CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Bestuursrapportage Werkzaak

Gemeenteraad 10 oktober 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.1060363.459 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Onderwerp

Bestuursrapportage 2024 Werkzaak Rivierenland

Aangeboden door

College van B&W

Portefeuillehouder

R.A.N. Reuvers

Team

Team Samenleving

Zaakkenmerk/Document kenmerk

Z.106036/D.297533

Datum document

31 juli 2024

Vertrouwelijkheid

Openbaar

Bijlagen

Ja

Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Participatie 10. Bijlagen

Voorgesteld besluit

1. de bedenkingen m.b.t. de Bestuursrapportage 2024 van Werkzaak Rivierenland te verwoorden in een zienswijze en niet in te stemmen met de in de Bestuursrapportage opgenomen Begrotingswijziging; 2. bijgaande zienswijze vast te stellen en deze te sturen aan het DB van Werkzaak Rivierenland en 3. de uitkomsten van de Bestuursrapportage te verwerken in de gemeentelijke Najaarsnota 2024.

Aanleiding

De gemeente West Maas en Waal is deelnemer van de GR Werkzaak Rivierenland. Bij brief van 12 juli 2024 is de Bestuursrapportage 2024 ontvangen. In de aanbiedingsbrief zat het verzoek om een zienswijze in te brengen bij het DB Werkzaak. In de rapportage laat Werkzaak Rivierenland zien op welke wijze uitvoering is gegeven aan haar missie en visie en de geformuleerde doelstellingen. De Bestuursrapportage 2024 geeft daarmee een geactualiseerd financieel beeld van de gestelde doelen en ambities. Uiteraard zijn de effecten voor begrotingsjaar 2024 financieel vertaald. Daarom wordt voorgesteld om de Begroting 2024 daarop aan te passen. Natuurlijk worden de afspraken uit de bestuurlijke agenda daarbij gerespecteerd en inzichtelijk gemaakt. De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat uw raad een zienswijze mag indienen op de ontvangen stukken. Onze zienswijze moet uiterlijk 7 oktober 2024 zijn ingeleverd. Na ontvangst van de zienswijzen zal het AB Werkzaak de Bestuursrapportage 2024 en de voorgestelde Begrotingswijziging 2024 definitief vaststellen. Dit is in de vergadering van het Algemeen bestuur van 4 november 2024.

Beoogd effect

Argumen ten

Kennisneming, beoordeling en behandeling van de Bestuursrapportage 2024 van Werkzaak Rivierenland, waaronder het opstellen van een zienswijze van West Maas en Waal over de stukken.

1.1. Ramingen aangepast aan de Mei-circulaire 2024. Op 13 juli 2023 is de Begroting 2024 door het Algemeen Bestuur van Werkzaak Rivierenland vastgesteld. Dit is gebeurd op grond van de in de Kadernota 2024 opgenomen uitgangspunten. De in de Begroting 2024 opgenomen rijksvergoedingen zijn aangepast aan de Rijksbudgetten 2024 op basis van de Meicirculaire die door het Rijk is gepubliceerd. De Begroting 2024 is ook aangepast aan de behaalde resultaten en ontwikkelingen over de 1e maanden van 2024. Denk daarbij aan de begrote opbrengsten maar ook de te verwachte uitkeringslasten en de kosten van re-integratieactiviteiten.

1.2 Cijfers zijn transparant en geven getrouw beeld. De Bestuursrapportage 2024 is – zoals in voorafgaande jaren - opgebouwd volgens de vernieuwde programmastructuur. Dit sluit aan bij de afspraken die gemaakt zijn rond de Bestuurlijke Agenda 2020. Beter is zichtbaar wat wil worden bereikt, wat daar voor wordt gedaan en wat het kost. Hiermee is de transparantie vergroot.

In tegenstelling tot eerdere Bestuursrapportages worden de doelstellingen en de voortgang niet langer meer opgenomen. Deze worden tweemaandelijks met ons gedeeld. Daarnaast ontvangen wij ook inzicht in bijv. het klantenbestand, het aantal lopende dossiers en de looptijd van een uitkering. Voor u hebben we de meest recente en relevante cijfers voor u hieronder opgenomen.

Doelstellingen:

Samenstelling klantenbestand:

Verdeling dossiers uitkering per gemeente

Instroom uit West Maas en Waal:

Verdeling naar looptijd uitkering:

Als de tweemaandelijkse rapportages ons daartoe aanleiding geven, zullen wij u tussentijds van ontwikkelingen op de hoogte stellen.

1.3 in overeenstemming met afspraken binnen de Bestuurlijke Agenda 2020.

In de raadsvergadering van 4 maart 2021 is een besluit genomen over de zogeheten Bestuurlijke Agenda 2020. Daarbinnen werden gewijzigde bekostigingsafspraken vastgelegd met betrekking tot niet allen de rijksvergoedingen Participatiewet maar ook de WSW-taken. Verder is par. 3.2.3 van de Eindrapportage ingegaan op het dempen van de effecten voor de gemeenten door te kiezen voor een ingroeitermijn (2024 is daarvan het laatste jaar). Dit is nader uitgewerkt in het Technisch Bijlagenrapport (hoofdstuk 5 en bijlage 4). Om stabiliteit in de bijdrage van gemeenten te krijgen, is besloten om voor het verschil tussen de kosten van BUIG en de rijksvergoedingen in de Primitieve Begroting stelposten op te nemen.

Uiteraard wordt in deze Bestuursrapportage 2024 hierop voort geborduurd. Dit betekent dat de opgenomen stelposten voor de mogelijke financiële gevolgen van veranderde Rijksvergoedingen lopende het begrotingsjaar en veranderingen van kosten en opbrengsten als gevolg van ontwikkelingen in klantenbestand en omzet, worden vervangen door meer actuele ramingen. In totaliteit was er voor West Maas en Waal rekening gehouden met een financiële onzekerheid (dus stelposten) van € 311.000,- (stelpost BUIG: € 68.900,- en stelpost LKS: € 242.100,-). Uiteraard wordt aan het einde van het jaar (bij de jaarrekening) de balans opgemaakt en afgerekend op basis van realisatie.

1.4. financiële onzekerheid voor 2024 Het economisch klimaat, de nog deels onbekende impact van het nieuwe Kabinetsbeleid in combinatie met de verzwaring van de doelgroep waarvoor Werkzaak Rivierenland actief is, maakt dat er wat onzekerheid is. Denk maar aan de alsmaar wisselende (verhoogde) instroom van statushouders die langer op een uitkering zijn aangewezen of de multiproblematiek van de uitkeringsgerechtigden. Dat alles leidt er toe dat een uitgebreidere, langdurigere en soms structurele ondersteuning nodig is om hun ontwikkeling te stimuleren en uiteindelijk bij een werkgever aan de slag te gaan. Dit alles leidt er toe dat de beoogde doelstellingen onder druk staan. Door de werkgever dichter naar de werkzoekende te bewegen met ondersteuning en advies en inzet op vernieuwing, wordt getracht voor allen een win-win situatie te creëren.

1.5 Cijfers geven voor Werkzaak Rivierenland per saldo een positief resultaat. Zoals eerder opgemerkt is de Bestuursrapportage 2024 opgebouwd volgens de programmastructuur. Er wordt gewerkt met 7 programma’s, t.w. Bestuur en Beleid, Participatie, WSW, Beschut werk, Inkomensvoorziening, Overhead en Algemene dekkingsmiddelen (incl. onvoorzien). De gemeenten krijgen een deel van de kosten vergoed vanuit het Rijk via specifieke subsidies of uitkeringen (zoals BUIG, SW, Participatiegelden). Het tekort wordt door de gemeente bekostigd uit de algemene middelen. De Bestuursrapportage 2024 laat ten opzichte van de Begroting 2024 een verwacht voordelig resultaat zien. Het subsidieresultaat voor de deelnemende gemeenten is naar verwachting € 4.318.600,- voordeliger. Op grond van de Bestuurlijke afspraken komt hiervan 25% (of wel € 1.471.150,-) rechtstreeks ten gunste van de deelnemende gemeenten. Het overige deel van 75% (is € 2.847.450,-) wordt aangewend voor dekking van de kosten van het Bedrijfsvoering. Daardoor kan de bijdrage in het bedrijfsvoeringsresultaat worden verlaagd met € 3.068.700,-. Hierbij is rekening gehouden met de rijksbudgetten volgens de Meicirculaire 2024 en zoals eerder gemeld de inwisseling van stelposten voor zowel BUIG als LKS (loonkostensubsidies) voor aangepaste actuele ramingen.

Bijstellingen van de rijksvergoedingen zullen in de loop van 2024 nog plaatsvinden (bijv. septembercirculaire 2024) en daarmee invloed hebben op het uiteindelijke rekeningsresultaat.

1.6 infrastructuur sociale ontwikkelbedrijven In de aanbiedingsbrief van 12 juli 2024 en de Bestuursrapportage 2024 (Bestuurlijke samenvatting op pag. 6 en par. 5.3 Programma Wsw op pag. 15) wordt door Werkzaak Rivierenland expliciet aandacht gevraagd voor de financiële uitdagingen rond de infrastructuur van sociale ontwikkelbedrijven. Daarbij wordt gerefereerd aan een bestuurlijke sessie die in maart 2024 heeft plaatsgevonden en de voorstellen die eind 2024 of in het 1e kwartaal van 2025 op tafel liggen. Vooruitlopend daarop acht Werkzaak Rivierenland het gewenst dat de additionele middelen die de gemeenten in dat kader ontvangen tot een bedrag van € 700.000,- in een reserve worden gestort (zie op par. 7 op pag. 24, Reserve Infrastructuur werkbedrijven). In de Begrotingswijziging (par. 8.2 en 8.3 op pag. 27 en 28) wordt hierop geanticipeerd

Ten aanzien van deze landelijke nieuwe gelden en de voornemens van Werkzaak Rivierenland zouden wij het volgende willen opmerken. 1. Plan van aanpak (Kamerbrief over infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven d.d. 21 dec. 2023) Sociaal ontwikkelbedrijven richten zich op het aan het werk helpen en houden van mensen met een arbeidsbeperking die niet direct bij reguliere werkgevers aan het werk kunnen. Voormalig minister Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen) presenteerde eind vorig jaar een uitgebreid pakket aan maatregelen om gemeenten te ondersteunen bij het versterken van deze bedrijven. Zoals initiatieven om beschut werk te bevorderen en het opzetten van een duurzame infrastructuur. Gemeenten kunnen financiële steun krijgen voor plannen die zij indienen en gebruikmaken van ondersteuningsprogramma’s. Ook wordt een structurele basisfinanciering ingevoerd. 2. Voorjaarsnota 2024 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 550, nr. 1) De gelden die de gemeenten nu gaan ontvangen zijn door de Minister aangekondigd in de Voorjaarsnota 2024. Ze zijn een onderdeel van de invulling van het pakket van maatregelen waarover eind 2023 werd geschreven.

In de Voorjaarsnota 2024 staat het volgende: “Met deze middelen kunnen gemeenten de lokale sociale infrastructuur duurzaam inrichten en krijgen gemeenten de ruimte om 10.000 extra banen te creëren voor mensen die tijdelijk of langdurig moeten terugvallen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven”. In andere publicaties wordt hierover nog het volgende geschreven: “Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 hebben de ontwikkelbedrijven namelijk te maken met verschillende veranderingen. Zo moeten ze niet alleen werk bieden aan wie niet bij een reguliere werkgever terecht kan (beschutte werkplekken), maar ook steeds meer mensen begeleidingen naar reguliere banen. Dit brengt financiële druk met zich mee en vereist aanpassingen in de bedrijfsvoering. De extra investeringen zijn bedoeld om gemeenten meer stabiliteit en continuïteit te bieden voor de lange termijn. 3. Bestuurlijke sessie Werkzaak Rivierenland (op 28 maart 2024). Onder begeleiding van Berenschot werd tijdens een strategische sessie van het Algemeen Bestuur (op 28 maart 2024) vast gesteld dat Werkzaak vanaf de start in 2015 al werkt als een gecombineerd werk-/ontwikkelbedrijf. In Nederland zijn circa 100 ontwikkelbedrijven.

Slechts 20% daarvan heeft dezelfde aanpak als Werkzaak waarbij ze alle dienstverlening voor alle doelgroepen combineren: het gaat dan om in combinatie aanbieden van werk, ondersteuning en uitkering. Op basis van onderzoek naar alle ontwikkelbedrijven concludeert Berenschot verder dat de Rivierenlandse keuze voor een gecombineerde bedrijf een goede keuze is, omdat ze daarmee alle doelgroepen die iets

van een uitkering aanvragen in beeld hebben en kunnen geven met die dienstverlening gericht op werk. Om een volgende stap te maken die invulling geeft aan de ambities van het Rijk is het nodig om: o te investeren in nieuwe doelgroepen en/of o te investeren in technische innovatie en/of o ruimte te maken voor ondernemen en/of o het in dienst kunnen nemen van doelgroep. Hierin zullen keuzes moeten worden gemaakt welke volgens de toelichting in de aanbiedingsbrief en de Bestuursrapportage eind 2024 dan wel begin 2025 plaatsvinden. 4. Infrastructuur Sociale ontwikkelbedrijven is meer dan alleen voormalig Wsw. De aan de gemeente toebedeelde gelden betreffen niet alleen de voormalige WSWwerkbedrijven. Het gaat over de onderdelen waarin ook het beschut werken wordt gerealiseerd. En dan met name het creëren van een financieel stabiel perspectief voor al deze bedrijven. Binnen de kaders van de Rijksambitie moeten ook extra beschutte werkplekken worden gerealiseerd en trajecten worden ingericht die zich richten op tijdelijk of langdurig terugvallen. Dit roept de vraag op of de additionele gelden wel “passen” onder het programma 5.3 Wet sociale werkvoorziening. Horen zij niet meer thuis onder het Programma 5.2 Participatie en/of par. 5.4 Beschut werk. 5. Creëren en omvang van een reserve Infrastructuur sociaal werkbedrijf bij Werkzaak Rivierenland.

Al vele malen is door de raden van de verschillende deelnemende gemeenten geageerd tegen het creëren van reserves en voorzieningen bij Gemeenschappelijke regelingen zonder dat daar een specifiek bestedingsplan voor aan ten grondslag ligt. Ook nu weer wordt voorgesteld een reserve te vormen en daar gemeentelijke middelen in te storten zonder een vooraf helder bepaald bestedingskader. Al eerder is – na veel beraadslagingen – een reserve Innovatiefonds ingesteld die bij de vaststelling van de Jaarrekening 2023 nog incidenteel is verhoogd met de restant-gelden van de Regiodeal. Deze reserve is ook bedoeld voor investering in technische innovatie (wat nu een van de uitwerkingsrichtingen is voor de infrastructuur sociale ontwikkelbedrijven). We merken op dat de extra Rijksmiddelen voor € 700.000,- in een nieuwe reserve worden gestort.

Op basis van het bovenstaande komen wij tot de conclusie dat het plaatsen van de “infrastructuur sociale ontwikkelbedrijven” binnen paragraaf 5.3 Programma Wet Sociale werkvoorziening én het vormen van een reserve tot een bedrag van € 700.000, onvoldoende is onderbouwd en aangetoond. Werkzaak Rivierenland is immers – in tegenstelling tot veel andere ontwikkelbedrijven in Nederland – al ver op weg om een sociaal ontwikkelbedrijf te zijn zoals door het Rijk wordt geambieerd. We behoren immers tot de top 20 van Nederland. We hebben ook al gelden beschikbaar voor technologische innovatie en we investeren al jaren gezamenlijk. Aan de opdracht tot het creëren van beschutte werkplekken wordt al invulling gegeven. Dit maakt dat de additionele normatief toegekende vergoeding aan de gemeenten mogelijk minder noodzakelijk is. We hebben immers in de Begroting al budgetten zitten die deels bijdragen aan de ambities van het Rijk. Er ontbreekt ook een ontwikkelplan om te voldoen aan de doelstellingen van het Rijk met een daarbij behorend onderbouwd passend financieringsperspectief. Deze aanvullende gelden van de Rijksoverheid zijn overigens niet structureel. Weloverwogen keuzes met vertaling naar de toekomst is dan ook absoluut noodzakelijk alvorens ingestemd kan worden met het creëren van een reserve.

1.7 Bijstelling Algemene dekkingsmiddelen Werkzaak Rivierenland is in het bezit van een klein aandelenpakket (18,1% aandelen Dariuz). Het eigendom komt voort uit de liquidatie van het voormalige SW-bedrijf Lander (opgegaan in Werkzaak Rivierenland). De afgelopen jaren hebben de aandelen een rendement opgeleverd van ruim € 36.000,- (per jaar). Dit bedrag komt ten gunste van het bedrijfsvoeringsresultaat. De verwachting is dat het aandelenpakket over 2024 een hoger rendement oplevert dan voorheen (+ € 10.600,-). Hiertegenover staat echter dat het bestuur voornemens is om aan de deelnemers van de voormalige GR Lander nog in 2024 het voorstel te doen over te gaan tot verkoop van deze aandelen. Gelet op het rendement kan de vraag worden gesteld of het verstandig is om de aandelen te verkopen. De dividendopbrengst is beduidend hoger dan een evt. rente-opbrengst terwijl de aandelen op de balans gewaardeerd zijn voor een bedrag van slechts € 3.420,- (€ 1,- per aandeel). Wij vinden het in het licht van deze bestuurlijke discussie niet gewenst om het bedrijfsvoeringsresultaat 2024 positief te beïnvloeden (door ophoging van de dividend-opbrengsten).

1.8 Aanwending reserves en voorzieningen en bijstelling Begrotingsramingen Via de Begrotingswijziging 2024 (zie pag. 27) worden bedragen vrijgemaakt voor het doen van de geplande investeringen (pag. 25). Daarnaast worden de functionele ramingen in de Begroting 2024 van Werkzaak Rivierenland aangepast. Tevens worden via de begrotingswijziging mutaties doorgevoerd in de reserves en voorzieningen (stortingen en onttrekkingen). De begrotingswijziging is de vertaalslag van de keuzes en bijstellingen en daarmee de gemeentelijke bijdrage.

2.1 Zienswijze vaststellen en op tijd inzenden aan het DB Werkzaak. Het DB van Werkzaak moet uiterlijk 7 oktober 2024 onze zienswijze op de Bestuursrapportage 2024 en de voorgestelde Begrotingswijziging ontvangen. In onze zienswijze staat dat uw raad niet instemt met de begrotingswijziging en kanttekeningen plaatst bij enkele benoemde keuzes in de Bestuursrapportage. Vooruitlopend op het besluit van uw raad hebben wij het Dagelijks Bestuur van de GR Werkzaak Riviereland van onze voorlopige zienswijze in kennis gesteld.

3.1 Resultaten (worden) verwerkt in gemeentelijke P&C documenten. De uitkomsten van de Bestuursrapportage 2024 van Werkzaak Rivierenland - conform het ons aangeboden concept - worden meegenomen bij het opstellen van de gemeentelijke Najaarsnota 2024. Het betreft in dit geval uitsluitend om een bijstelling van de ramingen voor 2024.

Kanttekeningen

Meerdere malen per jaar worden de rijksbudgetten bijgesteld. Dit gebeurt o.a. in mei, september en december van het begrotingsjaar. Werkzaak past de Begroting 2024 in de loop van dit jaar niet meer aan. Dit betekent dat eventuele bijstellingen (positief of negatief) pas weer zichtbaar zijn in de Jaarrekening 2024. De gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op de verdeelsystematiek zoals die voor 2024 geldt.

In de Begroting 2024 van West Maas en Waal is verwerkt de uitkomst van de vastgestelde Begroting 2024 van Werkzaak Rivierenland. In de gemeentelijke Najaarsnota 2024 wordt verwerkt de aan ons aangeboden voorlopig vastgestelde Bestuursrapportage 2024 van Werkzaak. Pas begin november 2024 stelt het AB van Werkzaak Rivierenland de Bestuursrapportage 2024 en Begrotingswijziging 2024 definitief vast. Een gewijzigde vaststelling van deze stukken van Werkzaak Rivierenland (en dus een ander resultaat) kunnen wij dan niet verwerken in onze Najaarsnota. Daarnaast kan een verandering van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds nog tot bijstelling leiden.

Financiën

Bij de ramingen in de Bestuursrapportage 2024 van Werkzaak Rivierenland zouden wij de volgende opmerkingen willen plaatsen. • Pag. 13 e.v. Participatie (par. 5.2): Werkzaak Rivierenland maakt geen onderscheid in de dienstverlening op basis van achtergrond van de doelgroep. De doelstellingen voor dit programma en de programma’s Wet sociale werkvoorziening en Beschut komen daarom overeen. De programmatekst is opgenomen in dit programma. Bij de overige programma’s wordt hiernaar verwezen. Het aantal dienstverbanden in totaliteit blijft achter door de complexere doelgroep. De neerwaarts bijgestelde lasten (ondanks indexering voor lonen en prijzen en verminderde omzet) leidt tot een verwacht positief resultaat ten opzichte van de primitieve Begroting 2024. • Pag. 15 Sociale werkvoorziening (par. 5.3): West Maas en Waal is voor dit onderdeel geen deelnemer van Werkzaak Rivierenland. Conform de afspraken in de bestuurlijke agenda worden de werkelijke kosten doorbelast naar de deelnemers op basis van het profijtbeginsel. Binnen dit programma zijn verantwoord de additionele middelen die door het Rijk worden gegeven i.v.m. de infrastructuur sociale ontwikkelbedrijven (zie 2.2 hiervoor). • Pag. 17 Beschut werk (par. 5.4): De doelgroep Beschut blijft groeien. De rijksvergoeding die wordt ontvangen, is gebaseerd op de taakstelling.

Daarnaast is begeleidingsvergoeding verhoogd met € 2.700,-. • Pag. 19 Inkomensvoorziening (par. 5.5): Voor het resultaat tussen de rijksvergoeding en de kosten was voor 2024 een stelpost in de begroting opgenomen zodat de impact op de begroting gedempt werd. Via de Bestuursrapportage worden de verschillende begrotingsposten binnen dit programma geactualiseerd (aanvullende indexering)

waarmee – conform afspraken – opname van de stelposten niet langer noodzakelijk is.

Samenvatting. Per saldo resulteert de op basis van de Bestuursrapportage bijgestelde begroting 2024 in een bijdrage van de deelnemende gemeenten voor de basistaken van € 16,3 milj. (bijdrage Bedrijfsvoering). Dit naast de bijdrage voor Inkomen en Werk (ca. € 78,5 milj.). Voor de werkzaamheden uitgevoerd op basis van dienstverleningsovereenkomsten wordt een bijdrage verwacht van € 0,9 milj.).

Effect voor gemeente West Maas en Waal. Op pagina 26 van de concept-Bestuursrapportage 2024 staan per gemeente de bijdragen aan Werkzaak Rivierenland gespecificeerd weergegeven. De totale bijdrage van West Maas en Waal voor 2024 voor uitvoering van de P-wet activiteiten wordt geraamd op € 4.958.600,- (zowel rijksvergoedingen als uitvoeringskosten). Naast de verschuldigde bijdrage in de uitvoering van de Participatiewet, hebben wij de uitvoering van verschillende taken ondergebracht bij Werkzaak. Het gaat daarbij om de Bijzondere Bijstand, het armoede-beleid en de begeleiding van bijstandsgerechtigden met KP4. De lasten hiervan (zowel uitvoering als verstrekkingen) worden voor 2024 geraamd op. € 847.400,-. Deze uitbesteedde diensten worden jaarlijks afgerekend op basis van werkelijke kosten (mensuren, producten en diensten). Daarbij moet worden opgemerkt dat niet langer rekening is gehouden met een stelpost BUIG en LKS (van € 311.000,-voor 2024). 2024

2024

(primitief) (bestuursrapp.) Bijdrage € inkomen 3.594.600 Bijdrage € 469.500 Werk DVO € 670.900

€ 3.482.700

Bijdr. € Bedrijfsv. 1.323.100

€ 1.024.400

Totaal:

€ 5.806.000

€ 6.058.100

€ 451.500 € 847.400

verschil

V/N

€ 111.900 € 18.000 € 176.500 € 298.700

Voordeel Voordeel Nadeel Voordeel

€ Voordeel 252.100

De DVO heeft betrekking op de uitvoering van Bijz. Bijstand, Armoedebeleid en participatie KP4. In de primitieve begroting 2024 van Werkzaak Rivierenland was nog geen rekening

gehouden met o.a. de bijstelling van het lokaal minimabeleid en de daaruit voortvloeiende kosten De herijking van het Gemeentefonds leidt niet alleen tot hogere rijksvergoedingen, maar ook tot gewijzigde toerekening van kosten aan de programma’s inkomen en werk. Dekking: Tegenover de bijdrage aan Werkzaak Rivierenland staan enerzijds van het Rijk te ontvangen vergoedingen (BUIG en LKS). Daarnaast zijn in de gemeentebegroting functionele lastenramingen opgenomen voor de uit te voeren taken (zoals Bijz. Bijstand, Armoedebeleid en KP4).

Communicatie

Aanpak en planning

Participatie

Bijlagen

De Adviesraad Sociaal Domein is geïnformeerd over de binnenkomst van de Bestuursrapportage 2024 van Werkzaak Rivierenland. Als van haar een reactie wordt ontvangen, voegen wij dit als bijlage bij dit voorstel.

Wij hebben Werkzaak Rivierenland laten weten dat wij een voorstel aan uw raad doen om onze bedenkingen m.b.t. de Bestuursrapportage 2024 van Werkzaak Rivierenland te verwoorden in een zienswijze en niet in te stemmen met de in de Bestuursrapportage opgenomen Begrotingswijziging. Wanneer u akkoord gaat, sturen wij de definitieve zienswijze aan Werkzaak Rivierenland. Na definitieve vaststelling van de Bestuursrapportage 2024 en Begrotingswijziging door Werkzaak Rivierenland stellen wij u daarvan in kennis.

n.v.t.

• aanbiedingsbrief d.d 12 juli 2024 • Bestuursrapportage 2024 • Brief met zienswijze • reactie Adviesraad Sociaal Domein

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14543433/1