CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Minimabeleid thema-avond 09022023 verslag

Opiniërende raad 9 februari 2023, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Minimabeleid1.178 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opiniërende raadsvergadering 9 februari 2023. Tijdens de bijeenkomst van de Raad op 9 februari 2023 is gebruik gemaakt van de Mentimeter voor het aftasten van de mening van de Raad over het (nieuwe) Minimabeleid. Daarmee is input verkregen voor de vorming van een mogelijk gewijzigd beleid conform het door de Raad aanvaarde amendement op 2 november 2022 (A-2022-11) Vooraf: Niet bij alle vragen / antwoorden komt het aantal keuzes overeen met het aantal aanwezige raadsleden (of een veelvoud ervan). Dit is een gevolg van niet gegeven antwoorden. Er was soms onduidelijkheid over de interpretatie van de vraag. Door de interpretatie waren de antwoorden in sommige gevallen ook anders, dan het antwoord na nadere uitleg zou zijn. Link: https://westmaasenwaal.raadsinformatie.nl/vergadering/1063182 Hieronder geven wij de gestelde vragen en de verkregen respons integraal weer. Zo nodig zal op basis van hetgeen tijdens de bijeenkomst is gezegd, zowel de vraag als het resultaat worden geduid.

Draaiknop 1 - Doelgroepen Vraag 1: Ter verheldering van de begrippen “wettelijk traject” en “vrijwillig traject” hierna een korte toelichting: Wettelijk traject: een traject schuldhulpverlening op grond van de Wet waarbij de uitvoering wordt verzorgd door de schuldhulpverlener van de gemeentelijke uitvoerder (Plangroep); Vrijwillig traject: een traject waarin de schuldenaar op basis van -veelal mondelinge afspraken met de geldverstrekkers of schuldeisers afspraken heeft gemaakt over de afbetaling van de uitstaande schuld (privé-afspraken).Niet nakomen van afspraken is niet of mogelijk juridisch afdwingbaar,

Vraag 2: Op de vraag “Wie zijn voor u de doelgroepen van het Minimabeleid?” waren alle antwoorden mogelijk. Hoe meer doelgroepen worden benoemd, hoe breder het beleid moet worden ingericht.

Aanvullende opmerkingen: Niet de gezinssituatie maar de inkomenspositie is leidend voor wie onder het minimabeleid zou moeten vallen. Daarnaast wordt aangegeven dat streven naar arbeidsparticipatie waarbij de inwoners een voldoende toereikend inkomen verwerft primair is.

Vraag 3 Met deze vraag wordt duiding gegeven in de mate van gerichtheid van de vast te stellen beleidsregels (generiek vs specifiek).

Draaiknop 2 – Inkomensgrenzen Vraag 4 De normen (100%, 110%, 120% of 120% en meer) worden afgezet tegen de toepasselijke bijstandsnormen zoals die elk halfjaar door de Rijksoverheid worden gepubliceerd. Voor alleenstaanden is de bijstandsnorm 70% van het wettelijk minimumloon en voor gehuwden/samenwonenden is dat te samen 100% van het minimumloon.

Opmerkingen: hoogte van “laag inkomen” is gerelateerd aan de economische situatie welke voortdurend aan verandering onderhevig is. De term “laag inkomen” is dan ook subjectief. Aanvullend: de hoogte van een inkomensgrens bepaalt niet alleen de mate waarop beroep kan worden gedaan (omvang van de doelgroep en dus de omvang van de verstrekkingen) maar ook de hoogte van de uitvoeringskosten.

Vraag 5 Met deze vraag werd achterhaald of er sprake mag zijn van differentiatie van de inkomensgrenzen binnen het Minimabeleid (zo veel mogelijk uniform vs differentiatie per regeling).

Vraag 6 De vraag leidde tot verwarring onder de respondenten. Dit kwam voort uit het feit dat de term “huidige” voor een deel werd geïnterpreteerd op basis van de structurele inkomensgrens (van 110%) en gedeeltelijk op basis van de eenmalig (uitsluitend voor 2023) verhoogde inkomensgrenzen (110% resp. 120%).

Opmerking: Vanuit het gegeven dat de raadsleden vanuit een wisselende perceptie de vraag hebben beantwoord, kan aan de beantwoording geen conclusie worden verbonden.

Draaiknop 3 – Vermogensgrenzen Vraag 7 Deze vraag behoeft verder geen toelichting.

Vraag 8

Opmerking: Het “vermogen” wordt gevormd door zowel geld als goederen. Omdat een deel van het vermogen niet (direct) aangewend kan worden voor betalingsverplichtingen of de aankoop van essentiële zaken, wordt opgemerkt dat wellicht de term “vrij besteedbaar vermogen” meer recht doet.

Vraag 9 Ook nu weer werd via deze vraag achterhaald of er sprake mag zijn van differentiatie van de vermogensgrenzen binnen het Minimabeleid (zo veel mogelijk uniform vs differentiatie per regeling).

Vraag 10 Op deze vraag waren alle antwoorden mogelijk. Doel was het achterhalen van het draagvlak voor een stringenter vermogensbeleid voor bepaalde doelgroepen.

De relevantie van deze vraag is minder vanwege het antwoord op de vraag 9 hiervoor (antwoord: zo veel als mogelijke gelijke vermogensgrenzen voor alle regelingen).

Draaiknop 4 - Vergoeding voor wie Vraag 11 Op basis van de antwoorden van deze vraag / stelling kan worden afgeleid welke vorm van onkostenvergoeding (normatief vs werkelijke kosten) binnen het minimabeleid de voorkeur geniet.

Vraag 12 Door deze vraag ontstond zicht op de mate waarin bij het bepalen van de vergoeding rekening dient te worden gehouden met de gezinssamenstelling van de aanvrager of de aard van de voorziening die werd aangevraagd.

Vraag 13 Door deze vraag ontstaat duidelijkheid over de mate van impact van de aanwezigheid van kinderen tot 18 jaar op de hoogte van een vergoeding die wordt toegekend.

Opmerking: bij de beantwoording van de vraag is uitgegaan van het uitgangspunt dat het kind nog financieel afhankelijk is van de ouder(s).

Vraag 14 Het stellen van deze vraag had tot doel de mening te achterhalen of een vergoeding (zoals die bijv. op grond van de Meedoen-regeling wordt verstrekt), meer of minder gezinslid gebonden moet zijn.

Opmerking: De kanttekening moet worden geplaatst dat vertrouwen in de inwoner basis is voor de toekenning van een vergoeding. De besteding moet wel plaatsvinden voor het doel en door de persoon voor / aan wie de vergoeding wordt toegekend.

Draaiknop 5 – hoogte van de vergoedingen Vraag 15

Opmerking Het antwoord is niet geheel representatief omdat niet alle aanwezige raadsleden de vraag hebben (kunnen) beantwoorden. Belangrijk is daarbij verder om te melden dat het begrip “gelijksoortige doelen” door de aanwezigen anders is geïnterpreteerd.

Vraag 16

Vraag 17 De huidige vergoedingsbedragen zijn al jaren op een gelijk blijvend niveau. Zij zijn nooit geïndexeerd.

Vraag 18

Opmerking: Gelet op het antwoord op de vraag hiervoor over indexatie is het antwoord op de vraag in de lijn van de verwachting.

Draaiknop 6 – Frequentie van de vergoeding Vraag 19

Opmerking: Daar waar sprake is van een vergoeding die voor een duurzaam gebruiksgoed wordt verstrekt, dient te worden bekeken of een methodiek van afschrijving zinvol is.

Vraag 20

Opmerking: Er wordt de suggestie gedaan om – ter voorkoming van veel administratieve werkzaamheden – de vergoeding te relateren aan de resterende maanden van het kalenderjaar. Daarbij er van uitgaande dat dit gelet op het doel waarvoor de vergoeding wordt verstrekt, verklaarbaar is.

Draaiknop 7 - uitvoering Vraag 21 Bij een referteperiode wordt het gemiddeld netto-maandinkomen over de 3 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag als uitgangspunt genomen (en niet het nettomaandinkomen op de datum van de aaanvraag).

Vraag 22

Opmerking: Bij het verstrekken van een vergoeding op basis van “vertrouwen in de bestedingsplicht van de burger” wordt achteraf op gecontroleerd via een steekproef. Hoe hoger het aantal personen dat binnen de steekproef valt hoe hoger de controle-kosten daarvan bedragen.

Vraag 23 De gemiddelde tijdsduur van afhandeling van een aanvraag bedraagt anderhalf uur (of wel ca. € 130,- tot € 150,-).

Opmerking: De kosten van uitvoering staan los van het recht van de inwoner/aanvrager op een vergoeding. Uiteraard moet de uitvoering voldoende effectief en efficiënt zijn. Daarbij wordt meegegeven om doorlopend kritisch te kijken naar vereenvoudiging van uitvoeringsvraagstukken (kan het eenvoudiger, minder tijdrovend, etc.). Zeker waar het daarbij gaat om relatief kleine vergoedingsbedragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12507318/1