer de stelposten (cf. de doelstelling) niet benodigd zijn voor het opvangen van hogere uitkeringslasten, lagere rijksvergoedingen en omzetschommelingen, is er aan het eind van een jaar een positief subsidieresultaat.

Dit extra voordeel komt dan weer ten goede van de gemeenten op basis van de afgesproken verdeelsleutel. • In de Begroting 2026 en het Meerjarenperspectief (par. 5 Financiële begroting) is, op advies van de toezichthouder, een post onvoorzien opgenomen van € 44.000,- binnen de bedrijfsvoeringskosten. Verantwoording hiervan zal achteraf plaatsvinden. Verder zijn in de Begroting 2026 vermeld de aanwezige reserves en voorzieningen (par. 5.5). Samenvatting. Per saldo resulteert de nieuwe Begroting 2026 in een bijdrage van de deelnemende gemeenten van € 20.675.800,-. Dit is de zogeheten bijdrage Bedrijfsvoering. Effect van de Begroting 2026 en Meerjarenperspectief voor West Maas en Waal.

Kosten Op pagina 58 en volgende van de concept-Begroting 2026 (Bijlage 1) staan per gemeente de bijdragen aan Werkzaak Rivierenland gespecificeerd weergegeven. De totale bijdrage voor 2026 wordt geraamd op € 6.854.700,(zowel rijksvergoedingen BUIG, Bbz, LKS, Participatie, de uitvoeringskosten als de taken uitgevoerd op grond van de Dvo’s). In de jaren daarna (2027 t/m 2029) loopt dit bedrag op tot € 6.912.100,-. Daarbij moet worden opgemerkt dat rekening is gehouden met een stelpost BUIG en LKS. Hierbij valt op dat het gemeentelijk subsidieresultaat op de BUIG nadelig is. Door de veranderde bekostigingsafspraken op basis van de Bestuurlijke Agenda 2020 ondervinden wij hiervan géén nadeel. De nieuwe verdeelsystematiek per 1-1-2025 betekent dat een individueel nadeel gedragen wordt door de gemeenten met een saldooverschot. Naast de verschuldigde bijdrage in de uitvoering van de Participatiewet, hebben wij de uitvoering van verschillende taken ondergebracht bij Werkzaak.

Het gaat daarbij om de Bijzondere Bijstand, het Armoede-beleid, en de begeleiding van bijstandsgerechtigden met KP4. De lasten hiervan (zowel uitvoering als verstrekkingen) worden geraamd op gemiddeld € 850.900,-. Deze uitbesteedde diensten worden jaarlijks afgerekend op basis van werkelijke kosten (mensuren, producten en diensten). Begroting Begroting 2026-2028 2025

2026

2027

2028

2029

Bijdrage inkomen

€ 3.733.600

€ € € € 3.981.400 3.925.400 3.925.400 3.925.400

Bijdrage Werk

€ 484.300

€ 725.600 € 756.800 € 785.200 € 816.000

DVO

€ 867.100

€ 850.900 € 850.900 € 850.900 € 850.900

Bijdrage bedrijfsvoering

€ 1.367.600

€ 1.296800

Totaal

€ 6.452.600

€ € € € 6.854.700 6.848.600 6.880.200 6.912.100

Stelpost BUIG

€ 33.100

-€ 61.200

Stelpost LKS

€ 196.200

€ 189.900 € 187.300 € 190.900 € 190.900

€ 163.100

€ 128.700 € 126.600 € 153.300 € 153.300

€ € € 1.315.500 1.318.700 1.319.800

resultaat Bedrijfsvoering

-€ 60.700

-€ 37.600

-€ 37.600

Dekking: Tegenover de bijdrage aan Werkzaak Rivierenland staan enerzijds van het Rijk te ontvangen vergoedingen (BUIG, LKS en Participatiebudget). Daarnaast zijn in de gemeentebegroting functionele lastenramingen opgenomen voor de uit te voeren taken (zoals Bijz. Bijstand, Armoedebeleid en KP4).

Communicatie

De Adviesraad Sociaal Domein is geïnformeerd over de ontvangen stukken (Jaarrekening 2024, Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029) van Werkzaak Rivierenland. Ook heeft zij ons voorstel hierover ontvangen. Zodra van haar een reactie is ontvangen, voegen wij dit als bijlage bij dit voorstel.

Aanpak en planning

Wanneer u akkoord gaat, sturen wij de zienswijze ten aanzien van de P&C-documenten zoals verwoord in het bijgevoegd schrijven aan Werkzaak Rivierenland. Werkzaak Rivierenland stelt u aansluitend in kennis stellen van de definitieve vaststelling van de Jaarrekening 2024, de Begroting 2026 en de Meerjarenraming 2027-2029.

Participatie

Bijlagen

N.v.t.

• Aanbiedingsbrieven d.d. 4 april 2025 (Begroting 2026) en 22 april 2025 (rekening 2024); • concept-Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029 Werkzaak Rivierenland; • Concept-Jaarrekening 2024 Werkzaak Rivierenland • Reactie Adviesraad Sociaal Domein (wordt nagezonden)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15622606/1