CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Nota beantwoording zienswijzen en ambtshalve aanpassingen PB Water en Klimaatadaptatie

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.1168827.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota beantwoording van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen Paraplubestemmingsplan Water en Klimaatadaptatie West Maas en Waal

1. Zienswijzen Woonstichting de Kernen Onderwerp Waterberging

Artikel 3.3.1 Voorwaardelijke verplichting omgevingsvergunning voor het bouwen 1. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat wordt voorzien in een waterberging voor hemelwater op eigen terrein. 2. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is 66,4 I per m2 verhard oppervlak. 3. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze na 48 uur weer volledig beschikbaar is, met een maximale afvoer van 1.5 I per seconde per hectare.

Nr. 1.1

Zienswijze Dit is een zeer ruim geformuleerde regeling. Er wordt geen onderscheid gemaakt voor welke bouwwerken precies die omgevingsvergunning wordt verleend. En dat is voor de verplichting om waterberging te realiseren behoorlijk bepalend. Want op deze manier zou er zelfs bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een balkon, of voor een vergroting van een woning zonder dat er sprake is van de toename van verhard, waterberging gerealiseerd moet worden. In dat geval is er immers ook sprake van 'bouwen'. In die gevallen kan er toch verplichting worden opgelegd dat er waterberging moet worden gerealiseerd.

Reactie De zienswijze wordt overgenomen. Het vereiste in artikel 3.3.1 wordt zo gespecificeerd dat het alleen betrekking heeft op bouwactiviteiten waarbij een toename van verhard oppervlak plaatsvindt.

Actie Artikel 3.3.1 wordt als volgt aangepast: 2.3.1 Voorwaardelijke verplichting omgevingsvergunning voor het bouwen 1. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarbij toename van verhard oppervlak plaatsvindt, staat vast dat wordt voorzien in een waterberging voor hemelwater op het eigen terrein. 2. In afwijking van het eerste lid mag de waterberging voor hemelwater ook worden gerealiseerd binnen het plangebied van een ruimtelijke ontwikkeling als dit op het eigen terrein onmogelijk is. 3. De waterberging heeft een minimale capaciteit per m2 verhard oppervlak conform hoofdstuk 5, artikel 16, van de Beleidsregels bij Waterschapsverordening

Onderwerp

Artikel

3.3.2 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3.1 wanneer het verwerken van hemelwater op eigen terrein redelijkerwijs niet mogelijk is.

Nr.

1.2

Zienswijze Maar ook bij het vervangen van woningen of locaties waar in het bestemmingsplan reeds woningen zijn voorzien zou dus waterberging nodig zijn, terwijl ook in die situaties het verhard oppervlak gelijk kan blijven of zelfs minder kan worden. Bij een toename van verhard oppervlak is deze regeling te volgen, echter bij een afname of in een situatie waarbij het verhard oppervlak niet geraakt wordt (niet verandert) acht cliënt dit een zeer onwenselijke bepaling. Tevens is de mogelijkheid tot de realisatie van waterberging op eigen terrein projectafhankelijk. Bij een inbereidingslocatie en/of postzegelplan zijn de mogelijkheden tot realisatie van waterberging op eigen terrein zeer gering, waardoor de

Reactie

Actie Waterschap Rivierenland of de opvolger daarvan. 4. De waterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze na 96 uur maar niet sneller dan 48 uur weer volledig beschikbaar is, met een maximale afvoer conform hoofdstuk 5, artikel 16, van de Beleidsregels bij Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland of de opvolger daarvan. 5. De waterberging wordt niet aangelegd als een ondergrondse voorziening.

Het beleid van de gemeente ziet op het zoveel mogelijk voorzien van waterberging op eigen terrein bij nieuwbouw. Dit met het oog op het voorkomen van wateroverlast. Indien dit naar het oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijs niet mogelijk is kan worden

Artikel 3.3.1 wordt als volgt aangepast: 2.3.1 Voorwaardelijke verplichting omgevingsvergunning voor het bouwen 1. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarbij toename van verhard oppervlak plaatsvindt, staat vast

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze mogelijkheid tot het realiseren van waterberging buiten het plangebied mogelijk moet zijn. 2.5 Weliswaar biedt artikel 3.3.2 een afwijkingsbevoegdheid, echter die afwijkingsbevoegdheid zegt niets over de aard en omvang van het bouwwerk. Naar het oordeel van cliënt dient er in artikel 3.3 ook een uitzonderingsbepaling te worden opgenomen voor die gevallen waarbij er geen sprake is van de toename van verharding en voor inbreidingslocatie en/of postzegelplannen. Met name bedoelt cliënt 'uitzonderingsbepaling' en geen 'afwijkingsbevoegdheid', omdat in het laatste geval dan steeds een beoordeling nodig is, die naar het oordeel van cliënt juist overbodig is.

Reactie afgeweken met een omgevingsvergunning, als opgenomen in artikel 3.3.2. De gemeente neemt in artikel 3.3.1 twee specificaties op: 1. Het gaat alleen om bouwactiviteiten waarbij sprake is van een toename van verhard oppervlak; en 2. Bij ruimtelijke ontwikkelingen mag ook waterberging worden gerealiseerd binnen het plangebied wanneer het realiseren van waterberging onmogelijk is op het perceel van het bouwwerk. De twee bovengenoemde gevallen vallen niet langer onder de afwijkingsmogelijkheid opgenomen in artikel 2.3.2 (voorheen: 3.3.2). Dit omdat wanneer er geen sprake is van een

Actie dat wordt voorzien in een waterberging voor hemelwater op het eigen terrein. 2. In afwijking van het eerste lid mag de waterberging voor hemelwater ook worden gerealiseerd binnen het plangebied van een ruimtelijke ontwikkeling als dit op het eigen terrein onmogelijk is. 3. De waterberging heeft een minimale capaciteit per m2 verhard oppervlak conform hoofdstuk 5, artikel 16, van de Beleidsregels bij Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland of de opvolger daarvan. 4. De waterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze na 96 uur maar niet sneller dan 48 uur weer volledig beschikbaar is, met een maximale afvoer conform hoofdstuk 5, artikel 16, van de Beleidsregels bij Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland of de opvolger daarvan. 5. De waterberging wordt niet aangelegd als

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze

Reactie toename van verhard oppervlak de verplichting tot het aanleggen van een waterberging niet geldt. Daarnaast wordt, wanneer de hemelwaterberging wordt gerealiseerd binnen het plangebied, ook voldaan aan de verplichting tot het realiseren van hemelwaterberging. In beide gevallen is het niet nodig om gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 2.3.2 (voorheen: 3.3.2). De zienswijze vraagt ook om een uitzondering voor inbreidingslocaties of postzegelplannen. Onder de Omgevingswet wordt niet langer gewerkt met inbreidingslocaties of postzegelplannen, deze gevallen kunnen dan ook niet worden opgenomen als een

Actie een ondergrondse voorziening.

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze

Natuurinclusief bouwen

-

1.3

Wat cliënt opvalt aan de regeling met betrekking tot natuurinclusief bouwen is dat de schaal van het project niet in de regels staat maar in de toelichting (dus 'klein project, 'middelgroot project', 'groot project' en 'zeer groot project'). Omdat het hier wel om normering gaat, lijkt cliënt het logisch dat dit in de regels wordt opgenomen. Dat geeft ook rechtszekerheid.

1

Reactie uitzondering op de verplichting tot het aanleggen van hemelwaterberging. In het nieuwe omgevingsrecht stelsel wordt voor plannen die niet passend zijn binnen het omgevingsplan gewerkt met een buitenplanse omgevingsvergunning (bopa). Bij de verlening van de bopa wordt het beleid van de gemeente toegepast. De artikelen met betrekking tot natuurinclusief bouwen worden geschrapt uit het bestemmingsplan. Dit aangezien over het beleid, waarop deze artikelen en de bijlage zijn gebaseerd, een amendement is aangenomen, waarbij de doorwerking van het biodiversiteitsplan is vervallen.1 Daarnaast is in het amendement opgenomen: “Het

Amendement 2024-21, ‘Dwingend karakter uit het Biodiversiteitsplan halen’, gemeenteraad West Maas en Waal, aangenomen op 10 oktober 2024.

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze

Reactie Biodiversiteitsplan West Maas en Waal geen onderdeel te laten zijn van de beoordeling van ruimtelijke initiatieven.” Door dit amendement missen artikel 2.1 en 3.5 en de bijlage een grondslag in het beleid van de gemeente en kunnen deze niet langer in het paraplubestemmingspl an worden opgenomen. Nu artikel 2.1 en 3.5 en de bijlage worden geschrapt zal verder niet worden ingegaan op de zienswijzen betreffende deze artikelen of de bijlage.

3.5.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen 1. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw staat vast dat voldoende maatregelen worden getroffen die een wezenlijke bijdrage leveren aan het in stand houden van de natuurwaarden. 2. Het bouwproject levert in ieder geval genoeg maatregelen die een wezenlijke bijdrage leveren aan het in stand houden van de natuurwaarden, wanneer het project minimaal voldoet aan het aantal punten genoemd in tabel 3.1.

1.4

In de normering wordt aangegeven dat er per onderdeel (zijnde in het gebouw, aan het gebouw en directe omgeving) een minimaal aantal punten moet worden behaald. Client opteert dat het

Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 1.3).

Actie

Onderwerp

Artikel 3.

Nr.

Het aantal punten per maatregel wordt vastgesteld met toepassing van Bijlage 1.

Tabel 3.1 Zeer Klein Middelgroot Groot groot project project project project 2 6 8 In gebouw 4 punten punten punten punten 2 6 8 Aan gebouw 4 punten punten punten punten Directe 3 9 12 6 punten omgeving punten punten punten 7 21 28 Totaal 14 punten punten punten punten

Maatregelen

Hittestress

Artikel 3.6 Hittestress Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw wordt alleen verleend als: a. het een hittestress-test doorstaat, waarbij geen verergering van de hittestress door het nieuwbouwproject mag ontstaan, tenzij mitigerende maatregelen als bedoeld in het ‘Klimaatadaptieplan Gemeente West Maas en Waal 2022'of de opvolger daarvan worden getroffen; en b. binnen de bebouwde kom de tuin voor meer dan 50% onverhard is.

1.5

Zienswijze totaal aan benodigde punten maatgevend is. Per onderdeel geldt dat er beperkende factoren van toepassing kunnen zijn. Zo is de invloed op de tuin van de huurders beperkt. Daarnaast zijn er beleidstechnische keuzes, zoals het niet toepassen van groene / bruine daken, die beperkt kunnen zijn. Strikt genomen komt dit erop neer dat als iemand c.q. cliënt een vrijstaand (of aangebouwd) bijgebouw c.q. garage wil bouwen bij een woning, of een bijgebouw wil vervangen, deze regel ook geldt. In dat geval moet dus de tuin voor meer dan 50% onverhard worden uitgevoerd. Naar het oordeel van cliënt gaat dat te ver, en zal de regeling moeten worden aangevuld met een onderscheid qua aard en schaal van 'het bouwen van een gebouw'.

Reactie

Actie

De zienswijze ziet op een brede reikwijdte van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw. Deze reikwijdte wordt aangepast naar een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw. Hierdoor geldt de verplichting tot het uitvoeren van een 50% onverharde tuin alleen bij het bouwen van hoofdgebouwen, zoals woningen.

Artikel 2.5 wordt als volgt aangepast: Artikel 2.5 Hittestress (voorheen artikel 3.6) Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw wordt alleen verleend als: a. naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende mitigerende maatregelen tegen hittestress als bedoeld in het ´Klimaatadaptatieplan Gemeente West Maas en Waal 2022´of de opvolger daarvan worden getroffen; en

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze

Reactie

Actie b. binnen de bebouwde kom de tuin voor meer dan 50% onverhard is.

1.6

Als uitgangspunt wordt het doorstaan van de hittestress-test aangegeven. Echter is het onduidelijk over welke hittestress-test het precies gaat en welke indicatoren en specificaties hierbij een rol spelen. Tevens dient het uitgangspunt omtrent welk klimaatjaar maatgevend is verduidelijkt worden. Verduidelijking van de

Nu de hittestresstest onduidelijkheid oplevert is besloten deze uit de regeltekst te schrappen. In het artikel wordt opgenomen dat naar de beoordeling van het bevoegd gezag voldoende maatregelen moeten zijn genomen tegen hittestress. Deze maatregelen zijn opgenomen in het Klimaatadaptieplan

Artikel 2.5 wordt als volgt aangepast: Artikel 2.5 Hittestress (voorheen artikel 3.6) Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw wordt alleen verleend als: a. naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende mitigerende maatregelen tegen hittestress als bedoeld in

Onderwerp

Watergangen

Artikel

5.1.1 Aanleggen of herinrichten van secundaire of tertiaire watergangen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een secundaire of tertiaire watergang aan te leggen of te herinrichten. 2. Een omgevingsvergunning voor het aanleggen of het herinrichten van een secundaire of tertiaire watergang wordt in ieder geval verleend als: a. er een natuurvriendelijke oever wordt aangelegd of ingericht die een talud heeft variërend van 1:4 tot 1:10; b. de watergang bereikbaar en zichtbaar bovengronds aanwezig is; en c. het talud aan minimaal één kant van het water aan de openbare ruimte grenst. 3. In aanvulling op het tweede lid kan een omgevingsvergunning voor het aanleggen of het herinrichten van een secundaire of tertiaire watergang langs een publieke weg worden verleend als een minimale berm van 2 m wordt toegepast. 4. In aanvulling op het tweede lid kan een omgevingsvergunning voor het aanleggen of het herinrichten van een secundaire of tertiaire watergang in het stedelijk gebied worden verleend als: a. de watergang bereikbaar is vanaf openbaar terrein; of

Nr.

1.7

Zienswijze hittestress-test is noodzakelijk.

Reactie Gemeente West Maas en Waal 2022.

Actie

Dit is een zeer ruim geformuleerde regeling. Er wordt geen duidelijkheid verschaft over wanneer de conclusie wordt getrokken dat er geen natuurlijke oplossing kan worden toegepast. Immers kan voor de financiële realiseerbaarheid van een project een natuurlijke oplossing niet mogelijk zijn, waarbij dit technisch theoretisch mogelijk zou kunnen zijn. Het is onduidelijk welke afweging hierin wordt gemaakt.

De zienswijze ziet op het verschaffen van duidelijkheid wanneer geen natuurlijke oplossing kan worden toegepast bij het aanleggen of herinrichten van een watergang. Ter verduidelijk zullen voorbeelden in de toelichting bij het betreffende artikel worden opgenomen.

Het volgende wordt opgenomen in de toelichting:

het´Klimaatadaptatiepla n Gemeente West Maas en Waal 2022´of de opvolger daarvan worden getroffen; en b. binnen de bebouwde kom de tuin voor meer dan 50% onverhard is.

“Er zijn echter omstandigheden wanneer een natuurlijke oplossing niet kan worden toegepast. Civieltechnische maatregelen zijn vaak niet te voorkomen als de beschikbare ruimte beperkt is en er toch een handeling nodig is. Een voorbeeld is een smalle wegberm naast een wegsloot. Voor de

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze

Reactie

1.8

Een tendens in de gehele samenleving, en met name vanuit de overheid, is dat zo ongeveer alles vastgelegd, gerapporteerd en geregeld moet worden. Voor veel thema's is daar ook veel voor te zeggen.

Dit paraplubestemmingspl an is gebaseerd op het beleid van de gemeente over natuur, klimaatadaptie en water. Het plan is dan ook bedoeld om duidelijkheid te verschaffen voor initiatiefnemers door het vastleggen van de concrete vereisten die uit dit beleid voortkomen.

b.

5.

6.

Overregulatie

de watergang een 4 m obstakelvrijeonderhoudsstrook heeft. In het geval dat er geen ruimte is voor het aanleggen of herinrichten van een watergang met een natuurvriendelijk ingerichte oever wordt in afwijking van het tweede lid, onder a de omgevingsvergunning verleend als het talud een verflauwing heeft van minimaal 1:3. In het geval dat er geen natuurlijke oplossing kan worden toegepast om goed beargumenteerde redenen, wordt in afwijking van het tweede lid, onder b de omgevingsvergunning verleend als civieltechnische maatregelen en oplossingen worden toegepast.

Het gevaar van overregulatie is echter aan de orde. Ook met onderhavig bestemmingsplan. Het

Actie verkeersveiligheid is het noodzakelijk dat die berm stabiel en onbeschadigd blijft. Om deformatie te voorkomen is dan een goede constructie nodig; vaak een damwand of oeverbeschoeiing. Deze ziet de gemeente als een niet-natuurlijke oplossing. De veiligheid gaat dan boven de natuurlijke oplossing.”

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze gevolg is dat de bouwkosten navenant toenemen. Het zijn op zichzelf vaak legitieme eisen die gesteld worden aan 'bouwen' c.q. 'nieuwe ontwikkelingen'. Echter opgeteld, alle eisen die gesteld worden, vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen Bouwbesluit), vanuit nationale en provinciale en lokale wet- en regelgeving, maken het bouwen steeds duurder. Mede gelet op de reeds gestegen kosten m.b.t. bouwmaterialen. Cliënt maakt zich hier zorgen over. Het wordt steeds lastiger om nog rendabele nieuwbouwprojecten te realiseren, terwijl de behoefte aan woningen juist heel groot is. De stijgende regeldruk is hier debet aan. Cliënt verzoekt uw raad hiervoor te waken.

Reactie

Actie

2. Onderwerp 1. Toelichting

Zienswijzen groep inwoners Appeltern Artikel

Nr. 2.1

Zienswijze Ligt het, nu de gemeentelijke omgevingsvisie nog steeds in een voorbereidende fase verkeert, niet in de rede het voorbereiden en vaststellen van een (paraplu) bestemmingsplan met betrekking Klimaat, water en natuur, uit te stellen tot na vaststelling van de gemeentelijke omgevingsvisie, zodat ten volle rekening kan worden gehouden met hetgeen daarin is vastgelegd?

Reactie De Omgevingsvisie van de gemeente West Maas en Waal is op 30 mei 2024 vastgesteld. Dit is voor de ter inzagelegging van het onderhavige paraplubestemmingsplan. De verdere behandeling van het paraplubestemmingsplan vindt plaats na de vaststelling van de Omgevingsvisie.

De auteurs van deze zienswijze menen dat eerst de gemeentelijke omgevingsvisie moet worden vastgesteld, en pas daarna het bestemmingsplan Klimaat, Water en Natuur kan worden behandeld. Wij verzoeken u derhalve - de verdere behandeling van het onderhavige paraplu bestemmingsplan te staken, c.q. aan te houden totdat de Gemeentelijke Omgevingsvisie (onherroepelijk) is vastgesteld;

In de Omgevingsvisie West Maas en Waal is het beleid van de gemeente over klimaat, water en natuur opgenomen. Het onderhavige paraplubestemmingsplan is gebaseerd op ditzelfde beleid. Nu het beleid ongewijzigd is hoeft dit paraplubestemmingsplan niet te worden aangepast naar de vastgestelde Omgevingsvisie. Wel zal in paragraaf 2.6 van de toelichting nog een beschrijving van de

Actie Een beschrijving van de Omgevingsvisie is opgenomen in paragraaf 2.6 van de toelichting bij dit paraplubestemmingsplan.

Onderwerp

Artikel

Nr.

2.2

Zienswijze - aansluitend de alsdan vastgestelde omgevingsvisie als leidraad te nemen voor het (her)formuleren van de regels van een parapluplan Kwaliteit, Water en Natuur. Inzichten van vroeger zijn deels achterhaald en niet meer passend bij de moderne tijd. Problemen zouden niet langer vooruitgeschoven moeten mogen worden. Daarom vragen we de gemeente -aanvullend op de voorgaande verzoeken-: - om bij het uitgeven van nieuwe vergunningen nu al zoveel mogelijk rekening te houden met de actuele inzichten zoals deze in (de conceptversie van de omgevingsvisie) zijn verwoord. En daarmee nog méér te handelen in de geest van de omgevingsvisie en minder naar de letter van de oudere bestemmingsplannen. Dit natuurlijk in alle redelijkheid, rekening

Reactie Omgevingsvisie met betrekking tot deze onderwerpen worden opgenomen.

Bij het verlenen van omgevingsvergunningen houdt de gemeente de geldende regels en haar beleid in acht. Ook een buitenplanse omgevingsvergunning wordt verleend op grond van het geldende beleid van de gemeente. Daarnaast wijzen wij op artikel 3.1 (voorheen: artikel 4.1) Innovaties in het kader van duurzaamheid en klimaat van dit paraplubestemmingsplan. In artikel 3.1 is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen door middel van een omgevingsvergunning om het bevoegd gezag mogelijkheden te bieden om bouwwerken die innovatieve

Actie

Onderwerp

Schaal van projecten

Artikel

Artikel 2.1 Schaal van bouwwerken De schaal van bouwwerken wordt bepaald aan de hand van het oppervlakte gebruik of de bouwhoogte van het project, met toepassing van tabel 2.1

Nr.

2.3

Zienswijze houdend met de verschillende belangen en compensaties voor eventueel geschade belangen. - Dit uitgangspunt zou ook moeten worden gehanteerd bij de toepassing van het vast te stellen Delegatiebesluit omgevingsplan gemeente West Maas en Waal dat de bestaande wijzigingsbevoegdheden die via het "Bestemmingsplan Veegplan" vervallen, zal vervangen.

Het is onduidelijk hoe de schaal van het project bepaald wordt:

Reactie duurzaamheid en klimaatadaptie bevorderen toe te staan, ook al voldoen deze niet aan de regels opgenomen in artikel 2 (voorheen: artikel 3). De voorwaarden voor de toepassing van dit artikel zijn dat het bouwwerk geen beperking oplevert voor natuur en milieu, de waterhuishouding en de bodemkwaliteit en nabije woningen en voorzieningen. De zienswijze met betrekking tot het Delegatiebesluit valt buiten de reikwijdte van het onderhavige paraplubestemmingsplan. De artikelen met betrekking tot natuurinclusief bouwen worden geschrapt uit het bestemmingsplan. Dit aangezien over het beleid, waarop deze artikelen en de bijlage zijn gebaseerd, een amendement is aangenomen, waarbij de

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr.

Categorie Oppervlakte of Hoogte Klein Tot 1000 m2 Tot 10 project m 2 Middelgroot 1000-2500 m Tot 20 project m Groot Groter dan Hoger project 2500 m2 dan 20 m Zeer groot project

Vanaf 10.000 m2

Zienswijze

Reactie doorwerking van het biodiversiteitsplan is vervallen.2 Daarnaast is in het amendement opgenomen: “Het Biodiversiteitsplan West Maas en Waal geen onderdeel te laten zijn van de beoordeling van ruimtelijke initiatieven.”

Actie

Door dit amendement missen artikel 2.1 en 3.5 en de bijlage een grondslag in het beleid van de gemeente en kunnen deze niet langer in het paraplubestemmingsplan worden opgenomen. Nu artikel 2.1 en 3.5 en de bijlage worden geschrapt zal verder niet worden ingegaan op de zienswijzen betreffende deze artikelen of de bijlage.

2

Amendement 2024-21, ‘Dwingend karakter uit het Biodiversiteitsplan halen’, gemeenteraad West Maas en Waal, aangenomen op 10 oktober 2024.

Onderwerp

Artikel

Nr. 2.3.1

Zienswijze Ook in de tweede kolom van Tabel 2.1 staat het woordje 'of. Dat betekent dat als aan een (1) van de twee (2) voorwaarden is voldaan, de bijbehorende categorie van toepassing is (als A of B 'waar7 = 'waar7). Voorgaande kan 'opvallend' uitwerken. Een voorbeeld van een 'Klein project' volgens deze 'of-systematiek is een bouwwerk vergelijkbaar met de Euromast (200 m hoog) in het land van Maas & Waal gebouwd op een oppervlak van 800 m2. Het zou beter zijn de tabel 2.1 uit elkaar te trekken in twee tabellen: een tabel 2.1-hoogte en 2.1oppervlak en separaat te scoren op hoogte en oppervlak. Hierbij moet worden toegevoegd dat indien een project binnen één tabel (bijv. 2.1-hoogte) op zowel 'Groot' (Gelijk of groter dan 20m) als 'Zeer groot' (Gelijk of groter dan 20m) scoort, de 'grootste' categorie (in dit geval 'Zeer groot') aangehouden wordt. Onze Euromast in het Land van Maas en Waal scoort 'Klein' op oppervlak en 'Zeer Groot' op hoogte waarmee het project in zijn geheel als 'Zeer groot' scoort.

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze Primair: Wij vragen de gemeente duidelijk te maken wat precies met artikel 2.1 bedoeld wordt, zodat we onze zienswijze na deze verduidelijking zo nodig kunnen aanvullen.

Reactie

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr. 2.3.2

Zienswijze In de inleidende zin onder het kopje wordt verwezen naar de "de schaal van bouwwerken" (oppervlak en hoogte) ter bepaling van de categorie van een project. Wij lezen daarom tabel 2.1 ten aanzien van 'Oppervlak' als volgt: “Oppervlak van het bouwwerk” Een bouwwerk is elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren Het zou mogelijk zijn dat de auteurs met 'Oppervlak' bedoeld hebben te verwijzen naar de 'grootte van het perceel' waarop het bouwwerk staat. Indien de auteurs voor 'Oppervlak': 'de grootte van het perceel waarop het bouwwerk staat' bedoeld hebben, zou de tabel 2-1 in zijn volledigheid (hoogte en oppervlak) er als volgt uitzien: “Oppervlak van het perceel”. De categorie van een project wordt bepaald door de 'grootste'

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze categorie die een project in tabel 2.1- hoogte of 2.1-oppervlak scoort. Indien een project binnen een tabel (bv 2.1-hoogte) op zowel 'Groot' (Gelijk of groter dan 20m) als 'Zeergroot' (Gelijk of groter dan 20m) scoort, wordt de 'grootste' categorie (in dit geval 'Zeergroot') aangehouden. Subsidiair: Wij verzoeken tabel 2.1. onder te verdelen in meerdere tabellen, overeenkomstig de hierboven gegeven voorbeelden, zodat voorkomen wordt dat meerdere interpretaties mogelijk zijn voor de indeling van een bouwwerk.

Reactie

Actie

Onderwerp Spelfout

Artikel 3.3.1 Voorwaardelijke verpliching omgevingsvergunning voor het bouwen 1. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat wordt voorzien in een waterberging voor hemelwater op eigen terrein. 2. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is 66,4 l per m2 verhard oppervlak. 3. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze na 48 uur weer volledig beschikbaar is, met een maximale afvoer van 1.5 l per seconde per hectare.

Nr. 2.4

Zienswijze In de titel van dit artikel ontbreekt een 't' (verplichting).

Reactie De titel van dit artikel wordt aangepast.

Actie ‘t’ wordt toegevoegd.

Onderwerp Waterbeheer en waterberging

Artikel 3.3.2 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3.1 wanneer het verwerken van hemelwater op eigen terrein redelijkerwijs niet mogelijk is.

Nr. 2.5

Zienswijze Wat verstaan moet worden onder "redelijkerwijs" wordt in de Toelichting op art. 3.3.1 niet omschreven. Het bevoegd gezag krijgt hier kennelijk een discretionaire bevoegdheid. Ondertekenaars menen dat een planontwikkelaar er onder omstandigheden in zo'n geval wel erg makkelijk af komt en de inwoners van de gemeente met de gevolgen opzadelt. Wij zijn van oordeel dat aan de afwijkingsbevoegdheid van het bevoegd gezag een verplichting dient te worden verbonden, in die zin dat de negatieve effecten van een afwijking door de planontwikkelaar worden gecompenseerd, naar rato van de omvang van het project. Deze compensatie zou bijv, kunnen bestaan uit het nemen van maatregelen elders in de gemeente, in de nabijheid van het project en op kosten van de planontwikkelaar. Indien een dergelijke compensatie niet of niet naar rato kan worden gerealiseerd, dient in de Regels opgenomen te worden dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning zal worden afgewezen.

Reactie Het bevoegd gezag heeft beoordelingsruimte om te bepalen wanneer het naar het oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijs niet mogelijk is om op eigen terrein hemelwater te verwerken. Voor het gebruik maken van deze afwijkingsbevoegdheid moet een omgevingsvergunning worden verleend. Het bevoegd gezag zal bij het verlenen van de omgevingsvergunning moeten motiveren waarom in dat geval het hemelwater redelijkerwijs niet op eigen terrein kan worden verwerkt. Deze motivering moet voldoen aan het motiveringsbeginsel opgenomen in artikel 3:46 Algemene wet bestuursrecht. De motivering waarom het naar het oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijs niet mogelijk is om

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze

Reactie hemelwater te verwerken op eigen terrein moet draagkrachtig zijn. Naar het oordeel van de gemeente is het niet nodig om een verplichting voor compensatie aan de afwijkingsbevoegdheid te koppelen. Mocht het in het specifieke geval nodig zijn, dan kan het bevoegd gezag hierover voorschriften opnemen in de omgevingsvergunning.

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr. 2.6

Zienswijze In zijn algemeenheid zijn ondertekenaars van mening dat in relatie tot waterbeheer en berging bij grote en zeer grote projecten alternatieve maatregelen mogen worden verwacht om eventuele negatieve effecten te minimaliseren. Projecten: • Mogen geen risico vormen voor lokale ecosystemen en biodiversiteit. • geen verstoring tot gevolg hebben van natuurlijke habitat, verlies van leefgebied voor waterdieren en geen negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit hebben. • Mogen niet zorgen voor mogelijke beïnvloeding van de lokale hydrologie, met mogelijke overstromingsrisico's en een algehele ecologische disbalans. • Moeten ook aanvullende duurzame waterbeheerpraktijken uitvoeren voor het behoud van voldoende waterberging in en om hun project (nader te specificeren, maar denkend aan: herstel of behoud van natuurlijke watergebieden, waterberging en zuivering) • Moeten extra groene infrastructuren integreren en

Reactie In het paraplubestemmingsplan is het huidige beleid van de gemeente met betrekking tot water verwerkt. De genoemde punten in de zienswijzen vragen een aanpassing van dit beleid. Zolang het passend is binnen het bestaande beleid van de gemeente worden de genoemde punten in de zienswijze in meer of mindere mate wel meegewogen. Daarnaast zullen projecten niet alleen aan het paraplubestemmingsplan moeten voldoen. Er zal ook moeten worden voldaan aan de geldende wetgeving op landelijk en lokaal niveau. Daarin zijn ook bepalingen opgenomen met betrekking tot waterkwaliteit en waterbeheer, de bescherming van de biodiversiteit en verstoring van

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze waterretentie gebieden elders creëren om de beoogde afwijkingen in de waterberging te compenseren en duurzame oplossingen bevorderen

Reactie leefgebieden. Zo geldt bij veel grotere bouwprojecten dat bij een omgevingsvergunning ook een watertoets en natuurtoets wordt gedaan. Daarin worden de genoemde punten in de zienswijze in meer of mindere mate meegewogen.

Actie

Onderwerp Natuurinclusief bouwen

Artikel 3.5.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen 1. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw staat vast dat voldoende maatregelen worden getroffen die een wezenlijke bijdrage leveren aan het in stand houden van de natuurwaarden. 2. Het bouwproject levert in ieder geval genoeg maatregelen die een wezenlijke bijdrage leveren aan het in stand houden van de natuurwaarden, wanneer het project minimaal voldoet aan het aantal punten genoemd in tabel 3.1. 3. Het aantal punten per maatregel wordt vastgesteld met toepassing van Bijlage 1.

Nr. 2.7

2.7.1

Zienswijze De ondertekenaars van deze zienswijze menen dat met deze puntentabellen geen recht gedaan wordt aan de schade die aan de natuur en groene omgeving wordt toegebracht door het realiseren van bouwprojecten, zowel groot als klein. Wij lichten dat hieronder toe, stellen hierover enkele vragen en geven suggesties om de tabellen aan te vullen, dan wel aan te passen. Is het de bedoeling dat alleen het totaal aantal punten gehaald wordt, of is het ook de bedoeling dat in elke categorie (in gebouw, aan gebouw, omgeving) het benodigde aantal punten gehaald wordt? Ons inziens behoort het dat laatste te zijn. Daarmee wordt het totaal aantal punten irrelevant, want het kan (en mag) niet de bedoeling zijn dat onderling gecompenseerd kan worden: de totaal regel zou weggelaten moeten worden.

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr. 2.7.2

2.7.3

2.7.4

Zienswijze Bij "groot project" en "zeer groot project" moeten ons inziens ook punten worden voorgeschreven in de categorie "Maatregelen in openbare ruimte". Dit moeten extra punten zijn, en niet worden 'aigetrokken' van "directe omgeving". Punten mogen ook niet kunnen worden uitgewisseld, vanwege de verschillende waardering. Het aantal punten in "openbare ruimte" moet aanzienlijk zijn, omdat deze maatregelen de grootste kans hebben om in stand te blijven nadat het project is overgegaan in handen van individuele eigenaren Het is de bedoeling dat gemeenschappelijke ruimte in een project, die formeel misschien niet openbaar is (bijv, eigendom van vakantiepark), in dit geval wel als zodanig behandeld wordt Daarmee bedoelen wij dat hogere eisen gesteld moeten worden aan 'afmetingen van maatregelen' voordat punten worden toegekend.

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr. 2.7.5

2.7.6

Zienswijze De maatregelen waarvoor de punten toegekend worden, moeten het minimum zijn waaraan een bouwproject moet voldoen. Afhankelijk van het project hoeft dit niet voldoende te zijn en moeten aanvullende eisen kunnen worden gesteld. (Regel 3.5.1 punt 2 "levert in ieder geval genoeg maatregelen" is precies tegengesteld geformuleerd aan wat bedoeld zou moeten worden). Dit puntenstelsel kan alleen van toepassing zijn op projecten binnen de bebouwde kom of bestaande bedrijventerreinen. Dus bij inbreiding of bij vervanging van bestaande gebouwen binnen de bebouwde kom. De maatregelen dragen namelijk alleen in een stedelijke (of al bebouwde) omgeving bij aan verbetering of behoud van natuur en biodiversiteit (en vermindering van hittestress, en verwerking van hemelwater). Voor nieuwe projecten in tot dan toe groene/natuurlijke omgeving zijn deze maatregelen géén wezenlijke bijdrage aan het behoud ervan. Daarvoor moeten strengere eisen opgesteld worden.

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr. 2.7.7

Zienswijze Ook binnen de bebouwde kom moet gekeken worden wat er aan groene/natuurlijke omgeving verloren gaat en moeten mogelijk extra of meer maatregelen verlangd worden. De puntentelling moet een meetmethode zijn, een richtlijn om te laten beoordelen of voldoende maatregelen genomen worden, en niet een boodschappenlijstje om af te vinken en dan is het per definitie goed. Natuurbehoud mag géén sluitstuk zijn, het moet de eerste voorwaarde zijn bij het ontwerpen van een project.

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr. 2.7.8

Zienswijze Voor uitbreiding van een dorp ten behoeve van woningbouw voor (toekomstige) inwoners in een schil om het bestaande dorp heen kan ook een dergelijk puntensysteem bedacht worden, maar met nog meer ruimte voor groen en natuur, bij voorkeur in de openbare ruimte. Doel daarvan is om ook binnen de dorpen groene netwerken te laten bestaan, zodat e.e.a. werkelijk toekomstbestendig en natuur-inclusief zal zijn. Wanneer uitbreiding gewenst is, is het beter om meer groene ruimte (die immers nu nog ruim beschikbaar is) te offeren voor minder woningen in het dorp, die dan ieder beter omgeven zijn door groen. Veel woningen op een klein stukje grond mag dan financieel aantrekkelijker zijn voor de projectontwikkelaar, maar dat is niet in het belang van de gemeenschap en heeft zeer nadelige consequenties die nooit meer hersteld kunnen worden. Deze overweging moet terug te vinden zijn in de minimale eisen die gesteld worden aan een bouwproject.

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr. 2.7.9

Zienswijze Projecten in de groene ruimte moeten veel strenger beoordeeld worden: wat gaat er verloren aan natuur en groene (of blauwe) ruimte, wat is de invloed op de overblijvende natuur/groene ruimte rondom het project, wat wordt de overlast voor inwoners in de omgeving, blijven kleinschaligheid, groen en natuur en cultuurlandschap behouden, etc. Op al deze aspecten zijn per definitie negatieve effecten te verwachten en deze moeten afgewogen worden tegen wat het project voor nut en noodzaak voor de inwoners heeft en in hoeverre maatregelen genomen kunnen worden die de negatieve effecten daadwerkelijk zoveel mogelijk beperken. Al die maatregelen moeten verplicht gesteld worden, moeten per geval beoordeeld worden (dus niet een simpel tabelletje waarin je punten kunt afvinken) en de lat voor wat "redelijkerwijs" verlangd kan worden moet hoog gelegd worden. Negatieve effecten voor grootschalige projecten (nieuw vakantiepark zoals De Acht Morgen) zijn per definitie groot en kunnen niet of

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze nauwelijks in voldoende mate verzacht worden. Kleinschalige projecten hebben veel minder grote negatieve effecten, die met voldoende en effectieve maatregelen heel goed verzacht, c.q. gecompenseerd kunnen worden. Bijv, een agrariër die deels wil omschakelen naar toerisme en een mini parkje met 5 chalets mooi ingebed in een nieuw aangelegd landschap (bomen, struiken) op zijn land wil aanleggen. Iets dergelijks moet in de regels worden opgenomen, en vooral: daar moet naar gehandeld worden!

Reactie

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr. 2.7.9

Zienswijze Bij bouwen in de natuur/groen zijn er altijd ook negatieve effecten vanwege toegenomen geluid, toegenomen licht, toegenomen gemotoriseerd verkeer, toegenomen menselijk verkeer. Ook hiervoor moeten verzachtende, compenserende maatregelen verplicht gesteld worden. Deze dienen ons inziens aanvullend in dit parapluplan opgenomen te worden.

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Artikel 3.5.2 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.5.1 wanneer het nemen van voldoende maatregelen voor het in stand houden van de natuurwaarden redelijkerwijs niet mogelijk is.

2.8.1

• Aard en functie van het project of bouwwerk bepalen mede of en hoe kan worden afgeweken van de voorschriften. Het puntensysteem biedt op zichzelf onvoldoende garanties voor behoud van natuur/groen (en voorkoming hittestress), er moeten daarom criteria komen wanneer daarvan afgeweken kan worden.

Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp

Artikel Toelichting: 5 Juridische aspecten - 5.2 Artikelsgewijze toelichting "In artikel 3.5.2 is een afwijkingsmogelijkheid voor het bevoegd gezag opgenomen. Er kan een omgevingsvergunning worden verleend, waarmee wordt afgeweken van de regels. Dit aangezien uit het beleid van de gemeente blijkt dat de gemeente projectontwikkelaars wil aanmoedigen om zoveel mogelijk punten te behalen, maar dit niet tot absolute verplichting wil maken. Deze omgevingsvergunning wordt alleen verleend wanneer de initiatiefnemer aan kan tonen dat de benodigde maatregelen redelijkerwijs niet getroffen kunnen worden."

Nr. 2.8.2

Zienswijze • Ook hier geldt dat "redelijkerwijs" niet is toegelicht; voor welke hoogstaande doeleinden kan redelijkerwijs natuur opgeofferd worden? Concessies kunnen ons inziens alleen en onder voorwaarden gedaan worden bij bouwen binnen de bebouwde kom. Omdat de effecten van bouwen op de daar aanwezige natuur/groen meestal relatief klein zijn, en er soms inderdaad onvoldoende fysieke ruimte is om alle benodigde maatregelen te treffen. Met 'Onder voorwaarden' bedoelen de ondertekenaars dat aan de afwijking een verplichting verbonden moet worden voor de aanvrager/projectontwikkelaar om de

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr. 2.8.3

Zienswijze Voor zeer kleinschalige projecten van inwoners (eigen huis bouwen) zou voor de afweging of "redelijkerwijs" niet kan worden voldaan aan de maatregelen, een lagere drempel mogen worden aangehouden, dan voor grotere projecten van projectontwikkelaars. De negatieve effecten van kleine projecten zullen immers ook kleiner zijn. Voor projecten die van belang zijn voor de inwoners/gemeenschap (bijv, sociale huurwoningen bouwen) kan ook een lagere drempel worden aangehouden bij de afweging "redelijkerwijs", dan projecten die dat niet hebben (bijv, vakantiehuizen bouwen). In de Regels moeten aanvullende bepalingen worden opgenomen die dit duidelijk maken.

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr. 2.8.4

Zienswijze Als één van de criteria voor het toepassen van de afwijkingsbevoegdheid bevelen wij aan: uitsluitend projecten die voldoende (!) nut en noodzaak voor inwoners en lokale ondernemers hebben.

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

2.8.5

Een bouwproject mag niet in meerdere vergunningsaanvragen worden gesplitst om onder verplichtingen uit te komen.

Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp

Artikel

Nr. 2.8.6

Zienswijze Ondertekenaars achten de passage "....projectontwikkelaars wil aanmoedigen om zoveel mogelijk punten te behalen, maar dit niet tot absolute verplichting wil maken" onder punt 5.2 van de Artikelsgewijze toelichting volstrekt onaanvaardbaar. Deze passage toont aan dat de gemeente alle beleid en regelgeving op gebied van natuurbehoud niet serieus neemt en al bij voorbaat ruimte biedt om af te kunnen wijken, of sets van maatregelen goed te keuren die alleen op papier adequaat lijken, maar in het geheel geen recht doen aan de uitgesproken intentie van de gemeente om natuur, klimaat en groene leefomgeving te beschermen. Deze passage voedt onze behoefte om de hierboven genoemde discretionaire bevoegdheid van de gemeente tot afwijking aan banden te leggen door een compensatieverplichting, resp. een afwijzingsverplichting in de regels op te laten nemen.

Reactie Dit artikel vervalt (zie reactie bij zienswijze 2.3).

Actie

Onderwerp Ondergrondse voorzieningen

Artikel Artikel 5.2.3 Het is verboden om een open, holle ondergrondse voorziening voor waterberging aan te leggen.

Nr. 2.9.1

Zienswijze Is artikel 5.2.3 ("waterberging voor hemelwater op eigen terrein") die verplicht is volgens artikel 3.3.1 lid 1, een nadere omschrijving waaraan die waterberging moet voldoen, of refereren 3.3.1 en 5.2.3 aan twee verschillende zaken? Bijvoorbeeld zou artikel 3.3.1 betrekking kunnen hebben op de (publieke) wateropvang met behulp van wadi's en sloten en zou artikel 5.2.3 betrekking kunnen hebben op de (private) wateropvang door huurders/eigenaren van percelen? Mag een private huurder/eigenaar van een perceel regenwater opvangen en opslaan in een vijver, een grindkoffer of een deels of geheel ingegraven tank om zo te beschikken over 'vuil' water voor het spoelen van de WC, douchen of watergeven aan de tuin/planten of mag dat niet en is de bedoeling van artikel 5.2.3 dat hemelwater alleen in bovengrondse 'regentonnen' mag worden opgeslagen? Wij vragen u duidelijk te maken wat met artikel 5.2.3 (en artikel 3.3.1)

Reactie Het verbod op het aanleggen van een open holle ondergrondse voorziening voor waterberging uit artikel 5.3.2 geldt alleen voor nieuwe initiatieven. Er is daarom gekozen om dit artikel samen te voegen met artikel 2.3.1 (voorheen: artikel 3.3.1). Daarnaast wordt in het paraplubestemmingsplan ook een vergunningplicht voor het aanbrengen van verharding opgenomen. Daarbij wordt het vereiste opgenomen voor het aanleggen van een waterberging, zie artikel 4.2.3. In het beleid van de gemeente (zie het Achtergronddocument bij het Toetsingskader water, p. 20) is opgenomen dat ondergrondse voorzieningen voor waterberging in de gemeente niet mogelijk zijn. Dit vanwege de hoge grondwaterstanden

Actie Aan artikel 2.3.1 (voorheen: 3.3.1) wordt een vijfde lid toegevoegd: 5. De waterberging wordt niet aangelegd als een ondergrondse voorziening.

4.2.3 Omgevingsvergunning voor het aanleggen van verharding 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verharding aan te leggen met een oppervlakte van: a. meer dan 500 m2 in stedelijk gebied; of b. meer dan 1500 m2 in landelijk gebied. 2. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, waarbij toename van verharding plaatsvindt, staat vast dat wordt voorzien in een waterberging voor hemelwater op het eigen terrein. 3. In afwijking van het tweede lid mag de

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze bedoeld wordt, zodat we onze zienswijze na deze verduidelijking zo nodig kunnen aanvullen.

Reactie en bodemopbouw. Daarnaast zijn ondergrondse voorzieningen niet te controleren op foutieve aansluitingen.

Actie waterberging voor hemelwater ook worden gerealiseerd binnen het plangebied van een ruimtelijke ontwikkeling als dit op het eigen terrein onmogelijk is. 4. De waterberging heeft een minimale capaciteit per m2 verhard oppervlak conform hoofdstuk 5, artikel 16, van de Beleidsregels bij Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland of de opvolger daarvan. 5. De waterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze na 96 uur maar niet sneller dan 48 uur weer volledig beschikbaar is, met een maximale afvoernorm conform hoofdstuk 5, artikel 16, van de Beleidsregels bij Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland of de opvolger daarvan. 6. De waterberging wordt niet aangelegd als een ondergrondse voorziening. 4.2.4 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in

Onderwerp

Artikel

Nr.

Zienswijze

Reactie

Actie artikel 4.2.3, tweede lid, wanneer het verwerken van hemelwater op eigen terrein redelijkerwijs niet mogelijk is.

2.9.2

Wij behouden ons het recht voor om na ontvangst van de gevraagde toelichting op de artikelen 2.1, 5.2.3 en 3.3.1 deze zienswijze aan te vullen.

Onderwerp Drainage

Artikel 5.3.3 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.3.3 wanneer de drainage noodzakelijk is voor de beheersing van extreem hoge grondwaterstanden die kunnen leiden tot overlast en schade.

Nr. 2.10

Zienswijze In de tekst wordt verwezen naar artikel 6.3.3. Dit artikel komt in de Regels niet voor.

Reactie Verwijzing wordt aangepast naar artikel 5.3.2.

Actie Verwijzing aangepast.

3.

Wijzigingen die zijn doorgevoerd niet om de ingediende zienswijzen (voor gemeente)

Technische wijzigingen: -

Hernummering is doorgevoerd. In de toelichting is de lijst met vigerende bestemmingsplannen en tam-imro plannen aangepast.

-

In de toelichting is het beleid van het waterschap Rivierenland (par. 2.5) omgeschreven naar de laatst geldende regels en beleid.

-

Artikel 5 (voorheen artikel 6), tweede lid, is verwijderd. Dit aangezien dit bestemmingsplan geen regels bevat over het volume van bouwwerken.

-

Artikel 3.1: formulering van het artikel is gewijzigd.

-

Artikel 4.3.1, derde lid, is een verwijzing naar het eerste lid geschrapt. Deze verwijzing was onnodig in dit artikel.

-

De verwijzingen naar andere artikelen in het paraplubestemmingsplan en de toelichting zijn aangepast n.a.v. de hernummering.

-

Inhoudsopgave van de toelichting is aangepast naar de nieuwe versie.

Wijzigingen op verzoek van de gemeente: -

Verwijdering van de regels en de toelichting m.b.t. natuurinclusief bouwen (artikel 2.1, 3.5 en de bijlage). Dit omdat in de aangenomen amendement A 2024-21 (10 oktober 2024) is opgenomen dat “Het Biodiversiteitsplan West Maas en Waal geen onderdeel te laten zijn van de beoordeling van ruimtelijke initiatieven.” Verwijzingen in de toelichting naar dit beleid zijn ook grotendeels verwijderd (behalve par. 3.1.3) en verwijzing naar de handreiking natuur-inclusief bouwen zijn allemaal verwijderd.

-

Titelwijziging naar Paraplubestemmingsplan Water en klimaatadaptatie West Maas en Waal. Verwijzingen in het plan en de toelichting zijn hierop aangepast.

-

Voormalig artikel 5.2.3 is opgenomen als vijfde lid in artikel 2.3.1waarin is opgenomen dat de waterberging niet wordt aangelegd als een ondergrondse voorziening.

-

Artikel 2.3.1 is naar aanleiding van zienswijzen aangepast, daarnaast zijn de volgende wijzigingen toegepast: o

Dynamische verwijzing naar de beleidsregels van het Waterschap in het derde en vierde lid; en

o

Aanpassing vierde lid dat de waterberging na 96 uur maar niet sneller dan 48 uur weer volledig beschikbaar is. Dit sluit beter aan bij het beleid.

-

Artikelen 4.2.3 en 4.2.4 zijn ingevoegd met een vergunningplicht voor het aanleggen van meer dan 500 m2 verharding in stedelijk gebied of meer dan 1500 m2 verharding in landelijk gebied. In artikel 4.2.4 is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij het aanleggen van de bovengenoemde verharding is de verplichting opgenomen tot het aanleggen van waterberging conform artikel 2.3.1. Het plan en de bijbehorende toelichting is hierop aangepast.

-

Artikel 2.2 is aangepast conform het Toetsingskader grondwater, door de onderdelen a t/m f toe te voegen aan het eerste lid.

-

In artikel 4.2.1, tweede lid, onder a, is opgenomen dat een oever een talud heeft van minimaal 1:3 in plaats van 1:4 tot 1:10. Dit sluit beter aan bij het beleid van de gemeent In artikel 4.2.1, derde lid, is: o verduidelijkt dat het gaat over grondwateroverlast. o een dynamische verwijzing opgenomen naar het Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027. Als het beleidsplan wordt herzien hoeft het bestemmingsplan niet te worden aangepast; en o verduidelijkt dat gaat om de hoogst gemetene grondwaterstand.

-

-

Artikel 4.1.1, tweede lid, (voormalig 5.1.1) is aangepast. De omgevingsvergunning wordt nu in ieder geval geweigerd als: o

er geen natuurvriendelijke oever wordt aangelegd of ingericht die een talud heeft van minimaal 1:3;

o

de watergang niet bereikbaar is en zichtbaar bovengronds aanwezig is; en

o

het talud niet aan minimaal één kant van het water aan de openbare ruimte grenst.

Dit aangezien de gemeente beleidsruimte wenst te behouden om de omgevingsvergunning om andere reden te kunnen weigeren. Daarnaast is in het vijfde lid toegevoegd ‘naar het oordeel van het bevoegd gezag’ voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het moeten toepassen van natuurlijke oplossingen bij het aanleggen of herinrichten van watergangen. Het bevoegd gezag zal per aanvraag beoordelen of de aangevoerde redenen om een civieltechnische maatregel te treffen noodzakelijk is.

In overleg met het waterschap: -

Aanpassing artikel 2.3.1 (voorheen 3.3.1), derde lid. Er is een dynamische verwijzing opgenomen naar de Keur van het Waterschap over de norm van de capaciteit van de hemelwaterberging aangezien het waterschap deze zal gaan veranderen. o

Waterberging voor 48 uur aangepast naar 96 uur maar niet sneller dan 48 uur conform beleid waterschap.

-

Artikel 4.1.1 is aangepast zodat deze alleen nog van toepassing is op (toekomstige) gemeentelijke watergangen. Er is een definitie opgenomen in artikel 1.1 over en dit is verwerkt in het artikel.

-

In artikel 4.2.1, tweede lid, onder e, is toegevoegd: “of 1,0 m klei wordt aangebracht of hersteld na het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van de werkzaamheden.”

Overige wijzigingen: -

In de toelichting is paragraaf 1.5 opgenomen om uit te leggen wanneer naar nieuw recht wordt verwezen onder de Omgevingsrecht en wanneer oud recht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet van toepassing zijn. In de toelichting zijn een aantal grammatica- en spellingsfouten aangepast. De artikelsgewijze toelichting is herschreven naar de nieuwe versie van de artikelen. In de toelichting is paragraaf 6.1 aangevuld over hoe met de inspraak en de zienswijzen is omgegaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15569885/1