Raadsvoorstel Kaderbrief 2026 Werkzaak Rivierenland
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Kaderbrief 2026 Werkzaak Rivierenland
Aangeboden door
College van B&W
Portefeuillehouder
R.A.N. Reuvers
Team
Team Samenleving
Zaakkenmerk/Document kenmerk
Z.111580/D.310368
Datum document
4 december 2024
Vertrouwelijkheid
Openbaar
Bijlagen
Ja
Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Participatie 10. Bijlagen
Voorgesteld besluit
Aanleiding
1. Vast te stellen de concept-reactie op de Kaderbrief 2026 Werkzaak Rivierenland.
Werkzaak Rivierenland stelt jaarlijks een kaderbrief op waarin gemeenten op hoofdlijnen worden geïnformeerd over de ontwikkelingen, het beleid en de verwachte financiële consequenties. De Kaderbrief 2026 is een eerste stap in de voorbereiding op de Programmabegroting 2026. Werkzaak Rivierenland stelt de begroting 2026 in het voorjaar van 2025 op en
biedt deze vóór 1 april aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten aan. Op 11 november 2024 is de Kaderbrief 2026 door het Dagelijks Bestuur van Werkzaak Rivierenland behandeld. Aansluitend is de brief aan de gemeente verzonden. Het bestuur van Werkzaak Rivierenland heeft het recht de Kaderbrief vast te stellen (zonder formele zienswijze-procedure vooraf) en informeert de gemeente daarover. De gemeente mogen - als daartoe de behoefte bestaat wel opmerkingen plaatsen dan wel vraagpunten inbrengen. Deze kunnen door Werkzaak Rivierenland worden meegewogen bij het voorlopig vaststellen van de Begroting 2026 (die uiteraard wel de formele procedure doorloopt). Bij brief van 15 november 2024 hebben de gemeenten de Kaderbrief 2026 ontvangen. Daarbij zijn zij uitgenodigd hun eventuele reactie uiterlijk 30 januari 2025 in te zenden.
Beoogd effect
Het innemen van een standpunt over de van Werkzaak Rivierenland ontvangen Kaderbrief 2026 met daarin de uitgangspunten die gehanteerd worden bij het opstellen van de Begroting 2026.
Argumenten
1.1 Ontwikkelingen geven een passend beeld van de uitdagingen waarvoor Werkzaak Rivierenland wordt geplaatst. De in hoofdstuk 3 benoemde ontwikkelingen hebben invloed op de inhoud en de mate dienstverlening die door Werkzaak Rivierenland. Par. 3.1 t/m 3.5 gaan in op de veranderingen in de doelgroepen van Werkzaak en de impact op de dienstverlening. In par. 3.6 en 3.7 wordt ingezoomd op de veranderingen in niet alleen de wetgeving maar ook veranderde economische situatie. Zondermeer kunnen we stellen dat West Maas en Waal zich herkent in deze ontwikkelingen die zowel kansen als bedreigingen in zich hebben. In par. 3.8 wordt ingegaan op een nieuwe uitdaging, t.w. de (door)ontwikkeling van Werkzaak Rivierenland tot toekomstbestending sociaal ontwikkelbedrijf. Hierover zal in het 2e kwartaal van 2025 een brede regionale bijeenkomst door Werkzaak Rivierenland worden georganiseerd. Aansluitend zal besluitvorming hierover binnen het Algemeen Bestuur gaan plaatsvinden. De doorontwikkeling gaat vergezeld van de ontvangst van additionele Rijksmiddelen. Deze middelen zijn echter niet structureel. Daarnaast moeten we onderkennen dat de macro-economische situatie van Nederland ingrijpende financiële gevolgen met zich mee kan brengen. Wat nu zeker lijkt, kan over enkele jaren zo maar een utopie lijken.
Daarom willen we benadrukken dat uiterste terughoudendheid moet worden betracht bij de (door)ontwikkeling tot een sociaal ontwikkelbedrijf. Dit betekent o.i.: géén onomkeerbare besluiten die leiden tot een structurele lastenuitzetting! De noodzaak tot het maken van deze keuze wordt nog eens ondersteund door de grote financiële opgaven waarvoor de gemeente in de komende jaren wordt gesteld als gevolg van de afnemende rijksmiddelen.
In par. 3.9 wordt verder melding gemaakt dat de gemeente NederBetuwe de wens heeft uitgesproken om voor wat betreft de P-wet taken toe te treden tot Werkzaak Rivierenland. Dit verzoek kunnen we ondersteunen in zowel het belang van Werkzaak Rivierenland als dat van West Maas en Waal. Besluitvorming hierover via een wijziging van de tekst van de Gemeenschappelijke regeling valt te verwachten in het voorjaar van 2025. 1.2 De in hoofdstuk 4 benoemde uitgangspunten bevatten de relevante onderdelen die van invloed zijn op de Begroting 2026 Bij de samenstelling van de financiële begroting 2026 zijn verschillende uitgangspunten van belang zoals: Formatie, de indexatie, omzet en de financiële doorvertaling van de kosten van de bedrijfsvoering. Daarnaast is de ontwikkeling van het aantal werkzoekenden en bijstandsgerechtigden natuurlijk van grote invloed op de begroting. Voorafgaand aan de ontvangst van de Kaderbrief 2026 heeft ambtelijk vooroverleg met de gemeenten plaatsgevonden. Niet alleen over de systematiek van het in de Begroting verwerken van de verwachte prijs- en salariskostenstijgingen maar ook over de harmonisering (binnen de regio voor de GR-en gelijke uitgangspunten). Tijdens dit overleg is al aan de orde gesteld de financiële uitdaging waarvoor de deelnemende gemeenten gesteld worden in de komende jaren.
1.3 Er zijn geen financiële effecten voor 2025 verbonden aan de Kaderbrief 2026. Alhoewel in de Kaderbrief 2026 reeds ontwikkelingen worden benoemd die zich nu en zeker in 2025 voordoen, leiden die niet tot een bijstelling van de Begroting 2025. Medio 2025 zal Werkzaak Rivierenland de Bestuursrapportage 2025 aan de gemeenten doen toekomen. Voor zo ver van toepassing zullen veranderingen die zich nu al (of vanaf 1-1-2025) voordoen, hierin worden benoemd en financieel vertaald. Conform de afspraken is hierop de formele zienswijze-procedure van toepassing. 1.4 We vragen Werkzaak Rivierenland om concrete voorstellen om invulling te geven aan een kaderstellende opdracht tot reducering van de gemeentelijke bijdrage (met uitzondering van prijs- en loonindexatie). Door uw raad is bij de behandeling van de Begroting 2025 van Werkzaak Rivierenland al expliciet tot uitdrukking gebracht dat de aanstaande terugval van de Rijksmiddelen vraagt om anticipatie van niet alleen de gemeente maar ook de GR-en die namens ons taken uitvoeren. Vanuit dat besef werd verzocht om verschillende opties te verkennen die bijdragen aan de opvang van de structureel lagere rijksmiddelen. Daarbij kon gedacht worden aan: • Het doorvoeren van efficiency-maatregelen; • Het verhogen van de omzet (of voorkomen van terugval van die omzet) en/of • Het verminderen van de kosten van overhead en bedrijfsvoering.
Mogelijk waren er vanuit het perspectief van Werkzaak Rivierenland ook nog andere besparingsopties aanwezig. Op basis
van een verkenning van al deze - meer of minder kansrijkescenario’s werd een bestuurlijke gedachtewisseling hierover met elkaar wenselijk geacht. Aan deze oproep is tot op heden nog geen (voldoende) passende invulling gegeven. De meeste Rivierenlandse gemeenten hebben – op initiatief van de portefeuillehouders Financiën - naar aanleiding van de kadernota’s 2026 van de verschillende gemeenschappelijke regeling een gezamenlijk standpunt ingenomen. Dit in het licht van de toenemende zorgelijke financiële situatie van de gemeenten. Dit standpunt bestaat uit: 1. De constatering: De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen worden met miljarden structureel verminderd (ca 5%). Dat terwijl de uitdagingen op verschillende beleidsterreinen fors zijn en de prijzen van materiaal en personeel stijgen. Als gemeenten bereiden we daarom ombuigingen voor. Voor deze ombuigingen wordt ook naar taken en middelen van verbonden partijen gekeken. We beseffen daarbij dat vermindering van de middelen niet strookt met de ontwikkeling van de afgelopen jaren waarin er een steeds groter beroep op Werkzaak Rivierenland is gedaan en 2.
de uitnodiging én de kaderstellende opdracht: De gemeenten gaan over de onder 1 genoemde ontwikkeling en de gevolgen daarvan graag met Werkzaak Rivierenland in gesprek, waarbij wij oog houden voor een veerkrachtige en toekomstbestendige taakuitvoering binnen onze regio. Daarbij hanteren wij – net als de meeste gemeenten in de regio wel als kader een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere gemeentelijke bijdrage vanaf 2028
Kanttekeningen
Financiën
Geen
1.1. Dit besluit heeft geen directe gevolgen voor de begroting 2026 Met voorliggend voorstel over deze Kaderbrief 2026 besluiten we nog niet over financiële middelen. De beschreven ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de begroting 2026 van Werkzaak Rivierenland. We besluiten in juni 2025 over een zienswijze op de conceptbegroting voor 2026. 1.2 In de Kaderbrief 2026 zijn een enkele risico's beschreven De omvang en de samenstelling van het klantenbestand kan er toe leiden dat hogere uitkeringslasten en/of kosten van re-integratie
ontstaan. Wij vragen Werkzaak Rivierenland om deze variabelen (maar ook andere risico’s zoals omzet) nauwlettend te monitoren en in de Concept-begroting 2026 een realistisch beeld te schetsen. Mogelijk kan dit gedaan worden aan de hand van enkele scenario’s voorzien van een financieel perspectief.
Communicatie
Aanpak en planning
Niet van toepassing
Er wordt een voorlopige reactie ingediend omdat de raad niet tijdig een definitief standpunt kan indienen. Het DB van Werkzaak Rivierenland heeft de gemeente verzocht om uiterlijk op 30 januari 2025 een reactie op de Kadernota 2026 aan hen te doen toekomen. Conform planning komt uw raad eerst op 30 januari 2025 bij elkaar. Bespreking in de RTG Samenleving en Bestuur vindt plaats op 16 januari 2025. Om te voldoen aan het verzoek van Werkzaak Rivierenland, zullen wij de (voorlopige) reactie inzenden na 16 januari 2025. Dit maakt het mogelijk de in de RTG geplaatste opmerkingen mee te nemen en of toe te voegen aan de bijgevoegde concept-reactie. Nadat de raad besloten heeft, versturen we de definitieve reactie op de Kaderbrief 2026 aan het Dagelijks Bestuur van Werkzaak Rivierenland.
Participatie
Bijlagen
Niet van toepassing
• Kaderbief 2026 van Werkzaak Rivierenland en aanbiedingsbrief d.d. 15 nov. 2024; • Brief d.d. 17 januari 2025 met reactie (concept-reactie) • Brief d.d. 31 januari 2025 (conformatie aan concept-reactie)