Bijlage 4 Maatregelen voor biodiversiteit
Tekst van het document
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage III Maatregelen voor Biodiversiteit
J.D. Buizer A.A. van Helsdingen
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage III Maatregelen voor Biodiversiteit J.D. Buizer A.A. van Helsdingen
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
2
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage III Maatregelen voor Biodiversiteit Auteurs: J.D. Buizer, A.A. van Helsdingen Status uitgave: eindrapport Rapportnummer:
22-030-d
Projectnummer:
21-0134
Datum uitgave:
24 maart 2023
Projectleider:
ir. A.A. van Helsdingen
Tweede lezer:
drs. D. Emond
Naam en adres opdrachtgever:
Referentie opdrachtgever:
Gemeente West Maas en Waal Postbus 1 6658 ZG Beneden-Leeuwen Z.057503/175209
Akkoord voor uitgave:
ir. A.A. van Helsdingen
Datum akkoord:
7 maart 2023
Graag citeren als: Buizer J.D. & A.A. van Helsdingen, 2023. Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage III Maatregelen voor Biodiversiteit. Waardenburg Ecology Rapportnr. 22-030-d, Waardenburg Ecology, West Maas en Waal. Trefwoorden: Biodiversiteit, ecologische verbinding, ecologische maatregelen Waardenburg Ecology bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Waardenburg Ecology bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Waardenburg Ecology bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Waardenburg Ecology bv / Gemeente West Maas en Waal Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Waardenburg Ecology bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Waardenburg Ecology bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015.
Waardenburg Ecology bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.
Waardenburg Ecology, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@waardenburg.eco, www.waardenburg.eco
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
3
Inhoudsopgave 1
Maatregelen voor biodiversiteit
5
1.1
Inleiding
5
1.2
Maatregelen aan of in gebouwen
5
1.3
Kleinschalige maatregelen in het groen
8
1.4
Middelgrote tot grootschalige maatregelen
11
1.5
Grootschalige maatregelen voor het agrarisch gebied
19
1.6
Faunapassages
21
1.7
Ecologisch groenbeheer
24
1.8
Tijdelijke natuur
26
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
4
1 Maatregelen voor biodiversiteit 1.1
Inleiding
Deze bijlage hoort bij het Biodiversiteitsplan West Maas en Waal. In de bijlage staan maatregelen die kunnen worden toegepast om de biodiversiteit te verbeteren. Het gaat om zowel aanleg als beheer. Per maatregel staat er in welke deelgebieden de maatregel kan worden toegepast en voor welke ambassadeursoorten deze geschikt is.
1.2
Maatregelen aan of in gebouwen
Nesthulp voor vogels Past bij: gebouwen, waar geen openingen meer in de constructie aanwezig zijn. Dit ondervangen door nestkast, inbouwkast, gevelsteen, speciale dakpannen, geen vogelschroot aanbrengen, etc. Goed voor: diverse vogels, zoals huismus, gierzwaluw, huiszwaluw, steenuil. Belangrijk: er zijn diverse speciale (nest)kasten te koop. Bij nieuwbouw kunnen voorzieningen meteen worden ingebouwd. Het is belangrijk dat nestruimte niet te warm wordt. Plaats nestkasten daarom bij voorkeur tussen oost en noord. Een specialist kan advies geven over voorzieningen en positionering daarvan.
Figuur 1.1
Wit dakoverstek voor huiszwaluw.
Vleermuiskasten Past bij: gebouwen, waar geen openingen meer in de constructie aanwezig zijn. Dit ondervangen door kasten aan de gevel, inbouwkasten, gevelsteen, etc. Goed voor: gebouwbewonende vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis Belangrijk: inbouwkasten hebben de voorkeur boven buiten opgehangen kasten, omdat ze veel duurzamer zijn. Vrouwtjesvleermuizen komen in grote groepen bij elkaar om jongen te krijgen (de kraamkolonie). Hiervoor is het van belang om grote kasten te plaatsen of meerdere kasten aan elkaar te schakelen (zoals op de foto hieronder. De kasten op deze foto zijn inbouwstenen van Vivarapro. 4 van deze kasten schakelen is ook al voldoende).
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
5
Figuur 1.2
Inbouwkasten voor vleermuizen
Vleermuizen overwinteren meestal in een ander soort verblijven dan ze in de zomerperiode gebruiken. Veel soorten overwinteren in vorstvrije, vochtige ruimten, zoals kelders (bijvoorbeeld ijskelders) en oude bunkers en forten. De vrouwtjes van de gewone dwergvleermuis overwinteren vaak met veel dieren bij elkaar in grote gebouwen, zoals flatgbouwen en verzorgingshuizen. Het is mogelijk om hier ook voorzieningen voor te maken in nieuwe gebouwen, maar daar is geen standaard-oplossing voor. Een ecoloog kan samen met de architekt de mogelijkheden daarvoor onderzoeken.
Groen of bruin dak Past bij: alle platte daken of daken met een beperkte hellingshoek, van bestaande gebouwen met voldoende draagconstructie of nieuwbouw. Goed voor: vogels, insecten en planten, evenals verkoeling van de gemeente. Belangrijk: een groen dak afhankelijk van de draagkracht een beplanting met weinig wortelruimte (sedum, bodembedekker) of veel wortelruimte (boom). Een bruin dak is een dak met een laag grond, zand of puin, waar geen beplanting wordt aangebracht (hoogstens wordt er een zaadmengsel opgebracht). Hier moet vanzelf begroeiing op komen. Indien er voldoende draagkracht is, heeft een bruin dak vanuit biodiversiteit de voorkeur boven een groen dak. De gewenste dakopbouw kiezen in overleg met een specialist.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
6
Figuur 1.3
Groen dak
Groene gevel Past bij: alle blinde muren, waarbij met zelfhechtende planten of een klimconstructie kan worden gewerkt. Goed voor: vogels, insecten, planten Belangrijk: bloeiende en besdragende soorten, zoals gewone klimop, hebben extra aantrekkingskracht voor fauna.
Figuur 1.4
Groene gevel (foto: Subhrajyoti Saha).
Geveltuin Past bij: gevels met minimaal 0,5 meter ruimte naast de gevel, waar wat verharding kan worden verwijderd om een tuintje te maken. Goed voor: vogels, insecten, egel, planten. Belangrijk: nectarplanten zijn waardevol en spreiding van het bloeiseizoen.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
7
Figuur 1.5
1.3
Geveltuin.
Kleinschalige maatregelen in het groen
Nesthulp voor wilde bijen (bijenhotel) Past bij: (moes)tuinen, parken, brede bermstroken. Goed voor: wilde bijen. Belangrijk: bijenhotels bestaan uit hout- of steenblokken met gaten, bundels bamboe of riet (aan één kant dicht!), met zachte kalkspecie gemetselde stenen, een leemwandje, open bestrating of met (zand)voegen. De gaten in de hout- of steenblokken moeten aan één kant dicht zijn en glad afgewerkt, zonder rafels en splinters.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
8
Figuur 1.6
Bijenhotel.
Drinkschaal Past bij: (moes)tuinen Goed voor: wilde bijen en dagvlinders, huismus, egel, bunzing. Belangrijk: Voor insecten is het prettig als er in de schaal een steen ligt, zodat ze zich op kunnen warmen. Voor vogels is het goed om een ondiepe schaal te hebben, waar ze ook in kunnen baden.
Figuur 1.7
Drinkschaal (foto: Vivara.nl).
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
9
Egelhuis Past bij: tuinen, rommelhoekjes in openbare plantsoenstroken of parken Belangrijk: zet een egelhuis op een beschutte plek, onder een takken- of bladerhoop. Het plaatsen van een egelhuis heeft alleen zin als de tuin geschikt is voor egels, dus met voldoende beschutting en voedsel (zie natuurvriendelijke tuin). Zorg ervoor dat de tuin toegankelijk is voor egels, door een opening van 15 x 15 cm in schuttingen of hekken te maken. En zorg ervoor dat robotmaaiers van zonsondergang tot zonsopkomst uitgeschakeld zijn.
Figuur 1.8
Egelhuis (foto: Vivara.nl).
Kademuur, keermuur of stapelmuur Past bij: de binnengemeente, parken en tuinen Goed voor: muurplanten (en daarmee voor wilde bijen en vlinders) bij kademuren ook voor (onder)waterplanten, die weer interessante biotopen vormen voor insecten, (water)vogels en vissen. Belangrijk: Gestapeld of gemetseld met kalkrijke metselspecie, zoals kalkmortel en traskalk voor kademuren.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
10
Figuur II 1
1.4
Stapelmuur.
Middelgrote tot grootschalige maatregelen
Natuurvriendelijke regenwaterberging Past bij: groenstroken en parken om water op te vangen, te laten infiltreren in de bodem en eventueel te reinigen met een helofytenfilter. Goed voor: kleine zoogdieren, zoals de egel, amfibieën, vogels, insecten en planten. Belangrijk: een regenwaterberging kan bijvoorbeeld ingericht worden, met als hooiland beheerd gras, vaste planten, ruigtes en bosschages. Belangrijk is dat het hemelwater dat hier naartoe geleid wordt goed de grond kan intrekken. Een wadi met een gevarieerde beplanting laat water beter infiltreren dan een met alleen kort gras.
Figuur 1.9
Natuurlijke regenwaterberging.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
11
Natuurvriendelijke tuin Past bij: alle tuinen van mensen die de natuur dichtbij en de seizoenen willen beleven. Goed voor: vogels, insecten, amfibieën (als er wat water is), kleine zoogdieren, zoals de egel. Belangrijk: maken van verschillende gradiënten (overgangen) tussen hoog en laag, nat en droog, lage en hogere beplanting, gebruik van nectarplanten, besdragende struiken en rommelhoekjes. In het winterseizoen de tuin met rust laten en oude beplantingsdelen, zoals oude stengels, laten staan.
Figuur 1.10
Natuurvriendelijke tuin met inheemse planten.
Haag Past in: oeverwal, dorpen. Goed voor: wilde bijen en dagvlinders, kamsalamander, patrijs, steenuil, huismus, egel, bunzing. Belangrijk: bij een haag kan het zowel gaan om een strakke vlechtheg of kniphaag als om een losse haag (ook struweelhaag of struweelrand genoemd). Deze laatste heeft de hoogste biodiversiteit, maar ook een vlechtheg of kniphaag biedt al meerwaarde in de vorm van schuil- en broedgelegenheid en, als de haag tot bloei komt, aanbod van nectar en stuifmeel en bessen. Daarnaast zijn hagen goed als verbindingszone voor kleine zoogdieren en amfibieën. Een gemengde haag, bestaande uit meerdere soorten, geeft meer mogelijkheden voor verschillende soorten. Voorbeelden zijn gewone meidoorn, sleedoorn, rode kornoelje, wilde kardinaalsmuts.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
12
Figuur 1.11
Vlechtheg. Een kniphaag levert evenveel biodiversiteit op en kost minder onderhoud.
Figuur 1.12
Losse haag, struweelhaag of struweelrand.
Inheemse bomen Losstaand of in een rij Past in: dorpen, oeverwal. Goed voor: wilde bijen en dagvlinders, huismus, gewone dwergvleermuis. Belangrijk: de volgende bomen worden in Nederland als inheems beschouwd: Acer campestre, Spaanse aak
Pyrus pyraster, wilde peer
Acer pseudoplatanus, gewone esdoorn
Quercus petraea, wintereik
Alnus glutinosa, zwarte els
Quercus robur, zomereik
Alnus incana, witte els
Rhamnus catharticus, wegedoorn
Betula pendula, ruwe berk
Salix alba, schietwilg (ook als knotwilg)
Betula pubescens, zachte berk
Salix caprea, boswilg
Carpinus betulus, haagbeuk
Salix cinerea, grauwe wilg
Cornus mas. gele kornoelje
Salix x fragilis, kraakwilg
Fagus sylvatica, gewone beuk
Salix pentandra, laurierwilg
Frangula alnus, sporkehout
Salix purpurea, bittere wilg
Fraxinus excelsior, gewone es
Salix viminalis, katwilg
Malus sylvestrus, wilde appel
Sorbus aucuparia, wilde lijsterbes
Mespilus germanica, mispel
Taxus baccata, taxux of venijnboom
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
13
Pinus sylvestris, grove den
Tilia cordata, winterlinde
Populus nigra, zwarte populier
Tilia platyphyllos, zomerlinde
Populus tremula, ratelpopulier
Ulmus glabra, ruwe iep
Prunus avium, zoete kers
Ulmus laevis, fladderiep of steeliep
Prunus padus, gewone vogelkers
Ulmus minor, veldiep
Figuur 1.13
Bomenrij van Canadese populieren. Niet inheems, maar (inmiddels) wel streekeigen en voor de biodiversiteit vergelijkbaar met zwarte populier.
Bloemrijk gras (in bermen en op velden en veldjes) Past in: alle deelgebieden. Goed voor: wilde bijen en dagvlinders, patrijs, steenuil, huismus, bunzing Belangrijk: bloemrijk gras ontstaat door extensief te maaien en maaisel af te voeren. Eventueel kan ingezaaid worden met een daarvoor speciaal geselecteerd bloemrijk grasmengsel met inheemse soorten. Gebruik hiervoor bij voorkeur gras (of maaisel) uit de directe omgeving.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
14
Figuur 1.14
Bloemrijk gras in de stad.
Halfopen bestratingen Het gaat hier om elementverhardingen waarbij tussen de stenen nog open grond aanwezig is. Past in: Alle deelgebieden, met name de dorpen Goed voor: wilde bijen en dagvlinders, huismus
Figuur 1.15
Voorbeeld van een halfopen bestrating
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
15
Takkenril Past in: Oeverwal, komgebied, dorpen Goed voor: kleine watersalamander, kamsalamander, huismus, steenuil, bunzing. Belangrijk: snoeiafval van grote takken kan hiervoor gebruikt worden. De takkenrillen ook onderhouden.
Figuur 1.16
Takkenril
Hoogstamfruitbomen Past in: oeverwallen, dorpen, in komgronden direct rond boerderijen. Goed voor: wilde bijen en dagvlinders, patrijs, steenuil, huismus, bunzing. Belangrijk: biologische bestrijding, tussenliggende gras extensief gemaaid (bloemrijk) gras.
Figuur 1.17
Hoogstamboomgaard.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
16
Poel of klein water Past in: alle gebieden (ook in tuinen!). Goed voor: kleine watersalamander, kamsalamander. Belangrijk: diepte tussen 60-100 cm, flauwe oevers (1:4 of flauwer) aan noord/west zijde. Ronde poelen passen landschappelijk minder goed in het komgebied. Hier zijn ook rechthoekige of langgerekte poelen (of geïsoleerde sloten) mogelijk.
Figuur 1.18
Natuurlijke poel
Natuurvriendelijke oever Past in: alle gebieden. Goed voor: bittervoorn, grote modderkruiper, kleine watersalamander, kamsalamander, bunzing. Belangrijk: flauwe oever (bij voorkeur 1:5 of flauwer) of plasdras oever (trapsgewijs aflopend). Hoe breder de oever hoe waardevoller voor verschillende soorten. Pas voor het ontwerp de ‘Handreiking Natuurvriendelijke Oevers, een standplaatsbenadering’ van Stowa (2011) toe om het type oever te bepalen.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
17
Figuur 1.19
Natuurvriendelijke oever.
Vlinderidylle Een vlinderidylle is een speciaal voor vlinders en wilde bijen aangelegd gebiedje met veel bloeiende wilde planten. De grootte is 0,5-1 ha (in stedelijk gebied vaak wat kleiner). De locatie moet vrij toegankelijke zijn, zodat mensen ervan kunnen genieten. De vlinderidylle is een initiatief van de Vlinderstichting. Meer info: https://www.vinderstichting.nl/idylle. Past in: dorpen, oeverwal. Goed voor: wilde bijen en vlinders, kleine watersalamander, huismus, gewone dwergvleermuis. Belangrijk: letten op voldoende nectarplanten en diversiteit in bloeiseizoen. Let op: veel cultivars geven nauwelijks of geen nectar (bijvoorbeeld die met dubbele bloemen) of vruchten.
Figuur 1.20
Vlinderidylle.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
18
1.5
Grootschalige maatregelen voor het agrarisch gebied
Bloem- en zadenrijke akkerrand Past in: oeverwal, komgebied. Goed voor: wilde bijen en vlinders, patrijs, steenuil, huismus, bunzing. Belangrijk: inzaaien met inheems zaadmengsel dat past bij de ondergrond en/of extensief onderhouden van akkerranden.
Figuur 1.21
Bloemrijke akkerrand.
Figuur 1.22
Bloemenstrook voor biologische bestrijding.
Hakgriendbosje Past in: Komgebied. Goed voor: wilde bijen en dagvlinders, kamsalamander, patrijs, bunzing.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
19
Belangrijk: bij een hakgriend blijft de wilgenstobbe staan, in tegenstelling tot een snijgriend, waar de wilgentenen dicht bij de grond worden afgesneden. Juist de wilgenstobben vertegenwoordigen ook hoge natuurwaarden, bijvoorbeeld als schuilgelegenheid voor kleine marterachtigen en als groeiplaats van mossen. Een griend van eiken of essen is ook mogelijk, maar past traditioneel minder bij het Betuwse landschap.
Figuur 1.23
Hakgriend
Keverbank Keverbanken zijn stroken land die 40-50 cm hoger worden gemaakt dan de omliggende akker. Een verhoogde strook van drie meter breed (en zo lang mogelijk) wordt ingezaaid met een gras-en-kruidenmengel. Dat voorziet insecten, zoals loopkevers, van een prima leefgebied. Aan één zijde van de keverbank ligt een 3 m brede strook, die kaal wordt gehouden (met een eg of frees). Een keverbank biedt patrijzen én van voedsel én een veilige broedplek in het akkerland: een plek die niet met machines wordt bewerkt en jaarrond dekking biedt (bron: Vogelbescherming en Collectief Utrecht Oost). Past in: oeverwal, komgebied. Goed voor: wilde bijen en dagvlinders, patrijs, steenuil, huismus, bunzing. Belangrijk: inzaaien met inheems zaadmengsel dat past bij de ondergrond en/of extensief onderhouden van keverbank.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
20
Figuur 1.24
Keverbank (foto: landbouwleven.be)
Ruigtestrook of ruige overhoeken Past in: oeverwal, komgebied. Goed voor: wilde bijen en dagvlinders, patrijs, steenuil, huismus, bunzing. Belangrijk: door extensief maaien en afvoeren ontstaan deze ruigtes. Het is belangrijk om over het belang van dit beeld te communiceren.
Figuur 1.25
1.6
Ruigtestrook langs akker (foto: Stichting Kleine Marters).
Faunapassages
Faunapassages zorgen ervoor dat kleine zoogdieren en amfibieën veilig een weg of spoorweg kunnen kruisen. In de Leidraad Faunavoorzieningen 2013 (Wansink et al., 2013) staat uitgebreid beschreven hoe een dergelijke voorziening moet worden aangelegd. De Leidraad is te downloaden van de site van het MJPO (www.mjpo.nl). Hieronder staan enkele voorbeelden, die in West Maas en Waal kunnen worden toegepast.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
21
Faunabuis Veel soorten kleine zoogdieren, kunnen via een buis veilig de overkant van een weg bereiken. Hoe groter de buis, hoe meer soorten er gebruik van maken. Minimaal 40 cm diameter
Figuur 1.26
Faunabuis.
Halfopen amfibieëntunnel Tunnel waarvan boven licht (en waarschijnlijk vooral ook lucht en regenwater) in kan vallen. Of deze beter werken dan een faunabuis is niet bekend. Gecombineerd met een verkeersdrempel zijn deze goed toe te passen op een dijk, waar een dieper liggende faunabuis niet toepasbaar is.
Figuur 1.27
Halfopen amfibieëntunnel.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
22
Ecoduiker of loopstrook door duiker of brug Veel kleine zoogdieren volgen graag oevers van watergangen. Waar deze een weg kruisen, steken ze vaak de weg over omdat ze niet graag door een duiker zwemmen (zelfs een otter zwemt niet door een duiker!) Daardoor vallen bij duikers vaak verkeersslachtoffers. Oplossing is een ecoduiker, met looppaden langs de randen. De looppaden moeten goed aansluiten op de oevers van de watergang. Bij bestaande situaties kan een looppad in een bestaande duiker worden aangebracht.
Figuur 1.28
Loopstrook onder brug.
Fauna uittreedplaats Wanneer de oevers van oppervlaktewater beschoeid zijn, is het voor dieren die in het water komen vaak moeilijk of onmogelijk om uit het water op de oever te komen. Veel dieren verdrinken hierdoor. Om dit te voorkomen, worden zogenaamde fauna-uittreedplaatsen (FUP’s) aangelegd. De vorm kan variëren van een eendentrapje tot een ‘inham’ in de beschoeiing voor grotere zoogdieren.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
23
Figuur 1.29
1.7
Eendentrap (foto: hipgroen.nl).
Ecologisch groenbeheer
Ecologisch beheer van groenelementen is van belang om de waarde voor flora en fauna blijvend te verhogen. In grote lijnen komt dit beheer neer op: • Het vergroten van overgangen (gradiënt), bijvoorbeeld tussen hoge en lage begroeiing. • Gefaseerd beheer, dus bij elke beheerronde een (wisselend) deel onbeheerd laten. Zo kunnen soorten altijd vluchten naar het onbeheerde deel. • Verschralingsbeheer (afvoeren van maaisel of bagger).
Beheer bloemrijk gras Om gras bloemrijker te maken is een beheer van twee maal per jaar maaien waarbij het maaisel wordt afgevoerd (hooilandbeheer) het meest effectief. Belangrijk daarbij is het om gefaseerd te werken, dat wil zeggen dat per maaibeurt 10 - 20 % van de begroeiing blijft staan. Een bijzondere manier van gefaseerd maaien en afvoeren is het sinusbeheer, ontwikkeld door Jurgen Couckuyt, waarbij in steeds wisselende slingerende banen wordt gemaaid (zie bijlage 2). Ook met begrazing is bloemrijk gras te realiseren. Dat is echter lastiger te realiseren dan met maaien en afvoeren van het gras. Inzaaien of niet inzaaien? De laatste jaren is het inzaaien van bloemen voor bijvoorbeeld bijen populair. In zogenaamde bijenmengsels zitten echter vaak veel uitheemse soorten, die er wel vrolijk uitzien, maar waar maar weinig wilde bijen van profiteren. Bovendien gaan deze mengsels ten koste van inheemse soorten. Inzaaien is duur en het effect is vaak maar kort. Inzaaien kan gunstig zijn als: • gebruik gemaakt wordt van inheemse soorten, waarvan het zaad liefst in de directe omgeving is geoogst (bijvoorbeeld door het uitspreiden van hooi van een geschikte andere locatie);
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
24
•
het zaadmengsel goed wordt afgestemd op de situatie ter plekke (bodemsoort, vocht, beschaduwing, enzovoorts). Zaaien heeft doorgaans een beter effect als het plaatsvindt op onbegroeide bodem, dan wanneer er al gras aanwezig is. Gazons Ook gazons kunnen bloemrijk zijn met typische gazonbloeiers als madeliefje, paardenbloem en draadereprijs. Ook deze planten zijn waardevol als nectarplant. Bovendien is gazon van belang voor vogels als de merel. Maai gazons niet te vaak en niet te laag, om bloeiende planten een kans te geven. Indien tijdens de bloei gemaaid moet worden, maai dan ook gazons gefaseerd. Voer bij voorkeur ook het maaisel van gazons af.
Schonen oppervlaktewater Bij het schonen van oppervlaktewater is het van belang dat per schoningsbeurt 25-50% van het oppervlak ongemoeid wordt gelaten. Als er teveel waterplanten worden verwijderd, kunnen de overblijvende waterplanten te weinig voedingsstoffen uit het water halen. Dat veroorzaakt een sterke algengroei, waardoor het water troebel wordt. Ook treden sneller problemen op met ziekten als botulisme. Tot slot kan het water zuurstofloos worden als de algen in het najaar allemaal tegelijk afsterven en verrotten.
Beheer verhardingen In West Maas en Waal houdt de gemeente verhardingen gelukkig al lange tijd niet meer onkruidvrij met gif, maar met borstelen en of verhitten. Vaak wordt aangeraden om verhardingen in mortel te leggen en te voegen met voegmortel. Dit voorkomt weliswaar onkruid, maar zorgt ervoor dat de verharding nog minder waterdoorlatend wordt. Daarnaast zijn er veel soorten wilde bijen, die hun nestjes maken in het voegzand tussen de tegels.
Beheer bomen Het beheer van bomen in Nederland komt voort uit de praktijk van de bosbouw ten behoeve van de houtoogst. Oude en zieke bomen worden daarom relatief snel gekapt, omdat ze gevaar op zouden leveren. Juist oude en holle bomen leveren echter veel biodiversiteit op. Op Engelse landgoederen is veel ervaring met een andere vorm van het beheer van bomen, gericht op het zo lang mogelijk handhaven van de bomen. Een techniek die ook in Nederlandse parken goed kan worden toegepast, is de zogenaamde breuksnoei. Deze snoeimethode is kortgeleden in Nederland geïntroduceerd en is er op gericht oudere, door zwammen geïnfecteerde bomen, een tweede jeugd te geven. Met deze snoeitechniek kunnen bomen honderden jaren oud worden, zonder gevaar op te leveren voor de bezoekers van parken.
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
25
1.8
Tijdelijke natuur
Op braakliggende stukken grond is soms spontane natuur ontstaan. Met de bestemming ‘tijdelijke natuur’ zorgt de gemeente dat deze groene ruimte dienst kan doen als verblijf- en foerageergebied zonder dat het daarmee in strijd is met de Wet natuurbescherming.
Figuur 1.30
Tijdelijke natuur op braakliggend terrein (foto Floris Brekelmans).
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
26
Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Handreiking Natuurinclusief Bouwen
27