RV Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2029
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2029
Aangeboden door
College van B&W
Portefeuillehouder
R.A.N. Reuvers
Team
Team Samenleving
Zaakkenmerk/Document kenmerk
Z.129251/D.350342
Datum collegebesluit Vertrouwelijkheid Bijlagen
10 maart 2026 Openbaar Ja
Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Participatie 10. Bijlagen
Voorgesteld besluit
1. Het beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2029, genaamd “Vast houden en doorgaan - Voorkomen en bestrijden vraagt blijvende aandacht” vast te stellen.
Aanleiding
De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (afgekort Wgs) beoogt de toegankelijkheid en effectiviteit van schuldhulpverlening te vergroten. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders hebben een belangrijke rol bij de uitvoering daarvan. Op grond van de wet stelt de Raad het beleidskader vast voor de uitvoering van schuldhulpverlening voor een periode van vier jaar. Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk
om dat uit te voeren. Een belangrijk uitgangspunt van de Wgs is dat de schuldhulpverlening integraal is. Het huidige Beleidsplan Schuldhulpverlening, genaamd “Eerder en sneller” dateert uit najaar van 2020 (raadsvergadering 10 september 2020). Ook zijn er nieuwe ontwikkelingen die vragen om een nieuw beleidsplan. Tijd dus om een nieuw plan vast te stellen.
Beoogd effect
Argumenten
Kennisneming, beoordeling en vaststelling van het nieuwe beleidsplan voor Schuldhulpverlening “Vast houden en doorgaan Voorkomen en bestrijden vraagt blijvende aandacht”.
1.1. Voldoen aan wettelijke verplichting. De gemeenteraad moet op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening een plan opstellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners. Dit plan moet toezien op: • De wettelijke taak van gemeenten rond schuldhulpverlening; • Het samenhangende beleid rond de integrale schuldhulpverlening; • De acties en de maatregelen die de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) nemen om de kwaliteit van (de integrale wijze van) schuldhulpverlening te borgen. Het laatst beleidsplan is vastgesteld in september 2020 en ging in op 1 januari 20221. Met de vaststelling van dit nieuwe beleidsplan voldoen we aan de wet. 1.2 Terugblik én inspelen op ontwikkelingen In het nieuwe beleidsplan kijken we kort terug op de afgelopen jaren. De focus ligt echter op de toekomst. Wat komt er aan? Wat betekent dat voor ons gemeentelijk beleid? Hoe kunnen we hierop inspelen? Ook kijken we naar het speelveld en de daarin actieve (nieuwe) partners. 1.3 Heldere visie In onze gemeente kan iedereen rekenen op hulp en wordt maatwerk geboden. Ook voor de komende 4 jaren wil de gemeente dit beleid richting de burger onveranderd voortzetten. Integrale schuldhulpverlening blijft op basis van onderstaande visie open voor iedere inwoner en ondernemer van de gemeente West Maas en Waal.
Visie: De gemeente zal daar waar mogelijk, problematische schulden zoveel mogelijk zien te voorkomen. Schulden vormen een belemmering voor de deelname aan de maatschappij en daarom wordt aan alle inwoners, binnen het gestelde (wettelijke) kader,
ondersteuning geboden om de schuldsituatie op te lossen of beheersbaar te maken. Hierbij staat de zelfredzaamheid van de burger centraal. De gemeente biedt de kans om de schuldsituatie te voorkomen c.q. op te lossen, maar de burger blijft zelf verantwoordelijk voor het slagen van het traject. 1.4 Realistische doelen In het beleidsplan hebben we onze visie opnieuw vertaald in een beperkt aantal doelstellingen. Hiermee willen wij de komende beleidsplanperiode aan de slag. In het vorige beleidsplan hadden we ook onze ambities verwoord. Enkele daarvan komen opnieuw terug. Aan de ene kant om dat zij aandacht blijven vragen maar ook omdat verdere verbetering of intensivering nog nodig is. Uiteraard zijn de overige ambities uit het oude plan onderdeel geworden van de dagelijkse praktijk in daarmee ook verankerd in de uitvoeringspraktijk. Hieronder hebben wij onze doelstellingen voor het tijdvak 2026-2029 voor u op een rij gezet. Deze worden uitvoeriger beschreven in hoofdstuk 4 en 5 van het beleidsplan. • doelstelling 1: We blijven (doelgroepgericht) aandacht houden voor voorlichting via website, regionaal verschijnend weekblad, social media, etc. • doelstelling 2: We versterken onze acties tot het vindbaar en leesbaar houden van de informatie over financiële producten en diensten op onze website.
• doelstelling 3: de lokale dienstverlening én ingekochte producten blijven voldoen aan de landelijke standaarden. • doelstelling 4: Het belang van verbinding tussen (uitvoerings)partners blijft voorop staan in de strijd tegen schuldenproblematiek. • doelstelling 5: de beoogde doelstellingen (1 t/m 4) worden gerealiseerd binnen een (aanvullend) budget van ten hoogste € 15.000,-. Het restant van de structurele extra middelen komt ten gunste van de algemene middelen.
Kanttekeningen
1.1. Schuldhulpverlening 2e fase is open-einde financiering. Op basis van de jaarcijfers in de afgelopen jaren (2021-2025) kunnen we de lasten in de gehele keten van schuldhulpverlening bepalen op ca. € 80.000,-. Een zeer belangrijk deel (ca. 70%) van de totale kosten van Schuldhulpverlening worden gemaakt in de 2e fase (het oplossen van de problematiek). De hoogte van dit bedrag wordt veelal beïnvloed door een veelvoud van factoren (zogeheten life-events). Deze kunnen zich afspelen op een breed terrein. Het gaat daarbij om: • Omgevingsfactoren (zoals economische situatie), • Gedrag - bewust en onbewust (denk aan motivatie, financiële kennis en vaardigheden), • Onverwachte gebeurtenissen (de zogeheten life-events zoals o.a. arbeidsongeschiktheid en echtscheiding) en
• Persoonsgebonden factoren (hierbij valt te denken aan inwoners met een licht verstandelijke beperking en een psychiatrische problemen). De kosten van de 2e fase kunnen met name beïnvloed worden door de focus te leggen op niet alleen de niet-professionele hulpverlening maar ook door in te zetten op versterking van voorlichting en samenwerking in lijn met de landelijke ontwikkelingen.
Financiën
Op basis van de jaarcijfers in de afgelopen jaren (2021-2025) kunnen we de lasten in de gehele keten van schuldhulpverlening bepalen op ca. € 80.000,-- (kostenplaats 66245 / 4335). Zoals nader gespecificeerd in bijlage 2 (paragraaf 3) van het Beleidsplan wordt een zeer belangrijk deel (ca. 70%) van deze kosten gemaakt in de 2e fase schuldhulpverlening. Naast de raming van deze functionele kosten is in de Begroting (maar dan op 66243 Armoede / 4335) tijdelijk een bedrag geraamd voor versterking van de aanpak schuldhulpverlening in relatie tot armoedebeleid. Hiervoor is vanaf het jaar 2025 een bedrag beschikbaar van € 27.000,- (in 2025) oplopend naar € 30.000, -vanaf 2028. In afwachting van de vaststelling van het nieuwe beleidsplan Schuldhulpverlening is in 2025 vrijwel geen beroep gedaan op dit bedrag. Bij de Najaarsnota 2025 is daarom het budget 2025 eenmalig verlaagd waarmee het eenmalig ten goede komt van het rekeningsresultaat. Wij gaan er van uit dat ca. 50% van de aanvullende structurele rijksmiddelen (die we vanaf 2025 ontvangen in het kader van de ketenaanpak schulden en armoedebestrijding) nodig is. Het gaat daarbij – in lijn met onze ambitie - om de volgende kostensoorten: Doorontwikkeling basisdienstverlening € 5 000,Inzet van additionele producten € 5.000,Kosten voorlichting, communicatie, etc.
€ 5.000,Totaal: € 15.000,De kosten van de gehele keten kunnen voor de komende jaren – afgezet tegenover de huidige functionele raming – als volgt worden weergegeven:
*1. eenmalige implementatiekosten: De afgelopen jaren hebben verscheidene ontwikkelingen voorgedaan die leiden tot aanpassingen van o.a. software. De daarmee gepaard gaande kosten hebben we in het verleden opgevangen binnen de bestaande begrotingsruimte. De aanstaande veranderingen in de gehele keten van preventie, vroegsignalering en 2e fase schuldhulpverlening zullen ook in de toekomst leiden tot bijstelling van de software en de daarin opgenomen modeldocumenten. Dit rechtvaardigt dat we hierin ook in onze begroting rekening houden. *2. Communicatie – Onvoorzien – afronding: De intensivering van de communicatie (meer preventief acteren door middel van informatieverstrekking, mailings, etc.) brengt kosten met zich mee. Denk maar aan drukwerk, porto, publicaties in Maas&Waler, etc.. Een kleine ophoging van het daarvoor benodigde budget is noodzakelijk om daar ook daadwerkelijk inhoud en invulling aan te geven. Het restantbedrag (oplopend naar € 15.000,- per jaar vanaf 2028) van de verkregen structurele gelden (verantwoord op 66243/4335 Armoedebeleid) kan ten goede komen van de algemene middelen. Dit is gerechtvaardigd aangezien we ingaande 2024 ons armoedebeleid structureel hebben verruimd. Daarmee zijn al expliciet maatregelen genomen die bijdragen aan het voorkomen (en/of verminderen) van schuldenproblematiek.
Communicatie
Aanpak en planning
n.v.t.
Nadat het beleidsplan "Vast houden en doorgaan - Voorkomen en bestrijden vraagt blijvende aandacht” door uw raad is vastgesteld, zullen wij starten met de voorbereiding van de uitvoering daarvan. Ook zullen we dan overgaan tot de vaststelling van de recent
gepubliceerde beleidsregels schuldhulpverlening op basis van het model van de VNG. Via de P&C-cyclus zullen wij u informeren over de ontoereikendheid van het beschikbare budget. Zo nodig zullen wij u ook tussentijds op de hoogte houden van ontwikkelingen die van invloed zijn op ons beleid.
Participatie
De adviesraad Sociaal Domein is gevraagd om haar mening ten aanzien van het voorliggende concept-beleidsplan. Op 3 februari 2026 hebben we haar instemming met het voorstel ontvangen. Zij spreekt haar waardering uit voor de verbinding met zowel de landelijke als de regionale/lokale ontwikkelingen en de keuzes voor versterking van de aandacht voor prventie en nazorg. Haar reactie is als bijlage aan het voorstel toegevoegd.
Bijlagen
1. beleidsplan Schuldhulpverlening 2026 -2029 "Vast houden en doorgaan - Voorkomen en bestrijden vraagt blijvende aandacht” 2. reactie Adviesraad Sociaal Domein