RV Overbrugging pilotperiode 2025 en 2026 Cirtex
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Overbrugging pilotperiode 2025 en 2026 Cirtex
Aangeboden door
College van B&W
Portefeuillehouder
R.A.N. Reuvers
Team
Team Samenleving
Zaakkenmerk/Document kenmerk
Z.117499/D.323055
Datum collegebesluit Vertrouwelijkheid Bijlagen
22 april 2025 Openbaar Ja
Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Participatie 10. Bijlagen
Voorgesteld besluit
Aanleiding
1. de zienswijze vast te stellen en deze te sturen aan het DB van Werkzaak Rivierenland en de Avri.
Werkzaak Rivierenland voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. Het gaat dan niet alleen om het verstrekken van inkomensondersteuning maar ook het activeren, begeleiden en ontwikkelen van inwoners naar een duurzame plek op de arbeidsmarkt. De Avri is de regionale partij voor niet alleen het inzamelen van grondstoffen en afval. De ingezamelde producten worden zo veel als mogelijk terug gebracht in de
maak-industrie. De Algemeen Besturen van Werkzaak Rivierenland en Avri hebben in november 2022 gezamenlijk besloten tot deelname aan de Coöperatieve organisatie Cirtex en na een pilot van vier jaar (2023-2026) te bezien of en hoe Cirtex kan voortbestaan. De gemeenteraden hebben hieraan voorgaand hun zienswijze hierover uitgebracht. De gemeenten zijn ook vertegenwoordigd in de diverse bestuurlijke gremia die zijn ingesteld door Cirtex (zoals lid van de Raad van Toezicht of de Algemene ledenvergadering).
In het 2e halfjaar van 2024 ontstond een wereldwijze textielcrisis. Cirtex heeft hier géén directe invloed op maar het betekent wel een flinke – onverwachte - impact op de oorspronkelijke businesscase. Dit heeft o.a. geleid tot een aantal beheersmaatregelen (aan de kostenkant) en nadere afspraken met de afnemer van de winkelkwaliteit textiel (2Switch), die tevens lid is van de coöperatie Cirtex.
Op 21 maart 2025 ontvingen wij een brief (gedateerd 19 maart 2025) van de besturen van Werkzaak en Avri. Hierin wordt uw raad gevraagd een zienswijze uit te brengen met betrekking tot het voornemen tot tijdelijke financiële ondersteuning van Cirtex en de dekking van de kosten daarvan binnen hun begroting.
In de brief aan de raden wordt aangegeven dat in de platformbijeenkomst van 7 april 2025 (van de Avri) de mogelijkheid is tot het stellen van vragen. Het thema ”Cirtex” staat – naar verwachting - ook op de agenda van de raadsbijeenkomst van 12 mei a.s. (waar ook de doorontwikkeling tot sociaal ontwikkelbedrijf van Werkzaak Rivierenland op de agenda staat). De gemeenschappelijke regeling van Werkzaak Rivierenland schrijft voor dat uw raad een zienswijze mag indienen op de ontvangen stukken. Uw zienswijze moet uiterlijk 1 juni 2025 zijn ingeleverd. Na ontvangst van de zienswijzen zal het Algemeen bestuur van Werkzaak Rivierenland op 10 juli 2025 een besluit nemen. N.b.: bij Avri heeft de tijdelijke minderopbrengst nauwelijks financiële impact op het totaal van kosten en opbrengsten van alle grondstofstromen, welke altijd al op begrotings- en realisatiebasis worden geëgaliseerd; daarom is bij Avri geen separaat AB-besluit nodig.
Beoogd effect
Kennisneming, beoordeling en behandeling van het ingekomen verzoek tot het uitbrengen van een zienswijze met betrekking tot de door het dagelijks bestuur van Werkzaak Rivierenland uitgesproken voornemen tot (financiële) overbrugging van de pilotperiode. Waaronder het opstellen van een zienswijze van West Maas en Waal over de stukken.
Argumenten
1.1 Resultaat bijgestelde businesscase is nog onderhevig aan (positieve) verandering. De gepresenteerde cijfers (op hoofdlijnen) van de businesscase zullen in 2025 en 2026 nog gaan veranderen. Er is nu rekening gehouden met een negatief scenario (worst-case). Wel is rekening gehouden met een hogere opbrengst voor A-kwaliteit (hierover zijn ook al afspraken gemaakt). Nog niet is in de businesscase verwerkt het financieel positieve effect van de komst van de UPV (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid) Textiel. Een producent moet er nl. voor zorgen dat in 2025 de helft van het door hem in 2024 verkochte textiel (in kilo’s) is klaargemaakt voor hergebruik of gerecycled (oplopend naar 75% in 2030). Een producent kan er ook voor kiezen om zich aan te sluiten bij de Stichting UPV Textiel, European Recycling Platform Netherlands B.V. of Collectief Circulair Textiel. In dat geval betaalt de producent een bedrag aan die partij die vervolgens via een verdeelsleutel wordt uitgekeerd aan de organisatie die invulling geeft aan de producentenverantwoordelijkheid (dus aan Cirtex). Daarnaast is ook géén rekening gehouden met mogelijk hogere opbrengsten voor de ingezamelde textiel (anders dan A-kwaliteit) als gevolg van de licht verbeterde situatie op de wereldmarkt.
Noot: Op grond van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (Besluit UPV) zijn de producenten verantwoordelijk voor een passend innamesysteem en de financiering hiervan. Vanuit de UPV zal een vergoedingstelstel komen voor inzameling en sortering en zijn Avri en Cirtex hiermee niet meer geheel afhankelijk van de marktsituaties. Daarnaast zal de UPV ook zorgen voor innovatie in de textielrecycling. Beiden zijn essentieel om de textielcrisis te beëindigden.
1.2 Meerwaarde van Cirtex is meervoudig Als bijlage / onderlegger bij het gedane verzoek door de besturen van Werkzaak Rivierenland en de Avri is gevoegd een folder over Cirtex. Het beschrijft niet alleen wat het is maar ook welke doelstellingen (inhoudelijk en financieel) zijn behaald. Daarnaast wordt ingegaan op de wereldwijde textielcrisis, de impact daarvan op de businesscase en de keuze waarvoor de partners worden gesteld. Gaan we door en ondersteunen we tijdelijk of laten we Cirtex los? En verliezen we daarmee niet alleen een bijzonder initiatief maar ook de opgebouwde samenwerking met een zeer groot aantal partijen. De meerwaarde van Cirtex kan als volgt worden verwoord: • Circulair (omvang verwerk textiel in 2024): o 1.649.371 kg textiel uit Rivierenland o 710.000 kg opgeschoond (vuil en nat eruit gehaald) en ter sortering aangeboden o 354.000 kg afval in het textiel (vervuiling) o 586.000 kg sociaal gesorteerd waarvan: ▪ 40.000 kg A kwaliteit in de winkel van 2Switch; ▪ 395.000 kg B kwaliteit oftewel Afrika kwaliteit; ▪ 151.000 kg Industrie. • Inclusief:
o de verlengde infrastructuur van Cirtex is voor veel mensen uit de doelgroep een passende voorziening en kan dus aangemerkt worden als een re-integratie instrument dat duurzaam bekostigd kan worden uit het Participatiebudget; o 72 werk en ontwikkelplekken gerealiseerd tot en met 2024; o 16 succesvolle doorplaatsingen naar reguliere werkgevers (uitstroom); o Geen textiel verbrand en alles gesorteerd. • Financieel: o Doelstellingen van de betrokken partijen wordt ook onderkend door verschillende overheidsorganen (Provincie, Rijk en EU) en blijkt uit de toekenning van diverse subsidies in de afgelopen jaren; o Rond de zomer wordt een definitieve beslissing verwacht op een lopend subsidietraject (Cirtex 2.0) waarbij het gaat om een investeringssubsidie van afgerond € 2.000.000,-.Een positief advies hierop is al ontvangen; o In 2023 (het 1e jaar van de pilot) is een positief resultaat behaald. In 2024 is door het in elkaar klappen van de textielmarkt door Cirtex een verlies gedraaid maar hebben de moederorganisaties (Werkzaak Rivierenland en Avri) gezamenlijk een positief resultaat behaald. In beide jaren is door de Avri de vergoeding ontvangen voor inzameling en transport van het textiel (ter grootte van € 252.000,-).
Realisatie Cirtex Brede businessccase
2023
2024
€ 52.000,-
-€ 300.000,-
Besparingen uitkeringen en omzet (Werkzaak)
€ 350.000,-
€ 345.000,-
Totaal
€ 402.000,-
€ 45.000,-
Realisatie Cirtex
Dit tekort is voor het grootste gedeelte afgedekt door de garantstelling van Werkzaak (€ 240.000).
• Regionale uitstraling: o Cirtex is een Publiek Private Samenwerking (PPS Cirtex 1.0 en 2.0) aangegaan met regionale bedrijven en heeft haar verantwoordelijkheid genomen in de textielketen van inzameling tot afzet van circulaire producten. Ook ontwikkelt Cirtex met steun van de regio (Regiodeal) en provincie Gelderland (ESF) nieuwe innovaties zoals textielplaten als alternatief voor de buitenlandse afzet. o Door de samenwerking actief op te zoeken en creatief na te blijven denken over mogelijke oplossingen lukt het om een closed loop te bereiken. De keten start met de inzameling van elke kwaliteit textiel. Avri zamelt in en Werkzaak Rivierenland zorgt er op haar beurt voor dat via het sorteercentrum in Tiel het textiel gesorteerd wordt. Goede stukken gaan vervolgens naar de tweedehands
winkels van 2Switch. Het textiel dat niet voor wederverkoop geschikt is wordt geleverd aan de samenwerkende partners idid, Planq, CLS-Tex, Htex en Heigo. Zij maken van het vervezelde textiel middels ingenieuze processen prachtig nieuwe producten en werken ieder op zich aan robuuste closed loop oplossingen. De samenwerking komt het beste tot uitdrukking in onderstaande afbeelding.
o Als voorbeelden van de samenwerking kunnen worden genoemd de pleintjes van de toekomst, bushaltes (o.a voor de deur bij Werkzaak Rivierenland), tassen, meubels en textielplaten (als isolatie). 1.3 Stoppen met Cirtex is duurder De impact van “liquidatie van Cirtex” is enorm. In dat geval zal •
Avri: nog steeds geconfronteerd worden met de zeer lage opbrengsten en/of hogere kosten van verwerking van textiel door andere partijen dan Cirtex (deze extra kosten zullen, vanuit het oogpunt van volledig kostendekkende tarieven, verhaald worden op de inwoners via de afvalstoffenheffing). Avri zal op zoek moeten naar afnemers van het textiel (vaak ver buiten de regio) en heeft in dat geval ook nog eens te maken met additionele kosten (zoals van transport);
•
Werkzaak: het verlies van deze bijzondere tussenliggende reintegratievoorziening (de werkervaringsplekken bij Cirtex) zal leiden tot een verminderde uitstroom uit de bijstand van inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Gevolg hiervan is een toenemende last binnen de Participatiewet (hogere uitkeringslasten en hogere uitvoeringskosten bij Werkzaak Rivierenland);
•
Partners: de ontwikkeling van nieuwe producten door en in samenspraak met ondernemingen (zoals de speeltuintjes van de toekomst) komt tot stilstand (voor vele jaren). Dit heeft ook effect op de werkgelegenheid van de ondernemingen in deze branche;
•
Mede-overheden: de afgelopen jaren is ingezet op nauwe samenwerking met o.a. de Provincie (via subsidieprogramma Op
Oost) en is subsidie verkregen (2023 en 2024) en is een aanvraag (voor 2025) lopende. De positie die Cirtex de afgelopen jaren heeft verkregen wordt door velen gezien als een voortrekker en innovator. • In zowel de folder als de naderhand aangeleerde QA-lijst is verwoord welke consequenties (inhoudelijk en financieel) er gemoeid zijn voor zowel Avri als Werkzaak Riviereland wanneer door de partijen wordt gestopt met Cirtex. Onder aan de streep kunnen op zijn minst de volgende verliesposten worden genoemd: • Werkzaak Rivierenland: -/- € 423.000,• Avri: -/- € 252.000,-. • Daarbij moet worden opgemerkt dat de kosten voor de Avri wellicht nog hoger zullen zijn omdat de kosten van transport (hoger) en verwerking van het ingezamelde textiel (onvoldoende rendabele afzetmogelijkheden) hierin nog niet zijn meegenomen. Daarnaast is het de vraag of de restwaarde van het onderpand (op de door de Avri verstrekte lening) bij verkoop voldoende afgedekt is. • Al met al is stoppen met Cirtex gedurende de (resterende) pilotperiode nadelig voor mens, milieu en (gemeentelijke) portemonnee. 1.4 dekking van kosten door Werkzaak Rivierenland kan anders Werkzaak Rivierenland is voornemens om haar aandeel in de overbruggingsfinanciering te bekostigen uit de structurele verhoging van het Participatiebudget. Het gaat daarbij om een bedrag van jaarlijks € 600.000,-.
Deze is aangekondigd in de septembercirculaire 2023 en geëffectueerd in de meicirculaire 2024. Het gaat om extra middelen voor de financiering van de regeling beschut (landelijk 10.000 extra arbeidsplaatsen) en een bedrag als compensatie voor de afschaffing van de regeling LIV (lage inkomensvergoeding). In de QA-lijst wordt hierop een nadere toelichting gegeven.
Naast deze gelden gaan de gemeenten vanaf 2025 aanvullende rijksmiddelen ontvangen in het kader van de doorgroei naar een sociaal ontwikkelbedrijf. Dit naast het eenmalige bedrag van afgerond €700.000,- dat in 2024 is ontvangen. Het bestuur van Werkzaak Rivierenland heeft hiervoor een kader (genaamd: “Kaders toekomstbestendige sociale infrastructuur)” geschetst dat wordt besproken met de gemeenteraden op 12 mei 2025. Daarbinnen wordt o.a. ingezet op ontwikkellijn 1 “in dienst nemen P-wetters”. In het bijzonder randvoorwaarde A: “Het in dienst nemen van mensen met een P-wet uitkering bij Werkzaak te beperken tot hen die: • geen indicatie beschut hebben; o een tijdelijk of structureel verminderde loonwaarde hebben; o en (nog) niet in staat zijn om in dienst te treden bij een reguliere werkgever”. De bij Cirtex geplaatste personen hebben een verminderde loonwaarde (tussen 30 en 50%). Cirtex wordt gezien als een tussenliggende voorziening (tussen beschut werk in de hallen te Geldermalsen en een externe plaatsing bij een werkgever). In 2024 is in de Rekening van Werkzaak Rivierenland al een eenmalig bedrag gereserveerd van € 700.000,-. Zij vallen daarmee binnen het bereik van de door Werkzaak Rivierenland in haar kader geschetste randvoorwaarden voor deze ontwikkellijn.
Zoals in de QA-lijst ook wordt aangegeven, zijn er voor het bestuur van Werkzaak Rivierenland verschillende keuzes denkbaar. Het dekken van de overbruggingsfinanciering door Werkzaak Rivierenland past – gezien de doelgroep-medewerkers die geplaatst worden bij Cirtex – naar onze mening veel meer binnen de kaders van een toekomstbestendige sociale infrastructuur. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten en argumenten aanwezig voor het gebruik van middelen bestemd voor het creëren van meer beschutte werkplekken én de opvang van de lasten door het wegvallen van de LIV.
1.5 Randvoorwaarden overbruggingsfinanciering vragen om aanscherping In de gepresenteerde stukken wordt aangegeven dat nog géén rekening is gehouden met een tweetal aspecten. Het gaat dan om de komst van de UPV textiel en de effecten van de aantrekkende textielmarkt.
In de stukken wordt expliciet een zienswijze gevraagd over het AB-voorstel van Werkzaak Rivierenland om gedurende een periode van 2 jaren (de jaren 2025 en 2026) een financiële bijdrage te leveren van maximaal € 383.000,- per jaar. Je zou het ook kunnen zien als een garantiestelling voor het tekort tot dit bedrag. Er wordt echter niet aangegeven welke voorwaarden hieraan zijn verbonden. Wordt de Werkzaak-bijdrage 1 op 1 verminderd met de bedragen gelijk aan de evt. aanvullende bijdragen die worden ontvangen vanuit de UPC Textiel. In het antwoord op vraag 2 van de QA-lijst wordt wel in algemene zin ingegaan op de afspraken binnen het hoofdlijnenakkoord tussen de Stichting UPV Textiel, NVRD, VHT en de BKN. En welk deel van de subsidie-bedrag Cirtex 2.0 (geraamd op € 1,5 milj.) komt ten goede aan Cirtex? In de subsidie-aanvraag wordt slechts gesproken over het proportioneel verdelen van het bedrag over de consortiumpartners. En wordt daarmee de bijdrage van Werkzaak Rivierenland verminderd in 2025 en 2026?. Daarnaast wordt niets geschreven over de effecten voor Werkzaak Rivierenland en de Avri wanneer er weer sprake is van hogere inkomsten door de aantrekkende markt voor textiel. Aan wie komen deze mogelijk aanvullende gelden dan ten goede?
Het mag duidelijk zijn dat bovengenoemde aspecten expliciet moeten worden beschreven in de aanvullende afspraken aangaande de overbruggingsfinanciering door zowel Werkzaak Rivierenland als de Avri. Daarin moet ook plaats zijn voor het uitgangspunt dat de nu benoemde additionele ondersteuning de bovengrens zijn. 1.6 Zoektocht na het vergroten van de innovatiekracht van Cirtex t.b.v. de bedrijfscontinuïteit In de stukken wordt nadrukkelijk gewezen op de innovatiekracht van Cirtex en haar – veelal – commerciële bedrijfspartners. Deze innovatiekracht is zeker aanwezig wanneer we kijken naar de vele partners en de verschillende afzetmarkten waarin zij actief zijn. Of het nu gaat om pellet- en cliff composiet, brandwerend vilt, textielplaten of eindproducten. Deze innovatiekracht bij de commerciële marktpartijen komt mede door impulsen gegeven door de overheid (via subsidies zoals ESF, Cirtex 1.0 en Cirtex 2.0). Wij zouden deze innovatiekracht ook graag herkenbaar binnen Cirtex zien. Niet alleen door
beheersmatige maatregelen (zoals bijv. de inzet van digitale technologie in het sorteerproces). Maar ook aan de inkomstenkant. Wat te denken van bijv. leveringscontracten aan de partners met daarin een vaste kiloprijs en een toeslag per (door)verkocht halffabricaat en/of product. Dit waarborgt niet alleen een vaste opbrengst voor Cirtex maar kan additionele opbrengsten genereren. De partners in de markt – die door de samenwerking met Cirtex ondersteund worden in hun innovatieve kracht en daarmee exposure genereren – dragen daarmee bij aan de instandhouding van de keten en worden uitgedaagd hun marktpositie te versterken of te vergroten. Een win-win situatie voor allen. Uiteraard is maatwerk per partij daarbij van belang.
1.7 Draagvlak door pro-actieve communicatie Cirtex is een coöperatieve vereniging van de 3 moederorganisaties. Dat zijn de GR-en Werkzaak Rivierenland en Avri en kringloopketen 2Switch. Formeel zijn de gemeenten géén eigenaar of aandeelhouder. Doordat Werkzaak Rivierenland en Avri namens de 8 gemeenten in de regio uitvoeringstaken verrichten zijn de gemeenten binnen de context van die Gemeenschappelijke regelingen wel belanghebbende. Dit komt ook tot uiting in de vertegenwoordiging namens de besturen van beide GR-en in zowel de Raad van Toezicht als de Algemene Ledenvergadering van de coöperatie Cirtex. Deze bestuurlijke constellatie maakt dat de besturen/bestuurders van Werkzaak Rivierenland en Avri gehouden zijn de aan hun GR deelnemende gemeenten te informeren. Zij dragen daarbij uit het standpunt van hun GR-bestuur (en niet een gemeentelijk standpunt). In de praktijk komt dit niet of onvoldoende tot zijn recht. Dit komt het draagvlak voor Cirtex niet ten goede. Het verdient de voorkeur dat 1. In de P&C-documenten van beide gemeenschappelijke regelingen een afzonderlijke pararaaf wordt gewijd aan de deelname aan de coöperatie Cirtex en de aldaar (al dan niet) behaalde doelen en lopende ontwikkelingen. Daarmee worden de gemeenten passender geïnformeerd over niet alleen de behaalde doelstellingen (inhoudelijk en financieel) maar ook de potentiële risico’s en 2.
de gemeenteraden tenminste 2 maal per jaar (of zo veel vaker als noodzakelijk) door de coöperatie Cirtex zelf worden geïnformeerd. De gemeenteraden zijn daarmee meer betrokken bij alles wat er speelt hetgeen bijdraagt aan het draagvlak. Het draagt verder bij aan de bestuurlijke interactie tussen de raad en de namens hen aanwezige vertegenwoordiger(s) in het bestuur van Werkzaak Rivierenland en/of de Avri. De raad komt daarmee beter in zijn kracht te staan om hierover met zijn bestuurder in gesprek te gaan (invullen van de controlerende en taakstellende rol).
Kanttekeningen
1.1 De cijfers kunnen voor 2025 en 2026 nog ten gunste afwijken. De gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op de thans bekende cijfers. Zoals aangegeven is in de gepresenteerde cijfers dus nog géén rekening gehouden met de opbrengsten uit de UPV-Textiel, een eventueel positief besluit op de subsidieaanvraag Cirtex 2.0 en een eventueel aantrekkende textielmarkt in de toekomst.
Financiën
Het voorstel dat thans voorligt, betreft een tweetal aspecten. Bij de GR Avri gaat het om de dekking van de niet in rekening te brengen vergoeding voor textiel ter grootte van € 252.000,- voor de jaren 2025 én 2026. Bij de GR Werkzaak Rivierenland gaat het om een bijdrage voor de jaren 2025 en 2026 van ten hoogste € 383.000,per jaar uit het Participatiebudget.
Avri: De inzamelvergoeding voor Avri wordt, in 2025 en 2026, niet in rekening gebracht bij Cirtex omdat de verwachting is dat Avri dat bij een andere afnemer onder de huidige marktcondities ook niet zou ontvangen. De financiële dekking van dit tekort van € 252.000 vindt plaats via een egalisatiefonds/voorziening die in 2019 door het AB is ingesteld om jaarlijkse mee- en tegenvallers in de kosten en opbrengsten van grondstoffen en afval op te kunnen vangen zonder dat dit direct invloed heeft op de hoogte van de afvalstoffenheffing. In dit geval zal het overigens ook geen directe invloed hebben op de hoogte van de afvalstoffenheffing voor de inwoners, omdat er op andere grondstoffen hogere opbrengsten zijn dan begroot door Avri.
Werkzaak Rivierenland: Het bestuur van deze GR is voornemens om de overbruggingsfinanciering van maximaal €383.000,- ten laste te brengen van het hogere Participatiebudget dat jaarlijks wordt ontvangen. Zoals het concept AB voorstel beschrijft, wordt de tijdelijke financiële ondersteuning van Cirtex betaald binnen de bestaande middelen. En dus zonder verhoging van de gemeentelijke bijdrage.
Samenvatting. Per saldo heeft de voorgestelde overbruggingsfinanciering geen enkel effect op de gemeentelijke bijdrage aan de beide GR-en. Ook wordt de afvalstoffenheffing, welke door de inwoners wordt betaald, niet beïnvloed door het gebruik van het egalisatiefonds/de voorziening van Avri.
Conclusie: We stellen vast dat de businesscase van Cirtex door de wereldwijde textielcrisis in een totaal ander daglicht is komen te staan. In 2024 zijn al wel een aantal beheersmaatregelen getroffen die bijdragen aan een gunstiger financieel plaatje. De impact van de crisis is echter zodanig groot dat overbruggingsfinanciering tijdens de pilotjaren 2025 en 2026 noodzakelijk is. Wel is er een kentering zichtbaar op de markt en is de uitrol van de UPV-Textiel aanstaande. Wij onderkennen de grote meerwaarde die Cirtex heeft binnen de regio. En dat niet alleen wat betreft inclusiviteit
(ontwikkelplek voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt). Het draagt ook substantieel bij aan de circulariteit (inzameling en verwerking van textielafval) in de regio. Verder is het een impuls aan de slagkracht van en werkgelegenheid bij de innovatieve partners in de regio (verbetering positie van bedrijven en kansen voor onze inwoners op de arbeidsmarkt). Daarnaast zien wij de erkenning die Cirtex alom krijgt vanuit andere organisaties en overheden voor de wijze waarop in de keten op een innovatieve manier wordt gewerkt aan de oplossing van het textielafval.
Wij kunnen instemmen met de door de Avri beoogde financiële dekking van het voornemen tot het afzien van het in rekening brengen van de vergoeding voor inzameling en transport tot een bedrag van € 252.00,- per jaar voor de resterende 2 jaren van de pilotfase (2025 en 2026). Wij kunnen eveneens instemmen met de hoogte van de door Werkzaak Rivierenland voorgestane overbruggingsfinanciering. De door Werkzaak Rivierenland voorgestelde dekking achten wij niet passend (zie argument 1.4 dekking van kosten door Werkzaak Rivierenland kan anders). Daarnaast zijn wij van mening dat een aantal aanvullende acties noodzakelijk zijn. Het gaat dan om de aspecten die wij hiervoor benoemd hebben bij de argumenten 1.5 (Randvoorwaarden overbruggingsfinanciering vragen om aanscherping), 1.6 (Zoektocht na het vergroten van de innovatiekracht van Cirtex t.b.v. de bedrijfscontinuïteit) en 1.7 (Draagvlak door pro-actieve communicatie). Wij hebben er vertrouwen in dat met het thans door de besturen van de Avri en Werkzaak Rivierenland gedane voorstel voor overbruggingsfinanciering in combinatie met de door ons voorgestane aanpassingen (dekking) en aanvullingen (draagkracht én draagvlak) Cirtex een absolute meerwaarde is voor ons allen.
Niet alleen voor de circulaire keten waaraan we invulling moeten geven maar zeker voor degenen met een afstand tot de arbeidsmarkt die aldaar (door)ontwikkeld en klaar gestoomd worden voor een betaalde baan.
Communicatie
De Adviesraad Sociaal Domein heeft een afschrift ontvangen van het verzoek (met bijlagen) van de besturen van de Avri en Werkzaak Rivierenland tot het realiseren van een overbruggingsfinanciering voor de jaren 2025 en 2026. Daarnaast hebben wij aan haar gezonden de zienswijze zoals die in dit voorstel is verwoord. Als van haar een reactie wordt ontvangen – hoewel de termijn daartoe helaas zeer kort is - voegen wij dit als bijlage bij dit voorstel.
Aanpak en planning
Wanneer u akkoord gaat, sturen wij de zienswijze in een schrijven (zie bijlage) aan de dagelijks besturen van zowel de Avri als Werkzaak Rivierenland. De AB's van Avri en Werkzaak
Rivierenland zullen een definitief besluit nemen, gelezen hebbende ook de reacties van de overige gemeenteraden.
Participatie
Bijlagen
n.v.t.
• schrijven van DB-besturen Werkzaak Rivierenland en Avri; • folder; • concept-AB-voorstel Werkzaak Rivierenland; • QA-lijst; • Concept-brief met daarin verwoord de zienswijze.