CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Bestuursrapportage 2025 Werkzaak Rivierenland

Gemeenteraad 9 oktober 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.1217113.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Onderwerp

Bestuursrapportage 2025 Werkzaak Rivierenland

Aangeboden door

College van B&W

Portefeuillehouder

R.A.N. Reuvers

Team

Team Samenleving

Zaakkenmerk/Document kenmerk

Z.121711/D.333991

Datum collegebesluit Vertrouwelijkheid Bijlagen

12 augustus 2025 Openbaar Ja

Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Participatie 10. Bijlagen

Voorgesteld besluit

1. Onze bedenkingen m.b.t. de Bestuursrapportage 2025 van Werkzaak Rivierenland te verwoorden in een zienswijze en niet in te stemmen met de in de Bestuursrapportage 2025 opgenomen Begrotingswijziging; 2. onze zienswijze aan het DB van Werkzaak Rivierenland in te sturen en 3. de uitkomsten van de Bestuursrapportage te verwerken in de gemeentelijke Najaarsnota 2025.

Aanleiding

De gemeente West Maas en Waal is deelnemer van de GR Werkzaak Rivierenland. Bij brief van 11 juli 2025 is de Bestuursrapportage 2025 ontvangen. In de aanbiedingsbrief zat het verzoek om een zienswijze in te brengen bij het DB Werkzaak. Opnieuw geeft Werkzaak Rivierenland in de rapportage zien op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan haar missie en visie en de geformuleerde doelstellingen. De Bestuursrapportage 2025 geeft daarmee een geactualiseerd financieel beeld van de gestelde doelen en ambities. Uiteraard zijn de effecten voor begrotingsjaar 2025 financieel vertaald. Daarom wordt voorgesteld om de Begroting 2025 daarop aan te passen. Uiteraard worden de afspraken uit de bestuurlijke agenda daarbij gerespecteerd en inzichtelijk gemaakt. De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat uw raad een zienswijze mag indienen op de ontvangen stukken. Onze zienswijze moet uiterlijk 10 oktober 2025 zijn ingeleverd. Na ontvangst van de zienswijzen zal het AB Werkzaak de Bestuursrapportage 2025 en de voorgestelde Begrotingswijziging 2025 definitief vaststellen. Dit is in de vergadering van het Algemeen bestuur van 13 november 2025.

Beoogd effect

Argumenten

Kennisneming, beoordeling en behandeling van de Bestuursrapportage 2025 van Werkzaak Rivierenland, waaronder het opstellen van een zienswijze van West Maas en Waal over de stukken

1.1. Ramingen aangepast aan de Mei-circulaire 2025. Halverwege 2024 is de Begroting 2025 door het Algemeen Bestuur van Werkzaak Rivierenland vastgesteld. Dit is gebeurd op grond van de in de Kadernota 2025 opgenomen uitgangspunten. De in de Begroting 2025 opgenomen rijksvergoedingen zijn nu aangepast aan de Rijksbudgetten 2025 op basis van de Meicirculaire die door het Rijk is gepubliceerd. De Begroting 2025 is ook aangepast aan de behaalde resultaten en ontwikkelingen over de 1e maanden van 2025. Denk daarbij aan de begrote opbrengsten maar ook de te verwachte uitkeringslasten en de kosten van re-integratieactiviteiten. 1.2 Cijfers zijn transparant en geven getrouw beeld. De Bestuursrapportage 2025 is wederom opgebouwd volgens de programmastructuur. Dit sluit aan bij de afspraken die gemaakt zijn rond de Bestuurlijke Agenda 2020. Daarmee is beter zichtbaar wat wil worden bereikt, wat daar voor wordt gedaan en wat het kost. Hiermee is de transparantie vergroot. Op pagina 12 van de Bestuursrapportage worden de voor 2025 beoogde doelstellingen vermeld en toegelicht. Enkel het aantal loonkostenplaatsingen blijft licht achter. Aandacht hiervoor is gewenst gezien de effecten die dit kan hebben op het subsidieresultaat. Door middel van tweemaandelijkse rapportages krijgen wij inzicht in bijv. de samenstelling van het klantenbestand en de looptijd van een uitkering.

Ook hebben wij zicht op de in- en uitstroomcijfers.

Als de rapportages ons daartoe aanleiding geven, zullen wij u tussentijds van ontwikkelingen op de hoogte stellen. 1.3 Bestuursrapportage opgesteld in overeenstemming met afspraken binnen de Bestuurlijke Agenda 2020. In de raadsvergadering van 4 maart 2021 is een besluit genomen over de zogeheten Bestuurlijke Agenda 2020. Daarbinnen werden gewijzigde bekostigingsafspraken vastgelegd met betrekking tot niet allen de rijksvergoedingen Participatiewet maar ook de WSW-taken. Verder is par. 3.2.3 van de Eindrapportage ingegaan op het dempen van de effecten voor de gemeenten door te kiezen voor een ingroeitermijn (2024 was daarvan het laatste jaar). Dit is nader uitgewerkt in het Technisch Bijlagenrapport (hoofdstuk 5 en bijlage 4). Om stabiliteit in de bijdrage van gemeenten te krijgen, is besloten om voor het verschil tussen de kosten van BUIG en de rijksvergoedingen in de Primitieve Begroting stelposten op te nemen. Uiteraard wordt in deze Bestuursrapportage 2025 hierop voort geborduurd. Dit betekent dat de opgenomen stelposten voor de mogelijke financiële gevolgen van veranderde Rijksvergoedingen lopende het begrotingsjaar en veranderingen van kosten en opbrengsten als gevolg van ontwikkelingen in klantenbestand en omzet, worden vervangen door meer actuele ramingen.

In totaliteit was er voor West Maas en Waal rekening gehouden met een financiële onzekerheid (dus stelposten) van € 163.100,- (stelpost BUIG: - € 33.100,- en stelpost LKS: € 196.200,-). Uiteraard wordt aan het einde van het jaar (bij de jaarrekening) de balans opgemaakt en afgerekend op basis van realisatie. 1.4 Cijfers geven voor Werkzaak Rivierenland per saldo een positief resultaat. Zoals al opgemerkt is de Bestuursrapportage 2025 opgebouwd volgens de programmastructuur. De gemeenten krijgen een deel van de kosten vergoed vanuit het Rijk via specifieke subsidies of uitkeringen (zoals BUIG, SW, Participatiegelden). Het tekort wordt door de gemeente bekostigd uit de algemene middelen. De Bestuursrapportage 2025 laat ten opzichte van de Begroting 2024 een verwacht voordelig resultaat zien. Het subsidieresultaat voor de deelnemende gemeenten is naar verwachting € 5.097.900,- voordelig. Een bedrag van € 3.107.100,- wordt aangewend voor dekking van de kosten van het Bedrijfsvoering. Per saldo resteert een netto-subsidieresultaat van € 1.990.800,-. Hierbij is rekening gehouden met de rijksbudgetten volgens de Mei-circulaire 2025 en zoals eerder gemeld de inwisseling van stelposten voor zowel BUIG als LKS (loonkostensubsidies) voor aangepaste actuele ramingen. Bijstellingen van de rijksvergoedingen zullen in de loop van 2025 nog plaatsvinden (bijv.

septembercirculaire 2025) en daarmee invloed hebben op het uiteindelijke rekeningsresultaat. 1.5 Vertaling van bekostiging infrastructuur sociale ontwikkelbedrijven bevat onjuistheden In de aanbiedingsbrief van 11 juli 2025 en de Bestuursrapportage 2025 (Bestuurlijke samenvatting op pag. 9 en par. 4.2 Programma Participatie op pag. 15 e.v.) wordt door Werkzaak Rivierenland aandacht gegeven aan de financiële uitdagingen rond de infrastructuur van sociale ontwikkelbedrijven. Daarbij wordt gerefereerd aan een bestuurlijke sessie die in maart 2024 heeft plaatsgevonden en de raadsbijeenkomst op 12 mei 2025. In afwachting van de nadere verkenning en bestuurlijke besluitvorming vindt Werkzaak Rivierenland het gepast dat de additionele middelen die de gemeenten in dat kader ontvangen aan de daartoe ingestelde reserve worden toegevoegd (zie op par. 6 op pag. 31, Reserve

ontwikkeling Infrastructuur werkontwikkelbedrijf. Het gaat daarbij om een bedrag van € 605.300,- (€ 218.700,- + € 386.600,-) voor 2025. Hierbij zouden wij nog het volgende willen opmerken. Zoals in de Bestuursrapportage 2025 wordt vermeld, is één van de doelen van Werkzaak Rivierenland mensen te begeleiden bij het vinden en behouden van werk. Landelijk zijn afspraken gemaakt over een toekomstbestendige sociale infrastructuur van werkbedrijven. Daarbij gaat het zowel om de hoogte (en duur van de middelen) als de doelen die daarmee worden beoogd. Aanvullende bijdragen vanaf 2025 voor sociale infrastructuur/ontwikkelbedrijf

Noot: In bovenstaande tabel is het budget opgenomen voor alle gemeenten. In de bestuursrapportage 2025 is rekening gehouden met een bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Participatiewet. De budgetten voor de gemeenten Neder-Betuwe en Buren zijn in bovenstaande tabel dus niet opgenomen voor 2025. Vanaf 2026 alleen de gemeente Buren niet. Impulsbudget sociale infrastructuur Doel: Sociaal ontwikkelbedrijven richten zich op het aan het werk helpen en houden van mensen met een arbeidsbeperking die niet direct bij reguliere werkgevers aan het werk kunnen. Daarnaast begeleiden zij ook steeds meer mensen uit deze groep naar reguliere banen. Dat brengt voor sociaal ontwikkelbedrijven financiële druk met zich mee en vraagt dat zij hun bedrijfsvoering hierop aanpassen en toekomstbestendig maken. Gemeenten kunnen het impulsbudget onder meer inzetten voor:

• het aanpassen van de organisatiestructuur van sociaal ontwikkelbedrijven;

• het versterken van de doorstroomfunctie richting werk bij reguliere werkgevers;

• het verbeteren van het operationeel resultaat; • het creëren van duurzame werkplekken die aansluiten bij de regionale arbeidsmarkt. Budget / duur: Voor de komende 10 jaar stelt het rijk een impulsbudget beschikbaar. In 2025 is dat 35 miljoen euro, aflopend naar 19,8 miljoen euro in 2034. Ontvanger: Het impulsbudget (max. 10 jaar) wordt uitgekeerd via een decentralisatieuitkering en beschikbaar gesteld per samenwerkingsverband van gemeenten op het terrein van sociaal ontwikkelbedrijven. Dit budget is uitgekeerd in de meicirculaire 2025 aan de grootste gemeente binnen het samenwerkingsverband, in ons geval West Betuwe. Besteding / inzet: Van de centrumgemeente wordt verwacht dat zij samen met hun sociaal ontwikkelbedrijf een plan opstellen voor de transitie van het sociaal

ontwikkelbedrijf of de bredere sociale infrastructuur. Gemeenten die het geld niet ontvangen, maar wel deelnemen aan het samenwerkingsverband, moeten met de ontvangende gemeente onderlinge afspraken maken over inzet, samenwerking en verantwoording. Bestuurlijk standpunt: Werkzaak Rivierenland anticipeert in haar Bestuursrapportage 2025 op de overdracht van deze middelen (door West-Betuwe). Aansluitend worden zij door Werkzaak Rivierenland - in afwachting van bestuurlijke besluitvorming - gestort in de reserve ontwikkeling Infrastructuur werkontwikkelbedrijf. Het is echter aan West-Betuwe in samenspraak met de regio-gemeenten om een beslissing te nemen omtrent de overdracht van dit budget.. Behoudens de doelstellingen waarvoor het door hen is ontvangen, kunnen in nauw overleg aanvullende en/of kaderstellende voorwaarden hieraan worden gesteld. Gelet op de tijdelijkheid van de gelden zijn wij van mening dat de gekozen doelen (en het financieel effect daarvan) moeten aansluiten bij dit gegeven (dus geen structurele lastenverzwaring). Dit bestuurlijk proces moet nog plaatsvinden waarmee dus het opnemen van deze gelden in de Bestuursrapportage 2025 als voorbarig kan worden aangemerkt. Aangezien deze gelden (nog niet) zijn overgemaakt aan Werkzaak Rivierenland kunnen zij dus ook geen onderdeel uitmaken van de Begroting en dus worden gestort in de reserve.

Rijksbijdrage sociale infrastructuur Doel: Het rijk stelt middelen beschikbaar voor het realiseren van 10.000 werkplekken via sociaal ontwikkelbedrijven. De werkplekken zijn bedoeld voor mensen die niet in aanmerking komen voor beschut werk, maar die wel behoefte hebben aan ondersteuning van sociaal ontwikkelbedrijven. Het gaat daarbij om ondersteuning bij de ontwikkeling richting regulier werk of om (tijdelijke) werkplekken als vangnet. Budget / duur: De Rijksbijdrage sociale infrastructuur vormt een basisfinanciering voor de bedrijfskosten die samenhangen met deze 10.000 plekken. In 2025 bedraagt deze bijdrage 19,8 miljoen euro. Het bedrag loopt vervolgens op naar een structureel bedrag van 35,9 miljoen euro per jaar vanaf 2035. Ontvanger: De afzonderlijke gemeenten ontvangen deze rijksbijdrage via het Participatiebudget (het oorspronkelijk bedrag is via de meicirculaire 2025 extra verhoogd met een bedrag voor de ontwikkeling van de infrastructuur van werkontwikkelbedrijf). In 2024 was hiervoor al geld beschikbaar via het cluster SW. Dit bedrag wordt – conform de bekostigingsafspraken – doorbetaald aan Werkzaak Rivierenland. Voor 2025 gaat het om een bedrag van € 218.700,- (nu binnen het cluster Participatie).

Besteding / inzet: Werkzaak heeft deze extra bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Participatiewet verwerkt in de Bestuursrapportage 2025 en gestort in de reserve. Bestuurlijk standpunt: Duidelijk mag zijn dat het aanvullende budget aangewend moet worden voor het doel waarvoor het wordt verkregen. In dit geval betekent dat het realiseren van een aanvullend aantal plekken beschut werk. In de

planvorming zal nadrukkelijk zichtbaar moeten zijn de relatie tussen enerzijds het beoogde doel (hoeveel extra plaatsen gaan we realiseren) en anderzijds de kostprijs daarvan (hoeveel gaat dit kosten). Daarbij stellen wij ons op het standpunt dat hiertussen een meerjarige balans aanwezig moet zijn en het doel niet verder kan en mag reiken dan de toereikendheid van de middelen. Naast de hiervoor vermelde bijdragen is er nog een derde geldstroom die vermeld moet worden. Afschaffen lage-inkomensvoordeel (LIV) Het lage-inkomensvoordeel (LIV) was een tegemoetkoming voor werkgevers. Zij kwamen hiervoor in aanmerking als ze werknemers met een laag loon in dienst hebben. Sinds 1 januari 2025 is het LIV afgeschaft. Het LIV was bedoeld als stimulans voor werkgevers om vaker mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen en te behouden. Vanaf 2025 wordt dit bedrag op een andere wijze ingezet.

Doel Het Rijk compenseert gemeenten via de integratie-uitkering Participatie vanaf 2025 voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening voor interne plaatsingen. Budget / duur:

• Wsw Voor het lage-inkomensvoordeel is in de meicirculaire 2025 aan de integratie-uitkering participatie voor Wsw 13,4 miljoen euro toegevoegd in 2025. Dit loopt terug naar 0 euro in 2048. Dit is € 400,- per volledige dienstbetrekking op een interne plaatsing. Omgerekend is dit € 240,- per standaardeenheid van 36 uur per week en gewogen naar arbeidsbeperking. In de meicirculaire 2025 is het budget tijdelijk verhoogd met € 186,- door de latere ingang van de Wet vereenvoudiging banenafspraak (er is 9,8 miljoen euro toegevoegd).

• Beschut werk Voor het lage inkomensvoordeel voor beschut werk is in de meicirculaire 2025 aan de integratie-uitkering participatie 6,4 miljoen euro toegevoegd oplopend naar 16,8 miljoen in 2048. Dit is per plek (standaardplek van 31 uur per week) € 554,-. Ontvanger: De individuele gemeenten ontvangen het bedrag als onderdeel van de integratie-uitkering Participatie Besteding / inzet: Werkzaak heeft deze extra bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Participatiewet verwerkt in de Bestuursrapportage 2025. Bestuurlijk standpunt:

Door het afschaffen van de LIV nemen de loonkosten van de betrokken doelgroep-medewerkers (zowel WSW als P-wet/Beschut) toe. Dit beïnvloedt dus het subsidieresultaat. In par. 4.2 wordt gemeld dat 95% van het verhoogd Participatiebudget (excl. uitkeringsfactor) wordt doorbetaald aan Werkzaak Rivierenland. Verder wordt in par. 4.3. vermeld dat het macrobudget Wsw in de meicirculaire 2025 met ruim 5% is verhoogd. Dit komt door de loon- en prijsontwikkeling én de compensatie voor het wegvallen van het Lage-inkomensvoordeel (LIV). De afspraak was dat deze stijging wordt gebruikt voor de verhoging van de cao-

lonen van de SW-medewerkers. De gemeente West Maas en Waal is voor wat betreft het onderdeel oudSW geen deelnemer van Werkzaak Rivierenland. De voormalige medewerkers zijn in dienst van onszelf en worden via een langjarige dienstverleningsovereenkomst ondersteund en begeleid door de MGR Rijk van Nijmegen. Het West Maas en Waalse deel in de compensatie LIV WSW valt dus niet toe aan Werkzaak Rivierenland. Uit de stukken is voor ons niet duidelijk welk deel van de compensatie in verband met het vervallen van de LIV bij West Maas en Waal blijft. Als werkgever van de oud SW-medewerkers dragen wij immers de lasten van het vervallen van de LIV. 1.6 Aanwending reserves en voorzieningen en bijstelling Begrotingsramingen Via de Begrotingswijziging 2025 (zie pag. 34) worden bedragen vrijgemaakt voor het doen van de geplande investeringen (pag. 32). Daarnaast worden de functionele ramingen in de Begroting 2025 van Werkzaak Rivierenland aangepast. Tevens worden via de begrotingswijziging mutaties doorgevoerd in de reserves en voorzieningen (pag. 30). De begrotingswijziging is de vertaalslag van de keuzes en bijstellingen en daarmee de gemeentelijke bijdrage. Zoals hiervoor onder 1.5 vermeld bevat de begrotingswijziging omissies die moeten worden hersteld. 2.1 Zienswijze vaststellen en op tijd inzenden aan het DB Werkzaak.

Het DB van Werkzaak moet uiterlijk 10 oktober 2025 onze zienswijze op de Bestuursrapportage 2025 en de voorgestelde Begrotingswijziging ontvangen. Vooruitlopend op het besluit van uw raad hebben wij het Dagelijks Bestuur van de GR Werkzaak Rivierenland van onze voorlopige zienswijze in kennis gesteld. 3.1 Resultaten (worden) verwerkt in gemeentelijke P&C documenten. De uitkomsten van de Bestuursrapportage 2025 van Werkzaak Rivierenland - conform het ons aangeboden concept - worden meegenomen bij het opstellen van de gemeentelijke Najaarsnota 2025. Het betreft in dit geval uitsluitend een bijstelling van de ramingen voor 2025.

Kanttekeningen

1.1. Begroting 2025. Meerdere malen per jaar worden de rijksbudgetten bijgesteld. Dit gebeurt o.a. in mei, september en december van het begrotingsjaar. Werkzaak past de Begroting 2025 in de loop van dit jaar niet meer aan. Dit betekent dat eventuele bijstellingen (positief of negatief) pas weer zichtbaar zijn in de Jaarrekening 2025. De gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op de verdeelsystematiek zoals die voor 2025 geldt.

Risico’s In de Begroting 2025 van West Maas en Waal is verwerkt de uitkomst van de vastgestelde Begroting 2025 van Werkzaak Rivierenland. In de gemeentelijke Najaarsnota 2025 wordt verwerkt de aan ons aangeboden voorlopig vastgestelde Bestuursrapportage 2025 van Werkzaak. Pas begin november 2025 stelt het AB van Werkzaak Rivierenland de Bestuursrapportage 2025 en Begrotingswijziging 2025 definitief vast. Een gewijzigde vaststelling van deze stukken van Werkzaak Rivierenland (en dus een ander resultaat) kunnen wij dan niet verwerken in onze Najaarsnota. Daarnaast kan een verandering van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds nog tot bijstelling leiden.

Financiën

Paragraaf 2 (vanaf pag. 6) bevat een heldere en korte samenvatting van de effecten voor het subsidie- en het bedrijfsvoeringsresultaat van Werkzaak Rivierenland. Het bevat tevens op hoofdlijnen de oorzaken die daaraan bijdragen. Een nadere verdieping op de onderdelen is terug te vinden in de paragraven 4.1 t/m 4.7 (vanaf pag. 14). Onze opmerkingen met betrekking tot de geraamde bijstellingen in de Bestuursrapportage hebben wij reeds hiervoor verwoord onder argumenten 1.4 Bekostiging infrastructuur sociale ontwikkelbedrijven. Samenvatting. Per saldo resulteert de op basis van de Bestuursrapportage bijgestelde begroting 2025 in een bijdrage Bedrijfsvoering van de deelnemende gemeenten voor de basistaken van € 20,1 milj..Dit naast de bijdrage voor Inkomen en Werk (ca. € 80,6 milj.). Voor de werkzaamheden uitgevoerd op basis van dienstverleningsovereenkomsten wordt een bijdrage verwacht van € 0,9 milj.). Effect voor gemeente West Maas en Waal. Op pagina 33 van de concept-Bestuursrapportage 2025 staan per gemeente de bijdragen aan Werkzaak Rivierenland gespecificeerd weergegeven. De totale bijdrage van West Maas en Waal voor 2025 voor uitvoering van de P-wet activiteiten wordt geraamd op € 5.320.900,-. Naast de verschuldigde bijdrage in de uitvoering van de Participatiewet, hebben wij de uitvoering van verschillende taken ondergebracht bij Werkzaak.

Het gaat daarbij om de Bijzondere Bijstand, het armoedebeleid en de begeleiding van bijstandsgerechtigden met KP4. De lasten hiervan (zowel uitvoering als verstrekkingen) worden voor 2025 geraamd op. € 813.300,-. Deze uitbesteedde diensten worden jaarlijks afgerekend op basis van werkelijke kosten (mensuren, producten en diensten). Ten opzichte van de Primitieve Begroting 2025 wordt een verwacht voordeel behaald van afgerond € 318.400,-.

2025

2025

(primitief) (bestuursrapp.)

verschil V / N

Bijdrage inkomen

€ € 3.616.100 3.733.600

€ Voordeel 117.500

Bijdrage Werk

€ 484.300 € 514.800

-€ 30.500

Nadeel

DVO

€ 867.100 € 813.300

€ 53.800

Voordeel

Bijdr. Bedrijfsv. Herverdeling BUIG Totaal:

€ € 1.279.400 1.367.600 € 89.400 € € 6.134.200 6.452.600

€ 88.200

Voordeel

€ 89.400

Voordeel

€ Voordeel 318.400

Dekking: Tegenover de bijdrage aan Werkzaak Rivierenland staan enerzijds van het Rijk te ontvangen vergoedingen (BUIG en LKS). Daarnaast zijn in de gemeentebegroting functionele lastenramingen opgenomen voor de uit te voeren taken (zoals Bijz. Bijstand, Armoedebeleid en KP4).

Communicatie

Aanpak en planning

De Adviesraad Sociaal Domein is geïnformeerd over de binnenkomst van de Bestuursrapportage 2025 van Werkzaak Rivierenland. Als van haar een reactie wordt ontvangen, voegen wij dit als bijlage bij dit voorstel.

Vooruitlopend op de behandeling van dit onderwerp in uw raadsbijeenkomst van 9 oktober 2025 hebben wij Werkzaak Rivierenland in kennis gesteld van ons voorstel aan u. Dit in verband met de uiterste reactietermijn van 10 oktober 2025. Het bijgevoegde ontwerp van de brief bevat onze bedenkingen en verwoord onze zienswijze met betrekking tot de voorliggende Bestuursrapportage 2025. Wanneer u akkoord gaat, sturen wij de definitieve zienswijze aan Werkzaak Rivierenland. Na definitieve vaststelling van de Bestuursrapportage 2025 en Begrotingswijziging door Werkzaak Rivierenland stellen wij u daarvan in kennis stellen.

Participatie

Bijlagen

n.v.t.

1. Aanbiedingsbrief d.d. 11 juli 2025 2. Bestuursrapportage 2025 3. Concept-brief zienswijze

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15862528/1