Bijlage E Rapportage Uitkomsten inventarisatie woonbehoefte Regio Rivierenland
Tekst van het document
RAPPORTAGE I Uitkomsten inventarisatie woonwensen en de behoefte aan woonwagenstandplaatsen Regio Rivierenland
Opdrachtgever:
Regio Rivierenland
Opdrachtnemer:
Be Flex B.V.
Elst, 11-03-2020
1
INHOUDSOPGAVE WOORD VOORAF 3 HOOFDSTUK 1
– SAMENVATTING & CONCLUSIES ....................................................................................4
A.
Vooraf.......................................................................................................................................................... 4
B.
De uitkomsten ............................................................................................................................................. 4
HOOFDSTUK 2
– WAAROM DIT ONDERZOEK ...........................................................................................7
A.
Inleiding ....................................................................................................................................................... 7
B.
Aanleiding ................................................................................................................................................... 8
C.
Samenvatting beleidskader ‘gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van BZK ...................... 8
D.
Kwantiteit of kwaliteit? ............................................................................................................................... 8
E.
Advies: vooraf per afzonderlijke gemeente bestuurlijk vaststellen drie beleidskeuzes ............................. 9 1.
Invoeren afstammingsbeginsel ............................................................................................................... 9
2.
Invoeren van een puntensysteem .......................................................................................................... 9
3.
Inschrijfgeld en betalen voor jaarlijkse verlenging ............................................................................... 10
F.
Doel en uitgangspunten voor het onderzoek ........................................................................................... 10
G.
Taken en rollen: gemeente en corporatie(s) ............................................................................................ 11
H.
Drie rapportages ....................................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 3
– UITKOMSTEN ONDERZOEK .......................................................................................... 12
A.
Doelgroep.................................................................................................................................................. 12
B.
Locaties en standplaatsen per gemeente en in totaal .............................................................................. 12
C.
Gehouden interviews ................................................................................................................................ 13
D.
Spijtoptanten ............................................................................................................................................ 14
E.
Leeftijdsopbouw geïnterviewden ............................................................................................................. 15
F.
De woonwagencultuur .............................................................................................................................. 17
HOOFDSTUK 4
– UITKOMSTEN EN AANDACHTSPUNTEN PER GEMEENTE ............................................... 18
1.
Gemeente Buren .............................................................................................................................18
2.
Gemeente Culemborg .....................................................................................................................19
3.
Gemeente Maasdriel .......................................................................................................................20
4.
Gemeente Neder-Betuwe ................................................................................................................21
5.
Gemeente Tiel ................................................................................................................................23
6.
Gemeente West Maas en Waal ........................................................................................................25
7.
Gemeente West Betuwe ..................................................................................................................27
8.
Gemeente Zaltbommel ....................................................................................................................28
BIJLAGEN
30
BIJLAGE A – Vragen inventarisatie woonbehoefte ........................................................................................... 30 BIJLAGE B – Concept brief voor deelname aan het woonwensenonderzoek................................................... 33
2
WOORD VOORAF Voor u ligt het onderzoek naar de woonwensen van de woonwagenbewoners en de behoefte aan woonwagenstandplaatsen in de Regio Rivierenland. In november 2019 heeft de Regio Rivierenland de opdracht gegeven voor de uitvoering van een onderzoek naar de woonwensen van de in de Regio Rivierenland wonende woonwagenbewoners. Daarnaast zijn woonwagenbewoners die zich bij de gemeenten aangemeld hebben als belangstellende voor een woonwagenstandplaats (en voldoen aan de randvoorwaarden van het onderzoek), ook meegenomen in het onderzoek. Met de peiling van de woonwensen onder woonwagenbewoners, die mede als basis dient voor de later uit te voeren locatieonderzoeken, wordt door de gemeenten in Regio Rivierenland uitvoering gegeven aan het landelijke beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ uit 2018, (hierna landelijk beleidskader te noemen) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De peiling is uitgevoerd door het houden van individuele gesprekken (interviews). Veelal vonden deze gesprekken plaats in gezins- of familieverband. Naast het voeren van een open gesprek waarin historie, heden en toekomst van de geïnterviewde een plaats kregen, is ook ingegaan op de specifieke omstandigheden van het gezin en/of familie. Teneinde de eenduidigheid te bewaken, is aansluitend een digitale vragenlijst (zie bijlage A) met de bewoners ingevuld.
Na de gesprekken is aan de geïnterviewden een afschrift van de ingevulde enquête toegezonden. Ik wil alle geïnterviewden danken voor de open en meestal hartelijke gesprekken en informatie over de geschiedenis van de woonwagenbewoners in Regio Rivierenland in zijn algemeenheid en de individuele woonwagenlocaties in het bijzonder. Elst, 11 maart 2020
Jeroen Kemna
3
HOOFDSTUK 1 – SAMENVATTING & CONCLUSIES A. Vooraf De gesprekken op de locaties verliepen goed, in die zin dat de eerste gesprekken in de regel betrekking hebben op die bewoners die graag ondersteuning wensen van de gemeente. Deze bewoners reageerden op de uitnodigingen en hebben de eerste afspraken gemaakt. Gaandeweg werd tijdens de gesprekken het doel (en de mogelijkheden) van het onderzoek bekend bij de overige bewoners, zodat ook zij zich gingen melden. De bewoners die niets met de gemeente te maken willen hebben (om welke redenen dan ook – vaak veelzeggend), melden zich niet 1. De wens van meerdere bewoners om de woonwagencultuur in ere te houden en om nieuwe standplaatsen (in huur dan wel koop) te krijgen, is erg actueel. De bewoners zijn ook bekend met het nieuwe landelijke beleidskader, maar hebben desalniettemin weinig vertrouwen in de eigen gemeente. Doordat in de optiek van diverse (voormalig) woonwagenbewoners de gemeente ‘het jarenlang heeft laten afweten op de locaties’, is het vertrouwen in de gemeente naar een dieptepunt gedaald.
B. De uitkomsten In onderstaande tabel wordt per gemeente het aantal woonwagenlocaties met standplaatsen weergegeven, alsmede de bestaande standplaatszoekenden, degenen die zich als nieuw hebben gemeld en het totale aantal na de inventarisatie van de woonbehoefte aan standplaatsen. Hier zullen ongetwijfeld dubbeling inzitten, daar wij de huidige wachtlijsten niet kennen in verband met de AVG (= Algemene verordening gegevensbescherming). Sommige gemeenten hebben namelijk niet de gegevens van de wachtlijst met ons gedeeld juist vanwege die AVG. Hierdoor kenden wij alleen de aantallen, maar niet de mensen die met naam en toenaam op de desbetreffende wachtlijst staan. Nr.
Plaatsnaam
Aantal
Aantal
Locaties
Standplaatsen
Standplaatszoekenden Bestaand
Nieuw (erbij)
Totaal
1
Buren
2
7
3
4
7
2
Culemborg
1
1
0
1
1
3
Maasdriel
3
10
4
2
6
4
Neder-Betuwe
3
10
6
3
9
5
Tiel
11
55
20
1
21
6
West Betuwe
8
51
22
7
29
7
West Maas en Waal
5
18
1
6
7
8
Zaltbommel 2
5
25
Geen gegevens
15
Geen gegevens
9
Van buiten de regio 3
11
11
Subtotaal
56 TOTAAL
38
177
39 90
Tabel 1 Overzicht van de aanwezige standplaatsen en standplaatszoekenden
1
Dit werd door bewoners die wel meededen aan het onderzoek vaak zo benoemd als reden waarom andere mensen van de desbetreffende woonwagenlocatie niet mee wilden doen. 2 Wij hebben de wachtlijst van de gemeente Zaltbommel of de aantallen op de wachtlijst niet ontvangen. 3 De geïnteresseerden van buiten de regio worden buiten beschouwing gelaten = -11. Gezien de collegebesluiten om mensen van buiten de gemeente en dus ook van buiten de Regio Rivierenland slechts 1 punt te geven in plaats van 100 punten (= wonend op een woonwagenlocatie in een regiogemeente), heeft inschrijving weinig zin; zeker als men er ook jaarlijks voor moet betalen. Zij zijn daarom niet meegenomen in de totalen,
4
LET OP In bovenstaande tabel zijn de 25 kermisexploitanten die op aanvullend verzoek van de gemeente West Betuwe meededen met het onderzoek, niet meegenomen. Zij staan op een eigen terrein en vormen een duidelijk te onderscheiden groep. Zij doen voor de extra standplaatsen geen beroep op de corporaties voor aanleg ervan. Zij verzoeken de gemeente West Betuwe om een stuk grond te mogen kopen om hierop zelf nieuwe standplaatsen te mogen ontwikkelen. Opmerkingen bij bovenstaande tabel a. * De geïnteresseerden van buiten de regio kunnen buiten beschouwing worden gelaten = -11 4; b. In Buren willen de bewoners verplaatst worden; feitelijk is slechts één persoon nieuw = -2; c. In Tiel hebben zich twee mensen aangemeld die niet afstammen van ‘woonwagenbewoners’ = -2; d. Bij andere gemeenten kan niet door on / 34 wat zoeken zes gecontroleerd worden of zij al op de wachtlijst staan of nieuwe aanmeldingen zijn wegens de AVG; wij kregen alleen aantallen, maar geen naam en toenaam. e. Eén aanmelding uit Culemborg is discutabel gezien de gesloten overeenkomst5 = -1; f. De gemeente Zaltbommel heeft tot nu toe nog geen wachtlijst aangeleverd; g. Rekening houdend met bovenstaande komt het aantal nieuwe aanmeldingen regionaal op: 34 standplaatszoekenden.
Let op: Veel van de mensen die aangeven standplaatszoekende te zijn, hebben zich nog niet officieel kunnen registreren en hebben ook nog niet betaald. De kans is daarom reëel dat een aantal van hen bij een officiële inschrijving zal afhaken of geen ‘woonwagenbewoner’ zal blijken te zijn volgens het
afstammingsbeginsel 6. Regio leeftijdsopbouw geïnterviewden
3% 4%
26%
47%
20%
17-30
31-45
46-60
61-70
boven 70
Tabel 2 Overzicht van de leeftijdsopbouw van de geïnterviewden; dit is in lijn met landelijke uitkomsten.
4
Deze personen voldoen niet aan de gestelde randvoorwaarden zoals vastgesteld door de Colleges en vallen dus buiten het onderzoek. De persoon in kwestie heeft een schriftelijke overeenkomst met de gemeente dat deze persoon naar elders zou verhuizen en dus de standplaats in de gemeente zou verlaten. Deze locatie wordt door de gemeente opgeheven. 6 Om te controleren of iemand een echte woonwagenbewoner is volgens het afstammingsbeginsel, dienen de (ouders en) gootouders op een woonwagenlocatie te hebben gewoond. Nadat de betreffende standplaatszoekende het adres van zijn ouders en grootouders heeft ingevuld, dient dit nagekeken te worden in de BRP. Hier hebben wij geen toegang toe. 5
5
vraag
Buren Culemborg
Maasdriel
Neder Betuwe
Tiel
West Maas en Waal
West Betuwe
Zaltbommel
ingevuld interview (percentage van totaal afgenomen interviews) 8 2 wil niet/niet thuis Woont in een huis 25% Woont op standplaats 75% 100% Bezit eigen woonwagen 75% 100% ingeschreven als standplaatszoekende 50% Tabel 3.1 Verkorte analyse van de uitkomsten Regio Rivierenland
6 17% 83% 83% 66%
11 1 27% 73% 45% 45%
16 31% 69% 19% 37%
7 7 14% 86% 57% -
53 100% 100% 7%
13 31% 69% 62% 31%
vraag
Culemborg
Maasdriel
Neder Betuwe
Tiel
West Maas en Waal
West Betuwe
Zaltbommel
11 1 onder 15 64% 15-20 36% vanaf 21 50% Tabel 3.2 Verkorte analyse van de uitkomsten Regio Rivierenland
2 100%
12 50% 17% 33%
18 56% 33% 11%
7 71% 29% -
36 33% 36% 31%
18 67% 17% 17%
Maasdriel
Neder Betuwe
Tiel
West Maas en Waal
West Betuwe
Zaltbommel
6 50% 50% 67% 33%
7 100% 100% -
8 100% 100% -
2 100% 100% -
19 84% 16% 16% 84%
5 100% 20% 80%
83%
57%
6%
-
84%
60%
Maasdriel
Neder Betuwe
Tiel
West Maas en Waal
West Betuwe
Zaltbommel
6 67% 33%
9 67% 33%
21 95% 5%
7 14% 86%
29 76% 24%
15 100%
Buren
Aantal inwonende kinderen
vraag
Buren Culemborg
Geïnterviewde met wens om te verhuizen 7 1 wil naar standplaats 71% 50% wil naar standplaats met huurwagen 29% Hiervan wil huren 29% 50% Hiervan wil kopen 71% Wil zelf ontwikkelen (meedenken met ontwerp) 42% Tabel 3.3 Verkorte analyse van de uitkomsten Regio Rivierenland vraag
Buren Culemborg
Aantal standplaatszoekenden per locatie 7 1 bestaand 43% 0% Nieuw erbij 57% 100% Tabel 3.4 Verkorte analyse van de uitkomsten Regio Rivierenland
Onderstaande tabel toont hoe de gegevens bekend zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De landelijk rapportage van Companen (uitgevoerd in 2018 in opdracht van BZK) telt 109 standplaatsen binnen de regio Rivierenland; het kadaster telt er 240. Het verschil wordt veroorzaakt door de vrijwilligheid van aanleveren van gegevens in het onderzoek van Companen. Gemiddeld geldt dat voor de vijf gemeenten die gegevens hebben verstrekt er 1,8 standplaatsen per 1000 woningen zijn.
Tabel 4 Gegevens van Companen vergeleken met die van het Kadaster
6
Figuur 1 Aantal woonwagenstandplaatsen per 1.000 woningen in gemeenten (Companen)
De gegevens uit voorafgaande tabel en bovenstaande figuur tonen aan hoe de regio en de afzonderlijke gegevens bekend zijn bij BZK.
HOOFDSTUK 2 – WAAROM DIT ONDERZOEK A. Inleiding De teksten in dit hoofdstuk komen uit het plan van aanpak voor dit onderzoek. Wij vinden het belangrijk om deze tekst hierin om te nemen zodat u het hoe en waarom van het gehouden onderzoek kent. De Regio Rivierenland wordt gevormd door acht gemeenten: Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. Dit is één regio met één gezamenlijke woningbouwopgave. Sinds enkele jaren wordt periodiek een regionaal woningbehoefteonderzoek uitgevoerd. Zo ook dit jaar. Oorspronkelijk was het voornemen om de behoefte inventarisatie aan woonwagenstandplaatsen mee te nemen met het regionaal woningbehoefte onderzoek (WBO). Echter het feit dat het gaat om een behoefte inventarisatie van een specifieke doelgroep, van beperkte omvang en met specifieke woonwensen, is gekozen voor een afzonderlijk onderzoek.
7
B. Aanleiding In de afgelopen periode is de aandacht voor woonwagenstandplaatsen toegenomen. Mede naar aanleiding van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het College voor de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in juli 2018 een nieuw beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ uitgebracht dat gemeenten bouwstenen biedt voor de beleidsvorming rondom standplaatsen en woonwagens. Dit nieuwe beleidskader verduidelijkt dat recht dient te worden gedaan aan de culturele identiteit die samenhangt met deze woonvorm. Hierbij dient met name het mensenrechtelijk kader te worden gewaarborgd.
C. Samenvatting beleidskader ‘gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van BZK Uitgangspunt in het landelijk beleidskader is dat huisvestingsbeleid een primaire verantwoordelijkheid van de gemeente is. Gemeenten dienen beleid voor woonwagens en standplaatsen vast te stellen als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Dit beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners. Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder is, zodat gemeenten ervoor kunnen zorgen dat het aantal standplaatsen in een redelijke verhouding staat tot de daadwerkelijke vraag aan standplaatsen bij woonwagenbewoners. Het tot dan toe gevoerde beleid van een aantal gemeenten, specifiek het ‘uitsterfbeleid’ ook wel ‘afbouwbeleid’ geheten, blijkt namelijk in strijd te zijn met het mensenrechtelijk kader. Van de gemeenten binnen de Regio Rivierenland wordt verwacht dat zij lokaal beleid ontwikkelen dat passend is binnen het mensenrechtelijk kader. Het ministerie van BZK verwacht dat met de herijking van het woonwagen / standplaatsenbeleid c.q. het expliciteren van het huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners, de woningbehoefte wordt gewaarborgd.
Concreet betekent dit dat: 1. gemeenten beleid voor woonwagens en standplaatsen vaststellen als onderdeel van het volkshuisvestelijk beleid; 2. het beleid voldoende rekening houdt met en ruimte geeft voor de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners; 3. er helder is wat de behoefte aan standplaatsen is; 4. dat corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; 5. de afbouw van standplaatsen in principe niet is toegestaan zolang er behoefte is aan standplaatsen; 6. dat woningzoekende woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen; 7. dat er zo mogelijk tegemoet gekomen wordt aan de wens om in familieverband samen te leven. NB: Het betreft een ‘beleidskader’ en is dus geen ‘beleidsregel’. Het document is dan ook geen wet c.q. heeft op zichzelf geen juridische gevolgen. Het beleidskader geeft richting en bevat bouwstenen om het beleid aan te passen aan het mensenrechtelijk kader, waaraan gemeenten wél moeten voldoen.
D. Kwantiteit of kwaliteit? Vanuit het College voor de Rechten van de Mens, de Nationale Ombudsman en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft men de wens geuit een inventarisatie woonbehoefte aan standplaatsen per gemeente / regio uit te voeren, waarbij niet alleen de bewoners op standplaatsen dienen te worden bevraagd, maar ook spijtoptanten (mensen die eerder al dan niet uit noodzaak naar een reguliere woning verhuisden) en ook degenen die eventueel illegaal op zelf gecreëerde standplaatsen wonen. Wanneer aan een woonwagenbewoner wordt gevraagd of hij/zij op een standplaats wil wonen, zal het standaard antwoord vrijwel altijd ‘ja’ zijn. Zijn hier geen consequenties c.q. voorwaarden aan verbonden, dan zal het aantal rap oplopen. In feite wordt de inventarisatie dan een opsomming van woonwagenbewoners van 18 jaar en ouder die nog thuis op de standplaats wonen, mensen in reguliere woningen, spijtoptanten, en dergelijke.
8
Een belangrijke vraag hierbij is of het onderzoek moet leiden tot inzicht in: 1. het aantal mensen dat graag op een standplaats wil wonen (kwantiteit); of 2. het aantal mensen dat (op termijn) daadwerkelijk in aanmerking wil komen c.q. opzoek is naar een standplaats (kwaliteit). Door vóóraf enkele (rand)voorwaarden c.q. regels te stellen en deze tijdens het onderzoek expliciet te benoemen ontstaat een reëler beeld van de behoefte aan woonwagenstandplaatsen. Dit doordat ondervraagden bewuster antwoorden en hier ook specifiek op kunnen worden bevraagd. Hoe en op welke wijze hier concreet invulling aan kan worden gegeven, wordt hierna toegelicht aan de hand van enkele beleidskeuzes.
E. Advies: vooraf per afzonderlijke gemeente bestuurlijk vaststellen drie beleidskeuzes Om te komen tot een kwalitatief overzicht van standplaatszoekenden 7 voor de regio c.q. per gemeente wordt geadviseerd om de afzonderlijke Colleges een drietal beleidskeuzes te laten vaststellen. Voor een gemeente die liever niet vooraf bepaalde beleidskeuzes wil maken, zal een ‘kwantitatief’ overzicht worden samengesteld; dus een overzicht zonder beperkende voorwaarden voor standplaatszoekenden om te worden opgenomen.
1. Invoeren afstammingsbeginsel Vanuit het landelijk beleidskader wordt geadviseerd om het zogeheten ‘afstammingsbeginsel’ in te voeren zodat vooraf wordt bepaald wie als ‘woonwagenbewoner’ zal worden aangemerkt. Het College voor de Rechten van de Mens hanteert in zijn oordelen de volgende definitie van woonwagenbewoners: "woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur". Onder genoemde definitie rekent het College zowel woonwagenbewoners die afstammen van Roma en Sinti, als afstammelingen van klassieke 'reizigers'. De groep ‘kermisexploitanten’ komt weer voort uit de groep ‘reizigers’. De gemeente kan alsdan bij de peiling van de woonbehoefte van de beoogd standplaatszoekende volstaan met het vaststellen van het woonadres van betrokkene, zijn ouders en grootouders. Is of was het betreffende adres gelegen op een woonwagenlocatie? Zo ja, dan kan de standplaatszoekende worden aangemerkt als een standplaatszoekende conform het afstammingsbeginsel.
2. Invoeren van een puntensysteem Indien een gemeente het werken met het afstammingsbeginsel vaststelt, wordt bij toekomstige registratie en toewijzing het afstammingsbeginsel leidend. Alleen aantoonbaar ‘echte’ woonwagenbewoners kunnen zich inschrijven. Daarnaast is het advies om de behoeftepeiling per gemeente zoveel als mogelijk te beperken tot diegenen die daadwerkelijk binnen de eigen gemeente wonen. Deze twee ‘voorwaarden’ kunnen worden bereikt door het vaststellen van een puntensysteem voor inschrijving en toewijzing:
7
Gemeenten kunnen wellicht de voorkeur geven aan te sluiten bij de reguliere wachtlijst van de woningcorporatie of het regionaal woonruimteverdeelsysteem Woongaard, waar een woningzoekende kan aangeven dat hij of zij belangstelling heeft voor een standplaats en/of woonwagen. Dit is nu echter nog niet mogelijk. Woongaard is een woonruimteverdeelsysteem voor de verdeling/toewijzing van sociale (huur) woningen. Hoe en op welke manier hieraan invulling gegeven kan worden c.q. welke wensen en verwachten partijen ten aanzien hiervan hebben, is onderdeel van het onderzoek.
9
Nr.
Huidige woonsituatie
Puntenaantal
1
Inschrijver woont op een standplaats in de gemeente
100
2
Inschrijver woont in een reguliere woning in de gemeente
50
3
Inschrijver woont buiten de gemeente / de regio
1
4
Elke maand dat men staat ingeschreven
1
Tabel 5 Overzicht puntensysteem bij inschrijving
Let op:
De punten die men krijgt, zijn persoonlijk. Deze kunnen dus niet aan iemand anders worden overgedragen.
Als de gemeente in een later stadium besluit tot/ kiest voor het daadwerkelijk registreren van standplaatszoekenden (geen onderdeel van dit onderzoek 8) wordt de inschrijving en de volgorde van de op te stellen ‘wachtlijst’ gebaseerd op het aantal behaalde punten. Een nieuwe inschrijving hoeft dus niet onderaan de lijst te staan. Hierbij is bepalend het aantal punten dat men krijgt bij 1e inschrijving. Personen die reeds stonden ingeschreven, kunnen met terugwerkende kracht punten toegekend krijgen::
Voorbeeld Persoon A woont op een standplaats en heeft zich ingeschreven als standplaatszoekende op 06-06-2017 = 100 + (24 maanden x 1) = 124 punten Persoon B woont in een reguliere woning en heeft zich ingeschreven als standplaatszoekende op 06-06-2015 = 50 + (48 maanden x 1) = 98 punten
3. Inschrijfgeld en betalen voor jaarlijkse verlenging Op basis van ervaring wordt geadviseerd om de inschrijving als standplaatszoekende en de jaarlijkse verlenging ervan niet vrijblijvend te laten zijn. Als inschrijving niks kost, blijkt dat veel woonwagenbewoners zich lukraak inschrijven; ook diegenen die reeds over een standplaats beschikken en zelfs echtparen afzonderlijk (voor het geval men later eventueel zal gaan scheiden). Hiertoe kan inschrijfgeld (bijvoorbeeld €35,00) en een bedrag voor jaarlijkse verlenging (bijvoorbeeld €17,50) in rekening worden gebracht. Er zal dan een verschil ontstaan tussen mensen die de wens hebben om op een standplaats te willen wonen en de mensen die hier ook daadwerkelijk willen wonen en hier bereid zijn voor te betalen 9. Het dringend advies is dat als inschrijfdatum de datum wordt gehanteerd waarop men heeft betaald. Kortom het kwalitatieve overzicht van standplaatszoekenden bestaat uit mensen die in aanmerking willen komen voor een standplaats, voldoen aan het afstammingsbeginsel en op de hoogte zijn van bijbehorende randvoorwaarden (inschrijving en toewijzingssystematiek) en bereid zijn hiervoor te betalen.
F. Doel en uitgangspunten voor het onderzoek De gemeenten in de Regio Rivierenland willen op basis van hetgeen voortvloeit vanuit het landelijk beleidskader graag weten of het huidige aantal standplaatsen in elke afzonderlijke gemeente volstaat voor de lokale behoefte en / of huishoudens interesse hebben in het kopen van een standplaats. De verkregen gegevens dienen op regionaal niveau met elkaar in verband te worden gebracht.
8
Indien gewenst kan dit voor een gemeente direct tijdens het onderzoek worden uitgevoerd. De gemeente Tiel heeft in 2011 kosten aan de inschrijving en jaarlijkse verlenging voor haar wachtlijst ingevoerd, waardoor het aantal geregistreerde ingeschreven standplaatszoekenden in een jaar tijd daalde van 54 naar 16. 9
10
Aandachtspunten: 1. In eerste instantie is het doel van de regionale inventarisatie om inzicht te krijgen in de vraag en het aanbod van woonwagens en standplaatsen voor nu en in de toekomst; 2. Daarnaast wil de Regio Rivierenland graag inzicht in de huidige gemeentelijke beleidskaders en of er in het verleden (regionale) afspraken zijn gemaakt over de verdeling van woonwagens en standplaatsen; 3. Ook zou de Regio graag advies krijgen hoe op basis van de voorgaande punten het beleid verder vorm te geven. Denk bijvoorbeeld aan het opzetten van een wachtlijst, afspraken over de verdeling van vrijkomende woonwagens en standplaatsen, etc. Anders gezegd welke vervolgstappen zijn er? 4. Daarbij verneemt de Regio graag hoe zij ervoor kan zorgen dat ze juridisch sterk blijft staan; 5. In het stappenplan voor het onderzoek ziet de Regio graag terug op welke wijze de vraag in kaart wordt gebracht en hoe daarbij rekening wordt gehouden met de sterke familiebanden en locatie specifieke woonwensen; 6. De resultaten van het onderzoek dienen te worden gepresenteerd in een aantrekkelijk vormgegeven en goed leesbaar eindproduct.
G. Taken en rollen: gemeente en corporatie(s) Er is behoefte aan inzicht in rollen en verantwoordelijkheden van de gemeente, maar ook van andere betrokken partijen. Welke rol zien zij voor zichzelf in deze en wat zou die van anderen moeten zijn/ wat hebben we van hen nodig? Er zal daarom ook overleg gevoerd worden met de verantwoordelijk wethouder(s) van de gemeente en de directie van de corporatie(s) per gemeente. Wat is hun beeld van het gevoerde c.q. wellicht te gaan voeren woonwagenbeleid? Hoe staan zij tegenover een mogelijk benodigde uitbreiding van het aantal standplaatsen? Huurwoonwagens? Verkoop van standplaatsen? E.d. Vanuit het landelijk beleidskader Het Rijk vindt het wenselijk dat de gemeente in de woonvisie beschrijft welke rol zij zelf wil (blijven) vervullen ten aanzien van het voorzien in huisvesting voor woonwagenbewoners die willen wonen in een woonwagen. Voor woonwagenbewoners die qua inkomen behoren tot de primaire doelgroep van de woningcorporaties ligt de verantwoordelijkheid bij woningcorporaties. Zij moeten voorzien in voldoende huurwoonwagens en standplaatsen. Voor andere woonwagenbewoners geeft het mensenrechtelijk kader aan dat de gemeente aanvullende maatregelen moet treffen om te voorzien in voldoende (koop-)standplaatsen. Dit vloeit voort uit artikel 75 van de Woningwet 10.
H. Drie rapportages I. De resultaten zijn opgenomen in voorliggende rapportage, die we in concept voorleggen aan de regionale ambtelijke werkgroep ‘Wonen’. Op basis van die bespreking in de werkgroep stellen we een definitieve rapportage op. II. Daarnaast schrijven we een handreiking hoe op basis van de resultaten het beleid verder vorm kan worden gegeven. Denk bijvoorbeeld aan het opzetten van een wachtlijst, afspraken over de verdeling van vrijkomende woonwagens en standplaatsen, etc. Let wel: woonwagenbeleid is altijd maatwerk per individuele gemeente.
10
Artikel 75 van de Woningwet: 1. Burgemeester en wethouders kunnen, ingeval dit noodzakelijk is voor het naar behoren uitvoeren van deze wet, besluiten rechtstreeks van gemeentewege voorzieningen in het belang van de volkshuisvesting te treffen. 2. Indien ter uitvoering van het eerste lid van gemeentewege woongelegenheden worden gebouwd, geschiedt dit slechts, indien aannemelijk is, dat door het bouwen van woongelegenheden door toegelaten instellingen niet voldoende in de woonbehoefte wordt voorzien.
11
III. Speciale aandacht zal worden besteed in een separaat memo hoe de Regio en haar deelnemende gemeenten ervoor kunnen zorgen dat ze juridisch sterk blijven staan. Dit memo wordt opgesteld door advocaat Saedt, die veel ervaring heeft met woonwagenzaken. Dit memo wordt opgesteld na de bespreking van Rapportage I en II met de regionale werkgroep.
HOOFDSTUK 3 – UITKOMSTEN ONDERZOEK Het doel van de regionale inventarisatie is om inzicht te krijgen in de vraag naar en het aanbod van woonwagens en standplaatsen voor nu en in de toekomst.
A. Doelgroep De doelgroep van het onderzoek bestaat uit de huidige bewoners van woonwagenlocaties en bewoners met de wens om naar een woonwagenlocatie terug te keren. Het gaat er hierbij om dat, indien zij niet woonachtig zijn in een woonwagen, zij wel kunnen aantonen dat zij volgens de definitie ‘afstammingsbeginsel’ 11, als woonwagenbewoner te kunnen worden aangemerkt. Personen zijn pas erkend ‘woonwagenbewoner’ als zij aan het vastgestelde afstammingsbeginsel voldoen. Woonwagenbewoners zijn mensen die in een woonwagen wonen. Binnen de doelgroep kan een onderscheid gemaakt worden naar: 1. Reizigers; 2. Kermisexploitanten; 3. Circusartiesten; 4. Sinti; 5. Roma.
B. Locaties en standplaatsen per gemeente en in totaal De Regio Rivierenland bestaat uit 8 gemeenten, 38 woonwagenlocaties en in totaal 177 standplaatsen. Van de 177 standplaatsen is 60% verhuurd, 16% verkocht en van 24% is de onderverdeling onbekend 12. Gemeente
Aantal locaties
Buren
2
Culemborg
1
Maasdriel
3
Neder-Betuwe
3
Tiel
11
West Betuwe
Aantal standplaatsen
Huur
Koop
2
5
1
1
0
10
10
0
10
9
0
55
55
2
8
51
29
22
West Maas en Waal
5
18
Gegevens onbekend
Gegevens onbekend
Zaltbommel
5
25
Gegevens onbekend
Gegevens onbekend
38
177
106
29
7
Tabel 6 Aantal woonwagenlocaties en standplaatsen per gemeente en de Regio Rivierenland in totaal
11
Vanuit het landelijk beleidskader wordt geadviseerd om het zogeheten ‘afstammingsbeginsel’ in te voeren zodat vooraf wordt bepaald wie als ‘woonwagenbewoner’ zal worden aangemerkt. Het College voor de Rechten van de Mens hanteert in haar oordelen de volgende definitie van woonwagenbewoners: ‘woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur’. 12 Dit is exclusief de standplaatsen in de gemeenten West Maas en Waal en Zaltbommel, aangezien wij de onderverdeling tussen koop en huur van de standplaatsen in deze twee gemeenten niet kennen.
12
C. Gehouden interviews Met de residerende huurders en kopers van de standplaatsen is in de woonwagen het interview afgenomen. Deze interviews hadden een gemiddelde lengte van een uur, waarbij de huurders het eerste half uur vertelden wat hen zoal bezighield, waarna het vragenformulier samen met de interviewer digitaal werd ingevuld. De geïnterviewden hebben het vragenformulier ondertekend en per e-mail of per post in afschrift ontvangen ter controle. Aanvankelijk waren er weinig aanmeldingen, maar na de eerste interviews werd rondgebazuind dat er ‘niks mis mee was’, hebben de overige mensen zich gemeld. NB: conform verwachting hebben zich slechts weinig bewoners gemeld vanuit de gemeente Tiel. Deze gemeente kent een lang traject van normalisatie, waarbij contact met de bewoners al is gerealiseerd. Met de Tielse woonwagenbewoners is sinds 2009 veelvuldig overleg gevoerd. Dat varieert van 5 tot zelfs wel 25 gesprekken per huurder. Hun wensen en noden zijn bij deze gemeente goed bekend. Tiel hanteert sinds 2010 een opgeschoonde wachtlijst waarvan velen reeds een standplaats in de huur hebben gekregen. De gemiddelde wachttijd in de gemeente Tiel lag tussen de 7 à 7,5 jaar en schommelde tot juli 2018 zo rond de 8 à 10 personen. Na het uitkomen van het beleidskader van BZK hebben zich 10 spijtoptanten gemeld die alsnog weer terug willen naar een standplaats.
De wachtlijst van Tiel heeft nu 20 ingeschreven standplaatszoekenden.
Tabel 7 Deelname standplaatsbewoners Regio Rivierenland: procentueel en absoluut.
Gemeente
Standplaatsen
Afgenomen Interviews
Percentage
Buren
7
8
114 %
Culemborg
1
2
200 %
Maasdriel
10
6
60 %
Neder-Betuwe
10
11
110 %
Tiel
55
16
29 %
West Betuwe
51
53
104 %
West Maas en Waal
18
7
39 %
Zaltbommel
25
13
52 %
TOTAAL
177
116
66 %
Tabel 8 Deel 1: deelname bestaande huurders aan het onderzoek in absoluut aantal en percentage 13
De bewoners die meededen met het onderzoek waren over het algemeen zeer welwillend en gaven aan te hopen dat hun eigen gemeente ook daadwerkelijk iets met de uitkomsten van het onderzoek zouden doen.
13
Omdat er op enkele woonwagencentra meer interviews zijn afgenomen t.o.v. het aantal standplaatsen is het percentage betreffende de afgenomen interviews soms meer dan 100%.
13
De behoefte aan een standplaats voor hen of hun kinderen is dan ook groot. Echter, ook bij hen was een cynische ondertoon vaak te bespeuren. Er zijn een aantal mogelijke verklaringen te noemen waarom niet alle bewoners hebben deelgenomen aan de interviews. Er wordt het nodige aan informatie gevraagd en dat wekt wantrouwen op. “Wat wordt er gedaan met deze informatie?”. Hier was al antwoord opgegeven in de toegezonden brief. Maar van diverse bewoners hebben we teruggekregen dat er het nodige wantrouwen over (overheids)instanties heerst onder woonwagenbewoners en dat de gemeente wel kan schrijven wat zij doet met de gegeven informatie, “maar het blijft de overheid, dus je weet maar nooit….” Met name de eigen gemeente wordt gewantrouwd. Tot slot is het mogelijk dat bewoners van mening zijn dat, als er al anderen van die locatie hebben gereageerd, zij dat niet hoeven te doen, omdat de mening van die locatie dan toch al bekend is. Gemeente
Aantal koop
Aantal huur
Verhuurder
Totaal aantal
Wachtlijst
Aantal op wachtlijst
Buren
5
2
Gemeente
7
Ja
4 (+ 10 van buiten de regio)
Culemborg
0
1
Gemeente
1
Nee
0
Maasdriel
0
10
Gemeente
10
Nee
0
Neder-Betuwe
6
4
Thius
10
Nee
0
Tiel
2
18
Gemeente
55
Ja
20
Tiel
0
35
KleurrijkWonen
0
Nee
0
West Maas en Waal
Geen info bekend
Geen info bekend
Geen info bekend
1
Ja
1
West Betuwe
22
29
Gemeente
51
Ja
7
Zaltbommel
Geen info bekend
Geen info bekend
Geen info bekend
25
Ja
Geen info bekend
TOTAAL Tabel 9 Verdeling koop - en huurstandplaatsen per verhuurder
In de Regio Rivierenland zijn de standplaatsen in bezit van de woonwagenbewoners zelf, de desbetreffende gemeente of de corporatie Kleurrijk Wonen, De Kernen of Thius (voormalig SWB).
D. Spijtoptanten Interviews regio standplaatsen, standplaatszoekenden en spijtoptanten: totaal 116 60 50 40 30 20 10 0
0
53 2 6
2
standplaats
1 5
3 8
spijtoptanten
5 11
1 6
4 9
3
geen vaste verblijfplaats (zwervende)
Tabel 10 Interviews Regio Rivierenland: standplaatsen en spijtoptanten
14
Aan de spijtoptanten is gevraagd wat zij van hun huidige woonsituatie vinden. Allen geven aan dat zij ongelukkig zijn en het liefst terugkeren naar een woonwagen. Het merendeel is zelfs bereid om op een willekeurige woonwagenlocatie in de regio te gaan wonen, als dat zou betekenen dat ze weer in een woonwagen zouden kunnen wonen. Ook al wonen ze soms jaren in een huis. Ook zeggen ze zeer regelmatig bij familie die op een woonwagenlocatie wonen op bezoek te gaan, vaak zelfs dagelijks.
E. Leeftijdsopbouw geïnterviewden Regio leeftijdsopbouw geïnterviewden 3% 3%
10% 38%
29% 17%
18-30
31-45
46-60
61-70
boven 70
Leeftijd onbekend
Tabel 11 Regio Rivierenland: leeftijdsopbouw geïnterviewden; dit loopt gelijk met het gemeentelijk en landelijk beeld.
Leeftijdopbouw van alle inwonende kinderen tezamen 60 50
15
40 30 20
6
10 0
3
37
Tot 15 jaar (totaal 52)
24
20
Tussen 16 en 21 jaar (totaal 30)
Boven 21 jaar (totaal 23)
In wagen
In huis
Tabel 12 Leeftijdsopbouw inwonende kinderen
Beschikbaar komen standplaatsen door ‘natuurlijk verloop’ Het is ook van belang om te weten hoeveel standplaatsen door natuurlijk verloop ter beschikking komen. ‘Natuurlijk verloop’ is geïnterpreteerd als ‘door overlijden’. Belangrijk hierbij op te merken is dat er theoretisch allerlei redenen kunnen zijn waarom een standplaats vrij komt, zoals dat ook geldt voor het ter beschikking komen van andere woonruimte. Mensen kunnen bijvoorbeeld van woonruimte veranderen door scheiding, werk, samenwonen, etc. Kijkende naar de doelgroep en de standvastigheid van woonwagenbewoners, juist door de familiaire verbanden die bewoners van een locatie volgens eigen zeggen vaak met elkaar hebben, wordt in deze peiling ervan uitgegaan dat deze redenen veel minder vaak zullen voorkomen dan bij het ter beschikking komen van andere woonruimte. Vandaar dat enkel wordt gekeken naar ter beschikking komen van standplaatsen door overlijden.
15
Hierbij zijn de volgende aandachtspunten van belang: 1. Voor het beantwoorden van de vraag is het van belang om te kijken naar de levensverwachting van mensen in Nederland. Door de huidige leeftijd met de levensverwachting van die leeftijd te vergelijken, kunnen conclusies worden getrokken met betrekking tot het ter beschikking komen van standplaatsen; 2. Verder is het van belang te weten of er sprake is van een inwonende partner die als medehuurder geregistreerd staat. Dit is van belang omdat als de hoofdhuurder komt te overlijden, in het geval er een medehuurder is, de standplaats op naam komt te staan van die medehuurder. De standplaats komt dan dus niet ter beschikking voor standplaatszoekenden. Dat zou pas gaan gelden op het moment dat de medehuurder ook komt te overlijden. Wij zijn er dan ook van uitgegaan dat er geen sprake is van een partner of dat die geen medehuurder is; 3. Tot slot was niet gespecificeerd op welke periode de vraag betrekking heeft. Gekozen is om te kijken naar de periode van nu tot 25 jaar. De vraag “Hoeveel standplaatsen komen door natuurlijk verloop ter beschikking?” is niet volledig te beantwoorden door louter naar de resultaten van deze woonwensenpeiling te kijken. Dit heeft de volgende redenen: 1. Wij hebben 81 hoofdbewoners van de 177 standplaatsen mogen interviewen. Dit betreft 46 %.
Bij 54 % van de standplaatsen is dus niet bekend wat de leeftijd is van de hoofdhuurder en de eventuele partner. Voor deze groep is het dus niet mogelijk om de vergelijking te maken tussen leeftijd en levensverwachting; 2. Uit gegevens van onder andere het CBS, blijkt er een relatie tussen levensverwachting en opleiding. Mensen met een hogere opleiding hebben een hogere levensverwachting. Dit kan wel 6 jaar schelen (tussen een lager opgeleide en hoger opgeleide). Uit verschillende bronnen is te herleiden dat het opleidingsniveau van woonwagenbewoners laag is. Echter is er in deze peiling niet specifiek naar gevraagd. Dat betekent dat niet zomaar de conclusie kan worden getrokken dat de woonwagenbewoners in de Regio Rivierenland laag zijn opgeleid. Daarmee kan de factor ‘opleiding ‘ dus niet worden meegenomen; 3. In dit onderzoek is niet gevraagd of de partner ook geregistreerd medehuurder is. Om antwoord te krijgen op deze vraag zal aanvullend onderzoek moeten worden gedaan 14. Voor een objectieve beantwoording van de vraag over natuurlijk verloop zijn meer gegevens nodig dan die nu voorhanden zijn. Er is echter wel iets te zeggen over de leeftijd van de deelnemers in relatie tot de gemiddelde levensverwachting van Nederlanders.
En daarmee over het natuurlijk verloop van de standplaatsen die door de geïnterviewden worden bewoond, met daarbij wel in acht nemend de bovenstaande aandachtspunten. Bij een leeftijd van 50 jaar (peildatum 31-12-2017) wordt een man gemiddeld 82 jaar en 2 maanden en een vrouw 84 en 10 maanden. De gemiddelde levensverwachting neemt met elke leeftijd een aantal maanden toe. Dat wil zeggen dat de levensverwachting bij een leeftijd van 51 jaar hoger ligt dan die bij 50 jaar. De levensverwachting wordt bepaald op basis van de sterfterisico’s per leeftijd. De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden die willen verhuizen, leidt op basis van levensverwachting tot 4 x vrijval van standplaatsen binnen 25 jaar.
14
Deze vraag is bij de huidige inventarisatie niet meegenomen. Pas bij andere onderzoeken elders in het land kwamen we er achter dat dit ook een belangrijke vraag is om te stellen. Immers, als men gehuwd is of er sprake is van geregistreerd partnerschap, komt de standplaats pas vrij als beiden zijn verhuisd c.q. overleden. Om antwoord te krijgen op deze vraag voor Regio Rivierenland zal aanvullend onderzoek moeten worden gedaan.
16
F. De woonwagencultuur Hierbij een impressie van wat wij in contact met de woonwagenbewoners hebben ervaren In de interviews. Er is uitvoerig gesproken over de woonwagencultuur en waarom woonwagenbewoners zo graag in een woonwagen willen wonen. Eigenlijk geeft iedereen aan in een woonwagen te willen wonen omdat zij erin geboren zijn of dat hun ouders / grootouders erin hebben gewoond. Het is wat ze kennen en ze willen niet anders. “Liever in een wagen dan in een villa.” Een gedeelte van de mensen geeft hierbij heel duidelijk aan dat het gaat om de woonwagen zelf. Antwoorden als “Ik voel me opgesloten in een huis” en “de muren komen op me af in een huis” worden hierbij regelmatig gegeven. Daarnaast wil men als familie bij elkaar wonen: ‘eigenzinnig wonen in familieverband’. Woonwagenbewoners vinden het belangrijk om het samen met elkaar te zijn, dit is het belangrijkste onderdeel van de woonwagencultuur en het meest door bewoners benoemd. Het samen zijn en de saamhorigheid wordt vaker genoemd dan het daadwerkelijke wonen in een woonwagen. Toch wordt er ook veel gesproken over vroeger en hoe er vroeger echt werd gereisd. Een aantal van de oudere bewoners vertelt dan bijvoorbeeld over hoe ze vroeger door het land trokken. Dit gaf een gevoel van vrijheid en dat wordt ook vaak benoemd als onderdeel van de woonwagencultuur.
Daarmee samenhangend benoemen bewoners dat ze elkaar accepteren en dat iedereen zichzelf kan zijn. Dit is ook een vorm van vrijheid. Als echter de grootte van een woonwagen ter sprake komt, dan wil men minimaal 7 x 14 meter, wat nou niet bepaald een woonwagen is waarmee gereisd werd. Er is dus een verschil tussen de emotionele hang naar de nostalgie van het reizen en gezellig knus op elkaar, en het praktisch denken voor het toekomstig wonen. Wat ook vaak ter sprake komt, is dat de woonwagenbewoners zich gediscrimineerd voelen. Dat was vroeger al zo, toen ze soms onder politiebegeleiding de gemeentegrenzen moesten verlaten als de tijd gekomen was om te gaan. Woonwagenbewoners werden toen niet geaccepteerd en voelen zich nog steeds niet geaccepteerd in de Nederlandse samenleving. In verschillende interviews is ook ter sprake gekomen of mensen van buitenaf (burgers) wel bij hen welkom zijn. Dan wordt vaak gezegd dat bijvoorbeeld buren zeker welkom zijn en soms geven mensen daar dan voorbeelden van. Bijvoorbeeld dat zij buurkinderen uitgenodigd hebben om op de locatie te komen spelen. En eigenlijk geven ze dan ook meteen aan dat deze kinderen dat dan niet altijd mochten van de ouders. Ook wordt regelmatig benoemd dat er goede contacten zijn met de buurt, maar dat buren wel op afstand blijven.
Een ander opvallend onderdeel van de woonwagencultuur is de zorg voor en controle van de kinderen. De kinderen komen eigenlijk niet van de locatie af, hooguit de tijd dat zij op school doorbrengen. Woonwagenbewoners houden hun kinderen dicht bij zichzelf, voor de veiligheid. De kinderen en ouders zijn zeer hecht met elkaar en brengen dus veel tijd door met elkaar. Wanneer de kinderen ouder (en volwassen) zijn, is deze behoefte er nog steeds en deze is wederzijds. De kinderen willen ook het liefst bij de ouders in de buurt zijn. Wanneer kinderen niet op dezelfde locatie wonen of in een huis wonen, wordt gezegd dat ze eigenlijk dagelijks bij hun ouders te vinden zijn. Veel vaker dat in hun eigen woonruimte. Een belangrijk onderdeel van de cultuur is het voor elkaar zorgen. Eigenlijk benoemen ze allemaal dat “we voor elkaar zorgen op een kamp en iedereen zichzelf kan zijn”. Wanneer mensen mantelzorg nodig hebben, dan nemen de familieleden deze op zich. Het lijkt soms alsof de woonwagencultuur geromantiseerd wordt, maar bij doorvragen blijkt dat mensen ook heel realistisch zijn. Er wordt openlijk benoemd dat het zeker voorkomt dat er ruzie is of dat mensen niet met elkaar kunnen opschieten. Maar de rode draad in hun verhaal is toch die saamhorigheid en acceptatie van elkaar. Als er problemen zijn, dan lossen ze het zelf op. “Wat op het kamp gebeurd, blijft op het kamp”.
17
HOOFDSTUK 4 – UITKOMSTEN EN AANDACHTSPUNTEN PER GEMEENTE Hieronder volgen de analyses en uitkomsten per deelnemende gemeente afzonderlijk.
1. Gemeente Buren De gemeente Buren telt 26.568 inwoners (1 januari 2019, bron: CBS). De gemeente Buren bestaat uit het stadje Buren en de dorpen Asch, Beusichem, Eck en Wiel, Erichem, Ingen, Kerk-Avezaath, Lienden, Maurik, Ommeren, Ravenswaaij, Rijswijk (GLD), Zoelen en Zoelmond. Ook een deel van de dorpen Buurmalsen en Kapel-Avezaath ligt op het grondgebied van de gemeente Buren. De kernen daarvan liggen in de gemeenten West Betuwe en Tiel. Bij het Lingemeer is een nieuwe woonkern ontstaan. De gemeente spreekt daarom in plaats van 16 woonplaatsen ook wel van 15 kernen. Onderstaande tabel geeft de uitkomsten weer van het onderzoek: Gemeente
Standplaatsen
Afgenomen Interviews
Buren
7
Nr.
Adres
Percentage 8
114 %
Aantal standplaatsen
Standplaatszoekenden
1
Buren
Graafschapsstraat
2
3
2
Zoelen
Burensedijk
5
3
3
Spijtoptanten
4
4
Buiten de regio
10 TOTAAL
7
19
Tabel 13 Overzicht uitkomsten inventarisatie woonbehoefte aan standplaatsen gemeente Buren
Analyse gemeente Buren Geïnterviewden willen verhuizen gemeente Buren (7)
Van de 7 geïnterviewden wonen er 5 op een standplaats en 2 in een reguliere woning. Alle 7 geïnterviewden willen verhuizen.
2
5
Standplaats
Spijtoptant
Spijtoptanten
− − − − −
Er hebben 2 spijtoptanten deelgenomen aan het onderzoek; Dit betreft 1 (gescheiden) gezin met 6 kinderen; De kinderen vallen onder de leeftijdscategorie: 0 t/m 15 en 16 t/m 20 jaar; Beide spijtoptanten willen een eigen huurstandplaats met huurwoonwagen; 1 spijtoptant heeft een inkomen boven de €42.436 bruto per jaar.
18
Geïnterviewden standplaats
− Er hebben 5 standplaatsbewoners deelgenomen aan het onderzoek; − 3 hiervan geven aan te willen verhuizen naar een standplaats omwille van zelfstandig (samen) wonen. Deze 3 standplaatsbewoners zijn op dit moment inwonend bij de ouders; − 2 standplaatsbewoners willen verhuizen omwille van een beter woongenot; − Alle 5 de standplaatsbewoners hebben aangegeven een standplaats te willen kopen; − 1 standplaatsbewoner heeft een inkomen boven de €42.436 bruto per jaar.
Conclusies
1. De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden leidt op basis van levensverwachting niet tot vrijval van standplaatsen binnen 25 jaar; 2. Er is behoefte aan 5 koopstandplaatsen; 3. Er is behoefte aan 2 huurstandplaatsen met huurwoonwagen.
2. Gemeente Culemborg De gemeente Culemborg is telt 28.555 inwoners (1 januari 2019, bron: CBS) Binnen de gemeentegrenzen ligt de buurtschap Goilberdingen. Onderstaande tabel geeft de uitkomsten weer van het onderzoek: Gemeente
Standplaatsen
Culemborg
Nr.
Afgenomen Interviews 1
Adres
1
Culemborg
2
Spijtoptanten
Percentage 2
200 %
Aantal standplaatsen
Parallelweg 23b3
Standplaatszoekenden 1
2 0
TOTAAL
1
2
Tabel 14 Overzicht uitkomsten inventarisatie woonbehoefte aan standplaatsen gemeente Culemborg
Analyse gemeente Culemborg Alle 2 geïnterviewden wonen op een standplaats. 1 hiervan wil verhuizen.
Spijtoptanten
Er hebben geen spijtoptanten deelgenomen aan het onderzoek. De woonwagenbewoners die eerder vertrokken zijn hebben een aanzienlijk ‘afkoopbedrag’ meegekregen en wonen nu in een koopwoning.
Geïnterviewden standplaats
− Er hebben 2 standplaatsbewoners deelgenomen aan het onderzoek; 1 hiervan geeft aan te willen verhuizen naar een standplaats omwille van zelfstandig (samen) wonen. − Deze standplaatsbewoner is op dit moment inwonend bij de ouders; deze standplaatsbewoner wil graag een woonwagenstandplaats huren; deze standplaatsbewoner heeft een inkomen onder de €42.436 bruto per jaar; − De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden leidt op basis van levensverwachting niet tot vrijval van standplaatsen binnen 25 jaar.
Conclusies
1. Er hebben geen spijtoptanten deelgenomen aan het onderzoek; 2. De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden leidt op basis van levensverwachting niet tot vrijval van standplaatsen binnen 25 jaar; 3. Er is behoefte aan 1 huurstandplaats.
19
3. Gemeente Maasdriel De gemeente Maasdriel (ruim 24.000 inwoners) bestaat uit elf kernen: Alem, Ammerzoden, Hedel, Heerewaarden, Hoenzadriel, Hurwenen, Kerkdriel, Rossum, Velddriel, Well en Wellseind. Daarnaast telt de gemeente nog een aantal buurtschappen, te weten: Berm, Californië, Doorning, Hoorzik, Rome, Sint Andries, Slijkwell, Veluwe, Voorne en Wordragen. Tot 1999 behoorden alleen de dorpen Kerkdriel , Velddriel, Hoenzadriel en Alem tot Maasdriel. Dat jaar gingen de gemeenten Ammerzoden, Hedel, Rossum, Heerewaarden en het oude Maasdriel op in de nieuwe fusiegemeente. Onderstaande tabel geeft de uitkomsten weer van het onderzoek: Gemeente
Standplaatsen
Afgenomen Interviews
Percentage
Maasdriel
10
6
60 %
Nr.
Adres
Aantal standplaatsen
Standplaatszoekenden
1
Hedel
Baronieweg
2
2
2
Ammerzoden
Gaardenweg
1
0
3
Kerkdriel
Nijverheidsstraat
7
3
4
Spijtoptanten
1 TOTAAL
10
6
Tabel 15 Overzicht uitkomsten inventarisatie woonbehoefte aan standplaatsen gemeente Maasdriel
Analyse gemeente Maasdriel Geïnterviewden willen verhuizen gemeente Maasdriel (6)
Van de 6 geïnterviewden wonen er 5 op een standplaats en 1 in een reguliere woning. Alle 6 willen ze verhuizen. 4 daarvan geven aan op een wachtlijst te staan.
1
5
Standplaats
Spijtoptant
Spijtoptanten
− Er heeft 1 spijtoptant deelgenomen aan het onderzoek; − Dit betreft 1 inwonend kind van 24 jaar; − Deze spijtoptant wil een standplaats kopen en heeft een inkomen boven de €42.436 bruto per jaar.
Geïnterviewden standplaats
− Er hebben 5 standplaatsbewoners deelgenomen aan het onderzoek; − 4 hiervan geven aan te willen verhuizen naar een standplaats omwille van zelfstandig (samen) wonen. Deze 4 standplaatsbewoners zijn op dit moment inwonend bij de ouders. − De overige standplaatsbewoner wil verhuizen omdat hij graag naar een huurwoonwagen wil; − 3 geïnterviewden zijn op zoek naar een huurstandplaats met huurwoonwagen;
20
− 1 geïnterviewde is op zoek naar een huurstandplaats; − 1 geïnterviewde is op zoek naar een koopstandplaats; − Deze standplaatsbewoner heeft een inkomen onder de €42.436 bruto per jaar.
Conclusies
1. de leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden leidt op basis van levensverwachting niet tot vrijval van standplaatsen binnen 25 jaar; 2. er is behoefte aan 1 koopstandplaats; 3. er is behoefte aan 3 huurstandplaatsen met huurwoonwagen; 4. 4 van de 6 geïnterviewden geeft aan op een wachtlijst te staan; 5. er is behoefte aan 1 lege huurstandplaats.
4. Gemeente Neder-Betuwe De gemeente Neder-Betuwe telt 24.034 inwoners (1 januari 2019, bron: CBS). De gemeente ontstond op 1 januari 2002 door de fusie van de gemeenten Dodewaard, Echteld en Kesteren. De gemeente bestaat uit zes dorpen: Dodewaard, Echteld, IJzendoorn, Kesteren, Ochten en Opheusden. In de buitengebieden liggen de buurtschappen en gehuchten: Hien en Wely liggen oostelijk van Dodewaard, Eldik ligt tussen Dodewaard en Ochten in, de Pottum ligt oostelijk van Ochten. Hoogbroek oostelijk van Echteld en noordwesten van IJzendoorn. Ooij en Den Akker liggen westelijk van Echteld. Lede en Oudewaard noordwestelijk van Kesteren. Onderstaande tabel geeft de uitkomsten weer van het onderzoek: Gemeente
Standplaatsen
Neder-Betuwe
Afgenomen Interviews 10
Nr.
Percentage 11
Adres
110 %
Aantal standplaatsen
Standplaatszoekenden
1
Dodewaard
‘t Erf
4
4
2
IJzendoorn
Veldsteeg
2
2
3
Kesteren
Fruitstraat
4
0
4
Spijtoptanten
4 TOTAAL
10
10
Tabel 16 Overzicht uitkomsten inventarisatie woonbehoefte aan standplaatsen gemeente Neder-Betuwe
Analyse gemeente Neder-Betuwe Geïnterviewden willen verhuizen gemeente Neder Betuwe (6)
Van de 12 geïnterviewden wonen er 9 op een standplaats en 3 in een reguliere woning. 6 van de 12 willen verhuizen. 5 daarvan geven aan op een wachtlijst te staan.
3
Standplaats
3
Spijtoptant
21
Spijtoptanten
− − − −
Er hebben 3 spijtoptanten deelgenomen aan het onderzoek; 2 daarvan zijn inwonende kinderen; In totaal zijn er 4 kinderen onder de 15 jaar en 3 kinderen boven de 21 jaar; 1 geïnterviewde heeft in het verleden een woonwagenlocatie moeten verlaten gezien de ontdekking van een hennepkwekerij; − Alle 3 de spijtoptanten willen verhuizen naar een huurstandplaats met huurwoonwagen; − Alle 3 de spijtoptanten hebben een inkomen onder de €42.436 bruto per jaar.
Geïnterviewden standplaats
− Er hebben 9 standplaatsbewoners deelgenomen aan het onderzoek; − 3 hiervan geven aan te willen verhuizen; − 2 van de 3 willen verhuizen omwille van zelfstandig (samen) wonen. 1 van de 3 wil verhuizen omwille van samenwonen bij familie; − 2 geïnterviewde wonen op dit moment in bij de ouders; − Alle 3 geïnterviewden zijn op zoek naar een huurstandplaats met huurwoonwagen; − Alle geïnterviewden hebben een inkomen onder de €42.436 bruto per jaar.
Conclusies
1. De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden leidt op basis van levensverwachting niet tot vrijval van standplaatsen binnen 25 jaar; 2. Er is behoefte aan 6 huurstandplaatsen met huurwoonwagen; 3. 6 van de 12 geïnterviewden geeft aan op een wachtlijst te staan.
22
5. Gemeente Tiel De gemeente Tiel (41.978 inwoners (bron: CBS)) bestaat uit de plaatsen Tiel, Wadenoijen en gedeeltelijk uit Kapel Avezaath en Zennewijnen. Tiel ligt aan de A15 en kan bereikt worden via de N834 en N835. De stad ligt ingeklemd tussen de rivieren de Waal (in het zuiden), de Linge (in het noorden) en het Amsterdam-Rijnkanaal (in het oosten). Onderstaande tabel geeft de uitkomsten weer van het onderzoek: Gemeente Tiel
Standplaatsen
Afgenomen Interviews 55
Percentage 16
29 %
Nr.
Plaatsnaam
Adres
Aantal standplaatsen
Standplaatszoekenden
1
Tiel
Anna Blamanstraat
6
0
2
Tiel
Beethovenstraat
5
0
3
Tiel
Den Uyllaan
6
0
4
Tiel
Kloosterhof
4
1
5
Tiel
Latensteinse Rondweg
7
0
6
Tiel
Inundatiedijk-Zuid
2
2
7
Tiel
Rivierprik
6
0
8
Tiel
Sportparklaan
5
1
9
Tiel
Stilusstraat
6
0
10
Tiel
Vlonder
2
0
11
Tiel
Wiel
6
0
12
Spijtoptanten
4 TOTAAL
55
8
Tabel 17 Overzicht uitkomsten inventarisatie woonbehoefte aan standplaatsen gemeente Tiel
In 2011 heeft de gemeente ervoor gekozen om zeven locaties met in totaal 35 standplaatsen met huurwoonwagens aan te wijzen als sociale kernvoorraad. Er werden twee woonwagenlocaties opgeheven en vijf locaties werden aangewezen als afbouwlocaties wegens de slechte ligging of de hoge kosten voor renovatie. De huurders mogen op een afbouwlocatie blijven wonen totdat zij vertrekken of overlijden. Er vinden geen mutaties meer plaats. Zij die dit willen, kunnen een urgentie krijgen voor een reguliere huurwoning. Tevens krijgen zij dan de wettelijke tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten. Na het vertrek van een dergelijke huurder wordt de standplaats geamoveerd. Van de 72 officiële standplaatsen en de 22 ‘gedoogde’ standplaatsen in 2009, resteren nu nog 55 officiële standplaatsen, waarvan 2 in particulier eigendom. De woningcorporatie KleurrijkWonen heeft per 01-01-2020 de sociale kernvoorraad van 35 standplaatsen met huurwoonwagens overgenomen. Eén standplaats wordt in januari 2020 opgeheven, waardoor er nog 16 standplaatsen door de gemeente moeten worden geëxploiteerd. De gemeente Tiel heeft sinds 2011 regels rondom inschrijving. Tevens betaalt men sinds 2011 voor de inschrijving en voor de jaarlijkse verlenging.
Hierdoor was de wachtlijst tot juli 2018 vrij klein (7 à 8 personen) en de wachttijd rond de zeven jaar, terwijl de wachttijd voor een eengezinswoning rond de 7,3 jaar ligt. Men
23
kwam dus eerder in aanmerking voor een standplaats dan voor een eengezinswoning. Na het verschijnen van het beleidskader van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties schoot de wachtlijst omhoog naar 20 personen. Dit betreft spijtoptanten die eerder naar een reguliere woning van de corporaties vertrokken. Er wordt nu onderzocht of in de nieuw te bouwen wijk (onderdeel van Passewaaij) zes tot acht nieuwe standplaatsen kunnen worden aangelegd. Dit kan alleen met medewerking van de woningcorporaties.
Analyse gemeente Tiel Geïnterviewden willen verhuizen gemeente Tiel (8)
Van de 16 geïnterviewden wonen er 11 op een standplaats en 5 in een reguliere woning. 8 van de 16 willen verhuizen. 6 daarvan geven aan op een wachtlijst te staan.
3
5
Standplaats
Spijtoptant
Spijtoptanten
− Er hebben 4 spijtoptanten deelgenomen aan het onderzoek; − 1 daarvan is inwonend bij de ouders. Deze persoon wil naar een standplaats omwille van zelfstandig (samen) wonen; − De overige 3 willen terug naar een standplaats, omdat ze niet kunnen wennen in een stenen huis; − In totaal zijn er 4 kinderen. 2 in de leeftijdscategorie onder 15 jaar en 2 in de leeftijdscategorie 16 t/m 21 jaar; − Alle 4 de spijtoptanten willen verhuizen naar een huurstandplaats met huurwoonwagen; − Alle 4 de spijtoptanten hebben een inkomen onder de €42.436 bruto per jaar. − Gebleken is dat 2 van de 4 spijtoptanten niet voldoen aan het afstammingsbeginsel.
Geïnterviewden standplaats
− − − − − −
Er hebben 11 standplaatsbewoners deelgenomen aan het onderzoek; 3 hiervan geven aan te willen verhuizen; 2 van de 3 willen verhuizen omwille van zelfstandig (samen) wonen; 1 van de 3 wil verhuizen omwille van samenwonen bij familie / mantelzorg; 2 geïnterviewden wonen op dit moment in bij de ouders; In totaal zijn er 14 kinderen. De leeftijdscategorieën zijn: 8 onder de 15 jaar, 4 tussen de 16 en 21 jaar en 2 vanaf 21 jaar; − Alle 3 geïnterviewden die willen verhuizen, zijn op zoek naar een huurstandplaats met huurwoonwagen; − 2 geïnterviewden die willen verhuizen, hebben een inkomen onder de €42.436 bruto per jaar; − 1 standplaatsbewoner is ouder dan 60 jaar. Dit kan op basis van levensverwachting leiden tot vrijval van 1 standplaats binnen 25 jaar.
Conclusies
1. De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden leidt op basis van levensverwachting tot vrijval van 1 standplaats binnen 25 jaar;
24
2. Gefilterd op “korter dan 10 jaar vertrek” 15 is er is behoefte aan 7 huurstandplaatsen met huurwoonwagen 16; 3. Ongefilterd is er behoefte aan 8 huurstandplaatsen met huurwoonwagen; 4. 6 van de 16 geïnterviewden geven aan op een wachtlijst te staan; 5. Rekening houdend met het afstammingsbeginsel en de bestaande wachtlijst, zijn er 20 geregistreerde standplaatszoekenden. De geïnterviewde persoon op De Sportparklaan heeft zich tot op heden niet gemeld voor inschrijving, waardoor de wachtlijst vooralsnog gehandhaafd blijft op 20 personen; 6. Een geïnterviewde stond bovenaan de wachtlijst, maar heeft per 15-02-2020 een standplaats op de geaccepteerd.
6. Gemeente West Maas en Waal De gemeente West Maas en Waal beslaat het westelijk deel van het Land van Maas en Waal. De gemeente telt 19.076 inwoners (1 januari 2019, bron: CBS) De gemeente wordt doorkruist door de N322, de verbindingsweg A27 – A50/A73. De gemeente West Maas en Waal is ontstaan in 1984 na de herindeling van de gemeenten Appeltern, Dreumel en Wamel. Kernen: Alphen, Altforst, Appeltern, Beneden-Leeuwen, Boven-Leeuwen, Dreumel, Maasbommel en Wamel. Onderstaande tabel geeft de uitkomsten weer van het onderzoek: Gemeente