Raadsvoorstel Uitgangspunten lokaal minimabeleid 2024
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Uitgangspunten lokaal minimabeleid 2024
Aangeboden door
College van B&W
Portefeuillehouder
R.A.N. Reuvers
Team
Team Samenleving
Zaakkenmerk/Document kenmerk
Z.086834/D.250482
Datum document
23 mei 2023
Vertrouwelijkheid
Openbaar
Bijlagen
Ja
Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Bijlagen
Voorgesteld besluit
Aanleiding
1. In te stemmen met de uitgangspunten zoals die zijn benoemd in de notitie ”Uitgangspunten lokaal minimabeleid 2024”; 2. Re-allocatie bestaande middelen bij vaststelling van de Najaarsnota 2023 en 3. Met ingang van het Begrotingsjaar 2024 het voor de uitvoering benodigde extra budget van € 125.000,-- structureel vrij te maken en op te nemen in de begroting 2024 en volgende jaren.
In de raadsvergadering van november 2022 is een amendement aangenomen (nr. A- 2022-11) waarin het college wordt opgeroepen om samen met de Raad te komen tot nieuw beleid met als doel de armoede
regeling goed te laten aansluiten op de doelgroepen die de ondersteuning daaruit nodig hebben. Op 9 februari 2023 heeft een opiniërende raadsbijeenkomst rond het thema “lokaal minimabeleid” plaatsgevonden. De tijdens die bijeenkomst gedeelde informatie en verkregen inzichten zijn aansluitend met u gedeeld. Daarnaast hebben wij uitvoerig gesproken met de Adviesraad Sociaal Domein en onze uitvoeringspartner. Dit alles heeft geleid tot een notitie “uitgangspunten lokaal minimabeleid 2024”. Overeenkomstig de bestuurlijke afspraken wordt deze ter vaststelling aan uw raad voorgelegd.
Beoogd effect
Instemmen met de uitgangspunten zoals die benoemd zijn in de notitie. Daarnaast wordt u gevraagd om het voor de uitvoering daarvan benodigde budget vanaf 2024 structureel in de Begroting en de Meerjarenraming op te nemen.
Argumenten
1.1 Sturen op hoofdlijnen en pro-actieve informatieplicht Overeenkomstig de bestuurlijke verhoudingen stelt uw raad de kaders vast van het beleid. Aansluitend is het college van Burgemeester en Wethouders aan zet om deze te vertalen in uitvoeringsmaatregelen. Dit betekent dat de kaders, uitgewerkt in de notitie “uitgangspunten lokaal minimabeleid 2024” de hoofdlijnen van het beleid beschrijven. De concrete invulling in vorm van de vaststelling van de beleidsregels en de uitvoeringsafspraken, is een verantwoordelijkheid van ons college. Uiteraard is het aan uw raad om toe te zien op de uitvoering door ons college. Om uw rol als beleidsbepaler én toezichthouder goed te kunnen invullen, zal op de gepaste momenten informatie aan u worden verstrekt over de uitvoering en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen. Dit zal gebeuren gelijktijdig met de aanbieding van de gebruikelijke P&Cdocumenten maar ook tussentijds wanneer de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven (pro-actieve invulling van onze informatieplicht). 1.2 Heldere uitgangspunten die aansluiten bij generiek beleid Het lokaal minimabeleid dient een bijdrage te leveren aan de ambities die wij als gemeente hebben. Dit betekent dat bij het benoemen van die uitgangspunten de verbinding is gelegd met het totale gemeentelijk beleid en niet alleen het sociaal domein.
Doelstellingen dienen elkaar te ondersteunen en niet tegen te spreken. Vanuit dat perspectief is bij het benoemen van de uitgangspunten (algemeen en specifiek) aansluiting gezocht bij de belangrijkste kernwaarden: o In ons beleid draait het om inclusiviteit (iedereen telt mee), o we beogen zelfredzaamheid van onze inwoners (iedereen kan meedoen); o ons beleid sluit aan bij de leefwereld van de inwoners (ondersteuning is indien nodig maatwerk); o wij zijn een regie-gemeente (uitvoering is belegd bij partners) en o uitvoering dient efficiënt en effectief plaats te vinden. Hieruit vloeit ook voort dat de uitvoeringsregels die door ons college worden vastgesteld op basis van het door uw raad vastgestelde beleidskader aan bovenstaande eisen moeten voldoen.
1.3 Behouden wat goed is en verbeteren waar het kan Al veel jaren voeren een we lokaal minimabeleid. De effecten daarvan zijn lang niet altijd op korte termijn zichtbaar. Het is vaak iets van de lange adem. Daarnaast veranderen door on-beïnvloedbare factoren de omstandigheden waarmee de doelgroep heeft te maken. Dit betekent dat het volledig overhoop gooien van ons beleid niet bijdraagt aan de doelstellingen. Dat betekent niet dat er geen accentverschuivingen of bijstellingen mogelijk zijn. In ons nieuwe beleidskader brengen we deze aan door scherper te benoemen wie onze doelgroep is (wie wanneer wel maar ook wie niet), uniformiteit en transparantie (vervallen van een veelvoud aan regelingen die niet bijdraagt aan herkenbaar voor de inwoner en heldere communicatie) en focus op efficiënte en effectieve uitvoering. De notitie “uitgangspunten lokaal minimabeleid 2024” kan daarom worden getypeerd als: behouden wat al goed was en verbeteren waar we mogelijkheden zien. Hieronder hebben wij voor u de voor de inwoner meest van belang zijnde uitgangspunten kort samengevat. Voor een volledig overzicht van alle uitgangspunten en de bijbehorende overwegingen verwijzen wij u par. 3.2 van de notitie. o Alle inwoners van onze gemeente behoren tot de doelgroep.
Nu dus ook de gezinnen/huishoudens met kinderen onder de 4 jaar, zonder kinderen of met medegezinsleden van 18+; o We hanteren binnen ons minimabeleid één inkomensgrens van 120% (was 110% en soms 120%); o De vermogensgrens wordt voor de jaarlijks toe te kennen vergoedingen opgetrokken tot 125% (dit was 100%); o Bij het bepalen van de inkomens- en vermogensgrens gaan we uit van een referteperiode (i.p.v. de aanvraagdatum); o Voor de meest kwetsbaren (chronisch zieken en gehandicapten en de gezinnen in de schuldhulpverlening) gelden op onderdelen afwijkende (gunstigere) voorwaarden of een hogere vergoeding; o Wij blijven uitgaan van normatieve vergoedingen maar die worden jaarlijks geïndexeerd én er geldt een bestedingsverplichting; o Een toegekende vergoeding is persoonlijk en dus niet overdraagbaar binnen het gezin/huishouden; o De normvergoeding voor een kind (0 tot 18 jaar) is hoger dan de normvergoeding voor een volwassene; o We gaan door op de weg van vereenvoudiging en uniformering van regelingen door het aantal regelingen te verminderen en uitvoeringsbepalingen op te nemen (vergoeding wordt o.a. afhankelijk van datum / duur inwoner-schap van onze gemeente). Al deze uitgangspunten leiden tot veranderingen in de bestaande regelingen. In bijlage 2 bij de notitie “uitgangspunten lokaal minimabeleid 2024” geven wij u hiervan – op hoofdlijnen - een samenvattend overzicht.
2.1 Begrotingsramingen aanpassen aan de werkelijk. Ieder jaar doen zich op basis van veranderde omstandigheden (omvang klantenbestand, gewijzigde regelgeving, meer of minder beroep op een regeling, etc..) veranderingen voor in de lasten. Daarmee heeft echter géén budgetuitzetting plaatsgevonden. De lastenverschuivingen zijn echter niet altijd direct vertaald in een bijstelling van de functionele ramingen in de begroting. Door nu de functionele ramingen in de Begroting aan te passen ontstaat weer een passend vergelijk met de werkelijke uitgaven. Dit draagt bij aan de inzichtelijkheid van de kosten en daarmee ook aan de jaarlijks
verantwoording. 3.1. Extra geld. Voor het begrotingsjaar 2023 is door uw raad een extra budget beschikbaar gesteld van € 125.000,- (incl. extra kosten uitvoering). Het betrof hier een eenmalig bedrag dat ten laste is gebracht van het Begrotingsresultaat 2023. Het structureel voortzetten van de extra gelden zou – conform de aangenomen motie – betrokken worden bij de discussie over de herijking van het lokaal minimabeleid. Met dit raadsvoorstel en de bijbehorende notitie “uitgangspunten lokaal minimabeleid 2024” wordt invulling gegeven aan die opdracht. Het zal u duidelijk zijn dat ruimhartiger beleid dat bijdraagt aan de ambities die wij als gemeente nastreven, geen vorm en inhoud kan krijgen zonder een structureel budget. In paragraaf 5 Kosten, baten en dekking van dit voorstel zullen wij niet alleen ingaan op de verschuivingen binnen de bestaande budgetten (re-allocatie) maar ook op de benodigde budgetuitzetting. Hier kunnen we alvast melden dat op basis van een extrapolatie van de in de historie gemaakte kosten en de uitkomsten van de berekeningen op grond van de gemaakte keuzes en verwachtingen, een structureel budget van € 125.000,-- als toereikend kan worden gezien. Dit is dus gelijk aan het bedrag dat incidenteel voor 2023 beschikbaar is gesteld.
Kanttekeningen
Financiën
n.v.t.
De kosten Op basis van de kosten 2022, geëxtrapoleerd naar 2023 en aangepast aan de voorgestelde veranderingen, verwachten wij voor 2024 en volgende jaren het volgende uitgavenpatroon: Bijzondere Bijstand (Verstrekkingen + leenbijstand) € 210.000,- *1 Individuele Inkomensondersteuning (IIT) : € 65.000,- *1 Minimaregelingen: € 290.000,- *2 Uitvoeringskosten: € 150.000,- *3 Totaal: € 715,000,Noot: *1 In deze ramingen is rekening gehouden met de functionele verschuivingen binnen de gemeentebegroting. Door de veelheid van en complexiteit in de regelingen zijn beleidswijzigingen in het verleden – mede vanwege het budgettair neutrale karakter - niet (juist) vertaald naar de verschillende onderdelen van ons gemeentelijk armoedebeleid (t.w. Bijzondere Bijstand, Individuele Inkomenstoeslag en Minima-regelingen). Daarbij speelde ook een rol dat de kosten zowel voortvloeien uit vergoedingen aan inwoners (door Werkzaak Rivierenland) als de geldswaarde van verstrekte voorzieningen (zoals van de waardebonnen). Verder is rekening gehouden met de ontwikkeling in de kosten van Bijzondere bijstand in de afgelopen jaren. De totale kosten van ons “oude” armoede beleid (dus excl. de kosten die voorvloeien uit de vaststelling van de nieuwe uitgangspunten) bedragen – na functionele herschikking - € 445.000,-. *2 In de raming van € 290.000,- is rekening gehouden met zowel een
uitbreiding van de doelgroep (inschatting op basis van CBS-cijfers) alsmede de bijgestelde vergoedingsbedragen. Vanwege de – op onderdelen gedifferentieerde normvergoedingen is zo nodig gerekend met een gemiddelde. In de raming is rekening gehouden met de te verwachte meerkosten van ca. € 120.000,-. *3 De verbreding van de doelgroepen van ons lokaal minimabeleid zal – samen met de gewijzigde inkomens- en vermogensgrenzen – leiden tot een toename van de inwoners die een beroep op de regelingen kunnen doen. Door regelingen te clusteren gaan we de uitvoeringskosten drukken. Ondanks een zo efficiënt en effectief mogelijke uitvoering van de regelingen, zal dit leiden tot een licht hogere uitvoeringskosten. Wij verwachten dat deze niet meer zullen zijn dan hooguit 5% (van € 144.600,naar € 150.000,-). Bijlage 3 van de notitie “uitgangspunten lokaal minimabeleid 2024” bevat een nadere indicatie van de kosten onderverdeeld naar de verschillende onderdelen en regelingen van ons armoedebeleid. De dekking In de Begroting 2023 zijn – voor herschikking - de navolgende bedragen beschikbaar voor Armoede beleid. Het gaat daarbij om de navolgende bedragen: Bijzondere Bijstand: - verstrekkingen + leenbijstand Individuele Inkomensondersteuning (IIT) Minimaregelingen: - structureel - incidenteel (alleen voor 2023) Uitvoeringskosten: Totaal
€ 295.750,€ 40.410,€ 109.238,€ 125.000,€ 144 600,€ 714.998,-
Het grootste deel van de hierboven benoemde budgetten is structureel. Tot een bedrag van € 125.000,- (voor verstrekkingen én extra uitvoering) is sprake van een incidenteel (eenmalig) budget. Hierbij gaat het om het bedrag dat in november 2022 door de raad is vrijgemaakt voor slechts het jaar 2023. De beschikbare budgetten voor verstrekkingen aan onze inwoners zijn/worden functioneel geraamd op de kosten plaatsen: 66241 / 4420 Bijzondere Bijstand 66242 / 4420 Leenbijstand 66243 / 4420 t/m 4422 Armoedebeleid 66244 / 4420 Individuele inkomenstoeslag./ De kosten van uitvoering zijn in onze begroting opgenomen onder kostenplaats 66241 / 4433. Met het aanvaarden van dit voorstel en de daaruit voortvloeiende budgetuitzetting worden, geeft u ons opdracht tot aanpassing van de functionele ramingen in de Begroting 2024. Hiermee is tevens verzekerd de dekking voor de kosten van de beleidsuitvoering per 1 januari 2024. Verder draagt dit bij aan een heldere en inzichtelijke monitoring en zuivere verantwoording in de reguliere P&C-documenten.
Communicatie
De Adviesraad Sociaal Domein heeft onze notitie “Uitgangspunten lokaal minimabeleid 2024” ontvangen. Daarin zijn meegenomen de op 28 maart 2023 aan ons meegegeven overwegingen voor een nieuw lokaal minimabeleid. Het gaat dan met name om het toepassen van één inkomensgrens. Verder zijn aanbevelingen gedaan welke wij bij de uitvoering van en de communicatie over ons beleid mee zullen nemen. Het gaat daarbij o.a. over het verbeteren van het inzicht van de burgers in de regels (bijv. publiceren van de inkomens- en vermogensgrenzen, wie heeft wanneer waar recht op, etc..). Op 20 mei 2023 is het door de Adviesraad Sociaal domein uitgebrachte advies ontvangen. Hierin worden 4 aanbevelingen gedaan. Hieronder gaan we kort in op hun aanbevelingen. Advies 1: nadere uiteenzetting hogere vergoeding 0-18 jarige in par. 3.2.4: Reactie In de par. 3.21.4. hebben we aan gegeven waarom we er voor kiezen om in sommige gevallen aan 0-18 jarige een hogere vergoeding tot te kennen. In bijlage 2 hebben we aangegeven op welke wijze en in welke regelingen dit zwaardere gewicht wordt toegekend. In de nadere uitwerking van de beleidsuitgangspunten (in de vorm van de beleidsregels) en de daarbij behorende toelichting(en) zullen we extra aandacht schenken aan dit gegeven. Advies 2: Informatie over inkomens- en vermogensgrens in par.
3.2.2 en 3.2.3: Reactie: In het najaar zal aandacht zijn voor het herijken van de informatie op onze webiste over de minima-regelingen. Daarbij zullen we tevens aandacht hebben voor de gedane suggestie tot het opnemen van meer informatie over de van toepassing zijnde inkomens- en vermogensgrenzen binnen ons beleid. Advies 3: informatie over bestedingsdoel in de beschikking Reactie: Na update van de informatie op onze website zal bij de betreffende regelingen meer (duidelijker) informatie worden vermeld over de bestedingsdoelen. Verder zullen we in overleg met de uitvoeringsorganisatie nagaan op welke wijze de toekenningsbeschikking het beste kan worden aangepast of voorzien van een bijlage zodat ook besteding conform de doelstelling plaatsvindt. Advies 4: draagkrachtberekening meer flexibel maken Reactie: In de uitvoering van ons minimabeleid vindt géén toepassing plaats van een draagkrachtberekening per boekjaar (tijdvak van 12 maanden). We werken met de referteperiode van 3 maanden voorafgaand aan de datum van ontvangst van de beschikking. Binnen de uitvoering van de Bijzondere Bijstand is wel sprake van een draagkrachtberekening voor een langere looptijd. Hoewel dit beleid op dit moment niet ter discussie staat, zullen we in overleg met de uitvoeringsorganisatie nagaan welke (juridische) mogelijkheden er zijn en welke voor- en/of nadelen hieraan kleven.
Van de uitkomsten zullen we de Adviesraad Sociaal Domein op de hoogte stellen.
Aanpak en planning
Wanneer u akkoord bent gegaan met dit voorstel, starten wij na de zomervakantie met de nadere uitwerking in een of meerdere beleidsregels. Het proces ziet er als volgt uit:
Na 1-8-2023 Advies (in- en extern) Aanleveren college Vaststellen van beleidsregels door college Afstemming uitvoering per 1-12024 - eenmalige aanpassingen - wijziging processen Aanpassing (gemeentelijke) informatiebronnen Opstellen/ bijstellen communicatie(kalender)
Uitvoeren: Aug-okt. 2023
Wanneer gereed: 11 okt 2023 25 okt. 2023 31-10-2023
November 2023
01-12-2023
Nov./dec. 2023
31-12-2023
December 2023
31-12-2023
Uiteraard zullen wij u via de gebruikelijke P&C-documenten op de hoogte houden van de aan de uitvoering verbonden lasten. Daarnaast staat voor september/oktober 2024 een eerste tussenrapportage op de agenda. Dit zal echter afhankelijk zijn van de kwaliteit, betrouwbaarheid en voorspelbaarheid van de informatie.
Bijlagen
- Notitie "Uitgangspunten lokaal Minimabeleid 2024" - Reactie Adviesraad Sociaal Domein (d.d. 20 mei 2023)