Bijlage bij Inspraaktekst Inspreker 2 RTG Ruimte 14-01-2025
Tekst van het document
Ontwerp bestemmingsplan.(gemeenteraad West Maas en Waal) | Coördinatie procedures Provincie Gelderland
Bladzijde 16: Randvoorwaarden voor het project
-Het project mag binnendijks niet leiden tot een toename van kwel/en of verdroging.
Bladzijde 34: ontwerpproces Gedurende het ontwerpproces zijn diverse individuele ‘keukentafelgesprekken’ met
direct belanghebbenden uit het gebied gevoerd en gesprekken met
belangenorganisaties en vergunningverlenende instanties zoals het waterschap gevoerd. Alle belangen, wensen, eisen en mogelijke meekoppelkansen vanuit de
omgeving zijn geïnventariseerd en in een gezamenlijke honoratiesessie met de initiatiefnemers is afgewogen welke meekoppelkansen / wensen wel en niet worden meegenomen in de verdere planontwikkeling. Dit basisontwerp is samen met de
benoemde varianten in een eerste toetsing beoordeeld op een aantal ‘dominante’ thema’s die van belang zijn voor de besluitvorming over een vergunbaar, betaalbaar en uitvoerbaar ontwerp voor het nemen van een tussentijdse GO/No-Go-beslissing en
uiteindelijk leidend tot een MIRT 3-besluit:
o Doelbereik; o Rivierkunde (waterstand, dwarsstroming en aanzanding, i.v.m. vergunbaarheid); o Geohydrologie (grondwaterstanden en kwel) en waterveiligheid (stabiliteit waterkering en kans op piping);
o Draagvlak in de omgeving;
o Financiële haalbaarheid
Bladzijde 39:
15) Bij een hoogwatergolf die eens in de circa 10 jaar voorkomt, zal na realisatie van project UWDH meer kwelwater vanuit de uiterwaarden naar binnendijks gebied worden
afgevoerd dan onder normale omstandigheden.
Bladzijde 62: Onderzoekskader van 4.3 water
Voorde herinrichting van de uiterwaarden geldt als belangrijk uitgangspunt van het waterschap Rivierenland, Gemeente West Maas en Waal en Gemeente Maasdriel dat de Pagina 1 van 5
voorgenomen activiteit “grondwaterneutraal” wordt uitgevoerd. In de richtlijn Kwel en
wegzijgingvan het waterschap Rivierenland is als grens voor de maximale veranderingen voor de uitkomsten van de modelberekeningen gesteld: - Maximale verandering freatische grondwaterstand van 5 cm;
-Veranderingen in kwel/wegzijging van 2% per afwateringsgebied.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat de gemeente West Maas en Waal en de gemeente
Maasdriel als uitgangspunt hanteren dat een grondwaterneutrale uitvoering betekent ‘geen afwijkingen in de grondwaterstand.’ Bij een hoogwatergolf die eens in de circa 10 jaar voorkomt, zal meer kwelwater vanuit
de uiterwaarden naar binnendijks gebied worden afgevoerd dan onder normale omstandigheden.
Mjlieueffectrapport | Coördinatie procedures Provincie Gelderland Bladzijde 95: Tabel 9. ! Milieuaspect
Eerste aanzet voor het evaluatieprogramma Effect
Grond- en
Beïnvloeding
oppervlaktewater
g rondwater standen en binnendijkse kwel
Methode
Monitoriagssysteem met peilbuizen
Tijdstip
Continue meting, periodieke uitlezing
Bladzijdel22: Effectbestrijding
Winterdijk:
Door het nemen van de mitigerende maatregelen ter voorkoming van kwel dan wel
piping (zie volgende paragraaf, namelijk het aanbrengen van 50 cm klein in Wamel en 25 cm in de zuidelijke ontgraving van Heerewaarden en daarnaast bij de zuidelijke
overstromingsvlakte een extra kleilaag van eenzelfde dikte als de bestaande dikte) de kwel weglengte op geen van de locaties afneemt met meer dan 2%. Hiermee wordt voldaan aan de eisen van het waterschap Rivierenland) en is eveneens in
overeenstemming met de gemeente
Bladzijde 124: Effect op de kwel en grondwaterstanden
De beoordeling van de effecten is berekend en uitgedrukt als verandering ten opzichte van het nulalternatief. Omdat zowel in de hedendaagse als de referentiesituatie al sprake is van een dynamisch riviersysteem is een beoordeling uitgevoerd voor hoog en
laag water condities, beide voor een situatie T=10 (herhalingstijd van 10jaar). Deze Pagina 2 van 5
beide situaties zijn opgetreden in 2003 en betreffen de maatgevende situaties waarin de grootste effecten op het grondwater/de stijghoogte en kwel binnendijks optreden. Het
gebruik van 2003 als toetsjaar is in het werkgebied van waterschap Rivierenland
gebruikelijk voor projecten.
Bladzijde 125: Effecten op de grondwaterstand en stijghoogte Hoogwater: Om te voldoen aan de gestelde eisen van de gemeente West Maas en Waal, de
gemeente Maasdriel en waterschap Rivierenland, wordt in het voorstel voor het DO2.0 op een aantal locaties (dit betreft de geulen nabij Wamel, de overstromingsvlakte en de zuidelijke geul bij Heerewaarden) klei aangebracht om de infiltratie/drainageweerstand van de geulen te vergroten. Voor de dikte van het kleipakket is uitgegaan van een
weerstand van 100 dagen per meter klei. Zonder maatregelen zou sprake zijn van een negatief effect (effect score -) voor dit criterium, maar door deze mitigerende
maatregelen die onderdeel uit maken van het voorstel voor DO2.0 wordt dit effect verkleind tot een beperkt negatief effect (effectscore 0/-).
Bladzijde 126: Laagwatersituatie: Voor de laagwatersituatie (T=10) is uit de geohydrologische berekeningen gebleken dat het voorstel voor het DO2.0 bij één locatie binnendijks leidt tot een verlaging van de
grondwaterstand van meer dan 0,05 cm (maximaal 0,1 m). De locatie betreft een groot
deel van de stadskern van Wamel. De berekende stijghoogte neemt binnendijks op één
locatie af met meerdan 0,05 m (maximaal 0,11 m).
De berekende stijghoogte neemt binnendijks op één locatie af met meer dan 0,05 m
(maximaal 0,11 m). De stijghoogteverandering is geen direct onderdeel van eisen gesteld in de Richtlijn kwel en wegzijging [85] maar heeft met name gevolgen voor de berekende wegzijgingstoename en mogelijke zettingen.
Andere maatregelen in dit gebied zijn niet mogelijk vanwege ruimtegebrek of zijn
onwenselijk vanwege ecologische redenen. Door het aanbrengen van 50 cm klei (uitgaande van 100 dagen weerstand per meter klei) wordt de binnendijkse
grondwaterstands-verandering beperkt tot ca. 8 cm. Geconcludeerd wordt dat bij deze
grondwaterstandsverandering enkel zeer beperkt risico’s kunnen optreden nabij bebouwing.
Pagina 3 van 5
Bladzijde 127: Berekeningen veranderingen kwel en wegzijging
Door het aanbrengen van weerstand neemt de kwelafname/wegzijgingstoename bij laagwater af. Enkel nabij Wamel wordt niet voldaan aan de 2% eis van het waterschap.
Deze kwelafname/wegzijgingstoename treedt voornamelijk op in de dorpskern van Wamel. Met het waterschap en de gemeente West Maas en Waal is overeengekomen dat het toevoeren van water naar de dorpskern niet wenselijk is, omdat dit in de huidige
situatie ook niet gebeurt en dit niet zal leiden tot een toename van de risico’s.
a3184tsea2 Natuurontwikkeling Uiterwaarden bij Wamel, Dreumel en Heerewaarden Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvullingen daarop 8 augustus 2024 / projectnummer: 3184
Bladzijde 3 en 4: Tweede aanvulling op het MER
De gepresenteerde resultaten van de berekeningen geven een uitgebreid beeld van de
veranderingen in de geohydrologische effecten voor de freatische grondwaterstanden en de stijghoogten in het watervoerend pakket onder de deklaag.
Uit de resultaten blijkt dat de berekende verschillen voor de freatische veranderingen in het binnendijkse gebied beperkt zijn (<0,05 m). Dit geldt zowel voor de T=10
hoogwatersituatie als voor de T=10 laagwatersituatie.7 De stijghoogte geeft alleen voor
het binnendijkse gebied bij Wamel in de hoogwatersituatie bij een weerstand van 50 dagen per meter een iets verhoogde waarde (0,07 m). Dit kan worden geïnterpreteerd als
de ‘worst case’ situatie voor de toename van kwel in een T10-hoogwatersituatie.
De berekende verschillen kunnen in het algemeen als niet significant worden
beschouwd en geven daarmee meer zekerheid over de in het MER berekende geohydrologische effecten. De situatie bij Wamel kan in de ‘worst case’ situatie mogelijk
Pagina 4 van 5
Leiden tot een iets hogere kwel dan aanvankelijk in het MER is berekend voor deT10-
hoogwatersituatie.
De Commissie oordeelt dat hiermee voldoende informatie aanwezig is over de mogelijke hydrologische effecten en de effectiviteit van de mitigerende maatregelen. Hierbij merkt
zij op dat de effectiviteit van de aan te brengen kleilagen in de nevengeulen mede afhangt van de nauwkeurigheid waarmee deze relatief dunne (25 tot 50 cm) lagen
aangebracht kunnen worden. De Commissie herhaalt de aanbeveling uit haar eerdere adviezen om de nulsituatie voorafgaand aan de uitvoering vast te leggen. Hiermee kunnen eventuele ongewenste effecten na de uitvoering tijdig worden geconstateerd, en
kunnen eventueel extra maatregelen genomen worden.8
Raadsvoorstel
2.2 Alle ruimtelijke aspecten zijn zorgvuldig onderzocht In de toelichting van het bestemmingsplan is dit onderbouwd. Tevens ligt er een definitief toetsingsadvies van de
Commissie voorde milieueffectrapportage. Er zijn geen belemmeringen naar voren
gekomen voor de bestemmingswijziging en voor de uitvoering van dit project.
4.21 van de Invoeringswet Omgevingswet een verzoek tot vergoeding van de nadeelcompensatie indienen bij Rijkswaterstaat
Pagina 5 van 5