CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Advies commissie MER

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.0896281.896 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuurontwikkeling Uiterwaarden bij Wamel, Dreumel en Heerewaarden

Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvullingen daarop 8 augustus 2024 / projectnummer: 3184

Advies over het MER en de aanvullingen daarop Rijkswaterstaat, de provincie Gelderland en Staatsbosbeheer willen in de uiterwaarden van de Waal bij Wamel, Dreumel en Heerewaarden (UWDH) nevengeulen en extra natuur realiseren. Zij willen daarmee verschillende doelstellingen voor waterkwaliteit (Kaderrichtlijn Water) en natuur (Natura 2000, Gelders Natuur Netwerk, Nadere Uitwerking Rivierengebied) invullen. Voor de besluitvorming is een gecombineerd plan- en project-MER opgesteld. Gedeputeerde Staten van Gelderland zijn het coördinerend bevoegd gezag in deze procedure. In eerdere adviezen1 gaf de Commissie voor de milieueffectrapportage (verder ‘de Commissie’) aan dat in het MER en de eerste aanvulling daarop nog informatie ontbrak over de effecten op het grondwater. Zij achtte deze essentieel voor het meewegen van het milieubelang bij te nemen besluiten over het project. Naar aanleiding hiervan is het MER verder aangevuld.2 De provincie Gelderland heeft de Commissie gevraagd om opnieuw te adviseren over het MER en de aanvullingen tezamen. Wat blijkt uit de aanvulling? De aanvulling bevat een gevoeligheidsanalyse3 voor de effecten op de grondwaterhuishouding en binnendijkse kwel die daardoor zou kunnen ontstaan. Deze effecten zijn mede afhankelijk van de weerstand van (ondiepe) kleilagen in de uiterwaarden.

In de aanvulling zijn situaties met verschillende uitgangspunten voor deze weerstand beschreven. Daaruit blijkt dat de verschillen tussen de doorgerekende situaties klein zijn. In de ‘worst case’ situatie, als wordt uitgegaan van zandige klei met zandlaagjes, is een maximale verhoging van de stijghoogte in het binnendijkse gebied berekend van zeven centimeter. Dit betekent dat in een periode van hoogwater sprake kan zijn van een iets verhoogde kwel, ten opzichte van wat eerder in het MER is berekend. In de aanvulling is geconcludeerd dat dit geen aanleiding geeft om extra maatregelen te nemen, aanvullend op de maatregelen die al zijn voorzien (extra waterberging en het aanbrengen van klei in de nevengeulen). Wat is het advies van de Commissie? De aanvulling geeft een beknopte beschrijving van de aanleiding, de eerder gehanteerde uitgangspunten en de aanpak en uitgangspunten van de gevoeligheidsanalyse. De gepresenteerde resultaten geven een uitgebreid beeld van de verschillen in de geohydrologische effecten tussen de doorgerekende situaties. De Commissie is van oordeel dat het MER en de aanvullingen daarop, de essentiële informatie bevatten om besluiten te kunnen nemen over het project UWDH, waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe.

1

Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport (20 december 2023) en voorlopig toetsingsadvies over het

2

De tweede aanvulling bestaat uit ‘Gevoeligheidsanalyse geohydrologie UWDH’, d.d. 21 juni 2024.

milieueffectrapport en de aanvulling daarop (16 april 2024).

3

Hiermee wordt bedoeld dat onderzocht wordt hoe gevoelig de uitkomsten van de berekeningen zijn voor onzekerheden en onnauwkeurigheden in het gebruikte model.

-1-

Figuur 1: ligging van het plangebied (bron: MER). Aanleiding MER Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en de provincie Gelderland zijn de initiatiefnemers voor het graven van nevengeulen en het ontwikkelen van natuur in de uiterwaarden van de Waal tussen Wamel en Heerewaarden, een traject van circa 15 kilometer. Hiervoor moet een ontgrondingsvergunning worden verleend door de provincie Gelderland en moeten bestemmingsplannen van de gemeenten Maasdriel en West Maas en Waal worden aangepast. Het besluit over de ontgrondingsvergunning is project-merplichtig op grond van categorie C16.1 van het Besluit milieueffectrapportage (winning van oppervlaktedelfstoffen met een groter gebied dan 25 hectare). De besluiten over de bestemmingsplannen zijn plan-mer-plichtig, omdat deze kaderstellend zijn voor de ontgronding en omdat een Passende beoordeling moet worden uitgevoerd vanwege mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Daarom is een gecombineerd plan- en project-MER opgesteld. Gedeputeerde Staten van Gelderland zijn het coördinerend bevoegd gezag voor de m.e.r.-procedure. Wetgeving van toepassing op dit project Voor dit project en het MER is de wetgeving zoals die gold vóór 1 januari 2024 van toepassing (zoals de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r.), en niet de huidige wetgeving (de Omgevingswet).

Het project is ter inzage gelegd voordat de Omgevingswet op 1 januari 2024 van kracht werd. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. De bevoegd gezagen – in dit geval Gedeputeerde Staten van Gelderland en de gemeenteraden van Maasdriel en West Maas en Waal - besluiten hierover. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3184 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

-2-

Toelichting op het advies Het milieueffectrapport In het eerdere MER waren modelberekeningen uitgevoerd om de effecten op de grondwaterhuishouding te bepalen. Daaruit bleek dat het graven van de nevengeulen in de uiterwaarden kan leiden tot een toename van kwel aan de binnenzijde van de dijk. In het verleden is er in de omgeving regelmatig wateroverlast geweest. Toename van kwel wordt dan ook als een belangrijk negatief effect beschouwd. Daarom zijn in het MER mitigerende maatregelen voorgesteld. Deze bestaan uit het realiseren van extra waterberging en het lokaal aanbrengen van een kleilaag met een dikte van 25 tot 50 cm in een aantal nevengeulen. In haar voorlopige toetsingsadvies over het MER constateerde de Commissie dat de nauwkeurigheid van het gebruikte model onvoldoende duidelijk was beschreven. Dit gold vooral voor de gevoeligheid van het model voor onzekerheden in de gehanteerde bodemparameters (bijvoorbeeld de weerstand van ondiepe kleilagen). Dit is niet alleen van belang voor de effecten, maar ook voor het beoordelen van de effectiviteit van mitigerende maatregelen. De mitigerende maatregelen (het aanbrengen van de klei) zullen de binnendijkse kwel verminderen, maar het MER maakte niet duidelijk of deze voldoende weerstand zullen (blijven) bieden.

Eerste aanvulling op het MER In de eerste aanvulling4 is het gebruikte ‘MORIA’ model uitgebreid beschreven, inclusief de kalibratie daarvan.5 Desondanks blijven de werkelijke effecten onzeker, vooral omdat de weerstand van de in het gebied aanwezige ondiepe kleilagen niet goed bekend is. Omdat de betrouwbaarheid van het model niet met ijkingsresultaten kon worden gecontroleerd, adviseerde de Commissie om een gevoeligheidsanalyse uit te voeren.

Tweede aanvulling op het MER De gevoeligheidsanalyse is opgenomen in een tweede aanvulling op het MER. Hierin is een bandbreedte opgenomen voor de weerstand van de ondiepe kleilagen in de uiterwaarden. Hierbij zijn waarden van 50 dagen per meter klei als ondergrens en 200 dagen per meter klei als bovengrens aangehouden. In het MER was gerekend met 100 dagen per meter klei. De berekeningen met lage weerstand gaan uit van een sterk heterogene zandige kleilaag die zandlaagjes kan bevatten. De maximaal aangehouden waarde van 200 dagen per meter klei wordt geacht een realistische waarde te zijn voor de maximaal te verwachten weerstand van de kleilagen in de uiterwaarden.6 De Commissie is van mening dat deze bandbreedte de onzekerheden in de modelberekeningen voldoende weergeeft. De gepresenteerde resultaten van de berekeningen geven een uitgebreid beeld van de veranderingen in de geohydrologische effecten voor de freatische grondwaterstanden en de stijghoogten in het watervoerend pakket onder de deklaag.

4

Herinrichting uiterwaarden Wamel, Dreumel en Heerewaarden, aanvulling op het milieueffectrapport, 14 maart 2024.

5

Met kalibratie of ijking wordt bedoeld dat de uitkomsten van het model worden vergeleken met meetresultaten in het veld,

6

Een hogere waarde wordt gelet op de sterke heterogeniteit, ruimtelijke variatie en de lokaal voorkomende zandige

Deze aanvulling bestaat uit een hoofdrapport en meerdere bijlagerapporten. zodat de betrouwbaarheid van de modeluitkomsten kan worden verbeterd. insluitingen niet als realistisch beschouwd.

-3-

Uit de resultaten blijkt dat de berekende verschillen voor de freatische veranderingen in het binnendijkse gebied beperkt zijn (<0,05 m). Dit geldt zowel voor de T=10 hoogwatersituatie als voor de T=10 laagwatersituatie.7 De stijghoogte geeft alleen voor het binnendijkse gebied bij Wamel in de hoogwatersituatie bij een weerstand van 50 dagen per meter een iets verhoogde waarde (0,07 m). Dit kan worden geïnterpreteerd als de ‘worst case’ situatie voor de toename van kwel in een T10-hoogwatersituatie. De berekende verschillen kunnen in het algemeen als niet significant worden beschouwd en geven daarmee meer zekerheid over de in het MER berekende geohydrologische effecten. De situatie bij Wamel kan in de ‘worst case’ situatie mogelijk leiden tot een iets hogere kwel dan aanvankelijk in het MER is berekend voor de T10-hoogwatersituatie. De Commissie oordeelt dat hiermee voldoende informatie aanwezig is over de mogelijke hydrologische effecten en de effectiviteit van de mitigerende maatregelen. Hierbij merkt zij op dat de effectiviteit van de aan te brengen kleilagen in de nevengeulen mede afhangt van de nauwkeurigheid waarmee deze relatief dunne (25 tot 50 cm) lagen aangebracht kunnen worden. De Commissie herhaalt de aanbeveling uit haar eerdere adviezen om de nulsituatie voorafgaand aan de uitvoering vast te leggen.

Hiermee kunnen eventuele ongewenste effecten na de uitvoering tijdig worden geconstateerd, en kunnen eventueel extra maatregelen genomen worden.8

7

Met T=10 wordt gedoeld op een herhalingstijd van 10 jaar. Een T=10 hoogwatersituatie is een situatie die zich gemiddeld

8

Als geen realistische ‘fysieke’ maatregelen mogelijk zijn, kan dit ook betekenen dat er gebruik gemaakt wordt van de

eenmaal per jaar 10 jaar voordoet.

nadeelcompensatieregeling van de Omgevingswet.

-4-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het

gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: dr. Wilfried ten Brinke drs. Simone Filippini (voorzitter) Martin de Haan MSc drs. Pieter Jongejans (secretaris) dr. Heleen van Londen ir. Rob Speets drs. Frank Wijnants Besluiten waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Vergunning Ontgrondingenwet (provincie Gelderland) Bestemmingsplan gemeente West Maas en Waal Bestemmingsplan gemeente Maasdriel Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. Onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit C16.1 (delfstoffenwinning) en D09 (functieverandering). Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden kunnen optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom is een gecombineerd plan-/project-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluiten Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland (coördinerend), gemeenteraad van West Maas en Waal, gemeenteraad van Maasdriel. Initiatiefnemer besluiten Rijkswaterstaat, provincie Gelderland en Staatsbosbeheer.

Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3184 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14534067/1