CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Programmabegroting 2027 VRGZ

Gemeenteraad 24 juni 2026, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.13167527.030 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programmabegroting 2027 Meerjarenraming 2028-2030

Investeren in wat telt

Colofon Datum:

31-03-2026

Status:

Concept

Omslagfoto:

VRGZ beeldbank

4.6 Versterken van een weerbare samenleving ........................................ 32

Inhoudsopgave

4.7 Weerbare en wendbare organisatie en continuïteit ........................... 33 4.8 Huisvesting en faciliteiten.................................................................... 35

Inhoudsopgave ........................................................................................ 3

5

Voorwoord .............................................................................................. 5 1

2

5.2 Robuuste, schaalbare en wendbare informatievoorziening................ 39

1.1 Leeswijzer begroting ..............................................................................8

5.3 Informatieveiligheid, privacy en cyberweerbaarheid .......................... 40

Hoofdlijnen .................................................................................... 10 2.1 Algemeen .............................................................................................10

5.4 Informatiegestuurde veiligheid (IGV) en informatiegestuurd werken (IGW)............................................................................................................ 41

2.2 Onze maatschappelijke opgaven .........................................................11

5.5 Missiekritische communicatie ............................................................. 42 6

Paragrafen ......................................................................................44

2.4 Landelijke en regionale ontwikkelingen met impact op de VRGZ .......12

6.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................... 44

2.5 Financieel kader ...................................................................................17

6.2 Onderhoud kapitaalgoederen.............................................................. 50

Een sterk netwerk ........................................................................... 23

6.3 Financiering.......................................................................................... 51

3.1 Inleiding ................................................................................................23

4

5.1 Inleiding ............................................................................................... 38

Inleiding ........................................................................................... 8

2.3 Onze kernactiviteiten ...........................................................................12

3

Informatiestrategie en digitale weerbaarheid ..................................38

7

Financiële begroting ........................................................................55

3.2 Programma netwerkmanagement .......................................................23

7.1 Baten en lasten Veiligheidsregio Gelderland-Zuid............................... 55

3.3 Programma GHOR ................................................................................25

7.2 Baten en lasten Crisis- en Rampenbestrijding ..................................... 56

3.4 Programma Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie ............................25

7.3 Baten en lasten Regionale Ambulancevoorziening ............................. 64

Robuust en wendbaar ..................................................................... 28

7.4 Uiteenzetting financiële positie ........................................................... 69

4.1 Inleiding ................................................................................................28

7.5 Stand en verloop voorzieningen en reserves ...................................... 71

4.2 Robuust en wendbaar brandweer- en ambulancestelsel ....................28

7.6 Incidentele baten en lasten en structureel evenwicht ........................ 72

4.3 Risicogericht werken en risicobeheersing............................................29

7.7 Investeringsplanning ............................................................................ 73

4.4 Versterking voorbereiding en paraatheid ............................................30 4.5 Bevorderen van kwaliteit, leren en professionaliteit ...........................31

8

Bijlagen ...........................................................................................76 8.1 Bijdragen deelnemende gemeenten ................................................... 76

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

3

8.2 Baten en lasten per taakveld................................................................83 8.3 Begrotingsverschuivingen 2026 ...........................................................89 8.4 Beleidsindicatoren................................................................................91 8.5 Financiële spelregels ............................................................................92 8.6 Overzicht wettelijke en specifieke taken veiligheidsregio .................101 8.7 Begrippenlijst .....................................................................................103 8.8 Verklaring van afkortingen .................................................................104

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

4

Voorwoord De wereld om ons heen verandert in hoog tempo. Klimaatverandering, energietransitie, digitalisering, toenemende geopolitieke spanningen en zelfs oorlogen raken onze samenleving direct. Deze ontwikkelingen beïnvloeden ook in toenemende mate de opgaven waarvoor we in Nederland en in onze regio voor staan. Onze gezamenlijke opdracht is helder: Nederland veilig, weerbaar en veerkrachtig houden. De afgelopen jaren hebben wij laten zien dat we ondanks alle uitdagingen flexibel en wendbaar zijn. Ondanks maatschappelijke en financiële druk is het ons gelukt de kwaliteit van onze basistaken te borgen. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat dit steeds meer gevraagd heeft van onze organisatie en vooral van onze mensen. Jarenlang hebben we financiële uitdagingen opgevangen door efficiënter te werken en onderhoud en investeringen uit te stellen waar dat op dat moment verantwoord was. Ook zijn investeringen in personeel en materieel beperkt gebleven, wat heeft geleid tot kwetsbaarheden die in het huidige risicobeeld – zoals ook door de Inspectie JenV is vastgesteld – niet langer houdbaar zijn. De rek is eruit. Tegelijkertijd nemen de verwachtingen toe. Het Rijk zet, mede op basis van het coalitieakkoord, in op versterking van civiele bescherming, maatschappelijke weerbaarheid en vitale processen.

Deze nieuwe opgaven komen boven op onze bestaande taken, terwijl hiervoor vooralsnog geen voldoende middelen zijn gereserveerd.

Daarom zetten we in op: • Continueren van onze reguliere basistaken, zodat inwoners kunnen blijven rekenen op professionele en betrouwbare hulp. • Investeren in mensen en organisatie, inclusief huisvesting, goed werkgeverschap, mentale gezondheid, bedrijfscontinuïteit en een veilige en toekomstbestendige informatievoorziening. • Robuuste samenwerking, regionaal en bovenregionaal, met gezamenlijke, uitwisselbare en schaalbare capaciteit. • Voorbereiding op nieuwe taken en bestuurlijke opdrachten: vanuit onze maatschappelijke opgave werken we in nauwe samenwerking met onze gemeenten aan het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Deze opgaven vragen om structurele investeringen, terwijl de financiële kaders onzeker blijven. Doorwerking van de BDuR-korting, autonome prijsstijgingen en nieuwe wettelijke verplichtingen zetten de begroting verder onder druk. Hierdoor komen reguliere basistaken in het geding en neemt de kwetsbaarheid toe. Wij zullen daarom scherp moeten blijven prioriteren en intensief samenwerken met onze gemeenten én met landelijke partners via het Veiligheidsberaad. Landelijke lobby blijft noodzakelijk om te komen tot een structurele financiering die aansluit bij het actuele risicobeeld en bij de ambities uit het coalitieakkoord.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

5

Met deze ontwerpbegroting presenteren wij een realistisch en toekomstgericht voorstel. Het is een balans tussen noodzakelijke investeringen en beschikbare middelen. Samen met gemeenten, partners en medewerkers bouwen wij aan een sterke, wendbare en toekomstbestendige veiligheidsregio. Want veiligheid en weerbaarheid creëren we samen, elke dag opnieuw. Samen beschermen wat telt. Het Dagelijks Bestuur van Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Namens deze, H.M.F. Bruls Voorzitter Maart 2026

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

6

1 Inleiding

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

7

1 Inleiding

1.1 Leeswijzer begroting

Voor u ligt de begroting 2027 van Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Dit is de laatste begroting uit onze eigen meerjarenbeleidscyclus. Dit jaar zal in het teken staan van het afronden van de laatste beleidsvoornemens uit het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 maar ook in het teken van het uitvoeren van nieuwe bestuurlijke opdrachten, zowel op regionaal als op landelijk niveau. In deze begroting beschrijven we welke doelen we willen bereiken, welke activiteiten we daarvoor gaan uitvoeren en welke resultaten daarbij horen.

De begroting is als volgt opgebouwd: In het tweede hoofdstuk wordt beschreven wat onze maatschappelijke opgave is, wat onze kernactiviteiten zijn, worden de landelijke en regionale ontwikkelingen geschetst die doorwerking zullen hebben in onze veiligheidsregio en wordt het financieel kader weergegeven. In het derde, vierde en vijfde hoofdstuk zijn de speerpunten per thema uit het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 en de landelijke beleidsagenda’s vertaald naar activiteiten voor 2027. In de hoofdstukken zes en zeven volgen de paragrafen en de financiële uiteenzetting.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

8

2 Hoofdlijnen

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

9

2 Hoofdlijnen 2.1 Algemeen Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) is een regionaal samenwerkingsverband van de veertien gemeenten1 in onze regio, op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Wet veiligheidsregio’s.

Figuur 1.1. Geografische omvang VRGZ

We zijn een organisatie die – zichtbaar en onzichtbaar – werkt aan brandweerzorg, ambulancezorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing. VRGZ draagt hiermee bij aan een veilige regio waarin inwoners, bezoekers en bedrijven kunnen rekenen op snelle en goede geneeskundige hulpverlening, brandweerzorg, advisering bij bouwplannen en evenementen en waarin rampen en crises zo goed

mogelijk voorkomen en bestreden worden. Dit doet VRGZ samen met de deelnemende gemeenten, de politie en andere lokale, regionale en landelijke (maatschappelijke) partijen. In die netwerkomgeving zijn we een sterke, betrouwbare partner: alerte en verbonden wakers die stevig geworteld zijn in de regio. Onze dienstverlening moet betrouwbaar en adequaat zijn – dat vormt ons bestaansrecht. Inwoners, bezoekers en bedrijven vertrouwen erop dat wij hen houvast bieden op momenten dat het ertoe doet. Dat doen we niet alleen in de repressie, maar juist ook in de preventieve activiteiten en de stille kracht achter de schermen. Het verzorgingsgebied van VRGZ, een mix van stedelijke en landelijke gebieden, heeft een oppervlakte van 1.038,8 vierkante kilometer. Ruim 585.000 inwoners leven verspreid over onze 14 gemeenten. De regio kenmerkt zich door de aanwezigheid van vier belangrijke rivieren: Nederrijn, Lek, Waal en Maas. De Waal is hierbij de belangrijkste transportader voor het vervoer van goederen, waaronder gevaarlijke stoffen, over het water in Nederland. Daarnaast bevindt zich een aantal snelwegen (A15, A50, A73, A2) in de regio en worden er goederen, waaronder gevaarlijke stoffen, vervoerd per spoor via de Betuweroute. Ook kent de regio een aantal Seveso-inrichtingen.

Dit zijn grote bedrijven die werken met veel en/of grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, waardoor er een verhoogd risico is op ongevallen, branden en explosies. In de regio vinden bovendien regelmatig grootschalige publieksevenementen plaats. Van (internationale) sportevenementen tot muziekevenementen.

1 In alfabetische volgorde: Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen,

Maasdriel, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Wijchen en Zaltbommel.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

10

2.2 Onze maatschappelijke opgaven De veiligheidsregio staat naast het uitvoeren van haar kerntaken voor grote maatschappelijke opgaven op het gebied van klimaatveiligheid, digitale ontwrichting, veilige energietransitie en het versterken van een weerbare samenleving. Klimaatveiligheid We krijgen in Nederland de komende jaren steeds meer te maken met drogere zomers, nattere winters, een stijgende zeespiegel en extreem weer. Die ontwikkeling zorgt naar verwachting voor een toename van overstromingsrisico en wateroverlast, een toename van natuurbrandrisico, en nieuwe gezondheidsrisico’s, zoals verspreiding van infectieziekten, hittestress en impact op voedselzekerheid. Dit zorgt voor meer druk op de hulpdiensten. Bovendien kunnen deze risico’s leiden tot cascade-effecten, zoals uitval van vitale infrastructuur. Digitale ontwrichting Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en de maatschappij is in toenemende mate afhankelijk van (digitale) informatie en digitale systemen. Vervlechting van digitale systemen in de processen van onze samenleving maakt diezelfde samenleving kwetsbaarder voor digitale ontwrichting. Er ontstaat een risico op een opeenvolging van effecten, die ontwrichtende gevolgen kunnen hebben voor de maatschappij.

Waar fysieke incidenten zich over het algemeen nog voordoen in een lokaal brongebied en een (boven)regionaal effectgebied, vallen deze grenzen bij digitale incidenten bijna volledig weg.

Veilige energietransitie De lidstaten van de Europese Unie hebben in het Klimaatakkoord van Parijs afgesproken om in 2050 klimaatneutraal te zijn en om in 2030 55% minder broeikasgassen uit te stoten. Deze maatregelen behelzen een grootschalige overgang van gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame en hernieuwbare brandstoffen: de energietransitie. Vanzelfsprekend leidt de uitwerking van bovenstaande doelen tot grote en ingrijpende veranderingen in onze maatschappij. Dit levert milieu- en klimaatwinst op maar brengt ook nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee. Bijvoorbeeld het toenemend vervoer van gevaarlijke stoffen (zoals waterstof en ammoniak) via weg, water en spoor, maar ook in huizen en woonwijken waar opwekking en opslag van energie ook lokaal plaatsvindt (buurtbatterijen, huisaccu’s, zonnepanelen). Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht Lange tijd leefden we in vrede en vrijheid, maar die tijd is veranderd. De samenleving staat voor veel uitdagingen. Het is geen kwestie van óf we maatschappij-ontwrichtende effecten gaan ervaren, maar wanneer. Door samen goed voorbereid te zijn kan Nederland de gevolgen beter aan. De hele samenleving is hiervoor nodig: overheid, burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven, industrie, kennisinstellingen en andere spelers.

Daarom werken we nauw samen met overheden en private, publieke of maatschappelijke organisaties. Die onderlinge samenwerking wordt eigenlijk alleen maar belangrijker. Elk risico, elk incident vraagt om een andere aanpak van risicomaatregelen waarvoor steeds andere netwerk- en crisispartners nodig zijn. Deze maatregelen kunnen bijv. zijn: adviseren van het bevoegd gezag in het proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving, kennisdeling met – en handelingsperspectief voor incidentbestrijders of de inzet van specialistisch materieel en personeel.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

11

Hierdoor dragen we concreet bij aan een veilig en effectief repressief optreden.

werkt in de regio Gelderland-Zuid. Deze dienstverlening moet betrouwbaar en adequaat zijn.

Ondertussen verwacht de burger dat we er zijn als het nodig is en problemen oplossen. Maar dat kan niet altijd. Het zit natuurlijk wel in ons bloed; we lossen graag dingen op. Maar wij hebben en kennen onze beperkingen. 100% Veiligheid bestaat niet… en toch werken we er elke dag keihard aan. Waar onze hulp stopt, zien wij het als onze taak om te communiceren over de restrisico’s en het handelingsperspectief, zodat inwoners en organisaties zelfredzaam en samen redzaam kunnen optreden.

VRGZ streeft ernaar de reguliere basistaken op het gebied van ambulancezorg, brandweerzorg, risicobeheersing, crisisbeheersing, meldkamer en informatievoorziening in de komende beleidsperiode zo goed mogelijk te blijven uitvoeren. Door de toenemende complexiteit van het werk, extra taken en de beperkte financiële ruimte is het continueren van deze taken echter alleen haalbaar wanneer hiervoor voldoende middelen beschikbaar worden gesteld. Zie voor een overzicht van onze wettelijke en specifieke taken bijlage 8.6.

2.3 Onze kernactiviteiten De Wet veiligheidsregio’s (Wvr) en de Wet ambulancezorgvoorzieningen vormen de basis voor de verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van onze veiligheidsregio. Behalve het instellen en in stand houden van een brandweer, GHOR en het voorzien in de meldkamerfunctie, gaat het daarbij om het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s en over het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crises, het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en om informatiemanagement. Ambulancezorg Gelderland-Zuid (AZGZ) verleent zorg op grond van een spoedeisende urgentie of verleent nietspoedeisende zorg op woon- of verblijfadres of door vervoer. Daarmee is Veiligheidsregio Gelderland-Zuid op het terrein van fysieke veiligheid de partner voor onze gemeenten en andere instellingen. De veiligheidsregio verleent haar diensten aan iedereen die woont, verblijft of

2.4 Landelijke en regionale ontwikkelingen met impact op de VRGZ Herziening Wet Veiligheidsregio’s Eind 2026 treedt naar verwachting de eerste tranche van wijzigingen van de Wet veiligheidsregio’s en onderliggende regelingen in werking. Deze wijzigingen houden verband met het versterken van de bovenregionale en landelijke crisisbeheersing, rampenbestrijding en brandweerzorg. In 2027 zal naar verwachting de tweede tranche van wijzigingen ter (pre)consultatie worden aangeboden. Deze wijzigingen hebben vooral effect op regionale crisisbeheersing en brandweerzorg.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

12

Op een aantal onderwerpen is herziening van wetgeving in voorbereiding: • • • • • •

adviesfunctie algemeen bestuur voor brandveiligheid en risicobeheersing; positie en taken Bevolkingszorg in het stelsel van crisisbeheersing; positie en taken GHOR in het stelsel van crisisbeheersing; toekomstbestendig onderwijsstelsel veiligheidsregio’s; presterend en lerend vermogen veiligheidsregio’s; gemeenschappelijke informatievoorziening Rijk en Regio’s en inrichting KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk).

Drie processen van de veiligheidsregio’s zijn door het Ministerie van Justitie en Veiligheid als vitaal aangemerkt, te weten: inzet brandweer (verlenen van hulp in noodsituaties), crisiscoördinatie en besluitvorming en communicatie- en informatievoorziening hulpdiensten en crisispartners. Deze processen dragen bij aan het maatschappelijk belang om ontwrichtende effecten te voorkomen en het beperken en herstelvermogen te organiseren ten behoeve van de nationale veiligheid. De inzet van de ambulance is vooralsnog niet aangewezen als vitaal, met uitzondering van de meldkamerfunctie en de communicatie tussen hulpdiensten via C2000. Via ambtelijke en bestuurlijke netwerken zullen we hier aandacht voor blijven vragen.

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? •

•

Monitoren van de voorgenomen wijzigingen in de Wet Veiligheidsregio’s en het adviseren van het bestuur over de mogelijke impact voor VRGZ. Via het Veiligheidsberaad advies geven over het dan voorliggende wetsvoorstel tweede tranche van wijzigingen van de Wet veiligheidsregio’s.

Vitaalverklaring Beschermen van de vitale infrastructuur is een belangrijk onderdeel van de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden. In juli 2025 zijn de veiligheidsregio’s daartoe aangemerkt als vitale aanbieder binnen de sector Openbare Orde en Veiligheid (OOV). Een vitale aanbieder is een partij die een dienst aanbiedt waarvan de continuïteit van vitaal belang is voor de Nederlandse samenleving.

Als vitale aanbieder heeft VRGZ de verplichting om inzicht te hebben in de weerbaarheid van de processen en passende maatregelen te nemen om zich zoveel als mogelijk te beschermen tegen dreigingen. Door de aanwijzing als vitale aanbieder gaan vooralsnog geen aanvullende wettelijke eisen gelden voor het niveau waarop de als vitaal aangemerkte processen moeten worden ingericht. VRGZ moet ook nu ook al voldoen aan diverse normen op het gebied van informatiebeveiliging, welke om investering vragen (zie ook paragraaf 5.3). Er geldt daarnaast een eigen verantwoordelijkheid voor de continuïteit en weerbaarheid tegen risico’s en verstoringen. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid kan daarvoor eventueel aanvullende kaders stellen.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

13

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? • •

reservecapaciteit bij mensen of materieel, zodat een andere regio kan bijspringen wanneer dat nodig is.

Versterken en borgen van onze bedrijfscontinuïteit door het inrichten van noodvoorzieningen (zie ook paragraaf 4.7). Versterken en borgen van onze digitale weerbaarheid (op basis van de in 2026 bestuurlijk vastgestelde IV-strategie; zie ook hoofdstuk 5).

Versterken regio-overstijgende samenwerking Op 1 oktober 2024 heeft de voormalig staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (JenV) de veiligheidsregio’s via het Veiligheidsberaad verzocht om gezamenlijk opdracht te geven om versneld collectiviteit in de brandweer(zorg) te organiseren. Dit ook in het licht van de toenemende en veranderende risico’s en dreigingen die steeds meer van de veiligheidsregio’s vragen. Voorop staat dat meer gezamenlijke inzet van de veiligheidsregio’s randvoorwaardelijk is om de complexe en langdurige crises van de toekomst het hoofd te kunnen bieden. Samenwerking moet daarbij breed worden ingezet. Dus niet alleen op brandweerzorg maar ook op crisisbeheersing (inclusief bevolkingszorg en GHOR), informatievoorziening en bedrijfsvoering. De basis is dat de 25 autonome veiligheidsregio’s meer gaan samenwerken binnen het stelsel van verlengd lokaal bestuur. Samenwerking komt alleen tot stand als er een duidelijk gezamenlijk belang is voor alle regio’s. Dat gezamenlijke belang kan voortkomen uit een operationele noodzaak en het waarborgen van continuïteit, maar ook uit praktische overwegingen zoals kostenbesparing of het creëren van

Het Veiligheidsberaad heeft op 27 juni 2025 de samenwerkingsagenda van de 25 veiligheidsregio’s vastgesteld. Hierin staan de volgende samenwerkingsthema’s beschreven, waarvan een aantal aansluit op in voorbereiding zijnde wetgeving: 1. vormgeven en borgen van een goed werkend onderwijsstelsel; 2. versterken landelijke advisering brandveiligheid en risicobeheersing; 3. regionaal bestuurde paraatheid, bovenregionaal bestuurde slagkracht; 4. informatiegestuurde inzet brandweereenheden; 5. landelijke operationele samenwerkingsstructuur; 6. versterken van de weerbare samenleving; 7. doorontwikkelen en professionaliseren Bevolkingszorg; 8. integreren bestaande en nieuwe initiatieven op het gebied van Informatievoorziening; 9. toekomstbestendig werkgeverschap; 10. gezamenlijke methodiek presterend vermogen. De thema’s in de samenwerkingsagenda moeten leiden tot meer gezamenlijke inzet van de veiligheidsregio’s om de complexe en langdurige crises van de toekomst het hoofd te kunnen bieden. De veiligheidsregio neemt in haar regionale beleidsontwikkeling de landelijke doelstellingen uit de samenwerkingsagenda mee.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

14

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? •

•

Leveren van een inhoudelijke en personele bijdrage aan de uitvoering van de samenwerkingsthema’s via landelijke vakraden en netwerken op het gebied van brandweerzorg, risico- en crisisbeheersing en bedrijfsvoering. Het koppelen van VRGZ-beleidsontwikkeling aan de landelijke ontwikkelingen en landelijke beleidsprogramma’s.

De toekomst van civiel-militaire samenwerking Veiligheidsregio’s en Defensie werken al jarenlang constructief samen. Defensie is op regionaal niveau aangesloten op alle veiligheidsregio’s. Bij rampen en crises kunnen veiligheidsregio’s (en andere civiele autoriteiten) Defensie om bijstand vragen. Deze ondersteuningstaak is vastgelegd als de derde hoofdtaak van Defensie. Zo kunnen veiligheidsregio’s bijvoorbeeld bijstandsverzoeken doen voor de inzet van blushelikopters bij grote natuurbranden of voor hulp bij evacuatie van mensen. In 2025 heeft de Algemene Rekenkamer een rapport uitgebracht over de wijze waarop Defensie haar derde hoofdtaak invult. Defensie moet met het oog op de toekomst keuzes maken voor civiel-militaire samenwerking omdat de eerste hoofdtaak (beschermen en verdedigen van het Nederlandse en NAVO-grondgebied) de derde hoofdtaak kan verdringen. Er zal dan bij een mogelijke schaarste aan Defensie-capaciteiten een sterker beroep worden gedaan op de bredere samenleving om Defensie te ondersteunen, waaronder veiligheidsregio’s en gemeenten.

Het Veiligheidsberaad is in gesprek met de Minister van Defensie om duidelijke afspraken te maken over wat Defensie en veiligheidsregio’s van elkaar nodig hebben en kunnen verwachten. Daarbij zijn verschillende vraagstukken benoemd die de komende jaren verder moeten worden uitgewerkt. Het gaat onder meer om: • welke capaciteiten veiligheidsregio’s in de toekomst nog mogen verwachten van Defensie, bijvoorbeeld blushelikopters of inzet van genisten; • de impact van Host Nation Support, waarbij NAVO-troepen door Nederland bewegen en veiligheidsregio’s een rol kunnen krijgen in logistiek, informatievoorziening en ondersteuning; • gezamenlijke personeelsschaarste, waarbij zowel Defensie als veiligheidsregio’s tekortkomen en deels uit dezelfde arbeidsmarkt putten. Dit vraagt om afspraken over combinatiefuncties, reservisten en mogelijke verdringingseffecten. Wat gaan we hiervoor doen in 2027? • • • •

Monitoren van de landelijke ontwikkelingen via ambtelijke en bestuurlijke overlegstructuren. Inzicht krijgen in regionale afhankelijkheid van defensie capaciteiten. Landelijke impactanalyse grootschalige NAVO-verplaatsingen vertalen naar een regionale impactanalyse. Samen met Defensie oefenen van ketenprocessen.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

15

Doorontwikkeling Meldkamer Oost Nederland Sinds 21 maart 2023 werken de vijf veiligheidsregio in Gelderland en Overijssel samen in één Meldkamer Oost Nederland (MKON). Deze meldkamer is de grootste van Nederland en is er voor 3,3 miljoen inwoners in 76 gemeenten. De meldkamerfunctie bestaat uit het ontvangen, registreren en beoordelen van meldingen waarbij gevraagd wordt om acute inzet, het bieden van een adequaat hulpaanbod en het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten. De samenleving verandert en daarmee ook de meldkamerfuncties van de veiligheidsregio’s. Om nu en in de toekomst burgers in nood sneller en efficiënter te helpen en de hulpdiensten beter te faciliteren bij de hulpverlening en bestrijding van crisis en rampen moeten de meldkamers toekomstbestendig en goed voorbereid op hun taken zijn. Technologische ontwikkelingen in zowel het melden (sensoren, beelden, enz.) als in de meldingaanname en -uitgifte bieden kansen, maar ook bedreigingen. In het afgelopen jaar is de continuïteit van de landelijke meldkamerorganisatie herhaaldelijk onder druk komen te staan door diverse technische storingen. Deze incidenten hebben geleid tot tijdelijke beperkingen in de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de meldkamerfunctionaliteit.

Hoewel er geen gevolgen zijn geweest voor de incidentbestrijding, is duidelijk dat versterking van de robuustheid en betrouwbaarheid noodzakelijk is. In overleg met het bestuur en de directies van de vijf veiligheidsregio’s en in afstemming met de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS), wordt in 2026 gewerkt aan een tweede tussenevaluatie en eindevaluatie MKON. Voor alle evaluaties vormt het “Organisatie- en formatieplan Meldkamer Brandweer en Multidisciplinaire Samenwerking” het primaire

toetsingskader. Daarnaast wordt in 2026 gewerkt aan een toekomstperspectief met een scope van 10 jaar voor MKON. De in dit plan opgenomen beleidsvoornemens zullen vertaald worden naar een uitvoeringsprogramma voor 2027 waarin activiteiten staan opgenomen die per jaar plaatsvinden in het kader van het toekomstperspectief. Wat gaan we hiervoor doen in 2027? •

•

Intensiveren van samenwerking en afstemming binnen de Meldkamer Oost Nederland en de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) om storingsgevoeligheid te verminderen. Leveren van een personele en financiële bijdrage aan het uitvoeringsprogramma van de MKON.

Ontvlechting samenwerking bedrijfsvoering VRGZ & GGD GZ Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) en GGD Gelderland-Zuid (GGD GZ) kennen sinds 1 juli 2013 een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van ondersteunende diensten (bedrijfsvoering). VRGZ treedt daarbij op als formeel werkgever voor het personeel. Verrekening van de kosten vindt plaats via verdeelsleutels per organisatieonderdeel en onder het fiscaal construct ‘kosten voor gemene rekening (KGR)’. Toepassing van de KGR houdt concreet in dat er voor de afgesproken verdeelsleutels geen btwverrekening hoeft plaats te vinden. In 2024/2025 heeft onderzoek plaatsgevonden naar de dienstverlening en samenwerking tussen VRGZ en GGD GZ op het gebied van bedrijfsvoering. Doel van het onderzoek was om te evalueren of de huidige samenwerkingsvorm nog aansluit bij de ambities en de bestuurlijke en maatschappelijke opgaven van beide organisaties.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

16

Dit onderzoek was noodzakelijk gezien: •

•

•

het definitieve besluit nog niet is genomen, zijn vooralsnog geen financiële consequenties in de ontwerpbegroting 2027 opgenomen.

toenemende vraag aan dienstverlening; door een toenemende vraag vanuit GGD GZ is een scheefgroei ontstaan in de verdeelsleutels, waardoor GGD GZ nu niet evenredig betaalt aan de afgenomen diensten en VRGZ daarom de kosten voor diensten van GGD GZ op zich neemt. landelijke ontwikkelingen; GGD GZ en VRGZ ontwikkelen ‘van elkaar af’ in plaats van ‘naar elkaar toe’. Landelijk en bovenregionaal wordt steeds meer samengewerkt tussen GGD-en enerzijds en veiligheidsregio’s anderzijds. Daardoor komt de gezamenlijke bedrijfsvoering steeds meer in een spagaat terecht. verschillende culturen en kernwaarden; GGD GZ en VRGZ hebben verschillende primaire processen en kernwaarden waardoor de identiteit van beide organisaties verschilt. Dit leidt tot een andere behoefte voor wat betreft bedrijfsvoering en ook andere verwachtingen.

In het kader van het onderzoek zijn in 2025 verschillende scenario’s verkend en met het bestuur van GGD GZ en VRGZ besproken. Op basis van het onderzoek is gebleken dat de meest robuuste oplossing op de lange termijn de inrichting van een volledig eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor zowel VRGZ als GGD GZ is. Voor een nadere toelichting zie de raadsinformatiebrief van februari 2026. Op basis van (richtinggevende) bestuurlijke besluitvorming in december 2025 en april 2026 zijn in 2026 de eerste stappen gezet voor de ontvlechting van de gezamenlijke bedrijfsvoeringsorganisatie en de inrichting van een eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor VRGZ. Aangezien

Wat gaan we hiervoor doen in 2027 (na definitieve bestuurlijke besluitvorming in 2026)? • •

Gefaseerd uitvoering geven aan een zorgvuldige ontvlechting van de gezamenlijke bedrijfsvoeringsorganisatie GGD GZ – VRGZ. Inrichten en borgen van een robuuste bedrijfsvoeringsorganisatie voor VRGZ.

2.5 Financieel kader De begroting 2027 is incidenteel niet sluitend. Omdat ten tijde van het vaststellen van het indexpercentage 2027 in het najaar van 2025 de cao loonstijging nog niet bekend was, kon deze niet meegenomen worden in de index voor 2027. Dat betekent dat pas in 2028 dit effect meegenomen wordt via de indexering (zie ook paragraaf 2.5.3). Dit leidt in 2027 tot een negatief resultaat van € 1.548.000,- wat conform systematiek uit de algemene reserve gedekt moet worden.

Kostenverdeelsystematiek De kosten die gerelateerd zijn aan de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid worden deels gefinancierd met een bijdrage door de Rijksoverheid (BDuR) en deels worden deze kosten gedragen door gemeenten in de veiligheidsregio. Deze kosten (gemeentelijke bijdrage) worden volgens een bepaalde systematiek (verdeelsleutel) verdeeld over de gemeenten.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

17

In juli 2025 heeft het Algemeen Bestuur besloten om: 1. de verdeling van de gemeentelijke bijdragen vanaf 2027 volledig te baseren op basis van het gemeentefonds (subcluster crisisbeheersing en brandweer)2; 2. als ingroeimodel te kiezen voor een niet-lineaire ingroeiperiode van 5 jaar, die ingaat in 2027. In paragraaf 8.1 is de gemeentelijke bijdrage uitgewerkt inclusief de ingroeibijdrage per gemeente. Financiële uitzettingen worden met ingang van 2027 conform de nieuwe verdeelsystematiek verwerkt. De ingroeibijdrage wijzigt niet ten opzichte van vaststelling.

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

Tegelijkertijd heeft het Rijk in de Voorjaarsnota 2025 middelen beschikbaar gesteld, bestaande uit twee componenten. Voor de versterking van de weerbaarheid en de ontwikkeling van een landelijk netwerk van coördinatie- en noodsteunpunten worden vanaf 2027 structureel middelen beschikbaar gesteld: € 35 miljoen in 2027 en 2028, € 36 miljoen in 2029 en € 37 miljoen vanaf 2030. Deze middelen worden via de BDuR uitgekeerd aan de veiligheidsregio’s. Nadere afspraken over de te hanteren verdeelsleutel zijn nodig. Gezien de onzekerheid over deze bedragen zijn nog geen opbrengsten (en kosten) verwerkt in de financiële begroting van 2027 en verder. Uiterlijk 1 oktober 2026 zullen het ministerie van JenV, de VNG en het Veiligheidsberaad afspraken maken over de definitieve inzet en de verdeling van de financiële middelen voor 2027.

Zoals in eerdere beleidsstukken is aangegeven, is de korting van 10% op de BDuR door het Rijk in de Voorjaarsnota 2025 ongewijzigd en daarmee definitief vanaf 2026. Voor VRGZ betekent dit een korting op de Rijksbijdrage van € 1.032.000,- per jaar. Op moment van schrijven is het voor 2027 en verder echter nog altijd onzeker of het Rijk deze korting structureel handhaaft of terugdraait. Het Veiligheidsberaad heeft nadrukkelijk uitgesproken dat de korting op de BDuR gezien de maatschappelijke opgaven onacceptabel is en teruggedraaid moet worden. Het Veiligheidsberaad blijft richting de minister van JenV inzetten op het volledig ongedaan maken van de 10% korting op de BDuR.

Daarnaast wordt voor de versterking van de veiligheidsregio’s op het gebied van weerbaarheid structureel € 25 miljoen beschikbaar gesteld via de BDuR. Deze bijdrage is ook ter beschikking gesteld om te borgen dat veiligheidsregio’s zowel deze taken als al hun kerntaken zo goed mogelijk kunnen blijven uitvoeren.

2

maatstaven zoals het aantal inwoners, woningen en bebouwingsdichtheid. Deze maatstaven worden jaarlijks geactualiseerd en beïnvloeden de bedragen die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen voor crisisbeheersing en brandweer.

De taken in het Gemeentefonds, subcluster Crisisbeheersing en Brandweer vallen vrijwel volledig samen met de taken die wettelijk bij de veiligheidsregio zijn belegd. De middelen groeien indirect mee wanneer een gemeente groeit, omdat de verdeling is gebaseerd op

Op basis van een schatting is een bedrag van € 900.000,- aan opbrengsten verwerkt in de begroting 2027 en verder. Hiermee wordt de korting van 10% op de BDuR grotendeels gecompenseerd en zijn bezuinigingen afgewend. Tegelijkertijd resteert een tekort van €130.000,-, dat wordt opgevangen door een positief effect uit de BDuR indexatie.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

18

Materiële kosten

Indexering en prijsstijgingen De hieronder beschreven kaders leiden tot een stijging van de gemeentelijke bijdrage met € 2.718.000,-. Dit bedrag is exclusief de financiële impact van de IV‑strategie. Op basis van de vastgestelde financiële spelregels kunnen drie typen begrotingsuitzettingen in aanmerking komen voor een aanvullende gemeentelijke bijdrage. 1. Nieuwe beleidsvoorstellen Voorstellen die voortkomen uit de uitwerking van de meerjarenstrategie of beleidsontwikkelingen binnen gemeenten. 2. Buitengewone prijsstijgingen Prijsontwikkelingen waarop de VRGZ geen invloed kan uitoefenen en die niet kunnen worden opgevangen binnen de reguliere indexering. 3. Autonome ontwikkelingen Kostenstijgingen die voortvloeien uit bestaand beleid en evenmin door de VRGZ beïnvloedbaar zijn, zoals nieuwe wet- en regelgeving of uitbreidingen als gevolg van groei van het inwoneraantal in de regio. De categorie ‘buitengewone prijsstijgingen’ heeft daarbij een belangrijke functie: het werkt corrigerend op kostenontwikkelingen die niet binnen de reguliere indexering kunnen worden opgevangen én het dempt de ontstane scheefgroei als gevolg van een gebrek aan nacalculatie in de indexering van de materiële kosten. Verwachten dat van deze bepaling geen gebruik wordt gemaakt, past niet binnen de systematiek zoals die is vastgesteld.

VRGZ werkt voor de indexering met de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN). Een systematiek die door meerdere gemeenschappelijke regelingen (GR’s) gehanteerd wordt en voor heel Gelderland-Zuid geldt. Gemeenten geven aan dat kostenstijgingen binnen de reguliere indexering moeten worden opgevangen. Wanneer de daadwerkelijke materiële inflatie hoger is dan de index die vooraf gebruikt is om de BRN te bepalen, is dit in de praktijk niet haalbaar. Materiële kosten worden namelijk niet meegenomen in de nacalculatie binnen de index. Wanneer de werkelijke inflatie afwijkt van de gehanteerde indexering, leidt dit tot structurele scheefgroei. Sinds 2021 heeft VRGZ in totaal ruim € 2 miljoen aan materiële kosten intern opgevangen. In alle onderdelen van de organisatie nemen de kosten substantieel toe, met prijsstijgingen van 17% tot 120% in de afgelopen vier jaar. VRGZ is niet langer in staat deze in de afgelopen jaren cumulatief opgebouwde prijsstijgingen binnen de bestaande middelen op te vangen. Een aanvullend knelpunt is dat diverse grote kostenposten onder de materiële index vallen, terwijl deze in de praktijk worden geconfronteerd met een personele index (zoals schoonmaak en groenonderhoud). Hierdoor stijgen deze kosten met 16% in twee jaar, terwijl de gemeentelijke bijdrage voor 2026 en 2027 slechts rekening houdt met een stijging van 5,1%.

Personele kosten Binnen de huidige indexeringssystematiek worden de cao‑ontwikkelingen meegenomen in de nacalculatie (zie ook paragraaf 8.5 Financiële spelregels). De CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s kende een looptijd tot 1 augustus 2025. De nieuwe cao‑onderhandelingen hebben echter een dusdanig lange doorlooptijd gehad dat de uiteindelijk overeengekomen

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

19

loonstijging niet tijdig beschikbaar was voor de vaststelling van de BRNindex voor de gemeentelijke bijdrage. Hierdoor valt de index relatief laag uit (1,05%), terwijl de werkelijke lasten aanzienlijk hoger liggen. Dit leidt in 2027 tot een incidenteel financieel tekort van € 1.548.000,- dat gefinancierd wordt uit de algemene reserve. Het structurele element komt terug in de nieuwe index voor 2028, waarin een ophoging plaatsvindt voor een eerder tekort op de personele index. Hiermee wordt het structurele probleem opgelost, maar moet VRGZ nog steeds een eenmalig verschil, dat voor 2027 hoog uitvalt, zelf opvangen vanuit de algemene reserve. Deze systematiek resulteert in een lage stand van de algemene reserve eind 2027, waardoor het weerstandsvermogen verder verzwakt. Door het beperkte weerstandsvermogen moeten gemeenten in de eigen rapportage over het weerstandsvermogen een risico opnemen voor VRGZ, voor zover deze risico’s de omvang van de algemene reserve overschrijden.

opleidingen kan de paraatheid en vakbekwaamheid van een brandweerpost negatief beïnvloeden. De grens om dit op te kunnen vangen binnen de bestaande middelen is nu echter meer dan bereikt. Door stijgende prijzen, autonome ontwikkelingen en toenemende maatschappelijke opgaven enerzijds en een indexatiemethodiek die hier geen rekening mee houdt anderzijds, vertoont ook het meerjarenperspectief een structurele kostenstijging. Conform besluit AB d.d. 4 juli 2024 wordt de benodigde bijdrage voor het MJOP vanaf 2028 grotendeels opgenomen in de gemeentelijke bijdrage. Daarnaast is de jaarlijkse cumulatieve bijdrage van € 410.000,- voor de uitvoering van het huisvestingsplan toegevoegd (conform besluit AB d.d. april 2025). Verder nemen de kapitaallasten voor het materieel naar verwachting verder toe met € 500.000,- in 2028, 2029 en 2030. Onzekerheden We zijn ons ervan bewust dat ontwikkelingen zo snel gaan dat deze begroting geen antwoord geeft op álle financiële uitdagingen van de toekomst.

Meerjarenperspectief In 2027 staat VRGZ en dus onze gemeenten voor aanzienlijke financiële opgaven. De organisatie is uitermate efficiënt ingericht, diverse financiële uitzettingen zijn afgelopen jaren zelfstandig opgevangen en daarbij zijn steeds weloverwogen keuzes gemaakt. Opleidingen zijn anders ingericht of uitgesteld met risico's van dien, en waar mogelijk is de technische levensduur van kapitaalgoederen verlengd. Zo hebben we bijvoorbeeld bewust langer doorgereden met dienst- en piketvoertuigen. Hierdoor zijn structurele tekorten in de afgelopen jaren onzichtbaar gebleven voor onze gemeenten. Maar hier zitten ook risico’s aan. Levensduur verlengen kan op termijn leiden tot hogere onderhoudskosten en het uitstellen van

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

20

Onderwerpen die nu nog gepaard gaan met onzekerheden zijn: • • •

• • •

nadere uitwerking programma weerbaarheid in het licht van de steeds veranderde geo-politieke situatie; ontvlechting GGD-VRGZ; veilig repressief optreden en goed werkgeverschap: toepassing van vereiste automatisering en inzet van nieuw materieel passend bij nieuwe uitdagingen; paraatheid en slagkracht bij natuurbranden; bluswatervoorziening; consequenties in het kader van duurzame inzetbaarheid en de RVU-regeling (Regeling Vervroegde Uittreding).

De ontwikkelingen worden nadrukkelijk gevolgd en waar aan de orde zullen wij hierover rapporteren in de tussentijdse rapportage en kaderbrief 2028.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

21

3 Een sterk netwerk

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

22

verdiepen en verbreden van bestaande partnerschappen en het benutten van kennis en capaciteit van publieke, private en maatschappelijke partijen.

3 Een sterk netwerk 3.1 Inleiding De opgaven waarvoor Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en de gemeenten staan, worden steeds complexer. Crises zijn vaker grootschalig, langdurig en grensoverschrijdend en raken vrijwel alle onderdelen van de samenleving. De uitdaging om weerbaar en veerkrachtig te zijn tegen dit type crises is groot en vraagt om een andere manier van werken: niet vanuit afzonderlijke organisaties maar vanuit een sterk en samenhangend netwerk. VRGZ vervult hierin een verbindende en faciliterende rol. Vanuit ieders eigen wettelijke verantwoordelijkheid en expertise werken partners samen als het gaat om hulpverlening bij incidenten en het beheersen van rampen en crises. Onze aandacht is gericht op fysieke veiligheid in alle fases van de veiligheidsketen: van voorkomen tot nazorg. De afgelopen jaren is zichtbaar geworden dat veiligheidsregio’s, gemeenten, bedrijven, vrijwilligers, verenigingen en maatschappelijke instellingen actief aan de slag zijn gegaan met de vraag hoe Nederland zich beter kan voorbereiden op grootschalige en langdurige crises. Deze ontwikkeling onderstreept het belang van nauwe samenwerking, heldere rolverdeling en wederzijds vertrouwen. Het blijft daarbij essentieel dat VRGZ en gemeenten samen optrekken en alle lagen van de samenleving activeren.

Alleen door krachten te bundelen kan effectief worden ingespeeld op risico’s die zich niet beperken tot één organisatie, domein of bestuurslaag.

De middelen die hiervoor worden ingezet dragen bij aan een robuuste netwerkorganisatie die in staat is om in zowel de voorbereiding als tijdens crises snel te schakelen, informatie te delen en gezamenlijk op te treden.

3.2 Programma netwerkmanagement Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft zich de afgelopen jaren doorontwikkeld als de samenwerkings- en netwerkpartner op het gebied van met name fysieke veiligheid. De afgelopen jaren is gebleken dat de schaalgrootte van de veiligheidsregio een goed platform is om crises en andere vraagstukken die de veiligheid in de regio raken, samen met het netwerk aan te pakken. De veiligheidsregio treedt hierbij op als verbinder of regisseur en brengt kennis, ervaring, capaciteit van netwerkpartners en (maatschappelijke) partijen bij elkaar. VRGZ investeert in 2027 in het verder versterken en verduurzamen van ons netwerk van gemeenten, vitale en maatschappelijke partners, binnen en buiten de regio. Door een actieve regierol en risicogerichte samenwerking draagt VRGZ bij aan het voorkomen van incidenten, het beperken van de gevolgen daarvan en een effectieve gezamenlijke aanpak bij rampen en crises.

In deze begroting staat het verder versterken van het netwerk centraal. Dat betekent investeren in regionale en bovenregionale samenwerking, het

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

23

Wat willen we bereiken? •

Een goed functionerend en samenhangend netwerk van gemeenten en netwerkpartners.

•

•

Betere risicobewustwording en gezamenlijke voorbereiding op grootschalige, langdurige en grensoverschrijdende crises. Snellere en effectievere samenwerking en besluitvorming bij incidenten, rampen en crises. Vergroting van de regionale weerbaarheid en slagkracht.

•

• •

• Wat gaan we hiervoor doen in 2027? •

•

•

Het verder uitbouwen, versterken en onderhouden van het bestaande netwerk door het voeren van (account)gesprekken en het actualiseren en monitoren van samenwerkingsafspraken, passend bij het in 2026 geactualiseerde Regionaal Risicoprofiel (RRP. Het ondersteunen en faciliteren van kennisdeling met partners, mede door risico’s inzichtelijk te maken via risicogerichte advisering of op basis van domeingerichte netwerkanalyses3. Kennisdeling wordt gefaciliteerd via onder meer jaarlijkse netwerken accounthouderbijeenkomsten. Gemeenten en andere netwerkpartners betrekken bij de crisisvoorbereiding door actualisatie van (boven)regionale planvorming4, gezamenlijke oefeningen en gezamenlijke evaluaties

3 Op basis van het Regionaal Risicoprofiel, het Zorgrisicoprofiel of dynamische risico- en

•

•

ter bevordering van vakbekwaamheid en samenwerking binnen het netwerk. Integratie van burgerhulpverlening in de planvorming en crisisprocessen waar dat passend is. Risicocommunicatie en bewustwording integreren in bestaande communicatie- en contactmomenten vanuit VRGZ en voorlichting verbreden in scope van ‘brand’ naar alle relevante risico’s. Daarnaast sluit VRGZ aan, bij, en ondersteunt zij landelijke (risico)communicatiecampagnes. Verankeren van netwerkmanagement binnen de organisatie door de inzet van accounthouders vanuit verschillende sectoren, verdere professionalisering van netwerkanalyses (gekoppeld aan het Regionaal Risicoprofiel en het Zorgrisicoprofiel) en deelname aan het landelijke platform Netwerkmanagement. Meegaan in de beweging van regelgerichte advisering naar risicogerichte advisering. In samenwerking met gemeenten en omgevingsdiensten wordt gewerkt aan een uitbreiding van het basistakenpakket richting risicogerichte advisering. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en vastgoedprojecten van VRGZ krijgt samenwerking tussen verschillende netwerkpartners en de fysieke doorvertaling in een gebouw nadrukkelijk de aandacht.

4 Op basis van een vernieuwd Regionaal Risicoprofiel en Zorgrisicoprofiel.

netwerkanalyses.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

24

•

3.3 Programma GHOR De GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) coördineert en leidt de geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises en adviseert over risicobeheersing. De GHOR vormt een cruciale schakel tussen gezondheidszorg, veiligheid en openbaar bestuur. Ook voor de GHOR speelt het vraagstuk hoe we ons voorbereiden op grootschalige en langdurige crises op bovenregionaal of landelijk niveau. De verantwoordelijkheden in de crisisbeheersing in de witte keten zijn versnipperd georganiseerd en zijn niet voor iedereen duidelijk. Dit kan leiden tot verminderde slagkracht tijdens een ramp of crises. Ook zijn de voorbereidingen met name gericht op flitsrampen en zijn er geen duidelijke afspraken over bovenregionale of landelijke aanpak tijdens een crisis in de gezondheidszorg. Een sterk netwerk helpt om dit te verbeteren. Wat willen we bereiken? •

Samen met de crisispartners bereid de GHOR zich voor op een grootschalige of langdurige crisis op bovenregionaal of landelijk niveau. Dit vraagt om duidelijke samenwerkingsafspraken en taakomschrijvingen van de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) en GHOR.

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? •

Het verder uitbouwen, versterken en monitoren van het bestaande zorgnetwerk, bijvoorbeeld door het actualiseren van samenwerkingsafspraken passend bij het Zorgrisicoprofiel.

•

De GHOR werkt aan het bevorderen van zorgcontinuïteit tijdens rampen en crisis. De GHOR brengt voor de zorgsector structuur in de grote hoeveelheid landelijke en regionale initiatieven om de weerbaarheid en veerkracht te vergroten. Bijdragen aan de landelijke ontwikkeling om te komen tot een landelijke crisisorganisatie voor een weerbare opschaalbare gezondheidszorg.

3.4 Programma Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie Gemeenten hebben als openbaar bestuur een algemene zorgplicht voor hun inwoners en vervullen daarmee een belangrijke rol in de crisisbeheersing. Binnen de regio Gelderland-Zuid zijn onze 14 gemeenten vanaf het eerste moment uitvoerend betrokken bij incidenten, rampen en crises. Gemeentelijke crisisbeheersing omvat alle opgeschaalde werkzaamheden van een gemeente bij een incident, ramp of crisis. Het deel van deze werkzaamheden dat is georganiseerd binnen de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing vindt plaats onder de noemer Bevolkingszorg en/of Crisiscommunicatie, zoals vastgelegd in het Besluit veiligheidsregio’s. Evaluaties, systeemtesten en Rode Draden-analyses laten zien dat de inrichting en werking van deze kolommen onder druk staat, onder meer door toenemende complexiteit van crises, beperkte beschikbaarheid van gemeentelijke functionarissen en verschillen in organisatie en werkwijze tussen gemeenten. Tegen deze achtergrond heeft het bestuur in december 2025 opdracht gegeven om de doorontwikkeling van bevolkingszorg en

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

25

crisiscommunicatie te verkennen en passende maatregelen uit te werken. De resultaten van deze verkenning worden in het najaar van 2026 ter bespreking en besluitvorming voorgelegd aan het bestuur.

•

Wat willen we bereiken?

•

•

Versterking van de regionale samenwerking tussen gemeenten en veiligheidsregio, mede op basis van verwachte ontwikkelingen in wet- en regelgeving5.

•

Effectieve, goed afgestemde en toekomstbestendige bevolkingszorg en crisiscommunicatie, met duidelijke afspraken over inzet, bereikbaarheid, beschikbaarheid en vakbekwaamheid van gemeentelijke crisisfunctionarissen. Versterken van de crisisvoorbereiding ten aanzien van nafase en herstel, door betere voorbereiding op de overdracht van werkzaamheden van de crisisorganisatie naar de reguliere (gemeentelijke) organisatie.

•

op basis van de uitkomsten van het project ‘Doorontwikkeling bevolkingszorg en crisiscommunicatie’. Opstellen en uitvoeren van een jaarplan vakbekwaamheid gemeentelijke crisisfunctionarissen. Versterken van de voorbereiding op de nafase van zowel kleinschalige als grootschalige incidenten en crises, onder meer door (het voorbereiden van) het invoeren van een regionale werkwijze en bijbehorende formats.

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? •

•

In samenwerking met andere veiligheidsregio’s bijdragen aan de professionalisering en landelijke uniformiteit van bevolkingszorg (in lijn met het programma ‘Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg’ (UKB)). Samen met gemeenten werken aan een uniforme regionale inrichting en werkwijze voor bevolkingszorg en crisiscommunicatie,

5 In de tweede tranche van wijzigingen Wet veiligheidsregio’s krijgt de veiligheidsregio de

regierol over bevolkingszorg (incl. crisiscommunicatie), onder verantwoordelijkheid van het Algemeen Bestuur.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

26

4 Robuust en wendbaar

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

27

•

4 Robuust en wendbaar

•

4.1 Inleiding Veiligheid vraagt om aanpassingsvermogen in een voortdurend veranderende wereld. Dat betekent dat ambulancezorg, brandweerzorg, risico- en crisisbeheersing - inclusief bevolkingszorg en de GHOR - niet alleen paraat moeten zijn bij lokale en kortdurende incidenten, maar ook betrouwbaar toegerust moeten zijn om grootschalige en langdurige crises het hoofd te kunnen bieden, zodat de basisvoorzieningen altijd blijven functioneren (robuust). Veiligheidsregio’s werken daarom steeds intensiever samen op bovenregionaal en landelijk niveau en verlenen elkaar bijstand wanneer nodig. Een structurele aanpak voor bovenregionale risico’s is daarbij cruciaal. We streven naar een wendbare organisatie die – ongeacht de aard of omvang van een ramp of crisis – snel en effectief kan meebewegen met veranderingen binnen én buiten de regio. Dat vraagt onder andere om: • • • • •

een robuust en wendbaar brandweer- en ambulancestelsel; een krachtige keten risico- en crisisbeheersing; een sterk netwerk met partners binnen en buiten de regio (zie ook hoofdstuk 3); risicogericht werken om incidenten te voorkomen, in samenhang met ontwikkelingen als klimaatadaptatie en energietransitie; bovenregionale en landelijke samenwerking (incl. civiel-militair), zodat de slagkracht bij grootschalig optreden toeneemt, ook als Defensiecapaciteit tijdelijk wegvalt;

geborgde eigen bedrijfscontinuïteit (onder andere 96 uur kunnen doordraaien bij ontwrichtende situaties); toekomstbestendig vastgoed en sterk werkgeverschap.

4.2 Robuust en wendbaar brandweer- en ambulancestelsel VRGZ moet weerbaar zijn tegen grootschalige en langdurige rampen en crises, zodat met slagkracht kan worden opgetreden wanneer dat nodig is. Dit vergt een robuust en wendbaar brandweer- en ambulancestelsel dat blijft functioneren onder soms moeilijke omstandigheden. VRGZ gaat mee in de landelijke ontwikkeling waar ingezet wordt op bovenregionale en landelijke samenwerking om grootschalig optreden te versterken en slagkracht te vergroten. Voor sommige taken zijn veiligheidsregio’s afhankelijk van militaire ondersteuning, zoals bij grootschalige natuurbranden of overstromingen. Tijdens (de preparatie op) een NAVO-inzet kan die bijstand wegvallen, waardoor de binnenlandse crisisrespons kwetsbaar wordt. Daarom willen we ook de civiel-militaire samenwerking versterken, met als doel beter inzicht te krijgen in mensen en middelen die nodig zijn om - bij het wegvallen van Defensiecapaciteit te blijven voorzien in regionale veiligheidsbehoeften. VRGZ monitort continu welke landelijke ontwikkelingen er zijn op het gebied van incidentbestrijding. Een speerpunt van de afgelopen jaren is daarbij geweest het implementeren van de basisprincipes van brandbestrijding. Landelijk is er nu ook een nieuwe visie op hulpverlening vast gesteld.

Samen met partners is gekeken waar het brandweeroptreden in relatie tot zorg voor slachtoffers kan worden verbeterd. Het

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

28

implementeren van deze visie vormt één van onze speerpunten binnen de brandweer. Om de beschikbaarheid en bereikbaarheid van bluswater ook in de toekomst te borgen, wordt het regionaal bluswaterbeleid in 2026 herzien. Door ontwikkelingen zoals verdichting van de leefomgeving en nieuwe risico’s zijn alternatieve oplossingen voor bluswatervoorzieningen nodig. Op basis van het door het bestuur vastgestelde beleid wordt in 2026 een impactanalyse uitgevoerd, waarna implementatie volgt in 2027. Wat willen we bereiken? • • • • • • •

•

Wat gaan we hiervoor doen in 2027? •

•

•

Bovenregionale en landelijke slagkracht met een flexibel en adaptief ambulance- en brandweerstelsel. Civiel-militaire samenwerking die zicht geeft op capaciteit en alternatieven als Defensie tijdelijk wegvalt. De landelijke Visie op Hulpverlening volledig geïmplementeerd. De organisatie bereikt de beheersfase waarin kennis en vaardigheden structureel worden onderhouden. Er zijn heldere afspraken gemaakt met buurregio’s over het leveren van bijstand. De implementatie van het vernieuwde bluswaterbeleid is in 2027 afgerond. Op basis van het bluswaterbeleid wordt duidelijk welke aanpassingen gemeenten en VRGZ moeten doorvoeren in hun bedrijfsvoering. Alle betrokken partijen weten hoe we de beschikbaarheid en bereikbaarheid van voldoende bluswater realiseren.

•

•

In samenwerking met andere veiligheidsregio’s bijdragen aan het versterken van de bovenregionale samenwerking en de slagkracht bij grootschalige rampen en crises, door toe te werken naar een flexibel en adaptief brandweerstelsel (in lijn met het landelijke programma ‘Toekomstbestendige Brandweerzorg’). De ambulancezorg zorgt ervoor dat zij is voorbereid en toegerust op langdurige en grootschalige crises. Dit geldt voor zowel de interne bedrijfsvoering alsook op de integraliteit met de veiligheidsregio. In samenwerking met andere veiligheidsregio’s bijdragen aan het vormgeven van een operationele samenwerkingsstructuur om bovenregionale of landelijke sturing bij grootschalige of langdurige crises te organiseren. Versterken van civiel-militaire samenwerking voor inzicht in benodigde mensen en middelen en scenario’s bij (tijdelijk) wegvallen van Defensiecapaciteit. Het projectteam bluswater bereidt in 2026 de impactanalyse en implementatie van het nieuwe bluswaterbeleid voor.

4.3 Risicogericht werken en risicobeheersing Risicogericht werken betekent dat je de focus legt op risico’s die ertoe doen en deze risico’s op een adequate wijze beïnvloedt. Dat beperkt zich niet tot het toepassen van regels maar vraagt ook om het scherp in beeld brengen en afwegen van risico’s op basis van heldere doelstellingen.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

29

In 2026 wordt het Regionaal Risicoprofiel herzien op basis van de nieuwe landelijke Handleiding Regionale Risico-inventarisatie en -analyse, visiedocumenten en wetenschappelijke en operationele inzichten. Door gezamenlijk scenario’s te doorleven, worden risico’s opnieuw beoordeeld. Conclusies uit deze beoordeling leiden tot een heroverweging van beleid, operationele maatregelen en/of accepteren van het restrisico. De gevolgen van klimaatadaptatie, de energietransitie (waaronder meer thuisbatterijen) en het vaker voorkomen van natuurbranden vragen om continue doorontwikkeling van risicogericht werken en afstemming met partners. Wat willen we bereiken? • • •

• • •

Incidenten, rampen en crises zoveel mogelijk voorkómen door risicogericht te werken. Op de hoogte zijn van risico’s die samenhangen met onze wettelijke taak en maatschappelijke opgave. Kennis- en risicobewustzijn vergroten over de potentiële gevaren bij bewoners en maatschappelijke partners zodat mensen geïnformeerde beslissingen kunnen nemen en hun gedrag kunnen aanpassen om zichzelf en anderen beter voor te bereiden op, en te beschermen, tegen rampen en crises. Een sterke advies- en kennispositie op (nieuwe) risico’s in (brand)veiligheid en de fysieke leefomgeving. Structurele, wederkerige samenwerking en informatie-uitwisseling met gemeenten, omgevingsdiensten en netwerkpartners. Een goed geprepareerde operationele organisatie op mogelijke effecten van de energietransitie, klimaatverandering en weersextremen (waaronder natuurbranden) voor het repressieve optreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17001025/1