CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Kwaliteitsnormen voetbalaccommodatie

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.11072413.728 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

17 | WEDSTRIJDVELDVERLICHTING 76 KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

17

WEDSTRIJDVELDVERLICHTING

Wat komt er allemaal kijken bij het aanleggen van kunstverlichting? En wat zijn de technische aspecten die nuttig zo niet noodzakelijk zijn om te weten? Je leest het hier.

NORMEN - Bij officiële wedstrijden in het amateurvoetbal dient de gemiddelde horizontale (kunst)verlichtingssterkte in gebruikstoestand tenminste 200 lux te zijn. - De gelijkmatigheid moet minimaal 0,6 zijn. - De verblindingswaarde behoort 50 te zijn. - De kleurweergave moet minimaal 60 Ra zijn. - De lichtmasten behoren minimaal 4 m. uit de grenslijnen te staan. Meer info Lees, voor uitgebreide informatie en de technische eisen, de Aanbevelingen voor Verlichting van sportaccommodaties (versie voetbal) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSV V). De vereniging kan deze en andere brochures (niet kosteloos) opvragen bij het secretariaat van de NSV V: info@nsvv.nl, tel. 0318-695394. Zie ook www.nsvv.nl. Lux en vuistregel De in de KNVB-reglementen en NSV V-aanbevelingen vermelde lichtwaarde is de verlichtingssterkte die onder alle omstandigheden aanwezig dient te zijn. Dit heet de gebruikswaarde. Om de onvermijdelijke invloeden van veroudering, vervuiling, spanningsverliezen en productiemarges te compenseren, kun je bij een nieuwe lichtinstallatie uitgaan van een 25 procent hogere lichtopbrengst. Dit is de zogenaamde nieuwwaarde index. Om een verlichtingsniveau van 200 lux (gebruikswaarde) te kunnen handhaven, ga je in nieuwe toestand dus uit van een

17 | WEDSTRIJDVELDVERLICHTING

verlichtingsniveau van tenminste 1,25 x 200 = circa 250 lux. Deze (vuist)regel is van toepassing op alle vormen van lichtinstallaties. Overigens hanteren leveranciers in hun offertes de nieuwwaarden.

KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

78

ADVIES Voor trainingsvelden kan de vereniging het best een verlichtingssterkte aanhouden van tenminste 75 lux (nieuwwaarde circa 100 lux). Hou bij dit soort lichtinstallaties rekening met ‘matige gelijkmatigheid’ en donkere vlekken die zich in de hoeken en aan de randen aftekenen. In dit verband is een opstelling met vier masten per veldzijde al een verbetering ten opzichte van drie. Richtlijnen Als een ‘topwedstrijdverlichting’ wenselijk is, bijvoorbeeld op het hoogste amateurvoetbalniveau met grote aantallen toeschouwers en eventueel tv, kan de vereniging het best uitgaan van een lichtinstallatie met een gebruikswaarde van tenminste 300 lux (nieuwwaarde 375 lux). Door verbeterde lampen met een hogere lichtopbrengst en speciale schijnwerpers te gebruiken, kan tegenwoordig met hetzelfde aantal lampen per veld een hogere lichtintensiteit worden gerealiseerd.

Lichthinder Gebruik, ter voorkoming van lichthinder, schijnwerpers waarbij de instellingshoek ten opzichte van de mast is aangepast. Bij moderne schijnwerpers staat het lichtvenster vrijwel evenwijdig aan het maaiveld. Ook kan een aangepaste (hogere) lichtpunthoogte de lichthinder terugbrengen. Meer informatie over lichthinder? Zie de NSV V-publicatie ‘Algemene richtlijnen betreffende lichthinder’. Voor het plaatsen van lichtmasten is toestemming van de gemeente nodig. Soms is ook een bouwvergunning vereist, waarbinnen de milieuwetgeving aanvullende eisen kan stellen aan de lengte van de masten, evenals aan de tijden van verlichting (zie Wet Milieubeheer). Om de eigendomsverhoudingen goed te regelen, kan het nodig zijn een recht van opstal te vestigen.

18 | HOOGSPANNINGSLIJNEN EN MASTEN VOOR MOBIELE TELEFONIE 80 KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

18

HOOGSPANNINGSLIJNEN EN MASTEN VOOR MOBIELE TELEFONIE Wel of niet een voetbalveld onder een hoogspanningsleiding? Feit is dat een dergelijke leiding boven het speeloppervlak meerdere, in elk geval praktische gevolgen met zich meebrengt.

ADVIES - De KNVB vindt dat onder hoogspanningsleidingen geen sportvelden horen te liggen. Bij de aanleg van velden of bij de reconstructie van een bestaand sportpark, is het verstandig om de aanwezigheid van bovengrondse hoogspanningsleidingen in ogenschouw te nemen. Alhoewel schadelijke gevolgen voor de gezondheid ten gevolge van de elektromagnetische velden rond de kabels nooit zijn bewezen, acht de overheid het niet gewenst nieuwe huizen en scholen onder hoogspanningslijnen te bouwen. Dit is bevestigd door een uitspraak van de Raad van State in 2007. Gezondheid en praktische aspecten Deze uitspraak betekent niet zonder meer dat blootstelling aan straling het realiseren, verplaatsen of uitbreiden van een sportaccommodatie onmogelijk maakt omdat het de volksgezondheid in het geding zou brengen. Maak als vereniging desondanks bij de planvorming een serieuze afweging of er sprake kan zijn van blootstelling aan schadelijke straling. Let ook op de volgende praktische aspecten. Zo claimt de netbeheerder van de hoogspanningsleiding vrije toegang tot de grond onder de leiding, in verband met onderhoud. En bij ijzel kunnen brokken ijs naar beneden vallen, al zal onder die omstandigheden al gauw sprake zijn van afgelasting. Verder geldt bij het plaatsen van gebouwen, ballenvangers en lichtmasten in de nabijheid van hoogspanningslijnen een

18 | HOOGSPANNINGSLIJNEN EN MASTEN VOOR MOBIELE TELEFONIE 82 KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

verplichte minimale afstand. Deze bedraagt al gauw 10 m, afhankelijk van het voltage van de leiding. De beheerder van het leidingnetwerk of de energieleverancier kan je hierover informeren. Masten voor mobiele telefonie De KNVB heeft geen specifieke regelgeving over hoe om te gaan met GSM- en UMTS-masten op een sportpark. In beginsel is er geen bezwaar tegen plaatsing, mits de masten te allen tijde meer dan 4 m. uit een speelveld staan. Houd wel rekening met een aantal praktische aspecten: - Bij GSM-masten behoren veelal ook kasten met apparatuur. Het gaat dus om méér ruimte dan alleen die voor het plaatsen van een simpele mast. - Zwaar transport en vaak een kraanwagen bij het plaatsen kunnen schade toebrengen aan het veld (diepe sporen) en/ of de verharding. - Er is regelmatig controle en onderhoud nodig, waarvoor de eigenaar van de masten vrije toegang tot het sportpark verlangt. Voor dit doel dienen de masten met de auto bereikbaar te zijn. - Een combinatie van deze masten met lichtmasten is mogelijk, afhankelijk van de sterkte van de mast en de situering ervan. - Voor het plaatsen van GSM-masten is een (bouw) vergunning nodig van de gemeente.

Stralingsgevaar? Uit epidemiologische onderzoeken blijkt vooralsnog onvoldoende dat de aanwezigheid van GSM-masten stralingsgevaar en een verhoogd ziekterisico met zich meebrengt. Rond de masten is wel sprake van een elektromagnetisch veld waarvoor sommige mensen gevoelig kunnen zijn. In de VROM-notitie ‘Nuchter omgaan met risico’s’ uit 2004 staat: “Het recente TNO-onderzoek geeft op dit moment geen aanleiding om aanvullende beperkende maatregelen ten aanzien van de activiteit (het plaatsen en gebruiken van basisstations) te nemen...”. Zie ook Rijksoverheid(.nl) dossier GSM- en UMTS-masten).

19 | SITUERING VELDEN 84 KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

19

SITUERING VELDEN

Op welke plaats een veld kan of zelfs moet liggen, welke factoren allemaal een rol van betekenis (kunnen) spelen bij de aanleg en precieze situering ervan, je leest het hier.

ADVIES Ten opzichte van zon en wind Een hoofdveld is het meest gunstig gesitueerd als de lengteas globaal 15 graden ten westen van de noord-zuidlijn ligt. Dit in verband met de lage middagstand van de zon in de wintermaanden. Verder kan het voornemen om een tribune bij een hoofdveld te plaatsen, bij de situering van het veld een belangrijke factor zijn. In Nederland is de overheersende wind- en buienrichting west/zuidwest. Een (hoofd)tribune bevindt zich daarom bij voorkeur aan de west/zuidwestzijde van het veld. Ten opzichte van kleedgelegenheid Over het algemeen kan de kleed- en clubaccommodatie het best centraal ten opzichte van de velden liggen, met een afstand van de kleedgelegenheid tot het hoofdveld van maximaal 50 m. Bij top-amateuraccommodaties doet de vereniging er verstandig aan de kleedgelegenheid aan het speelveld te laten grenzen, in verband met de veiligheid voor spelers en arbiters. Voor de overige speelvelden is een maximale loopafstand van 150 m. het devies. Trainingsvelden liggen, met het oog op het dagelijkse gebruik, bij voorkeur direct nabij de kleedgelegenheid. Dit bespaart ook op de terreinverlichting en de kabelafstand voor de veldverlichting. Ten opzichte van andere velden Bij velden die haaks en kort op elkaar liggen of komen te liggen, moet de vereniging rekening houden met hinderlijke spelbeïnvloeding en mogelijk gevaarlijke situaties.

Hetzelfde geldt voor velden die in elkaars verlengde liggen en (zeer)

19 | SITUERING VELDEN

kort achter elkaar. Afhankelijk van de situatie zouden er dan tenminste voldoende brede ballenvangers geplaatst moeten zijn.

KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

86

Ten opzichte van hoogspanningslijnen Hoewel de meningen hierover niet eensluidend zijn, vindt de KNVB dat sportvelden niet onder hoogspanningsleidingen moeten zijn gesitueerd, mede om praktische redenen. Zie verder hoofdstuk 18 over hoogspanningslijnen. Ten opzichte van woningen Woningbouw in de (zeer) directe omgeving van een sportpark komt steeds vaker voor. Om problemen met de milieunormen met betrekking tot licht, geluid en afgevoerde lucht te vermijden, adviseert de bond rondom een strook ter breedte van 50 m. vrij te houden van bebouwing. Dit is overeenkomstig de aanbeveling van VNG. Hou als vereniging nauwlettend (herziening van) bestemmingsplanprocedures en het verlenen van (een) bouwvergunning(en) in de gaten! En maak gebruik van de mogelijkheden van inspraak, het kenbaar maken van de zienswijze van de vereniging en het aantekenen van bezwaar. Allemaal met als doel het gebruik van de velden óók voor de lange termijn veilig te stellen. Veilig sportgebruik Met betrekking tot aansprakelijkheid op en rond een sportpark, stelt de KNVB dat de eigenaar/verhuurder van een sportcomplex voldoende en adequate maatregelen moet treffen om voor de huurder een veilig sportgebruik te kunnen garanderen. Het is ook de eigenaar/verhuurder die de locatie, situering en omgeving van een sportpark bepaalt en het complex inricht.

De voetbalvereniging/huurder heeft hierop doorgaans weinig invloed.

Om milieuhinder en andere overlast te beperken, raadt VNG aan om geen bewoning binnen 50 m. van de begrenzing van een sportpark te realiseren. De KNVB onderschrijft deze richtlijn. De eigenaar/verhuurder behoort ook de omgeving (bewoners, enzovoort) van een sportpark te vrijwaren van hinder of gevaar mogelijk veroorzaakt door het sportgebruik. Als bij een bepaalde locatie standaardoplossingen op dit vlak niet volstaan, moeten aanvullende voorzieningen worden getroffen. Aansprakelijkheid erkennen? Wat betreft aansprakelijkheidstelling, zal doorgaans méér nodig zijn dan alleen het vaststellen van de schade zelf. Er moet óók sprake zijn van schuld; van enige mate van verwijtbaarheid. Een andere voorwaarde is dat degene die schade lijdt, niet ook zelf schuld heeft. Tenzij opzet kan worden aangetoond, zal de verzekering schade als gevolg van het verlaten van een bal buiten het sportpark niet automatisch vergoeden. De verzekeraar gaat er hierbij vanuit dat het inherent is aan de aard van het voetbalspel dat ballen onverwachte wendingen kunnen maken. Zeker waar de locatiekeuze tot bedreigingen voor de omgeving leidt, is de eigenaar/verhuurder van het sportpark de eerstverantwoordelijke om adequate voorzieningen te treffen om het eigen risico en dat van de huurder te beperken.

Het behoort tot de normale rechtsregels dat ‘een huurder het gehuurde kan gebruiken voor het doel waarvoor het wordt verhuurd’. De bond raadt aan om bij schade deze direct te melden bij de verzekering, zónder echter de aansprakelijkheid te erkennen. Namelijk: meestal is de vereniging helemaal niet aansprakelijk!

20 | WEDSTRIJDVELDEN 88 KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

20

WEDSTRIJDVELDEN

Kunstgras of natuurgras, hoogte van het gras, afwatering en mogelijkheid tot drogen, keuringen: er zijn meerdere verplichtingen waarvan de vereniging op de hoogte moet zijn.

NORMEN - Het speeloppervlak moet bestaan uit natuurgras of kunstgras. - De uitloopstroken behoren tot het speelveld en moeten aan dezelfde eisen voldoen. - In/op het speeloppervlak mogen zich nooit spelvreemde elementen bevinden die gevaar kunnen opleveren voor de gebruikers. - Het speeloppervlak mag alleen voorzien zijn van lijnen zoals in de Spelregels beschreven. Natuurgras De grasmat moet maximaal gesloten zijn en steeds voldoende kort gemaaid. De gewenste speelhoogte is 3 à 4 cm. Pas de maaihoogte en het tijdstip van maaien aan deze eis aan. Het speeloppervlak moet egaal zijn en mag geen scherpe overgangen hebben. De maximale ‘egale afwijking’ is 20 mm. In de lengterichting is, bij een volledig veld, een helling van maximaal 40 cm. toegestaan. In de breedterichting is een eenzijdig afschot van 20 cm nog geoorloofd, of een ‘dakprofiel’ van maximaal 15 cm Het afschot moet steeds vloeiend in één lijn of via een tonrondte verlopen. Daarnaast moet het speelveld goed zijn ontwaterd. Bij kleine neerslaghoeveelheden (tot 5 mm) moet een speelveld binnen dertig minuten bespeelbaar zijn; bij grotere hoeveelheden (15 mm en meer) geldt een termijn van twaalf uur.

20 | WEDSTRIJDVELDEN

Stabiliteit De toplaag moet zowel onder droge als natte omstandigheden voldoende stabiel zijn. Alle eigenschappen van het speelveld behoren uniform aanwezig te zijn. Aan het einde van het seizoen dient minimaal 60 procent van het totaaloppervlak aan de gestelde eisen te voldoen. De KNVB onderschrijft de normen voor (wedstrijd)grasvelden zoals vastgelegd in:

KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

90

- ISA-KNVB2 d.d. maart 2003 (grasvelden); - ISA-KNVB2-15.1 d.d. december 2004 (Wetravelden). Kunstgras Het gebruik van kunstgras in het amateurvoetbal is toegestaan voor alle categorieën, competities en klassen in het amateurvoetbal. De hoofdregels: - Kunstgrasvelden kunnen alleen voor officiële KNVBwedstrijden worden gebruikt als deze zijn voorzien van een geldig keuringscertificaat. - Voor dit keuringscertificaat moet de totale constructie voldoen aan de norm voor voetbal, zoals aangegeven in normblad NOC*NSF/KNVB2-15. - De houder/gebruiker van een kunstgrasveld dient, na afgifte van het certificaat, periodiek te kunnen aantonen dat behoud van de sporttechnische eigenschappen voldoende gewaarborgd is en er te allen tijde sprake is van een veilig en verantwoord gebruik. Dit kan worden aangetoond via een keuring op de gebruiksnorm (NOC*NSF-KNVB2-18). - Verenigingen waarbij een kunstgrasveld is gecertificeerd na 1 juli 2010, zijn verplicht deze in het achtste speelseizoen na certificering (evenals in het tiende en het twaalfde speelseizoen, en navolgende termijnen afhankelijk van de resultaten) te laten keuren op de gebruiksnorm, door een door NOC*NSF/KNVB geaccrediteerd keuringsinstituut.

Voorwaarde om KNVB-competitiewedstrijden te kunnen blijven spelen op het betreffende veld, is dat de waarden binnen de marges van de gebruiksnorm vallen. De vereniging moet de KNVB voorzien van een kopie van de rapportage van de keuring. Laat het kunstgrasveld regelmatig keuren en monitoren om voldongen feiten te voorkomen. Mocht uit een keuring door een NOC*NSF geaccrediteerd keuringsinstituut blijken dat waarden van het kunstgrasveld buiten de marges gebruiksnorm vallen, dan moet binnen 20 werkdagen (herstelperiode) een herkeuring plaatsvinden door een door NOC*NSF geaccrediteerd keuringsinstituut waarbij de rapportage binnen 2 werkdagen overlegd wordt aan de afdeling accommodatiezaken van de KNVB. Mocht uit de rapportage van de herkeuring blijken dat het veld niet voldoet, kunnen er geen officiële KNVB-wedstrijden gespeeld worden op het veld (dit is onveilig; de kans op blessures is te groot). Meer aandachtspunten Het blijkt niet altijd mogelijk om voor de ingebruikname van een nieuw kunstgrasveld de keuringsprocedure volledig af te ronden. Zo willen sommige leveranciers/aannemers graag dat het veld enige tijd wordt ingespeeld vóór de eindkeuring plaatsheeft. Verder zijn er regelmatig (kleine) tekortkomingen die weliswaar ingebruikname niet in de weg staan, maar wel de administratieve afhandeling ophouden.

De volgende handelwijze is, daar waar van toepassing, verplicht: - KNVB-wedstrijden kunnen op kunstgras plaatsvinden als het veldgedeelte van de keuring (op de norm voor voetbal dan wel de voorloopkeuring) met goed gevolg is afgerond. Het erkende keuringsinstituut behoort dit per e-mail of telefonisch door te geven aan de KNVB. De administratieve afhandeling mag

20 | WEDSTRIJDVELDEN 92 KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

(iets) later. De voetbalbond heeft met het keuringsinstituut afgesproken dat deze een goedkeuring doorgeeft, onmiddellijk nadat het veldgedeelte van de keuring klaar is. De KNVB informeert vervolgens de vereniging per e-mail, waarna de administratieve afhandeling volgt. Het initiatief en de verantwoordelijkheid om de bond over een en ander tijdig te informeren, ligt in eerste instantie bij de vereniging. - Een voorloopkeuring vervangt niet de keuring op de norm voor voetbal, maar biedt slechts enige flexibiliteit bij ‘nog niet volledig’ gekeurde velden. - Een voorloopkeuring kan tot 1 maart van het betreffende speelseizoen. Daarna dient het veld, om KNVBcompetitiewedstrijden op te mogen spelen, ‘volledig’ te voldoen aan de norm voor voetbal. - Een voorloopkeuring brengt extra kosten met zich mee.

Het is verstandig om bij de keuze van het kunstgrasveld rekening te houden met het volgende. De meeste ‘sportfunctionele’ eigenschappen lopen, ondanks goed onderhoud, in de loop van de tijd in waarde terug en zijn zelden weer op niveau te brengen. Het is hierdoor van groot belang om bij het begin van een nieuw veld voldoende ‘overwaarde’ te hebben. Let hierbij onder meer op de intensiteit van betreding en het bijhorende onderhoud.

Bemiddeling Meld eventuele problemen met de keuring direct aan de KNVB, die mogelijk kan bemiddelen. Dit kan rechtstreeks aan de afdeling accommodatiezaken van de KNVB in Zeist. De keuringsprocedure voor kunstgrasvelden kan versneld plaatsvinden als de KNVB en/of het keuringsinstituut vooraf bekend is/zijn met de situatie.

De KNVB legt geen beperkende bepalingen op voor schoeisel voor kunstgrasvelden, mits wordt voldaan aan de eisen in de ‘Spelregels veldvoetbal’. Overigens: in de praktijk ervaren de spelers voetballen op schoenen met een rubberen zool met vaste noppen, als het meest prettig.

Onderhoud Hoe dan ook zorgt goed en gedegen onderhoud voor langer behoud van sporttechnische eigenschappen op het juiste niveau. Laat het kunstgrasveld op deze eigenschappen regelmatig keuren en monitor deze ook goed, om tijdig te kunnen sturen op onderhoud en levensduur.

21 | TRAININGSVELDEN 94

21

TRAININGSVELDEN

Handige tips en feiten voor het inrichten van een trainingsveld en de te maken keuzes daarbij.

ADVIES Een trainingsveld heeft bij voorkeur de afmetingen van een wedstrijdveld. Dit om: - wedstrijdsituaties volledig te kunnen nabootsen; - tactische en technische trainingen goed tot hun recht te kunnen laten komen; - het gebruik beter te kunnen spreiden en zo kwetsbare gebieden te mijden; - onderlinge wedstrijdjes en oefenwedstrijden te kunnen spelen; - meerdere groepen gelijktijdig te kunnen laten trainen.

KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

Speeloppervlak Laat de speeleigenschappen zoveel mogelijk overeenkomen met die van een wedstrijdveld. Dit houdt onder andere in: - een vlak, stevig en stroef oppervlak; - een uitstekende ontwatering (waterberging, -doorlatendheid, -afvoer); - geen scherpe delen aan het oppervlak; - de mogelijkheid tot intensief gebruik, óók onder minder gunstige bodem- en weersomstandigheden; - het behoud van speeleigenschappen bij intensief gebruik; - gemakkelijker onderhoud; - zo mogelijk begroeiing met gras. Noot: vanwege het aanmerkelijk zwaardere gebruik van de trainingsvelden, zijn de betreffende eisen aan de opbouw en het onderhoud van een trainingsveld zwaarder dan bij een wedstrijdveld.

21 | TRAININGSVELDEN KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

96

(Half)harde speeloppervlakken (gravelvelden) De KNVB acht toepassing van halfharde en harde speeloppervlakken voor trainingsdoeleinden niet wenselijk. Dit vanwege speltechnische tekortkomingen of beperkingen van deze materialen, waardoor mogelijk problemen op medisch gebied (blessures) kunnen ontstaan. Bovendien zijn er op deze velden eerder materiaal- en onderhoudtechnische problemen, waardoor voortdurend gericht en zorgvuldig onderhoud nodig is. Wetravelden Wetravelden zijn primair wedstrijdvelden waarop slechts in gedoseerde mate trainingen mogelijk zijn. Het speelveld moet namelijk altijd wedstrijdwaardig blijven. Daarnaast kan ‘overbespeling’ of gebruik onder ongunstige weer- en terreinomstandigheden leiden tot verlies van eigenschappen en aantasting van de constructie. Overigens zijn überhaupt niet alle Wetra-constructies geschikt voor (specifiek) trainingsgebruik. Kunstgrasvelden Kunstrasvelden zijn in principe onbeperkt bespeelbaar, dus goed inzetbaar als wedstrijd- én trainingsveld. Voorwaarde is wel dat de veiligheid en bespeelbaarheid (ofwel de sporttechnische eigenschappen) voldoende gewaarborgd zijn. Een erkend keuringsinstituut kan voor de vereniging een meting uitvoeren op de gebruiksnorm.

Inrichting De ideale inrichting van een trainingsveld bestaat uit: - twee vaste doelen (op de vaste plaatsen) met ballenvangers; - extra ballenvangers (aan de lange zijden) voor elke speelhelft; - voldoende verplaatsbare doelen van verschillend formaat; - trainingsverlichting; - rondom een lage afscheiding met gaaswerk/staafmatten als lage ‘ballenvanger’.

22 | CLUB-KLEEDACCOMODATIE

22

CLUB-KLEEDACCOMODATIE

In de brochure ‘Kwaliteitsnormen club-/kleedgebouw’ lees je meer over dit specifieke onderwerp. Hieronder alvast een overzicht van de belangrijkste normen.

ADVIES - Elke vereniging is verplicht om (een) terrein(en) met, in de onmiddellijke nabijheid, voldoende kleedgelegenheid te hebben. Deze moeten voldoen aan de door het bestuur (KNVB) gestelde eisen. - Per wedstrijd moeten afzonderlijke kleed/wasruimten beschikbaar zijn. - Voor bezoekende teams moet er een afsluitbare kleed/ wasruimte zijn, of een afsluitbare (kast)ruimte waarin zij kleding en waardevolle spullen kunnen opbergen. - In de kleedkamer of de directe nabijheid daarvan moeten voldoende toiletvoorzieningen zijn. - De scheidsrechter(s) en eventuele neutrale assistentscheidsrechters behoren de beschikking te hebben over voldoende en afzonderlijke kleed-, was- en toiletgelegenheid. - De kleedruimte moet qua inrichting, afmetingen en uitvoering voldoen aan de richtlijnen. - De kleedgelegenheid moet altijd ‘medisch/hygiënisch verantwoord’ schoon zijn. Brochure Van toepassing zijn de normen en richtlijnen voor de realisatie en renovatie van club- en kleedgebouwen in het amateurvoetbal. Zie de brochure ‘Kwaliteitsnormen club-/ kleedgebouw’.

23 | PARKEERGELEGENHEID

23

PARKEERGELEGENHEID

Auto’s, maar ook de verschillende soorten tweewielers en soms zelfs touringcars behoren op of bij de accommodatie in voldoende mate een geschikte plek te kunnen vinden.

ADVIES De KNVB stelt geen kwantitatieve eisen aan de parkeergelegenheid van een vereniging, maar vindt uiteraard wel dat deze moet voldoen aan de behoeften van de bezoekers. Informatie over parkeernormen zijn te vinden in de CROW-publicatie ‘Parkeerkerncijfers’ en bij de ASV V (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom). Factoren De noodzaak om een auto te gebruiken is afhankelijk van de: - afstand tussen woning en sportpark; - bereikbaarheid per openbaar vervoer; - ontsluiting voor fietsers en bromfietsers; - verkeersveiligheid en sociale veiligheid van de route; - aanwezigheid van goede stallingmogelijkheden. Inventarisatie Als de vereniging bij de locatiekeuze en inrichting van een sportpark met deze factoren rekening kan houden, beperkt dit het autoverkeer en de noodzaak van parkeerruimte. Een hulpmiddel bij het – bij een nieuw sportpark – bepalen van het aantal parkeerplaatsen, is een goede inventarisatie van de oude en nieuwe situatie. Denk hierbij aan het volgende: - aantal parkeerplaatsen in oude situatie (bij sportpark, bermen, straten, bedrijfsterreinen en kantoren); - frequentie knelpunten (wekelijks of twee keer per jaar); - aantal toeschouwers (gemiddeld en piekbezoek);

23 | PARKEERGELEGENHEID 102 KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

- aantal eigen leden dat met de auto komt (wedstrijden en training); - mogelijkheden van medegebruik in nieuwe situatie (scholen, bedrijven, kantoren, winkelcentra, enzovoort); - overlast bij piekbelasting voor omgeving in nieuwe situatie; - tijdelijke parkeermogelijkheden bij piekbelasting (pleinen, grasstroken, semi-verharde terreinen); - dubbel gebruik voor andere activiteiten (andere sport, kermis, stallen vrachtauto’s, enzovoort). Tweewielers Fietsen, bromfietsen en scooters moeten nabij het clubgebouw kunnen worden gestald, zodat visueel en sociaal toezicht mogelijk is. Het best is een stallingruimte binnen het sportpark. Zorg voor voldoende klemmen, rekken of beugels, zodat eigenaren hun fietsen geordend kunnen stallen en op slot zetten / vastzetten. Voor bromfietsen en scooters is een aparte verharde ruimte wenselijk. Mindervaliden Een sportpark behoort voldoende, minimum twee, speciaal aangegeven parkeerplaatsen voor mindervaliden te hebben, direct nabij de hoofdingang. Voor informatie over de inrichting en maatvoering van dit type parkeerplaatsen, zie het ‘Handboek voor Toegankelijkheid’.

Touringcars Hoewel voor wedstrijdbezoek steeds minder vaak een touringcar wordt ingezet, kan het wenselijk zijn om bij de inrichting van een parkeerterrein hiermee toch rekening te houden. Voor een touringcar is een ruimte van 25 x 5 m. benodigd. ‘Los- en laadperron’ Bij veel sportparken is het op zaterdagochtend een komen en gaan van ouders die hun kinderen brengen en halen. Vaak hebben zij geen parkeerplaats nodig, maar slechts voor enkele minuten een veilige plek om hun kroost te kunnen ‘lossen of laden’. Door hiervoor een aparte voorziening aan te brengen, kan de vereniging soms chaotische toestanden voor de poort voorkomen.

24 | VRIJE HOOGTE BOVEN SPEELVELD 104

24

VRIJE HOOGTE BOVEN SPEELVELD Van een dak boven het veld is bij veldvoetbal geen sprake. Toch zijn er andere zaken die in dit opzicht hinder kunnen geven, zoals bijvoorbeeld bomen en beplanting.

NORM(EN) - Boven het speelveld mogen zich geen hinderlijke of gevaarlijke obstakels bevinden. De Spelregels veldvoetbal gaan ervan uit dat boven het speelveld en directe omgeving (uitloop) géén hinderlijke obstakels (zaken waarmee spelers of bal in aanraking kunnen komen of waarvan zij hinder kunnen ondervinden) aanwezig zijn. In tegenstelling tot bij zaalvoetbal, waar de aanwezigheid van een dak expliciet wordt genoemd, ontbreekt een dergelijke bepaling binnen het veldvoetbal.

KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

ADVIES Bij amateurvelden speelt overwegend de hinder en overlast van bomen en beplanting een mogelijke rol. Bomen en struiken staan te dicht op het veld, waardoor boven de uitloop en het speelveld takken kunnen hangen. In het najaar laten bepaalde bomen hun vruchten vallen – eikels, kastanjes – en dat is minder prettig voor een speler die valt. Van indirecte invloed, maar veel ingrijpender, is de negatieve invloed van bomen en hoge plantstroken op de bespeelbaarheid van de velden. Door de sterke schaduwwerking droogt het veld minder goed en zijn vaak slechte speelcondities of zelfs afgelastingen het gevolg. Plaats daarom ‘hoog opgaande’ bomen en plantstroken op voldoende afstand van het veld. Het ontwerp dient al rekening te houden met de uiteindelijke vorm van de soort boom en de plaats ten opzichte van de zonnestand.

1 | AFMETINGEN SPEELVELD 106 KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

25

COMMERCIËLE RECLAME / (CLUB)LOGO’S Voor wat betreft het gebruik van commerciële reclame en (club)logo’s zijn de (meest recente) spelregels veldvoetbal leidend. In regel 1 van deze spelregels (het speelveld) staan de voorwaarden.

Commerciële reclame Geen enkele vorm van reclame, zowel tastbaar als virtueel, is toegestaan op het speelveld, op de grond in het gebied tussen de doellijn en het doelnet, binnen de instructiezone, ‘Referee Review Area’ (RRA) of binnen één meter vanaf de zijlijn en/of doellijn vanaf het moment dat de ploegen het speelveld betreden tot het moment dat ze het speelveld hebben verlaten voor de rust en vanaf het moment dat de ploegen opnieuw het speelveld betreden tot het einde van de wedstrijd. Er is ook geen reclame toegestaan op doelen, netten, vlaggenstokken of de bijbehorende vlaggen en er mag geen externe apparatuur (camera’s, microfoons e.d.) aan deze materialen worden bevestigd. Verder moet staande reclame zich op tenminste: - 1 meter van de zijlijnen van het speelveld bevinden; - dezelfde afstand van de doellijn als de diepte van het doelnet bevinden; - 1 meter van het doelnet bevinden. Logo’s en emblemen De, zowel tastbare als virtuele, reproductie van representatieve logo’s of emblemen van de FIFA, confederaties, nationale bonden, competities, clubs of andere lichamen is verboden op het speelveld, de doelnetten en de netruimtes, de doelen en de vlaggenstokken tijdens de wedstrijd. Ze zijn wel toegestaan op de vlaggen van de hoekvlaggenstokken.

24 | VRIJE HOOGTE BOVEN SPEELVELD

Snoeien Beplanting aan de zuidzijde van een veld geeft meer overlast dan bomen aan de noordzijde. Snoei regelmatig en vooral tijdig. Het komt vaak voor dat de vereniging te laat ingrijpt en daardoor situaties ontstaan die lastig zijn om terug te draaien, zoals bijvoorbeeld bij het ontbreken van een kapvergunning.

KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

108

Met betrekking tot stadions bepalen de regels van FIFA en UEFA dat bij een uitschuifbaar dak, een geluidsinstallatie of videowall boven het speelveld, er een vrije hoogte van 30 m. moet zijn. Bij overige accommodaties moeten dit soort voorzieningen zich buiten het speelveld bevinden. Leidingen, kabels en dergelijke kunnen in de meeste gevallen in de grond worden aangebracht. Tijdelijke kabels, zoals voor een tijdelijke geluidsinstallatie, moeten buiten het speelveld om worden geleid. Voor hoogspanningsleidingen boven een veld: zie hoofdstuk 18.

min.100000 max.1050000

CODE NORM

BIJLAGE PLAT TEGROND VOETBALVELD

oktober 2013

Schaal 1:350 (mm)

Dug-out min.100 max.120

1000

1000040000

3000

5000

12000

1000

min4000

16500

11000

9150

min 4000

BELIJNING Voetbalveld

1000

Dug-out 1000

NOCNSF-KNVB2-BL.1

0

15

5500

110

R9

R9150

Ø2

5500

11000

16500

5500

11000

min.32000 max.34500

KWALITEITSNORMEN VOETBALACCOMODATIE

7320

40320

0

00

0

7320

20

Ø20

Ø

min.64000 max.69000

doelpaal

300 16500

hoekvlag

min.50000 max.52500

min.50000 max.52500

min.100000 max.1050000

CODE NORM NOCNSF-KNVB2-BL.1

BELIJNING Voetbalveld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14819792/1