RV Beleidshuis Omgevingswet West Maas en Waal
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Beleidshuis Omgevingswet West Maas en Waal
Aangeboden door
College van B&W
Portefeuillehouder
M.A.A. van den Boom-Witzel
Team
Team Ruimte
Zaakkenmerk/Document kenmerk
Z.113633/D.313496
Datum collegebesluit
11 november 2025
Vertrouwelijkheid Bijlagen
Openbaar Ja
Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Participatie 10. Bijlagen
Voorgesteld besluit
1. De uitvoeringsparagraaf behorende bij de omgevingsvisie vast te stellen. 2. Het toekomstige beleid voor de fysieke leefomgeving op te stellen conform de werkwijze en strategie van het beleidshuis, zoals beschreven in de notitie “Beleidshuis Omgevingswet”. 3. Ten aanzien van het overzicht van visie en beleidsdocumenten van de gemeente West Maas en Waal: a. De visies en beleidsdocumenten die vallen onder categorie A in te trekken. b. De visies en beleidsdocumenten die vallen onder categorie B in te trekken en deze uitsluitend als
achtergrondinformatie te gebruiken bij het opstellen van programma's. c. De visies en beleidsdocumenten die vallen onder categorie C te betrekken bij het opstellen van het omgevingsplan. 4. Met in achtneming van de besluiten 1 tot en met 3 de motie (M 2024-13) eenduidig en eenvoudig van 30 mei 2024 als afgedaan te beschouwen
Aanleiding
Op 30 mei 2024 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie vastgesteld. Daarmee is een belangrijke stap gezet binnen de Omgevingswet, waarin integrale beleidsvorming en gebiedsgericht werken centraal staan. De volgende stap is de uitvoering van dit beleid te organiseren binnen een heldere structuur. In het transitieplan omgevingsplan, dat op 10 april 2025 is vastgesteld, is opgenomen dat het nieuwe omgevingsplan stapsgewijs tot stand komt en inhoudelijk wordt gevoed vanuit actueel en integraal beleid. Daarbij is aangegeven dat gebiedsgericht en thematisch beleid essentieel is voor het toekennen van functies aan locaties en voor het juridisch onderbouwen van regels in het omgevingsplan. De nu voorliggende uitvoeringsparagraaf en de gekozen werkwijze van het beleidshuis geven hier invulling aan. Ze structureren de uitwerking van de omgevingsvisie in concrete programma’s, zorgen voor bestuurlijke afspraken over monitoring en evaluatie, en voorkomen nieuwe versnippering van beleid. Daarmee sluit dit voorstel rechtstreeks aan bij het transitieplan en de ambitie van de raad om beleidsontwikkeling overzichtelijker, integraler en uitvoerbaarder te maken.
Met dit raadsvoorstel wordt daarom een volgende logische en noodzakelijke stap gezet in de implementatie van de Omgevingswet: het invullen van de uitvoeringspraktijk, op een manier die recht doet aan de visie, past bij het transitieplan en werkbaar is voor inwoners, bedrijven en ambtenaren.
Beoogd effect
Het vaststellen van de uitvoeringsparagraaf en het hanteren van het beleidshuis zorgt voor een duidelijke structuur bij de uitvoering van de omgevingsvisie. De gemeenteraad krijgt hiermee beter zicht op de uitwerking, uitvoering en evaluatie van beleid, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan overzichtelijker en consistenter beleid. Het beleidshuis voorkomt versnippering van documenten en verbetert de aansluiting op de ambities van de omgevingsvisie. Het ondersteunt bovendien het gefaseerd opbouwen van het omgevingsplan, zoals vastgelegd in het transitieplan. Dit maakt het gemeentelijk handelen voorspelbaarder voor inwoners en organisaties, en geeft bestuur en organisatie ruimte voor integrale, gebiedsgerichte keuzes.
Argumenten
1.1 De uitvoeringsparagraaf verankert de beleidscyclus, wat noodzakelijk is voor sturing door en verantwoording aan de gemeenteraad. De Omgevingswet verlangt dat gemeenten werken met een beleidscyclus: een cyclisch proces van beleidsontwikkeling, uitvoering, monitoring en
evaluatie. Deze cyclus vormt de basis voor transparant en doelgericht beleid. Zonder deze verankering ontstaat het risico dat beleid los komt te staan van uitvoering of niet geëvalueerd wordt. Daarom stelt de uitvoeringsparagraaf vast hoe en wanneer beleid wordt uitgewerkt en geëvalueerd, zodat er een optimaal samenspel ontstaat tussen raad, college en ambtelijke organisatie. 1.2. De paragraaf brengt duidelijkheid over de bestuurlijke afspraken en de onderlinge verwachtingen. In de uitvoeringsparagraaf worden concrete afspraken vastgelegd tussen raad en college over wie wat doet, wanneer en waarvoor. Het voorkomt dat beleidsvoornemens verzanden in abstracties of onduidelijkheid ontstaat over rollen en verantwoordelijkheden. Daardoor ontstaat een stevig bestuurlijk fundament dat bijdraagt aan consistentie en uitvoerbaarheid van het omgevingsbeleid. 1.3. De uitvoeringsparagraaf legt de basis voor gebiedsgericht maatwerk, wat aansluit bij de geest van de Omgevingswet en de leefwereld van inwoners. De Omgevingswet vraagt om gebiedsgerichte en integrale besluitvorming. Dit komt omdat thema’s zoals woningbouw, klimaatadaptatie of leefbaarheid niet los van elkaar kunnen worden opgelost.
Door in de uitvoeringsparagraaf gebiedsgerichte programma’s te benoemen (zoals Dorpen en Vitaal Platteland), ontstaat ruimte om beleid aan te passen aan de lokale situatie en de leefwereld van inwoners. Daarnaast wordt er conform het transitieplan omgevingsplan ook ingezet op een aantal thematische programma’s, zoals duurzaamheid en woningbouwprogramma. 2.1 Het beleidshuis zorgt voor overzicht en voorkomt nieuwe versnippering van beleid. Het beleidshuis beperkt de beleidsstructuur tot drie wettelijk verankerde en herkenbare typen: strategie, omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s. Daarmee ontstaat een eenduidig kader voor het ontwikkelen, door vertalen en toepassen van beleid binnen het fysieke domein. Dit is essentieel, want in het verleden zijn gemeenten geconfronteerd met een veelheid aan beleidsdocumenten met uiteenlopende benamingen, status en juridische betekenis. Die stapeling leidde tot onduidelijkheid bij initiatiefnemers, juristen, vergunningverleners en handhavers, omdat niet helder was welke documenten richtinggevend waren en welke slechts informatief. In de praktijk zorgde dit voor trage besluitvorming, juridische kwetsbaarheid en frustratie bij gebruikers. Het beleidshuis voorkomt dat deze situatie zich herhaalt.
Omdat elk document een duidelijke functie en positie heeft in de beleidscyclus, wordt beleidsinformatie beter toegankelijk, actueel en bestuurlijk herleidbaar. Dit verhoogt niet alleen de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van beleid, maar maakt het ook digitaal ontsluitbaar, eenduidig navolgbaar en beter bestuurbaar. Om de uniformiteit te vergroten wordt gewerkt met een format die we hanteren voor het opstellen van een programma (zie bijlage 3) 2.2 De werkwijze van het beleidshuis sluit aan bij de wettelijke vereisten én bij lokale werkpraktijken. De werkwijze van het beleidshuis sluit aan bij zowel de wettelijke vereisten als de lokale werkpraktijken. De Omgevingswet richt zich namelijk niet op het creëren van meer documenten, maar op het verbeteren van de
kwaliteit en samenhang van de documenten die worden opgesteld. Dit betekent dat documenten duidelijker, doelgerichter en beter met elkaar verbonden moeten zijn, zodat ze daadwerkelijk bijdragen aan het behalen van de doelen die in de wet zijn gesteld. Voor West Maas en Waal is deze benadering logisch, aangezien er al ervaring is met het werken met dorpspaspoorten. Deze paspoorten gaven eerder al een gestructureerd overzicht van de kenmerken en behoeften van de verschillende dorpen binnen de gemeente. De stap naar dorpsprogramma’s als omgevingsprogramma’s is dan ook relatief klein, omdat de basisprincipes van het werken met op maat gemaakte en gebiedsgerichte documenten al aanwezig waren. Dit maakt de overgang naar het nieuwe beleid eenvoudiger en efficiënter, wat bijdraagt aan een naadloze implementatie van de Omgevingswet op lokaal niveau. 2.3.
Het beleidshuis bevordert participatie, draagvlak en vertrouwen.
Dit komt omdat het gebiedsprogramma ruimte biedt voor participatie nog vóórdat er specifieke initiatieven of projecten zijn. Dit is van cruciaal belang, omdat inwoners op deze manier de kans krijgen om mee te denken over de bredere waarden en doelen voor hun leefomgeving, zonder direct betrokken te zijn bij specifieke belangen of projecten die hen persoonlijk kunnen raken. Deze vroegtijdige betrokkenheid zorgt ervoor dat de discussie breder en meer oplossingsgericht is, waarbij de nadruk ligt op wat goed is voor de gemeenschap als geheel. Het beleidshuis sluit hiermee naadloos aan bij de ‘geest van de Omgevingswet’. Deze wet biedt ruimte voor lokaal initiatief en stimuleert het betrekken van inwoners bij het ontwikkelen van beleid. Tegelijkertijd waarborgt de wet de kwaliteit van de besluiten die genomen worden, door te zorgen voor een gestructureerde en transparante aanpak. Het beleidshuis speelt hierin een cruciale rol, omdat het zowel ruimte biedt voor de inbreng van inwoners als zorgt voor een zorgvuldige afweging van kwaliteit en haalbaarheid in het beleid. Dit versterkt niet alleen de effectiviteit van het beleid, maar draagt ook bij aan een breder gevoel van verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de lokale gemeenschap.
3.1 Visies en beleid vanuit het verleden moeten worden ingepast in het beleidshuis Bij motie heeft uw gemeenteraad gevraagd om inzicht te geven in het bestaand beleid en hoe daarmee om te gaan in het kader van de Omgevingswet. Wij hebben geïnventariseerd welk beleid momenteel geldt als beleidsdocument, beleidsregels of verordening die niet is opgenomen in het tijdelijk omgevingsplan (zie bijlage 4). De inventarisatie van het bestaande beleid biedt waardevolle inzichten en vormt een goed vertrekpunt voor verdere verbetering. Het laat zien dat er binnen de gemeente een rijk palet aan thematisch beleid is ontwikkeld. Tegelijkertijd biedt deze diversiteit ook kansen voor betere afstemming en integratie. De bevindingen onderstrepen het belang van actualisatie en het creëren van meer samenhang tussen beleidsdocumenten. De inventarisatie is beoordeeld en ingedeeld in 4 categorieën, waarmee wij uw raad voorstellen: Intrekken Deze documenten zijn door de vaststelling van de omgevingsvisie niet meer actueel. Daarom kunnen deze documenten worden ingetrokken. Een structuurvisie is bijvoorbeeld wettelijk opgegaan in de omgevingsvisie. Bij de vaststelling van de omgevingsvisie zijn de oude visies echter niet ingetrokken.
Intrekken en gebruiken als achtergrondinformatie bij opstellen programma Daarnaast zijn er beleidsnotities en richtlijnen die gebruikt kunnen worden bij het opstellen van een programma. Voorgesteld wordt deze niet langer als formeel beleid te hanteren, maar wel als relevante achtergrondinformatie bij ruimtelijke afwegingen (zoals het omgevingsplan of bopa-vergunningen). Dit voorkomt dat er formele juridische binding ontstaat, terwijl de inhoud toch bijdraagt aan een zorgvuldige besluitvorming. Via het ‘beleidshuis’-model wordt vervolgens nieuw, formeel beleid ontwikkeld, mét beleidsregels. Niet intrekken en betrekken bij opstellen omgevingsplan Het overgrote deel van ons beleid en verordeningen moeten worden betrokken bij het opstellen van het omgevingsplan. In dat proces kan een afweging worden gemaakt hoe hier inhoudelijk mee moet worden omgegaan. Bijvoorbeeld: wat is op basis van de omgevingsvisie en programma niet meer actueel en kan worden ingetrokken? Moet over naar het omgevingsplan? Wat moet in een aparte verordening blijven staan (bijvoorbeeld delen van de APV)? Niet intrekken is actueel Deze categorie is duidelijk. Deze visies en beleid zijn naar oordeel van het college actueel.
4.1 Met dit voorstel heeft het college uitvoering gegeven aan uw motie M 2024-13 eenduidig en eenvoudig van 30 mei 2024 In deze motie draagt u het college op om zo snel mogelijk gebiedsgerichte of thematische beleidsuitwerkingen op te stellen die aansluiten op de omgevingsvisie. Ook wilde u informatie over welke verouderde beleidskaders kunnen worden ingetrokken of vervangen.
Kanttekeningen
1.1. De uitvoeringsparagraaf is niet juridisch bindend en biedt geen bezwaar- of beroepsmogelijkheden. Het is geen plan of regeling in de zin van het omgevingsrecht, maar een bestuurlijke afspraak.
2.1 . De omslag naar werken met het beleidshuis vraagt om een cultuurverandering en investering in vaardigheden. De uitvoeringsparagraaf moet actueel blijven, wat vraagt om constante inzet en afstemming. Dit is essentieel, omdat veranderingen in de context of nieuwe beleidsopgaven regelmatig leiden tot de noodzaak om de paragraaf aan te passen. Dit proces vereist bestuurlijke alertheid en periodieke evaluatie, wat op zijn beurt tijd, capaciteit en een goed georganiseerde structuur vergt. Daarnaast vraagt de omslag naar werken met het beleidshuis om een cultuurverandering en investeringen in nieuwe vaardigheden. Integraal, cyclisch en gebiedsgericht werken vereist andere competenties dan het traditionele thematische werken vanuit sectoren. Dit is een aandachtspunt omdat bestaande structuren, werkwijzen en politieke reflexen vaak nog geworteld zijn in de oude manier van werken. 2.2 De prioritering is in grote mate afhankelijk van capaciteit en beschikbare middelen
Met deze uitvoeringsparagraaf leggen de gemeenteraad en het college afspraken vast over welke thema’s en welke gebieden omgevingsprogramma’s worden opgesteld door het college. Een prioritering en tijdsplanning wordt in een afzonderlijk B&W-besluit opgenomen. Dit is in hoge mate afhankelijk van de capaciteit van de ambtelijke organisatie en van eventuele extra middelen die de gemeenteraad ter beschikking stelt.
Financiën
Communicatie
Aanpak en planning
De uitwerking van het beleidshuis en de uitvoering van de omgevingsvisie worden gefinancierd vanuit bestaande middelen voor de implementatie van de Omgevingswet. Als er middelen nodig zijn voor een nieuw programma dat geen onderdeel uitmaakt van het transitieplan, dan verloopt de aanvraag hiervoor via het reguliere begrotingsproces.
De status en werking van de uitvoeringsparagraaf en het beleidshuis worden helder toegelicht op de gemeentelijke website. Daarbij wordt uitgelegd wat de juridische betekenis is van omgevingsprogramma’s, beleidsregels en maatregelen, en wat dit betekent voor inwoners en initiatiefnemers. Daarnaast wordt de uitvoeringsparagraaf bekend gemaakt via overheid.nl.
• Vaststelling uitvoeringsparagraaf en beleidsstrategie: Q4 2025 • Vorming beleidskamer die toetst aan nieuwe beleidswensen i.r.t. het beleidshuis: Q4 2025
• Start uitwerking eerste omgevingsprogramma’s (o.a. dorpen en vitaal platteland): loopt reeds
Participatie
Bijlagen
De uitwerking van omgevingsprogramma’s gebeurt op basis van het participatiebeleid van de gemeenteraad. Hierbij worden inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven actief betrokken. Participatie vindt bij voorkeur plaats in de verkennende fase (waarden en ambities) zodat deze input richtinggevend is voor het beleid.
1. Format omgevingsprogramma 2. Uitvoeringsparagraaf omgevingsvisie 3. Overzicht visies en beleidsdocumenten 4. Notitie beleidshuis bouwen