CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8. Adviesrapport Adviesfunctie

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Zienswijze op conceptjaarrekening 2024 en ontwerpbegroting 2026 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid7.171 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Nijmegen coördinatie Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen Wiel Peter van Bergen/ Thijs Kistemaker/ Mozhgan Fazel April 2025

Adviesrapport Jaarstukken 2024 & Begroting 2026 VRGZ

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ……..in één oogopslag Inleiding 1. Advies 1.1 Advies bij de jaarstukken 2024 1.2 Advies bij de begroting 2026 2. Kaders 2.1 BRN-normen 2.2 Overige kaders 3. Jaarstukken 2024 3.1 Algemeen 3.2 Controleverklaring accountant 3.3 Fiscaliteiten 3.4 Begroting 2024 en managementrapportages 3.5 Resultaatanalyse 3.6 Balanstoelichting 3.7 Voorstel bestemming resultaat 3.8 Deelnemersbijdragen 4. Gewijzigde begroting 2025 5. Begroting 2026 5.1 Algemeen 5.2 BRN-normen, BBV-normen en overige kaders 5.3 Begrotingsanalyse 5.4 Deelnemersbijdragen 5.5 Meerjarenbegroting 6. Weerstandsvermogen 6.1 Algemene reserve 6.2 Bestemmingsreserves 6.3 Risico’s

1 2 3 4 4 5 7 7 8 9 9 9 9 10 10 14 14 15 16 18 18 18 20 21 22 23 23 24 24

1

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

……..in één oogopslag JAARSTUKKEN 2024 (bedragen x €1.000)

Concept accountantsverslag 2024 aangeleverd Rekeningresultaat: C&R: 622 RAV: -398 Resultaatbestemming: Toevoegen aan algemene reserve C&R: 12 Toevoegen aan bestemde reserve duurzaamheid: 610 Onttrekken reserve aanvaarbare kosten RAV: -398

VERMOGENSPOSITIE Algemene reserve C&R: € 3.197 Norm Algemene reserve: € 3.197 Bestemmingsreserves: € 3.891 na resultaatbestemming exclusief RAV

BEGROTING 2026

- Niet sluitend, taakstelling opgenomen van €1.182.000 - BBV proof - voldoet aan de BRN - Uitwerking onderzoek ‘Vastgoed VRGZ’ niet uitgewerkt in begroting en meerjarenraming

ADVIES Voor wat betreft de jaarstukken 2024: • Te verzoeken in te stemmen met de voorgestelde bestemmingsreserve ‘duurzaamheid huisvesting’. • Te pleiten voor samenhang tussen meerjarige financiële risico’s en de vorming of inzet van reserves, zodat gerichte keuzes worden gemaakt in plaats van generieke reserveringen. Voor wat betreft de programmabegroting 2026: • De VRGZ te verzoeken om voor 2026 en verder een concrete prioritering aan te geven in de door de VRGZ aangedragen scenario’s om zo de BDuR-korting te verwerken. De aangedragen bezuinigingsvoorstellen en overige maatregelen moeten ten minste het totaal van de korting op kunnen vangen. • De VRGZ te verzoeken om de te realiseren taakstellingen te scheiden in de bestuurlijke taakstelling (150.000) en de BDuR-korting (1.032.000). • De VRGZ komt met een herziene paragraaf weerstandsvermogen. Afhankelijk daarvan adviseren wij om aan de deelnemende gemeenten om de risico’s op te nemen in hoeverre deze de algemene reserve overstijgt. • De meerjarenraming 2027 – 2029 ter kennisgeving aan te nemen.

DEELNEMERSBIJDRAGEN Zie paragraaf 5.4 van dit rapport voor de verdeling bijdragen naar gemeenten Totaal deelnemersbijdrage 2024: Gewijzigde begroting 2025:

€ 48.760.837 € 51.543.587

Gevraagde begroting 2026: € 53.945.518

2

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

Inleiding Dit adviesrapport bevat de uitkomsten van de beoordeling van de jaarstukken 2024 en de begroting 2026 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (hierna VRGZ). Hierbij hebben wij een advies geformuleerd voor de zienswijze die VRGZ vraagt aan de deelnemende gemeenten bij de begroting 2026, en een advies bij de vaststelling van de jaarstukken 2024 en resultaatbestemming 2024. Op 16 april 2025 en 24 april 2025 hebben wij onze bevindingen besproken met Ron Leenders en Mike Orth .

Tijdschema zienswijze VRGZ heeft de jaarstukken 2024 en de begroting 2026 aan de deelnemende gemeenten op 24 maart 2025 aangeboden. Volgens de BRN-planning geven wij een advies aan de deelnemende gemeenten op 25 april 2025 en zullen gemeenten uiterlijk in juni hun zienswijze indienen. De vaststelling van deze begroting en jaarstukken door het AB is gepland op 3 juli 2025.

Werkwijze Adviesfunctie Voor de beoordeling van de jaarstukken en de begroting hebben de gemeenten in de Regio Nijmegen de Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen opgericht (hierna: Adviesfunctie). Als Adviesfunctie beoordelen wij de jaarstukken en de begroting en brengen hierover advies uit aan de regiogemeenten. Vertrekpunt bij de beoordeling zijn de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN), die de gemeenten in de Regio Nijmegen vastgesteld hebben. Hieraan toetsen wij. De index op de gemeentelijke bijdragen voor 2026 is 2,71%. Voor een uitgebreide toelichting op de indexeringssystematiek verwijzen wij naar de BRN 2026. Wij hebben de bijzonderheden die gelden voor VRGZ verder in dit rapport toegelicht. Onze beoordeling van de jaarstukken richt zich op de financiële verantwoording en het voorstel over de bestemming van het resultaat. De VRGZ heeft het concept van het accountsverslag 2024 op 24 april 2025 aangeleverd. De afwezigheid van een definitieve accountantsverklaring is later dan voorgaande jaren. Uit het concept blijkt dat de accountant voornemens is een goedkeurende verklaring voor het getrouwe beeld af te geven. Daarnaast heeft de VRGZ aangegeven dat de verklaring in 2026 naar verwachting later zou worden aangeleverd, vanwege toenemende werkdruk bij de accountant.

De adviesfunctie acht dit niet wenselijk, gezien het belang van tijdige beschikbaarheid van deze verklaring voor de verdere advisering vanuit de adviesfunctie. Daarmee valt een inhoudelijke beoordeling van geleverde prestaties buiten de scope van onze werkzaamheden. Onze beoordeling van de begroting richt zich allereerst op het realiteitsgehalte van de raming en de toepassing van de BRN-normen en richt zich vooral op het jaar 2026. De meerjarenraming gebruiken wij met name als basis voor de beoordeling van de vermogenspositie. Een inhoudelijke beoordeling van beleidsvoornemens valt buiten de scope van onze werkzaamheden. Zowel bij de jaarstukken als de begroting nemen wij de risico’s en de risicobeheersing in ogenschouw en beoordelen wij de vermogenspositie, en met name het verloop van de algemene reserve.

3

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

1. Advies 1.1

Advies bij de jaarstukken 2024

In 2024 is voorgesteld om het positieve resultaat van het programma Crisis- en Rampenbestrijding (C&R) – na het vullen van de algemene reserve tot de bestuurlijke norm – toe te voegen aan een nieuw te vormen bestemde reserve ‘Duurzaamheid huisvesting’ (€ 610.000). Hoewel verduurzaming een belangrijke opgave is, ontbreekt in de jaarstukken op dit moment een concreet uitvoeringsplan, tijdspad of onderbouwing van de benodigde investeringsomvang. Echter na ontvangst van oplegnotitie rondom de jaarstukken 2024 waarin de VRGZ duidelijk de noodzaak van deze bestemmingsreserve toelicht en de koppeling met het onderzoek vastgoed maakt, acht de adviesfunctie de vorming van deze bestemmingsreserve acceptabel. Dit om desinvesteringen te voorkomen en in de komende jaren de mogelijke kansen van verduurzaming van panden aan te pakken. Tegelijkertijd wordt de jaarrekening gekenmerkt door een structurele toename van personeelslasten, met name door uitbreiding van formatie, inhuur van externen en investeringen in opleidingen. Na overleg met VRGZ is hier een nadere toelichting op gegeven. Deze volstaat voor nu. Bij het opstellen van de risicoparagraaf zijn risico’s opgenomen omtrent de verduurzaming van het vastgoed en kapitaallasten vastgoed. Deze twee risico’s hebben in de loop van 2025 een andere wending gekregen en zouden nu in zwaarte afgenomen zijn.

Dit vanwege het lopende onderzoek ‘vastgoed VRGZ’ waar inmiddels meer duidelijkheid over is. De VRGZ heeft toegezegd dat deze in de programmabegroting 2026 zijn geactualiseerd. Wij adviseren de deelnemende gemeenten daarom om: • •

Te verzoeken in te stemmen met de voorgestelde bestemmingsreserve ‘duurzaamheid huisvesting’. Te pleiten voor samenhang tussen meerjarige financiële risico’s en de vorming of inzet van reserves, zodat gerichte keuzes worden gemaakt in plaats van generieke reserveringen.

4

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

1.2

Advies bij de begroting 2026

De VRGZ heeft de programmabegroting 2026 en meerjarenraming voor 2027 e.v. opgesteld. In de begroting is rekening gehouden met de nog onzekere korting op de BDuR die het Rijk mogelijk zal opleggen, en deze is als taakstelling opgenomen in de begroting. Definitief besluit hierover zal volgen uit de voorjaarsnota van het Rijk. Daarnaast is er een bestuurlijke taakstelling van 150.000 euro in de begroting verwerkt. Hierbij wordt niet toegelicht hoe deze wordt ingevuld. De adviesfunctie geeft aan dat dit geen onderdeel mag uitmaken van de aangeleverde bezuinigingsmaatregelen, deze zijn immers op gesteld voor de korting op de BDuR-middelen. De bestuurlijke taakstelling dient binnen bestaande budgetten te worden gerealiseerd. Het is belangrijk op te merken dat de VRGZ geen taakstellingen heeft opgenomen die de gemeentelijke bijdrage laten afnemen. De focus ligt op het opvangen van de onzekerheden die voortkomen uit de korting op de BDuRmiddelen en de bestuurlijke taakstelling. In de conceptbegroting komt de VRGZ niet met een toelichting op de taakstelling. Wel biedt de VRGZ een lijst met bezuinigingsvoorstellen waaruit keuzes gemaakt kunnen worden om de taakstelling te realiseren. Wordt hierin geen keuze genomen, en wordt de BDuR korting wel doorgevoerd, zal dit als gevolg hebben dat de gemeenschappelijk bijdrage stijgt.

De adviesfunctie adviseert om in de toelichting een uitwerking te geven van een prioritering op de verschillende bezuinigingsopties én tevens te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om ambities af te schalen om aan de taakstelling te kunnen voldoen. Een prioritering in de bezuinigingsvoorstellen zou wenselijk zijn geweest, zodat keuzes gemakkelijker te maken zijn. Daarbij is het volgens de adviesfunctie niet wenselijk dat de korting op de BDuR middelen leidt tot een uitzetting van gemeentelijke bijdragen. Juist omdat vanuit de colleges van Rijk van Nijmegen het verzoek is gekomen om scenario’s uit te werken voor wat betreft een daling van de gemeentelijke bijdragen. Verder zullen de gevolgen van de ontwikkelingen rondom de kostenverdeelsystematiek en het huisvestingsonderzoek pas in de programmabegroting van 2027 tot uitwerking komen. Wij adviseren de deelnemende gemeenten van VRGZ om: •

• •

•

De VRGZ te verzoeken om voor 2026 en verder een concrete prioritering aan te geven in de door de VRGZ aangedragen scenario’s om zo de BDuR-korting te verwerken. De aangedragen bezuinigingsvoorstellen en overige maatregelen moeten ten minste het totaal van de korting op kunnen vangen. De VRGZ heeft hierna al een reactie gegeven op de wenselijkheid van een prioritering van de bezuinigingsvoorstellen. De VRGZ te verzoeken om de te realiseren taakstellingen te scheiden in de bestuurlijke taakstelling (150.000) en de BDuR-korting (1.032.000). De VRGZ komt met een herziene paragraaf weerstandsvermogen. Afhankelijk daarvan adviseren wij om aan de deelnemende gemeenten om de risico’s op te nemen in zoverre deze de algemene reserve overstijgt. De meerjarenraming 2027 – 2029 ter kennisgeving aan te nemen

Na overleg met de VRGZ hebben zij het volgende aangegeven rondom de bezuinigingsvoorstellen: De VRGZ heeft er bewust voor gekozen geen inhoudelijke prioritering aan te brengen in de voorgestelde bezuinigingsmaatregelen. Deze keuze is overwogen en berust op argumenten die zowel inhoudelijk als bestuurlijk van aard zijn. Allereerst geldt dat het totale pakket aan maatregelen net toereikend is om de bezuiniging op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) te realiseren. Door deze krappe marge heeft het aanbrengen van prioriteit geen meerwaarde: het afvallen van een aantal maatregelen zou direct betekenen dat de benodigde bezuiniging niet gehaald wordt. Een rangorde zou ten onrechte kunnen suggereren dat bepaalde maatregelen gemakkelijker te realiseren zijn dan andere, of minder impact hebben.

5

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

Bovendien ligt de eindverantwoordelijkheid voor de begroting en de invulling van de bezuinigingen bij het Algemeen Bestuur van de VRGZ. Het Dagelijks Bestuur faciliteert dit proces door het aanreiken van onderbouwde voorstellen, maar zonder daar een inhoudelijke voorkeursvolgorde aan te verbinden. Daarmee behouden gemeenten de ruimte om op basis van hun eigen context tot een afgewogen oordeel te komen. Tot slot speelt ook de onzekerheid rondom de Rijksbijdrage een belangrijke rol. Als het Rijk besluit om de voorgenomen bezuinigingen op veiligheidsregio’s alsnog terug te draaien, acht het Dagelijks Bestuur het onwenselijk en onverantwoord dat gemeenten desondanks bezuinigingen in deze omvang zouden doorvoeren. Juist om die reden is ervoor gekozen geen prioritering aan te brengen: dit zou de onterechte indruk kunnen wekken dat sommige maatregelen toch zonder grote gevolgen zouden kunnen worden uitgevoerd. De VRGZ geeft zelf aan dat zij niet de indruk willen wekken dat sommige bezuinigingsvoorstellen zonder grote gevolgen kunnen worden doorgevoerd. De adviesfunctie begrijpt de impact van de voorgestelde maatregelen en is daarom juist van mening dat een concrete prioritering van de bezuinigingsmaatregelen de bestuurders helpt in de te maken keuzes.

6

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

2. Kaders 2.1

BRN-normen

De BRN-indexering op de gemeentelijke bijdragen wordt bepaald op de in de mei- en september circulaire gepubliceerde indexcijfers, welke gebaseerd zijn op het CEP (Centraal Economisch Plan, meicirculaire) ) en de MEV (Macro Econonische Verkenningen, septembercirculaire): 1. Het gaat om de volgende indexcijfers; a. de prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers; b. Prijs Bruto Binnenlands Product (PBBP) als indexering voor de materiële lasten. 2. Deze indexering wordt met een weging van 70% voor loon en 30% voor materieel berekend tot één BRNindex voor de gemeentelijke bijdragen. 3. Er wordt één jaar geactualiseerd, gebaseerd op de gegevens uit de MEV (septemberpublicatie 2024). Deze actualisatie is verwerkt in de BRN-index 2026.

Berekening De GGD, ODRN en de VRGZ hebben een afwijkende indexering en zullen dan ook hun eigen berekening volgen. Volgens info van GGD, VRGZ en ODRN zal de voorcalculatorische index 2026 3,22% voor de GGD, 3,16% voor de VRGZ en 3,27% voor de ODRN zijn (in verband met weging personeel/materieel). De nacalculatorische index 2024 1,64% voor de GGD, 1,50% voor de VRGZ en 1,64% voor de ODRN De totaal index van de begroting 2026 bestaat uit voorcalculatie 2026 en de nacalculatie 2024. Totaal index begroting 2026: VRGZ: 4,66% = 3,16% + 1,50%

7

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

2.2

Overige kaders

Op pagina 91 van de jaarrekening en pagina 62 van de programmabegroting rapporteert de VRGZ op de verschillende taakvelden.

8

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

3. Jaarstukken 2024 3.1

Algemeen

In 2024 heeft Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) verdere stappen gezet in de uitvoering van het meerjarenbeleidsplan 2024–2027. Dit jaar stond in het teken van enkele belangrijke beleidswijzigingen en financiële herstructureringen. De organisatie werkt steeds meer beleidsmatig en resultaatgericht, waardoor doelen gerichter kunnen worden gevolgd en bijgestuurd. Daarnaast zijn aanvullende maatregelen genomen op het gebied van duurzaamheid en digitalisering. Zo is de uitrol van Digitaal Centraal (archiefbeheer) verder doorgezet en zijn strengere normen voor dieselmotoremissie geïmplementeerd. Ook is extra aandacht besteed aan de overgang naar fluorvrije schuimblusmiddelen, een belangrijke stap binnen de milieudoelstellingen van VRGZ. Deze ontwikkelingen dragen bij aan een toekomstbestendige en efficiënter werkende organisatie. Verder merkt de adviesfunctie wel het volgende op omtrent de jaarrekening: •

•

Onvoldoende overzicht: De jaarrekening bevat veel informatie, maar die is verspreid. Hierdoor is het lastig om snel inzicht te krijgen in de financiële situatie. Het verband tussen begroting, werkelijke kosten, afwijkingen en reserves is niet goed zichtbaar. De adviesfunctie geeft aan met de VRGZ hierover in gesprek te willen blijven richting de jaarrekening en programmabegroting van volgende jaren. Om de overzichtelijkheid en samenhang verder te verbeteren. Stijgende personeelskosten, weinig onderbouwing: In meerdere programma’s zijn de personeelskosten flink gestegen, onder meer door inhuur en opleidingen. Er ontbreekt in de jaarrekening een duidelijke uitleg hoe dit structureel houdbaar blijft.

Op verzoek heeft de adviesfunctie nader toelichting op bovenstaande punten ontvangen.

3.2

Controleverklaring accountant

Bij het schrijven van dit rapport is er nog geen controleverklaring beschikbaar gesteld. De adviesfunctie heeft de de bevindingen van de accountant niet kunnen meenemen in het opstellen van het adviesrapport. De VRGZ heeft wel het concept van het accountsverslag 2024 op 24 april 2025 aangeleverd. De afwezigheid van een definitieve accountantsverklaring is later dan voorgaande jaren. Uit het concept blijkt dat de accountant voornemens is een goedkeurende verklaring voor het getrouwe beeld af te geven. Daarnaast heeft de VRGZ aangegeven dat de verklaring in 2026 naar verwachting later zou worden aangeleverd, vanwege toenemende werkdruk bij de accountant. De adviesfunctie acht dit niet wenselijk, gezien het belang van tijdige beschikbaarheid van deze verklaring voor de verdere advisering vanuit de adviesfunctie. Dit belang blijkt bijvoorbeeld uit het concept van het accountantsverslag, waarin gecorrigeerde controleverschillen hebben geleid tot een aanpassing van het resultaat

3.3

Fiscaliteiten

Geen bijzonderheden

9

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

3.4

Begroting 2024 en managementrapportages

Verschuivingen binnen het programma C&R € 0 Dit betreft budgettair neutrale verschuivingen t.b.v. een betere allocatie en presentatie. Mutaties bestemde reserves € 773.000 In 2023 is minder uitgegeven aan het project Digitaal centraal (optimalisatie van archiefbeheer). Hierdoor is in 2024 zowel het budget voor personeelslasten als de bestemde reserve € 76.000,- hoger dan oorspronkelijk begroot. Ook is in 2023 minder uitgegeven aan de transitie naar fluorvrije schuimblusmiddelen (€ 184.000,-) en aan de aanpassingen om te voldoen aan de aangescherpte wettelijke normen voor dieselmotoremissie (€ 124.000,-) waardoor de budgetten van respectievelijk Wagenpark en Werkmaterieel en Huisvestingskosten met deze bedragen zijn opgehoogd en de begrote vrijval van de bestemde reserve duurzaamheid in 2024 € 308.000,bedraagt. Daarnaast is in 2023 een bestemde reserve gevormd voor de toegekende extra BDuR-middelen ten behoeve van de versterking van crisisbeheersing. Beoogd was een deel van deze middelen in te zetten in 2024 (€ 389.000,-).

3.5

Resultaatanalyse

Onderstaand een overzicht van de begrote en gerealiseerde saldi in 2024. C&R

RAV

Totaal VRGZ

jaar 2024; bedragen x € 1.000

begroot

realisatie

begroot

realisatie begroot

realisatie

Saldo baten -/- lasten uit gewone bedrijfsvoering

-942

-118

0

-398

-942

-516

reservemutaties

842

740

0

0

842

740

te bestemmen resultaat

-100

622

0

398

-100

224

Het jaar 2024 sluit op beide programma’s samen met een overschot van € 224.000. De bijgestelde begroting gaf een verwacht tekort van € 942.000. Onderstaand worden de belangrijkste verschillen tussen begroting en realisatie toegelicht. De focus ligt hierbij op het programma Crisis- en Rampenbestrijding (C&R), aangezien dit wordt gefinancierd uit gemeentelijke bijdragen. Programma Crisis- & Rampenbestrijding Het begrote tekort binnen het programma C&R bedroeg € 942.000. Het gerealiseerde resultaat is € 622.000 positief. Dit resultaat is grotendeels incidenteel van aard. Aan de opbrengstenzijde is dit met name te danken aan hogere bijdragen van het Rijk, onder andere door loon- en prijscompensatie binnen de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) en het vrijvallen van middelen die oorspronkelijk gereserveerd waren voor frictiekosten bij de transitie van de meldkamer. Daarnaast zijn er extra inkomsten verkregen via declaraties voor de opvang van asielzoekers en ontheemden, detacheringen en bijdragen vanuit andere partijen zoals de GGD en de politie. Aan de kostenkant zijn de personeelskosten hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door een combinatie van hogere uitgaven aan opleidingen, wijzigingen in de FLO-regeling, inhuur van extern personeel en investeringen in

10

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3) strategische personeelsontwikkeling. Ook zijn er extra kosten gemaakt voor onder andere de inzet op communicatie, informatiebeveiliging en de najaarscampagne voor COVID-19-vaccinaties. Binnen de overige bedrijfskosten zijn de huisvestingskosten toegenomen, onder andere door een herzien meerjarenonderhoudsplan, stijgende energieprijzen, en kosten voor onderhoud, schoonmaak en werkplekaanpassingen. Voor het wagenpark zijn de onderhoudskosten opgelopen vanwege vertraagde vervanging van materieel, en is er geïnvesteerd in voorraadbeheer en nieuw materieel voor natuurbrandbeheersing. Daarnaast zijn er extra kosten gemaakt voor externe dienstverlening, juridische ondersteuning en verschillende projecten. Tegelijkertijd is op enkele posten, zoals de meldkamer, interne doorbelastingen en rentelasten, sprake van financiële meevallers. De post "onvoorzien" is in 2024 niet ingezet, wat ook bijdraagt aan het positieve resultaat. De investeringen in kapitaalgoederen zijn deels doorgeschoven naar volgende jaren, waardoor de kapitaallasten lager uitvallen dan begroot. Hoewel dit geen directe impact heeft gehad op de dienstverlening, wordt er rekening gehouden met een mogelijke stijging van onderhoudskosten op de langere termijn.

Tot slot is er vanwege een aangekondigde korting op de BDuR vanaf 2026 terughoudendheid betracht in het nemen van structurele maatregelen.

Verschil met begroting v=voordelig; n=nadelig

Omschrijving Bedragen x € 1.000 Hogere bijdragen rampenbestrijding € 140 Hoger uitgevallen loon- en prijscompensatie in de BDur Hogere ontvangsten t.b.v. 25KV-lijnen Ontvangen vergoeding vanuit Rijk voor opvang Ontheemden uit Oekraïne 2022/2023 eindafrekening

68 v 65 v 7v

Hogere overige opbrengsten € 863 Detachering medewerkers aan andere organisaties Extra opbrengsten door doorbelasting FLO Bijdrage van Politie t.b.v. dekking frictiekosten transitie meldkamer Verkoop afgeschreven materieel ERMWIC- project bijdage ontvangen Mix van over- en onderschrijdingen Hogere doorbelasting GGD

215 v 250 v 157 v 216 v 15 v 35 v 25 n

Lagere personeelskosten € 122 Niet volledige invulling van de formatie Hoger uitgevallen FLO-kosten brandweermedewerkers Lager uitgevallen pensioenlasten Vrijwilligersvergoedingen hoger dan begroot Zwangers-ouderschapsverlof van UWV Verlofsparen meer jaarlijkse gekocht Diverse opleidingen voor zowel medewerker als vrijwilliger Dotatie voorziening niet-actief personeel Overstap nieuwe arbodienstverlener en begeleiding leidinggevende Dotaie voorziening wet- en regelgeving Extra inzet arbeidsmarktcommunicatie en werving & selectie

726 V 250 n 208 v 298 v 183 v 220 v 890 n 316 v 94 n 270 n 90 n

11

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

Boete overschrijding werkkostenregeling Mix van over- en onderschrijdingen

56 n 47 n

Lagere kapitaallasten € 649 Doorgeschoven investeringen naar 2025 door externe factoren: grondstoftekorten, afwachting van het regionaal huisvestingsonderzoek alle nieuwbouwplannen

649 n

Hogere overige bedrijfskosten € 1.179 De huisvestingskosten zijn hoger uitgevallen dan begroot. Dit komt doorherziening MJOP hogere dotatie aan de voorziening € 619.000, Nieuwe contract afgesloten en de gestegen energie- en belastingtarieven vallen de energielasten voor 2024 € 150.000 hoger, Hoger onderhoudskosten van € 95.000, gladheidsbestrijding en groenonderhoud, nieuwe schoonmaakcontract en de gestegen kosten voor gemeentelijk belastingen en heffingen hebben gezorgd voor overschrijving van totaal € 140.000, Verbeteren van de werkplekomgeving voor ad € 75.000 en mix van klein onder- en overschrijdingen per saldo geleid tot een overschrijding van € 30.000

1034 n

39 n

De kosten voor communicatieapparatuur vallen hoger uit door: hogere kosten door doorontwikkeling ICT-infrastructuur, kantoorautomatisering, informatie gestuurd werken en informatiebeveiliging en minder uitgegeven door ontwikkeling van de VIK € 206.000 Onderhoudskosten wagenpark en werkmaterieel zijn hoger uitgevallen dan begroot. Door vertraagde levering van nieuw materieel wordt langer gebruikgemaakt van oud materieel, wat leidt tot extra onderhoud. Ook is er € 89.000 geïnvesteerd in het aanleggen van een voorraad cruciale onderdelen en brandweerinventaris. Brandstofkosten zijn juist € 56.000 lager door dalende brandstofprijzen. De transitie naar fluorvrij schuimvormend middel (SVM) is grotendeels afgerond, behalve voor de blusboten. Hierdoor is € 30.000 minder uitgegeven, maar dit valt nog niet vrij uit de reserve. Voor een pilot natuurbrandbeheersing zijn twee quads aangeschaft en een elektrische tankautospuit gehuurd, samen goed voor € 163.000. Tot slot zorgden kleine verschillen voor een netto overschrijding van € 13.000.

179 n

In 2024 zijn er diverse externe partijen ingehuurd voor ondersteuning bij projecten zoals de nieuwe website, arbeidsmarktcommunicatie en onderzoeken naar kostenverdeling en huisvesting (€ 236.000). Daarnaast zijn kosten gemaakt voor een leiderschapstraject en workshops over gedrag en integriteit voor alle medewerkers (€ 201.000). De regio startte met de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing, waarvoor een niet-begrote projectbijdrage van € 144.000 werd geleverd. Voor juridische ondersteuning is € 71.000 uitgegeven aan extra advisering. Tegelijkertijd zijn er meevallers: • € 288.000 aan BDuR-middelen is niet ingezet vanwege terughoudendheid in structurele uitgaven. • De kosten voor de meldkamer vielen € 245.000 lager uit dan begroot. • Daarnaast is er een extra onderschrijding van € 45.000 door overige bijstellingen.

74 n

De doorbelasting aan AZGZ is hoger dan begroot, o.a. door meer ICT-dienstverlening, inhuur, huisvesting en beleidsmatige ondersteuning

183 n

12

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

Algemene kosten hoger dan begroot door Accountantskosten: Overschrijding van € 91.000, o.a. door meer controledossiers en een afrekening uit 2023. Cateringkosten: Overschrijding van € 62.000 door inzet extra personeel in de kantine. Overige bijstellingen: – € 15.000

138 n

Post onvoorzien niet ingezet, wat leidt tot een positieve afwijking van € 218.000.

218 v

Programma Regionale Ambulancevoorziening (RAV) In 2024 komt het totaal aan bedrijfsopbrengsten uit op € 35,918 miljoen, iets hoger dan begroot (€ 33,246 miljoen), met name dankzij hogere subsidies en overige opbrengsten. De totale bedrijfskosten bedragen € 36,316 miljoen, wat een overschrijding betekent ten opzichte van de begroting (€ 33,246 miljoen). Opbrengsten • Budget aanvaardbare kosten (BAK):Lager dan begroot: € 32,727 miljoen t.o.v. € 32,851 miljoen Oorzaken: minder meldkamerdiensten, lagere kilometervergoeding Verhogend effect o.a. door uitbreiding wagenpark en extra lijn-stafbudget. • Subsidies Rijk: € 2,564 miljoen gerealiseerd t.o.v. € 285.000 begroot (+ € 2,279 miljoen)→ Vergoeding van hogere FLO-kosten. • Overige opbrengsten: € 627.000 gerealiseerd t.o.v. € 110.000 begroot (+ € 517.000) → Samenwerking met AZGM (€ 440.000) + verkoop materieel (€ 77.000) Kosten • Personeelskosten: € 29,257 miljoen gerealiseerd t.o.v. € 26,346 miljoen begroot (+ € 2,911 miljoen) Oorzaken: o Hogere FLO-kosten (€ 2,399.000), gedekt door Rijk o Inhuur interimmanagers (€ 492.000) o Extra opleidingskosten (€ 158.000) o Dotatie voorziening niet-actief personeel (€ 393.000) o Lagere pensioenlasten (– € 555.000) o UWV-uitkeringen (+ € 152.000) o Meer reiskosten door meldkamer Apeldoorn (€ 33.000) • Kapitaallasten: € 1,279 miljoen gerealiseerd t.o.v.

€ 1,562 miljoen begroot (– € 283.000) → Door vertraagde levering ambulances, dus lagere afschrijving. • Overige bedrijfskosten (totaal € 5,780 miljoen t.o.v. € 5,338 miljoen): o Wagenpark & werkmaterieel: € 1,340 miljoen t.o.v. € 1,145 miljoen (+ € 195.000) → Hoger onderhoud (€ 221.000), schade (€ 20.000), wegenbelasting (€ 13.000), lagere verzekering (– € 74.000) o Dienstverlening door derden: € 605.000 t.o.v. € 356.000 (+ € 249.000) → o.a. interim teamleider, roosterbureau, zelfroosteren o Communicatieapparatuur: € 417.000 t.o.v. € 511.000 (– € 94.000) → Lagere licentie- en datakosten o Interne doorbelastingen: € 2,497 miljoen t.o.v. € 2,314 miljoen (+ € 183.000) → Meer inzet bedrijfsvoering: ICT, huisvesting, inhuur o Algemene kosten: € 198.000 t.o.v. € 277.000 (– € 79.000) → Lagere afschrijvingen oninbare vorderingen en lagere lidmaatschapskosten

13

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

3.6

Balanstoelichting

In de balans over 2024 zijn enkele ontwikkelingen relevant: De investeringen bedragen in totaal € 9,17 miljoen. De grootste investeringscategorieën zijn voertuigen en bepakkingen (€ 5,7 miljoen), automatisering (€ 1,2 miljoen), persoonlijke beschermingsmiddelen (€ 1,2 miljoen) en gebouwen (€ 0,5 miljoen). Een deel van de voorgenomen investeringen is doorgeschoven naar 2025 vanwege vertragingen in aanbestedingen en levering. De uitzettingen bij de Rijksschatkist zijn gestegen naar € 9,4 miljoen, conform het treasurybeleid waarbij middelen boven het drempelbedrag (2% van het begrotingstotaal) worden ondergebracht bij het Rijk. De liquide middelen bedragen eind 2024 € 79.000. De overlopende activa zijn toegenomen tot € 1,25 miljoen en hebben voornamelijk betrekking op vooruitbetaalde contracten, verzekeringen en abonnementen. Daarnaast is een subsidiebedrag van het netwerk Acute Zorgregio Oost alsnog te ontvangen opgenomen. Aan de passivazijde is een stijging van de langlopende schuld zichtbaar door het afsluiten van een aanvullende lening van € 5 miljoen. De vlottende passiva zijn licht toegenomen door hogere verplichtingen aan leveranciers en personeel. De mutaties in de reserves hebben betrekking op o.a. de vorming van een bestemmingsreserve voor herziening MJOP en de uitbreiding van de reserve duurzaamheid huisvesting conform voorstel resultaatbestemming.

3.7

Voorstel bestemming resultaat

Voorstel bestemming resultaat 2024 Bedragen x € 1.000 Gerealiseerd resultaat

C&R

RAV

622

-398

Toe te voegen aan de reserve aanvaardbare kosten

398

Toevoeging algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding

12

Toevoeging bestemde reserve duurzaamheid huisvesting

610

Totaal resultaat

1.020

Algemene reserve C&R Bij positieve resultaten is het bestuurlijk uitgangspunt dat eerst wordt toegevoegd aan de algemene reserve tot het niveau van de bestuurlijke norm van 5% van de baten. Omdat de omzet binnen het programma C&R in 2024 is gestegen, is het aandeel van de algemene reserve in verhouding afgenomen. Het gerealiseerde overschot maakt het mogelijk om € 12.000 toe te voegen aan de algemene reserve, waarmee de norm van 5% opnieuw wordt bereikt. Bestemde reserve duurzaamheid huisvesting Het resterende resultaat van € 610.000 binnen C&R wordt voorgesteld toe te voegen aan een nieuw te vormen bestemde reserve 'duurzaamheid huisvesting'. Deze reserve is bedoeld om toekomstige investeringen in het kader van energietransitie, verduurzaming van panden en noodzakelijke aanpassingen aan het vastgoed mogelijk te maken.

14

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3) Reserve aanvaardbare kosten RAV Het programma RAV sluit 2024 af met een negatief resultaat van € 398.000. Voorgesteld wordt om dit tekort ten laste te brengen van de reserve aanvaardbare kosten. Door deze onttrekking daalt het weerstandsvermogen van de RAV naar 7%, wat onder de bestuurlijke norm van 10% ligt. Gezien de structurele druk op formatie en oplopende kosten blijft dit een aandachtspunt voor de komende jaren.

3.8

Deelnemersbijdragen

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de bijdrage van gemeenten weergegeven

Gemeenten Berg en Dal Beuningen Buren Culemborg Druten Heumen Maasdriel Neder-Betuwe Nijmegen Tiel West Betuwe West Maas en Waal Wijchen Zaltbommel Totaal

Bijdrage 2024 2.817.715 1.713.249 2.601.685 2.383.322 1.313.838 1.467.811 2.141.460 1.973.012 16.937.880 3.223.458 4.813574 1.751.505 3.099.141 2.523.187

48.760.837

15

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

4. Gewijzigde begroting 2025 Begrotingswijzigingen: Baten Overige opbrengsten

+20

Lasten Personeelskosten Kapitaallasten Wagenpark en werkmaterieel Communicatieapparatuur Huisvestingskosten Overige bedrijfskosten

-142 +14 +38 +11 +75 +129

De VRGZ heeft in bijlage 8.3.1 de begrotingswijzigingen weergegeven. Het betreft de onderstaande posten. De wijzigingen hebben zich voorgedaan nadat de begroting 2024 is vastgesteld. Het betreft kostenneutrale verschuivingen en mutaties in de bestemde reserves. De wijzigingen hebben geen budgettaire consequenties voor de deelnemende gemeenten.

16

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

17

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

5. Begroting 2026 5.1

Algemeen

De begroting 2026 is opgebouwd uit de volgende vier onderwerpen: • De kernactiviteiten van de VRGZ, de landelijke ontwikkelingen en de stand van zaken met betrekking tot het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 • Crisis- en Rampenbestrijding (sector Brandweer en sector Crisisbeheersing) • Regionale Ambulancevoorziening (RAV) (sector Regionale Ambulancevoorziening) • Bedrijfsvoering De begroting 2026 laat een negatief saldo van baten en lasten zien van € 619.000. Na onttrekking van reserves bedraagt het geraamd resultaat € 0. Ook de meerjarenraming laat voor 2027 eenzelfde negatief resultaat zien wat volledig wordt gedekt door de onttrekkingen uit de reserves. Door ophoging van de gemeentelijke bijdrage vanaf 2028 verdwijnt het negatieve saldo en wordt er minder onttrokken uit de reserves.

5.2

BRN-normen, BBV-normen en overige kaders

Toetsing BRN-norm In de BRN-norm is voor de VRGZ een indexatie voor 2026 opgenomen van 4,66%. Dit percentage is opgebouwd uit een voorcalculatorische index voor loon (3,40%) en voor materieel (2,60%), waarbij de index voor loon 70% meetelt en de index voor materieel voor 30%. Er vind een nacalculatie plaats over de loonindex van 2024. De loonindex bedroeg in 2024 5,85% terwijl er in de BRN 2024 3,90% was opgenomen. De materiële index heeft geen nacalculatie. Dit leidt tot een totale nacalculatie van 1,50% wat betekent dat de BRN voor de VRG 4,66% bedraagt. De VRGZ heeft de indexatie conform de BRN-norm toegepast op de gemeentelijke bijdrage. Hierdoor neemt de gemeentelijke bijdrage als gevolg van indexatie toe met € 2.401.931. Verder vindt er in 2026 geen toevoeging aan de gemeentelijke bijdrage plaats. Vanaf 2028 stijgt de gemeentelijke bijdrage in het kader van herziening MJOP, dit is in vorige begrotingen reeds eerder aangekondigd. Vanuit de resultaatbestemming 2024 zijn deze kostenstijgingen in eerdere jaren gedekt middels de daarvoor bestemde reserve. Toetsing BBV-norm Algemeen Volgens het BBV bestaat de begroting uit een programmabegroting en een begroting naar taakvelden. Afzonderlijk moeten de overheadkosten en de algemene dekkingsmiddelen inzichtelijk worden gemaakt.

De VRGZ heeft een overzicht van baten en lasten per taakveld opgenomen waarbij de overhead, algemene dekkingsmiddelen (onder ‘algemene uitkeringen’) en onvoorzien (onder ‘overige baten en lasten’) afzonderlijk zijn opgenomen (pagina 64 van de begroting). Per programma zijn de lasten en baten van het programma opgenomen en ook de aan het programma toe te rekenen overhead.

18

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

Beleidsindicatoren en kengetallen De VRGZ heeft in de begroting beleidsindicatoren (zie begroting onderdeel 8.4) en de voorgeschreven kengetallen (zie onderdeel 6.1.3) opgenomen. Bij de beleidsindicatoren is aangegeven dat de overhead op 22% (tegen 24 in de realisatie 2024) van de totale lasten uitkomt bij het programma C&R en op 14% (tegen 13% in de realisatie 2024). Deze indicatoren zijn niet normatief en dienen voor de transparantie en analyse binnen de VRGZ en t.o.v. andere veiligheidsregio’s. Binnen de regio Nijmegen bestaat wel een maximering van overheadkosten en dit maximum (niet gerelateerd aan werksoort) bedraag 25%. Hieraan voldoet de VRGZ.

Brief verbonden partijen in relatie tot gemeentelijke financiën Vanuit het PFO Financiën is in november 2024 een brief aan de AB’s van de GR-en die vallen onder de Adviesfunctie gestuurd. Kern van deze brief was een oproep om voor de komende jaren scenario’s uit te werken waarbij de structurele vermindering van gemeentelijke middelen als uitgangspunt wordt gehanteerd. Verzocht is aan de GRen om dit te betrekken bij het opstellen van hun kadernota en de concrete scenario’s voor te leggen bij de behandeling van de begroting 2026. In onderstaande alinea besteden we aandacht aan in hoeverre en op welke concrete wijze de GGD GZ/VRGZ/ODRN/MGR/MARN voldaan heeft aan deze oproep van het PFO... De VRGZ heeft gehoor gegeven aan de opdracht vanuit de oproep van het PFO Financiën in 2024 om voor de komende jaren scenario’s uit te werken waarbij de structurele vermindering van gemeentelijke middelen als uitgangspunt wordt gehanteerd. In het AB van 13 maart zijn een achttal bezuinigingsvoorstellen gepresenteerd die gezamenlijk optellen tot een jaarlijkse besparing van € 1.339.000. Uitgangspunten bij de totstandkoming van de voorstellen waren onder andere: niet ‘kaasschaven’ en geen bezuiniging op bedrijfsvoering aangezien deze al onder het landelijk gemiddelde ligt.

Het DB heeft aangegeven dat, gezien de impact op de veiligheid, geen van deze maatregelen steun ontvangt en als onwenselijk en onverantwoord wordt ervaren. In het overzicht van baten en lasten van programma Crisis- en rampenbestrijding staan de taakstelling van het bestuur (€ 150.000) en de budgetkorting van de BDuR (€ 1.032.000) opgenomen. Zonder het uitvoeren van bezuinigingen zullen deze taakstellingen niet gerealiseerd worden. Uit gesprek met de VRGZ is gebleken dat deze taakstellingen bewust zo zijn opgenomen gezien de onzekerheden rondom de korting van de BDuR en de mogelijke keuzes rondom de bezuinigingsvoorstellen. De VRGZ verwacht in de voorjaarsnota van het Rijk meer duidelijkheid over deze korting. Bij het schrijven van dit rapport is deze nog niet gepubliceerd. Daarnaast wordt in de programmabegroting 2026 niet duidelijk hoe de bestuurlijke taakstelling (€ 150.000) wordt ingevuld. Wanneer de budgetkorting niet of slechts ten dele wordt teruggedraaid, zal de taakstelling gerealiseerd moeten worden door middel van de gepresenteerde bezuinigingsvoorstellen. Gezien de mogelijke ongewenste risico’s bij de voorstellen is de adviesfunctie van mening dat deze bezuinigingen op deze wijze ook geen steun zullen ontvangen bij de begrotingsbehandelingen.

Als niet voor deze voorstellen wordt gekozen verwacht de adviesfunctie dat wordt gekeken naar de eigen organisatie en is het volgens de adviesfunctie niet de bedoeling dat de taakstelling bij de gemeente terecht komt. Dit zou immers haaks staan op de oproep vanuit het PFO.

19

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

5.3

Begrotingsanalyse

De VRGZ heeft voor het programma Crisis- en Rampenbestrijding op pagina 45 tot en met 48 een toelichting gegeven op de verschillen tussen de begroting 2026 en de gewijzigde begroting 2025. De stijging van de baten bedraagt € 1.857.000. Deze stijging wordt veroorzaakt door (bedragen x € 1.000): -

Rijksbijdragen Gemeentelijke bijdrage Opbrengsten bedrijfsvoering Overige opbrengsten

- 666 +2.402 +90 +30

De stijging van de lasten bedraagt € 1.652.000. Deze stijging wordt veroorzaakt door (bedragen x € 1.000): -

Personeelskosten Kapitaallasten Communicatieapparatuur Huisvestingskosten Overige bedrijfskosten Onvoorzien Rentebaten en -lasten Te realiseren taakstelling Mutaties bestemde reserves

+2.513 +49 -207 +88 +109 +3 +127 -1.032 -619

Bevindingen Hoewel de adviescommissie niet de inhoudelijk toets kan doen op nut en noodzaak, heeft de adviescommissie wel de volgende bevindingen.

Personeelskosten en overige bedrijfskosten De toelichting geeft aan dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden van overige bedrijfskosten naar personeelskosten vanwege het omzetten van inhuurbudget naar vaste formatie. Taakstellingen Zoals in paragraaf 6.2 beschreven staan nu ‘te realisteren taakstellingen’ opgenomen in de begroting zonder dat wordt toegelicht op welke wijze invulling wordt gegeven aan deze taakstellingen. In de definitieve versie van de begroting 2026 dient hier invulling aan gegeven te worden anders kan de adviesfunctie niet adviseren om in te stemmen met deze begroting.

20

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

5.4

Deelnemersbijdragen

Deelnemersbijdrage 2026 – 2029

21

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

5.5

Meerjarenbegroting

De lasten en baten zijn voor de jaren 2027-2029 grotendeels gelijk gehouden aan 2026. Voor posten als de rentebaten, rentelasten en kapitaallasten is dit opvallend aangezien de investeringsplanning wel een flinke stijging in de omvang van totale investeringen laat zien. De VRGZ heeft het positieve resultaat van 2023 van het programma Crisis- en rampenbestrijding toegevoegd aan een nieuwe bestemmingsreserve: ‘herziening meerjarenonderhoudsplan’. Deze bestemmingsreserve is in 2028 grotendeels uitgeput, waardoor er in de meerjarenraming in 2028 een extra uitzetting is genomen ter hoogte van € 540.000. Voor 2029 betekent het een verdere uitzetting van € 619.000. Kijkend naar de uitkomst van het onderzoek ‘Vastgoed VRGZ’ en de hierboven geschetste ontwikkelingen is de inschatting van de adviesfunctie dat de gemeentelijke bijdrage in de meerjarenraming extra zal toenemen. Deelnemende gemeenten zijn hier middels een apart traject in meegenomen. Verder neemt de adviesfunctie de meerjarenraming ter kennisgeving aan.

22

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

6. Weerstandsvermogen 6.1

Algemene reserve

De algemene reserve van de VRGZ bestaat uit twee verschillende reserves: de algemene reserve Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (C&R) en de algemene reserve aanvaardbare kosten RAV. De normering per programma is: • C&R: streefwaarde tevens norm 5% van de baten • RAV: streefwaarde 15%, normwaarde minimaal 10% van de baten Uitgangspunt is de begin 2015 opgestelde nota ‘Risicomanagement, voorzieningen en weerstandsvermogen’ en opgenomen in de financiële spelregels. De gehanteerde normering voor de omvang van de gehanteerde reserve bestaat al geruime tijd. De adviesfunctie merkt op dat de bestuurlijk norm omtrent de omvang van de algemene reserve van de VRGZ (voor het programma crisis en rampenbestrijding) afwijkt van het in 2014 opgestelde, en in 2024 geëvalueerde, kader Weerstandsvermogen met een norm van 5% i.p.v. 3%. Dit is geen nieuwe ontwikkeling, deze keuze is door het AB in het verleden al gemaakt. In onderstaande tabel zijn de normen en gerealiseerde waarden van de reserves bij de jaarstukken 2023 en de begroting 2025 opgenomen (bedragen x € 1.000). Jaarstukken 2024 Norm Streefwaarde Werkelijk/begroot

C&R 3.197 n.v.t. 3.197

RAV 3.592 5.388 2.547

Begroting 2026 C&R 3.457 n.v.t. 3.097

RAV 3.736 5.604 2.547

Voor de algemene reserve van het programma crisis- en rampenbestrijding wordt in de begroting een doorkijk gegeven voor de jaren 2025 tot en met 2028. Hetzelfde geldt voor de (lasten en) baten. Vanaf 2026 e.v. daalt, binnen programma C&R, de algemene reserve onder de norm van 5% van de baten. Indien positieve resultaten worden behaald, geldt als uitgangspunt dat dit resultaat wordt toegevoegd aan de algemene reserve tot de bestuurlijke norm.

23

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

6.2

Bestemmingsreserves

Het voorstel voor de resultaatbestemming is om € 12.000 in de algemene reserve te storten en deze aan te vullen tot de norm. Daarnaast wordt bij het resultaatbestemmingsvoorstel een nieuwe vorm van bestemde duurzaamheid huisvesting toe gevoegd € 610.000. Zoals eerder in dit adviesrapport beschreven, adviseert de adviesfunctie om in te stemmen met de resultaatbestemming op deze wijze. Voor het programma RAV wordt voorgesteld om het negatieve resultaat van € 398.000 te onttrekken aan de reserve aanvaardbare kosten RAV. De bestaande bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden wordt in 2024 volledig onttrokken. Uit de bestemde reserve duurzaamheid (€ 308.000) is een bedrag van € 203.000 onttrokken en uit de bestemde reserve herziening MJOP ( € 2.555.000) is een bedrag van € 619.000 onttrokken. Aan de bestemde reserve (€ 1.013.000) is een bedrag van € 227.000 toegevoegd.

6.3

Risico’s

In de zowel de jaarstukken (§ 4.1) als in de begroting (§ 6.1) is in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing uiteengezet wat de omvang is van de risico’s welke de VRGZ loopt. Deze risico’s zijn gecategoriseerd en voor C&R en RAV afzonderlijk in beeld gebracht. De adviesfunctie is van mening dat enkele risico’s in te grote mate zijn opgenomen in de risicoparagraaf. Het betreft de risico’s rondom: verduurzaming vastgoed en kapitaallasten vastgoed. Gezien het lopende onderzoek naar het toekomstbestendig maken van het vastgoed wordt dit risico (ten dele) ondervangen. De financiële consequenties worden naar verwachting verwerkt in de begroting van 2027. Hiernaast neemt de VRGZ een risico rondom bezuinigingen op. Taakstellingen opnemen in de risicoparagraaf is ongewenst. Dit is een bestuurlijke opdracht gericht aan de organisatie om te zorgen voor een verlaging van de kosten. Het effect van het opnemen van dit risico is dat gemeenten hierdoor een hoger weerstandsvermogen dienen op te nemen als gevolg van het niet realiseren van een taakstelling. De VRGZ benoemt de tien grootste risico’s.

Algemene reserve saldo 2024 (na resultaatbestemming)

Risico's (na weging kans x omvang)

C&R

€ 3.197.000

€ 4.095.000 (voor Risico’s hoger dan 2024). Nog onbekend algemene reserve voor programmabegroting 2026 omdat deze herzien wordt.

RAV

€ 2.547.000

€ 1.156.000

Risico’s lager dan algemene reserve

24

concept adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 vs 22-4-2025 (3)

Bedragen * Verwachtingsw Verwachtingsw Noodzakel Noodzakel Noodzakel Noodzakel Noodzakel Noodzakel € 1.000 aarde aarde ijke risico ijke risico ijke Risico ijke risico ijke Risico ijke Risico afzonderlijke afzonderlijke capaciteit capaciteit capaciteit capaciteit capaciteit capaciteit risico’s risico’s VRGZ VRGZ RAV RAV C&R C&R 2023 2024 2023 2024 2023 2024 2023 2024 Nieuwe wet- € 2.300 en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s

€ 1.750

€ 686

€ 525

€ 48

€ 45

€ 638

€ 480

Maatschapp € 800 elijk risico’s

€ 550

€ 280

€ 100

€0

€ 12

€ 280

€ 88

Economisch € 375 e risico’s

€ 2.505

€ 188

€ 953

€ 70

€ 191

€ 118

€ 762

Bedrijfsvoeri € 6.900 ng

€ 8.925

€ 3.890

€ 3.673

€ 929

€ 908

€ 2.961

€ 2.765

Totaal

€ 13.730

€ 5.044

€ 5.251

€ 1.047

€ 1.156

€ 3.997

€ 4.095

€ 10.375

Daar waar de risico’s groter zijn dan de algemene reserve dienen gemeenten in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen een risico op te nemen voor de VRGZ voor zover deze risico’s de algemene reserve (€ 3.197.000) overschrijden. Aangezien de VRGZ heeft toegezegd de risicoschatting opnieuw te beoordelen, is de omvang van de overschrijding nog onbekend. De adviesfunctie verwacht een lagere waardering van de risico’s rondom verduurzaming huisvesting en kapitaalslasten.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15629109/1