Raadsvoorstel Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 Werkzaak Rivierenland
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 Werkzaak Rivierenland
Aangeboden door
College van B&W
Portefeuillehouder
R.A.N. Reuvers
Team
Team Samenleving
Zaakkenmerk/Document kenmerk
Z.085766/D.248670
Datum document
3 mei 2023
Vertrouwelijkheid
Openbaar
Bijlagen
Ja
Inhoudsopgave 1. Voorgesteld besluit 2. Aanleiding 3. Beoogd effect 4. Argumenten 5. Kanttekeningen 6. Financiën 7. Communicatie 8. Aanpak en planning 9. Bijlagen
Voorgesteld besluit
Aanleiding
1. in te stemmen met de Begroting 2024 en Meerjarenraming 20252027 Werkzaak Rivierenland en 2. de zienswijze vast te stellen en deze te sturen aan het DB Werkzaak.
Werkzaak Rivierenland voert voor onze gemeente de Participatiewet uit. Bij brief van 24 april 20283 is aan ons gezonden de Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027. In de aanbiedingsbrief zat het verzoek om een zienswijze in te brengen bij het DB Werkzaak. De Begroting 2024 en de Meerjarenraming 2025-2027 geven een financieel beeld van de gestelde doelen en ambities. Het is ook de vertaling van de Kadernota 2024
(uitgangspunten voor Begroting en Meerjarenraming). Medio mei 2023 is een aanvullend schrijven ontvangen met daarbij een erratum op de Begroting 2024. Het gaat dan in het bijzonder om de pagina’s 69/70 (Begroting 2024) en 74/75 (Meerjarenraming 2027). De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat uw raad een zienswijze mag indienen op de ontvangen stukken. Onze zienswijze moet uiterlijk 30 juni 2023 zijn ingeleverd. Na ontvangst van de zienswijzen zal het AB Werkzaak de Begroting 2024 en Meerjarenraming 2024-2026 definitief vaststellen. Dit is in de vergadering van het Algemeen bestuur van 13 juli 2023.
Beoogd effect
Kennisneming, beoordeling en behandeling van de concept Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 Werkzaak Rivierenland, waaronder het opstellen van een zienswijze van West Maas en Waal over de stukken.
Argumenten
1.1. Ramingen gebaseerd op Kadernota 2024. Op 17 november 2022 heeft het AB van Werkzaak Rivierenland de Kadernota 2024 vastgesteld. In de Kadernota zijn de uitgangspunten opgenomen die de grondslag vormen voor de Begroting 2024 en de Meerjarenraming 2025-2027 (zie ook par. 6.1 vanaf pag. 39 van de Programmabegroting). Zo is vastgelegd op welke wijze indexering van de kosten(ramingen) plaatsvindt. Daarbij wordt onderscheidt gemaakt in: • Indexcijfer lonen: 4.20%; • Indexcijfer sociale lasten: 0.20%; • Indexcijfer materiële kosten: 6.80%. In de Begroting 2024 (en de Meerjarenraming( 2025 t/m 2027) zijn ook vertaald de (financiële en inhoudelijke) ontwikkelingen die zich in het landschap hebben voorgedaan. Daarbij moet gedacht worden aan o.a.: • Een forse verhoging van de bijstandslasten als gevolg van de stijging van het minimumloon waaraan de bijstand is gekoppeld; • Een hoger beroep op dat deel van de bijzondere bijstand dat namens de gemeenten wordt uitgevoerd door Werkzaak (toenemende economische onzekerheid door recessie en inflatie); • Een oplopend voordeel op het onderdeel SW (door sterkere afname van het bestand dan landelijk ingecalculeerd): • Formatieve ontwikkelingen als gevolg van o.a. wettelijke taken, vervanging doelgroepenformatie i.v.m.
uitstroom en bestandsveranderingen (grotere instroom statushouders); • de gevolgen van de herijking van het Gemeentefonds vanaf 2023 en uiteraard • het niet op voorhand incalculeren van een mogelijk positief subsidieresultaat ten gunste van het Bedrijfsvoeringsresultaat. Dit alles heeft een behoorlijke impact op de Begroting 2024 en de Meerjarenraming 2025-2027 van Werkzaak Rivierenland, ondanks de dempende werking van het toepassen van stelposten binnen de onderdelen Inkomensvoorziening (BUIG) en Participatie (LKS).
De ontwikkelingen worden – gelet op de onzekere tijden – erg nauwlettend gevolgd. Bij de Bestuursrapportage 2024 bekijkt Werkzaak Rivierenland of de Begroting 2024 moet worden aangepast. Lopen de raming van de bestandsontwikkeling (aantallen werkzoekenden die we begeleiden) nog in pas met de regionale trends en ontwikkelingen. Zo nodig worden weer op basis van scenario’s de financiële effecten zichtbaar gemaakt en aan u als raad voorgelegd. 1.2 Opnieuw opgesteld volgens nieuw model (doorontwikkeling en toekomstbestendig). De P&C-documenten zijn uiteraard opgesteld volgens de nieuwste voorschriften. Zij voldoen hiermee aan de wettelijke voorschriften. Ook nu weer zijn inhoudelijke verbeteringen doorgevoerd. Dit sluit aan bij de afspraken die gemaakt zijn rond de Bestuurlijke Agenda 2020. Beter is zichtbaar wat wil worden bereikt, wat daar voor wordt gedaan en wat het kost. Daarnaast zijn stappen gezet die er uiteindelijk toe leiden dat benchmarking mogelijk wordt. Om stabiliteit in de bijdrage van gemeenten te krijgen is eerder besloten om voor het verschil tussen de kosten van BUIG en de rijksvergoeding een stelpost op te nemen. Immers de rijksvergoeding beweegt mee met de economie. De prognose is dat het subsidieresultaat - na verwerking van de stelpost - de komende jaren positiever wordt.
Het bedrijfsvoeringsresultaat laat in de eerste jaren (2024 en 2026) een redelijk stabiel beeld zien. Eerst in 2027 is sprake van een oplopende bijdrage. De Begroting 2024 alsmede de Meerjarenraming 20252027 geven daarmee een beter inzicht in de kostenontwikkelingen (zie ook pag. 2 en 3 van de aanbiedingsbrief). 1.3 Cijfers zijn transparant en geven getrouw beeld. De Begroting 2024 is – zoals die van 2023 - opgebouwd volgens een nieuwe programmastructuur. Daarbij is ingespeeld op de uitkomsten van de Bestuurlijke agenda 2020. Het betekent dus dat de Begroting wordt gevormd door 6 inhoudelijke programma’s (par. 5.1 t/m 5.6) en een programma Algemene dekkingsmiddelen (par. 5.7). Daarnaast is er opnieuw een bijlage 8.1 opgenomen waarin de gemeentelijke bijdragen per Begrotingsjaar (2024 t/m 2027) gespecificeerd wordt weergegeven. Hiermee is transparantie in de cijfers en de uitkomst per gemeente op onderdelen aanwezig. 1.4 in overeenstemming met afspraken binnen de Bestuurlijke Agenda 2020. In de raadsvergadering van 4 maart 2021 is een besluit genomen over de zogeheten Bestuurlijke Agenda 2020. Daarbinnen werden gewijzigde bekostigingsafspraken vastgelegd met betrekking tot niet allen de rijksvergoedingen Participatiewet maar ook de WSW-taken. Verder is par.
3.2.3 van de Eindrapportage ingegaan op het dempen van de effecten voor de gemeenten door te kiezen voor een ingroeitermijn (periode 2022 t/m 2024). Dit is nader uitgewerkt in het Technisch Bijlagenrapport (hoofdstuk 5 en bijlage 4). Wij stellen vast dat de Begroting 2024 (en Meerjarenraming 2024-2026) is opgesteld in overeenstemming met deze bestuurlijke afspraken. Daarnaast stellen we vast dat in de Begroting 2024 en de Meerjarenraming 2025-2027 vertaling heeft plaatsgevonden van de ABvergadering gemaakte afspraken over vertaling van de herijking van het Gemeentefonds. 2.1 Zienswijze vaststellen en op tijd inzenden aan het DB Werkzaak. Het DB van Werkzaak moet uiterlijk 30 juni 2023 onze zienswijze op de Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 ontvangen. In onze
zienswijze staat dat uw raad instemt met de voorliggende stukken.
Kanttekeningen
1.1. Begroting 2024 en Meerjarenraming 2024-2026 wijzigt nog. De gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op de verdeelsystematiek zoals die voor 2024 en de daaropvolgende jaren geldt. Hoewel in de ramingen rekening is gehouden met indexatie van lasten en baten, kunnen die uiteraard in de praktijk gaan afwijken. Via een Bestuursrapportage vindt bijstelling plaats van de Begroting 2024 en het Meerjarenperspectief 20252027. Risico’s Ja, financieel. In de concept-Begroting 2024 en Meerjarenraming 20252027 van West Maas en Waal hebben we opgenomen de uitkomst van de ontvangen concept-Begroting 2024 van Werkzaak Rivierenland. Alle gemeenten zenden een zienswijze in. Vervolgens is het aan het AB van Werkzaak om deze te wegen en de Begroting vast te stellen. Dit staat gepland voor juli 2023. Een gewijzigde vaststelling van deze stukken van Werkzaak Rivierenland (en dus een ander resultaat) verwerken wij in onze Najaarsnota 2023. Daarnaast hebben we te maken met de economische (na-ijl) effecten van o.a. de Covid-19 pandemie (faillissementen), de huidige oorlogssituatie in de Oekraïne en de gevolgen van de (matige) economische recessie. Via rapportages worden wij zeer frequent door Werkzaak Rivierenland op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen (zowel getalsmatig, inhoudelijk als financieel).
Financiën
Bij de in de primitieve Begroting 2024 van Werkzaak Rivierenland zouden wij de volgende opmerkingen willen plaatsen. • Pag 12 e.v. Programma’s (par. 5.1) De Begroting 2024 is opgebouwd aan de hand van 6 programma’s. Hiermee wordt ingespeeld op de uitkomsten van de Bestuurlijke Agenda 2020. Het draagt ook bij aan het businesscase denken. Relevante informatie (zoals doelstellingen en beleidsindicatoren) zijn toegevoegd. Voor het vergelijk zijn de cijfers 2024 (en meerjarenperspectief) geplaatst tegenover de cijfers van de Jaarrekening 2022 en de Begroting 2023. • Pag 19 e.v. Participatie (par. 5.2) Werkzaak Rivierenland maakt geen onderscheid in de dienstverlening op basis van achtergrond van de doelgroep. De doelstellingen voor dit programma en de programma’s Wet sociale werkvoorziening en Beschut komen daarom overeen. De programmatekst is opgenomen in dit programma. Bij de overige programma’s wordt hiernaar verwezen. Het aantal dienstverbanden daalt- – zoals verwacht – licht ten gevolge van de daling binnen het WSW (regulier en LKS). Daartegenover staat een kleine toename voor Beschut en P-wet (regulier en loonkostensubsidie). • Pag 25 Sociale werkvoorziening (par. 5.3)
West Maas en Waal is voor dit onderdeel geen deelnemer van Werkzaak Rivierenland. In de bestuurlijke agenda is afgesproken dat de werkelijke gemaakte kosten voor de doelgroep Wsw worden doorbelast naar de deelnemers. • Pag. 27 Beschut werk (par. 5.4): Beschut werk is een instrument voor mensen die kunnen werken in een aangepaste omgeving. Het gaat hierbij om mensen die begeleiding en/of aanpassing(en) van het werk nodig hebben en daardoor wel kunnen werken. De komende jaren blijft de doelgroep Beschut groeien. Op basis van deze groei ontwikkelen de baten en lasten zich. De inzet van interne (ambtelijke) capaciteit verschuift van de Wsw-doelgroep naar beschut en is van invloed op het programma resultaat. De rijksvergoeding die wordt ontvangen, is gebaseerd op de taakstelling. Op dit moment is er sprake positief subsidieresultaat. Als het aantal mensen met een dienstverband bij Werkzaak stijgt naar het niveau van onze taakstelling komen we financieel gezien te kort op de specifieke rijksvergoeding voor de begeleiding van deze doelgroep. De loonkosten voor deze doelgroep worden betaald uit verstrekte loonkostensubsidies en inleenvergoedingen. Hier resteert een nadeel, dat wordt gecompenseerd door een voordeel op BUIG. • Pag. 29 Inkomensvoorziening (par. 5.5): Voor het resultaat tussen de rijksvergoedingen (BUIG en LKS) en de kosten is een tweetal stelposten (voor 2024 e.v.
jaren) opgenomen (ter grootte van ca. € 4.5 milj.) zodat de impact op de begroting gedempt wordt. In financiële zin maakt de crisis het begroten onzeker. In de primitieve begroting van 2023 (van Werkzaak) was nog geen rekening gehouden met de stijging van het minimumloon met 10,15%. Die wijziging wordt nog verwerkt in de Bestuursrapportage 2023. Dit kon ook niet omdat op het moment dat de begroting 2023 werd opgesteld deze stijging nog niet bekend was. De Rijksoverheid heeft een schatting afgegeven voor de Rijksvergoeding 2023 in verband met de stijging van het wettelijk minimumloon. Voor de te ontvangen Rijksvergoeding in 2024 wordt rekening gehouden met een minimumloonstijging van 4,2% en voor 2025 – 2027 met 1%. Voor 2024 2027 dienen de stelpost BUIG/LKS als buffer voor onvoorziene kostenstijgingen. Door frequent te monitoren en zo nodig te rapporteren aan o.a. AB en gemeenten, blijft Werkzaak wel in control. • Pag. 33 Overhead (par. 5.6) Bij dit onderdeel wordt rekening gehouden met een post “onvoorzien” van € 50.000,--. Voor een organisatie van deze omvang zeker niet ongebruikelijk. Verantwoording achteraf zal hiervan plaatsvinden. Ondanks de toegenomen kosten (door prijs- en loonontwikkeling) neemt het percentage overhead t.o.v. 2023 gering af (maar is uiteraard wel hoger dan over 2022).
Het gevolg van alle ontwikkelingen is dat de totale Begroting 2024 van Werkzaak Rivierenland stijgt naar € 97,4 milj. (t.o.v. € 85,5 milj. in 2023). Samenvatting. Per saldo resulteert de nieuwe begroting 2024 in een bijdrage van de deelnemende gemeenten van € 19,364 milj. (incl. de opgenomen stelposten) en excl. de Rijksvergoedingen. Dit is de zogeheten bijdrage Bedrijfsvoering.
Hierbij moeten de volgende opmerkingen worden geplaatst: • De in de Begroting 2024 e.v. jaren bij BUIG en LKS opgenomen stelposten (die leiden tot een neutraal subsidieresultaat) moeten worden gezien als een opdracht aan Werkzaak tot realisatie. Een positief subsidieresultaat komt bij de Jaarrekening ten gunste van de deelnemende gemeenten. • De afrekening van de BUIG vindt in het Begrotingsjaar 2024 plaats volgens het afgesproken ingroeimodel. Dat betekent dus: 25% direct ten gunste / ten laste van de individuele gemeente en 75% volgens het nieuwe verdeelsystematiek waarbij eventuele tekorten per deelnemende gemeente worden gedekt uit overschotten van andere gemeenten. Vanaf 2025 verloopt de afrekening geheel volgens de nieuwe systematiek; • De bijdrage bedrijfsvoering is toegenomen door de loonindexaties (ca. € 2,2 milj.) en de noodzakelijke uitbreiding van formatie (i.v.m. doelgroepen, privacy-regelgeving en statushouders); • In de Begroting 2024 e.v. jaren is verder o.a. rekening gehouden met een jaarlijkse (hogere) donatie aan het onderhoudsfonds Gebouwen, de toenemende lasten voor ICT, de ontwikkeling in de energielasten, de invoering van de WOO en lagere onderzoekskosten; • De gemeenten worden via het Gemeentefonds gecompenseerd voor de loon-/prijsontwikkeling.
• De lasten/baten die specifiek aan de Wsw kunnen worden toegerekend, worden doorbelast aan de betrokken gemeenten op basis van het aantal WSW-ers; • de deelnemers die participeren in de Participatiewet brengen het basisbedrag voor de uitvoering van die wet in dat zij ontvangen van het Rijk. Dit ontvangen de gemeenten via het cluster inkomen en participatie in de Algemene Uitkering (excl. uitkeringsfactor). Het verschil wordt verdeeld naar rato van het aantal bijstandsgerechtigden en loonkostensubsidies op grond van de Participatiewet. De bijdrage van West Maas en Waal in het surplus bedraagt ca. 7,5%; • In de Begroting 2024 en de Meerjarenraming 2025-2027 is rekening gehouden met de herijking van het Gemeentefonds en de daaruit voorkomende effecten (voor de individuele gemeenten). Daarbij wordt geacteerd in overeenstemming met het in opdracht van Werkzaak Rivierenland door Berenschot opgestelde rapport over het uiteenrafelen van de uitkering naar taakveld. Effect voor West Maas en Waal. Kosten Op pagina 68 en volgende van de concept-Begroting 2024 (Par. 8.1) staan per gemeente de bijdragen aan Werkzaak Rivierenland gespecificeerd weergegeven. Zoals aangegeven in het begin van dit voorstel zijn de pagina’s 69/70 (Begroting 2024) en 74/75 (Meerjarenraming 2027) achteraf gewijzigd.
De totale bijdrage voor 2024 wordt – na wijziging - geraamd op € 6.058.100,- (zowel rijksvergoedingen BUIG, Bbz, LKS, Participatie, de uitvoeringskosten als de taken uitgevoerd op grond van de Dvo’s). In de jaren daarna (2025 t/m 2027) loopt dit bedrag licht op tot € 6.305.700,- (na wijziging). Daarbij moet worden opgemerkt dat rekening is gehouden met een stelpost BUIG en LKS (van ca. € 300.000,- jaarlijks). Hierbij valt op dat het gemeentelijk subsidieresultaat op de BUIG aflopend is van +/+ €
68.900,- in 2024 tot -/- € 4.000,-in 2027). Door de veranderde bekostigingsafspraken op basis van de Bestuurlijke Agenda 2020 ondervinden wij hiervan géén nadeel. De nieuwe verdeelsystematiek betekent dat een individueel nadeel gedragen wordt door de gemeenten met een saldo-overschot. Naast de verschuldigde bijdrage in de uitvoering van de Participatiewet, hebben wij de uitvoering van verschillende taken ondergebracht bij Werkzaak. Het gaat daarbij om de Bijzondere Bijstand, het Armoede-beleid, en de begeleiding van bijstandsgerechtigden met KP4. De lasten hiervan (zowel uitvoering als verstrekkingen) worden geraamd op ca. € 670.900,- (in 2024). Deze uitbesteedde diensten worden jaarlijks afgerekend op basis van werkelijke kosten (mensuren, producten en diensten).Aangezien er gesprekken lopen over het beëindigen van de dienstverlening voor Schuldhulpverlening per medio juli 2023 (terug naar de gemeente)-zijn in de Begroting 2024 e.v. jaren die kosten niet geraamd. 2023 € 3.255,800 € 220.100
2024 Bijdrage € inkomen 3.594.600 Bijdrage €€ Werk 469.500 Dvo’s BB- € 649.100 € 670.900 Arm + KP4 Dvo – € 145.600 SHV Bijdr. € € Bedrijfsv. 1.064.100 1.323.100
2025 € 3.630.600 € 4.89.300
2026 € 3.666.600 € 525.200
2027 € 3.703.600 € 554.500
€ 674.700
€ 676.800
€ 683.300
€ 1.351.800
€ 1.357.000
€ 1.364.100
Totaal:
€ 6.146.400
€ 6.225.600
€ 6.305.500
€ € 5.334.700 6.058.100
Hierin zijn voor West Maas en Waal opgenomen de stelposten voor BUIG en LKS tot een bedrag van: € 301.000 € 311.000 € 292.100 € 278.200 € 296.400 Dekking: Tegenover de bijdrage aan Werkzaak Rivierenland staan enerzijds van het Rijk te ontvangen vergoedingen. Daarnaast zijn in de gemeentebegroting functionele lastenramingen opgenomen voor de uit te voeren taken (zoals Bijz. Bijstand, Armoedebeleid en Schuldhulpverlening). In de Begroting 2024 en volgende jaren wordt – door de opname van stelposten - rekening gehouden met een budgettair neutraal subsidieresultaat. Wanneer de stelposten (cf. de doelstelling) niet benodigd zijn voor het opvangen van hogere uitkeringslasten, lagere rijksvergoedingen en omzetschommelingen, is er aan het eind van een jaar een positief subsidieresultaat. Werkzaak Rivierenland en de financieel consulenten van de gemeenten vormen een werkgroep die de opdracht heeft om een scherpe risicoanalyse op te stellen met betrekking tot de in de Begroting 2024 opgenomen stelposten. Hoe groot is het risico dat deze stelpost benut moet worden ter dekking van tegenvallende rijksvergoedingen en omzet en hogere uitkerings-/uitvoeringslasten? Immers de niet benodigde stelpost
komt aan het einde van het boekjaar ten gunste van het Bedrijfsvoeringsresultaat en beïnvloedt daarmee het rekeningsresultaat in grote mate. Hiermee krijgen de gemeenten een beter beeld van de risico’s en de gevolgen van deze stelposten voor de gemeentelijke Begroting. Op lokaal kan daardoor een gefundeerde keuze worden gemaakt m.b.t. het gemeentelijk financieel risico. Vooralsnog houden wij in de gemeentebegroting géén rekening met een positief subsidieresultaat. Het financieringsresultaat is in de gemeentebegroting zichtbaar op de onderscheidene kostenplaatsen en kostensoorten (P-wet, IOAW, IOAZ, BBZ, SW, Bijstand, Armoedebeleid).
Communicatie
De Adviesraad Sociaal Domein is geïnformeerd over Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-202l7 Werkzaak Rivierenland. Zodra van haar een reactie is ontvangen, voegen wij dit als bijlage bij dit voorstel.
Aanpak en planning
Wanneer u akkoord gaat, sturen wij de zienswijze aan Werkzaak Rivierenland. Na definitieve vaststelling van de Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 Werkzaak Rivierenland stellen wij u daarvan in kennis stellen.
Bijlagen
- Bijlage 1 Aanbiedingsbrief begroting 2024-2027 Werkzaak Rivierenland - Bijlage 2 Conceptbegroting 2024 Werkzaak Rivierenland (24-4-2023) - Bijlage 3 Addendum Aanbiedingsbrief Begroting Werkzaak 2024 - Bijlage 4 Addendum Conceptbegroting 2024 Werkzaak Rivierenland - Bijlage 5 Brief met zienswijze