Raadsvoorstel Werkzaak Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028
Aangeboden door
College van B&W
Portefeuillehouder
R.A.N. Reuvers
Team
Team Samenleving
Zaakkenmerk/Document kenmerk
Z.101941/D.288372
Datum document
7 mei 2024
Vertrouwelijkheid
Openbaar
Bijlagen
Ja
Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Participatie 10. Bijlagen
Voorgesteld besluit
Aanleiding
1. in te stemmen met de Begroting 2025 en Meerjarenraming 20262028 Werkzaak Rivierenland en 2. de zienswijze vast te stellen en deze te sturen aan het DB Werkzaak.
Werkzaak Rivierenland voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. Bij brief van 19 april 2024 is aan ons gezonden de Begroting 2025 en Meerjarenraming 2065-2028. In de aanbiedingsbrief zat het verzoek om een zienswijze in te brengen bij het DB Werkzaak. De Begroting 2025 en de Meerjarenraming 2026-2028 geven een financieel beeld van de gestelde
doelen en ambities. Het is ook de vertaling van de Kadernota 2025 (uitgangspunten voor Begroting en Meerjarenraming). De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat uw raad een zienswijze mag indienen op de ontvangen stukken. Onze zienswijze moet uiterlijk 27 juni 2024 zijn ingeleverd. Na ontvangst van de zienswijzen zal het AB Werkzaak de Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 definitief vaststellen. Dit is in de vergadering van het Algemeen bestuur van 11 juli 2024.
Beoogd effect
Kennisneming, beoordeling en behandeling van de concept Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 Werkzaak Rivierenland, waaronder het opstellen van een zienswijze van West Maas en Waal over de stukken.
Argumenten
1.1. Ramingen gebaseerd op Kadernota 2025. Op 4 maart 2024 heeft het AB van Werkzaak Rivierenland de Kadernota 2025 vastgesteld. In de Kadernota zijn de uitgangspunten opgenomen die de grondslag vormen voor de Begroting 2025 en de Meerjarenraming 2026-2028 (zie ook par. 6.1 vanaf pag. 37 van de Programmabegroting). Zo is vastgelegd op welke wijze indexering van de kosten(ramingen) plaatsvindt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in: • Indexcijfer lonen: 5.80%; • Indexcijfer sociale lasten en pensioenpremies: 0%; • Indexcijfer materiële kosten: 2,70%. In de Begroting 2025 (en de Meerjarenraming( 2026 t/m 2028) zijn ook vertaald de (financiële en inhoudelijke) ontwikkelingen die zich in het landschap hebben voorgedaan. Daarbij moet gedacht worden aan o.a.: • Een lichte stijging van de bijstandslasten door indexatie en groei van het aantal bijstandsgerechtigden op grond van de Macroeconomische verkenning; • De verschuivingen in het uitkeringsbestand (minder SWmedewerkers, maar meer Nieuw Beschut, jongeren en psychisch kwetsbaren); • In de begroting 2025 en volgende jaren is voor de Bbz slechts het bedrag opgenomen dat gemeenten aan Werkzaak moeten betalen of ontvangen. De rijksbijdrage die gemeenten moeten betalen of terugontvangen is niet opgenomen.
Er is geen directe relatie meer met deze bedragen; • Een verminderd beroep op dat deel van de bijzondere bijstand dat namens de gemeenten wordt uitgevoerd door Werkzaak; • Een oplopend voordeel op het onderdeel SW (door sterkere afname van het bestand dan landelijk ingecalculeerd): • de gevolgen van de herijking van het Gemeentefonds vanaf 2023 en uiteraard • het niet op voorhand incalculeren van een mogelijk positief subsidieresultaat ten gunste van het Bedrijfsvoeringsresultaat. Dit alles heeft natuurlijk impact op de Begroting 2025 en de Meerjarenraming 2026-2028 van Werkzaak Rivierenland. Wel wordt in de
Begroting 2025 en volgende jaren rekening stelposten binnen de onderdelen Inkomensvoorziening (BUIG) en Loonkostensubsidie (LKS). De ontwikkelingen worden door Werkzaak Rivierenland goed in de gaten gehouden. Bij de Bestuursrapportage 2024 bekijkt Werkzaak Rivierenland of de Begroting 2025 moet worden aangepast. Lopen de raming van de bestandsontwikkeling (aantallen werkzoekenden die we begeleiden) nog in pas met de trends en ontwikkelingen. Zo nodig worden weer op basis van scenario’s de financiële effecten zichtbaar gemaakt en aan u als raad voorgelegd. 1.2 Opnieuw opgesteld volgens nieuw model (doorontwikkeling en toekomstbestendig). De P&C-documenten zijn uiteraard opgesteld volgens de nieuwste voorschriften. Zij voldoen hiermee aan de wettelijke voorschriften. Ook is goed zichtbaar wat wil worden bereikt, wat daar voor wordt gedaan en wat het kost. Daarnaast zijn stappen gezet die er uiteindelijk toe leiden dat benchmarking mogelijk wordt. Om stabiliteit in de bijdrage van gemeenten te krijgen is eerder besloten om voor het verschil tussen de kosten van BUIG / LKS en de rijksvergoeding een stelpost op te nemen. De prognose is dat het subsidieresultaat - na verwerking van de stelpost - de komende jaren positiever wordt. Het bedrijfsvoeringsresultaat laat een redelijk stabiel beeld zien.
De Begroting 2025 alsmede de Meerjarenraming 2026-2028 geven daarmee een goed inzicht in de lastenontwikkelingen (zie ook pag. 2 en 3 van de aanbiedingsbrief). 1.3 Cijfers zijn transparant en geven getrouw beeld. De Begroting 2025 is – zoals die van 2024 - opgebouwd volgens een programmastructuur. Het betekent dus dat de Begroting wordt gevormd door 6 inhoudelijke programma’s (par. 5.1 t/m 5.6) en een programma Algemene dekkingsmiddelen (par. 5.7). Daarnaast is er een bijlage 8.1 waarin de gemeentelijke bijdragen per Begrotingsjaar (2025 t/m 2028) gespecificeerd wordt weergegeven. Hiermee is transparantie in de cijfers en de uitkomst per gemeente op onderdelen aanwezig. 2.1 Zienswijze vaststellen en op tijd inzenden aan het DB Werkzaak. Het DB van Werkzaak moet uiterlijk 27 juni 2024 onze zienswijze op de Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 ontvangen. In onze zienswijze staat dat uw raad instemt met de voorliggende stukken. Aanvullend aan de instemming met de voor zienswijze voorgelegde concept-Begroting 2025 (en Meerjarenraming) vragen wij het bestuur van Werkzaak Rivierenland aandacht voor het volgende. De aanstaande terugval van de Rijksmiddelen vraagt om anticipatie van niet alleen de gemeente maar ook de GR-en die namens hen taken uitvoeren.
Vanuit dit besef vragen we Werkzaak Rivierenland om verschillende opties te verkennen die bijdragen aan de opvang van de structureel lagere rijksmiddelen. Daarbij kan gedacht worden aan: • Het doorvoeren van efficiency-maatregelen; • Het verhogen van de omzet (of voorkomen van terugval van die omzet) en/of • Het verminderen van de kosten van overhead en bedrijfsvoering. Wellicht zijn er ook nog andere besparingsopties aanwezig vanuit het perspectief van Werkzaak Rivierenland. Op basis van een verkenning van al deze - meer of minder kansrijke- scenario’s kan dan in 2024 een bestuurlijke gedachtewisseling met elkaar plaatsvinden. Gezamenlijk
zorgen we daarmee voor een toekomstbestendige taakuitvoering in het belang van onze inwoners die daarop aangewezen zijn.
Kanttekeningen
1.1. Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 wijzigt nog. De gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op de verdeelsystematiek zoals die voor 2025 en de daaropvolgende jaren geldt. Hoewel in de ramingen rekening is gehouden met indexatie van lasten en baten, kunnen die uiteraard in de praktijk gaan afwijken. Via een Bestuursrapportage vindt bijstelling plaats van de Begroting 2025 en het Meerjarenperspectief 20262028. In de concept-Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 van West Maas en Waal hebben we opgenomen de uitkomst van de ontvangen concept-Begroting 2025 van Werkzaak Rivierenland. Alle gemeenten zenden een zienswijze in. Vervolgens is het aan het AB van Werkzaak om deze te wegen en de Begroting vast te stellen. Dit staat gepland voor 11 juli 2024. Een gewijzigde vaststelling van deze stukken van Werkzaak Rivierenland (en dus een ander resultaat) verwerken wij in onze Najaarsnota 2024. Daarnaast hebben we te maken met macroeconomische (na-ijl) effecten veroorzaakt door geo-politieke ontwikkelingen (denk aan de oorlogssituatie in de Oekraïne en het Gaza-conflict) en wellicht gewijzigd Kabinetsbeleid. Via rapportages houdt Werkzaak Rivierenland ons op de hoogte (zowel getalsmatig, inhoudelijk als financieel).
Financiën
Bij de in de primitieve Begroting 2025 van Werkzaak Rivierenland zouden wij de volgende opmerkingen willen plaatsen. • Pag. 12 e.v. Programma’s (par. 5.1) De Begroting 2025 is opgebouwd aan de hand van 6 programma’s. Hiermee wordt voldaan aan de uitkomsten van de Bestuurlijke Agenda 2020. Relevante informatie (zoals doelstellingen en beleidsindicatoren) zijn herkenbaar weergegeven.. Voor het vergelijk zijn de cijfers 2025 (en meerjarenperspectief) geplaatst tegenover de cijfers van de Jaarrekening 2023 en de Begroting 2024. • Pag. 18 e.v. Participatie (par. 5.2) Werkzaak Rivierenland maakt geen onderscheid in de dienstverlening op basis van achtergrond van de doelgroep. De doelstellingen voor dit programma en de programma’s Wet sociale werkvoorziening (4.3) en Beschut (4.4) komen daarom overeen. De programmatekst is opgenomen in dit programma. Bij de overige programma’s wordt hiernaar verwezen. Het aantal dienstverbanden P-wet blijft vrijwel gelijk. • Pag. 24 Sociale werkvoorziening (par. 5.3) West Maas en Waal is voor dit onderdeel geen deelnemer van Werkzaak Rivierenland. In de bestuurlijke agenda is afgesproken dat de werkelijke gemaakte kosten voor de doelgroep Wsw worden doorbelast naar de deelnemers. • Pag. 26 Beschut werk (par. 5.4):
Beschut werk is een instrument voor mensen die kunnen werken in een aangepaste omgeving. Het gaat hierbij om mensen die begeleiding en/of aanpassing(en) van het werk nodig hebben en daardoor wel kunnen werken. Deze doelgroep Beschut blijft de komende jaren groeien. Op basis van deze groei ontwikkelen de baten en lasten zich. De inzet van interne (ambtelijke) capaciteit verschuift van de Wsw-doelgroep (daling met 6%) naar beschut en is van invloed op het programma resultaat. De rijksvergoeding die wordt ontvangen, is gebaseerd op de taakstelling. Op dit moment is er sprake positief subsidieresultaat. Als het aantal mensen met een dienstverband bij Werkzaak stijgt naar het niveau van onze taakstelling komen we financieel gezien te kort op de specifieke rijksvergoeding voor de begeleiding van deze doelgroep. De loonkosten voor deze doelgroep worden betaald uit verstrekte loonkostensubsidies en inleenvergoedingen. Hier resteert een nadeel, dat wordt gecompenseerd door een voordeel op BUIG. • Pag. 28 Inkomensvoorziening (par. 5.5): Voor het resultaat tussen de rijksvergoedingen (BUIG en LKS) en de kosten is een tweetal stelposten (voor 2025 e.v. jaren) opgenomen (ter grootte van ca. € 3.8 milj.) zodat de impact op de begroting gedempt wordt. In financiële zin maakt de crisis het begroten onzeker.
In de primitieve begroting van 2025 (van Werkzaak) is rekening gehouden met de stijging van het minimumloon met 1,2% per 1 juli 2024 en 5,8% per 1 januari 2025. De stelpost BUIG/LKS dienen als buffer voor onvoorziene kostenstijgingen. Door frequent te monitoren en zo nodig te rapporteren aan o.a. AB en gemeenten, blijft Werkzaak wel in control. • Pag. 32 Overhead (par. 5.6) In de Begroting 2025 en het Meerjarenperspectief is, op advies van de toezichthouder, een post onvoorzien opgenomen van € 44.000,- binnen de bedrijfsvoeringskosten. Verantwoording hiervan zal achteraf plaatsvinden. Het gevolg van alle ontwikkelingen is dat de totale Begroting 2025 van Werkzaak Rivierenland stijgt naar € 114,9 milj. (t.o.v. € 108,3 milj. in 2024). Voor de jaren 2026 t/m 2028 sluit het Meerjarenperspectief op gemiddeld ca. € 114,5 milj. per jaar. Samenvatting. Per saldo resulteert de nieuwe Begroting 2025 in een bijdrage van de deelnemende gemeenten van € 20,947 milj. (incl. de opgenomen stelposten en excl. de Rijksvergoedingen). Dit is de zogeheten bijdrage Bedrijfsvoering. Hierbij moeten de volgende opmerkingen worden geplaatst: • De in de Begroting 2025 e.v. jaren bij BUIG en LKS opgenomen stelposten moeten worden gezien als een opdracht aan Werkzaak tot realisatie. Een positief subsidieresultaat komt bij de Jaarrekening ten gunste van de deelnemende gemeenten. Wanneer de stelposten (cf.
de doelstelling) niet benodigd zijn voor het opvangen van hogere uitkeringslasten, lagere rijksvergoedingen en omzetschommelingen, is er aan het eind van een jaar een positief subsidieresultaat. Dit extra voordeel komt dan weer ten goede van de gemeenten op basis van de afgesproken verdeelsleutel. • De afrekening van de BUIG en LKS vindt in het Begrotingsjaar 2025 voor het eerst plaats geheel volgens de nieuwe systematiek. Dat betekent dus: 0% direct ten gunste / ten laste van de individuele gemeente en 100% volgens het nieuwe verdeelsystematiek, Hierbij worden eventuele tekorten per deelnemende gemeente gedekt uit overschotten van andere gemeenten; • De gemeenten worden via het Gemeentefonds gecompenseerd voor de loon/prijsontwikkeling. • De lasten/baten die specifiek aan de Wsw kunnen worden toegerekend, worden doorbelast aan de betrokken gemeenten op basis van het aantal WSW-ers; • de deelnemers die participeren in de Participatiewet brengen het basisbedrag voor de
uitvoering van die wet in dat zij ontvangen van het Rijk. Dit ontvangen de gemeenten via het cluster inkomen en participatie in de Algemene Uitkering (excl. uitkeringsfactor). Het verschil wordt verdeeld naar rato van het aantal bijstandsgerechtigden en loonkostensubsidies op grond van de Participatiewet. De bijdrage van West Maas en Waal in het surplus bedraagt ca. 7,5%; • In de Begroting 2025 en de Meerjarenraming 2026-2028 is rekening gehouden met de – op het moment van samenstelling - bekende effecten van de verwachte herijking van het Gemeentefonds. Eventuele veranderingen ten gevolge van de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk of beleidsbijstellingen van het nieuwe Kabinet zijn nog niet meegenomen. Effect voor West Maas en Waal. Kosten Op pagina 64 en volgende van de concept-Begroting 2025 (Par. 8.1) staan per gemeente de bijdragen aan Werkzaak Rivierenland gespecificeerd weergegeven. De totale bijdrage voor 2025 wordt geraamd op € 6.452.000,- (zowel rijksvergoedingen BUIG, Bbz, LKS, Participatie, de uitvoeringskosten als de taken uitgevoerd op grond van de Dvo’s). In de jaren daarna (2026 t/m 2028) loopt dit bedrag op tot € 6.763.800,-. Daarbij moet worden opgemerkt dat rekening is gehouden met een stelpost BUIG en LKS. Hierbij valt op dat het gemeentelijk subsidieresultaat op de BUIG aflopend is. Voor 2024 wordt voor BUIG nog een overschot verwacht van € 68.900,-.
In de jaren 2025 tot en met 2028 is sprake van een klein tekort van gemiddeld € 35.000,-. Door de veranderde bekostigingsafspraken op basis van de Bestuurlijke Agenda 2020 ondervinden wij hiervan géén nadeel. De nieuwe verdeelsystematiek per 1-1-2025 betekent dat een individueel nadeel gedragen wordt door de gemeenten met een saldo-overschot. Naast de verschuldigde bijdrage in de uitvoering van de Participatiewet, hebben wij de uitvoering van verschillende taken ondergebracht bij Werkzaak. Het gaat daarbij om de Bijzondere Bijstand, het Armoede-beleid, en de begeleiding van bijstandsgerechtigden met KP4. De lasten hiervan (zowel uitvoering als verstrekkingen) worden geraamd op gemiddeld € 870.000,-. Deze uitbesteedde diensten worden jaarlijks afgerekend op basis van werkelijke kosten (mensuren, producten en diensten).. Begrotin Rekening g 2023 2024 Bijdrage inkomen Bijdrage Werk
Begroting 2025-2028 2025 2026 2027
2028
€ 3.245.500 € 446.100 € DVO *1 1.732.600 Bijdrage € bedrijfsvoering 1.119.200 resultaat -€ Bedrijfsvoering 180.600 € Totaal 6.362.800
€ € € € € 3.594.600 3.733.600 3.772.900 3.806.600 3.881.200 € 469.500 € 484.300 € 524.000 € 535.300 € 548.700
Stelpost BUIG Stelpost LKS
€ 68.900 -€ 33.100 -€ 34.700 -€ 36.200 -€ 33.500 € 242.100 € 196.200 € 211.800 € 226.300 € 241.200 € 311.000 € 163.100 € 177.100 € 190.100 € 207.700
€ 670.900 € 867.100 € 868.700 € 870.400 € 872.100 € € € € € 1.323.100 1.367.600 1.383.100 1.424.000 1.461.800 € € € € € 6.058.100 6.452.600 6.548.700 6.636.300 6.763.800
*1 De kosten over 2023 zijn incidenteel beïnvloed door de uitvoering van de Energietoeslag. Dekking: Tegenover de bijdrage aan Werkzaak Rivierenland staan enerzijds van het Rijk te ontvangen vergoedingen (BUIG en LKS). Daarnaast zijn in de gemeentebegroting functionele lastenramingen opgenomen voor de uit te voeren taken (zoals Bijz. Bijstand, Armoedebeleid en KP4). Het financieringsresultaat is in de gemeentebegroting zichtbaar op de onderscheidene kostenplaatsen en kostensoorten (P-wet, IOAW, IOAZ, BBZ, SW, Bijstand, Armoedebeleid).
Communicatie
Aanpak en planning
Participatie
Bijlagen
De Adviesraad Sociaal Domein is geïnformeerd over Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 Werkzaak Rivierenland. Zodra van haar een reactie is ontvangen, voegen wij dit als bijlage bij dit voorstel.
Wanneer u akkoord gaat, sturen wij de zienswijze aan Werkzaak Rivierenland. Na definitieve vaststelling van de Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 door Werkzaak Rivierenland stellen wij u daarvan in kennis stellen. Wanneer u akkoord gaat, sturen wij de zienswijze aan Werkzaak Rivierenland.
n.v.t.
• Aanbiedingsbrief d.d. 19 april 2024 • Concept-Begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 Werkzaak Rivierenland • Brief met zienswijze • Reactie Adviesraad Sociaal Domein (wordt nagezonden)