Raadsvoorstel Transitieplan Omgevingsplan
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Transitieplan omgevingsplan
Aangeboden door
College van B&W
Portefeuillehouder
M.A.A. van den Boom-Witzel
Team Zaakkenmerk/Document kenmerk
Team Ruimte Z.110595/D.312941
Datum document
6 januari 2025
Vertrouwelijkheid
Openbaar
Bijlagen
Ja
Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Participatie 10. Bijlagen
Voorgesteld besluit
1. Kennis nemen van het transitieplan omgevingsplan 2. Voor de financiële dekking een bestemmingsreserve “transitieplan omgevingsplan” in stellen en deze bestemmingsreserve als volgt te vullen: 3. Het overschot 2024 van € 308.501 op de kostenplaats 68505-4335 toe te voegen aan de bestemmingsreserve “transitieplan omgevingsplan” 4. Het geoormerkte restantdeel Omgevingswet van € 23.145 uit de algemene reserve toe te voegen aan de bestemmingsreserve “transitieplan omgevingsplan” 5. Het deel van € 174.015 wat bij de decembercirculaire 2023 is toegekend voor de implementatie Omgevingswet toe te voegen aan de bestemmingsreserve “transitieplan
omgevingsplan” en deze ten laste te laten komen van de algemene reserve. 6. Een bedrag van € 50.000,- per jaar voor de periode tot en met 2031 van de kostenplaats 68400-4310 structuur en bestemmingsplannen in te zetten voor het 'transitieplan omgevingsplan'
Aanleiding
Na vele jaren van voorbereiding en uitstel is de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 een feit. Vanaf deze datum wordt met deze nieuwe wet gewerkt. In de periode tot december 2023 lag de focus bij een goede overgang van het oude rechtsstelsel naar de Omgevingswet (de zogeheten minimale acties). De komende periode staat in het teken van de omslag naar het verder aan de slag gaan met de Omgevingswet. Op 31 december 2031 moet onze gemeente over één omgevingsplan voor het hele grondgebied beschikken. Op dat moment vervalt namelijk het tijdelijke deel van het omgevingsplan (de huidige bestemmingsplannen, onderdelen van verordeningen en bruidsschat) en daarmee een omvangrijk complex aan regelgeving. We hebben tot 2032 de tijd om de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan over te hevelen naar het nieuwe (permanente) deel van het omgevingsplan. Ook (onderdelen van) gemeentelijke verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving moeten we voor 2032 naar het permanente omgevingsplan verhuizen. Dit is een omvangrijke en meerjarige opgave. Daarom hebben we een transitieplan gemaakt waarin de uitgangspunten en de route naar 2032 zijn opgenomen.
Beoogd effect
Er bestaat geen standaard omgevingsplan. Het plan moet grotendeels naar eigen inzicht en behoeften van de gemeente worden vormgegeven. Als tussenstap is eerst dit transitieplan opgesteld met daarin de belangrijkste elementen, richtingen en stappen voor het definitieve omgevingsplan dat bij onze gemeente past.
Argumenten
1.1 Gestructureerd werken naar de wettelijke deadline We zijn wettelijk verplicht om over een volledig Omgevingsplan te beschikken voor 1 januari 2032. Dit transitieplan zorgt ervoor dat we ook daadwerkelijk gestructureerd toewerken naar deze deadline. 1.2 Het transitieplan vergemakkelijkt de verdere voorbereidingen voor het definitieve omgevingsplan Er moeten nog veel keuzes gemaakt worden om tot een omgevingsplan te komen. Keuzes die nu nog lang niet allemaal definitief gemaakt kunnen worden. Maar waarvan het wel wenselijk is om met elkaar te constateren of we op de goede weg zijn. Met het vaststellen van de richting in het transitieplan kunnen vervolgstappen worden gezet. De definitieve inhoudelijke keuzes
rondom de regels in het omgevingsplan komen aan de orde bij de raadsbehandeling van een nota van uitgangspunten voor iedere verhuizing van de bestemmingsplanregels naar het definitieve omgevingsplan. 1.3 Het transitieplan vult een deel van de beleidscyclus van de Omgevingswet in. Alle instrumenten uit deze beleidscyclus staan met elkaar verbinding. Daarbij is er sprake is van een inhoudelijke doorwerking van het ene instrument in het andere instrument. De centrale vraag daarbij is hoe de Omgevingsvisie West Maas en Waal vertaald kan worden naar de regels in het omgevingsplan. Als tussenstap daarvoor is het instrument programma’s in het leven geroepen. Daarin wordt de omgevingsvisie geconcretiseerd tot de ‘hoe vraag’. De ambities uit de Omgevingsvisie worden daarin uitgewerkt en beleidsregels en maatregelen kunnen worden voorgesteld. Dat maakt de vertaling van de omgevingsvisie naar het definitieve omgevingsplan makkelijker. In het transitieplan is een hoofdlijn uitgewerkt hoe deze programma’s kunnen worden opgesteld. Kort samengevat komt het erop neer dat we voor het buitengebied en ieder dorp een integraal en gebiedsgericht programma maken. Hierin vindt gebiedsgericht de vertaling plaats vanuit de omgevingsvisie, waar tevens het oude beleid (voor 1-1-2024) in verwerkt kan worden.
Daarnaast zijn er vanuit rechtswege twee verplichte thematische programma’s; een programma wonen en een programma warmte. Het uitwerken van de beleidscyclus noemen we in West Maas en Waal het beleidshuis. Dit werken wij momenteel verder uit in een uitvoeringsparagraaf van de Omgevingsvisie de we als addendum door de gemeenteraad willen laten vaststellen. 2.1 Door een bestemmingsreserve in te stellen wordt het mogelijk om met beschikbare middelen van nu een bepaald doel in de toekomst te realiseren, zonder toekomstige begrotingsruimte daarvoor te gebruiken. Het instellen van een reserve zorgt voor een bufferfunctie om fluctuaties in de exploitatie op te vangen. Het draagt daarmee bij aan de consistentie van de begroting en ondersteund tegelijkertijd de bewegelijkheid van de uitgaven tijdens de transitiefase voor het omgevingsplan. De onttrekking vanuit de bestemmingsreserve naar de exploitatie verloopt volgens het bestedingsschema zoals opgenomen in de financiële paragraaf van dit voorstel. 3.1 Het overschot van € 308.501 uit 2024 is opgebouwd uit eerdere rijksbijdragen en doorgeschoven budget uit 2023. Het voorstel is om dit budget van de kostenplaats 68505-4335 over te hevelen naar 2025 en toe te voegen aan de bestemmingsreserve “transitieplan omgevingsplan”. Daarmee wordt het budget ingezet voor het oorspronkelijke doel, namelijk de implementatie van de Omgevingswet.
4.1 In de algemene reserve is nog € 23.145 geoormerkt voor de implementatie Omgevingswet. Het voorstel is om ook dit bedrag uit de algemene reserve toe te voegen aan de bestemmingsreserve “transitieplan omgevingsplan”. Daarmee worden alle budgetten voor de verdere implementatie van
de Omgevingswet overzichtelijk gebundeld en ingezet voor het transitieplan Omgevingsplan. 5.1 Het rijk heeft bij de decembercirculaire 2023 € 174.015 beschikbaar gesteld voor de implementatie van de Omgevingswet Bij de verwerking van de decembercirculaire 2023 in de begroting van West Maas en Waal is dit bedrag per abuis niet gelabeld voor de Omgevingswet en volledig gestort in de algemene reserve. Wij stellen voor om deze middelen alsnog uit de algemene reserve te halen en te storten in de bestemmingsreserve 'transitieplan omgevingsplan'. In de decembercirculaire 2023 kondigde het rijk ook een eenmalige bijdrage voor de implementatie van de Omgevingswet in 2025 aan. Voor West Maas en Waal gaat het om ongeveer € 196.000. Deze middelen worden naar verwachting in een volgende circulaire uitgekeerd. Het voorstel is om deze middelen dan toe te voegen aan de bestemmingsreserve 'transitieplan omgevingsplan'. Dit zal financieel worden meegenomen bij de verwerking van de betreffende circulaire. 6.1 Binnen de huidige budgetten is nog € 50.000 beschikbaar voor het transitieplan omgevingsplan Naast de inzet van de rijksgelden is ook kritisch gekeken naar de bestaande budgetten. Uit deze analyse is gebleken dat € 50.000 per jaar, tot en met 2031, van de kostenplaats 68400-4310 structuur- en bestemmingsplannen ingezet kan worden voor de uitvoering van het transitieplan.
Dit budget werd voorheen gebruikt voor het opstellen en actualiseren van bestemmingsplannen. Dit is tijdens de transitieperiode niet meer nodig en daarom kan dit budget worden vrijgemaakt. Het bedrag van € 50.000 van 2025 t/m 2031 overhevelen van 68400-4310 naar kostenplaats 68505-4335 Omgevingswet.
Kanttekeningen
1.1 Het transitieplan is een dynamisch document en is daarom niet in beton gegoten. De landelijke voorziening Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en wetgeving zijn nog verder in ontwikkeling en de opgave om tot één omgevingsplan te komen is enorm. Dit maakt dat de opgave op dit moment nog niet volledig is te overzien. Het transitieplan is dan ook een dynamisch document dat kan worden bijgesteld als dat nodig is. Zo wordt grip gehouden op de opgave en planning en kan worden bijgestuurd waar nodig. Het transitieplan is dus bedoeld voor onze gemeentelijke organisatie om handelingsperspectief te hebben richting een volwaardig omgevingsplan op 1 januari 2032, maar ook om te kunnen blijven faciliteren in lopende en nieuwe ontwikkelingen binnen onze gemeente. Daarnaast is het belangrijk om bij de informatievoorziening richting inwoners en ondernemers duidelijkheid te geven wat wanneer wordt verwerkt in het omgevingsplan. Het transitieplan bevat nog geen inhoudelijke juridische keuzes over de regels die uiteindelijk landen in het omgevingsplan. Gezien zijn kaderstellende rol, hoort die bevoegdheid bij de raad. Indien aan de orde zal dit tijdens de
gehele transitieperiode aan de raad worden voorgelegd met een nota van uitgangspunten. In bijlage 1 van het transitieplan is dit proces van wijziging beschreven. 1.2 We gaan een onbekend proces in. De Omgevingswet is nieuw voor een ieder. Dit betekent onder andere dat we nog niet goed kunnen inschatten hoe bepaalde instrumenten gaan werken, of hoe processen gaan lopen. Ook weten we nog niet welke hulpmiddelen er eventueel beschikbaar komen of welke mogelijkheden door jurisprudentie geboden worden of juist verboden worden. Op dit moment is het DSO nog steeds een onzekere factor. Daarom heeft het Rijk nog steeds Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM’s) beschikbaar gesteld om planwijzigingen via een alternatieve route te publiceren.
Financiën
Algemeen Er zijn voor de invoering van de Omgevingswet interbestuurlijke afspraken gemaakt over de invoeringskosten. Kort gezegd komt dit erop neer dat de transitiekosten en opbrengsten voor rekening van de eigen organisatie/bestuurslagen komen. Het rijk betaalt de ontwikkelkosten van het Digtiaal Stelsel Omgevingswet. Vanwege het feit dat de Omgevingswet een aantal keer is uitgesteld heeft het Rijk gemeente daarvoor financieel gecompenseerd. De laatste eenmalige bijdrage is gepland in 2025. Kosten transitieplan omgevingsplan De stappen in het transitieplan zijn financieel vertaald in de onderstaande begroting. De uitgaven zijn geraamd op basis van onze ervaringscijfers van het opstellen van bestemmingsplannen, onlangs gehouden aanbestedingen en een globale benchmark bij vergelijkbare gemeenten.
De cijfers zijn al meegenomen in de meerjarenbegroting en daardoor verslechterd de weerstandsratio niet ten opzichte van begroting 2025. Mochten er geen uitgaven zijn met dit plan dan zou het een positief effect hebben op het weerstandsratio van 0,11 op de lange termijn. Technische aspecten instellen bestemmingsreserve Op grond van artikel 43 lid 2 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) kan de raad een bestemmingsreserve instellen. Daarom wordt voorgesteld om een
bestemmingsreserve Transitieplan Omgevingsplan in te stellen en met de genoemde middelen te vullen. Voorgesteld wordt om deze reserve als volgt vast te stellen: Naam: Transitieplan Omgevingswet Aard reserve: Bestemmingsreserve Registratienummer: 06256 Programma: 1 Wonen, werken en recreëren Doel: Uitvoering geven aan de activiteiten uit het transitieplan omgevingsplan die door de gemeenteraad is vastgesteld Ingangsdatum: 1 januari 2025 Stortingsplan: In totaal € 505.661 storten in de bestemmingsreserve, conform dit voorstel (Na de toegezegde Rijksuitkering 2025 komt de storting uit op op € 701.661, zie argument 5.1) Bestedingsplan: Uitgaven worden volledig ingezet voor de uitvoering van het transitieplan Omgevingswet. Opheffingsdatum: De bestemmingsreserve wordt automatisch opgeheven per 1-1-2033. Het eventuele restant wordt toegevoegd aan de Algemene Reserve. Reikwijdte: De reserve kent een ondergrens van € 50.000 en een bovengrens van € 1.000.000. Rente: Geen rentetoerekening Integraal financieel beeld 2023 en financiële monitor 2024 VNG Het integraal financiële beeld 2023 laat zien dat de kosten voor gemeenten stijgen. Het rapport laat verder zien dat in het gunstige geval er een terugverdientijd van 14 jaar is, in een gemiddeld scenario 35 jaar en in het slechtste scenario is er geen sprake van terugverdienen.
De financiële monitor Q1 2024 van de VNG laat zien dat er extra capaciteit nodig is voor de uitvoering van de Omgevingswet. Dit loopt op tot 10% van de bestaande capaciteit. Ook de financiële impact voor gemeenten is groot. De extra kosten worden begroot op een bedrag tussen 250 en 470 miljoen euro. Dit is ruim 10% van de kosten van het gemeentelijke fysieke domein. Oplopende kosten beheer Digitaal Stelsel Omgevingswet In 2023 kondigde het rijk al aan dat de kosten voor het beheer van het DSO oplopen. Gemeenten dragen voor 70% bij aan de kosten voor het beheer en doorontwikkeling van het DSO. De gemeentelijke bijdrage is vanaf 2020 structureel overgeheveld van het gemeentefonds naar de begroting van het min BZK. Gemeenten krijgen dus minder geld vanuit het gemeentenfonds. De extra kosten zijn nu opgevoerd in de septembercirculaire 2024. Dat betekent een extra onttrekking uit het gemeentefonds van 13 miljoen in 2025, oplopend naar 25 miljoen in 2029. In 2024 wordt nog eenmalig 10 miljoen extra onttrokken uit het gemeentefonds.
Communicatie
Over de besluitvorming rondom dit transitieplan wordt niet extern gecommuniceerd. Wel wordt de aanpak voor het opstellen van het definitieve omgevingsplan op de website gepubliceerd. Geïnteresseerden kunnen dan zien welke gebieden wanneer worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan. Op het moment dat er een start wordt gemaakt met een gebiedsgerichte
verhuizing naar het definitieve omgevingsplan, dan wordt de communicatie actief opgepakt. Hiervoor geldt vanuit de Omgevingswet ook een kennisgevings- en motiveringsplicht.
Aanpak en planning
1. Voorfase: Europese aanbesteding stedenbouwkundig bureau transitie omgevingsplan (start december 2024 en afronding Q2 2025) 2. Verwerken casco omgevingsplan in software, opstellen handboek wijzigingen omgevingsplan en afbakening werkingsgebieden (college, 2024/2025) 3. Beleidshuis op orde (college/gemeenteraad 2025/2026) o Uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie (2025) Gebiedsgerichte programma’s: o Programma vitaal platteland (2025) o Kwaliteitshandboek en dorpenpaspoorten transformeren naar een dorpenprogramma per dorp. (2025/2026) Thematische programma’s: o verplicht warmteprogramma hebben (2026) o verplicht volkshuisvestingsprogramma (2026) 4. Transitie bruidsschatonderdelen (gemeenteraad, 2025/2026) 5. Transitie ruimtelijke regels in deelgebieden (gebiedsgericht, gemeenteraad, 2026 / 2030) o Deelgebied 4a: buitengebied o Deelgebied 4b: recreatieterreinen o Deelgebied 4c: dorpen o Deelgebied 4d bedrijventerreinen 6. Voorbereiding en transitie verplicht gedeelte lokale verordeningen (gemeenteraad, 2029/2030) 7. Veegronde beleid en verleende vergunningen in het omgevingsplan (college, 2030/2031)
Participatie
Voor het opstellen van dit transitieplan heeft geen externe participatie plaatsgevonden. Zodra er wordt gestart met de inhoudelijke verhuizing van regels naar het definitieve omgevingsplan, dan wordt de participatie met belanghebbenden opgepakt. Hiervoor geldt vanuit de Omgevingswet ook een kennisgevings- en motiveringsplicht. Dat betekent dat belanghebbenden op de hoogte gebracht moeten worden van het feit dat er een wijziging van het omgevingsplan plaatsvindt. Bij de besluitvorming moet gemotiveerd worden hoe de participatie heeft plaatsgevonden en wat er met de inbreng is gedaan.
Bijlagen
1. Transitieplan Omgevingsplan