Raadsvoorstel gew verordening en handhaving Omgevingswet West Maas en Waal
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Verordening en handhaving Omgevingsrecht West Maas en Waal
Aangeboden door
College van B&W
Portefeuillehouder
M.A.A. van den Boom-Witzel
Team Zaakkenmerk/Document kenmerk
Team Ruimte Z.093358/D.266533
Datum document
16 oktober 2023
Vertrouwelijkheid
Openbaar
Bijlagen
Nee
Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Bijlagen
Voorgesteld besluit
Aanleiding
1. De Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente West Maas en Waal (2024) vast te stellen. 2. De Verordening gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in werking te laten treden. 3. De Verordening kwaliteit vergunningsverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente West Maas en Waal (jaar) in te trekken op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.
De gemeente West Maas en Waal heeft een verordening die gaat over de kwaliteit van vergunningverlening toezicht en handhaving van het omgevingsrecht (de Wabo-taken). In de verordening leggen we vast hoe we de kwaliteit van de uitvoering van toezicht en handhaving borgen. Het gaat
hier om taken die onze omgevingsdienst voor ons uitvoert. Op 1 januari 2024 wordt de Omgevingswet ingevoerd. Hiervoor moeten we de verordening aanpassen. Daarvoor is dit raadsvoorstel.
Beoogd effect
Met het vaststellen van de verordening voldoet gemeente West Maas en Waal aan haar wettelijke verplichting. En we zijn als gemeente op tijd klaar met één van de minimale acties die we vanwege de invoering van de Omgevingswet moeten uitvoeren.
Argumenten
1.1 Nieuwe verordening bevat enkele technische wijzigingen. De huidige Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht is gebaseerd op de artikelen 5.4 en 5.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de Wabo, en dus de grondslag voor de verordening, te vervallen. Artikelen van gelijke inhoud krijgen wel plaats in de Omgevingswet. De nieuwe verordening wordt gebaseerd op artikelen 18.20 en 18.23 van de Omgevingswet. Daarmee verandert niet de inhoud, maar wel de wettelijke grondslag voor de verordening. Daarom is een technische wijziging van de verordening nodig. De citeertitel van de verordening is ook gewijzigd om aan te sluiten bij de tekst en terminologie van de Omgevingswet. Verder zijn er in het nieuwe model teksten gemoderniseerd. 1.2 Met het vaststellen van de verordening voldoen we aan de Omgevingswet (Ow). Op basis van artikel 18.23 van de Omgevingswet kent de raad de verplichting om bij verordening regels te stellen voor de uitvoer van basistaken door een omgevingsdienst. Op basis van artikel 18.20 lid 3 van de Omgevingswet, geldt een zorgplicht voor een goede kwaliteit van alle uitvoerings- en handhavingstaken van het college van burgemeester en wethouders, waarvoor de raad regels kan stellen.
Met het vaststellen van de voorliggende verordening voldoend we aan deze (zorg)plicht). 1.3 We volgen de VNG-modelverordening en landelijke kwaliteitscriteria. De vast te stellen verordening volgt de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Met de vaststelling worden een landelijk ontwikkelde set aan kwaliteitscriteria van toepassing op de uit te voeren taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Deze kwaliteitscriteria stellen eisen aan het VTHproces, de inhoud daarvan en aan de kritieke massa (het vakmanschap van de medewerkers). Omdat de landelijke kwaliteitscriteria soms geactualiseerd worden, volstaan we hier met een link. 1.4 De ODR rapporteert jaarlijks over de kwaliteit van de door hen uitgevoerde taken via hun jaarverslag. Het vaststellen van de verordening brengt met zich mee dat het college verplicht is om jaarlijks verslag te doen over de naleving van de kwaliteitscriteria en om gemotiveerd opgave te doen over de criteria die niet zijn of konden worden nageleefd. Hiermee kunnen we de kwaliteit van de uitvoering en handhaving monitoren en zo nodig verbeteren. De Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) rapporteert jaarlijks via de managementrapportage en jaarstukken op de door hen uitgevoerde taken en het voldoen aan de kwaliteitscriteria. Hun jaarverslag wordt jaarlijks in
juni in uw raad behandeld. 1.5 De raad is bevoegd de verordening vast te stellen. Het vaststellen van deze verordening is een bevoegdheid van de gemeenteraad (artikel 149 Gemeentewet jo. Artikelen 18.20 lid 3 en 18.23 Omgevingswet).
Kanttekeningen
Financiën
Communicatie
Aanpak en planning
Bijlagen
Dit raadsvoorstel heeft geen financiële consequenties.
Kernboodschap is dat de verordening, die regelt aan welke kwaliteitseisen de uitvoeringstaken van de Omgevingsdienst Rivierenland moeten voldoen, is geactualiseerd aan de Omgevingswet. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen.
Zodra de Omgevingswet in werking treedt, kunnen we de verordening en de intrekking van de oude verordening bekendmaken. We publiceren de nieuwe verordening op overheid.nl, zodat deze in werking kan treden. We sturen de nieuwe verordening toe aan onze omgevingsdienst.
1. Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht