CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Verslag hoorzitting Geredigeerd

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.0131272.149 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Behoort bij raadsbesluit d.d. 30 januari 2025

OPENBAAR

Geanonimiseerd verslag Hoorzitting Hoorcommissie Ruimtelijke Ordening Ontwerpbestemmingsplan Industrieweg Dreumel -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.--.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-..-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Datum: Plaats: Aanvang:

16 februari 2022 Raadszaal, gemeentehuis Beneden-Leeuwen 19.00 uur (tot 19.40 uur)

Aanwezig: Indieners: Leden Hoorcommissie RO:

Vertegenwoordiger en reclamanten zienswijze nummer 1 (voorzitter)

Ambtelijke dienst: Namens initiatiefnemer: Verslag:

Verslagbureau More Support (Wamel)

Vervolgprocedure: * RTG – 14 januari 2025 * Raadsbehandeling – 30 januari 2025

ALGEMENE INFORMATIE VOOR INDIENERS VAN ZIENSWIJZEN Wat is de status en taak van de hoorcommissie? De openbare hoorzitting is een onderdeel van de voorgeschreven bestemmingsplanprocedure. De hoorcommissie treedt op namens de gemeenteraad. De gemeenteraad kiest de leden van de hoorcommissie uit de verschillende partijen in de gemeenteraad. Tijdens de hoorzitting mogen indieners hun reactie (zienswijze) op het ontwerpbestemmingsplan toelichten. De hoorcommissie doet geen uitspraak over de zienswijze. Zij brengt ook geen advies uit naar aanleiding van de zienswijze. De taak van de hoorcommissie is uitsluitend gericht op het streven naar duidelijkheid over de inhoud van de zienswijze. De hoorzitting dient om zeker te stellen dat de gemeenteraad de zienswijze en het onderliggende probleem goed begrijpt. De hoorcommissie kan daartoe vragen stellen aan de reclamant om duidelijkheid te krijgen over diens zienswijze. De hoorcommissie kan ook vragen stellen aan de aanwezige ambtelijk adviseur. Hoorcommissie RO – 16 februari 2022 Ontwerpbestemmingsplan Industrieweg Dreumel

1

Behorend bij raadsbesluit 30 januari 2025

Duidelijkheidshalve benadrukt de voorzitter dat de leden van de hoorcommissie terdege kennis hebben genomen van de ingediende schriftelijke zienswijze. Het is in principe dan ook niet nodig om tijdens de mondelinge toelichting te herhalen wat reeds in de zienswijze is gesteld. De commissie is wel geïnteresseerd in eventuele aanvullingen en/of verduidelijking van de schriftelijke zienswijze. Het is belangrijk dat reclamanten (indieners van zienswijzen) tijdens de hoorzitting geen nieuwe elementen inbrengen. Het mag dus alleen gaan over de punten die reeds in de ingediende schriftelijke zienswijze zijn opgenomen. Eventuele nieuwe inbreng kan op een later moment worden ingebracht. (zie vervolgprocedure)

Hoe verloopt een hoorzitting? Reclamant, dan wel diens raadsman of adviseur, krijgt de gelegenheid om diens zienswijze toe te lichten. Na deze toelichting komt normaliter eerst de ambtelijk adviseur (meestal de planjurist) aan het woord. Zo nodig, wijst de ambtelijk adviseur erop, dat reclamant nieuwe zaken of omstandigheden aanvoert. Ook de ambtelijk adviseur kan vragen stellen aan de reclamant. Daarna kunnen de leden van de hoorcommissie vragen stellen aan reclamant of aan de planjurist. Hoe verloopt de verdere procedure? ▪ De reclamant, de raadsadviescommissie en de gemeenteraad ontvangen binnen enkele weken het verslag van de hoorzitting. ▪ De reclamant zal worden geïnformeerd over de data van het RTG en de raadsbehandeling. ▪ Het College van Burgemeester en Wethouders formuleert een reactie op de zienswijze. Deze reactie maakt deel uit van het concept-zienswijzenverslag, dat aan alle indieners van zienswijzen wordt toegestuurd. ▪ Tevens ontvangen zij het concept-besluit over het vast te stellen bestemmingsplan. ▪ Verder krijgt de reclamant bericht over de exacte vergaderdata waarop het bestemmingsplan besproken wordt in de adviescommissie en de Gemeenteraad.

▪ Mochten er punten zijn die noch in de zienswijze, noch tijdens de hoorzitting van heden aan de orde zijn gekomen, maar volgens bezwaarde - bij nader inzien - wel van belang is voor de beoordeling, dan kan - in vervolg op de hoorzitting van heden - nogmaals gebruik worden gemaakt van het inspreekrecht. Mocht er behoefte zijn aan nieuwe, aanvullende inbreng, dan is het mogelijk om gebruik te maken van de inspreekmogelijkheid tijdens het RTG (14 januari 2025), waarin het betreffende ontwerpbestemmingsplan aan de orde komt. Herhaling van de inbreng, zoals verwoord tijdens de hoorzitting, is echter overbodig. − Het spreekrecht voor het RTG moet door reclamant vooraf bij de raadsgriffie worden aangevraagd. − Een inspreekreactie tijdens de vergadering van het RTG wordt geen onderdeel van de zienswijze die aan de hoorcommissie is toegelicht. − Het RTG en de Raad betrekken de inspreekreacties bij de discussie over het bestemmingsplan. − De hoorcommissie RO/het RTG adviseert de gemeenteraad over het bestemmingsplan. ▪ De schriftelijke reactie van de gemeenteraad (het zienswijzenverslag) gaat niet in op de inspreekreactie. ▪ De besluitvorming over het bestemmingsplan is aan de gemeenteraad en zal plaatsvinden tijdens een formele raadsvergadering. Het verslag van deze hoorzitting maakt integraal deel uit van het dossier inzake het bestemmingsplan.

2

Behorend bij raadsbesluit 30 januari 2025

Verslag hoorzitting 1

OPENING EN MEDEDELINGEN Opening en mededelingen De voorzitter opent de hoorzitting om 19.00 uur en stelt de aanwezige leden van de hoorcommissie voor. De aanwezige reclamanten en diens gemachtigde, alsook de vertegenwoordiger van de initiatiefnemer stellen zichzelf voor.

2

ZIENSWIJZEN

2.1

Reclamant 1 (zienswijze nr. 1) Reclamant 1 De bezwaren ten opzichte van voorliggend ontwerp bestemmingsplan worden toegelicht door diens adviseur. Deze is voorts aangeduid als ‘de adviseur’. De adviseur geeft aan, dat reclamant niet bepaald gelukkig is met voorliggend bestemmingsplan en van mening dat dit kwalitatief beter opgesteld had moeten worden. Reclamant heeft weliswaar begrip voor de binnen de kern Dreumel aanwezige behoefte aan woningen en het doel van reclamant is dan ook niet om voorliggend plan te blokkeren, maar wel om de eigen woon- en werkomgeving veilig te stellen. Daartoe zijn door reclamant openingen aangedragen, die door de overige betrokken partijen niet zijn geaccepteerd. De adviseur benadrukt dat bij diens bedrijfslocatie sprake is van aangrenzende woningbouw. Hij benadrukt het belang van goede voorlichting aan de toekomstige bewoners van die aangrenzende woningen, voor wat betreft de aanwezigheid van de bedrijfsactiviteiten van reclamant. Het valt immers te verwachten dat toekomstige bewoners hinder gaan ondervinden van de werkzaamheden van reclamant. Spreker vreest het risico dat de bewoners reclamant als verantwoordelijke daarvoor zien en derhalve stappen gaan ondernemen. Reclamant verzoekt diens rechten in dezen te borgen en te beschermen, door voor wat betreft de nieuwe woningen een kwalitatieve verplichting in het Kadaster op te nemen.

Hiervoor is een voorstel aangeboden aan de initiatiefnemer. Ingeval het aanbod door initiatiefnemer wordt geaccepteerd, kan – wat reclamant betreft - het voorliggende bestemmingsplan ongewijzigd worden vastgesteld. Reclamant overweegt nadere stappen te ondernemen in geval diens voorstel niet wordt geaccepteerd. De adviseur informeert naar het proces en vraagt met name naar de rol van de hoorcommissie ten aanzien van andere partijen. Ambtelijk wordt toegelicht dat de hoorcommissie uitsluitend vragen zal stellen, maar geen toezeggingen mag en kan doen, noch stelling zal nemen inzake hetgeen door reclamant ter zitting naar voren wordt gebracht. Ambtshalve wordt voorts aangegeven dat de hoorcommissie de gemeenteraad adviseert en in de raadsvergadering het ter zitting besprokene zal meenemen. De adviseur wijst erop, dat in het laatste overleg met de wethouder sprake was van stap 3 uit de VNG-richtlijnen, hetgeen op een later moment toch niet helemaal 3

Behorend bij raadsbesluit 30 januari 2025

duidelijk bleek. Hij merkt op dat het voor de raad, maar zeker ook voor de reclamant wenselijk is om te weten van welke stap uit de VNG-richtlijnen nu echt sprake is en in hoeverre dit voor alleen de aangrenzende bebouwing geldt of voor grotere delen van de nieuw te bouwen woningen. De adviseur stelt voorts dat voor de bebouwing direct grenzend aan de locatie van reclamant, een kwalitatieve verplichting in het verkoopproces meegenomen zou moeten worden. Ambtshalve wordt aangegeven dat het niet in de lijn ligt om op dit moment hierover te discussiëren. Feit is, dat voor de achterliggende woningen automatisch dezelfde, dan wel een lagere geluidsbelasting geldt als voor de direct aangrenzende bebouwing. Voor de gemeenteraad is het van belang welke maximale geluidsbelasting al dan niet wordt geaccepteerd. De adviseur stelt dat de informatie over de geluidsbelasting op andere plaatsen alles wel in perspectief plaatst voor de te bouwen woningen. Volgens andere partijen zou het plan niet uitvoerbaar zijn als een andere indeling zou worden gehanteerd. Derhalve is de indeling wel van belang. Voorts wijst reclamant op het gegeven, dat de VNG-richtlijnen drie stappen kennen. In geval de gemeente stap 3 accepteert, wordt een woonwijk ontwikkeld waar de bewoners geluidshinder zullen gaan ondervinden. Reclamant attendeert erop dat een geluidsnorm van 70dB erg hoog is.

Daarnaast bevreemdt het de adviseur dat het plan economisch niet uitvoerbaar zou zijn als de indeling anders wordt en wijst op het vele binnenplanse groen. Uitsluitend bij het kavel van reclamant is sprake van direct aangrenzende bebouwing. De commissie vraagt naar het type machinerie waar reclamant gebruik van maakt en wil graag zicht krijgen op het geluidsniveau daarvan. Reclamant antwoordt dat het geluidsniveau van de machinerie in de huidige situatie acceptabel is. De commissie informeert naar de tijdsduur waarin de machines worden gebruikt. Reclamant geeft aan, dat de machines acht tot tien uur per dag in gebruik zijn. Hij wijst volledigheidshalve op de rechten die op de huidige locatie van reclamant rusten. De commissie wil weten of de initiatiefnemers op de hoogte zijn van het aantal decibellen waarmee rekening moet worden gehouden vanwege de bedrijvigheid. Initiatiefnemer geeft aan dat aan de wettelijke verplichting is voldaan om onderzoek uit te voeren. Daarbij is de systematiek van de VNG-richtlijnen gevolgd. Er is uitgegaan van het worst case scenario. Het aandachtspunt ‘geluid’ is zowel juridisch, als beleidsmatig goed onderzocht.

Initiatiefnemer heeft begrip voor de opmerking dat toekomstige kopers, dan wel huurders, als ook verhuurders goed moeten worden geïnformeerd en voldaan dient te worden aan de zorgplicht naar toekomstige bewoners zodat onaangename verrassingen achteraf kunnen worden voorkomen. De adviseur stelt dat er een kwalitatieve verplichting moet worden opgenomen, zodat het voor reclamant ook naar de toekomst toe, goed is geregeld. Hij legt uit dat deze kwalitatieve verplichting betekent dat wordt vastgelegd dat iets wordt geduld, dan wel iets niet wordt gedaan; in onderhavige situatie is sprake van iets dulden. Initiatiefnemer antwoordt niets voor de kwalitatieve verplichting te voelen en stelt, dat als het publiekrechtelijk goed geregeld kan worden, dit de voorkeur heeft boven het privaatrechtelijk regelen. 4

Behorend bij raadsbesluit 30 januari 2025

De commissie merkt op, dat het ook van belang is of de raad zich kan vinden in het bestuurlijk regelen van een kwalitatieve verplichting. De adviseur merkt op, dat bij het huurperceel (nummer 21) een oplossing was gevonden. Spreker is van mening dat het niet acceptabel is om voor de percelen van reclamant een hogere geluidsbelasting te accepteren omdat het niet technisch kan worden opgelost. Voorts stelt reclamant dat het juridisch gezien wel kan kloppen, maar dat dit nog niet betekent dat het maatschappelijk gezien correct is. Initiatiefnemer stelt, dat de bedrijfsactiviteiten van reclamant inpandig plaatsvinden, hetgeen voor perceel 21 nog niet duidelijk is aangezien dit perceel momenteel nog onbebouwd is. Daarnaast heeft de adviseur aangegeven dat vanwege de inpandigheid van de bedrijfsactiviteiten van reclamant, het plaatsen van een twee meter hoge muur geen effect heeft. De adviseur stelt, dat als dat het geval zou zijn, stap 3 van de VNG-richtlijnen niet gehanteerd zou hoeven te worden. Initiatiefnemer geeft aan, dat sprake is van een én-én situatie, ofwel: zowel instemming regelen voor stap 3 van de VNG-richtlijnen, als ook het akkoord regelen voor de situatie dat de bedrijfsactiviteiten inpandig plaatsvinden. De voorzitter informeert naar eventuele punten voor de rondvraag. ▪

De commissie merkt op, dat in de plantekening op meerdere plaatsen groen is ingetekend. Het bevreemdt de commissie dat er geen groen is ingetekend tussen de woningen en de bedrijfspanden. Initiatiefnemer geeft aan, dat sprake is geweest van een langdurig proces, waarbij bestaande bomen behouden moesten worden en rondom de sloot een groene zone gecreëerd diende te worden. Dat gold ook voor de noordkant. Als gevolg van voornoemde groene zones is voor voorgestelde invulling gekozen.

▪

De adviseur stelt vast dat momenteel over de indeling van het plan wordt gesproken, hetgeen zijns inziens in een eerder stadium had moeten plaatsvinden. Spreker wijst op de handreiking van zijn kant, voor wat betreft de kwalitatieve verplichting en benadrukt nogmaals dat deze handreiking door initiatiefnemer is afgewezen. Initiatiefnemer vraagt zich af of het vastleggen van een kwalitatieve verplichting de juiste werkwijze is en wat deze verplichting dan concreet zou moeten inhouden. De adviseur antwoordt dat de kwalitatieve verplichting het volgende zou moeten inhouden “het dulden van bedrijfsactiviteiten die zijn toegelaten in het bestemmingsplan in milieucategorie 2 en die zich verder zouden kunnen ontwikkelen, en daarnaast accepteren dat sprake is van een acceptabel woonklimaat zoals door de gemeente is geaccepteerd.”

▪

Initiatiefnemer is bereid om positief te adviseren dat toekomstige kopers geïnformeerd moeten worden over de bedrijfssituatie zoals deze nu is, maar stelt dat een verplichting via de publiekrechtelijk weg gerealiseerd zou moeten worden. De adviseur merkt op, dat de gemeente ervoor kiest geen publieksrechtelijke verhaalsmogelijkheid te bieden. Daarnaast is sprake van een privaatrechtelijke, 5

Behorend bij raadsbesluit 30 januari 2025

anterieure overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemer, hetgeen de benodigde ruimte biedt. Initiatiefnemer stelt dat als het juridisch te onderbouwen is, deze onderbouwing kan worden gebruikt in gesprekken met de klant(en). De rechten van initiatiefnemer worden bepaald door de publiekrechtelijke situatie en initiatiefnemer zal zoveel als mogelijk meewerken. De voorzitter stelt vast dat partijen met elkaar om tafel gaan om nadere afspraken te maken.

3

SLUITING De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun inbreng. De bijeenkomst wordt om 19.40 uur gesloten.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14972609/1