CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Jaarrekening 2025 en Begroting 2027 en Meerjarenraming 2028-2030 Werkzaak Rivierenland

Gemeenteraad 24 juni 2026, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.1324225.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Onderwerp

Jaarrekening 2025 en Begroting 2027 en Meerjarenraming 20282030 Werkzaak Rivierenland

Aangeboden door

College van B&W

Portefeuillehouder

R.A.N. Reuvers

Team

Team Samenleving

Zaakkenmerk/Document kenmerk

Z.132422/D.358204

Datum collegebesluit Vertrouwelijkheid Bijlagen

19 mei 2026 Openbaar Ja

Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Participatie 10. Bijlagen

Voorgesteld besluit

1.in te stemmen met de concept Jaarrekening 2025 van Werkzaak Rivierenland; 2.in te stemmen met de Begroting 2027 en Meerjarenraming 2028-2030 Werkzaak Rivierenland en 3.de zienswijze vast te stellen en deze te sturen aan het DB Werkzaak.

Aanleiding

Werkzaak Rivierenland voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. In april 2026 hebben wij van hen een tweetal brieven ontvangen. Bij brief van 10 april 2026 is aan ons gezonden de Begroting 2027 en Meerjarenraming 2028-2030. De Begroting 2027 en de Meerjarenraming 2028-2030 geven een financieel beeld van de gestelde doelen en ambities. Het is ook de vertaling van de ambities en kaders in het Meerjarenbeleidsplan en de Kadernota 2027 (uitgangspunten voor Begroting en Meerjarenraming). Op 20 april 2026 zijn de Jaarstukken 2025 aan ons verzonden. Het Jaarverslag geeft een beeld van de realisatie van de gestelde doelen en ambities. De Jaarrekening geeft ook inzicht in de kosten die er voor zijn gemaakt. In beide brieven is opgenomen het verzoek om een zienswijze in te brengen bij het DB Werkzaak. De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat uw raad een zienswijze mag indienen op de ontvangen stukken. Onze zienswijze(n) op de stukken moet uiterlijk 25 juni resp. 26 juni 2026 zijn ingeleverd. Na ontvangst van de zienswijzen zal het AB Werkzaak de Jaarstukken 2025, de Begroting 2027 en de Meerjarenraming 2028-2030 definitief vaststellen. Dit is in de vergadering van het Algemeen bestuur van 9 juli 2026.

Beoogd effect

Argumenten

Kennisnemen, beoordelen en behandelen van de ontvangen P&Cdocumenten van Werkzaak Rivierenland, waaronder het opstellen van een zienswijze van West Maas en Waal over deze stukken.

1.1. Een goed beeld van de ambities en doelstellingen. Voor Werkzaak Rivierenland was 2025 een jaar vol uitdagingen. De arbeidsmarkt, de veranderingen in het klantenbestand, de economische en (geo)politiek bestuurlijke omstandigheden maakten het moeilijk om alle doelstellingen te behalen. Zo is de doelstelling instroom wel bereikt maar zien we bij zowel detacheringen(-/-) als loonkostensubsidies(+/+) forse verschuivingen. De complexiteit bij de mensen die zich melden bij Werkzaak (veel groter dan voorheen) vraagt bijzondere aandacht. Ook is er sprake een groei van het aantal jongeren (tot 27 jaar) dat een beroep doet op ondersteuning. Door het aangaan van strategische partnerschappen (Sterk door Werk Rivierenland) en de inzet van o.a. de IPS-methodiek (Individuele plaatsing en steun) worden desondanks mooie resultaten behaald. Ook op het onderdeel uitstroom wordt de doelstelling behaald. Ondanks al deze uitdagingen is er slechts sprake van een zeer geringe groei van het aantal inwoners dat is aangewezen op inkomensondersteuning (per 31-12-2025: 2535 t.o.v. de aanname in de Begroting 2025 van 2525 en de rekening 2024 van 2513). Per 31 december 2025 ontvangen 181 klanten (afgerond 7,1% van het totaal van 2535) uit West Maas en Waal een uitkering (P-wet,

IOAW of Bbz). In 2024 waren dit er nog 170 (6,8% van 2513). Daarnaast zijn 38 inwoners (9,4% van het totaal aantal van 403) bemiddeld en actief via een detachering of loonkostensubsidie (was 36 wat gelijk staat aan 9% van 398). Ook zijn er 10 dienstverbanden Nieuw Beschut (6,1% van het totaal van 163) van het totaal aantal) tot stand gekomen (dit waren er 9 of wel 6% van het totaal van 150). Werkzaak boekt daarmee in 2025 positieve resultaten dat zich ook financieel gunstig vertaalt. In het Jaarverslag 2025 wordt de lijn doorgezet van transparantie en verantwoording aan de gemeenten. Niet alleen tekstueel maar ook cijfermatig. 1.2 Cijfers geven per saldo een positief resultaat. De Jaarrekening 2025 is – zoals in voorafgaande jaren opgebouwd volgens de programmastructuur. De programma’s 5.2 Participatie (Begeleide - of Arbeidsparticipatie), 5.3 Wet sociale Werkvoorziening, 5.4 Nieuw Beschut en 5.5 Inkomensvoorziening worden uitgevoerd door Werkzaak Rivierenland namens de deelnemende gemeenten. De gemeenten krijgen een deel van de kosten hiervan vergoed vanuit het Rijk via specifieke subsidies of uitkeringen (zoals BUIG, SW, Participatiegelden). Het restant wordt door de gemeente gefinancierd uit de algemene middelen.

De programma ‘s 5.1 Bestuur en Beleid en 5.6 overhead vormen een onderdeel van de paragraaf Bedrijfsvoering waarin de kosten verantwoord worden die gemaakt zijn ten behoeve van uitvoering van de toebedeelde taken. Het bruto-subsidieresultaat van + € 5.080.600,- is ten opzichte van de Bestuursrapportage 2025 vrijwel onveranderd. Er is – per saldo – een klein nadeel van € 17.300,-. Het voordeel van € 540.100,- op het onderdeel SW (vooral als gevolg van daling van de salariskosten) wordt te niet gedaan door een daling op het BUIGresultaat. Het verwacht voordeel hierop daalt met € 549.200,- (naar € 2.557.900,-). Het lagere voordeel op de BUIG wordt veroorzaakt door een aanzienlijke stijging van de uitgaven voor levensonderhoud (+ € 1,3 milj.) waartegenover staat een geringe stijging van de rijksvergoeding (met € 112.100,-) en de eenmalige vrijval van de voorziening LKS (jaarschijf 2025) tot een bedrag van € 715.900,-. De verschillen op de onderdelen Bbz en Bijzondere Bijstaand zijn gering. Voor een nadere verdieping verwijzen wij naar de aanbiedingsbrief, de bestuurlijke samenvatting in de jaarrekening (pag. 8 e.v.) en de toelichtingen bij de onderscheidende programma’s. Zoals vastgelegd in de Bestuurlijke Agenda 2020 komt het positief subsidieresultaat BUIG-LKS ter grootte van € 2.557.900,- direct ten gunste van de deelnemende gemeenten.

Het bedrag (100%) vormt een onderdeel van het Bedrijfsvoeringsresultaat (onder de noemer Herverdeling resultaat BUIG) en wordt met de gemeenten afgerekend op basis van de afgesproken verdeelsleutel (aantal bijstandsgerechtigden en klanten met een loonkostensubsidie). Het resultaat op de Bbz, Bijz. Bijstand en SW worden direct met de afzonderlijke gemeenten afgerekend.

Ook het Bedrijfsvoeringsresultaat is (afgezet tegen de Begroting / Bestuursrapportage 2025) fors voordeliger. Dit is exclusief het resultaat van de herverdeling van het subsidieresultaat BUIG en de afrekening bedrijfsvoeringsresultaat voor de deelnemers aan de Wsw. Netto resteert voor de deelnemers aan de Participatiewet een positief saldo van € 812.100,-. Het “resultaat voor bestemming”. In de bestuurlijke samenvatting (pag. 11) en de betreffende programma’s wordt gedetailleerd hierop ingegaan. 1.3 Reserves en voorzieningen aangewend (of gevoed) volgens doel. De aanwezige reserves en voorzieningen (zoals onderhoud, personeel, inrichting Werkzaak, etc.) zijn ingezet voor de daarvoor bestemde doelen. Het investeringsprogramma is ook volgens planning opgepakt en in uitvoerig gebracht. Het innovatiefonds ingesteld bij de vaststelling van de Jaarrekening 2017 – is in 2025 aangesproken tot een bedrag van € 39.900,- (voor DIWI en de Buddy-app). Per 31-12-2025 heeft de reserve een omvang van € 247.900,-. Deze reserve moet Werkzaak de ruimte geven om nieuwe initiatieven (door) te ontwikkelen en te up-scalen die passen bij de primaire opdracht. De opdracht is dat deze reserve revolverend zou zijn: baten uit innovaties vloeien weer terug in de reserve, zodat nieuwe innovaties daarvan betaald kunnen worden.

Door Werkzaak Rivierenland wordt aangegeven dat zij het in de praktijk lastig vindt om deze baten direct aan deze reserve toe te wijzen. Daarom gaat elke beslissing om geld toe te voegen aan deze reserve via het Algemeen Bestuur. Verder is in de Jaarrekening vermeld de reserve Sociaal ontwikkelbedrijf. In de Bestuursrapportage van 2024 is deze reserve gevormd uit de door het rijk beschikbaar gestelde middelen voor de financiële uitdagingen rondom de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven (ter grootte van € 700.000,-). In 2025 is hieraan toegevoegd de ontvangen rijksbijdrage ter grootte van € 626.000,-. Deze reserve is bedoeld voor de bestendiging van de infrastructuur Begin 2026 is gestart met een herijking van de reserves en voorzieningen. Dit leidt tot concrete voorstellen die deels bij de Bestuursrapportage 2026 en/of jaarrekening 2026 vorm krijgen (mogelijk door het opheffen van de reserves “personeel” en “projecten”). Maar ook al deels zijn vertaald in de concept-Begroting 2027(zoals verlaging van de structurele dotatie aan de voorziening “onderhoud”). 1.4 Extra dotatie aan reserve Innovatiefonds onvoldoende onderbouwd en integraal benaderd. In de brief van 20 april 2026 waarbij wij de ontwerp-jaarrekening 2025 krijgen aangeboden, doet het Dagelijks Bestuur van Werkzaak Rivierenland het voorstel tot een extra dotatie aan de reserve Innovatiefonds.

Op basis van een verkennende voorbespreking in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 26 maart 2026 stelt het bestuur voor de reserve op te hogen met een bedrag van € 231.600,- . West Maas en Waal was én is géén voorstander van het vormen van reserves bij gemeenschappelijke regelingen anders dan

wanneer die strikt noodzakelijk zijn voor de dagelijks bedrijfsvoering. Al bij de vorming van deze reserve hebben we onze eerste bedenkingen kenbaar gemaakt. Ook bij latere voorstellen tot verdere dotatie aan deze reserve hebben we ons hierover uitgesproken. De reserve heeft een zogeheten revolverend karakter. Dat wil zeggen dat opbrengsten die worden genereerd door de innovaties die uit de reserve worden gefinancierd daarin terug dienen te vloeien. Hierin is Werkzaak Rivierenland de afgelopen jaren niet of onvoldoende geslaagd. Gesteld wordt dat problemen worden ervaren in het bepalen van de hoogte van de opbrengsten die door de innovaties worden behaald. Wij zijn van mening dat het wel degelijk mogelijk is om – uitgaande van het in de Bestuurlijke Agenda 2020 benoemde businesscase-handelen - de opbrengsten van innovaties te bepalen. Door bij de start van een innovatieproject de doelen en resultaten scherp te benoemen, is het o.i. alleszins realistisch de potentiële opbrengst in tijd en/of geld te duiden. Het vermarkten van een innovatie (bijv. licentieopbrengsten) of het kapitaliseren van de meerwaarde van een innovatie (denk aan meer opdrachten of opdrachten met een hogere waarde die kunnen worden uitgevoerd, versnelde uitstroom uit de bijstand of hogere loonwaarde van een bijstandsgerechtigde) is in geld uit te drukken.

Innoveren is immers gericht op het toevoegen van waarde. In de Begroting van Werkzaak Rivierenland is een structureel bedrag geraamd van € 100.000,- voor het initiëren en opstarten van innovaties. Indien in enig jaar het bedrag niet volledig benodigd is, vormt het een onderdeel van het subsidie- en bedrijfsresultaat (en vloeit het dus terug naar de gemeenten). Door vooraf bestuurlijk het standpunt in te nemen dat een eventueel overschot op deze raming ten gunste wordt gebracht van de reserve Innovatiefonds, wordt terugkerende discussie over bestemming van het resultaat bij de Jaarrekening voorkomen. Tot slot nog de volgende kanttekening. In 2026 wordt een nota “reserves en voorzieningen” opgesteld. Daarin komen vraagpunten aan de orde zoals wat is de onder- maar ook de bovengrens. Dit naast de vraag welke noodzaak aanwezig is voor de aanwezigheid van een reserve en voorziening. De verwachting is dat enkele reserves zullen vrijvallen (o.a. personeel en projecten). Hierin zit per 31-12-2025 in totaliteit € 421.000,- (personeel: € 199.000,- en projecten € 222.000,-). De discussie omtrent de noodzaak van een extra dotatie aan de reserve Innovatiefonds hoort plaats te vinden bij de bestuurlijke behandeling in 2026 van deze nota (en niet hierop vooruit te lopen door een bestemming van het resultaat van de jaarrekening 2025).

Bovenstaande kanttekeningen vormen voldoende redenen om op dit moment niet in te stemmen met een extra dotatie aan de reserve Innovatiefonds vanuit het bedrijfsresultaat 2025. 1.5 Goedkeurende accountantsverklaring. Door de onafhankelijk accountant is over 2025 een instemmende accountantsverklaring overlegd. De dienst komt tot de slotsom dat de jaarstukken een getrouw beeld geven van de grootte en de

samenstelling van zowel de baten en de lasten over 2025 als van de activa en passiva. De goedkeurende verklaring is onderdeel van de ontvangen stukken. 1.6 Alle resultaten verwerkt in gemeentelijke Jaarstukken 2025. In onze gemeentelijke Jaarstukken 2025 is rekening gehouden met de cijfers uit de voor zienswijze voorgelegde concept-Jaarrekening 2025 Werkzaak Rivierenland. Op 9 juli 2026 wordt in de ABvergadering van Werkzaak Rivierenland de Jaarrekening 2025 definitief vastgesteld. Het is zeker niet uitgesloten dat deze zal afwijken van het voorliggende concept gezien de in de regio afwijkende standpunten ten aanzien van de dotatie aan de reserve Innovatiefonds en dus de impact op het uiteindelijk subsidie- en bedrijfsvoeringsresultaat. Indien dat het geval is, zullen wij de definitieve cijfers uit vastgestelde Jaarrekening 2025 van Werkzaak Rivierenland verwerken bij het opstellen van de gemeentelijke Najaarsnota 2026. Dit betekent dat het verwacht rekeningsresultaat 2026 voor onze gemeente eenmalig positief of negatief beïnvloed kan worden door het verschil tussen de uitkomst van de voor zienswijze voorgelegde concept-Jaarrekening 2025 en de uiteindelijk vastgestelde Jaarrekening 2025 van Werkzaak Rivierenland. 2.1 Ramingen in lijn met de Kadernota 2027 en relevante ontwikkelingen. Op 26 maart 2026 heeft het AB van Werkzaak Rivierenland de Kadernota 2027 vastgesteld.

In de Kadernota zijn de uitgangspunten opgenomen die de grondslag vormen voor de Begroting 2027 en de Meerjarenraming 2028-2030. In par. 5.1 van de Programmabegroting (blz. 37) leest u wat die uitgangspunten zijn). Verder zijn in de Programmabegroting 2027 en volgende jaren ook vertaald de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen die zich in het landschap hebben voorgedaan. In hoofdstuk 2 zijn deze gecomprimeerd weergegeven. Een nadere beschrijving ervan kunt u terug vinden in de verschillende programma’s die beschreven zijn in par. 4. Het gaat daarbij ook om de inhoudelijke ontwikkelingen die onderdeel uitmaken van de laatste jaarschijf van het lopende meerjarenbeleidsplan 2024-2027: Zonder volledig te zijn, wordt o.a. beschreven hoe Werkzaak Rivierenland mensen met een behoefte aan ondersteuning versterkt met werk én door samenwerking. Ook wordt aangegeven wat inclusief werkgeverschap voor een inclusieve arbeidsmarkt betekent en een Leven lang ontwikkelen (LLO) op en voor de werkvloer in de praktijk vorm krijgt. Verder staat men stil bij de impact van Technologie die moeilijk werk makkelijk maakt. Als we kijken naar relevante financiële ontwikkelingen dan kan in het bijzonder worden genoemd de verlaging van het bedrijfsvoeringsbijdrage cf de wens van de deelnemende gemeenten. Maar ook de toetreding van Neder-Betuwe (daardoor lagere overhead).

Verder zijn lopende het proces van opstelling van de concept-Begroting de reserves en voorzieningen kritisch beschouwd. Dit zal leiden tot concrete voorstellen die deels bij de Bestuursrapportage 2026 en/of jaarrekening 2026 vorm krijgen (mogelijk het opheffen van de reserve) maar ook nu al zijn vertaald in deze begroting (zoals verlaging van de structurele dotatie aan de

voorziening onderhoud). In de concept-programmabegroting 2027 is ook zichtbaar het effect van het nieuwe prijsbeleid (hogere brutoomzet). Dit alles leidt tot een verwacht hoger subsidieresultaat en een lichte daling van de bedrijfsvoeringsbijdrage (t.o.v. de verwachting in de Begroting 2026). Daarbij is uitgegaan van de berekening voor de aantallen op 31-12-2025. In de concept-Begroting 2027 is niet verwerkt het mogelijk positief effect op de overhead door het afsluiten van een DVO met de gemeente West-Betuwe. Daarnaast loopt er bestuurlijk een discussie over de Stelpost BUIG-LKS (ter grootte van € 3,2 milj.). Door enkele gemeenten is gepleit voor een herbezinning van de wijze waarop deze wordt geraamd. De besluitvorming hierover in het AB vindt later plaats waardoor verwerking in de begroting 2027 dan ook niet heeft plaatsgevonden. Wij vertrouwen er op dat tijdens de besluitvorming in het AB gehandeld wordt in lijn met de afspraken zoals die zijn vastgelegd in de Bestuurlijke Agenda 2020 en verankerd in de tekst van de GR. In de Begroting 2027 en de Meerjarenraming 2028-2030 is ook nog géén rekening gehouden met de veranderende status die aanstaande is voor de ontheemde Oekraïner die in onze regio verblijven. Wij verwachten dat de gevolgen hiervan in de komende maanden door Werkzaak Rivierenland inzichtelijk worden gemaakt en met ons worden gedeeld.

Wanneer het niet mogelijk is dit al in de Bestuursrapportage 2026 te melden, verwachten wij daarover zo snel als mogelijk te worden geïnformeerd. De begroting geeft een goed beeld van de verschillende ontwikkelingen en hun effect op de lasten en baten van Werkzaak Rivierenland. Bij het eerstvolgende moment (de Bestuursrapportage) wordt opnieuw bekeken of bijstelling noodzakelijk is. Lopen de raming van de bestandsontwikkeling (aantallen werkzoekenden die ze begeleiden) nog in pas met de trends en ontwikkelingen. Zo nodig worden weer op basis van scenario’s de financiële effecten zichtbaar gemaakt en aan u als raad voorgelegd. 2.2 Cijfers zijn transparant en geven een herkenbaar beeld. De P&C-documenten zijn uiteraard opgesteld volgens de nieuwste voorschriften. Zij voldoen hiermee aan de wettelijke voorschriften. Ook is goed zichtbaar wat wil worden bereikt, wat daar voor wordt gedaan en wat het kost. Om stabiliteit in de bijdrage van gemeenten te krijgen is eerder besloten om voor het verschil tussen de kosten van BUIG / LKS en de rijksvergoeding een stelpost op te nemen. De prognose is dat het subsidieresultaat - na verwerking van de stelpost - de komende jaren nog wat positiever wordt. Het bedrijfsvoeringsresultaat laat een licht stijgend beeld zien dat in lijn is met de loon- en prijsontwikkeling.

De Begroting 2027 alsmede de Meerjarenraming 2028-2030 geven daarmee een goed inzicht in de lastenontwikkelingen. De Begroting 2027 is – zoals ook in voorafgaande jaren - weer opgebouwd volgens een programmastructuur. Het betekent dus dat de Begroting wordt gevormd door 6 inhoudelijke programma’s (par.

4.1 t/m 4.6) en een programma Algemene dekkingsmiddelen (par. 4.7). Daarnaast is er een bijlage 1 (vanaf pag. 61) waarin de gemeentelijke bijdragen per Begrotingsjaar (2027 t/m 2030) gespecificeerd wordt weergegeven. Hiermee is transparantie in de cijfers en de uitkomst per gemeente op onderdelen aanwezig. 2.3 ingespeeld op financieel problematische jaren voor de gemeenten. De Kadernota 2026 van Werkzaak Rivierenland is voor de gemeenteraad aanleiding geweest om in de inhoudelijke zienswijze het bestuur van de GR Werkzaak Rivierenland te verzoeken om een bijdrage te leveren aan een lastenreductie van onze gemeente. Het betrof onderstaande collectieve zienswijze, van de gemeenten in de regio Rivierenland: “Vanwege de sterk verminderde inkomsten die gemeenten ontvangen vanuit het Rijk (circa 5%) hebben wij als kader een lagere gemeentelijke bijdrage gehanteerd van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere gemeentelijke bijdrage vanaf 2028”. In de Begroting 2026 is de 1e fase (1,5%) hiervan vertaald tot een bedrag van € 400.000,-. In de nu voorliggende Begroting 2027 zijn de vervolgstappen financieel vertaald. Dit betekent een besparingsresultaat in 2027 van 2,25% (t.o.v. 2025) en 3% in 2028. Daarbij is tevens sprake van ophoging van de doelstelling als gevolg van de gebruikelijke indexatie.

In de Begroting 2027 (en de Meerjarenraming 2028-2030 is) is daarom rekening gehouden met een besparing op de bedrijfsvoeringkosten in 2027 met € 495.000,(was € 472.500,-) en voor 2028 met € 660.000,- (was € 600.000,-). De besparingen worden gerealiseerd door een verlaging van personeelslasten (door de inzet van AI), het verlagen van de huisvestingskosten (gedeeltelijk afstoten inhuur bij de gemeente Tiel) en het realiseren van een hogere omzet (door het vragen van een reële prijs voor de dienstverlening). Samenvattend is hiermee ruimschoots invulling gegeven aan de afspraak met het algemeen bestuur. Allereerst onze dank om te komen tot besparingen. Het laat ons zien dat ook Werkzaak Rivierenland meewerkt aan de financiële uitdagingen waar wij als gemeente voor staan. De gekozen opties leveren het beoogde bedrag op. Het economisch perspectief voor de toekomst – ook voor de gemeente - is echter zeer onzeker. De geopolitieke spanningen spelen daarin een grote rol. Ook de voornemens van het Rijk hebben impact. Wat te denken van de gevolgen van de versnelde instroom door een verkorting van de WW-periode. Dat maakt dat wij Werkzaak Rivierenland vragen om nu al aan de hand van scenario’s inzichtelijk te maken welke mogelijke gevolgen er zijn.

Welke impact kan worden verwacht wanneer de instroom in de bijstand afwijkt van de huidige aannames en welke gevolgen kunnen er zijn wanneer omzetdoelstellingen niet worden bereikt? 2.4. het jaar 2027 zit vol uitdagingen

In 2027 wordt – na een zienswijzeproces – het nieuwe meerjarenbeleidsplan van Werkzaak Rivierenland vastgesteld. Hierin worden de keuzes vastgelegd voor de jaren 2028 t/m 2031. Daarbij moet ook de verbinding tot stand komen met de doorontwikkeling naar een toekomstbestendige sociale infrastructuur. De uitkomsten van de 3 pilots (nieuwe doelgroepen bedienen, verkennen of Werkzaak mensen uit de Participatiewet zonder indicatie beschut in dienst kan nemen en verkennen van de uitbreiding van ondernemerschap) die in 2026 zijn gestart, bieden handreikingen voor de keuzes voor de toekomst. Ook gaat in 2027 de volgende fase van de Participatiewet in balans van start. Daarnaast is er nog grote onduidelijkheid over de gevolgen van de wijziging van de status van de ontheemde Oekraïners. Hoewel alle veranderingen heel veel tijd en aandacht vragen van de organisatie, willen wij stil staan bij een aspect in het bijzonder. En wel: de basis op orde. Onze prioriteit ligt in het bijzonder bij de klant van Werkzaak Rivierenland. Ondanks alle onzekerheden en veranderingen is de primaire klant van Werkzaak Rivierenland (de bijstandsgerechtigde) de afgelopen jaren adequaat bediend en wordt deze dienstverlening ook als goed beoordeeld. Complimenten daarvoor zijn op hun plaats. Anderzijds moeten we ook constateren dat de kwaliteit van de documenten die aan ons worden aangereikt (m.n.

de P&C-documenten) wel eens te wensen over laat. Het gaat dan om onvolkomenheden die er in vermeld zijn. Denk aan de weergave van tabellen die achteraf weer gecorrigeerd moeten worden. Zoals door het bestuur zelf ook in de aanbiedingsbrief wordt aangegeven, waren in de Kaderbrief 2027 getallen verwisseld in de tabel over indexatie. In de conceptBegroting 2027 zijn uiteraard wel de correcte percentages toegepast. Maar in de huidige programmabegroting staat bijv. opnieuw een tabel (pag. 16 / tabel 4.1.1) die kan leiden tot een verkeerd beeld als het gaat om het aantal bijstandsgerechtigden en lopende re-integratietrajecten. Ook in de concept-jaarrekening 2025 en de daarbij behorende aanbiedingsbrief zien we verschillende bedragen als het gaat om het bedrijfsvoeringsresultaat zonder dat deze afwijkingen – ook al zijn ze maar klein - worden toegelicht. Hoewel we begrip hebben voor het feit dat stukken onder hoge tijdsdruk opgeleverd moeten worden en daartoe uiterste inspanningen worden geleverd, moeten wij er wel op kunnen vertrouwen dat de informatie die ons wordt aangereikt volledig én juist is. Ook dat behoort tot de basis op orde. 3.1 Zienswijze vaststellen en op tijd inzenden aan het DB Werkzaak. Het Dagelijks Bestuur van Werkzaak moet uiterlijk 26 juni 2026 onze zienswijze op de Jaarstukken 2025 ontvangen.

De zienswijze op de Begroting 2027 en Meerjarenraming 2028-2030 moet uiterlijk 25 juni 2026 door het DB van Werkzaak zijn ontvangen. In onze zienswijze staat dat u a. instemt met de concept Jaarrekening GR Werkzaak 2025; b. instemt met de voor een zienswijze voorgelegde conceptBegroting 2027 (en Meerjarenraming 2028-2030).

In de zienswijze attenderen wij verder op enkele specifieke onderwerpen waaraan in dit voorstel aandacht is besteed. Het gaat dan in het bijzonder om het niet eens zijn met de dotatie aan de reserve Innovatiefonds (vanuit het bedrijfsvoeringsresultaat 2025), de realisatie van de door de gemeenten gevraagde taakstellende bezuinigingsopdracht, de uitdagingen voor de nabije toekomst en de ontwikkeling van scenario’s die daarvoor worden gevraagd en het op orde hebben van de basis (in het bijzonder de informatieverstrekking aan de deelnemende gemeenten).

Kanttekeningen

1.1 Resultaat Jaarrekening 2025 van West Maas en Waal wijzigt nog. In de concept-Jaarstukken 2025 van West Maas en Waal hebben we opgenomen de bedragen uit de concept-Jaarrekening 2025 van Werkzaak Rivierenland. Het AB van Werkzaak Rivierenland stelt pas op 9 juli 2026 haar jaarstukken 2025 definitief vast. De effecten van de (gewijzigde) vaststelling van de Jaarstukken 2025 van Werkzaak Rivierenland op basis van de ingezonden zienswijzen (en dus ook een ander rekeningsresultaat) verwerken wij lopende het Begrotingsjaar 2026. 3.1 Begroting 2027 en Meerjarenraming 2028-2030 wijzigt nog. In de Voorjaarsnota 2026 en later de concept-Begroting 2027 en Meerjarenraming 2028-2030 van West Maas en Waal nemen we de uitkomst van de ontvangen concept-Begroting 2027 van Werkzaak Rivierenland. Alle gemeenten zenden een zienswijze in. Vervolgens is het aan het AB van Werkzaak om deze te wegen en de Begroting 2027 definitief vast te stellen. Dit staat gepland voor 9 juli 2026. Een gewijzigde vaststelling van deze stukken van Werkzaak Rivierenland (en dus een ander resultaat) verwerken wij in onze Najaarsnota 2026. De gepresenteerde cijfers zijn verder gebaseerd op de verdeelsystematiek zoals die voor 2026 en de daaropvolgende jaren geldt. Hoewel in de ramingen rekening is gehouden met indexatie van lasten en baten, kunnen die uiteraard in de praktijk gaan afwijken.

Verder kan de Begroting 2027 en het meerjarenperspectief nog wijzigen door de beoogde DVO WestBetuwe en de besluitvorming over de Stelpost BUIG-LKS. Via rapportages houdt Werkzaak Rivierenland ons op de hoogte (zowel getalsmatig, inhoudelijk als financieel).

Financiën

Onderstaand zal worden ingegaan op de ontvangen P&Cdocumenten van Werkzaak Rivierenland. Allereerst schenken we aandacht aan de Jaarrekening 2025. Aansluitend staan we stil bij de Begroting 2027 en het Meerjarenperspectief 2028-2030. REKENING 2025

De concept-Jaarrekening 2025 resulteert – na verrekeningen – in een voordelig subsidieresultaat van € 2,5 milj. en een positief bedrijfsvoeringsresultaat van € 0,8 milj.. Overeenkomstig de afspraken gemaakt in de Bestuurlijke agenda 2020 worden deze bedragen terugbetaald aan de gemeenten op basis van het aantal bijstandsgerechtigden en aantal loonkostensubsidies op grond van de Participatiewet. Effect voor gemeente West Maas en Waal. Op pagina 116 van de concept-Jaarrekening 2025 (par. 11.2) staat per gemeente de bijdragen aan Werkzaak Rivierenland gespecificeerd weergegeven. Gecomprimeerd geeft dit voor West Maas en Waal het volgende beeld.

De bevoorschotting aan Werkzaak Rivierenland heeft plaatsgevonden op basis van de primitieve begroting 2025. Dit betekent dat West Maas en Waal een bedrag ontvangt (terugbetaling door Werkzaak Rivierenland) van € 216.300,-. Het financieringsresultaat is in de gemeentebegroting zichtbaar op de onderscheidene kostenplaatsen en kostensoorten (P-wet, IOAW, IOAZ, Bbz, SW, Bijstand, Armoedebeleid). Conclusie: We stellen vast dat Werkzaak Rivierenland in roerige tijden een mooi rekeningsresultaat heeft behaald. Het al jaren investeren in de relatie met de samenwerkingspartners (in te bijzonder de werkgevers) en het nauwlettend bewaken van de lasten een baten (financieel management) betaalt zich uit. Wij kunnen dan ook instemmen met de overgelegde jaarstukken 2025 en het behaalde resultaat. Zoals aangegeven bij de argumentatie (onder 1.4) zijn wij om verschillende redenen geen voorstander van een extra dotatie aan reserve Innovatiefonds tot een bedrag van € 231.600,-. Deze is naar onze mening op dit moment onvoldoende onderbouwd en integraal benaderd. Begroting 2027 en Meerjarenperspectief 2028 - 2030 Bij de primitieve Begroting 2027 van Werkzaak Rivierenland zouden wij de volgende opmerkingen willen plaatsen. • De Begroting 2027 is cf de afspraken in de Bestuurlijke Agenda 2020 opgebouwd aan de hand van 6 programma’s.

Relevante informatie (zoals doelstellingen en beleidsindicatoren) zijn herkenbaar weergegeven. Voor het vergelijk zijn de cijfers 2027 (en meerjarenperspectief)

geplaatst tegenover de cijfers van de Jaarrekening 2025 en de Begroting 2026. • Werkzaak Rivierenland maakt geen onderscheid in de dienstverlening op basis van achtergrond van de doelgroep. De doelstellingen voor het programma Participatie (4.2) en de programma’s Wet sociale werkvoorziening (4.3) en Beschut (4.4) komen daarom overeen. De programmatekst is opgenomen in dit programma. Bij de overige programma’s wordt hiernaar verwezen. Het aantal dienstverbanden P-wet (tabel 4.2.2) blijft vrijwel gelijk. • West Maas en Waal is voor het onderdeel SW (par. 4.3) geen deelnemer van Werkzaak Rivierenland. In de bestuurlijke agenda is afgesproken dat de werkelijke gemaakte kosten voor de doelgroep Wsw worden doorbelast naar de deelnemers. • Beschut werk (par. 4.4) is een instrument voor mensen die kunnen werken in een aangepaste omgeving. Het gaat hierbij om mensen die begeleiding en/of aanpassing(en) van het werk nodig hebben en daardoor wel kunnen werken. Deze doelgroep Beschut blijft de komende jaren alsmaar groeien (zie tabel 4.4.2). De verwachting is dat op 1 januari 2027 voldaan wordt aan de taakstelling. Daarna zal de doelgroep naar verwachting met ongeveer twee personen per maand groeien. Op basis van deze groei ontwikkelen de baten en lasten zich.

De inzet van (ambtelijke) capaciteit verschuift van de Wsw-doelgroep (daling met 6%) naar beschut en is van invloed op het programma resultaat. Zoals in 2023 door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is vastgesteld, op basis van een rapport van onderzoeksbureau Significatie APE, zijn de kosten van een werkplek beschut veel hoger dan de beschikbare financiering. Op basis hiervan is door het rijk in de meicirculaire 2024 extra geld beschikbaar gesteld, dat wordt ingezet om deze doelgroep zo goed mogelijk te begeleiden. De kosten zijn hiermee nog niet volledig gedekt. De loonkosten voor deze groep betalen ze met loonkostensubsidies en met de omzet die zij zelf behalen. Dit levert alsnog een financieel tekort op. Dat tekort wordt gecompenseerd doordat er een financieel voordeel ontstaat op de BUIG middelen. • Inkomensvoorziening (par. 4.5). Uitgangspunt voor de lasten van zowel de BUIG als de loonkostensubsidies zijn de gerealiseerde gemiddelde kosten van 2025. Deze zijn geïndexeerd met 4,5% op basis van de historische ontwikkeling van het Wettelijke Minimum Loon (WML). Voor de batenkant hanteren ze dezelfde grondslag. De rijksbijdrage is daarom aangepast met 4,5% door de verwachte stijging op het WML. De aantallen werkzoekenden zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2025 (inclusief Neder-Betuwe), rekening houdend met twee jaar vertraging.

Omdat de BUIG-bijdrage niet werkt met de meest recente cijfers, wordt er altijd gekeken naar gegevens van twee jaar geleden. Door deze koppeling aan de rijksvergoeding en maandelijkse controle van het proces heeft Werkzaak Rivierenland een goed en actueel overzicht. Voor het verschil tussen de rijksvergoeding en de kosten nemen ze een stelpost op in de begroting om de impact van

wijzigingen in de aantallen te verminderen. Het doel is om minimaal op het landelijk gemiddelde te blijven presteren. Voor 2027 wordt rekening gehouden met een stelpost van in totaliteit € 3.174.400,-. Wanneer de stelposten (cf. de doelstelling) niet benodigd zijn voor het opvangen van hogere uitkeringslasten, lagere rijksvergoedingen en omzetschommelingen, is er aan het eind van een jaar een positief subsidieresultaat. Dit voordeel komt dan ten goede van de gemeenten op basis van de afgesproken verdeelsleutel. Samenvatting. De totale lasten in de begroting 2027 van Werkzaak Rivierenland sluiten op een bedrag van ruim € 130,3 milj. (zie tabel 5.1 op pag. 36). De bijdrage van de gemeenten in de bedrijfsvoeringskosten komt voor 2027 uit op een bedrag van € 20.548.900,- (bijlage 1 pag.. 61). In de jaren 2028 en volgende stijgt deze gematigd als gevolg van de toegepaste indexering, de vertaling van de taakstellende bezuinigingsopdracht van 3% vanaf 2028 en het vernieuwde reële prijsbeleid. Effect van de Begroting 2027 en Meerjarenperspectief voor West Maas en Waal. Kosten De totale bijdrage voor 2027 wordt geraamd op € 6.889.600,(zowel rijksvergoedingen BUIG, Bbz, LKS, Participatie, de uitvoeringskosten als de taken uitgevoerd op grond van de Dvo’s). In de jaren daarna (2028 t/m 2030) blijft dit bedrag vrijwel gelijk (€ 6.904.200,- in 2030).

Daarbij moet worden opgemerkt dat rekening is gehouden met een stelpost BUIG en LKS. Hierbij valt op dat het gemeentelijk subsidieresultaat op de BUIG en LKS in de jaren 2027 e.v. nadelig is. Door de veranderde bekostigingsafspraken op basis van de Bestuurlijke Agenda 2020 ondervinden wij hiervan géén nadeel. De nieuwe verdeelsystematiek per 1-1-2025 betekent dat een individueel nadeel gedragen wordt door de gemeenten met een saldo-overschot (solidariteitsprincipe). Sinds 2021 hebben wij de uitvoering van verschillende gemeentelijke taken ondergebracht bij Werkzaak. Het gaat daarbij om de Bijzondere Bijstand, het Armoede-beleid, en de begeleiding van bijstandsgerechtigden met KP4. De lasten hiervan (zowel uitvoering als verstrekkingen) worden voor de komende jaren geraamd op gemiddeld € 870.200,-. Deze uitbesteedde diensten worden jaarlijks afgerekend op basis van werkelijke kosten (mensuren, producten en diensten).

Dekking: Tegenover de bijdrage aan Werkzaak Rivierenland staan enerzijds van het Rijk te ontvangen vergoedingen (BUIG, LKS en Participatiebudget). Daarnaast zijn in de gemeentebegroting functionele lastenramingen opgenomen voor de uit te voeren taken (zoals Bijz. Bijstand, Armoedebeleid en KP4).

Communicatie

De Adviesraad Sociaal Domein is geïnformeerd over de ontvangen stukken (Jaarrekening 2025, Begroting 2027 en Meerjarenraming 2028-2030) van Werkzaak Rivierenland. Ook heeft zij ons voorstel hierover ontvangen. Zodra van haar een reactie is ontvangen, voegen wij dit als bijlage bij dit voorstel.

Aanpak en planning

Wanneer u akkoord gaat, sturen wij de zienswijze ten aanzien van de P&C-documenten zoals verwoord in het bijgevoegd schrijven aan Werkzaak Rivierenland. Werkzaak Rivierenland stelt u aansluitend in kennis stellen van de definitieve vaststelling van de Jaarrekening 2025, Begroting 2027 en Meerjarenraming 20282030.

Participatie

Bijlagen

1.Aanbiedingsbrieven d.d. 10 april 2026; 2.concept-Begroting 2027 en Meerjarenraming 2028-2030 Werkzaak Rivierenland; 3.Aanbiedingsbrieven d.d. 20 april 2026 4.Concept-Jaarrekening 2025 Werkzaak Rivierenland 5.Accountantsverslag 6.Brief met zienswijze van West Maas en Waal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17012809/1