Inspraaktekst Inspreker 1 RTG Ruimte 14-01-2025 - Geredigeerd
Tekst van het document
Inspraak bij RTG Ruimte van 14 januari 2024 bij het plan “Industrieweg” •
Allereerst bedankt voor de geboden gelegenheid om te mogen inspreken namens mijn opdrachtgevers, de familie evenals hun bedrijven.
•
Inmiddels zijn we bijna 3,5 jaar verder sinds het door ons op 26 juli 2021 indienen van een reactie bij het voorontwerp bestemmingsplan “Industrieweg”. Toen is al genoemd dat wij niet de intentie hebben om een nieuwe woonwijk in Dreumel onmogelijk te maken. Maar ook dat een belangrijke voorwaarde daarbij dan wel is dat de huidige bedrijfsvoering niet wordt belemmerd evenals de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de locatie Wilhelminastraat 19 niet beperkt dienen te worden. Zodoende is destijds al gevraagd om de nieuwe woningen op een grotere afstand te plaatsen. Dus met een gewijzigde verkavelingsopzet. Daarmee zou bij de nieuwe woningen ook sprake zijn van een beter woon- en leefklimaat. Ook is destijds al genoemd dat er wellicht privaatrechtelijke afspraken zouden kunnen worden vastgelegd. We zagen immers al aankomen dat de belangen van mijn opdrachtgevers niet of onvoldoende via het publiekrecht gewaarborgd kunnen worden.
•
Wij hadden op basis van de reactie op het voorontwerp gehoopt op een beter plan. Helaas werden wij geconfronteerd met een ontwerp bestemmingsplan met dezelfde verkaveling en daarmee ook dezelfde problematiek. Zodoende waren we genoodzaakt om een zienswijze in te dienen op 10 januari 2022. Inmiddels dus 3 jaar geleden. In die zienswijze is wederom aangegeven dat het niet de intentie is van mijn opdrachtgevers om een nieuwe woonwijk onmogelijk te maken. Maar nadrukkelijk ook de voorwaarde dat het dient te gaan om een kwalitatief goed plan voor zowel de toekomstige bewoners evenals mijn opdrachtgevers.
•
We hebben hier wederom nadrukkelijk aandacht voor gevraagd tijdens de Hoorzitting van de Hoorcommissie Ruimtelijke Ordening op 16 februari 2022. Tijdens de hoorzitting werd duidelijk dat de (toenmalige) initiatiefnemer niet voornemens was de plannen te wijzigen. Daarnaast gaf hij aan “Niets te voelen voor een privaatrechtelijke regeling als het publiekrechtelijk goed geregeld kan worden”
•
De commissie merkte destijds al op dat het haar bevreemde dat er geen groen is ingetekend tussen de woningen en bedrijfspanden. Dit blijkt duidelijk uit het verslag dat u als bijlage 3 bij het raadsvoorstel heeft ontvangen. Het verbaast ons dus dat nu in het raadvoorstel bij argumenten onder 1.2. wordt genoemd “De commissie volgt de beantwoording van de zienswijzen. Het volledige advies van de hoorcommissie is opgenomen in de Nota beantwoording zienswijzen.” Is er dan nog een andere bijeenkomst geweest van de hoorcommissie waarvoor wij niet waren uitgenodigd of zijn er stukken van de hoorcommissie waar wij geen kennis van hebben kunnen nemen? De in de “Nota beantwoording zienswijzen” aangehaalde cursieve en blijkbaar geciteerde tekstpassage: Advies hoorcommissie De commissie adviseert nogmaals zorgvuldig de geluidbelasting op de nieuwe woningen te onderzoeken. Uitgangspunt dient daarbij te zijn dat het bedrijf van de indiener van de zienswijze niet mag worden belemmerd in de bedrijfsvoering door de beoogde woningbouwontwikkeling, er sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening en een goed woon- en leefklimaat. hebben wij immers niet terug kunnen vinden in bijlage 3 van het raadsvoorstel. Maar er wordt ook geen gehoor aan het geformuleerde uitgangspunt.
•
Helaas hebben we nu -na 3,5 jaar- nog steeds van doen met een ongewijzigd plan qua verkaveling en daarmee (te) kleine afstanden tussen de beoogde nieuwe woningen met bijbehorende tuinen en de locatie Wilhelminastraat 19. Tussentijds hebben er gelukkig wel goede overleggen plaatsgevonden met de gemeente en initiatiefnemer met de intentie om nader tot elkaar te komen. Dit ondanks dat wij van mening zijn dat het plan in de basis gewoon een verkeerde verkaveling hanteert. Het laatste contact met de gemeente betreft echter een e-mail van 31 juli jl., dus 5,5 maand geleden, waarbij de toezegging is gedaan dat wij geïnformeerd zouden worden zodra er door het college van B&W een besluit is genomen.
Dat besluit is van 2 december jl. -of eerder- gezien de datum die op het raadsvoorstel staat genoemd. Wij zijn hier echter pas meer dan een maand later over geïnformeerd namelijk woensdag jl. Daardoor hebben we nu maar een zeer beperkt aantal dagen gelegenheid gekregen om deze inspraak voor te bereiden. Dit terwijl de volle agenda daar eigenlijk geen ruimte voor beschikbaar had. •
Van de initiatiefnemer hebben wij niet meer vernomen nadat wij op 6 september jl. hadden verzocht om een verbeterde concept-overeenkomst t.a.v. de privaatrechtelijke afspraken die in de overleggen en mailwisseling aan de orde zijn gekomen. Dit terwijl de initiatiefnemer in die mailwisseling juist eerder al op 16 mei jl. aangaf dat haar intentie onverminderd van kracht blijft om het tot een goed einde te brengen met elkaar, met respect voor de belangen van de familie Dekkers. Zowel de gemeente als de initiatiefnemer hebben dus niet correct gehandeld om geruime tijd niets van zich te laten horen, maar vervolgens wel het college van B&W te laten besluiten en een raadsvoorstel in routing te brengen.
•
De gemeenteraad doet er naar ons idee goed aan om het college van B&W de vraag voor te leggen of zij kan garanderen dat de publiekrechtelijke bestemmingsplanregels -in combinatie met de binnen het vakgebied bekende jurisprudentie- er voor kunnen zorgen dat er geen bebouwing meer komt binnen de gebiedsaanduiding “Milieuzone geur en geluidzone 2” Een en ander zoals deze zone is aangeduid op de voorgestelde aangepaste verbeelding, zijnde bijlage 4.2 van de stukken. En waarvoor een beperking in artikel 7.4.5 van de aangepaste planregels, zijnde bijlage 4.3 van de stukken. Wij hebben er herhaaldelijk op gewezen dat deze methodiek ontoereikend is, het bestemmingsplan wordt immers buitenspel gezet door de mogelijkheden die er zijn op basis van vergunningsvrij bouwen. Dit is ook onderkend door de initiatiefnemer. Op 16 mei jl. gaf deze immers in de mailcorrespondentie aan dat “Met opneming van erfdienstbaarheden dan wel kwalitatieve verplichtingen lijkt borging toereikend”. Daarbij werd er vanuit initiatiefnemer ook een akkoord gegeven om het dan maar privaatrechtelijk te regelen.
Maar dat dient dan wel allereerst te gebeuren! Dus voordat een bestemmingsplan ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden. •
Aan de griffie heb ik verzocht om de specifieke uitsneden uit bijlage 4.1 van het raadsvoorstel, namelijk het rapport “Bedrijven en milieuzonering Industrieweg Dreumel” aan u beschikbaar te stellen. Voor een snelle lezer lijkt het allemaal netjes geregeld zoals het is uitgeschreven in paragraaf 3.4. Een kritische lezer signaleert echter dat bij zowel gebied A (waaronder Wilhelminastraat 19) als bij gebied B sprake is van een bedrijf met een maximale milieucategorie 2. Het verwondert ons dan dat er bij gebied B een lagere maximale milieucategorie 1 gaat worden toegekend, terwijl de zwarte lijn als contour behorende tot dat gebied slechts over de bestemming ‘groen’ is gelegen en bovendien op ruime afstand van de kavels bij de beoogde woningen. Dit terwijl de zwarte lijn die als contour bij Wilhelminastraat 19 behoort juist op de tuinen komen te liggen en ook tot nagenoeg strak tegen de achtergevels van de beoogde woningen. Daarbij wordt opgemerkt dat geluidshinder voor de bewoners in mindere mate aan de orde zal zijn in de wintermaanden indien ze binnen verblijven, maar vooral in de zomermaanden zal worden beleefd indien ramen en deuren open staan en gebruik wordt gemaakt van de tuin. Eerder hebben wij dit ook bij de hoorcommissie aan de orde gesteld. Je kunt de norm wel aanpassen, maar daarmee is het geluid niet weg.
Daarbij is toen ook een vergelijking gemaakt met soepele normen die mogelijk zijn bij de (toenmalige) Wet geurhinder en veehouder, het blijft dan stinken. Wij begrepen toen van een raadslid dat hier eerder in de gemeente West Maas en Waal om die reden bewust niet voor is gekozen. Waarom nu dan wel bij het moeten accepteren van meer geluid bij nieuwe woningen en juist vooral ook bij de daartoe behorende tuinen?
•
Behalve geluid is dus ook geur van belang. Dit aspect werd in het voorontwerp evenals het ontwerp maar marginaal behandeld. Omdat wij daarop hebben aangedrongen hebben is de "Schematisch tekening met betrekking tot de contour" opgesteld en op 10 november 2023 beschikbaar gesteld. Helaas maakt deze tekening geen onderdeel uit van bijlage 4.1 van het raadsvoorstel, namelijk het rapport “Bedrijven en milieuzonering Industrieweg Dreumel”. Dan wordt immers duidelijk zichtbaar waar het huidige emissiepunt van Wilhelminastraat 19 aanwezig is. Terwijl nu slechts de voor goede ruimtelijke ordening gewenste straal van 25 meter wordt aangehaald in paragraaf 3.5. Deze straal reikt -aldus blijkt uit de "Schematisch tekening met betrekking tot de contour"- echter nog steeds voorbij de gebiedsaanduiding “Milieuzone geur en geluidzone 2” zoals deze zone is aangeduid op de voorgestelde aangepaste verbeelding, zijnde bijlage 4.2 van de stukken.
•
Maar bij deze straal van 25 meter wordt bovendien ook geen rekening gehouden met het niet beperken van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de locatie Wilheminastraat 19. Het huidige emissiepunt is immers op 12,33 meter afstand van de perceelsgrens gelegen, maar mag binnen de vigerende regelgeving ook worden verplaatst tot nagenoeg tegen de perceelsgrens. In dat geval zijn de achter Wilhelminastraat beoogde woningen in het geheel niet meer passend. Mijn cliënt heeft de bereidheid getoond om zodanige privaatrechtelijke afspraken vast te leggen dat het emissiepunt niet richting het plangebied zal worden verplaatst. Maar daarbij kan dan geen sprake zijn van eenrichtingsverkeer. Dus vanuit initiatiefnemer dient dan ook meegewerkt te worden aan privaatrechtelijke erfdienstbaarheden en/of kwalitatieve verplichtingen ter plaatse van het plangebied waaronder dat er geen bebouwing kan komen binnen de gebiedsaanduiding “Milieuzone geur en geluidzone 2”
•
Privaatrechtelijke afspraken zijn ook vereist gezien de “Voorwaardelijke verplichting akoestiek” in artikel 7.4.5 van de aangepaste planregels, zijnde bijlage 4.3 van de stukken. Omwille van een enigszins acceptabele geluidsbelasting bij de woningen dient immers een geluidsscherm met een hoogte van 2,5 meter gerealiseerd te worden ter plaatse van de plangrens / de perceelsgrens behorende bij Wilhelminastraat 19. Het burenrecht in het Burgerlijk Wetboek laat deze hoogte immers niet toe.
•
Maar ook het bij de voorwaardelijke verplichting vereiste “in stand houden” van het geluidsscherm zijn privaatrechtelijke afspraken vereist. Op dit moment is immers nog nergens beschreven wie hiervoor verantwoordelijk is in de toekomst. Het moge duidelijk zijn dat dit niet van mijn opdrachtgevers verwacht kan worden. Gaat de gemeente dit in de toekomst bewaken en ook handhaven? En kan zij dan de initiatiefnemer of de nieuwe bewoners aanschrijven? Het kan niet zo zijn dat een plan (met ‘de hakken over de sloot’) door het college van B&W wordt voorgesteld als passend door middel van onder andere een voorwaardelijke verplichting, maar er hierbij vervolgens geen waarborgen voor de toekomst zijn.
•
Verder is ons deels onduidelijk welke aangepaste planregels, zijnde bijlage 4.3 van de stukken, nu daadwerkelijk door het college van B&W ter vaststelling aan de raad worden aangeboden. Geel gemarkeerde tekstdelen komen immers zowel met als zonder doorhalingen voor. Maar ook bij de groen gemarkeerde tekstdelen met doorhalingen blijft onduidelijk wat nu daadwerkelijk is beoogd. Mogelijk was het de bedoeling om de wijzigingen ten opzichte van het ontwerp middels markeringen inzichtelijk te maken. Maar dat heeft dan selectief plaatsgevonden. Als voorbeelden wordt gewezen op: o Een nieuw artikel 7.4.4., maar dat is niet gemarkeerd.
o Tekstdelen die -zonder daarop te attenderen- zijn verdwenen uit artikel 7.4.2., namelijk: het geluidsscherm gesloten dient te worden uitgevoerd en geen te openen delen mag bevatten; ▪ de isolatie van het scherm 10 dB hoger dient te zijn dan de afschermende werking; ▪ een massa van 40 kg/m² dient te bedragen. o Deze tekstdelen zijn nu verplaatst naar de “Begrippen” in artikel 1.24, waarbij de voorgeschreven massa is gereduceerd van 40 kg/m² naar 10 kg/m². ▪
Voornoemde verplaatsing en versoepeling is naar ons idee ongewenst. Het dient behouden te blijven bij de voorwaardelijke verplichting en we vernemen graag waarom deze aanpassing heeft plaatsgevonden. •
Gezien al het voornoemde achten wij het niet passend indien de gemeenteraad op 30 januari 2025 overgaat tot vaststelling van het bestemmingsplan. Ondanks de doorlooptijd van 3,5 jaar is het plan immers onvoldoende op orde, maar dat is niet aan mijn opdrachtgevers te wijten. Wij zijn van mening dat één of enkele maanden uitstel nu ook niet meer het verschil gaat maken. Die tijd kan dan benut worden om het plan zelf te verbeteren, maar ook de waarborgen voor mijn opdrachtgevers te regelen.