CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept raadsbesluit Bestuursrapportage Werkzaak

Gemeenteraad 10 oktober 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.1060361.074 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbesluit

Onderwerp: Bestuursrapportage 2024 GR Werkzaak Rivierenland. Nr. 2024/10-XX

De Raad van de gemeente West Maas en Waal,

Gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders, d.d. 13 augustus 2024, nr. Z.106036

Overwegingen: Sinds 1 januari 2016 voert Werkzaak Rivierenland de Participatiewet uit voor de gemeente West Maas en Waal. Werkzaak is een Gemeenschappelijke Regeling (GR) waar de uitvoering van het basispakket van wettelijke taken en daarbij behorende bevoegdheden is neergelegd. Uw Raad wordt gevraagd om haar zienswijze ten aanzien van de Bestuursrapportage 2024 en de bijbehorende begrotingswijziging. Het AB stelt de Bestuursrapportage en de begrotingswijziging vast nadat de gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld om hun zienswijze in te dienen. Op 12 juli 2022 heeft Werkzaak Rivierenland ons deze stukken toegezonden. Uiterlijk op 7 oktober 2024 moet de gemeente West Maas en Waal aan Werkzaak haar zienswijze inzenden. Wij stellen vast dat in de Bestuursrapportage 2024 veel ramingen zijn bijgesteld op basis van geactualiseerde informatie (zoals ontwikkeling klantenbestand en rijksregelingen). Hierbij maken we ook de aantekening dat in de Bestuursrapportage 2024 rekening is gehouden met de rijksbudgetten volgens de Mei-circulaire 2024. Deze zullen in de loop van 2024 nog wijzigen en daarmee invloed hebben op het rekeningsresultaat. De Bestuursrapportage 2024 is – zoals in voorafgaande jaren - opgebouwd volgens de vernieuwde programmastructuur. Dit sluit aan bij de afspraken die gemaakt zijn rond de Bestuurlijke Agenda 2020.

Beter is zichtbaar wat wil worden bereikt, wat daar voor wordt gedaan en wat het kost. In de aanbiedingsbrief van 12 juli 2024 en de Bestuursrapportage 2024 (Bestuurlijke samenvatting op pag. 6 en par. 5.3 Programma Wsw op pag. 15) wordt door Werkzaak Rivierenland expliciet aandacht gevraagd voor de financiële uitdagingen rond de infrastructuur van sociale ontwikkelbedrijven. Daarbij wordt gerefereerd aan een bestuurlijke sessie die in maart 2024 heeft plaatsgevonden en de voorstellen die eind 2024 of in het 1e kwartaal van 2025 op tafel liggen. Vooruitlopend daarop acht Werkzaak Rivierenland het gewenst dat de additionele middelen die de gemeenten in dat kader ontvangen tot een bedrag van € 700.000,- in een reserve worden gestort. Ten aanzien van deze landelijke

nieuwe gelden en de voornemens van Werkzaak Rivierenland zouden wij het volgende willen opmerken. • De gelden die de gemeenten nu gaan ontvangen zijn door de Minister aangekondigd in de Voorjaarsnota 2024. Ze zijn een onderdeel van de invulling van het pakket van maatregelen waarover eind 2023 werd geschreven; • Onder begeleiding van Berenschot is tijdens een strategische sessie van het Algemeen Bestuur vast gesteld dat Werkzaak vanaf de start in 2015 al werkt als een gecombineerd werk-/ontwikkelbedrijf. Slechts 20% van de circa 100 ontwikkelbedrijven in Nederland heeft dezelfde aanpak als Werkzaak waarbij ze alle dienstverlening voor alle doelgroepen combineren. Het gaat dan om in combinatie aanbieden van werk, ondersteuning en uitkering. Op basis van onderzoek concludeert Berenschot verder dat de Rivierenlandse keuze voor een gecombineerde bedrijf een goede keuze is, omdat ze daarmee alle doelgroepen die iets van een uitkering aanvragen in beeld hebben en kunnen geven met die dienstverlening gericht op werk; • De aan de gemeente toebedeelde gelden betreffen niet alleen de voormalige WSWwerkbedrijven. Het gaat over de onderdelen waarin ook het beschut werken wordt gerealiseerd. En dan met name het creëren van een financieel stabiel perspectief voor al deze bedrijven.

Binnen de kaders van de Rijksambitie moeten ook extra beschutte werkplekken worden gerealiseerd en trajecten worden ingericht die zich richten op tijdelijk of langdurig terugvallen. • Al vele malen is door de raden van de deelnemende gemeenten geageerd tegen het creëren van reserves en voorzieningen bij Gemeenschappelijke regelingen zonder dat daar een specifiek bestedingsplan voor aan ten grondslag ligt. Ook nu weer wordt voorgesteld een reserve te vormen en daar gemeentelijke middelen in te storten zonder een vooraf helder bepaald bestedingskader; • Al eerder is een reserve Innovatiefonds ingesteld die bij de vaststelling van de Jaarrekening 2023 nog incidenteel is verhoogd met de restant-gelden van de Regiodeal. Deze reserve is ook bedoeld voor investering in technische innovatie (wat nu een van de uitwerkingsrichtingen is voor de infrastructuur sociale ontwikkelbedrijven); Op basis van het bovenstaande komen wij tot de conclusie dat het plaatsen van de “infrastructuur sociale ontwikkelbedrijven” binnen paragraaf 5.3 Programma Wet Sociale werkvoorziening én het vormen van een reserve tot een bedrag van € 700.000, onvoldoende is onderbouwd en aangetoond. Er ontbreekt ook een ontwikkelplan om te voldoen aan de doelstellingen van het Rijk met een daarbij behorend onderbouwd passend financieringsperspectief.

Deze aanvullende gelden van de Rijksoverheid zijn overigens niet structureel. Weloverwogen keuzes met vertaling naar de toekomst is dan ook absoluut noodzakelijk alvorens ingestemd kan worden met het creëren van een reserve. Werkzaak Rivierenland is in het bezit van een klein aandelenpakket (18,1% aandelen Dariuz). Het eigendom komt voort uit de liquidatie van het voormalige SW-bedrijf Lander (opgegaan in Werkzaak Rivierenland). De afgelopen jaren hebben de aandelen een rendement opgeleverd van ruim € 36.000,- (per jaar). De verwachting is dat het aandelenpakket over 2024 een hoger rendement oplevert dan voorheen (+ € 10.600,-). Hiertegenover staat echter dat het bestuur voornemens is om aan de deelnemers van de voormalige GR Lander nog in 2024 het voorstel te doen over te gaan tot verkoop van deze aandelen. Gelet op het rendement kan de vraag worden gesteld of het verstandig is om de aandelen te verkopen. De dividend-opbrengst is beduidend hoger dan een evt. renteopbrengst terwijl de aandelen op de balans gewaardeerd zijn voor een bedrag van slechts € 3.420,- (€ 1,- per aandeel). Wij vinden het in het licht van deze bestuurlijke discussie niet gewenst om het bedrijfsvoeringsresultaat 2024 positief te beïnvloeden (door ophoging van de dividend-opbrengsten). Met het bestuur zijn wij van mening dat een wijziging van de begroting noodzakelijk is.

Hiermee sluiten de ramingen weer aan bij het verwachte uitgaven- en inkomstenpatroon. Gezien onze bezwaren tegen de voorgestelde vorming van de reserve Sociale infrastructuur

en de aanpassing van de dividend-opbrengsten, kunnen wij geen instemming geven aan de ons voorgelegde begrotingswijziging. BESLUIT: 1.

2. 3.

Onze bedenkingen m.b.t. de Bestuursrapportage 2024 van Werkzaak Rivierenland te verwoorden in een zienswijze en niet in te stemmen met de in de Bestuursrapportage opgenomen Begrotingswijziging; Zienswijze vast te stellen en deze te sturen aan het DB van Werkzaak Rivierenland; de uitkomsten van de Bestuursrapportage te verwerken in de gemeentelijke Najaarsnota 2024.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering op 10 oktober 2024

De raad van West Maas en Waal,

K.A.H. (Kristel) Derks griffier

V.M. (Vincent) van Neerbos voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14543432/1