Bijlage 6. Was-wordt tabel nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning - definitief
Tekst van het document
2.
3. Indien een verhuizing of een losse woonunit genoemd in het eerste en tweede lid naar het oordeel van het college in redelijkheid niet van de cliënt kan worden gevergd kan een woningvoorziening van bouwkundige aard of woontechnische aard worden verstrekt.
3.
4. De hoogte van een pgb voor een woonvoorziening wordt vastgesteld op basis van minimaal twee offertes,
4.
te beoordelen door het college. 5. Het college verleent alleen een financiële tegemoetkoming voor onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen indien:
5.
bouwkundige of woontechnische aard noodzakelijk is, geldt het primaat van verhuizing naar een passende of een goedkoper aanpasbare woning in onze gemeente. Indien een verhuizing in de situatie genoemd in het eerste lid naar het oordeel van het college in redelijkheid niet van de inwoner kan worden gevergd, wordt in eerste instantie onderzocht of een losse woonunit het goedkoopst en meest adequaat is. Indien een verhuizing of een losse woonunit genoemd in het eerste en tweede lid naar het oordeel van het college in redelijkheid niet van de inwoner kan worden gevergd en niet het goedkoopst en meest adequaat is, kan een woningvoorziening van bouwkundige aard of woontechnische aard worden verstrekt. De hoogte van een pgb voor een woonvoorziening wordt vastgesteld op basis van minimaal een offerte, waarbij het uitgangspunt is dat de voorziening het goedkoopst en meest adequaat moet zijn, te beoordelen door het college. Het college verleent alleen een financiële tegemoetkoming voor onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen indien:
•
Artikel 22, lid 2 tekstuele wijziging om meer mogelijkheden te bieden. Een losse woonunit hoeft niet altijd de beste optie te zijn
•
Artikel 22, lid 3 aangepast om aan te sluiten bij de wijziging in lid 2
•
In artikel 22 lid 4 is de hoogte van een pgb vaststellen voor een woonvoorziening gewijzigd naar minimaal één offerte in plaats van twee, omdat het vaak bij een goedkope voorziening niet mogelijk is om twee offertes op te vragen. Dit wordt verder uitgewerkt in de uitvoeringsregels.
a. de woonvoorziening door de gemeente is verstrekt, en, b. belanghebbende ten tijde van het onderhoud, de keuring of reparatie de woonruimte als hoofdverblijf bewoont. 6. De hoogte van een financiële tegemoetkoming voor onderhoud en keuring van een woonvoorziening is gemaximeerd tot de bedragen voor de respectievelijke woonvoorzieningen. Artikel 17. Tijdelijke huisvesting 1. Het college kan een financiële tegemoetkoming voor de kosten van tijdelijke huisvesting verlenen indien deze moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van: a. de huidige woonruimte van belanghebbende; b. de door belanghebbende nog te betrekken woonruimte. 2. De financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting wordt uitsluitend verleend voor de periode dat de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en belanghebbende als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan die redelijkerwijs niet voorkomen kunnen worden. 3. De hoogte van een te verlenen financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting bedraagt:
a. de woonvoorziening door de gemeente is verstrekt, en, b. belanghebbende ten tijde van het onderhoud, de keuring of reparatie de woonruimte als hoofdverblijf bewoont. 6. De hoogte van een financiële tegemoetkoming voor onderhoud en keuring van een woonvoorziening is gemaximeerd tot de bedragen voor de respectievelijke woonvoorzieningen. Artikel 22. Tijdelijke huisvesting 1. Het college kan een financiële tegemoetkoming voor de kosten van tijdelijke huisvesting verlenen indien deze moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van: a. de huidige woonruimte van belanghebbende; b. de door belanghebbende nog te betrekken woonruimte. 2. De financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting wordt uitsluitend verleend voor de periode dat de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en belanghebbende als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan die redelijkerwijs niet voorkomen kunnen worden. 3. De hoogte van een te verlenen financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting bedraagt:
Daarnaast het uitgangspunt toegevoegd dat de voorziening het goedkoopst en meest adequaat moet zijn, zodat de best mogelijke woonvoorziening aan de inwoner kan worden gerealiseerd
a. de werkelijke kosten – met een maximum per maand zoals vermeld op de website van de gemeente – in verband met het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte; b. de werkelijke kosten – met een maximum per maand zoals vermeld op de website van de gemeente – in verband met het tijdelijk betrekken van nietzelfstandige woonruimte. 4. De financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting wordt gedurende maximaal zes maanden verleend. Artikel 18. Huurderving
1. In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woning die voor meer dan € 6.800,00 is aangepast, kan het college voor de duur van maximaal zes maanden een financiële tegemoetkoming voor huurderving verlenen. 2. De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor huurderving is gerelateerd aan de kosten van kale huur van de woonruimte over een periode van zes maanden. De hoogte wordt gemaximeerd tot de
a. de werkelijke kosten – met een maximum per maand zoals vermeld op de website van de gemeente – in verband met het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte; b. de werkelijke kosten – met een maximum per maand zoals vermeld op de website van de gemeente – in verband met het tijdelijk betrekken van nietzelfstandige woonruimte. 4. De financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting wordt gedurende maximaal zes maanden verleend. Artikel 23. Huurderving 1. Om aangepast woningen beschikbaar te houden voor mensen met een Wmo-indicatie kan het college huurderving compenseren aan de verhuurder. 2. In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woning die voor meer dan € 6.800,00 is aangepast, kan het college voor de duur van maximaal zes maanden een financiële tegemoetkoming voor huurderving verlenen. 3. De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor huurderving is gerelateerd aan de kosten van kale huur van de woonruimte over een periode van zes maanden. De hoogte wordt gemaximeerd tot de
•
Artikel 24, lid 1 toegevoegd ter verduidelijking dat dit alleen is om een woning beschikbaar te houden
huurgrens waarbij huurtoeslag wordt toegekend. Artikel 19. Aanpassing bedragen 1. De in deze nadere regels genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2021 en worden jaarlijks gewijzigd op basis van de consumentenprijsindex van huishoudens van het CBS. 2. Voor de dienstverlening wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de contractueel overeengekomen index voor de betreffende maatwerkvoorziening in natura. 3. Als toepassing is gegeven aan lid 1 en 2, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen. 4. [De bedragen voor de uurtarieven voor het pgb worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 0,10. 5. De bedragen voor de vervoerskostenvoorziening worden nadat het jaarbedrag is geïndexeerd, gedeeld door 12 en naar boven afgerond op een veelvoud van € 1,00. 6. De bedragen voor beginkeuring en periodieke keuring van liften in de woning, worden nadat het jaarbedrag is geïndexeerd, naar boven afgerond op hele euro’s.] Hoofdstuk 5 Calamiteiten en geweld
huurgrens waarbij huurtoeslag wordt toegekend. Artikel 24. Aanpassing bedragen 1. Jaarlijks kunnen bedragen worden aanpast op basis van het prijspeil en worden jaarlijks gewijzigd op basis van de consumentenprijsindex van huishoudens van het CBS. 2. Voor de dienstverlening wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de contractueel overeengekomen index voor de betreffende maatwerkvoorziening in natura. 3. Als toepassing is gegeven aan lid 1 en 2, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen. 4. Er wordt jaarlijks op de website van de gemeente een document geüpload met betrekking tot de op dat moment geïndexeerde geldende prijzen voor een selectie aan voorzieningen.
Hoofdstuk 6 Calamiteiten en geweld
•
Artikel 25, lid 1 aangepast omdat het prijspeil van 2021 niet meer actueel is. Door deze aanpassing is de tekst structureel houdbaar
•
Artikel 19, lid 4 t/m 6 uit de oude versie nadere regels verwijderd, omdat wij dit niet meer afronden. Daarvoor artikel 25 lid 4 toegevoegd om de juiste werkwijze op te nemen
Artikel 20. Melden van calamiteiten en geweld 1. Aanbieders, natuurlijke personen en zzp’ers die een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening leveren op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning, dienen calamiteiten te melden aan de toezichthoudende ambtenaar. 2. De melding aan de toezichthoudende ambtenaar dient onverwijld, maar uiterlijk binnen drie werkdagen na de calamiteit te geschieden. Artikel 21. Inhoud melding Een melding bevat: a. De dagtekening van de melding; b. Gegevens over de aanbieder en de betrokken zorgverleners, zoals de naam van de aanbieder, de locatie of de afdeling, de naam en hoedanigheid van de melder, de naam van de betrokken zorgverlener(s); c. Gegevens over de betrokken cliënt(en) zoals de naam en de geboortedatum van de cliënt(en), geslacht, verblijfplaats; d. Gegevens over betrokken gemeenten bij de calamiteit (plaats gebeurtenis, vestigingsplaats aanbieder, woonplaats betrokkene) e. Gegevens over de inhoud van de calamiteit; f. Informatie over de actuele veiligheid van de cliënt en eventuele anderen;
Artikel 25. Melden van calamiteiten en geweld 1. Aanbieders, natuurlijke personen en zzp’ers die een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening leveren op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning, dienen calamiteiten te melden aan de toezichthoudende ambtenaar. 2. De melding aan de toezichthoudende ambtenaar dient onverwijld, maar uiterlijk binnen drie werkdagen na de calamiteit te geschieden. Artikel 26. Inhoud melding Een melding bevat: a. De dagtekening van de melding; b. Gegevens over de aanbieder en de betrokken zorgverleners, zoals de naam van de aanbieder, de locatie of de afdeling, de naam en hoedanigheid van de melder, de naam van de betrokken zorgverlener(s); c. Gegevens over de betrokken cliënt(en) zoals de naam en de geboortedatum van de cliënt(en), geslacht, verblijfplaats; d. Gegevens over betrokken gemeenten bij de calamiteit (plaats gebeurtenis, vestigingsplaats aanbieder, woonplaats betrokkene) e. Gegevens over de inhoud van de calamiteit; f. Informatie over de actuele veiligheid van de cliënt en eventuele anderen;
g. Informatie over het afhandelen van de calamiteit; hieronder valt ook de informatie of, en zo ja, welke belanghebbenden zijn geïnformeerd over de melding aan de toezichthoudend ambtenaar. h. Inschatting van de mogelijkheid dat de calamiteit leidt tot maatschappelijke onrust of de mate waarin deze publiciteitsgevoelig is. Artikel 22. Feitenrelaas Op verzoek van de toezichthoudende ambtenaar stuurt de aanbieder binnen twee weken na de melding een feitenrelaas over de calamiteit toe aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar geeft aan uit welke elementen het feitenrelaas moet bestaan. Artikel 23. Verzoek tot het doen van onderzoek Op verzoek van de toezichthoudende ambtenaar voert de aanbieder een onafhankelijk onderzoek uit naar de calamiteit. De aanbieder legt binnen drie weken na het verzoek de opzet van het onderzoek aan de toezichthoudende ambtenaar voor en wacht op goedkeuring van de toezichthoudende ambtenaar. Na deze goedkeuring voert de aanbieder het onderzoek uit en stuurt de rapportage binnen uiterlijk zes weken na goedkeuring naar de toezichthoudende ambtenaar. De aanbieder draagt er zorg voor dat de opzet en uitvoering van dit onderzoek van verantwoord niveau zijn. Hoofdstuk 6 Overige bepalingen
g. Informatie over het afhandelen van de calamiteit; hieronder valt ook de informatie of, en zo ja, welke belanghebbenden zijn geïnformeerd over de melding aan de toezichthoudend ambtenaar. h. Inschatting van de mogelijkheid dat de calamiteit leidt tot maatschappelijke onrust of de mate waarin deze publiciteitsgevoelig is. Artikel 27. Feitenrelaas Op verzoek van de toezichthoudende ambtenaar stuurt de aanbieder binnen twee weken na de melding een feitenrelaas over de calamiteit toe aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar geeft aan uit welke elementen het feitenrelaas moet bestaan. Artikel 28. Verzoek tot het doen van onderzoek Op verzoek van de toezichthoudende ambtenaar voert de aanbieder een onafhankelijk onderzoek uit naar de calamiteit. De aanbieder legt binnen drie weken na het verzoek de opzet van het onderzoek aan de toezichthoudende ambtenaar voor en wacht op goedkeuring van de toezichthoudende ambtenaar. Na deze goedkeuring voert de aanbieder het onderzoek uit en stuurt de rapportage binnen uiterlijk zes weken na goedkeuring naar de toezichthoudende ambtenaar. De aanbieder draagt er zorg voor dat de opzet en uitvoering van dit onderzoek van verantwoord niveau zijn. Hoofdstuk 6 Overige bepalingen
Artikel 24. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Op grond van artikel 13, tweede lid, van de verordening stellen we nadere eisen aan de kwaliteit van maatwerkvoorzieningen, zowel van maatwerkvoorzieningen die in natura worden verstrekt als van maatwerkvoorzieningen die als pgb worden verstrekt. De kwaliteitseisen staan vermeld in bijlage 1. Artikel 25. Aanpassing regionale tarieven De geïndexeerde tarieven voor persoonlijke verzorging, begeleiding individueel, begeleiding groep/dagbesteding vervoer, kortdurend verblijf/logeren en huishoudelijke ondersteuning worden jaarlijks gepubliceerd op de regionale website https://www.rivierenlandkanmeer.nl /nl-NL/zorgaanbieders/zorginkoop. Artikel 26. Het in de gemeente woonachtig zijn Om vast te stellen of iemand woonachtig is in de gemeente, wordt de Gemeentelijke Basisadministratie geraadpleegd. Toch is het niet altijd duidelijk welke gemeente compensatieplicht heeft voor het verstrekken van Wmo-voorzieningen. Sommige bewoners hanteren namelijk een postadres. De gemeente is verantwoordelijk voor het verstrekken van Wmovoorzieningen aan personen die daadwerkelijk woonachtig zijn binnen de gemeente, conform artikel 4, lid 1 van de [Eerste gewijzigde] verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke Ondersteuning 2020 van de gemeente West Maas en Waal.
Artikel 29. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Op grond van artikel 17, eerste lid, van de verordening stellen we nadere eisen aan de kwaliteit van maatwerkvoorzieningen, zowel van maatwerkvoorzieningen die in natura worden verstrekt als van maatwerkvoorzieningen die als pgb worden verstrekt. De kwaliteitseisen staan vermeld in bijlage 1. Artikel 30. Aanpassing regionale tarieven De geïndexeerde tarieven voor persoonlijke verzorging, begeleiding individueel, begeleiding groep/dagbesteding vervoer, kortdurend verblijf/logeren en huishoudelijke ondersteuning worden jaarlijks gepubliceerd op de regionale website https://www.rivierenlandkanmeer.nl /nl-NL/zorgaanbieders/zorginkoop. Artikel 31. Het in de gemeente woonachtig zijn Om vast te stellen of iemand woonachtig is in de gemeente, wordt de Gemeentelijke Basisadministratie geraadpleegd. Toch is het niet altijd duidelijk welke gemeente compensatieplicht heeft voor het verstrekken van Wmo-voorzieningen. Sommige bewoners hanteren namelijk een postadres. De gemeente is verantwoordelijk voor het verstrekken van Wmovoorzieningen aan personen die daadwerkelijk woonachtig zijn binnen de gemeente, conform artikel 3, lid 3 van de verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke Ondersteuning 2025 van de gemeente West Maas en Waal.
•
Veranderd naar het juiste artikelnummer van de nieuwe versie verordening maatschappelijke ondersteuning
Artikel 27. Vrij toegankelijke dienstverlening 1. De gemeente stelt bepaalde vormen van dienstverlening beschikbaar, die voor elke inwoner vrij toegankelijk zijn, dat wil zeggen dat hiervoor geen indicatie of verwijzing door een professional nodig is. 2. De volgende vrij toegankelijke voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. informatie, advies, kortdurende ondersteuning en korte trainingen; b. de gemeente bepaalt nader de omvang van deze dienstverlening; c. de gemeente contracteert en/of subsidieert hiervoor een aantal organisaties die deze dienstverlening leveren. 3. Het college neemt over de invulling van de vrij toegankelijke dienstverlening zoals genoemd in lid 2 een nader besluit. Artikel 28. Waardering mantelzorgers Het college laat haar waardering blijken voor mantelzorgers, door aan hen waardebonnen beschikbaar te stellen. Daarnaast worden mantelzorgers als specifieke groep ondersteund vanuit een mantelzorgsteunpunt, zowel individueel als in groepsverband. Artikel 29. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Artikel 32. Vrij toegankelijke dienstverlening 1. De gemeente stelt bepaalde vormen van dienstverlening beschikbaar, die voor elke inwoner vrij toegankelijk zijn, dat wil zeggen dat hiervoor geen indicatie of verwijzing door een professional nodig is. 2. De volgende vrij toegankelijke voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. informatie, advies, kortdurende ondersteuning en korte trainingen; b. de gemeente bepaalt nader de omvang van deze dienstverlening; c. de gemeente contracteert en/of subsidieert hiervoor een aantal organisaties die deze dienstverlening leveren. 3. Het college neemt over de invulling van de vrij toegankelijke dienstverlening zoals genoemd in lid 2 een nader besluit. Artikel 33. Waardering mantelzorgers Het college laat haar waardering blijken voor mantelzorgers, door aan hen waardebonnen beschikbaar te stellen. Daarnaast worden mantelzorgers als specifieke groep ondersteund vanuit een mantelzorgsteunpunt, zowel individueel als in groepsverband. Artikel 34. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
De Adviesraad sociaal domein West Maas en Waal is aangewezen als adviesorgaan van het college. Alvorens zaken op grond van de Wmo, de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp of de nadere regels maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp West Maas en Waal worden vastgesteld, zal altijd en tijdig advies worden gevraagd aan de Adviesraad sociaal domein West Maas en Waal. Artikel 30. Evaluatie Het college evalueert deze nadere regels elke twee jaar. Artikel 31. Overgangsrecht Voorzieningen in de vorm van een financiële tegemoetkoming op jaarof declaratiebasis die toegekend zijn met toepassing van de nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente West Maas en Waal 2020 of een eerder besluit lopen door tot einde van de indicatie. Artikel 32. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze nadere regels treden in werking op de eerste dag na bekendmaking. 2. De ‘Nadere regels Maatschappelijk Ondersteuning 2020’ worden ingetrokken per datum inwerkingtreding onderhavige nadere regels. 3. [Dit besluit heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2022.] 4. Deze nadere regels worden aangehaald als: ‘Nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning 2022 gemeente West Maas en Waal‘.
De Adviesraad sociaal domein West Maas en Waal is aangewezen als adviesorgaan van het college. Alvorens zaken op grond van de Wmo, de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp of de nadere regels maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp West Maas en Waal worden vastgesteld, zal altijd en tijdig advies worden gevraagd aan de Adviesraad sociaal domein West Maas en Waal. Artikel 35. Evaluatie Het college evalueert deze nadere regels elke twee jaar. Artikel 36. Overgangsrecht Voorzieningen in de vorm van een financiële tegemoetkoming op jaarof declaratiebasis die toegekend zijn met toepassing van de nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente West Maas en Waal 2020 of een eerder besluit lopen door tot einde van de indicatie. Artikel 37. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking. 2. De ‘Nadere regels Maatschappelijk Ondersteuning 2025’ worden ingetrokken per datum inwerkingtreding onderhavige nadere regels.
3. Deze nadere regels worden aangehaald als: ‘Nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning 2025 gemeente West Maas en Waal‘.
Ondertekening
Ondertekening
Hoogachtend,
Hoogachtend,
burgemeester en wethouders van West Maas en Waal,
burgemeester en wethouders van West Maas en Waal,
De gemeentesecretaris,
De gemeentesecretaris,
P.G. (Perry) Arissen
D. (Didier) Oosterom
De burgemeester,
De burgemeester,
V.M. (Vincent) van Neerbos
V.M. (Vincent) van Neerbos