CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage motie M 2026-05 wetsvoorstel bestuursoverdracht lacune landelijk eindversie

Gemeenteraad 20 mei 2026, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Motie vreemd - Wettelijke bescherming sluiting laatste kleine dorpsschool6.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

CONCEPT WETSVOORSTEL Verplichte aanbieding tot bestuursoverdracht bij voorgenomen sluiting van een kleine laatste dorpsschool Onderdeel Doel

Omschrijving Dit voorstel regelt dat een schoolbestuur een kleine laatste dorpsschool pas definitief mag sluiten nadat de school aantoonbaar is aangeboden voor een bestuursoverdracht en nadat eventuele overnemende partijen een reële kans hebben gehad om een overdrachtsvoorstel uit te werken. Vanaf de datum waarop een schoolbestuur een voornemen tot sluiting bekend maakt, dient een termijn van negen maanden in acht te worden genomen waarin eventuele overnemende partijen in de gelegenheid worden gesteld om hun onderbouwde plannen tot overname in te dienen. Daarna volgt een periode van drie weken voor een beoordeling van de plannen tot overname door een onafhankelijke partij, waarna – bij een positieve beoordeling – het schoolbestuur verplicht meewerkt aan de beoogde bestuursoverdracht. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de termijnen die in acht dienen te worden genomen voor de voorbereiding op het nieuwe schooljaar, de inkoop van lesmateriaal, computers en software, de werving van personeel, de overdracht schoolgebouw, enz. enz. Werkdocument / concept voor politieke, juridische en maatschappelijke indiening. Laat de tekst voor formele indiening wetstechnisch toetsen door een wetgevingsjurist.

Kern

Status

Indiener(s): [naam indiener(s)] Datum: [datum] Versie: 1.4 concept - lacune-notitie landelijk ingekort en opmaak gelijkgetrokken

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

2

Inhoud Plaatsingswijzer WPO en WMS.................................................................................................

4

Doel van deze plaatsingswijzer.............................................................................................

4

Reikwijdte van het voorstel..................................................................................................

4

WPO: hoofdplaatsing............................................................................................................

4

WPO: koppeling aan artikel 56 en artikel 55........................................................................

4

WPO: verhouding tot artikelen 139, 140, 148, 149 en 157..................................................

4

WMS: hoofdplaatsing...........................................................................................................

4

WMS: aansluiting bij artikel 15 lid 3 en aanvullend artikel 15a............................................

5

WMS: verhouding tot artikel 10...........................................................................................

5

Belangrijk uitgangspunt........................................................................................................

5

Juridische lacune-notitie...........................................................................................................

6

Kern van het landelijke wetgevingsprobleem......................................................................

6

Landelijke relevantie.............................................................................................................

6

Illustratieve casus: De Tweestroom te Altforst.....................................................................

6

Waarom bestaande waarborgen onvoldoende zijn..............................................................

6

Noodzaak van wetswijziging.................................................................................................

7

Hoofdlijn van de voorgestelde landelijke regeling................................................................

7

Conclusie...............................................................................................................................

7

Aanbiedingsbrief.......................................................................................................................

8

Voorstel van wet.......................................................................................................................

9

Considerans..........................................................................................................................

9

Artikel I - Wijziging van de WPO...........................................................................................

9

A. wijziging artikel 56 WPO...............................................................................................

9

B. invoeging artikelen 149a tot en met 149g WPO...........................................................

9

Artikel 149a - Reikwijdte en aanbieding bestuursoverdracht...........................................

10

Artikel 149b - Informatieplicht huidig bevoegd gezag......................................................

10

Artikel 149c - Organisatietermijn van negen maanden....................................................

11

Artikel 149d - Overdrachtsvoorstel...................................................................................

11

Artikel 149e - Onafhankelijke beoordeling.......................................................................

11

Artikel 149f - Rechtsgevolg positieve beoordeling...........................................................

12

Artikel 149g - Nadere regels.............................................................................................

12

Artikel II - Wijziging van de WMS.........................................................................................

13

A. artikel 10 WMS blijft ongewijzigd................................................................................

13

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

3 B. wijziging artikel 11 WMS...............................................................................................

13

C. wijziging artikel 15 WMS en invoeging artikel 15a WMS...............................................

13

Artikel III - Overgangsrecht lopende sluitingsprocedures......................................................

14

Artikel IV - Inwerkingtreding..................................................................................................

14

Artikel V - Citeertitel...............................................................................................................

14

Memorie van toelichting............................................................................................................

15

1. Aanleiding...........................................................................................................................

15

2. Hoofdlijn van het voorstel..................................................................................................

15

3. Geen automatische openhouding, wel overdrachtskans...................................................

15

4. Organisatietermijn van negen maanden............................................................................

16

5. Onafhankelijke beoordeling drie weken voor overdracht.................................................

16

6. Toetsingscriteria................................................................................................................

16

7. Verhouding tot bestaande wetgeving...............................................................................

17

8. Rechtsbescherming en geschilbeslechting........................................................................

17

9. Uitvoerbaarheid.................................................................................................................

17

10. Maatschappelijke meerwaarde.......................................................................................

18

Artikelsgewijze toelichting.........................................................................................................

19

Bijlage - toetsingskader overnemende stichting.......................................................................

20

Bronnen en aanknopingspunten...............................................................................................

21

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

4

Plaatsingswijzer WPO en WMS Doel van deze plaatsingswijzer Deze plaatsingswijzer geeft aan waar de voorgestelde wijzigingen technisch in de bestaande Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) kunnen worden ingevoegd. De uiteindelijke nummering blijft voorbehouden aan de wetgever en de wetstechnische redactie van OCW/Justitie en Veiligheid.

Reikwijdte van het voorstel De voorgestelde regeling is nadrukkelijk geen algemene verplichting voor alle scholen. Zij geldt alleen voor kleine scholen die nog voldoen aan de voor die school geldende wettelijke opheffingsnorm, die de laatste school in het dorp of de kern vormen, en die als zelfstandige school met een eigen BRIN-nummer zijn geregistreerd. Scholen die onder de opheffingsnorm zijn geraakt of geen laatste school in de kern zijn, vallen niet onder deze bijzondere beschermingsregeling.

WPO: hoofdplaatsing De kernbepalingen horen in de WPO, omdat het gaat om instandhouding, bestuursoverdracht, bekostiging en opheffing van een basisschool. De meest logische plaats is in Titel IV, afdeling 8, na artikel 149 WPO, dus als nieuwe artikelen 149a tot en met 149g. Artikel 149 WPO regelt de bekendmaking over beëindiging van bekostiging en opheffing. De voorgestelde aanbiedingsplicht komt daar procedureel vóór een definitief sluitings- of beëindigingsbesluit te staan, maar uitsluitend voor kleine laatste dorpsscholen met een eigen BRIN-nummer die nog aan de opheffingsnorm voldoen.

WPO: koppeling aan artikel 56 en artikel 55 Daarnaast wordt artikel 56 WPO, het bestaande artikel over bestuursoverdracht, aangevuld met een verwijzing naar de nieuwe artikelen 149a tot en met 149g. Daarmee wordt duidelijk dat vrijwillige bestuursoverdracht in stand blijft, maar dat bij voorgenomen sluiting van een kleine laatste dorpsschool een bijzondere verplichte overdrachtsprocedure geldt. Artikel 55 WPO blijft daarbij relevant voor de eisen aan de rechtspersoon die een bijzondere school in stand houdt.

WPO: verhouding tot artikelen 139, 140, 148, 149 en 157 Dit wetsvoorstel verandert de bestaande regels over beëindiging van bekostiging of opheffing wegens het niet halen van de opheffingsnorm niet. Die regels staan met name in artikel 139 WPO, terwijl artikel 140 WPO de opheffingsnorm regelt. De nieuwe regeling geldt juist alleen zolang de kleine laatste dorpsschool nog voldoet aan de geldende opheffingsnorm. Voor vrijwillige opheffing van openbare scholen blijft artikel 148 WPO van belang, en voor bekendmaking rond beëindiging of opheffing artikel 149 WPO. Artikel 157 WPO blijft daarnaast onverlet voor situaties waarin de minister kan ingrijpen wegens zeer zwak onderwijs of ernstige wettelijke tekortkomingen.

WMS: hoofdplaatsing In de WMS hoort de wijziging bij artikel 11, eerste lid, onderdeel c, omdat dit onderdeel ziet op beëindiging, belangrijke inkrimping of uitbreiding van de werkzaamheden van de school. Daar wordt toegevoegd dat de MR pas zinvol advies kan geven nadat de WPO-overdrachtsprocedure is gestart en de noodzakelijke informatie beschikbaar is.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

5

WMS: aansluiting bij artikel 15 lid 3 en aanvullend artikel 15a Artikel 15, derde lid, WMS bevat al een belangrijke waarborg: een besluit over onder meer overdracht of fusie van de school, beëindiging van de school, verandering van de grondslag en vaststelling van onderwijstijd wordt niet genomen dan na raadpleging van de ouders. Daarom hoeft de raadpleging bij sluiting niet volledig nieuw te worden geïntroduceerd. Wel moet artikel 15 worden aangevuld, zodat bij een voorgenomen beëindiging van een kleine laatste dorpsschool ook de mogelijkheid van bestuursoverdracht uitdrukkelijk onderdeel is van de ouderraadpleging. Een nieuw artikel 15a kan vervolgens regelen dat de uitkomsten van die raadpleging schriftelijk worden vastgelegd en bij het MR-advies worden betrokken.

WMS: verhouding tot artikel 10 Artikel 10 WMS kent al instemmingsrechten voor besluiten zoals overdracht of fusie van de school. Dit wetsvoorstel laat dat uitgangspunt intact. De nieuwe WPO-procedure bepaalt wanneer het huidige bevoegd gezag verplicht moet meewerken aan overdracht; de WMS blijft regelen hoe de medezeggenschap bij het besluit en de gevolgen daarvan wordt betrokken.

Belangrijk uitgangspunt Het huidige bevoegd gezag krijgt in deze systematiek geen bevoegdheid om het toetsingsorgaan te kiezen. Het toetsingsorgaan wordt uitsluitend bij wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling aangewezen. Het schoolbestuur mag informatie aanleveren, maar kan de beoordelaar niet aanwijzen, vervangen of beïnvloeden.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

6

Juridische lacune-notitie Status: conceptnotitie ten behoeve van bespreking met OCW, Tweede Kamer, gemeenteraad en overige betrokken partijen. Deze notitie benoemt het landelijke wetgevingsprobleem dat uit de casus De Tweestroom zichtbaar wordt.

1. Kern van het landelijke wetgevingsprobleem De huidige Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) kennen geen duidelijke, afdwingbare procedure die waarborgt dat een kleine laatste dorpsschool eerst verplicht wordt aangeboden voor bestuursoverdracht voordat definitieve sluiting kan plaatsvinden. De lacune is niet dat iedere kleine school altijd open zou moeten blijven. De lacune is dat de wet geen verplichte tussenstap kent waarin een concreet overdrachtsalternatief onafhankelijk wordt onderzocht wanneer ouders, gemeente of een andere partij de school willen voortzetten.

2. Landelijke relevantie Dit probleem kan in iedere kleine kern ontstaan. Juist bij de laatste school in een dorp raakt sluiting niet alleen onderwijsorganisatie, maar ook bereikbaarheid, leefbaarheid, sociale samenhang en vertrouwen van inwoners in publieke besluitvorming. De huidige wet biedt wel medezeggenschap, raadpleging en vrijwillige bestuursoverdracht, maar geen landelijke aanbiedingsplicht of onafhankelijke toets voorafgaand aan sluiting. Daardoor blijft voortzetting afhankelijk van de bereidheid van het zittende bevoegd gezag.

3. Illustratieve casus: De Tweestroom te Altforst De Tweestroom laat deze landelijke lacune concreet zien. Ouders organiseerden zich, een overnemende stichting werd opgericht en er was breed lokaal draagvlak voor voortzetting. Toch bleek in kort geding dat de huidige wetgeving geen duidelijke grondslag biedt om een bijzonder schoolbestuur tot overdracht te verplichten. De casus is daarom niet alleen een lokaal geschil, maar een voorbeeld van een structureel wetgevingsvraagstuk: wat gebeurt er wanneer een laatste dorpsschool nog een voortzettingsalternatief heeft, maar het huidige bevoegd gezag sluiting doorzet?

4. Waarom bestaande waarborgen onvoldoende zijn De bestaande waarborgen beschermen inspraak, maar garanderen geen serieuze overdrachtskans. Dat verschil is essentieel. • • • •

De MR heeft advies- en instemmingsrechten, maar deze leiden niet automatisch tot een verplichting om een overdrachtsalternatief te toetsen. Ouderraadpleging geeft ouders invloed, maar geen zelfstandig recht om een school onder een ander bevoegd gezag voort te zetten. De gemeente kan steun uitspreken of bijdragen, maar kan bij een bijzondere school niet zonder wettelijke basis bestuursoverdracht afdwingen. Een overnemende stichting kan plannen, draagvlak en governance organiseren, maar blijft afhankelijk van vrijwillige medewerking van het zittende bestuur.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

7 De lacune bestaat dus in het ontbreken van een afdwingbare, voorafgaande en onafhankelijke overdrachtstoets.

5. Noodzaak van wetswijziging Voor een beperkte categorie scholen is een wettelijke reparatie nodig: kleine laatste dorpsscholen met een eigen BRIN-nummer die nog voldoen aan de geldende opheffingsnorm. Voor die categorie moet sluiting pas definitief kunnen worden doorgezet nadat bestuursoverdracht aantoonbaar is aangeboden en onafhankelijk is beoordeeld. Zo blijft sluiting mogelijk wanneer voortzetting niet verantwoord is, maar wordt voorkomen dat een reëel alternatief verdwijnt zonder transparante toets.

6. Hoofdlijn van de voorgestelde landelijke regeling De voorgestelde regeling bevat de volgende bouwstenen: • • • • • •

een verplichte schriftelijke aanbieding tot bestuursoverdracht vóór definitieve sluiting; een organisatietermijn van negen maanden voor initiatiefnemers; een informatieplicht voor het huidige bevoegd gezag; een onafhankelijke beoordeling van de overnemende rechtspersoon door een wettelijk aangewezen orgaan; een medewerkingsplicht bij positieve beoordeling, behoudens zwaarwegende objectieve belemmeringen; aanpassing van de WMS, zodat MR-advies en ouderraadpleging ook de overdrachtsmogelijkheid omvatten.

7. Conclusie De landelijke lacune is dat de wet geen verplichte, onafhankelijke overdrachtstoets kent voordat een kleine laatste dorpsschool definitief wordt gesloten. Daardoor kan een maatschappelijk belangrijke onderwijsvoorziening verdwijnen zonder dat eerst objectief is vastgesteld of voortzetting onder een ander bevoegd gezag mogelijk is. Daarom is wetswijziging noodzakelijk: niet om iedere kleine school kunstmatig open te houden, maar om te waarborgen dat sluiting van de laatste school in een kern pas volgt nadat een reële overdrachtskans serieus, transparant en onafhankelijk is onderzocht.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

8

Aanbiedingsbrief Aan: Tweede Kamerlid / fractie / Ministerie van OCW / vaste commissie voor OCW Betreft: verzoek tot wetswijziging inzake verplichte aanbieding tot bestuursoverdracht bij voorgenomen schoolsluiting Geachte heer/mevrouw, Hierbij verzoeken wij u om een wetswijziging te bevorderen waardoor een kleine laatste dorpsschool die nog voldoet aan de wettelijke opheffingsnorm en beschikt over een eigen BRIN-nummer niet definitief kan worden gesloten voordat bestuursoverdracht aantoonbaar en onafhankelijk is onderzocht. De bijgevoegde lacune-notitie beschrijft waarom dit een landelijk wetgevingsprobleem is. Het conceptwetsvoorstel werkt de oplossing uit: een verplichte aanbiedingsprocedure, een redelijke organisatietermijn, een informatieplicht en een onafhankelijke beoordeling van de overnemende partij. Wij verzoeken u dit voorstel te betrekken bij mogelijke aanpassing van de WPO en WMS en zijn graag bereid de inhoud nader toe te lichten. Met vriendelijke groet, \[naam / organisatie / contactgegevens\]

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

9

Voorstel van wet Wij (naam indiener(s)) stellen voor de Wet op het primair onderwijs en de Wet medezeggenschap op scholen te wijzigen in verband met de invoering van een verplichte aanbieding tot bestuursoverdracht bij voorgenomen opheffing of beëindiging van een kleine laatste dorpsschool die nog voldoet aan de wettelijke opheffingsnorm en beschikt over een eigen BRIN-nummer.

Considerans Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is te waarborgen dat een kleine school die nog voldoet aan de wettelijke opheffingsnorm, de laatste school in het dorp of de kern is en beschikt over een eigen BRIN-nummer, niet wordt gesloten voordat voortzetting onder een ander bevoegd gezag zorgvuldig, transparant en onafhankelijk is onderzocht; dat ouders, personeelsleden, gemeenten en lokale gemeenschappen in staat moeten worden gesteld een serieus overdrachtsalternatief uit te werken; dat de bestaande wettelijke eisen aan onderwijskwaliteit, bekostiging, governance, toezicht, medezeggenschap en veiligheid volledig van toepassing blijven; dat deze verplichting wordt beperkt tot kleine scholen die nog voldoen aan de voor die school geldende wettelijke opheffingsnorm, die de laatste school in het dorp of de kern zijn, en die beschikken over een eigen BRIN-nummer; dat sluiting van een dergelijke school pas aan de orde behoort te zijn wanneer geen geschikte overnemende partij beschikbaar is, wanneer overdracht niet verantwoord uitvoerbaar blijkt, of wanneer de school niet onder de wettelijke reikwijdte van deze regeling valt; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der StatenGeneraal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I - Wijziging van de Wet op het primair onderwijs De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd.

A. wijziging artikel 56 WPO Artikel 56 WPO wordt als volgt gewijzigd. Aan artikel 56 wordt een lid toegevoegd, luidende: Indien de bestuursoverdracht betrekking heeft op een school waarvoor het bevoegd gezag een voorgenomen besluit tot opheffing, beëindiging van de bekostiging of volledige beëindiging van de werkzaamheden heeft genomen, zijn tevens de artikelen 149a tot en met 149g van toepassing, voor zover de school valt binnen de reikwijdte van artikel 149a.

B. invoeging artikelen 149a tot en met 149g WPO Na artikel 149 van de Wet op het primair onderwijs worden de volgende artikelen ingevoegd. De voorgestelde artikelen sluiten aan bij artikel 56 WPO over bestuursoverdracht, artikel 55 WPO over de eisen aan de rechtspersoon die een bijzondere school in stand houdt, en bij de artikelen 139, 140, 148, 149 en 157 WPO voor zover het gaat om de verhouding tot opheffing, beëindiging van bekostiging, vrijwillige opheffing, bekendmaking en kwaliteitsingrijpen. De nieuwe artikelen 149a tot en met 149g vormen de verplichte overdrachtsprocedure voorafgaand aan sluiting van een kleine laatste dorpsschool die nog aan de opheffingsnorm voldoet en beschikt over een eigen BRIN-nummer.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

10

Artikel 149a - Reikwijdte en verplichte aanbieding tot bestuursoverdracht 1. De artikelen 149a tot en met 149g zijn uitsluitend van toepassing op een school die voldoet aan alle navolgende voorwaarden: a. de school is een kleine school, waaronder voor de toepassing van deze artikelen wordt verstaan: een school met ten hoogste 150 leerlingen. b. de school voldoet op het moment van het voorgenomen besluit tot sluiting, opheffing of beëindiging van de bekostiging nog aan de voor die school geldende wettelijke opheffingsnorm. c. de school is de laatste school in het dorp, de kern of de daarmee vergelijkbare lokale gemeenschap waarin de school is gevestigd; d. de school is als zelfstandige school geregistreerd met een eigen BRIN-nummer. 2. Indien het bevoegd gezag voornemens is een school als bedoeld in het eerste lid te sluiten, biedt het bevoegd gezag de school vooraf schriftelijk aan voor bestuursoverdracht. 3. De aanbieding, bedoeld in het tweede lid, wordt ten minste bekendgemaakt aan de medezeggenschapsraad, de ouders en verzorgers van de leerlingen, het personeel, het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, andere bevoegde gezagsorganen binnen de gemeente en aangrenzende gemeenten, en Onze Minister. 4.

De aanbieding staat open voor bestaande bevoegde gezagsorganen en voor rechtspersonen die blijk geven van de intentie en de mogelijkheid om de school voort te zetten, waaronder een door ouders, verzorgers, personeelsleden of de lokale gemeenschap opgerichte of op te richten stichting of vereniging. 5. Een besluit tot opheffing of beëindiging als bedoeld in het tweede lid kan niet rechtsgeldig worden genomen voordat de procedure van de artikelen 149a tot en met 149g volledig is doorlopen. 6. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de aanbieding voldoende gegevens bevat om belangstellende partijen in staat te stellen te beoordelen of zij een overdrachtsvoorstel willen voorbereiden. 7. Indien het bevoegd gezag meent dat de school niet binnen de reikwijdte van het eerste lid valt, motiveert het dat schriftelijk en verstrekt het deze motivering gelijktijdig aan de medezeggenschapsraad, ouders en verzorgers, personeel, het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad en Onze Minister.

Artikel 149b - Informatieplicht van het huidige bevoegd gezag 1. Het huidige bevoegd gezag verstrekt aan een belangstellende partij die schriftelijk kenbaar heeft gemaakt een overdrachtsvoorstel te willen voorbereiden alle redelijkerwijs noodzakelijke informatie die nodig is voor de beoordeling, voorbereiding en uitvoering van bestuursoverdracht. 2. Tot de informatie, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval: leerlingenaantallen en leerlingenprognoses; financiële gegevens die redelijkerwijs betrekking hebben op de school; gegevens over personeel, huisvesting, voorzieningen, contracten en verplichtingen; kwaliteitsgegevens en inspectiegegevens; relevante besluiten, adviezen, onderzoeken en rapportages die ten grondslag liggen aan het voorgenomen sluitingsbesluit; en een overzicht van noodzakelijke overdrachtsafspraken. 3. Informatie wordt verstrekt met inachtneming van de toepasselijke regels over privacy, bedrijfsvertrouwelijkheid en personeelsgegevens. Indien volledige verstrekking niet mogelijk is, wordt een geanonimiseerde of samengevatte versie verstrekt die voldoende inzicht biedt voor de voorbereiding van een overdrachtsvoorstel. Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

11 4. Het bevoegd gezag onthoudt zich van het achterhouden, vertragen of zodanig selectief verstrekken van informatie dat een reële voorbereiding van bestuursoverdracht wordt belemmerd.

Artikel 149c - Organisatietermijn van negen maanden 1. Vanaf de datum waarop het voorgenomen besluit tot sluiting of beëindiging schriftelijk is meegedeeld aan de medezeggenschapsraad, ouders en verzorgers, personeel en gemeente, geldt een organisatietermijn van negen maanden. 2. Gedurende deze organisatietermijn krijgen belangstellende partijen de gelegenheid om een rechtspersoon op te richten of aan te wijzen, statuten vast te stellen, bestuur en intern toezicht in te richten, een onderwijskundig voortzettingsplan op te stellen, een financieel meerjarenplan op te stellen, afspraken voor te bereiden over personeel en huisvesting, draagvlak aan te tonen en een volledig overdrachtsvoorstel in te dienen. 3. Het huidige bevoegd gezag neemt gedurende de organisatietermijn geen definitief besluit tot sluiting of beëindiging en verricht geen feitelijke handelingen waardoor voortzetting of overdracht van de school onmogelijk of onevenredig moeilijk wordt. 4.

Onder handelingen als bedoeld in het derde lid worden in ieder geval verstaan: het actief ontmoedigen van inschrijvingen; het actief verwijzen van leerlingen naar andere scholen voordat de procedure is afgerond; het beëindigen van essentiële voorzieningen zonder noodzaak; het zodanig wijzigen van personele, organisatorische of materiële omstandigheden dat overdracht feitelijk wordt bemoeilijkt; en communicatie waaruit volgt dat sluiting reeds definitief is terwijl de overdrachtsprocedure nog loopt. 5. Van de termijn van negen maanden kan slechts worden afgeweken indien voortzetting van het onderwijs aantoonbaar onmogelijk is, sprake is van acute veiligheidsrisico's, de Inspectie van het Onderwijs heeft vastgesteld dat onmiddellijke beëindiging noodzakelijk is, of geen enkele belangstellende partij zich binnen een redelijke aanmeldtermijn heeft gemeld. 6. Een afwijking als bedoeld in het vijfde lid wordt schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld aan de medezeggenschapsraad, ouders en verzorgers, personeel, het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad en Onze Minister.

Artikel 149d - Overdrachtsvoorstel 1. Een belangstellende partij die de school wenst over te nemen, dient uiterlijk zes weken voor de beoogde datum van bestuursoverdracht een overdrachtsdossier in bij het toetsingsorgaan, bedoeld in artikel 149e. 2. Het overdrachtsdossier bevat in ieder geval: de statuten van de overnemende rechtspersoon; gegevens over bestuur en intern toezicht; een onderwijskundig voortzettingsplan; een kwaliteitsplan; een financieel meerjarenplan; een personeelsplan; afspraken of voorstellen over huisvesting; een risicoanalyse; bewijs van draagvlak onder ouders, personeel en lokale gemeenschap; een voorgestelde overdrachtsdatum; en een overzicht van noodzakelijke overgangsafspraken met het huidige bevoegd gezag. 3. Een overdrachtsvoorstel kan worden ingediend door een bestaand bevoegd gezag, een nieuw opgerichte of op te richten rechtspersoon, of een samenwerkingsverband van partijen dat een rechtspersoon aanwijst die als bevoegd gezag zal optreden.

Artikel 149e - Onafhankelijke beoordeling van de overnemende rechtspersoon 1. De overnemende rechtspersoon wordt beoordeeld door Onze Minister of door een bij wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling aangewezen instantie, zoals DUO, de Inspectie van het

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

12 Onderwijs of een onafhankelijk toetsingsorgaan. Het huidige bevoegd gezag heeft geen bevoegdheid om het beoordelend orgaan te kiezen, aan te wijzen, te vervangen of op de beoordeling invloed uit te oefenen. 2. De beoordeling heeft tot doel vast te stellen of de overnemende rechtspersoon redelijkerwijs in staat kan worden geacht de school verantwoord voort te zetten als bevoegd gezag. 3. De beoordeling vindt plaats uiterlijk drie weken voor de beoogde datum van bestuursoverdracht. 4. De beoordeling vindt plaats aan de hand van in ieder geval de volgende criteria: rechtspersoonlijkheid en statutaire doelstelling; bestuurlijke inrichting en governance; deskundigheid en betrouwbaarheid van bestuur en intern toezicht; onderwijskundige visie en continuïteit van het onderwijs; waarborging van de onderwijskwaliteit; financiële uitvoerbaarheid en continuïteit; personele continuïteit en werkgeverschap; huisvesting en materiële voorzieningen; draagvlak onder ouders, personeel en lokale gemeenschap; naleving van wettelijke verplichtingen; en uitvoerbaarheid van de overdracht binnen een redelijke termijn. 5. Bij de beoordeling wordt aangesloten bij de bestaande wettelijke eisen voor bevoegde gezagsorganen, bekostigingsvoorwaarden, deugdelijkheidseisen voor het onderwijs en, voor zover passend, het advieskader dat geldt voor nieuwe scholen. 6.

De beoordeling leidt tot een schriftelijk besluit of advies waarin gemotiveerd wordt vastgesteld of de overnemende rechtspersoon: geschikt is voor bestuursoverdracht; geschikt is onder voorwaarden; tijdelijk nog niet geschikt is, met hersteltermijn; of niet geschikt is voor bestuursoverdracht. 7. Indien herstel redelijkerwijs mogelijk is, krijgt de overnemende rechtspersoon een hersteltermijn. Deze hersteltermijn kan de overdrachtsdatum opschorten, tenzij het belang van leerlingen zich daartegen verzet. 8. Het huidige bevoegd gezag, de overnemende rechtspersoon, de medezeggenschapsraad, de gemeente en andere belanghebbenden kunnen het beoordelend orgaan niet aanwijzen of vervangen. Zij kunnen uitsluitend informatie aanleveren die voor de beoordeling noodzakelijk is.

Artikel 149f - Rechtsgevolg van een positieve beoordeling 1. Indien de overnemende rechtspersoon geschikt wordt geacht, of geschikt onder redelijke voorwaarden, werkt het huidige bevoegd gezag mee aan bestuursoverdracht per de beoogde overdrachtsdatum of per een door het beoordelend orgaan vast te stellen redelijke datum. 2. Het huidige bevoegd gezag kan medewerking slechts weigeren indien zwaarwegende, objectief aantoonbare omstandigheden zich tegen overdracht verzetten en deze omstandigheden niet door voorwaarden, herstelmaatregelen of overgangsafspraken kunnen worden weggenomen. 3. Een weigering als bedoeld in het tweede lid wordt schriftelijk gemotiveerd en gelijktijdig verstrekt aan de overnemende rechtspersoon, de medezeggenschapsraad, ouders en verzorgers, personeel, het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad en Onze Minister. 4. Indien geen geschikte overnemende rechtspersoon beschikbaar is, of indien het beoordelend orgaan vaststelt dat overdracht niet verantwoord of niet uitvoerbaar is, kan het bevoegd gezag de procedure tot sluiting voortzetten met inachtneming van de overige wettelijke voorschriften.

Artikel 149g - Nadere regels 1. Bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de procedure, termijnen, informatieverstrekking, toetsingscriteria, hersteltermijnen, overgangsafspraken, geschilbeslechting en de taakverdeling tussen Onze Minister, DUO, de Inspectie van het Onderwijs en een onafhankelijk toetsingsorgaan. Deze regels bepalen tevens welk orgaan in welke fase bevoegd is; het huidige bevoegd gezag heeft hierbij geen aanwijzings- of keuzebevoegdheid.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

13

Artikel II - Wijziging van de Wet medezeggenschap op scholen De Wet medezeggenschap op scholen wordt als volgt gewijzigd.

A. artikel 10 WMS blijft ongewijzigd Artikel 10 WMS blijft ongewijzigd. Dit artikel bevat al een instemmingsbevoegdheid van de medezeggenschapsraad bij overdracht van de school of van een onderdeel daarvan, fusie van de school met een andere school en het beleid ter zake. Voor zover een bestuursoverdracht voortvloeit uit de artikelen 149a tot en met 149g WPO, blijft deze instemmingsbevoegdheid onverkort van toepassing voor zover het te nemen besluit onder artikel 10, onderdeel h, WMS valt.

B. wijziging artikel 11 WMS Artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van de Wet medezeggenschap op scholen wordt als volgt gewijzigd. Aan het slot wordt toegevoegd: Voor zover het besluit betrekking heeft op de beëindiging van een kleine laatste dorpsschool als bedoeld in artikel 149a van de Wet op het primair onderwijs, wordt de medezeggenschapsraad niet eerder om advies gevraagd dan nadat het bevoegd gezag de school overeenkomstig artikel 149a van die wet heeft aangeboden voor bestuursoverdracht en de medezeggenschapsraad de informatie heeft ontvangen die nodig is om de overdrachtsmogelijkheid bij het advies te betrekken, tenzij sprake is van een afwijking als bedoeld in artikel 149c, vijfde lid, van die wet.

C. wijziging artikel 15 WMS en invoeging artikel 15a WMS Artikel 15, derde lid, van de Wet medezeggenschap op scholen wordt als volgt gewijzigd. Aan het slot wordt toegevoegd: Indien het besluit betrekking heeft op de beëindiging van een kleine laatste dorpsschool als bedoeld in artikel 149a van de Wet op het primair onderwijs, omvat de raadpleging van de ouders tevens de mogelijkheid van bestuursoverdracht als bedoeld in de artikelen 149a tot en met 149g van die wet. Na artikel 15 WMS wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 15a - Verslaglegging raadpleging bij voorgenomen sluiting en bestuursoverdracht 1. Bij een voorgenomen besluit tot beëindiging van een kleine laatste dorpsschool als bedoeld in artikel 149a van de Wet op het primair onderwijs draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat de ouders, verzorgers en personeelsleden tijdig worden geïnformeerd over zowel het voorgenomen besluit als de mogelijkheid van bestuursoverdracht. 2. Het bevoegd gezag verstrekt de medezeggenschapsraad tijdig alle informatie die nodig is om de raadpleging, bedoeld in artikel 15, derde lid, en de advisering, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel c, zorgvuldig te laten plaatsvinden. 3. Het advies van de medezeggenschapsraad vermeldt op welke wijze de raadpleging heeft plaatsgevonden en hoe de uitkomsten daarvan zijn betrokken bij het advies. 4. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt niet genomen zolang niet is voldaan aan artikel 15, derde lid, en aan het tweede lid van dit artikel, tenzij sprake is van een afwijking als bedoeld in artikel 149c, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

14

Artikel III - Overgangsrecht voor lopende sluitingsprocedures 1. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een voorgenomen besluit tot sluiting of beëindiging van een school is meegedeeld, maar nog geen onherroepelijk definitief besluit tot sluiting is genomen, is deze wet van toepassing. 2. Voor lopende procedures vangt de organisatietermijn van negen maanden aan op de datum van inwerkingtreding van deze wet, tenzij belanghebbende partijen reeds aantoonbaar eerder over voldoende informatie beschikten om een overdrachtsvoorstel voor te bereiden.

Artikel IV - Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel V - Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet verplichte aanbieding tot bestuursoverdracht bij sluiting kleine laatste dorpsschool.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

15

Memorie van toelichting 1. Aanleiding In kleine kernen kan een basisschool een centrale functie vervullen voor onderwijs, bereikbaarheid, leefbaarheid en sociale samenhang. Wanneer juist de laatste school in een kern sluit, zijn de gevolgen daarom groter dan alleen de beëindiging van een onderwijsorganisatie. De huidige wetgeving bevat geen algemene verplichting om bij voorgenomen sluiting eerst bestuursoverdracht aan te bieden en onafhankelijk te laten beoordelen. Dit wetsvoorstel herstelt die specifieke lacune voor kleine laatste dorpsscholen die nog aan de opheffingsnorm voldoen en een eigen BRINnummer hebben.

2. Hoofdlijn van het voorstel Het voorstel introduceert een verplichte aanbiedingsprocedure voor een afgebakende categorie: kleine scholen die nog voldoen aan de voor die school geldende wettelijke opheffingsnorm, die de laatste school in het dorp of de kern vormen, en die beschikken over een eigen BRIN-nummer. Wanneer een bevoegd gezag zo'n school wil sluiten of de werkzaamheden geheel wil beëindigen, moet de school eerst worden aangeboden voor bestuursoverdracht. Na de schriftelijke bekendmaking van het sluitingsvoornemen geldt een organisatietermijn van negen maanden. In die periode kunnen ouders, personeelsleden, bestaande schoolbesturen of andere initiatiefnemers een rechtspersoon oprichten of aanwijzen, bestuur en intern toezicht inrichten, een onderwijsplan en financieel plan opstellen, afspraken over huisvesting en personeel voorbereiden en draagvlak aantonen. Uiterlijk drie weken voor de beoogde overdracht vindt een onafhankelijke beoordeling plaats door het wettelijk aangewezen beoordelend orgaan. Dit kan Onze Minister zijn, of een bij wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling aangewezen instantie, zoals DUO, de Inspectie van het Onderwijs of een onafhankelijk toetsingsorgaan. Het huidige bevoegd gezag heeft geen rol bij de keuze, aanwijzing of samenstelling van dit orgaan.

Bij een positieve beoordeling wordt bestuursoverdracht de wettelijke hoofdroute. Sluiting blijft mogelijk wanneer er geen geschikte overnemende partij is of wanneer overdracht niet verantwoord uitvoerbaar blijkt. De regeling geldt dus niet voor iedere schoolsluiting. Zij geldt niet voor scholen die onder de wettelijke opheffingsnorm zijn geraakt, niet voor scholen die niet de laatste school in de kern zijn, en niet voor nevenvestigingen of locaties zonder eigen BRIN-nummer. Daarmee blijft het voorstel gericht op de situatie waarin het sluiten van een kleine school tevens betekent dat het dorp of de kern zijn laatste zelfstandige basisschool verliest.

3. Geen automatische openhouding, wel een verplichte serieuze overdrachtskans Het wetsvoorstel verplicht niet tot het kunstmatig openhouden van iedere school. Het voorstel verplicht alleen tot een zorgvuldige tussenstap bij kleine laatste dorpsscholen die nog aan de wettelijke minimumleerlingennorm voldoen: eerst onderzoeken of voortzetting onder een ander bevoegd gezag mogelijk is. Een overnemende partij moet voldoen aan objectieve criteria. De bestaande eisen aan onderwijskwaliteit, bekostiging, governance, medezeggenschap, veiligheid, personeel en toezicht blijven volledig van toepassing. De wet verandert dus niet de kwaliteitsnormen, maar wel de volgorde: niet eerst sluiten en daarna constateren dat alternatieven zijn gemist, maar eerst overdracht onderzoeken en pas daarna eventueel sluiten. Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

16

4. Organisatietermijn van negen maanden Een ouderinitiatief of lokale stichting kan niet op verantwoorde wijze binnen enkele weken worden opgericht, ingericht en beoordeeld. Er moeten statuten worden opgesteld, bestuurders en toezichthouders worden aangezocht, financiële en onderwijskundige plannen worden gemaakt, gesprekken met gemeente en personeel worden gevoerd en draagvlak moet worden aangetoond. Daarom introduceert dit voorstel een organisatietermijn van negen maanden. Deze termijn biedt voldoende ruimte voor een serieuze voorbereiding, maar voorkomt tegelijk dat sluitingsprocedures onbeperkt worden vertraagd. Tijdens deze termijn mag het huidige bevoegd gezag geen voldongen feiten creëren. Het mag de school niet behandelen alsof sluiting al definitief is en mag geen handelingen verrichten die overdracht feitelijk onmogelijk of onevenredig moeilijk maken.

5. Onafhankelijke beoordeling drie weken voor overdracht De beoordeling van de overnemende stichting vindt uiterlijk drie weken voor de beoogde overdrachtsdatum plaats. Daarmee wordt voorkomen dat een plan te vroeg wordt beoordeeld terwijl de organisatie nog in opbouw is. Tegelijk blijft er kort voor de overdracht voldoende duidelijkheid voor leerlingen, ouders, personeel, gemeente en het huidige bevoegd gezag. De toetsing wordt niet door het huidige bevoegd gezag georganiseerd of toegewezen. De toetsing wordt uitgevoerd door Onze Minister of door een bij wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling aangewezen instantie, zoals DUO, de Inspectie van het Onderwijs of een onafhankelijk toetsingsorgaan. De precieze taakverdeling kan bij algemene maatregel van bestuur worden uitgewerkt. Aansluiting bij bestaande procedures voor nieuwe scholen ligt voor de hand: DUO controleert aanvragen en de Inspectie van het Onderwijs beoordeelt de te verwachten kwaliteit aan de hand van wettelijke eisen en kwaliteitselementen. De bestaande wetssystematiek legt deze publieke beoordeling bij de ministeriële keten en het onderwijstoezicht, niet bij het schoolbestuur dat de school wil sluiten.

6. Toetsingscriteria De overnemende stichting wordt beoordeeld op objectieve criteria. Deze criteria zijn bedoeld om te voorkomen dat overdracht plaatsvindt aan een onvoldoende voorbereide organisatie, maar ook om te voorkomen dat een reeel initiatief op subjectieve of bestuurlijk-politieke gronden wordt afgewezen. Toetsingspunt Rechtspersoonlijkheid en doelstelling

Governance

Deskundigheid en betrouwbaarheid

Onderwijskundige continuiteit

Onderwijskwaliteit Financien Personeel

Kern van de beoordeling De stichting of vereniging moet bevoegd gezag kunnen zijn en statutair gericht zijn op instandhouding en voortzetting van de school. Er moet sprake zijn van een duidelijke scheiding tussen bestuur en intern toezicht, regeling van belangenverstrengeling en continuïteit in besluitvorming. Bestuur en toezicht moeten gezamenlijk beschikken over bestuurlijke, financiële, juridische en onderwijskundige deskundigheid, eventueel via externe ondersteuning. Het plan moet duidelijk maken hoe het onderwijsconcept, de doorgaande leerlijn en de schoolorganisatie worden voortgezet. De stichting moet aannemelijk maken dat zij voldoet aan de wettelijke deugdelijkheidseisen en de kwaliteit kan borgen. Er moet een realistische meerjarenbegroting, liquiditeitsprognose en risicoanalyse zijn. Het plan moet inzicht geven in werkgeverschap, personele bezetting, overgangsafspraken, vervanging en werkdruk.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

17 Huisvesting

Er moet duidelijkheid zijn over het gebruik van het schoolgebouw, onderhoud, veiligheid en voorzieningen. Draagvlak onder ouders, personeel, gemeente en lokale gemeenschap moet aantoonbaar zijn. De stichting moet voldoen aan WPO, WMS, privacy, veiligheid, klachtenregeling, burgerschap en passend onderwijs. De overdracht moet praktisch uitvoerbaar zijn binnen een redelijke termijn, inclusief BRIN/registratie, contracten en overgangsafspraken.

Draagvlak Wettelijke naleving

Uitvoerbaarheid

7. Verhouding tot bestaande wetgeving De voorgestelde wijziging wordt primair opgenomen in de WPO. De WPO bevat al bepalingen over bestuursoverdracht, waaronder artikel 56, en over beëindiging van bekostiging en opheffing van scholen, waaronder de artikelen 139, 140, 148, 149 en 157. Daarom wordt artikel 56 aangevuld met een verwijzing naar de bijzondere procedure bij voorgenomen sluiting, en worden na artikel 149 nieuwe artikelen 149a tot en met 149g ingevoegd. Artikel 149a bepaalt daarbij expliciet de beperkte reikwijdte van de regeling. De voorgestelde wijziging verandert de bestaande opheffingsnormen en bekostigingsvoorwaarden niet. Zij bouwt juist voort op die normen: alleen een school die nog voldoet aan de voor haar geldende opheffingsnorm kan onder deze bijzondere overdrachtsbescherming vallen. De regeling geeft dus geen recht om een school onder de wettelijke minimumgrens open te houden, maar voorkomt dat een wettelijk nog levensvatbare laatste dorpsschool wordt gesloten zonder voorafgaande overdrachtskans. De WMS wordt aanvullend gewijzigd. Artikel 11, eerste lid, onderdeel c, wordt aangescherpt zodat de MR bij een sluitingsadvies ook de overdrachtsmogelijkheid kan meewegen. Artikel 15, derde lid, wordt aangevuld omdat daarin al de ouderraadpleging bij onder meer beëindiging van de school is geregeld.

Daarnaast wordt na artikel 15 WMS een nieuw artikel 15a ingevoegd over informatieverstrekking en verslaglegging rond die raadpleging. Artikel 10 WMS blijft ongewijzigd en onverkort gelden voor medezeggenschap bij overdracht of fusie.

8. Rechtsbescherming en geschilbeslechting Het wetsvoorstel beoogt te voorkomen dat geschillen over sluiting uitsluitend achteraf worden gevoerd, wanneer leerlingen al zijn vertrokken en overdracht feitelijk moeilijk is geworden. Daarom wordt het huidige bevoegd gezag verplicht zich te onthouden van handelingen die de overdracht frustreren zolang de procedure loopt. Nadere regels kunnen voorzien in een snelle geschilprocedure, bijvoorbeeld bij een onafhankelijke commissie of bestuursrechtelijke voorziening, voor geschillen over informatieverstrekking, termijnen, de beoordeling van geschiktheid of de medewerkingsplicht.

9. Uitvoerbaarheid De regeling vraagt inzet van DUO, de Inspectie van het Onderwijs of een nieuw toetsingsorgaan. Omdat de toets alleen geldt voor kleine laatste dorpsscholen met eigen BRIN die nog aan de opheffingsnorm voldoen, en bovendien alleen wordt uitgevoerd wanneer zich een serieuze overnemende partij meldt, is de uitvoeringslast beheersbaar. Voor schoolbesturen betekent de regeling dat sluiting zorgvuldiger en transparanter wordt. De informatie die moet worden verstrekt, betreft grotendeels informatie die het bevoegd gezag al behoort te hebben: leerlingenaantallen, prognoses, financiële gegevens, personele gegevens, huisvestingsgegevens en onderliggende besluitvormingsstukken.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

18

10. Maatschappelijke meerwaarde De voorgestelde wet beschermt niet alleen individuele ouders of leerlingen, maar ook de maatschappelijke waarde van een school. Zeker in kleine kernen kan een basisschool doorslaggevend zijn voor leefbaarheid, sociale binding en de aantrekkelijkheid van het dorp voor jonge gezinnen. Het voorstel geeft gemeenschappen geen absoluut recht om iedere school open te houden, maar wel een wettelijk recht op een eerlijke kans: als een schoolbestuur wil stoppen, moet een ander geschikt bevoegd gezag de mogelijkheid krijgen om de school voort te zetten.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

19

Artikelsgewijze toelichting Artikel 149a WPO Dit artikel bevat de kern en de begrenzing van het wetsvoorstel. De verplichte aanbiedingsprocedure geldt uitsluitend voor kleine scholen die nog voldoen aan de geldende opheffingsnorm, die de laatste school in het dorp of de kern vormen, en die een eigen BRIN-nummer hebben. Bij een voorgenomen sluiting van zo'n school moet de school eerst worden aangeboden voor bestuursoverdracht. Een definitief sluitingsbesluit kan pas worden genomen nadat de overdrachtsprocedure is afgerond of nadat gemotiveerd is vastgesteld dat de school buiten de reikwijdte valt. Artikel 149b WPO Dit artikel regelt de informatieplicht. Zonder volledige en tijdige informatie kan een overnemende partij geen serieus overdrachtsvoorstel maken. Privacy en vertrouwelijkheid blijven gewaarborgd door anonimiseren of samenvatting waar nodig. Artikel 149c WPO Dit artikel geeft ouders, personeel en andere initiatiefnemers negen maanden organisatietijd. Het artikel voorkomt daarnaast voldongen feiten, zoals het wegsturen van leerlingen of het communiceren alsof sluiting al definitief is. Artikel 149d WPO Dit artikel bepaalt welke stukken in het overdrachtsdossier moeten zitten en wanneer het dossier moet worden ingediend. Artikel 149e WPO Dit artikel regelt de onafhankelijke beoordeling van de overnemende rechtspersoon.

De beoordeling vindt plaats uiterlijk drie weken voor de beoogde overdracht en ziet op geschiktheid om de school verantwoord voort te zetten. Het huidige bevoegd gezag heeft geen aanwijzingsrecht, keuzerecht of vetorecht ten aanzien van het beoordelend orgaan. Daarmee wordt aangesloten bij de bestaande publiekrechtelijke systematiek waarin beoordeling en toezicht bij Onze Minister, DUO en de Inspectie van het Onderwijs liggen, en niet bij het schoolbestuur dat de sluiting nastreeft. Artikel 149f WPO Dit artikel bepaalt het rechtsgevolg van een positieve beoordeling. Is de overnemende partij geschikt, dan moet het huidige bevoegd gezag meewerken aan overdracht, tenzij zwaarwegende objectieve omstandigheden zich daartegen verzetten. Artikel 149g WPO Dit artikel maakt nadere uitwerking bij algemene maatregel van bestuur mogelijk. Artikel II Dit artikel past de WMS aan. De MR kan pas zinvol adviseren over sluiting nadat de overdrachtsroute is onderzocht. Daarnaast wordt de achterbanraadpleging bij sluiting en overdracht expliciet geregeld. Artikel III Dit artikel regelt dat lopende procedures waarin nog geen onherroepelijk besluit is genomen onder de nieuwe wet kunnen vallen.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

20

Bijlage - toetsingskader overnemende stichting Onderstaand schema kan worden gebruikt door het wettelijk aangewezen beoordelend orgaan, bijvoorbeeld Onze Minister, DUO, de Inspectie van het Onderwijs of een onafhankelijk toetsingsorgaan. Het huidige bevoegd gezag heeft geen rol bij de keuze van dit orgaan en kan de beoordeling niet sturen of overnemen. Nr.

Criterium

1

Rechtspersoonlijkheid en statuten

2

Bestuur en toezicht

3

Deskundigheid en betrouwbaarheid

4

Onderwijsplan

5

Kwaliteitsborging

6

Financien

7

Personeel

8

Huisvesting

9

Draagvlak

10

Wettelijke naleving

11

Uitvoerbaarheid overdracht

Te beoordelen stukken / signalen Statuten, KvK-uittreksel, doelomschrijving voortzetting school Samenstelling bestuur/RvT, profielen, reglementen, belangenregeling CV's, VOG's, deskundigheidsmatrix, externe ondersteuning Onderwijsvisie, schoolplanconcept, continuïteitsplan, samenwerking opvang/BSO Kwaliteitszorg, toetsing, ondersteuning, inspectiekader, veiligheidsplan Meerjarenbegroting, liquiditeitsprognose, startkosten, risicoanalyse Formatieplan, overgangsafspraken, werkgeverschap, vervanging, werkdruk Gebruiksrecht gebouw, onderhoud, veiligheid, afspraken gemeente Ouderverklaringen, personele steun, gemeentelijke steun, lokale steun WPO, WMS, privacy, klachtenregeling, burgerschap, passend onderwijs Planning, BRIN/registratie, contracten, overgangsafspraken

Uitkomst Voldoet / voorwaarden / voldoet niet Voldoet / voorwaarden / voldoet niet Voldoet / voorwaarden / voldoet niet Voldoet / voorwaarden / voldoet niet

Voldoet / voorwaarden / voldoet niet

Voldoet / voorwaarden / voldoet niet Voldoet / voorwaarden / voldoet niet

Voldoet / voorwaarden / voldoet niet Voldoet / voorwaarden / voldoet niet

Voldoet / voorwaarden / voldoet niet

Voldoet / voorwaarden / voldoet niet

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

21

Bronnen en aanknopingspunten •

Wet op het primair onderwijs, actuele tekst via Wetten.nl:

https://wetten.overheid.nl/BWBR0003420/ •

Wet medezeggenschap op scholen, actuele tekst via Wetten.nl:

https://wetten.overheid.nl/BWBR0020685/ •

DUO - school stichten: beoordelen van de aanvraag:

https://www.duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/stichten-en-opheffen/stichten-school/beoordelen-van-uwaanvraag.jsp •

DUO - school stichten: aanvraag compleet maken en versturen:

https://www.duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/stichten-en-opheffen/stichten-school/maak-aanvraagcompleet-en-verstuur.jsp •

Inspectie van het Onderwijs - toezicht op nieuwe bekostigde scholen:

https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/toezicht-2017/toezicht-nieuwe-bekostigde-scholen Noot: de bronverwijzingen zijn bedoeld als aanknopingspunten. Voor formele indiening moet de exacte plaatsing in de WPO/WMS en de wetstechnische formulering worden gecontroleerd door een wetgevingsjurist.

Concept wetsvoorstel - verplichte bestuursoverdracht kleine laatste dorpsschool

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16966095/1